Onderwijs, dat zijn keuzes en gevolgen (commentaarstuk)

Eergisteren werden de TIMSS-resultaten bekend gemaakt, volgende week komt de OESO met het nieuwste PISA-rapport. Beide zijn internationale vergelijkingen waarbij het onderwijs in de deelnemende landen tegen het licht gehouden worden.

Wat leren we zoal uit TIMSS? Onze 10-jarigen blijken het echt goed te doen voor wiskunde (11de plaats) en een pak minder goed voor wetenschappen (lage middenmoot). De kans dat we volgende week niet zo best scoren op PISA is reëel. Niet omdat we het opeens per se zoveel slechter doen in ons onderwijs. Maar elke PISA-ronde – waarbij de prestaties van 15-jarigen vergeleken worden – heeft steeds een specifieke focus en de focus is deze keer… wetenschappen.

Goede scores, slechte scores, er zijn veel verschillende verklaringen voor, maar een van de belangrijkste invloeden zijn de keuzes die we maken in ons onderwijs. Twee voorbeelden om het concreet te maken.

Als we in ons lager onderwijs er voor kiezen om in het vak wereldoriëntatie te focussen op meer inzicht en vaardigheden, is dat een te verdedigen keuze. Maar de consequentie van die keuze is dat we in de TIMSS-vergelijking voor wetenschappen opvallend zwakker scoren voor kennis en het beter doen voor redeneren en toepassingen. Als je die keuze maakt, en achter die keuze staat, dan is dit resultaat dus logisch.

Idem met de vaststelling dat de kinderen die bij ons starten in het lager onderwijs er gemiddeld zwakker voorstaan dan in veel andere landen. TIMSS legt hierbij een stuk de link met de vaststelling dat ouders bij ons iets minder vaak met de kinderen spelen, maar de onderzoekers zien ook een verklaring in de vaststelling dat in Vlaanderen in de kleuterschool minder de nadruk gelegd wordt op leren in vergelijking met andere landen. Het klopt, je hoort hier wellicht vaker dat het welbevinden van kinderen belangrijk is, en dat het kind nog moet kunnen spelen. Terug: deze keuze is verdedigbaar, maar heeft dus een minder sterke start als consequentie.

Er is ook een derde vaststelling te maken op basis van TIMSS, eentje die ook al merkbaar was in de vorige ronde van PISA drie jaar geleden. Onze sterkste leerlingen worden niet genoeg uitgedaagd. Concreet zien we deze groep minder goed presteren. Je zou kunnen stellen dat het goed is dat de kloof tussen sterk en zwak klein is – voor TIMSS doet enkel Nederland nog beter, enkel daar is de kloof tussen sterk en zwak kleiner – maar een andere optie is dat je er voor gaat dat onze sterkste leerlingen meer excelleren.

Dergelijke keuzes liggen vandaag voor ter discussie. We hebben het voorbije jaar met onze samenleving uitgebreid kunnen denken over de nieuwe eindtermen die er dra zullen moeten komen. Momenteel buigt het Vlaamse parlement zich over de voorstellen. Terwijl de discussies vaak gaan over wat wel en wat niet in ons onderwijs aan bod moet komen, behoren ook de bovenstaande drie keuzes tot die zelfde eindtermendiscussie. En er zijn dan twee opties die voor mij best evenwaardig kunnen zijn: ofwel blijf je bij de gemaakte keuzes, maar dan aanvaard je de gevolgen van bijvoorbeeld minder kennis in wetenschappen, ofwel verander je het curriculum, meer specifiek verander je de eindtermen. De vraag is nu: wat willen we als samenleving. Antwoord hopelijk binnenkort in het parlement.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s