Spoedcursus praten als een vlogger (Linda Duits)

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Vloggers hebben een eigen beeldtaal: ze richten zich recht op de kijker en laten alledaagse praktijken zien. Taalkundige Marc van Oostendorp demonstreert hoe zij ook een eigen, bijzondere manier van spreken hebben. Hij laat dit zien in een vlog in de stijl van vloggers door vier (vier!) tips te geven hoe je kunt praten als een vlogger.

Van Oostendorp betoogt dat vloggers net als standwerkers constant ervoor moeten zorgen dat hun publiek niet wegloopt van hun standje. Dat doen ze door met veel energie te praten: door bijna op ieder woord nadruk te leggen. Soms kan je even rust nemen, om vervolgens weer hoog in de energie te gaan. Alle overbodige secondes worden eruit geknipt, vaak tussen twee woorden in.

Stel je mag onverwacht op reis… over het belang van kennis

Wat leuk, je mag onverwacht op reis naar een voor jou onbekende plaats. Neem China. Je hebt nauwelijks tijd om te pakken, laat staan om je voor te bereiden. Ter plekke krijg je geen gids, maar je hebt wel je mobiele telefoon bij je om dingen op te zoeken en de roaming kosten worden voor je betaald.

Je zou niet verdwalen. De GPS van je mobiel zou hier voor zorgen. Je zou niet verhongeren, lang leve tripadvisor. Maar hoeveel zou je missen? Hoeveel zou je zelfs niet opzoeken omdat je het niet als bijzonder herkent. Bij gebrek aan referentiekader zou je voorbij gebouwen lopen die een speciale betekenis voor het land hebben. Je zal wellicht enkel highlights bekijken die je vond als “must sees”. Misschien word je wel door iets kleins geraakt, maar verder ben je zo goed als blind.

Het is net als elke blues song die voor een niet-ingewijde wel heel erg op die andere blues song kan lijken. De kennis die je ooit opdeed over China, Blues, of welk ook gebied, zal je helpen om meer te zien. Referentiekaders kun je niet 1, 2, 3 te voorschijn toveren, vaak al omdat je niet eens zal merken dat je ze mist.

Liever zou ik als ik onverwacht naar China zou mogen, tijd hebben om me voor te bereiden, en dan nog zal ik mijn best moeten doen om iets meer te “zien”.

Net als creativiteit kan je “meer zien” niet downloaden. Het is een van de redenen waarom kennis nodig is.

Dit idee haalde ik trouwens bij Joshua Foer in zijn boek “Moonwalking with Einstein”.

Twee onderzoeken naar het gebruik van Snappet op tablets in Nederlands onderwijs toont meerwaarde

Kennisnet publiceerde net 2 onderzoeken naar het gebruik van tablets en interactieve software (i.c. Snappet). Beide onderzoeken hebben samen een grote steekproef. Er werd gewerkt met controlegroepen waarbij bij het onderzoek van de Universiteit van Twente ook de toewijzing random gebeurde. Ook interessant is te merken dat de resultaten van beide onderzoeken, ondanks verschillende steekproef en ietwat verschillende aanpak, niet perfect identieke maar vergelijkbare resultaten opleveren.

Beide onderzoeken zijn dus zeer zeker relevant, waarbij ik graag op een element dieper inga. Een quote uit het Kennisnet-bericht:

Leraren bleken zich in een klas zonder tablets vooral te richten op de gemiddelde leerling. De prestaties van de laag en hoog scorende leerlingen bewogen daardoor steeds meer naar het gemiddelde toe. Gevolg: de beste leerlingen ontwikkelen hun reken- en taalvaardigheid minder snel dan de andere leerlingen. Bij gebruik van de software ontwikkelden de beste leerlingen zich juist evenveel.

Alfons ten Brummelhuis, expert wetenschappelijk onderzoek bij Kennisnet: “Elke leraar wil liefst al zijn leerlingen op hun eigen niveau lesgeven, en past dan zijn lessen vaak aan op twee of drie niveaus. Want met meer dan 20 leerlingen in je klas is het fysiek onmogelijk elke leerling onderwijs op maat bieden. We weten nu dat het met dit soort adaptieve onderwijstechnologie wél kan. En dat is goed nieuws voor de leerlingen, de leraren en de hele leermiddelenmarkt.”

Beide onderzoeken zijn inderdaad hoopgevend, maar het Mattheus-effect is in beide onderzoeken opvallend, alhoewel niet onlogisch. Vrij vertaald: de kloof tussen sterkere leerlingen en de zwakkere leerlingen wordt groter. Of dit goed of slecht nieuws is minder eenduidig volgens mij. De mensen van Kennisnet wijten het aan het element dat we nog aan het begin van de ontwikkeling staan. Toch is het voor mij een belangrijk aandachtspunt, vooral ook omdat de reden waarom leerlingen zwakker presteren verschillende oorzaken kan hebben.

Verder geef ik nog deze waarschuwing mee van Kennisnet:

Tigges drukt andere scholen dan ook op het hart eerst een plan te maken voordat ze aan de slag gaan met een programma als Snappet: “De winst die je kunt behalen valt of staat met de onderwijskundige begeleiding en de afspraken die je maakt – over inzet in de hele school, over het gebruik van de data. Ook moeten leraren goed worden geschoold en moet je als school zorgen dat je je technische randvoorwaarden op orde hebt. Als je het hapsnap inzet, gaat het mis.”

Annet van Duren, onderwijsdirecteur bij Snappet, laat in een schriftelijke reactie weten blij te zijn met de resultaten. “Deze onafhankelijke, wetenschappelijke onderzoeken laten zien dat het werkt om traditionele, goed werkende elementen van onderwijs te verankeren en deze te versterken met de nieuwe mogelijkheden van techniek.”

Je kan beide rapporten hier downloaden.

Improving Student Success: Some Principles from Cognitive Science

Leren.Hoe?Zo!

Via YouTube ontdekte ik deze keynote uit 2013 van John Dunlosky, professor psychologie aan de Kent State University, waarin hij dieper ingaat op welke studievaardigheden of strategieën (retrieval practice, distributed practice of successive relearning) het verschil kunnen maken.

View original post 55 woorden meer

De favoriete leerkracht van Bill Gates (die hij nooit had): Richard Feynman

Richard Feynman was een nobelprijswinnaar die naast baanbrekend werk in zijn vakdomein ook veel tijd en energie stak in het populariseren van wetenschap. In deze video brengt Gates een tribuut aan de man.

Er zijn twee dingen die deze man letterlijk ‘uitzonderlijk’ maken. Eerst en vooral is er geen correlatie tussen meer expertise en betere lesgever. Je hebt om verschillende redenen genoeg vakkennis nodig als leerkracht (zelfvertrouwen, weten waarover je spreekt, geloofwaardigheid,…) maar zoals Daniel Muijs zaterdag op ResearchED nog zei: er is geen lineair verband, de grootste expert is niet de beste lesgever. Meer nog: door de vloek die kennis kan zijn, kunnen zeer grote experts zich net vaak moeilijker inleven in het niveau van de beginneling waardoor ze in feite minder goede leerkrachten zijn.

Ten tweede: populariseren van wetenschap wordt vaak niet beloond in het carrière-model die aan verschillende universiteiten gebruikt wordt.

Toch merk ik een positieve evolutie waarbij zowel aan het eerste als het tweede punt gewerkt wordt. Er is met Ionica Smeets bijvoorbeeld zelfs een leerstoel rond wetenschapscommunicatie in Nederland.

Daniel Muijs: Leraareffectiviteit – wat weten we (niet)?

Zonder afbreuk te willen doen aan de vele interessante sprekers die ik zag, zou ik zelf deze lezing van Daniel willen aanraden aan iedereen die de complexiteit van onderwijs(effectiviteits)onderzoek wil begrijpen. De slides met inzichten tweette ik al gisteren en werden door sommige mensen begrepen als te ongenuanceerd. Dit klopt niet, de hele lezing was namelijk een lange nuancering van wat we al dan niet kunnen weten uit dergelijk onderzoek.

Primeur, nieuw boek: Wat we kinderen echt kunnen leren. Over feiten en fictie in onderwijs.

Nee, ik heb geen nieuw boek geschreven. “Ik was 10 in 2015” is nog maar net uit en is druk bezig zijn weg te vinden naar de lezer en de opvolger van Jongens zijn slimmer dan meisjes komt er, maar pas in 2017. Daarover dus later meer (en zelfs zeer leuk nieuws op 19 maart a.s.). Maar vandaag op ResearchED Amsterdam kon ik wel een nieuw boek aankondigen voor iedereen die graag ons mytheboek las en voor iedereen die met onderwijs bezig is:

Wat we kinderen echt kunnen leren.

Over feiten en fictie in onderwijs.

De auteur? Daniel Willingham.

Het boek is een vertaling van het populaire boek van deze professor cognitieve psychologie “When can you trust the experts”.

Enkele reviews over de Engelstalige versie van het boek:

“Parents increasingly come face-to-face with important educational decisions that they feel ill prepared to make. Whether they are choosing among schools, math programs or early interventions for a learning disability, this book will help them figure out which options are backed by the best science. (Recommended)”—Scientific American

“By my bedtable is Dan Willingham’s new book, When Can You Trust the Experts?… This is help we all can use, from one of the most sensible guys around.”—John Merrow, The Huffington Post

“A brilliant new book… Willingham presents a ‘short cut’ to assessing the value of a given idea—a set of four steps that will be useful to anyone sizing up an unfamiliar concept.  I’ve read Willingham’s book and I recommend it highly!”—Annie Murphy Paul

Een ander boek van Willingham – Why don’t students like school – bracht me ooit samen met een boek van Lilienfeld op het spoor van mijn eerste onderwijsmythe, de fameuze leerstijlen. Dit boek wil ouders, leerkrachten en beleidsmakers wapenen tegen slechte ideeën in onderwijs en doet dit op een zeer toegankelijke manier met zeer veel voorbeelden.

Het boek verschijnt bij LannooCampus in mei!