Waarover spraken jongeren met Awel in 2016? Ouders blijft top thema

Vandaag publiceerde Awel (de kinder- en jongerentelefoon) het jaarlijkse overzicht. Dit is het persbericht, met een kleine bedenking van mezelf na het persbericht:

In 2016 voerden de vrijwilligers van Awel 33.253 gesprekken met kinderen en jongeren. Dat is een daling met 5% tegenover 2015, toen vooral de aanslagen in Parijs heel wat vragen opriepen bij de Vlaamse jeugd. Awel zag een duidelijke piek in het aantal oproepen in de weken na 13 november. Hoewel de aanslagen niet veel later in eigen land plaatsgrepen, was het effect op het aantal oproepen in maart 2016 aanzienlijk kleiner en bij de aanslagen in Nice van juli 2016 en in Berlijn van december 2016 zag Awel helemaal geen effect meer in de gesprekken aan de hulplijn. Ook opvallend: waar ‘angst en spanning’ op de zevende plaats staat in de lijst van meest besproken onderwerpen, blijft de relatie tot de ouders sinds jaren op kop staan met een aandeel van 21% van alle gesprekken.

Minder contacten over angst en spanning: gewenning of betere hulpverlening?

Dat de aanslagen in 2016 niet zo’n piek teweeg brachten, kan verschillende oorzaken hebben. Het is denkbaar dat jongeren gewend zijn geraakt aan het voorvallen van aanslagen dicht bij huis. Mogelijk zijn ouders, scholen en leeftijdsgenoten intussen ook beter voorbereid om kinderen en jongeren met vragen hierover op te vangen. Het thema ‘angst en spanning’ was al een vaste gast in de top 10 van gespreksonderwerpen bij Awel voordat aanslagen dichter bij huis voorvielen. We kunnen daarom vermoeden dat het aandeel van de aanslagen in de cijfers niet alleen tijdelijk maar ook beperkt is. Begin 2018 wil Awel hierover uitsluitsel kunnen geven dankzij een grondige studie van gesprekken geregistreerd onder ‘angst en spanning’.

Ouders blijven meest besproken onderwerp

Jongeren liggen nog steeds het vaakst wakker van hun relatie met hun ouders. Jaar na jaar, ook in 2016, is dat het meest besproken thema bij Awel. Bovendien is het aandeel ervan alleen maar toegenomen: één op de vijf gesprekken gaat intussen hierover, bij de chat zelfs bijna één op de drie. Deze gesprekken gaan over conflict tussen ouders, scheiding, niet kunnen praten met ouders en dergelijke meer. Verbinding met elkaar blijkt, ongeacht de situatie, de belangrijkste vereiste voor een goede band. Investeren in het welzijn van gezinnen en het emotioneel welbevinden van kinderen en jongeren moet dan ook een topprioriteit zijn.

Awel ontwikkelde een tool die kinderen en jongeren kan helpen om met hun ouders in gesprek te gaan, deze werd in 2016 door 7241 kinderen en jongeren geraadpleegd. Omdat jongeren ook vaak heel wat steun vinden bij elkaar, lanceert Awel deze zomer een peer-to-peerproject op het interactieve forum waarbij de focus ligt op lotgenotencontact.

Website blijft drukbezocht

Jongeren die zelf geen vraag durven, willen of kunnen indienen, komen ook goed op de website awel.be terecht en lezen er wat Awel en leeftijdsgenoten zeggen. Awel.be telde in 2016 maar liefst 1.736.030 bezoeken, een toename met 7% tegenover vorig jaar.

Lees hier alle cijfers van Awel in 2016 of download het document in bijlage.

De kleine persoonlijke noot: ik denk dat er inderdaad veel is ingezet door oa scholen om kinderen en jongeren de kans te geven om over terreur te spreken. Het kan ook zijn dat deze onderwerpen ook makkelijker met ouders en leerkrachten te bespreken zijn dan bvb ouders zelf.

Een “Facebook” voor kinderen onder de 13… Lego Life

We hebben al veel pogingen gezien, en Lego voegt er een nieuwe poging aan toe: een soort van sociaal netwerk voor kinderen tussen 5 en 13. In dit geval specifiek voor ‘brickheads’.

Deel je eigen creaties, je eigen avatar is een Lego-mannetje, enz.

Volgens The Verge is de app voor iOS en Android ondertussen verkrijgbaar in de VS, de UK, Canada, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en natuurlijk: Denemarken.

En nu hopen dat mijn zonen deze blog nog niet te vaak lezen…

 

Meisjes voelen zich al vanaf 6 jaar minder getalenteerd

Het is een Amerikaans onderzoek bij Amerikaanse meisjes, maar de resultaten zijn behoorlijk alarmerend: zes-jarige meisjes zullen zich minder snel slim noemen dan even oude jongens en meisjes op die leeftijd zullen eerder geneigd zijn opdrachten te mijden voor kinderen die “really, really smart”, heel erg slim zijn.

De onderzoekers, Lin Bian en haar collega’s, deden experimenten zoals een foto waarvan de deelnemers moesten raden welke van 4 kinderen – 2 meisjes en 2 jongens – de beste punten op school behaalden. Ze deden deze experimenten met 5-, 6- en 7-jarigen omdat men weet dat stereotypen rond deze leeftijden beginnen op te duiken. 5-jarigen bleken er geen last van te hebben, vanaf gemiddeld 6 jaar is het wel het geval.

Abstract van het onderzoek:

Common stereotypes associate high-level intellectual ability (brilliance, genius, etc.) with men more than women. These stereotypes discourage women’s pursuit of many prestigious careers; that is, women are underrepresented in fields whose members cherish brilliance (such as physics and philosophy). Here we show that these stereotypes are endorsed by, and influence the interests of, children as young as 6. Specifically, 6-year-old girls are less likely than boys to believe that members of their gender are “really, really smart.” Also at age 6, girls begin to avoid activities said to be for children who are “really, really smart.” These findings suggest that gendered notions of brilliance are acquired early and have an immediate effect on children’s interests.

Het is gedichtendag: bekijk en beluister het gedicht Altijd Overal!

Kreeg net dit bericht binnen:

Ter gelegenheid van Gedichtendag 2017 zet muzikant Tom Kestens (Lalalover) het gedicht ALTIJD OVERAL van Bette Westera op muziek.

Dat onderwijs en cultuur elkaar versterken toont ook de tweejaarlijkse actie Gouden Poëziemedaille en poëziesterren. Poëziecentrum (cultuur) en CANON Cultuurcel (onderwijs) organiseren sinds 2014 zowel een selectie door een professionele jury als een grootse publieksprijs, waarbij meer dan 8000 kinderen in het basisonderwijs stemmen voor hun lievelingsgedicht.

Beide opdrachtgevers vroegen aan ‘Lalalover’ Tom Kestens om het gedicht ALTIJD OVERAL op muziek te zetten. Jan Beddegenoodts maakte de videoclip.

En of ik deze video met jullie wilden delen? Natuurlijk!

Over schermtijd en tieners: het Goldilocks-effect

Er zou volgens onderzoekers een soort van Goldilocks-effect zijn bij de schermtijd van 15-jarigen. Net zoals in het verhaal de porridge niet te heet en niet te koud mocht zijn, is er een soort van sweet spot waarbij een zekere hoeveelheid schermtijd net voor meer welbevinden zorgt, vooraleer het welbevinden afneemt.

En wat zijn dat de sweet spots bij Britse 15-jarigen? Tijdens de week:

  • Playing video games: One hour 40 minutes
  • Using a smartphone: One hour 57 minutes
  • Watching TV and films: Three hours 41 minutes
  • Using computers: Four hours 17 minutes

Eenmaal je boven  deze tijd gaat, neemt het welbevinden af. In het weekend verhoogt dit.

Wel een belangrijke bemerking: dit onderzoek heeft een zeer grote steekproef, maar maakte wel gebruik van zelfrapportering.

Abstract van het onderzoek:

Although the time adolescents spend with digital technologies has sparked widespread concerns that their use might be negatively associated with mental well-being, these potential deleterious influences have not been rigorously studied. Using a preregistered plan for analyzing data collected from a representative sample of English adolescents (n = 120,115), we obtained evidence that the links between digital-screen time and mental well-being are described by quadratic functions. Further, our results showed that these links vary as a function of when digital technologies are used (i.e., weekday vs. weekend), suggesting that a full understanding of the impact of these recreational activities will require examining their functionality among other daily pursuits. Overall, the evidence indicated that moderate use of digital technology is not intrinsically harmful and may be advantageous in a connected world. The findings inform recommendations for limiting adolescents’ technology use and provide a template for conducting rigorous investigations into the relations between digital technology and children’s and adolescents’ health.

Woord van de dag “social scaffolding”, of hoe het tienerbrein misschien anders werkt als mama er is

Opgelet, nu volgt een open deur, namelijk: tieners nemen vaker risico’s dan volwassenen. Wat minder geweten is, maar niet onlogisch is: ze doen dit minder als er een volwassene in de buurt is. Er bestaat hiervoor zelfs een naam: “social scaffolding”. Dit komt er op neer dat het feit dat er een volwassene in de buurt is, het brein in feite meer matuur doet werken.

Nu blijkt dat moeders in de buurt een andere invloed hebben dan enige andere volwassene (alhoewel de vaders niet betrokken werden in het onderzoek, daarover straks meer op het einde van deze blogpost). Terug lijkt me dat niet onlogisch, maar nieuw onderzoek stelt dat de breinprocessen effectief anders verlopen met mama in de buurt.

Christian Jarrett vat het onderzoek samen op BPS Digest:

João Moreira and his colleagues scanned the brains of 23 15-year-olds (9 girls) while they played a risk-based game that involved going through a set of 26 traffic lights as quickly as possible and deciding at each set whether to accelerate or brake as the lights turned amber. Accelerating saved time usually, but also carried the risk of a crash which would lead to a greater delay than braking. The teens played the game twice: once in the presence of their mother who was located in the scan control room, and the other time in the presence of an unfamiliar female professor who was described as an expert in adolescent driving behaviour (some played the game with mum present first, others with the stranger present first).

There was a tendency for the teens to take fewer risks when their mum was present, as compared with the professor, but this difference didn’t reach statistical significance. However, at a neural level there were statistically significant differences between the conditions: when mum was present, the teens’ brains showed more reward-related brain activity after making safe decisions and less reward-related brain activity after making risky decisions. Mum’s supervision seemed to make caution a more pleasurable approach, at least at a neural level.

There was also an important difference between conditions in terms of the functional connectivity between decision making and reward-related brain regions in the brain. In the mum condition, but not the adult stranger condition, there was a negative correlation in the activity between these regions: a more mature pattern typical of that seen in adults.

Finally, the teens’ brains showed more activity in regions associated with perspective-taking when taking risks in the mum condition, perhaps suggesting they were concerned with what she might think.

Toch is er wel nogal wat aan te merken op dit onderzoek. De steekproef is ontzettend klein en er werd geen echte nulmeting gedaan. Meer nog: hoe zit het met vaders? En wat is de invloed van de relatie tussen moeder en kind?

Concreet betekent dit dat het onderzoek een interessante piste aanreikt voor vooral verder onderzoek.

Abstract van het onderzoek:

Adolescent decision-making is highly sensitive to input from the social environment. In particular, adult and maternal presence influence adolescents to make safer decisions when encountered with risky scenarios. However, it is currently unknown whether maternal presence confers a greater advantage than mere adult presence in buffering adolescent risk taking. In the current study, 23 adolescents completed a risk-taking task during an fMRI scan in the presence of their mother and an unknown adult. Results reveal that maternal presence elicits greater activation in reward-related neural circuits when making safe decisions but decreased activation following risky choices. Moreover, adolescents evidenced a more immature neural phenotype when making risky choices in the presence of an adult compared to mother, as evidenced by positive functional coupling between the ventral striatum and medial prefrontal cortex. Our results underscore the importance of maternal stimuli in bolstering adolescent decision-making in risky scenarios.

Keiharde video waarschuwt voor grooming: Kayleigh’s love story

Deze video werd gemaakt door de politie van Leicester in de UK in samenwerking met de familie van Kayleigh en zal gebruikt worden om kinderen en tieners te waarschuwen. De video zal de komende tijd op scholen getoond worden.

Hoe effectief een dergelijke harde aanpak is, zal altijd punt van discussie blijven. Ik denk dat het vooral zal moeten ingebed worden in een ruimer geheel.