2 manieren om je leerlingen en studenten betere notities te laten maken

In dit onderzoek experimenteerden Dung Bui en Mark McDaniel met het mogelijks verbeteren van hoe leerlingen notities nemen. In een les met 144 studenten over automechanica werden er random 3 groepen gemaakt:

  • 1 groep kreeg een structuurblad van de les
  • 1 groep kreeg schema’s van de stukken van de wagen waarover de les zou gaan met daarop de belangrijkste punten benoemd
  • 1 groep kreeg als controlegroep… een wit blad.

Na dit deel van de les moesten alle studenten hun papieren afgeven en werden ze gedurende een half uur afgeleid met een woordtest (die niks ter zake deed) en vervolgens werden de studenten op de al dan niet nieuw verworven kennis van automechanica getest. Eerst door “free recall”, schrijf alles op wat je nog van het eerste lesdeel weet, vervolgens door een reeks van vragen en ten slotte een tekstanalyse test (om te kijken hoe goed ze structuur en informatie uit een tekst kunnen halen).

Zeer opvallende resultaten:

  • los van hoe sterk een student was, bleken alle studenten met structuurblad beter te scoren op de ‘free recall’.
  • Sterke studenten met structuurblad deden het beter op de vragen, echter zwakkere studenten hadden hier geen voordeel bij.
  • Sterke én zwakke studenten hadden wel duidelijk voordeel van de schema’s.

Dit experiment werd gedaan bij een technisch vak, waardoor we niet met zekerheid kunnen zeggen of dit voor andere vakken een gelijkaardig effect kan hebben.

Abstract van het onderzoek:

The current study examined the effects of providing learning aids during a lecture on later test performance, and its relationship to structure-building ability. Before taking notes on an audio lecture, participants were either given a skeletal outline, an illustrative diagram, or no learning aid at all. After the lecture, participants were given a free recall test and a short-answer test that probed understanding of target concepts (requiring explanation). For low-ability structure builders, outlines improved free recall but not short-answer performance compared to the no-aid control condition. By contrast, providing high-ability structure builders with outlines improved free recall and short-answer performance (relative to the control). An illustrative diagram improved free recall and short-answer performance compared to the control condition, regardless of structure-building ability. Thus, these aids are generally useful for improving learning while listening to a lecture. Implications for the more specific enhancement patterns for low-ability structure builders are discussed.

 

Drones zijn niet autonoom, net als straaljagers (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

In Star Wars hebben robots agency. C3PO en R2D2 doen wel wat hen wordt opgedragen, maar ze hebben ook een eigen wil. Ze zijn geantropomorfiseerd: we kennen ze menselijke kwaliteiten toe. In het universum van Star Wars is dat heel normaal. Klonen en droids opereren er autonoom. In de Terminator-franchise worden we gewaarschuwd voor technologie die zelfbewust wordt. Ook daarin zijn de machines zelfstandig handelend. Mensen zijn niet meer nodig.

Apparaten en robots in onze tijd zijn dat niet. Toch worden drones op eenzelfde manier voorgesteld. We maken een onderscheid tussen de drone en de mens die hem bedient. Zo hoeft die mens geen verantwoordelijkheid te nemen voor wat hij de drone laat doen. In het ergste geval, bij het Amerikaanse leger, is dat mensen vermoorden.

Socioloog Nathan Jurgenson hekelt de scheiding tussen echt en virtueel. Hij noemt dit digitaal dualisme: cyberspace wordt voorgesteld als een fundamenteel andere wereld dan de ‘echte’. Hij bekritiseert dit idee, omdat volgens hem het web geworteld is in bestaande lichamen, ruimtes en politiek. Vergelijkbaar schrijft hij nu over drones. Met drones maken we een verdere scheiding tussen het digitale en het vleselijke, waarbij we makkelijk kunnen doen alsof de drone niet bestuurd wordt, alsof de ‘acties’ van de drone niet de verantwoordelijkheid zijn van menselijke beleidsmakers.

“Too stuck in the idea that agentic intentionality is frozen in time and space, we often anthropomorphize the drone simply because the pilot’s physical body isn’t inside of it. We sometimes hear reports that a drone fired missiles in a way that we don’t describe a fighter jet firing its own missiles. The drone and fighter pilots are equally near the trigger and equally “near” that which is being shot. Indeed, the many hours of intimate video surveillance that the drone pilots watch might bring them even closer to the battlefield than the fighter pilots who scream past at Mach-whatever. This everyday drone fiction–the “autonomous” and “unmanned” deceits–are obscurant of the reality for those at either end of the drone’s sights.” (bron)

De drone en de straaljager lijken meer op elkaar dan dat ze verschillend zijn. Ze hebben beiden een bestuurder. Jurgenson legt het nader uit aan de hand van de Curiosity, de rover op Mars. Daarover werd zelfs gezegd dat hij selfies nam. Bij de Curiosity is dat allemaal leuk en aardig, maar de drones op aarde doen toch echt andere dingen. Het is daarom beter om niet langer te spreken over ‘onbemande’ drones, maar duidelijk te maken dat mensen erachter zitten en aansprakelijk zijn en blijven.

Welk effect hebben helpende ouders op leren? Hoge verwachtingen meest effect, helpen met huiswerk weinig

Een nieuwe meta-studie bekeek 37 onderzoeken naar het effect van ouders op het leren van hun kinderen die gepubliceerd werden tussen 2000 en 2013 en waarbij men onderzoeken selecteerde die naar effecten keken bij leeftijden tussen kleuterschool en het einde van leerplichtonderwijs.

De onderzoekers kregen zo een overzicht van 108 elementen hoe ouders een rol mee kunnen spelen in het beïnvloeden van de schoolresultaten van hun kinderen.

Als we specifiek kijken naar oudergedrag, dan zien we dat het lijstje van meest naar minst effect er zo uitziet:

  • De verwachtingen van ouders (effect=0.224)
  • Praten met je kinderen over school (effect=0.200)
  • Samen lezen met kinderen (effect=0.168)
  • De opvoedingsstijl (effect=0.130)
  • Helpen met huiswerk (effect=0.024)
  • Ouders die meewerken met schoolactiviteiten (effect=0.010)

Sommige van deze effecten verbazen niet zo, de meerwaarde van voorlezen is zo al langer bekend. Het beperkte effect van helpen met huiswerk kan misschien voor wat input zorgen in het de huiswerkdebat.

Ook opvallend in het onderzoek is dat ze keken voor welke vakgebieden ouders het meest en het minst effect hebben. Hier blijkt dat je met kunstvakken de grootste invloed ziet, vervolgens taal, maar waarbij de invloed voor de andere vakken direct relatief klein wordt (denk aan lezen, wiskunde of een andere taal leren) en waarbij voor wetenschappen het effect van helpende ouders… zelf negatief zou zijn (alhoewel heel beperkt en gebaseerd op slechts 2 studies). Dit ligt trouwens in lijn met het Britse genenonderzoek dat aangaf dat welke vakken het minst erfelijk bepaald waren en welke het meest.

Wil dit zeggen dat je nu niet meer je kind moet helpen met zijn huiswerk? Nee. Behalve misschien met de wetenschapsvakken ;).

Mooi: Britse speelgoedmaker maakt niet-perfecte poppen

Een pop met een kruk, een pop met een vlek, binnenkort een pop in een rolstoel, het zijn enkele van de voorbeelden van nieuwe poppen die Makies, een Britse speelgoedfabrikant, maakt naar aanleiding van een campagne op sociale media, Toy Like Me, waarin gepleit wordt voor meer diverse poppen.

Dit was een deel van de campagne:

Dit worden de poppen:

Bron Mashable.

Teaching in focus: hoe worden leerkrachten ondersteund wereldwijd?

Na een nieuwe PISA in Focus nu ook een nieuw focus-rapport gebaseerd op het TALIS-onderzoek, deze keer specifiek over hoe {startende) leerkrachten ondersteund worden in de deelnemende OESO-landen met enkele opvallende vaststellingen:

  • In many countries, less experienced teachers (those with less than five years’ teaching experience) are more likely to work in challenging schools and less likely to report confidence in their teaching abilities than more experienced teachers.
  • Most countries have activities in place aimed at preparing teachers for work, such as induction and mentoring programmes.
  • Approximately 44% of teachers work in schools where principals report that all new teachers have access to formal induction programmes; 76% work in schools with access to informal induction; and 22% work in schools that only have programmes for teachers new to teaching.
  • Fewer teachers report participation in induction and mentoring programmes than principals report the existence of such programmes.

Qua het eerste punt, scoort Vlaanderen een triest record (en volgens mij persoonlijk een van de belangrijkste punten waar iets moet aan gedaan worden):

triest

Samengevat voor de deelnemende OESO-landen:

New teachers often face the same, if not more challenging, working environments as more experienced teachers; however, they often lack the professional experience and confidence to easily handle these challenges. Education systems should review their policies for allocating teachers to the more challenging schools, as well as invest in extending access to professional support for new teachers through induction programmes and mentoring activities. Attention also needs to be paid to maximising the participation in such programmes by eliminating barriers and creating incentives for participation.

Ashoka: 4 voorbeelden van inspirerende scholen

Vandaag zit ik terug in de jury van Ashoka, een organisatie die op zoek is naar inspirerende scholen, changemakers.

Dit is een video die de 4 scholen die het vorig jaar haalden (en waarbij, neem van mij aan, de video nog niet half recht doet aan de scholen):