OESO-grafiek: hoeveel méér loon betekent een diploma hoger onderwijs

 

Terwijl er meer en meer vragen komen of er niet te veel mensen  (proberen) verder (te) studeren, toont deze OESO-grafiek het looneffect van een diploma hoger onderwijs:
(opvallende plaats voor België trouwens!)

OESO-focusrapport: hoe verandert de talentenpoel wereldwijd de komende jaren?

Een nieuw focus-rapport kijkt naar wie wat waar verder studeert wereldwijd en dan zie je opeens enkele opvallende trends:

  • The number of tertiary educated young people (25-34 years old) in OECD and G20 countries has grown by nearly 45% in the past decade and is expected to keep growing until 2030.
  • If current trends continue, the contribution of OECD countries to the global talent pool will keep shrinking through 2030.
  • China and India are expected to supply more than 60% of the G20 workforce with a qualification in science, technology, engineering and mathematics by 2030.

Er komt een mogelijke ongelijke strijd aan…

Poel

De conclusie?

The global talent pool has never been larger – and will continue to expand, with rapidly growing G20 nations likely to lead the way. Higher levels of education are still strongly linked to higher employment rates and larger earnings premiums, giving individuals strong incentives to pursue more education. In OECD countries, humanities, social science and education graduates dominate the global talent pool, although other G20 countries have a more balanced distribution of fields of study with a greater share of STEM graduates. Making higher education more responsive to the labour market demand in terms of skills, qualifications and fields of study would allow the growing number of tertiary educated people to be adequately absorbed by the labour market.

Hoe maak ik een lezing, deel 4: wat is het verschil met les geven?

Toen enkele jaren geleden Tom Palmaerts me belde met de boodschap dat hij ook een lessenreeks zou geven, vroeg hij mij wat het verschil is tussen lezingen geven en les geven. Tom is een van de beste sprekers die ik ken, maar ik kon hem enkel maar waarschuwen: een lezing is een sprint, les geven is de marathon.

Waar je bij een lezing alles moet inzetten op het moment, het is het hier en nu en je krijgt geen tweede kans, is les geven een verhaal van doseren van jouw eigen energie en dat van je publiek.

Veel van de zaken die ik in de voorbije delen heb aangehaald (zie deel 1, deel 2 en deel 3) zijn ook in het les geven toepasbaar: concreet zijn en aansluiten bij de voorkennis, variatie, lesfases die niet te lang mogen duren. Tegelijk als ik zou les geven op de manier waarop ik lezingen geef, dan zou noch ik, noch mijn leerlingen of studenten het overleven :).

In ruil krijg je bij lesgeven een pak meer werkvormen die je kan gebruiken, is er meer ruimte voor discussie en kan je echt een band opbouwen met je leerlingen. Is herhaling belangrijk net zoals een lijn doorheen de lessen.

De positie die je inneemt ten opzichte van je ‘publiek’ verschilt ook meer als je les geeft dan het slimme mens op een podium-verhaal van een lezing. Het gaat van leiding geven met duidelijke instructie tot coachend ondersteunen. Je krijgt gelukkig ook meer kansen, tegelijkertijd vraagt het soms meer energie omdat je veel meer all-round moet zijn.

Ik vond het belangrijk om hierbij stil te staan in de vierde deel omdat ik zeer goede lesgevers ken, die niet per se zulke goede sprekers zijn en vice versa (en nee, nu heb ik het zeer zeker niet over Tom die me trouwens een half jaar later belde dat hij nu begreep wat een marathon lopen is).

Soms bots ik op onbegrip omdat sommige leerkrachten wat ongemakkelijk voor een grote groep staan, en het publiek zich afvraagt wat dit zegt over hun lessen. Niet veel wellicht, tegelijkertijd zie ik ook veelgevraagde sprekers denken dat ze het ook wel voor een klas kunnen. Zeker geen zekerheid, het kan eerder een lesje in nederigheid blijken.

Morgen het laatste deel in deze reeks over de technische kant van lezingen geven.

Hoe maak ik een lezing, deel 3: wees concreet

Dit is het derde deel over hoe ik mijn lezingen voorbereid, check deel 1 en deel 2 hier. Dit derde deel gaat over een van mijn belangrijkste aandachtspunten: concreet zijn.

Volgens Geake (2009) werkt ons werkgeheugen als een soort van spamfilter en selecteert het uit de vele prikkels die op ons afkomen die zaken die we herkennen. In onderwijs zeggen we al veel langer dat je eerst concreet, dan schematisch en dan pas abstract mag gaan (of ook aanschouwelijk, schematisch en abstract).

Dit probeer ik zo goed mogelijk toe te passen door naar herkenbare voorbeelden en verhalen te zoeken die vooral als basis van een onderliggend principe of inzicht kunnen dienen. (lees ook hier)

De voorbije jaren is er veel te doen rond het gebruik van verhalen in onderwijs en presentaties. Bij TED-talks durft het al vaak een soort van trucje te worden dat sprekers met een persoonlijke anecdote beginnen. Verhalen kunnen inderdaad goed werken, maar er zijn nog veel andere manieren om iets concreet te maken in een presentatie, enkele voorbeelden:

  • een duidelijk filmfragment
  • een experiment met het publiek
  • een opvallende grafiek
  • “Heb je ooit meegemaakt…”

Belangrijkste voorwaarde is dat het effectief herkenbaar en duidelijk is, eenmaal het publiek mee is in je boodschap kan je dan abstracter en filosofischer worden, wel opletten dat het lijntje niet breekt.

Een van de beste onderwijsboeken van de voorbije jaren is in feite een marketingboek van de gebroeders Dan en Chip Heath, Made To Stick, in het Nederlands vertaald als de plakfactor. Ondanks het wat commerciële acroniem ‘Success’ verzamelen ze 6 goede aandachtspunten waar je moet op letten als je een presentatie of les geeft:

Bekijk ook eventueel de bijhorende lezing van weliswaar een uur:

 

Morgen ga ik trouwens in op het verschil tussen een presentatie en les geven.