Wat moet in de eindtermen volgens de Vlaamse scholieren? (overzicht met beetje commentaar)

Net bekend gemaakt, er is een nieuw rapport van de Vlaamse scholierenkoepel over de eindtermen. De aanbevelingen gebeuren op basis van een bevraging van 17000 Vlaamse leerlingen.

Een overzicht in 6 thema’s:

We nemen jullie in vogelvlucht door de 6 thema’s waaronder we alle antwoorden konden bundelen. In het volledige rapport gaan we dieper in detail op elk thema en en formuleren we ook nog een aantal voorwaarden waaraan sterke eindtermen moeten voldoen.

Gezond en wel

Het belang van een gezond lichaam ondervinden leerlingen het liefst letterlijk en figuurlijk ‘aan den lijve’. Gezondheid kan dus niet zomaar een afgebakend, af te vinken puntje in het leerplan zijn. Werken aan dit thema laat zich ook niet begrenzen door de muren van het klaslokaal. Het moet terug te vinden zijn in de hele schoolcultuur.

Mentaal in evenwicht

Een burn-out wordt in deze tijd bijna iets alledaags. Jongeren zien de oudere generaties bezwijken onder de werkdruk en merken dat zelfs klasgenoten soms een tijdje uitvallen omdat het hen te veel wordt. De stress en de prestatiedruk bij het vele schoolwerk en talrijke evaluatiemomenten vallen niet te onderschatten. Stress die bovendien niet stopt aan de schoolpoort, maar de leerlingen via digitale leerplatformen als Smartschool ook achtervolgt naar huis. De schrik om te falen zit diep. Jongeren zien dan ook een taak weggelegd voor hun leerkrachten en het onderwijs in het algemeen om hen op dat vlak de nodige ondersteuning te bieden.

Eigen kracht

‘Talent’ is een woord dat vaak gebruikt wordt in de onderwijswereld, maar in de praktijk krijgen scholieren te weinig de kans om hun eigen sterktes te ontdekken. Schoolslogans als ‘Wees wie je bent’, ‘Elk talent telt’ of ‘Doorbreek je grenzen’ zijn inhoudloos als ze enkel op papier bestaan. In de realiteit worden leerlingen vaak in dezelfde vaste mal geduwd, waardoor ze te weinig succeservaringen beleven. Regelmatig het gevoel ervaren dat iets lukt, is nochtans een prima motivator. Zo blijven scholieren zin hebben om te groeien, bij te leren en zichzelf te verbeteren.

Klaar voor het leven na het middelbaar

De duidelijke boodschap die we overal hebben gehoord is dat scholieren op eigen benen willen kunnen staan. Veel ondervraagde leerlingen geven aan dat ze bepaalde basisvaardigheden om te overleven missen. Ze weten perfect hoe warm het soms kan worden in de tropen, maar niet op welke temperatuur je de was moet doen. Ze kunnen vierkantswortels trekken, maar geen worteltjes koken. Ze vullen blindelings een matrix in, maar weten niet hoe te beginnen aan een belastingsbrief. Echt klaargestoomd voor de toekomst voel je je op die manier niet wanneer je je diploma in de hand hebt. ‘Waarom is dit nuttig?’ is een eenvoudige vraag die bij het opstellen van de eindtermen altijd in het achterhoofd gehouden moet worden.

Verbonden met elkaar

Op een school komen leerlingen met verschillende karakters, leeftijden, gender, achtergronden en interesses bij elkaar. Een kleine versie van de diverse samenleving als het ware, en op die manier een ideaal laboratorium om te leren omgaan met verschillen. Maar tegelijkertijd krijg je ook een broeihaard van hormonen, kriebels en gevoelens als je een bende tieners bij elkaar zet. Scholieren vragen daarom ook speciale aandacht voor romantische relaties en alles wat daarbij komt kijken.

Met beide voeten in de wereld

Leerlingen zijn niet enkel op zoek naar zichzelf in relatie met anderen, maar ook in relatie met de hele wereld. ‘Waarom denk ik zo en mijn buurman anders?’ ‘Hoe passen mijn eigen acties binnen grote actuele thema’s?’ ‘Hoe word ik een goed geïnformeerde wereldburger?’ Jongeren willen kritisch kunnen denken en beslissen en vragen daarvoor hulp aan het onderwijs.

Eerst en vooral zijn de jongeren duidelijk kinderen van hun tijd (zie bijvoorbeeld burnout) maar wat mij opvalt in het lijstje is het standpunt dat de jongeren innemen in een oud spanningsveld. Veel van wat hierboven staat, hoort bij de privé-sfeer en zou in een andere tijd misschien zelfs eerder bij het gezin of de familie geplaatst worden. De discussie wat de taak van ouders is en wat de taak van onderwijs, is inherent aan onderwijsdiscussies. Je zou zelfs te kort door de bocht kunnen stellen dat onderwijs in het leven is geroepen toen de opvoeding van ouders niet meer kon voldoen aan de samenleving. Maar ik kan me inbeelden dat sommige van de voorstellen deze discussie nieuwe voeding kunnen geven. In dit laatste is de pun intended, omdat bijvoorbeeld gezonde voeding aanleren op school in de UK een hot issue is geweest (met mogelijk zelfs onverwachte effecten) terwijl in Nederland er ook wel pleidooien zijn, maar ook tegengeluiden.

Nog 2 extra bedenkingen:

  • Bij het punt ‘Eigen kracht’ komen de scholieren op het randje van wat met eindtermen mogelijk is en waar de schoolautonomie begint.
  • Bij het laatste punt ‘met beiden voeten in de wereld’, kan een mooie denkoefening zijn, welke (vak)kennis hier bij nodig is.

Overzicht onderwijsnieuws: leerkrachten als helden betalen zelf bijscholing

Het is een traditie geworden dat ik bij het begin van het schooljaar overzichtjes post met de belangrijkste nieuwsberichten die nu massaal in de kranten komen.

  • Het voorbije weekend stond minister Crevits al in verschillende kranten. Zo wil ze ‘rotte appels’ makkelijker kunnen ontslaan en wil ze burgerschap in de vakgebonden eindtermen. Dat laatste deed me wel wat opkijken, omdat de vakgebonden eindtermen net afgeschaft zouden worden, iets wat de woordvoerder van Crevits dit weekend me nog bevestigde.
  • Zowel in Humo als in een paar kranten kwamen ook de meer onzekere kanten van het leraarschap in beeld als opstapje naar het komende loopbaandebat.
  • Zonder linkjes want (nog) niet online, maar zowel De Morgen als het Nieuwsblad hadden het zelfde idee om een reeks te maken rond leerkrachten. In de Morgen verschijnt vandaag deel 2 van Meesterwerken, in het Nieuwsblad heet de reeks ‘De Kracht van de Leerkracht’.
  • Maar die leerkracht moet zelf dieper in de buidel tasten voor bijscholing. Een besparing die ogenschijnlijk niet fijn is, maar die grotere gevolgen heeft: degelijke professionalisering wordt door oa John Hattie gelinkt aan grotere leereffecten.
  • De Tijd keek dan weer naar een andere rekening: de schoolfactuur.
  • In het Belang van Limburg gaat het dan weer over een plan van de Scholengroep Midden-Limburg om de basisschool met 2 jaar te verlengen, of beter om naar een systeem van 3 maal 4 jaar te gaan in plaats van 2 maal 6 jaar (zoals vandaag met het lager en secundair onderwijs). Hiervoor zit in het masterplan ook een mogelijke opstap (de laatste 2 jaar worden al wat meer secundair onderwijs met aparte leermeesters Frans, technologie,…), maar hier zou het ook een stuk ingegeven zijn door praktische noodzaak met afgelegen basisscholen.

Wedden dat er morgen meer nieuws is?

Persbericht NRO: Tekster leert basisscholieren beter schrijven

Een nieuw dubbelpromotieonderzoek (wat een woord) en persbericht van het NRO:

Aan het eind van de basisschool is slechts 30% van de leerlingen in staat om een boodschap schriftelijk goed over te brengen. Om dit te verbeteren hebben Monica Koster enRenske Bouwer (Utrecht Institute of Linguistics OTS) de lesmethode Tekster ontwikkeld, in het kader van hun gezamenlijke promotieonderzoek. Al na 4 maanden onderwijs met Tekster gaan leerlingen maar liefst 1,5 leerjaar vooruit. Dat blijkt uit het onderzoek dat Bouwer en Koster de afgelopen vier jaar uitvoerden met 144 leerkrachten en bijna 3000 leerlingen, en dat ze op 2 september verdedigen in een dubbelpromotie bij de faculteit Geesteswetenschappen.

Om goed te kunnen functioneren in de maatschappij is het cruciaal dat kinderen al op jonge leeftijd leren om zich schriftelijk duidelijk uit te drukken. Toch richt het taalonderwijs op de basisschool zich voornamelijk op lezen, woordenschat en spelling, en minder op schrijven. Docenten zijn vaak ook minder goed toegerust om schrijfonderwijs te geven. Bouwer en Koster willen hier met Tekster verandering in brengen. De methode omvat functionele en motiverende schrijflessen, instrumenten voor het toetsen en beoordelen en scholing voor docenten. Dit blijkt goed aan te slaan in de praktijk: zowel leerlingen als docenten vinden het plezierig om met Tekster te werken.

Schrijven met dieren

De kern van Tekster is een schrijfstrategie waarmee leerlingen op een speelse manier een stapsgewijze aanpak leren. Dat gebeurt aan de hand van drie dieren: de VOS voor groep 6, de DODO voor groep 7 en de EKSTER voor groep 8. De dierennamen zijn acroniemen: de letters staan voor de stapjes in het schrijfproces. VOS staat bijvoorbeeld voor Verzinnen – Ordenen – Schrijven. Met VOS leren leerlingen dus dat ze niet zomaar moeten beginnen met schrijven, maar dat ze eerst ideeën moeten verzinnen en deze logisch moeten ordenen. In groep 7 en 8 is er ook aandacht voor het teruglezen, evalueren en zonodig reviseren van teksten.

Effectief

Om een effectieve lesmethode te ontwikkelen, verrichtten Bouwer en Koster literatuuronderzoek naar wat schrijfonderwijs succesvol maakt. Ze concludeerden uit hun analyse van eerdere studies dat doelen stellen, instructie over schrijfstrategieën en tekststructuur, feedback en interactie tussen leerlingen tijdens het schrijven de schrijfvaardigheid bevorderen. Al deze elementen zijn verwerkt in Tekster.

De methode is getest in twee grootschalige experimenten, waarbij in totaal 144 leerkrachten en bijna 3000 leerlingen van 52 basisscholen met Tekster werkten. Na 4 maanden waren de schrijfprestaties van de leerlingen met 1,5 leerjaar vooruitgegaan. De toevoeging van scholing voor docenten zorgde ervoor dat zij zich beter toegerust voelden om schrijfonderwijs te geven.

Voordelen voor leerlingen en docenten

De stapsgewijze aanpak van Tekster blijkt leerlingen veel houvast te bieden bij het schrijven van verschillende soorten teksten, uiteenlopend van een uitnodiging en een spannend verhaal tot spelregels voor een zelfbedacht spel. Verder vinden leerlingen het leuk dat ze veel mogen samenwerken tijdens het schrijven. Door hun teksten te bespreken met klasgenoten ervaren ze dat schrijven een functie heeft: “Met mijn spelregels kunnen mijn vriendjes een nieuw spel spelen!”

Docenten zijn erg te spreken over de variatie in schrijfopdrachten en de gestructureerde aanpak van Tekster. De lessen vergen niet veel voorbereidingstijd: met het stappenplan kunnen ze hun leerlingen al in 10 minuten aan het werk zetten.

Aan de slag met Tekster

Diverse scholen gaan in het schooljaar 2016-2017 met Tekster aan de slag. De onderzoekers zijn namelijk met het programma de markt op gegaan, met steun van UtrechtInc, start-up incubator van de Universiteit Utrecht): de lesmethode is nu te bestellen via info@tekster.nl. Naast de lesmethode bieden Renske Bouwer en Monica Koster ook een volledig toets- en beoordelingsprogramma aan en masterclasses voor leerkrachten om nog beter schrijfonderwijs te geven. In de toekomst wordt Tekster uitgebreid met een versie voor klas 1 en 2 van het voortgezet onderwijs.

In 2015 ontving Tekster een eervolle vermelding bij de uitreiking van de NRO-VOR Praktijkprijs.

“Sorry voor de voorbije twintig jaar aan onderwijshervormingen”

Zweden is een boeiend onderwijsland om te volgen. Ik deelde al eerder de presentatie van Per Kornhall waarin hij met veel data en als een ware thriller beschrijft hoe enkele maatregelen het vaak geroemde onderwijssysteem behoorlijk naar de haaien heeft geholpen.

Maar gisteren kreeg ik van Zweedse vrienden een nieuwe, opvallende Zweedse onderwijsepisode in de mailbox. Jonas Linderoth is een invloedrijke professor onderwijskunde die nu vriend en vijand heeft verrast met een boodschap die je niet anders kan samenvatten als “sorry voor wat ik het onderwijs heb aangedaan de voorbije 20 jaar”. Dit artikel maakt ondertussen behoorlijk wat reacties los: hij heeft het namelijk niet enkel over de hervormingen waar Per Kornhall over sprak in zijn presentatie, maar ook over het ondermijnen van onderwijs an sich. Hij linkt het stijgende lerarentekort – ook in Zweden – aan het te centraal stellen van het natuurlijk leren van de leerling waarbij een leidinggevende leerkracht nog net niet werd weggezet als een machtsgeile, sadistische Caligula (zijn woorden). Vandaag huivert de man echter bij wat volgens hem een simplistische en populistische boodschap was die in de praktijk niet werkt en haaks staat op wat de wetenschap toont.

De reacties op deze publieke excuses zijn opvallend omdat ze hem niet per se ongelijk geven, maar wel omdat Linderoth de invloed van de wetenschap op onderwijs zwaar overschat: alsof leerkrachten als makke schapen deze ideologie hebben gevolgd?

Ik heb me lopen afvragen wat het equivalent zou zijn van een dergelijke excuus in ons taalgebied. Het komt in de buurt van wat in Nederland de commissie Dijselbloem teweegbracht enkele jaren geleden.

Leren leerlingen meer van aantrekkelijke leerkrachten?

Het lijkt op het eerste gezicht een beetje vergezocht, maar een nieuwe paper onderzocht de vraag of leerlingen meer leren van aantrekkelijke leerkrachten. Richard Westfall en zijn collega’s aan de universiteit van Nevada vroegen 100 studenten naar een opname te luisteren van 20 minuten les. Ze gebruikten hiervoor 2 versies: met een mannelijke en een vrouwelijke docent. Terwijl de studenten de opname beluisterden, kregen ze een foto te zien van de ‘lesgever’, waarbij een deel een zeer aantrekkelijk docent te zien kregen, en een andere groep een onaantrekkelijke docent te zien kregen. De studenten kregen te horen dat het onderzoek ging over doceerstijlen en mochten geen notities maken.

Vervolgens kregen de studenten een meerkeuzetest over de leerstof, waarbij de groep die een aantrekkelijke leerkracht te zien kreeg beter scoorde dan wie een minder aantrekkelijke foto zag. Het verschil was significant maar niet echt groot: de groep met een aantrekkelijke docent scoorde gemiddelde 18.27 antwoorden juist tegenover 16.68 correct bij de groep die een minder aantrekkelijke docent te zien kreeg. Besef wel: ze kregen exact de zelfde uitleg op exact de zelfde manier, enkel de foto verschilde.

Wat ook opviel, was dat de studenten die een foto van een aantrekkelijke docent(e) zagen, deze hoger inschatten qua lesgeven, gezondheid en intelligentie en dat ze gemiddeld het gemakkelijker vonden om op te letten. Gender van de docent of student maakte weinig uit.

Er zijn wel wat bedenkingen te maken bij het onderzoek. Ten eerste is de steekproef hier echt wel behoorlijk klein en ten tweede ging men voor uitgesproken verschillen in aantrekkelijkheid, de optie ‘gewoon’ qua aantrekkelijk ontbrak. De onderzoekers roepen daarom ook op voor meer onderzoek.

Oja en ten derde: het effect is te klein om bij de nieuw te ontwerpen toelatingsproef aantrekkelijkheid als criterium op te nemen🙂.

Abstract van het onderzoek, gevonden via BPS Digest:

Although a considerable body of research has examined the impact of student attractiveness on instructors, little attention has been given to the influence of instructor attractiveness on students. This study tested the hypothesis that persons would perform significantly better on a learning task when they perceived their instructor to be high in physical attractiveness. To test the hypothesis, participants listened to an audio lecture while viewing a photograph of instructor. The photograph depicted either a physically attractive instructor or a less attractive instructor. Following the lecture, participants completed a forced choice recognition task covering material from the lecture. Consistent with the predictions; attractive instructors were associated with more learning. Finally, we replicated previous findings demonstrating the role attractiveness plays in person perception.

Wat je best zegt als je een startende leerkracht of een student in een lerarenopleiding ziet…

De media gaan stilaan in onderwijsmodus in Vlaanderen en draaien al op volle toeren in Nederland. Ik wou een stukje schrijven hoe ik me erger hoe er weer af en toe over leerkrachten gesproken wordt, soms onderhuids soms openlijk. Ik erger me omdat ik dan zie hoe de volgende dag het moreel bij mijn studenten weer een pak is gedaald. En ondertussen dalen de cijfers in de opleiding gestaag, terwijl een lerarentekort een meer dan reële dreiging is.

Maar ik wil positief zijn, en dus deze tekst als alternatief: wat je best zegt als je een startende leerkracht of student in een lerarenopleiding ontmoet:

Bedankt dat je dit doet, we hebben je nodig.

En als je wat meer tijd hebt? Dan mag je gerust dit ook zeggen:

Ik weet dat je soms vragen krijgt of je niks beter kon vinden,
terwijl het een van de mooiste beroepen is die er bestaat:
kinderen oppikken in hun wereld en dan die wereld openbreken.
Ik ben jaloers dat jij het wonder van het schrijven van een eerste woord mag zien,
of letterlijk op het gezicht van een kind mag zien hoe het plots een inzicht krijgt.

Ik weet dat mensen over vakantie zullen beginnen,
terwijl je gewoon je overuren opneemt.

Ik weet dat mensen zullen zeggen dat het een tweede of derde keuze voor je was
(wat meestal niet zo is, trouwens),
maar elke goede leerkracht is welkom.

Bedankt dat je onze kinderen zult troosten, helpen én terechtwijzen.

Ik zal als ouder kritisch zijn, maar niet blind de kant van mijn kind kiezen,
horen wat je zegt en gemaakte keuzes proberen te begrijpen,
en samen komen we er dan wel uit.

Bedankt dat jij het wil doen. Ga ervoor!

Ik wou dat meer mensen deze keuze maakten.

En voor iedereen die iets dergelijks van mij of mijn collega-lerarenopleiders wil horen, je kan je nog inschrijven voor de lerarenopleiding. Weet dat we de lat hoog leggen voor we je op kinderen loslaten, maar je zou zelf niet minder willen als leerkracht.

Beste studenten, tot in september!