App zet gewone video’s om in augmented-reality-instructies (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

YouTube staat vol met filmpjes die je iets leren: make-up tutorials, gitaarles, Premiere Pro-instructies. Het is superhandig dat je niet meer iemand persoonlijk hoeft te kennen om iets van hem te leren. Het lastige van die video’s is het nadoen: spiegelen vanaf een beeldscherm is lastig. Bovendien krijg je het niet te horen als je een fout maakt. Augmented Reality (AR) kan dat beter. Er wordt een laagje op de werkelijkheid voor je neus gelegd. Met een speciale AR-bril (denk aan wat Google Glass wilde zijn) heb je je handen vrij en kun je instructies bekijken.

Deze technologie is nu nog heel prijzig. De mogelijkheden worden dan vooral gezien voor goed betaalde beroepen, zoals de chirurgie. Maar als ik wil zien hoe ik olie ververs, blijf ik afhankelijk van YouTube op een schermpje. Dat komt, zo stelt New Scientist, omdat het maken van zulke content lastig en vooral duur is. Een Duitse start-up wil daar verandering in brengen.

Het bedrijf IOXP heeft kunstmatige intelligentie ontwikkelt die een gewone video van iemand die een taak uitvoert kan omzetten in een AR tutorial. Je filmt dus een persoon en:

“Then a host of computer-vision algorithms are set loose on the video to separate it into comprehensible chunks: detecting a person’s hands and what they are doing, recognising different objects, and so on. From this, the system generates a step-by-step electronic manual detailing how to do the task. Finally, that’s converted into an AR version” (n.p.).

De instructie start meteen als de headset aanstaat en de taak voor je neus herkent. Als een monteur dus basisonderhoud aan een machine uitvoert, gaat de instructie automatisch van start als de machine herkend is. Vervolgens zie je de handen van een expert die precies voordoen wat je moet doen. Maak je een fout, dan worden de handen rood en wordt de instructie opnieuw afgespeeld.

Het Duitse Bosch heeft al interesse getoond. Deze manier van instructie is handig en goedkoop voor het doorgeven van  kennis. Een ervaren monteur hoeft niet afzonderlijk uitleg te geven en bij te sturen, één video is voldoende. Volgens New Scientist duurt het niet lang voordat bedrijven zulke video’s gaan inzetten voor consumenten. Ikea is daar een voor de hand liggend voorbeeld: een bed in elkaar zetten is veel makkelijker met AR. Dat gaat het beste met een speciale bril, maar het kan ook via de mobiele telefoon – al is het me onduidelijk met welke handen je dan de schroeven plaatst.

Groot jongerenonderzoek toont dat jongeren ook mensen zijn

Jongeren zijn bezorgd om het milieu, maar kijken vooral eerst naar het bedrijfsleven en de politiek, en dan pas naar zichzelf. Ze hebben liever niet dat robots over hen beslissen. Oja, en ze verwachten onder andere integriteit van hun leiders. Het lijken wel mensen?

De cijfers achter het onderzoek Global Shapers Survey (hier het volledige rapport) zijn behoorlijk indrukwekkend:

Wat zijn de resultaten voor de vijf thema’s?

 

Mooi doel voor onderwijs: toekomstbestendig leren als alternatief voor 21ste eeuwse vaardigheden

Paul Kirschner werkte de voorbije maanden hard aan een onderzoek en rapport over een vraag die in en over onderwijs vaak gesteld wordt: hoe kunnen we kinderen opleiden voor jobs die nog niet bestaan. Het rapport (download het hier) is er nu en bevat in de samenvatting een passage met een mooi concept: toekomstbestendig leren als alternatief voor 21ste eeuwse vaardigheden.

Lees even mee:

Er veel gesproken en geschreven wordt over 21e-eeuwse vaardigheden maar een analyse daarvan laat zien dat deze vaardigheden duidelijk noch eenduidig zijn, dat zij steeds veranderen zowel qua aantal als inhoud, en dat zij voor het grootste deel vaardigheden zijn die ook in de 20e en zelfs in het 19e eeuw noodzakelijk waren. Eigenlijk zijn de enige vaardigheden die echt als 21e-eeuws aangemerkt kunnen worden:

  • Informatiegeletterdheid: het kunnen zoeken, identificeren, evalueren (van de kwaliteit en betrouwbaarheid van bronnen) en effectief gebruiken van verkregen informatie en
  • Informatiemanagement: het kunnen vastleggen, beheren en delen van verkregen informatie.

Belangrijker is te spreken over toekomstbestendig leren: Het verwerven van de vaardigheden en houdingen die nodig zijn om op een stabiele, bestendige manier te blijven leren in onze snel veranderende wereld.

 

Artikel van Paul en mezelf wordt besproken in editoriaal van Nature

Gisteren zat ik te wachten op mijn vlucht terug naar huis toen mijn telefoon opeens zowat tilt begon te slaan. Het aantal notificaties die Twitter me bezorgde was niet meer bij te houden. Wat was er aan de hand? Vorige maand verscheen er een artikel van Paul Kirschner en mezelf over de mythe van de Digital Native en de multitasker in Teaching and Teacher Education.

Zeer leuk, maar het werd gisteren pas echt leuk als ons artikel aanleiding bleek voor een editoriaal in Nature dat je hier kan lezen.

Je kan trouwens het oorspronkelijke artikel tot en met 4 augustus gratis hier downloaden.

Google Glass is terug

Ah, Google Glass. Een hype die deed hopen en het woord Glasshole opleverde om daarna afgevoerd te worden. Ondertussen kennen we augmented reality-games zoals Pokemon Go en wachten sommigen stilletjes op een goedkopere versie van de Hololens van Microsoft die veel verder gaat dan Google Glass ooit deed.

Maar… Google Glass is terug, specifiek ontwikkeld niet voor hipsters maar wel voor de bedrijfswereld. Check hier. Dus niet als hippe tool voor apps, maar wel een mogelijkheid om werk makkelijker te maken. Dat Alphabet zich richt op onder andere de gezondheidszorg is geen toeval.

Lees meer hier bij Wired en lees ook hier enkele kritische bedenkingen.

Nog maar eens: je smartphone hindert je leren

De meeste studenten hebben ondertussen zowat gedaan met studeren, op enkele na. Morgen krijgen mijn eigen studenten te horen of ze in augustus nog even mogen terugkomen of niet. Voor deze groep is deze studie nu al relevant, maar bij uitbreiding voor iedereen: zelfs gewoon de aanwezigheid van je smartphone bij het studeren, doet je leren geen goed.

Het onderzoek bij 800 smartphonegebruikers toont namelijk aan dat mensen die een studieopdracht moeten uitvoeren met hun telefoon in de buurt significant slechter presteren dan de groep waarbij de telefoon in de andere kamer lag.

De onderzoeksresultaten van de experimenten in het onderzoek suggereren dat de smartphone de beschikbare cognitieve capaciteit beperkt, zelfs als de deelnemers aan het experiment zich volledig – trachten te – focussen op de taak waar ze mee bezig zijn.

Onderzoeker Ward stelt dat je misschien wel dan bewust niet met het toestel bezig bent, maar het feit dat je dit bewust moet doen, neemt ook weer van je mentale bandbreedte of aandacht weg.

Wat mij het meest opvalt in de onderzoeksresultaten is dat de telefoon niet eens moest aanstaan om een negatief effect te hebben. Zelfs als de telefoon met het scherm op tafel lag, bleef het negatieve effect. Het zijn dus niet enkel de bliepjes en berichtjes, maar gewoon de telefoon al maar zien die afleidt.

 

Abstract van het onderzoek:

Our smartphones enable—and encourage—constant connection to information, entertainment, and each other. They put the world at our fingertips, and rarely leave our sides. Although these devices have immense potential to improve welfare, their persistent presence may come at a cognitive cost. In this research, we test the “brain drain” hypothesis that the mere presence of one’s own smartphone may occupy limited-capacity cognitive resources, thereby leaving fewer resources available for other tasks and undercutting cognitive performance. Results from two experiments indicate that even when people are successful at maintaining sustained attention—as when avoiding the temptation to check their phones—the mere presence of these devices reduces available cognitive capacity. Moreover, these cognitive costs are highest for those highest in smartphone dependence. We conclude by discussing the practical implications of this smartphone-induced brain drain for consumer decision-making and consumer welfare.

Persbericht NRO: Kennis over werkplekleren is nog te beperkt

Duaal leren en werkplekleren zijn belangrijke thema’s, ook in Vlaanderen. Deze studie en dit persbericht waarschuwt voor de beperkte kennis die we hier tot nu toe over hebben.

We weten nog te weinig over de organisatie van werkplekleren in vmbo, mbo en hbo. Dat stelt het Kenniscentrum Kwaliteit van Leren van de HAN na een systematische analyse van zo’n 4.000 onderzoekartikelen uit de periode 2005-2015. “Binnen mbo-opleidingen beslaat werkplekleren zo’n 40 tot 60 procent van het curriculum”, zegt lector Loek Nieuwenhuis. “In het hbo verschilt het per opleiding. Het is raar dat we hier zo weinig van weten, terwijl we bijvoorbeeld wel van alles weten over differentiëren in de klas.”

Studenten zien hun stageperiode vaak als ‘werken’, niet als ‘leren’. Ze zien er naar uit, maar zijn vaak nog te ontevreden over dit deel van hun opleiding. Veelgehoorde geluiden zijn dat werkplekleren te veel afhangt van de individuele begeleiders. Ook ontbreekt soms een goede afstemming tussen school en werkplek.  “Ik denk aan een secretaresseopleiding waarin studenten op vrijdag stage liepen”, zegt onderzoeker Derk-Jan Nijman. “Maar juist op vrijdag waren veel collega’s en begeleiders vrij en waren er weinig uitdagende taken te doen.”

Tegenvallende literatuur

Om te kijken welke wetenschappelijke kennis nu eigenlijk beschikbaar is over de pedagogisch-didactische vormgeving van werkplekleren in vmbo, mbo en hbo, voerden de onderzoekers een systematische review uit. De relevante onderzoeken vonden vaak plaats binnen één opleidingscontext. Dat was in eerste instantie een teleurstelling. Onderzoekster Aimée Hoeve: “Omdat de onderzoeken beschrijvend waren en aan één context gebonden, was het lastig vergelijken. Het leverde een zeer gefragmenteerd beeld van werkplekleren op.”

Wat we wel weten over werkplekleren

Op basis van de systematische analyse zijn ontwerpregels gedestilleerd voor de organisatie en inrichting van werkplekleren. Deze regels betreffen de drie doelen van werkplekleren: de acquisitie van de benodigde kennis en kunde, het participeren in de beroepsgroep, en de oriëntatie op het uiteindelijke beroep door de leerling of student. Opvallend is dat het weinige onderzoek dat beschikbaar is zich focust op de acquisitie van kennis en kunde. Kenniscentrum Kwaliteit van Leren werkt aan een handzame vorm van de ontwerpregels voor vmbo-, mbo- en hbo-docenten die concreet met werkplekleren aan de slag willen.

Over werkplekleren

Werkplekleren is meer dan alleen de stage, maar betreft het aanleren van specifieke kennis en vaardigheden rondom een bepaald beroep in de werkcontext. Daar gaat een stage natuurlijk ook over. Maar werkplekleren omvat ook leren participeren in de beroepsgroep, omdat je de taal leert spreken en de cultuur leert begrijpen. En ten slotte is een uitdrukkelijk doel van werkplekleren de oriëntatie op het toekomstige beroep.

Zie voor meer uitleg over werkplekleren de Canon van ECBO.

Nieuwenhuis, L., Hoeve, A., Nijman, D-J. & Van Vlokhoven, H. (2017), Pedagogisch-didactische vormgeving van werkplekleren in het initieel beroepsonderwijs: een internationale reviewstudie. HAN, Kenniscentrum Kwaliteit van Leren, Nijmegen.

Dit literatuuronderzoek (Pedagogisch-didactische aspecten van werkplekleren in het beroepsonderwijs) werd verricht met subsidie van het NRO.

Mindfulness training zorgt niet noodzakelijk voor meer empathie (en kan narcisme erger maken)

De voorbije weken waren er verschillende oproepen tot meer mindfulness in onze wereld en eventueel onze scholen. Jonathan Holslag, David Van Reybroeck,… deden hun duit in het mindfulness-zakje. Ik ben er zelf niet op tegen, ken verschillende beoefenaars, maar ben zelf vooral nieuwsgierig naar de wetenschappelijke kant van het verhaal (en voorlopig lijkt het tegen te vallen voor onderwijs).

Een nieuwe, Nederlandse studie gepubliceerd in Self and Identity onderzocht de link tussen mindfulness, empathie en narcisme. 161 deelnemers aan het onderzoek werden random in drie groepen verdeeld. Elke deelnemer vulde een vragenlijst rond narcisme en autisme. 1 groep kreeg vervolgens een mindfulnesstraining van 5 minuten, de tweede groep kreeg een relaxatietraining en de derde groep mag wat zitten dromen en vrij denken.

Vervolgens werden via verschillende testen de empathische gevoelens van de deelnemers gemeten. Er was nauwelijks effect vast te stellen, behalve voor de niet-narcistische deelnemers. Voor narcistische deelnemers ging de empathie echter achteruit.

Je kan wel wat bedenkingen maken. De vijf minuten training is wellicht wel heel erg kort. De effecten zijn ook beperkt.  Dus komt er de gebruikelijke oproep dat meer onderzoek nodig is.

Abstract van het onderzoek:

Cultivating empathy is a presumed benefit of mindfulness, but this possibility has rarely been investigated experimentally. We examined whether a five-minute mindfulness exercise would cultivate empathy relative to two equally brief control exercises: relaxation and mind-wandering. We further examined whether mindfulness would be especially beneficial for people with autistic or narcissistic traits. Results showed no effect of mindfulness relative to both control conditions on mind reading, empathic responding, or prosocial behavior. Mindfulness effects were independent of autistic traits. Unexpectedly, people higher in autistic traits did show increased prosocial behavior across conditions. Intriguingly, mindfulness improved mind reading in non-narcissistic people, but reduced it in narcissistic people. These findings question whether a brief mindfulness exercise is sufficient for building empathy.

De mythe van de succesvolle school dropout

Heb je nog een diploma nodig? Zuckerberg, Gates en Jobs maakten hun studies niet af, dus sommige zouden durven opperen dat om succesvol te zijn je geen diploma nodig hebt. Nu, dat er hier een redeneerfout in schuil gaat, is niet moeilijk te ontdekken. Hoeveel mensen zonder diploma werden succesvol? Het is ook nog steeds zo dat een opleiding de beste garantie op werk biedt.

Maar je kan ook nog de andere vraag stellen: hoeveel mensen in topposities hebben geen diploma behaald? Via het WEF vond ik deze grafiek gebaseerd op een onderzoek bij meer dan 11000 CEO’s, bankiers, politici,…:

Het is behoorlijk deprimerend in deze studie van Wai & Rindermann. Het is niet zo dat je geen diploma nodig hebt om tot een van deze posities te raken, nee, je hebt zelfs maar best een diploma van een topuniversiteit.

Abstract van het onderzoek:

There are many factors that go into high educational and occupational achievement, including hard work, motivation, and luck. But how important is talent? Specifically, how likely were global innovators and leaders intellectually talented or gifted when younger? This paper reviews retrospective data on multiple US samples (Total N = 11,745), including Chief Executive Officers, federal judges, politicians, multi-millionaires and billionaires, business leaders, elite journalists, and the “most globally powerful men and women”, examining to what extent these groups were in the top 1% in general intellectual talent in youth, also examining their educational backgrounds. About 50% of these leaders were in the top 1% of our indicator of ability, so overrepresented by a factor of about 50. Elite education, and especially the impact of Harvard, was notable, suggesting that in addition to talent, elite education and networks were important. These data suggest that various occupations may draw from different levels of intellectual giftedness. Based on this data and a synthesis of prior literature, concrete policy recommendations for gifted education are provided. We recommend a policy focus on talented low income and disadvantaged students, who are greatly underrepresented among these leaders of US society.