Duidelijke grafiek: wat je studeert is wellicht de belangrijkste keuze in je leven

Vond dit bericht over deze studie en grafiek via een tweet van Dirk Van Damme, wat antwoorden Belgen als men hen vraagt wat de meest impactvolle keuze van hun leven was:

Onderwijs belangrijker dan huwelijk of kinderen krijgen? Opvallend.

En verder:

  • Jonge meisjes (<18j) achten de studiekeuze belangrijker dan jongens. Met respectievelijk 41% tegenover 34% bewijzen zij iets bewuster bezig te zijn met hun toekomst. (nvdr: ik zie een nieuw argument in de “vermeende jongensprobleem”-disccusie)
  • Mannen zijn net iets vaker bezig met werk-gerelateerde beslissingen, terwijl bij de vrouwen de relatie- en familiemomenten meer aandacht krijgen.
  • In de leeftijdscategorie van 18-25 zijn de mannen en vrouwen (23%) het erover eens: trouwen is het meest impactvolle moment.

Het is een commercieel onderzoek bij 1100 Belgen en het past een stuk in de beeldvoering van de organisatie die de opdracht voor het onderzoek gaf (Allianz) en er is behoorlijk weinig geweten over de methodologie. Verder is het in feite een perceptie-onderzoek: wat schatten de mensen zelf in. Of het effectief de keuzes zijn met de grootste impact is een ander onderzoek.

Volg je best je passie of volg je beter je passies? (onderzoek)

Er bestaan twee soorten passies: harmonieuze en obsessieve. Om het onderscheid tussen de twee goed te begrijpen: met 1 kan je een goed gesprek hebben, met iemand met een obsessieve passie wil je echt niet op café. Uit mijn eigen onderzoek blijkt trouwens dat leerlingen ook liever een leerkracht hebben met een harmonieuze passie voor zijn vak dan een obsessieve ‘vakidioot’.

Maar heb je nu beter 1 harmonieuze passie of heb je er beter 2 om gelukkig te zijn? Dit is een vraag die onderzocht werd in een nieuwe studie door Benjamin Schellenberg en Daniel Bailis. Hiervoor bevroegen ze 1218 studenten, waaronder 878 vrouwen.

Hiervan bleek 31% een echte passie te hebben, terwijl 54% er twee had. Van deze laatste groep had 1 op 3 twee harmonieuze passies, 1 op 3 twee obsessionele passies en de rest een mix (wat ik persoonlijk zelf wat bizar vind).

Wat blijkt: specifiek de groep met 2 harmonieuze passies voelt zich beter in zijn vel dan mensen met slechts 1 passie. Het onderzoek toont natuurlijk een correlatie aan en het kan perfect mogelijk zijn dat mensen met 2 passies gewoon meer leuke dingen doen.

Abstract van het onderzoek:

Having a harmonious passion (HP) can contribute to overall subjective well-being (Philippe et al. in Appl Psychol Health Well Being 1:3–22, 2009). We examined if people who had two passions in life reported even higher levels of well-being, and tested if these relationships depended on the extent to which the passions were harmonious or obsessive (OP). Undergraduates (N = 1,218) completed measures of HP and OP for their favorite and second favorite activities, along with assessments of well-being. In a follow-up study, a subsample of students (N = 62) who reported having an HP for one activity but an OP for another participated in an experiment in which we measured momentary emotions after priming either their HP, OP or a control activity. We found that students with at least one HP reported higher levels of well-being compared to those without an HP, and those with two HPs reported higher levels of well-being compared to those with only one HP, independent of the total time spent in passionate activities. In the follow-up study, participants’ levels of momentary positive and negative affect depended on whether their HP or OP was primed. These results suggest that, rather than introducing conflict or dividing a fixed sum of activity-related potential, having two HPs creates novel opportunities for subjective well-being.

It’s back… Google Glass 2.0

De eerste versie van Google Glass leverde ons stickers op met een verbod op gebruik, glassholes als woord en vooral een mislukking voor de technologiereus bij het grote publiek toen het toestel bijna geruisloos verdween. Tegelijkertijd merkte ik enthousiasme bij professionele gebruikers.

Google komt nu terug met een nieuwe versie (wellicht specifiek bedoelt net voor die professionele gebruikers) volgens gelekte documenten die nu werden samengevat door de Wall Street Journal in deze video:

Belangrijke tip voor die work-life balans: het Zeigarnik Effect

Via de BPS-blog ontdekte ik het Zeigarnik Effect, dit is het fenomeen dat onafgemaakte (onderbroken) taken beter onthouden worden dan voltooide taken. Dit zorgt er voor dat terwijl je thuis bent, die opdracht van je werk die niet afraakte steeds door je hoofd blijft spoken, of dat je op je werk nog denkt aan dat ene telefoontje dat je nog moet doen voor thuis. Het effect zou ook mee de basis van het fenomeen van cliffhangers in tv-series zijn.

Dit onderzoek van Brandon Smit legt expliciet een link tussen onafgewerkte doelen en moeite met de work-life balans en formuleert enkele praktische tips:

  • Creating plans at the end of the day that describe where, when, and how unfulfilled work goals will be completed is an effective, low-cost intervention that enhances psychological detachment among employees, which will ultimately improve occupational health and performance.
  • The planning intervention was primarily effective among employees who typically have difficulty detaching from work during leisure time, indicating that intervention efforts should be targeted at specific types of employees.
  • When setting daily work goals, employees should be encouraged to focus on smaller, concrete goals at the end of the day in order to reduce unfulfilled work goals and facilitate psychological detachment.

Abstract van het onderzoek:

Detaching from work – defined as mentally and physically disengaging from work during off-hours – is an important prerequisite to effective daily recovery and psychological well-being. However, the extant literature has yet to articulate exactly why some employees fail to detach from work and, furthermore, offers few concrete recommendations on how to increase detachment on a daily basis. I illustrate how both of these limitations may be resolved by extending the definition of psychological detachment to more clearly specify from what employees are failing to detach. Drawing from self-regulation research, the theoretical framework developed in this study proposes that employees’ minds continue to linger over goal-related content after the workday is finished. This proposition was supported in a longitudinal sample of 103 employees pursuing 1,127 goals. Consistent with a self-regulatory perspective, employees had more difficulty detaching from incomplete (vs. completed) work goals later in the day, especially when these goals possessed high valence. Furthermore, an experimental manipulation demonstrated that creating plans to resolve incomplete goals increased psychological detachment among employees with traits that chronically inhibit detachment. I discuss how this refined conceptualization of psychological detachment catalyses future theoretical development and provides groundwork for evidence-based interventions.

Nieuw rapport: “De jongens tegen de meisjes”

Via Jelle Jolles ontdekt ik dit nieuw rapport waarin de resultaten staan van een verkenning naar de oorzaken van het verschil in studiesucces tussen jongens en meisjes in het mbo, hbo en wo.

Lees even mee waarbij ik de volgens mij meest cruciale zin zelf in bold zette:

In het onderzoek is aandacht besteed aan verschillende factoren die genderverschillen in studiesucces zouden kunnen verklaren, zoals verschillen in hersenfuncties en hersenontwikkeling en type leeromgeving.

Uit het onderzoek komt onder meer naar voren:

  • Jongeren in het mbo, hbo en wo hebben vaardigheden en competenties nodig die ze nog niet altijd hebben ontwikkeld. Deze vaardigheden en competenties – zoals motivatie, keuzegedrag, planning en prioritering – bepalen in belangrijke mate het studiesucces.
  • Bij de ontwikkeling van deze vaardigheden lopen jongens gemiddeld genomen achter op meisjes. De gevonden verschillen hangen samen met verschillen in de rijping van de hersenen. Daarnaast speelt de sociale omgeving een rol in de ontwikkeling.
  • Onderwijs gericht op het aanleren van moderne vaardigheden als bijvoorbeeld communiceren en samenwerken, stimuleert de ontwikkeling van vaardigheden die van groot belang zijn om goed te functioneren op de arbeidsmarkt van de 21e eeuw.
  • Onderwijs gericht op het aanleren van moderne vaardigheden heeft gemiddeld genomen een gunstiger effect op het studiesucces van meisjes dan jongens. De verschillen binnen de groep meisjes en binnen de groep jongens zijn echter groter dan de verschillen tussen jongens en meisjes.
  • Hoewel meisjes het beter doen in het onderwijs, vertaalt dit zich niet naar een betere positie op de arbeidsmarkt.

Aanleiding voor het onderzoek zijn eerdere bevindingen waaruit blijkt dat zowel jongens als meisjes het beter doen in het onderwijs. Met meisjes gaat het ten opzichte van jongens nog beter. Op de basisschool scoren jongens iets hoger op de eindtoets. Maar uiteindelijk halen meisjes gemiddeld een hoger opleidingsniveau. Ook halen meisjes gemiddeld vaker een diploma. Verder wisselen ze minder vaak van opleiding en studeren ze sneller af.

Download hier het rapport.

Weer wat bijgeleerd: de wet van Parkinson

Vorige week zag ik een lezing van Hans Crampe en hij had het over de wet van Parkinson. Even opgezocht en het is een beetje pijnlijk herkenbaar:

De wet van Parkinson stelt dat het werk (van een taak) uitdijt naar de beschikbare tijd (om een taak te realiseren). “Work expands to fill the time available for its completion.”

Cyril Northcote Parkinson formuleerde deze op waarneming gebaseerde wet in zijn boek Parkinson’s Law: The Pursuit of Progress (London, John Murray, 1958). Parkinson stelde vast dat de omvang van het Britse imperium afnam terwijl het ambtelijk apparaat van het Britse imperium in omvang toenam. De oorzaak hiervan was volgens Parkinson tweeledig:

  • Een manager wil, in plaats van meer rivalen, meer ondergeschikten.
  • Een manager creëert werk (ze houden elkaar bezig).

Parkinson nam waar dat het aantal mensen in een bureaucratie, onafhankelijk van het werkaanbod, met 5-7% per jaar toeneemt zonder dat hiervoor een logische verklaring te vinden was.

De wet van Parkinson is in algemene bewoordingen als volgt te formuleren: de vraag naar iets zal zich altijd aanpassen aan de maximale beschikbaarheid ervan. (bron Wikipedia)

Crampe legde ook de link met maximumtijd voor vergaderingen…