Truth in advertising: Zeer belangrijk voor het onderwijs!

Blogcollectief Onderzoek Onderwijs

Als je iets onderzocht hebt als wetenschapper en jij, jouw universiteit, de geldverstrekker of alle drie tezamen de aandacht van anderen willen trekken over de uitkomsten, dan is het normaal dat een of meer van de partijen een persbericht opstelt. Dit bericht is natuurlijk het liefst voorzien van een sexy, eye-catching titel. Hier is m.i. helemaal niets mis mee, mits de kop klopt! Ionica Smeets, wetenschapsjournaliste (o.a. NRC) en hoogleraar wetenschapscommunicatie aan de Universiteit Leiden maakt in haar oratie “Enige beschouwingen over de waarde der wetenschapscommunicatie” duidelijk dat wetenschapsjournalistiek zeer belangrijk is voor wetenschapper, universiteit, geldverstrekker én maatschappij. Maar zij waarschuwt ons ook. Het kan fout gaan (zij stelt zelfs: “De journalisten snappen er niets van”) en deze fouten kunnen soms vervelende gevolgen hebben. Berucht zijn de artikelen die wij bijna dagelijks in de kranten en tijdschriften zien over diëten en de dieetadviezen die bijna uitsluitend geschreven…

View original post 953 woorden meer

Ik vertik het!

Ik vertik het om de moed te verliezen, maar het is moeilijk.

Ik vertik het niet naar de Gentse Feesten te gaan die vandaag beginnen.

Ik vertik het niet naar Frankrijk te gaan, laten we het land niet een zoveelste tik geven.

Het is zo dat 1 idioot ongelooflijk veel doden kan maken met een vrachtwagen als moordwapen.

Het is zo dat als ik vorige week Werchter verliet, dat ik – eenmaal uit de ‘veilige zone’ even dacht hier zou vanalles kunnen misgaan.

Het is zo dat ik een rare kriebel in mijn buik had toen zondag mijn oudste zoon naar Brussel vertrok op kamp. Je weet wel, Brussel…

Gelukkig won de ratio.

Want ik wil niet bang zijn, maar het is moeilijk.

Ik wil het vertikken.

Voor wie in Nice iemand verloor: ontzettend veel sterkte.

Voor mijn stadsgenoten: een goede Gentse Feesten.

Voor iedereen: wij zijn met veel, veel meer goede mensen dan de terroristen.

In Engeland en Wales hebben vrouwen ouder dan 40 nu vaker baby’s dan vrouwen onder 20

Voor de eerste keer in de 70 jaar sinds de jaren 40 wordt, krijgen meer vrouwen ouder dan 40 baby’s dan vrouwen onder 20. Dit past in een trend die we in heel veel landen zien, namelijk dat tienerzwangerschappen steeds vaker uitzonderlijk worden.

In de UK is zo het aantal tienerzwangerschappen per 1000 tieners sinds 1990 meer dan gehalveerd van 33 naar 14,5. Tegelijkertijd plus minus verdriedubbelde het aantal zwangerschappen van vrouwen ouder dan 40 van 5,3 op 1000 naar 14,5 op 1000.

De gemiddelde leeftijd van de eerste zwangerschap verhoogt hierdoor tot boven de 30 in Engeland en Wales.

(bron BBC)

Kleine frustratie in tijden van Netflix, Yelo, enz.

Nee, dit wordt niet een vroeger was het beter blogpost, maar de voorbije weken botste ik op een kleine frustratie in deze tijden van Netflix, Yelo en andere streamingdiensten, zeker nu de laatste videotheken sluiten: we raken de toegang tot een deel van ons filmgeheugen kwijt. Of beter: we zijn overgeleverd aan de keuzes van enkelen als het over makkelijke toegang tot een collectief filmarchief gaat.

2 concrete voorbeelden:

  • Mijn jongens zijn nogal wild van het liedje Convoy uit de jaren 70. Ooit ontdekten ze deze song in mijn iTunes-bibliotheek en het werd herdoopt in het Cowboy-lied. De song was de inspiratie voor een gelijknamige film waarvan ik als tiener de VHS-tape zowat heb stukgekeken. Ik wou de film herbekijken, maar dit bleek niet evident op legale wijze. Via streamingdiensten alvast geen succes, kan hem wel via de iTunes-store kopen of huren (maar zonder Nederlandstalige ondertitels).
  • Vandaag deelde een kennis op Facebook een compilatie uit de Pink Panther films. Voor alle duidelijkheid: de originele met de legendarische Peter Sellers en niet de ietwat duffe remakes met Steve Martin. Perfecte films voor op een druilerige herfstzomernamiddag. Maar terug ontdek je al snel hoe beperkt het aanbod is van de streamingsdiensten (en terug wel de mogelijkheid via iTunes).

Voor de opkomst van de videotheken was het sowieso kijken wat de tv schaft, maar in de jaren 90 en bij het begin van deze eeuw kon je zeker in de stad de grootste filmklassiekers makkelijk te pakken krijgen. Zo kon ik mijn vrouw in spe bvb ooit de fantastische films Adam’s Rib of Roman Holiday tonen. Films die voor Netflix of Telenet (de streamingdiensten waar ik toegang tot heb) niet interessant zijn. Wellicht omdat ik maar een van de weinige freaks ben die deze films nog wil zien. iTunes scoort beter, maar het bedrag loopt op en ook dit aanbod is zeer zeker niet sluitend.

We hebben het vaak over beperkt aanbod als het gaat over muziek met songs die enkel op Spotify, Tidal,… staan of net niet op die media staan. Deze streamingaanbieders zijn heel slim in hoe ze je navigeren naar wat ze wel in hun aanbod hebben, om zo te verhullen wat ze allemaal niet hebben.

Een dergelijk uitgebreid archief is wellicht ook niet commercieel rendabel, maar net tegelijk daardoor zie ik een belangrijke rol voor bvb bibliotheken: een collectief aanboorbaar geheugen.

PISA in Focus over de digitale kloof: toegang tot internet is niet genoeg

In de meest recente PISA in Focus ligt de – euh – focus deze keer op de digitale kloof, en wat blijkt: omdat wat men online doet is sociaal bepaald en dus is toegang niet het wondermiddel:

  • Even when all students, including the most disadvantaged, have easy access to the Internet, a digital divide, based on socio-economic status, still persists in how students use technology.
  • In the five Nordic countries, as well as in Hong Kong-China, the Netherlands and Switzerland, over 98% of disadvantaged students have access to the Internet at home. By contrast, in some low- and middle-income countries, many disadvantaged students have access to the Internet only at school, if at all.
  • In 2012, disadvantaged students spent at least as much time on line as advantaged students, on average across OECD countries. In 21 out of 42 countries and economies, disadvantaged students spent more time on line than advantaged students.
  • In all countries/economies, what students do with computers, from using e-mail to reading news on the Internet, is related to students’ socio-economic status. Advantaged students are more likely than disadvantaged students to search for information or read news on line. Disadvantaged students, on the other hand, tend to use the Internet to chat or play videogames at least as often as advantaged students do.

De conclusie:

Disadvantaged students in low- and middle-income countries have fewer opportunities to access the Internet than advantaged students. Reducing this gap is important, but the experience of high-income countries shows that inequalities in the ability to learn using digital tools persist even when all students have easy access to the Internet. Ensuring that every child attains a baseline level of pro ciency in reading will do more to create equal opportunities in a digital world than will expanding or subsidising access

to high-tech devices and services.

Een goedkoop wondermiddel om de onderwijskloof te dichten?

Wondermiddelen in onderwijs doen me altijd argwanend opkijken, zelfs als ik ze ontdek via Daniel Willingham, maar dit onderzoek van Yeager et al, (2016) lijkt het wel te zijn: via een kleine ingreep leerlingen uit zwakkere milieus beter laten presteren aan de universiteit.

Wat houdt deze ingreep dan wel in? Alle deelnemende studenten kregen een online taak van 30 minuten en werden verdeeld over 3 mogelijke groepen:

  • Groep 1 kreeg een social belonging conditie waarbij uitgelegd werd dat je niet op je plaats voelen aan de universiteit normaal is en dat de meeste studenten uiteindelijk wel vrienden maakten en slaagden.
  • Groep 2 kreeg de growth mindset conditie (zie Dweck) waarbij duidelijk gemaakt wordt dat intelligentie kneedbaar is en dat je kan slagen als student met de nodig inspanning. Dit werd aangevuld met enkele effectieve strategieën.
  • De derde groep kreeg zowel de social belonging als de growth mindset conditie.

Elke groep werd opgedragen een essay te schrijven over de informatie ze hadden gelezen en hoe dit toepasbaar was op zichzelf. Dit is om de informatie vast te zetten en hen te helpen inbeelden hoe het bruikbaar is voor hun eigen ervaring.

Het experiment gebeurde 2 keer, namelijk een eerste keer onder studenten die naar een publieke universiteit zouden gaan (waar je makkelijk toegelaten wordt) en wat blijkt: de tweede en derde aanpak is effectief:

Bij een tweede experiment werd gekeken naar studenten die naar een duurdere privé-universiteit zouden gaan en werd gekeken naar studenten die wel een van de interventies kregen, versus studenten zonder interventie als controlegroep:

Wat blijkt: studenten uit begoede milieus merken geen effect van de ingreep, maar bij de studenten uit zwakker milieus is er een duidelijke winst en wordt de kloof met 30-40% gedicht. Ook belangrijk: de studenten werden ook verder bevraagd tijdens hun studies en de resultaten hier tonen dat de studenten van zwakkere sociale achtergrond met de interventie niet enkel beter presteerden, maar ook beter vrienden maakten en zich beter voelden aan de universiteit.

Maar… nog ietsje meer dan Daniel Willingham wil ik voor voorzichtigheid pleiten. Er is meer onderzoek nodig, het onderzoek smeekt om replicatie. Het is ook onduidelijk in welke mate dit transfereerbaar is naar onderwijssystemen zoals in Vlaanderen of Nederland waar toegang tot universiteiten anders georganiseerd is.

Maar tegelijk: misschien een mooi experiment om in Vlaanderen aan de oriënterende toelatingsproef te koppelen.

Speel met Pokemon in ruil voor wat?

Er is een bekende regel die veel mensen te vaak lijken te vergeten: als iets gratis is, dan ben jij meestal het product. De nieuwste rage vandaag heet Pokemon Go en is zowat de doorbraak van augmented reality naar het grote publiek met een snuifje geocaching:

Het spel is officieel nog niet in ons land verkrijgbaar, maar als ik naar mijn tijdlijnen op sociale media kijk, dan vinden mensen massaal de nodige omwegen om Pikachu en co te pakken te krijgen. Het spel is gratis (met optie om ook in-app toevoegingen te kopen), dus geldt de regel?

Wat geef je allemaal in ruil? Buzzfeed vat samen:

According to the Pokémon Go privacy policy, Niantic may collect — among other things — your email address, IP address, the web page you were using before logging into Pokémon Go, your username, and your location. And if you use your Google account for sign-in and use an iOS device, unless you specifically revoke it, Niantic has access to your entire Google account. That means Niantic has read and write access to your email, Google Drive docs, and more. (It also means that if the Niantic servers are hacked, whoever hacked the servers would potentially have access to your entire Google account. And you can bet the game’s extreme popularity has made it a target for hackers. Given the number of children playing the game, that’s a scary thought.) You can check what kind of access Niantic has to your Google account here.

It also may share this information with other parties, including the Pokémon Company that co-developed the game, “third-party service providers,” and “third parties” to conduct “research and analysis, demographic profiling, and other similar purposes.” It also, per the policy, may share any information it collects with law enforcement in response to a legal claim, to protect its own interests, or stop “illegal, unethical, or legally actionable activity.”

En in feite krijgt een klein bedrijf met stevige roots in Silicon Valley (oa Google Maps gaat terug tot bij een voorloper van dit bedrijf) zeer gedetailleerde informatie over je leven en waar je zoal beweegt. Nu het succes zo groot is dat men verwacht dat het aantal spelers binnenkort groter is dan het aantal actieve Twitter-gebruikers en nu er steeds meer journalisten en bloggers vallen over de privacy of beter het complete gebrek daaraan, komt er wel een reactie van het bedrijf:

We recently discovered that the Pokémon GO account creation process on iOS erroneously requests full access permission for the user’s Google account. However, Pokémon GO only accesses basic Google profile information (specifically, your User ID and email address) and no other Google account information is or has been accessed or collected.

Once we became aware of this error, we began working on a client-side fix to request permission for only basic Google profile information, in line with the data that we actually access. Google has verified that no other information has been received or accessed by Pokémon GO or Niantic.

Google will soon reduce Pokémon GO’s permission to only the basic profile data that Pokémon GO needs, and users do not need to take any actions themselves.

Oops foutje. Kan gebeuren. Het is ondertussen wel niet duidelijk hoe men met de informatie zal omgaan die men wel zal blijven verzamelen en vooral in welke mate ze deze zullen delen met moederhuis Alfabet (het vroegere Google) en Nintendo…