Focus, een beetje commentaar op #onderwijs2032

De voorbije week was er in Nederland relatief veel te doen over #onderwijs2032 op twitter omdat het voorstel ter bespreking kwam in de Nederlandse kamer. Er is veel over te schrijven, maar ik wil er een element uitnemen waar dit artikel mee eindigt (en waar staatssecretaris Sander Dekker nogal gebeten op reageerde): het idee om het belang van vakken af te zwakken en meer vakoverschrijdend de leerstof aan te bieden.

Er is hier zeker iets voor te zeggen. We gebruiken in het dagelijkse leven toch ook niet een uurtje wiskunde en daarna een uurtje Nederlands. Trouwens al gemerkt hoeveel Nederlands je nodig hebt voor die les wiskunde, of hoeveel wiskunde voor die les fysica, enzovoort?

Verder kennen we in Vlaanderen al vakken als PAV, project algemene vakken, en MAVO, maatschappelijke vorming, waarbij de integratie van verschillende vakken een feit is. Ook in ons basisonderwijs is geïntegreerd werken een belangrijk uitgangspunt.De vraag is echter of gebruik in dagelijks leven een goede basis is voor hoe een beginneling het meest effectief leert. Weet ook dat een beginner anders leert dan een expert in een vakgebied.

Daarom dat ik de uitspraak van Anna Bosman, hoogleraar dynamiek van leren en ontwikkeling aan de Radboud universiteit zo interessant vindt:

„Het wordt pas interessant om combinaties van vakken te maken als je voldoende kennis hebt van de deelgebieden’’

Waarbij ik me perfect kan inbeelden dat dit cyclisch gebeurt met apart en geïntegreerd die elkaar afwisselen. Eerst de nodige voorkennis opbouwen in een of meerdere vakgebieden om dan aan de transfer te werken. Waarna misschien terug even apart gegaan wordt, om terug samen te komen,…

Probleem is: les geven in vakken kan je makkelijk wegzetten als ouderwets. Hoewel geïntegreerd werken ook echt niet nieuw is, blijft het nog steeds het voordeel van het ‘moderne’ hebben tegenover het makkelijke beeld van onderwijs dat niet zou willen veranderen. Daarom bedacht ik dat vakspecifiek misschien gewoon een hip ‘frame’ nodig heeft.

En dat frame vond ik: focus. Het belang van focus is sluipend aan toenemen in onze samenleving: in alle informatiegeweld even je met 1 ding bezighouden, niet multitasken maar singletasken om efficiënter vooruit te gaan,… Focussen wordt steeds hipper. Wat zijn app’s vaak: software die 1 ding goed kunnen in plaats van enorme softwarepakketten zoals Office die veel kunnen. Vrij vertaald: focus.

En dus: ons af en toe focussen op school: daar kan wellicht niemand tegen zijn? School is zelfs synoniem met focus, een plaats waar je even niet met alles bezig moet zijn, maar je kan richten op leren. Meer nog: ik kan me zo inbeelden dat mensen graag zouden pleiten voor meer focus in de klas. Ik vermoed nu al dat het gevaar kan bestaan dat er bedrijven overwegen om cursussen ‘leren focussen’ aan te bieden (als die er al niet mindful zijn).

Maar tegelijk is er het besef dat focus niet steeds en constant kan. Waarom worden verkeersleiders zo goed betaald, waarom is hun job zo stresserend? Naast de grote verantwoordelijkheid: de constante nood aan focus. Dus een goede variatie aan focus en meer algemeen, vakspecifiek en vakoverschrijdend, lijkt zo interessanter.

4 gedachten over “Focus, een beetje commentaar op #onderwijs2032

  1. Dag Pedro
    focus is een mooi begrip. Maar om dit te bewerkstelligen zullen leraren meer lessen moeten ‘ontwerpen’ op basis van een taxonomie. De taxonomie van Bloom kan een handvat bieden om geïntegreerd tot lespakketten te komen die ‘vakoverschrijdend’ invulling kunnen krijgen. Hierbij deze link van een modellessenreeks die ik uitwerkte om met leraren hierover na te denken. https://www.dropbox.com/s/uzprlzvgldgep98/IO%20Moeten%20we%20minder%20vlees%20eten%20-%20Bloomoefening.docx?dl=0
    Ik merk op nascholingen dat dit toch wel een oogopener is voor veel leraren. Niettegenstaande zij in de lerarenopleiding daar theoretisch les over hebben gehad, hebben velen daar nooit echt concreet mee gewerkt. Onderwijskunde is ontwerpkunde met focus op het echte leven, in zinvolle gehelen en in realistische contexten. Of dit nu vakken noemt, vakonderdelen, integrale opdrachten…. What’s in a name? Vele leraren huiveren van integratie omdat dit teamwerk vereist en delen van expertise betreft. Het haalt hen uit hun comfortzone… We hebben hiertoe nog een hele weg af te leggen. In een beleidsplan is het een alinea, in het werkveld een hele opgave.

  2. Hoi Pedro, helder betoog en helemaal mee eens.

    Ik vind het jammer dat in het onderwijs er steeds óf-óf discussie gevoerd worden, terwijl het én-én zou moeten zijn. Met de invoer van mediawijsheid in het curriculum bij scholen is de strijd vaak verhit. In mijn boek Mediawijsheid in de klas pleit ik voor de én-én aanpak.

    Ik heb mijn pleidooi gedeeld: Discussie over de plaats van mediawijsheid in het curriculum: én-én in plaats van óf-óf en daarmee uit😉 Ik heb in mijn pleidooi jouw beschouwingen meegenomen.

    Dank voor je heldere uiteenzetting!

  3. Pingback: Discussie over de plaats van mediawijsheid in het curriculum: én-én in plaats van óf-óf en daarmee uit ;-) | Leren Ontrafeld

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s