Waarom je de slimste best niet de leider maakt

Het is een advies dat ik ooit eerst hoorde van Frank Van Massenhove: maak de expert nooit de baas. En wat blijkt? Volgens een nieuwe studie heeft hij een punt. In de ogen van peers en ondergeschikten maken zeer slimme mensen slechte leiders.

Men nam hiervan verschillende (bedrijfs)leiders een IQ-test af en vroeg aan 8 peers of ondergeschikten om de baas te beoordelen. Wat bleek? Vrouwen en oudere leidinggevenden scoorden iets beter, maar vooral persoonlijkheid en intelligentie speelde een rol. De regel hoe hoger het IQ hoe beter de baas ging op tot rond een IQ van 120. Daarna begon de kwaliteit volgens de peers en ondergeschikten terug te dalen en vanaf een IQ-score van 128 bleken het significant minder goede bazen te worden in de ogen van peers en ondergeschikt personeel. Opgelet, het is niet zo dat ze slechtere technieken of aanpakken gebruikten als leidinggevende, ze hadden meer moeite om goede technieken te gebruiken.

Ik bedenk net iets: hoe vaak maken we de slimste baas in het onderwijs of in de universitaire wereld?

Abstract van het onderzoek:

Although researchers predominately test for linear relationships between variables, at times there may be theoretical and even empirical reasons for expecting nonlinear functions. We examined if the relation between intelligence (IQ) and perceived leadership might be more accurately described by a curvilinear single-peaked function. Following Simonton’s (1985) theory, we tested a specific model, indicating that the optimal IQ for perceived leadership will appear at about 1.2 standard deviations above the mean IQ of the group membership. The sample consisted of midlevel leaders from multinational private-sector companies. We used the leaders’ scores on the Wonderlic Personnel Test (WPT)—a measure of IQ—to predict how they would be perceived on prototypically effective leadership (i.e., transformational and instrumental leadership). Accounting for the effects of leader personality, gender, age, as well as company, country, and time fixed effects, analyses indicated that perceptions of leadership followed a curvilinear inverted-U function of intelligence. The peak of this function was at an IQ score of about 120, which did not depart significantly from the value predicted by the theory. As the first direct empirical test of a precise curvilinear model of the intelligence-leadership relation, the results have important implications for future research on how leaders are perceived in the workplace.

Opvallend: we merken nauwelijks als onze mening verandert.

Het is een typische uitspraak: enkel een idioot verandert nooit van mening. Mooi, maar weet die niet-idioot dat hij of zij van mening veranderde? Wel dat is niet zo zeker. Stel: je leest een interessant artikel en op basis daarvan stel je je mening bij, hoe bewust ben je daarvan? Volgens nieuw onderzoek van Wolfe en Williams hebben we een arme “metacognitve awareness”, metacognitief bewustzijn voor veranderingen in onze opinie.

Voor 2 experimenten recruteerden de onderzoekers meer dan 200 studenten en keken ze naar hun mening over de pedagogische tik voor kinderen. In eerste instantie werd hun initiële mening gemeten (voor of tegen op een schaal van 1 tot 9) en enkele weken later kregen ze een van twee teksten te lezen met een wetenschappelijke onderbouwde visie op het thema, waarbij in elke tekst een onderbouwing kwam voor een van de twee standpunten voor of tegen het slaan van kinderen in de opvoeding.

Wat blijkt nu? De deelnemers in het onderzoek pasten hun mening aan op basis van de nieuwe tekst. Als gevraagd werd wat hun oorspronkelijke mening was, bleek hun antwoord dichter te liggen bij de nieuwe mening dan bij wat ze oorspronkelijk dachten.

Opgelet: dit onderzoek ging over gematigde standpunten, het is onduidelijk of het ook zo speelt bij grotere, meer uitgesproken overtuigingen. (gevonden via BPS Digest)

Abstract van het onderzoek:

When people change beliefs as a result of reading a text, are they aware of these changes? This question was examined for beliefs about spanking as an effective means of discipline. In two experiments, subjects reported beliefs about spanking effectiveness during a prescreening session. In a subsequent experimental session, subjects read a one-sided text that advocated a belief consistent or inconsistent position on the topic. After reading, subjects reported their current beliefs and attempted to recollect their initial beliefs. Subjects reading a belief inconsistent text were more likely to change their beliefs than those who read a belief consistent text. Recollections of initial beliefs tended to be biased in the direction of subjects’ current beliefs. In addition, the relationship between the belief consistency of the text read and accuracy of belief recollections was mediated by belief change. This belief memory bias was independent of on-line text processing and comprehension measures, and indicates poor metacognitive awareness of belief change.

Welke vaardigheden kunnen robots overnemen? OESO-rapport en video

Er is een nieuw rapport van de OESO waarbij men de PIAAC-data vergeleek met welke vaardigheden van de gemeten skills in PIAAC kunnen gedaan worden door technologie. En de resultaten zijn weinig hoopgevend:

This report develops a new approach to understanding these computer capabilities by using a test based on the OECD’s Survey of Adult Skills (PIAAC) to compare computers with human workers. The test assesses three skills that are widely used at work and are an important focus of education: literacy, numeracy and problem solving with computers.

Most workers in OECD countries use the three skills every day. However, computers are close to reproducing these skills at the proficiency level of most adults in the workforce. Only 13% of workers now use these skills on a daily basis with a proficiency that is clearly higher than computers.

The findings raise troubling questions about whether most workers will be able to acquire the skills they need as these new computer capabilities are increasingly used over the next few decades. To answer those questions, the report’s approach could be extended across the full range of work skills. We need to know how computers and people compare across all skills to develop successful policies for work and education for the future.

De onderstaande Facebook-live video vat de belangrijkste inzichten samen:

Zeer opvallend: Specialistische vakmensen hebben betere kansen op arbeidsmarkt dan breed opgeleide vakmensen

Dit nieuw onderzoek via NRO verbaast op het eerste gezicht omdat het eerder onderzoek lijkt tegen te spreken. Lees even het persbericht mee:

Specialistisch opgeleide mbo-vakmensen hebben de beste baankansen en aantrekkelijk werk. Dat is tegen de verwachting in: vaak wordt gedacht dat smal opgeleiden het moeilijker krijgen op de arbeidsmarkt naarmate ze ouder worden, omdat hun vaardigheden sneller verouderen. Deze nieuwe bevinding blijkt uit onderzoek uitgevoerd door een consortium bestaande uit ROA, AMCIS, Kohnstamm Instituut en ecbo. Zij brachten in kaart aan welk type vakmanschap van middelbaar opgeleiden behoefte is op de arbeidsmarkt, en wat dit betekent voor de inrichting van het mbo.

De arbeidsmarktperspectieven van breed opgeleide mbo-vakmensen volgen op de tweede plaats, vooral doordat ze minder goede baankansen hebben aan het begin van hun loopbaan.
Voor praktisch opgeleide vakmensen (met een smalle mbo-opleiding, met name op niveau 1 en 2) verloopt de overgang van school naar de arbeidsmarkt soepel. Maar daar staat tegenover dat zij vaak lang werken in beroepen met een laag salaris en een lage beroepsstatus. De opwaartse mobiliteit blijft achter voor deze groep. Dit maakt de positie van de praktisch opgeleide vakman kwetsbaar. Ook op de middellange termijn is vooral behoefte aan specialistische en brede vakmensen.

Aansluiting opleiding-beroep wordt zwakker
Een zorgelijk punt is dat de link tussen opleiding en beroep in het mbo in de laatste decennia zwakker is geworden. In tegenstelling tot hbo- en wo-afgestudeerden komen mbo’ers in een steeds bredere waaier beroepen terecht. Dat is een nadeel: een zwakke aansluiting is ongunstig voor de inkomenspositie van schoolverlaters. Hoe zwakker de link tussen opleiding en baan, hoe lager het salaris.

Vaardigheden voor de toekomst
Toch kunnen we niet stellen dat omdat we positieve arbeidsmarktuitkomsten vinden voor specialistische mbo-opleidingen, alleen smalle beroepsspecifieke vaardigheden ertoe doen. Generieke vaardigheden -zoals taal, rekenen, probleemoplossend vermogen- worden later in de loopbaan belangrijker, zowel voor de hoogte van het salaris als voor de kans op werk. Juist in beroepen waar veel aanspraak wordt gedaan op hoge niveaus van deze vaardigheden, zien de onderzoekers een sterke groei in werkgelegenheid.

Kortom: voor goed vakmanschap zijn zowel specifieke als generieke vaardigheden essentieel en de kunst is vooral om die twee aspecten goed in het curriculum te integreren.

Buisman, M. & van der Velden, R.(red). De toekomst van vakmanschap. Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

Meer informatie

Enkele belangrijke fragmenten uit de brochure:

Smal opgeleiden hebben dus aan het begin van hun carrière een grotere kans op werk. Deze kans neemt af, maar breed opgeleide mbo’ers hebben op geen enkel moment in de carrière een hogere kans op werk dan smal opgeleiden. Deze bevinding is tegen de verwachting in: vaak wordt gedacht dat smal opgeleide mbo’ers steeds meer moeilijkheden ondervinden op de arbeidsmarkt naarmate ze ouder worden omdat hun vaardigheden achterhaald dreigen te worden, terwijl de breed opgeleide vakmensen zich makkelijker blijven ontwikkelen. Voor beroepsstatus vinden we wel meer bewijs voor deze hypothese: het gat in beroepsstatus tussen breed en smal opgeleiden groeit over de carrière. Dat kan erop wijzen dat een smalle opleiding leidt tot minder opwaartse mobiliteit. Dit is met name voor praktische vakmensen een probleem: zij blijven lang werkzaam in de minst aantrekkelijke beroepen.

En ook:

Al met al zien we geen bewijs voor de stelling dat het belang van brede opleidingen in het mbo toeneemt: specialistisch opgeleide vakmensen hebben de beste baankansen en aantrekkelijk werk, gevolgd door brede vakmensen. Een goede aansluiting tussen de mbo-opleiding en het werkveld loont, met een specialistische beroepsopleiding heb je bovendien een streepje voor. Wel blijken vooral praktisch opgeleide vakmensen vaak te blijven werken in de minst aantrekkelijke beroepen.

Mijn column over jongeren en engagement

Deze column verscheen eerst op Radio 1.

Help, de Leuvense studentenverenigingen vinden geen vrijwilligers meer om achter de bar te staan. En ook het studentenblad Veto raakt in de problemen.

Het probleem kennen we al langer bij de jeugdbewegingen, waar jongeren steeds minder lang in de leiding blijven.

Maar is de titel van De Morgen correct als dit betekent dat de jongeren geen engagement meer vertonen? Nee, toch niet. Straks is het terug de Warmste Week van Studio Brussel en zul je veel jongeren in het getouw zien voor het goede doel.

Wat is het verschil? Een kortlopend engagement is makkelijker inplanbaar dan lange verbintenissen. Want, beste mensen, die agenda’s zitten goed vol. Ik zat gisteren samen met verschillende groepjes studenten voor hun bachelorproef. De ervaring leerde me dat je dan best genoeg tijd uittrekt om een volgende afspraak in te plannen. Ik hoorde collega’s al klagen dat de studenten steeds vaker afwezig zijn omwille van een baantje, en dat speelt zeer zeker hier ook een rol. Maar er is meer. Wij, onderwijsmensen zijn ook mee schuldig, vrees ik.

De voorbije jaren hebben we namelijk het (hoger) onderwijs grondig veranderd. Er kwam het semestersysteem met vakantieperiodes die niet noodzakelijk meer samenvallen met deze van het leerplichtonderwijs, dus pech voor de kampjes.

We geloven –vanuit onderwijskundig perspectief bekeken terecht – dat permanente evaluatie belangrijk is, maar daardoor zit er op het einde van het jaar studeren niet meer in.

Nee, je moet nu steeds aan de slag als student. En ondertussen is er een rugzakmodel ingevoerd in het hoger onderwijs, waardoor falen maar een beperkte optie is (Ja, ik moet nu ook aan ROX denken).

Alles wat ik hierboven beschreef, is ingevoerd met goede redenen en kan je je enkel maar toejuichen. Tegelijk is er de Engelse uitdrukking: “With every wish, comes a curse”, en die vloek die merken de fakbars nu.

App zet gewone video’s om in augmented-reality-instructies (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

YouTube staat vol met filmpjes die je iets leren: make-up tutorials, gitaarles, Premiere Pro-instructies. Het is superhandig dat je niet meer iemand persoonlijk hoeft te kennen om iets van hem te leren. Het lastige van die video’s is het nadoen: spiegelen vanaf een beeldscherm is lastig. Bovendien krijg je het niet te horen als je een fout maakt. Augmented Reality (AR) kan dat beter. Er wordt een laagje op de werkelijkheid voor je neus gelegd. Met een speciale AR-bril (denk aan wat Google Glass wilde zijn) heb je je handen vrij en kun je instructies bekijken.

Deze technologie is nu nog heel prijzig. De mogelijkheden worden dan vooral gezien voor goed betaalde beroepen, zoals de chirurgie. Maar als ik wil zien hoe ik olie ververs, blijf ik afhankelijk van YouTube op een schermpje. Dat komt, zo stelt New Scientist, omdat het maken van zulke content lastig en vooral duur is. Een Duitse start-up wil daar verandering in brengen.

Het bedrijf IOXP heeft kunstmatige intelligentie ontwikkelt die een gewone video van iemand die een taak uitvoert kan omzetten in een AR tutorial. Je filmt dus een persoon en:

“Then a host of computer-vision algorithms are set loose on the video to separate it into comprehensible chunks: detecting a person’s hands and what they are doing, recognising different objects, and so on. From this, the system generates a step-by-step electronic manual detailing how to do the task. Finally, that’s converted into an AR version” (n.p.).

De instructie start meteen als de headset aanstaat en de taak voor je neus herkent. Als een monteur dus basisonderhoud aan een machine uitvoert, gaat de instructie automatisch van start als de machine herkend is. Vervolgens zie je de handen van een expert die precies voordoen wat je moet doen. Maak je een fout, dan worden de handen rood en wordt de instructie opnieuw afgespeeld.

Het Duitse Bosch heeft al interesse getoond. Deze manier van instructie is handig en goedkoop voor het doorgeven van  kennis. Een ervaren monteur hoeft niet afzonderlijk uitleg te geven en bij te sturen, één video is voldoende. Volgens New Scientist duurt het niet lang voordat bedrijven zulke video’s gaan inzetten voor consumenten. Ikea is daar een voor de hand liggend voorbeeld: een bed in elkaar zetten is veel makkelijker met AR. Dat gaat het beste met een speciale bril, maar het kan ook via de mobiele telefoon – al is het me onduidelijk met welke handen je dan de schroeven plaatst.

Groot jongerenonderzoek toont dat jongeren ook mensen zijn

Jongeren zijn bezorgd om het milieu, maar kijken vooral eerst naar het bedrijfsleven en de politiek, en dan pas naar zichzelf. Ze hebben liever niet dat robots over hen beslissen. Oja, en ze verwachten onder andere integriteit van hun leiders. Het lijken wel mensen?

De cijfers achter het onderzoek Global Shapers Survey (hier het volledige rapport) zijn behoorlijk indrukwekkend:

Wat zijn de resultaten voor de vijf thema’s?

 

Mooi doel voor onderwijs: toekomstbestendig leren als alternatief voor 21ste eeuwse vaardigheden

Paul Kirschner werkte de voorbije maanden hard aan een onderzoek en rapport over een vraag die in en over onderwijs vaak gesteld wordt: hoe kunnen we kinderen opleiden voor jobs die nog niet bestaan. Het rapport (download het hier) is er nu en bevat in de samenvatting een passage met een mooi concept: toekomstbestendig leren als alternatief voor 21ste eeuwse vaardigheden.

Lees even mee:

Er veel gesproken en geschreven wordt over 21e-eeuwse vaardigheden maar een analyse daarvan laat zien dat deze vaardigheden duidelijk noch eenduidig zijn, dat zij steeds veranderen zowel qua aantal als inhoud, en dat zij voor het grootste deel vaardigheden zijn die ook in de 20e en zelfs in het 19e eeuw noodzakelijk waren. Eigenlijk zijn de enige vaardigheden die echt als 21e-eeuws aangemerkt kunnen worden:

  • Informatiegeletterdheid: het kunnen zoeken, identificeren, evalueren (van de kwaliteit en betrouwbaarheid van bronnen) en effectief gebruiken van verkregen informatie en
  • Informatiemanagement: het kunnen vastleggen, beheren en delen van verkregen informatie.

Belangrijker is te spreken over toekomstbestendig leren: Het verwerven van de vaardigheden en houdingen die nodig zijn om op een stabiele, bestendige manier te blijven leren in onze snel veranderende wereld.

 

Artikel van Paul en mezelf wordt besproken in editoriaal van Nature

Gisteren zat ik te wachten op mijn vlucht terug naar huis toen mijn telefoon opeens zowat tilt begon te slaan. Het aantal notificaties die Twitter me bezorgde was niet meer bij te houden. Wat was er aan de hand? Vorige maand verscheen er een artikel van Paul Kirschner en mezelf over de mythe van de Digital Native en de multitasker in Teaching and Teacher Education.

Zeer leuk, maar het werd gisteren pas echt leuk als ons artikel aanleiding bleek voor een editoriaal in Nature dat je hier kan lezen.

Je kan trouwens het oorspronkelijke artikel tot en met 4 augustus gratis hier downloaden.

Google Glass is terug

Ah, Google Glass. Een hype die deed hopen en het woord Glasshole opleverde om daarna afgevoerd te worden. Ondertussen kennen we augmented reality-games zoals Pokemon Go en wachten sommigen stilletjes op een goedkopere versie van de Hololens van Microsoft die veel verder gaat dan Google Glass ooit deed.

Maar… Google Glass is terug, specifiek ontwikkeld niet voor hipsters maar wel voor de bedrijfswereld. Check hier. Dus niet als hippe tool voor apps, maar wel een mogelijkheid om werk makkelijker te maken. Dat Alphabet zich richt op onder andere de gezondheidszorg is geen toeval.

Lees meer hier bij Wired en lees ook hier enkele kritische bedenkingen.