Brein training kan… je geheugen schaden

We hebben al vaker beschreven hoe er weinig evidentie is voor de meerwaarde van brein training. Lees hier nog even de open brief van een hele groep wetenschappers hierover. Je traint wat het spel doet, maar het heeft geen effect op andere zaken.

Dat laatste is mogelijk fout. Er is misschien wel een effect op het geheugen; namelijk een negatief effect. Bij een onderzoek bij 86 deelnemers bleek dat zowel de controlegroep als de testgroep waarin ze verdeeld werden na 3 weken oefenen beter werden qua werkgeheugen. Dit is al slecht nieuwe voor brein training, want de controlegroep werden evenveel beter en onderging geen training. Maar nog opvallender: de herkenningsoefeningen die de deelnemers als pre- en posttest deden, toonden dat dit bij de controlegroep gelijk bleef, maar dat de resultaten bij de groep die 3 weken brein training hadden gedaan slechter werden.

Een mogelijke verklaring is dat de brain training group eerder andere technieken begon te hanteren om dingen te memoriseren, meer oppervlakkige methodes. Een mogelijke kritiek op het onderzoek die BPS Digest noteert is dat de testgroep veel intensiever aan de slag moest, en het dus kan zijn dat deze groep meer moe was. Maar hier is echter weinig evidentie voor, bijvoorbeeld het aantal dropouts was niet groter dan bij de controlegroep.

Het onderzoek is relatief klein, maar zeer interessant om te repliceren…

Abstract van het onderzoek:

There is a great deal of debate concerning the benefits of working memory (WM) training and whether that training can transfer to other tasks. Although a consistent finding is that WM training programs elicit a short-term near-transfer effect (i.e., improvement in WM skills), results are inconsistent when considering persistence of such improvement and far transfer effects. In this study, we compared three groups of participants: a group that received WM training, a group that received training on how to use a mental imagery memory strategy, and a control group that received no training. Although the WM training group improved on the trained task, their posttraining performance on nontrained WM tasks did not differ from that of the other two groups. In addition, although the imagery training group’s performance on a recognition memory task increased after training, the WM training group’s performance on the task decreased after training. Participants’ descriptions of the strategies they used to remember the studied items indicated that WM training may lead people to adopt memory strategies that are less effective for other types of memory tasks. These results indicate that WM training may have unintended consequences for other types of memory performance.

The Lie, deze leugens hoorden deze kinderen al over zichzelf

Deze 10-jarigen kregen een poëzie-opdracht in hun Stedwick Elementary School in Montgomery County. Welke leugens hebben ze al over zichzelf gehoord. Het project werd groter. In september volgende deze video. Lees na het kijken nog meer hier.

Podcast: Internet verrijkt onze taal

Gevonden via Linda Duits:

Online kan je op allerlei manieren communiceren die voorheen niet bestonden: met emoji bijvoorbeeld, of met woorden die opstaan zijn in een internetsubcultuur. De Mediadoctoren doken in de materie met taalkundige Marc van Oostendorp. Het gesprek gaat over je taal als manier om te laten zien wie je bent, taal als communicatiemiddel en de invloed van technologie op taal. Er is een interview met internetfenomeen Gyurka Jansen en een item over emoji.

Meer informatie hier. U kunt zich ook via iTunes of Stitcher op deze podcasts abonneren. 

Lectuur op zaterdag: misleidende grafieken & kunstwerken, algoritmes en meer

Vandaag in je schoentje, de weekendbijlage bij deze blog:

Ondertussen al meer dan 400 virtuele schoolreizen!

Google blijft zijn Expeditions verder uitbreiden. Ondertussen – na toevoeging van nog maar eens 50 nieuwe avonturen – staat de teller op meer dan 400. En er is meer: ondertussen zijn er ook meer dan 100 lesvoorbereidingen toegevoegd aan de site. Ondertussen komt de UK uitgebreid aan bod in het pionierprogramma, hopelijk binnenkort ook hier…

Meer over Google Expeditions, check hier.

Onderwijs, dat zijn keuzes en gevolgen (commentaarstuk)

Eergisteren werden de TIMSS-resultaten bekend gemaakt, volgende week komt de OESO met het nieuwste PISA-rapport. Beide zijn internationale vergelijkingen waarbij het onderwijs in de deelnemende landen tegen het licht gehouden worden.

Wat leren we zoal uit TIMSS? Onze 10-jarigen blijken het echt goed te doen voor wiskunde (11de plaats) en een pak minder goed voor wetenschappen (lage middenmoot). De kans dat we volgende week niet zo best scoren op PISA is reëel. Niet omdat we het opeens per se zoveel slechter doen in ons onderwijs. Maar elke PISA-ronde – waarbij de prestaties van 15-jarigen vergeleken worden – heeft steeds een specifieke focus en de focus is deze keer… wetenschappen.

Goede scores, slechte scores, er zijn veel verschillende verklaringen voor, maar een van de belangrijkste invloeden zijn de keuzes die we maken in ons onderwijs. Twee voorbeelden om het concreet te maken.

Als we in ons lager onderwijs er voor kiezen om in het vak wereldoriëntatie te focussen op meer inzicht en vaardigheden, is dat een te verdedigen keuze. Maar de consequentie van die keuze is dat we in de TIMSS-vergelijking voor wetenschappen opvallend zwakker scoren voor kennis en het beter doen voor redeneren en toepassingen. Als je die keuze maakt, en achter die keuze staat, dan is dit resultaat dus logisch.

Idem met de vaststelling dat de kinderen die bij ons starten in het lager onderwijs er gemiddeld zwakker voorstaan dan in veel andere landen. TIMSS legt hierbij een stuk de link met de vaststelling dat ouders bij ons iets minder vaak met de kinderen spelen, maar de onderzoekers zien ook een verklaring in de vaststelling dat in Vlaanderen in de kleuterschool minder de nadruk gelegd wordt op leren in vergelijking met andere landen. Het klopt, je hoort hier wellicht vaker dat het welbevinden van kinderen belangrijk is, en dat het kind nog moet kunnen spelen. Terug: deze keuze is verdedigbaar, maar heeft dus een minder sterke start als consequentie.

Er is ook een derde vaststelling te maken op basis van TIMSS, eentje die ook al merkbaar was in de vorige ronde van PISA drie jaar geleden. Onze sterkste leerlingen worden niet genoeg uitgedaagd. Concreet zien we deze groep minder goed presteren. Je zou kunnen stellen dat het goed is dat de kloof tussen sterk en zwak klein is – voor TIMSS doet enkel Nederland nog beter, enkel daar is de kloof tussen sterk en zwak kleiner – maar een andere optie is dat je er voor gaat dat onze sterkste leerlingen meer excelleren.

Dergelijke keuzes liggen vandaag voor ter discussie. We hebben het voorbije jaar met onze samenleving uitgebreid kunnen denken over de nieuwe eindtermen die er dra zullen moeten komen. Momenteel buigt het Vlaamse parlement zich over de voorstellen. Terwijl de discussies vaak gaan over wat wel en wat niet in ons onderwijs aan bod moet komen, behoren ook de bovenstaande drie keuzes tot die zelfde eindtermendiscussie. En er zijn dan twee opties die voor mij best evenwaardig kunnen zijn: ofwel blijf je bij de gemaakte keuzes, maar dan aanvaard je de gevolgen van bijvoorbeeld minder kennis in wetenschappen, ofwel verander je het curriculum, meer specifiek verander je de eindtermen. De vraag is nu: wat willen we als samenleving. Antwoord hopelijk binnenkort in het parlement.

Persbericht en onderzoek: kleuters houden van de tablet, maar lezen liever op papier

Als het op lezen aankomt lijkt de vraag – zelfs bij hele jonge kinderen – wel “Welke digital natives”? Een interessant onderzoek in dit persbericht van de KU Leuven:

30 NOV. 2016. 79% van de kinderen, tussen de 2 en de 6 jaar, mag een tablet gebruiken en ze doen dit vooral om spelletjes te spelen. Slechts 29% van de kinderen gebruikt de tablet om een digitaal boek te lezen of bekijken. Dit terwijl 97% van de kleuters wel met papieren boekjes aan de slag gaat. Dat blijkt uit onderzoek van professor Jan Van Coillie en Mariet Raedts van de KU Leuven, Campus Brussel bij 700 Vlaamse gezinnen naar het digitale mediagebruik van hun kinderen.

Het onderzoek peilde naar het mediagebruik van kinderen, de rol van de ouders daarbij en het (voor)leesgedrag uit papieren of digitale boeken. De wetenschappers vonden dat 4 op de 10 kinderen voor hun derde verjaardag met een tablet aan de slag gaan. Voor hun zesde verjaardag kent 79% van de kinderen de tablet. Dit toestel is daarmee veruit het populairste digitale medium, smartphone (53%) en laptop (48%) vullen de top 3 aan.

65% van de kleuters gebruikt de digitale media om spelletjes te spelen, 51% kijkt naar filmpjes op YouTube en 48% kleurt plaatjes. Jongens blijken vaker te gamen dan meisjes. De kleuters gebruiken de tablet vooral in het weekend en jongens spelen er ook langer mee dan meisjes. Kinderen uit gezinnen met een lagere sociaal-economische status (SES) besteden beduidend meer tijd aan digitale media, in het weekend tot drie keer meer dan kinderen uit gezinnen met een hogere SES (29% versus 9%).

Professor Van Coillie: “9 op de 10 ouders van wie de kinderen digitale media mogen gebruiken, controleren dit gebruik op één of andere manier. Het gaat dan vooral om welke toestellen het kind gebruikt, hoe lang het ermee bezig mag zijn en wanneer.” Kleuters mogen het vaakst alleen spelen met de tablet (1 op 4 kinderen). Hoe jonger de kinderen, hoe minder ze de digitale media mogen gebruiken en hoe beter ze daarbij worden begeleid door hun ouders.

Wanneer de onderzoekers gingen kijken naar de concurrentie tussen tablet en papier als het gaat om boeken lezen, bleken papieren boeken veruit het populairst. 99% van de kinderen kwam al in contact met papieren boeken, maar slechts 49% las of bekeek ook al eens een digitaal boek. Mariet Raedts: “De kinderen lezen niet alleen minder vaak digitale boeken, ze komen er ook pas veel later mee in contact. De meeste kleuters bekijken tijdens hun eerste levensjaar enkel papieren boeken, een digitaal boek wordt vaak pas na de tweede verjaardag geïntroduceerd.” Van de kinderen die beide varianten kennen, hebben 3 op de 4 een uitgesproken voorkeur voor de papieren boeken. Ouders zien de digitale media vooral als concurrent voor het gewone spelen. “Mijn oudste is bijna verslaafd aan de tablet, terwijl mijn andere kinderen liever buiten spelen”, zegt één van de bevraagde ouders.

Het onderzoek werd gevoerd in samenwerking met Mediawijs, imec en Iedereen Leest. De cijfers vindt u terug in deze infographic. Het volledige rapport vindt u hier.