Google Glass is terug

Ah, Google Glass. Een hype die deed hopen en het woord Glasshole opleverde om daarna afgevoerd te worden. Ondertussen kennen we augmented reality-games zoals Pokemon Go en wachten sommigen stilletjes op een goedkopere versie van de Hololens van Microsoft die veel verder gaat dan Google Glass ooit deed.

Maar… Google Glass is terug, specifiek ontwikkeld niet voor hipsters maar wel voor de bedrijfswereld. Check hier. Dus niet als hippe tool voor apps, maar wel een mogelijkheid om werk makkelijker te maken. Dat Alphabet zich richt op onder andere de gezondheidszorg is geen toeval.

Lees meer hier bij Wired en lees ook hier enkele kritische bedenkingen.

Nog maar eens: je smartphone hindert je leren

De meeste studenten hebben ondertussen zowat gedaan met studeren, op enkele na. Morgen krijgen mijn eigen studenten te horen of ze in augustus nog even mogen terugkomen of niet. Voor deze groep is deze studie nu al relevant, maar bij uitbreiding voor iedereen: zelfs gewoon de aanwezigheid van je smartphone bij het studeren, doet je leren geen goed.

Het onderzoek bij 800 smartphonegebruikers toont namelijk aan dat mensen die een studieopdracht moeten uitvoeren met hun telefoon in de buurt significant slechter presteren dan de groep waarbij de telefoon in de andere kamer lag.

De onderzoeksresultaten van de experimenten in het onderzoek suggereren dat de smartphone de beschikbare cognitieve capaciteit beperkt, zelfs als de deelnemers aan het experiment zich volledig – trachten te – focussen op de taak waar ze mee bezig zijn.

Onderzoeker Ward stelt dat je misschien wel dan bewust niet met het toestel bezig bent, maar het feit dat je dit bewust moet doen, neemt ook weer van je mentale bandbreedte of aandacht weg.

Wat mij het meest opvalt in de onderzoeksresultaten is dat de telefoon niet eens moest aanstaan om een negatief effect te hebben. Zelfs als de telefoon met het scherm op tafel lag, bleef het negatieve effect. Het zijn dus niet enkel de bliepjes en berichtjes, maar gewoon de telefoon al maar zien die afleidt.

 

Abstract van het onderzoek:

Our smartphones enable—and encourage—constant connection to information, entertainment, and each other. They put the world at our fingertips, and rarely leave our sides. Although these devices have immense potential to improve welfare, their persistent presence may come at a cognitive cost. In this research, we test the “brain drain” hypothesis that the mere presence of one’s own smartphone may occupy limited-capacity cognitive resources, thereby leaving fewer resources available for other tasks and undercutting cognitive performance. Results from two experiments indicate that even when people are successful at maintaining sustained attention—as when avoiding the temptation to check their phones—the mere presence of these devices reduces available cognitive capacity. Moreover, these cognitive costs are highest for those highest in smartphone dependence. We conclude by discussing the practical implications of this smartphone-induced brain drain for consumer decision-making and consumer welfare.

Persbericht NRO: Kennis over werkplekleren is nog te beperkt

Duaal leren en werkplekleren zijn belangrijke thema’s, ook in Vlaanderen. Deze studie en dit persbericht waarschuwt voor de beperkte kennis die we hier tot nu toe over hebben.

We weten nog te weinig over de organisatie van werkplekleren in vmbo, mbo en hbo. Dat stelt het Kenniscentrum Kwaliteit van Leren van de HAN na een systematische analyse van zo’n 4.000 onderzoekartikelen uit de periode 2005-2015. “Binnen mbo-opleidingen beslaat werkplekleren zo’n 40 tot 60 procent van het curriculum”, zegt lector Loek Nieuwenhuis. “In het hbo verschilt het per opleiding. Het is raar dat we hier zo weinig van weten, terwijl we bijvoorbeeld wel van alles weten over differentiëren in de klas.”

Studenten zien hun stageperiode vaak als ‘werken’, niet als ‘leren’. Ze zien er naar uit, maar zijn vaak nog te ontevreden over dit deel van hun opleiding. Veelgehoorde geluiden zijn dat werkplekleren te veel afhangt van de individuele begeleiders. Ook ontbreekt soms een goede afstemming tussen school en werkplek.  “Ik denk aan een secretaresseopleiding waarin studenten op vrijdag stage liepen”, zegt onderzoeker Derk-Jan Nijman. “Maar juist op vrijdag waren veel collega’s en begeleiders vrij en waren er weinig uitdagende taken te doen.”

Tegenvallende literatuur

Om te kijken welke wetenschappelijke kennis nu eigenlijk beschikbaar is over de pedagogisch-didactische vormgeving van werkplekleren in vmbo, mbo en hbo, voerden de onderzoekers een systematische review uit. De relevante onderzoeken vonden vaak plaats binnen één opleidingscontext. Dat was in eerste instantie een teleurstelling. Onderzoekster Aimée Hoeve: “Omdat de onderzoeken beschrijvend waren en aan één context gebonden, was het lastig vergelijken. Het leverde een zeer gefragmenteerd beeld van werkplekleren op.”

Wat we wel weten over werkplekleren

Op basis van de systematische analyse zijn ontwerpregels gedestilleerd voor de organisatie en inrichting van werkplekleren. Deze regels betreffen de drie doelen van werkplekleren: de acquisitie van de benodigde kennis en kunde, het participeren in de beroepsgroep, en de oriëntatie op het uiteindelijke beroep door de leerling of student. Opvallend is dat het weinige onderzoek dat beschikbaar is zich focust op de acquisitie van kennis en kunde. Kenniscentrum Kwaliteit van Leren werkt aan een handzame vorm van de ontwerpregels voor vmbo-, mbo- en hbo-docenten die concreet met werkplekleren aan de slag willen.

Over werkplekleren

Werkplekleren is meer dan alleen de stage, maar betreft het aanleren van specifieke kennis en vaardigheden rondom een bepaald beroep in de werkcontext. Daar gaat een stage natuurlijk ook over. Maar werkplekleren omvat ook leren participeren in de beroepsgroep, omdat je de taal leert spreken en de cultuur leert begrijpen. En ten slotte is een uitdrukkelijk doel van werkplekleren de oriëntatie op het toekomstige beroep.

Zie voor meer uitleg over werkplekleren de Canon van ECBO.

Nieuwenhuis, L., Hoeve, A., Nijman, D-J. & Van Vlokhoven, H. (2017), Pedagogisch-didactische vormgeving van werkplekleren in het initieel beroepsonderwijs: een internationale reviewstudie. HAN, Kenniscentrum Kwaliteit van Leren, Nijmegen.

Dit literatuuronderzoek (Pedagogisch-didactische aspecten van werkplekleren in het beroepsonderwijs) werd verricht met subsidie van het NRO.

Mindfulness training zorgt niet noodzakelijk voor meer empathie (en kan narcisme erger maken)

De voorbije weken waren er verschillende oproepen tot meer mindfulness in onze wereld en eventueel onze scholen. Jonathan Holslag, David Van Reybroeck,… deden hun duit in het mindfulness-zakje. Ik ben er zelf niet op tegen, ken verschillende beoefenaars, maar ben zelf vooral nieuwsgierig naar de wetenschappelijke kant van het verhaal (en voorlopig lijkt het tegen te vallen voor onderwijs).

Een nieuwe, Nederlandse studie gepubliceerd in Self and Identity onderzocht de link tussen mindfulness, empathie en narcisme. 161 deelnemers aan het onderzoek werden random in drie groepen verdeeld. Elke deelnemer vulde een vragenlijst rond narcisme en autisme. 1 groep kreeg vervolgens een mindfulnesstraining van 5 minuten, de tweede groep kreeg een relaxatietraining en de derde groep mag wat zitten dromen en vrij denken.

Vervolgens werden via verschillende testen de empathische gevoelens van de deelnemers gemeten. Er was nauwelijks effect vast te stellen, behalve voor de niet-narcistische deelnemers. Voor narcistische deelnemers ging de empathie echter achteruit.

Je kan wel wat bedenkingen maken. De vijf minuten training is wellicht wel heel erg kort. De effecten zijn ook beperkt.  Dus komt er de gebruikelijke oproep dat meer onderzoek nodig is.

Abstract van het onderzoek:

Cultivating empathy is a presumed benefit of mindfulness, but this possibility has rarely been investigated experimentally. We examined whether a five-minute mindfulness exercise would cultivate empathy relative to two equally brief control exercises: relaxation and mind-wandering. We further examined whether mindfulness would be especially beneficial for people with autistic or narcissistic traits. Results showed no effect of mindfulness relative to both control conditions on mind reading, empathic responding, or prosocial behavior. Mindfulness effects were independent of autistic traits. Unexpectedly, people higher in autistic traits did show increased prosocial behavior across conditions. Intriguingly, mindfulness improved mind reading in non-narcissistic people, but reduced it in narcissistic people. These findings question whether a brief mindfulness exercise is sufficient for building empathy.

De mythe van de succesvolle school dropout

Heb je nog een diploma nodig? Zuckerberg, Gates en Jobs maakten hun studies niet af, dus sommige zouden durven opperen dat om succesvol te zijn je geen diploma nodig hebt. Nu, dat er hier een redeneerfout in schuil gaat, is niet moeilijk te ontdekken. Hoeveel mensen zonder diploma werden succesvol? Het is ook nog steeds zo dat een opleiding de beste garantie op werk biedt.

Maar je kan ook nog de andere vraag stellen: hoeveel mensen in topposities hebben geen diploma behaald? Via het WEF vond ik deze grafiek gebaseerd op een onderzoek bij meer dan 11000 CEO’s, bankiers, politici,…:

Het is behoorlijk deprimerend in deze studie van Wai & Rindermann. Het is niet zo dat je geen diploma nodig hebt om tot een van deze posities te raken, nee, je hebt zelfs maar best een diploma van een topuniversiteit.

Abstract van het onderzoek:

There are many factors that go into high educational and occupational achievement, including hard work, motivation, and luck. But how important is talent? Specifically, how likely were global innovators and leaders intellectually talented or gifted when younger? This paper reviews retrospective data on multiple US samples (Total N = 11,745), including Chief Executive Officers, federal judges, politicians, multi-millionaires and billionaires, business leaders, elite journalists, and the “most globally powerful men and women”, examining to what extent these groups were in the top 1% in general intellectual talent in youth, also examining their educational backgrounds. About 50% of these leaders were in the top 1% of our indicator of ability, so overrepresented by a factor of about 50. Elite education, and especially the impact of Harvard, was notable, suggesting that in addition to talent, elite education and networks were important. These data suggest that various occupations may draw from different levels of intellectual giftedness. Based on this data and a synthesis of prior literature, concrete policy recommendations for gifted education are provided. We recommend a policy focus on talented low income and disadvantaged students, who are greatly underrepresented among these leaders of US society.

Gratis onderzoeksartikelen lezen? Na Scihub is er nu ook Unpaywall

Toegang tot onderzoek is vaak moeilijk voor mensen die niet verbonden zijn aan een onderzoeksinstelling. Frustrerend. Er beweegt al een tijdje het een en het ander. Zo vinden steeds meer landen het gek dat je eerst voor onderzoek betaalt en dan terug moet betalen… om dat zelfde onderzoek te mogen lezen.

Vorig jaar dook het – illegale – scihub op, en alhoewel het af en toe van domeinnaam moet veranderen, bestaat het nog steeds. Maar nu is er ook Unpaywall, een add-on voor Chrome en Firefox waarmee gecontroleerd wordt of een bepaald betalend artikel ook niet toevallig legaal toegankelijk is. Zo mogen onderzoekers vaak zelf een preprint van het artikel op hun eigen site of de site van hun instelling plaatsen:

Click the green tab and skip the paywall. It’s fast, free, and legal, powered by our database of millions of author-uploaded PDFs.

Ongelijkheid op school neemt toe in volwassen leven

In gesprekken over hervormingen van onderwijs, is ongelijkheid vaak een centraal thema. Maar hoe zit het met ongelijkheid als onderwijs eenmaal voorbij is? En wat is de link met ongelijkheid in onderwijs? Het is een vraag die een nieuwe working paper van de OESO probeert te beantwoorden door PISA te linken aan de volwassen versie PIAAC, waarin men de situatie op 15 jaar vergeleek met de situatie op 27.

Wat blijkt? In de meeste landen vergroot de kloof voor de zwakste SES-leerlingen. Ook zijn verschillen tussen jongens en meisjes in die groep het grootst, alhoewel dit kan verschillen naargelang het onderwerp dat je bekijkt.

Maar specifiek rond de ongelijkheid valt het volgende op:

Further education and participation in the labour market are crucial for acquiring skills after compulsory schooling. But socio-economically disadvantaged young people are considerably less likely than their more advantaged peers to attend post-secondary education and training, and are more likely to drop out of education without a secondary level qualification. They are also more likely to be unemployed or out of the labour force and to work in jobs that require little advanced, on-the-job training or practice of higher-order thinking skills.

En daardoor neemt de ongelijkheid mogelijk verder toe.

Abstract van het onderzoek:

This paper uses data from PISA and the OECD Survey of Adult Skills (PIAAC) to examine the evolution of socio-economic and gender disparities in literacy and numeracy proficiency between the ages of 15 and 27 in the sample of countries that took part in both studies. Socio-economic disparities are exacerbated between the age of 15 and 27 and the socio-economic gap in proficiency widens, particularly among low-achievers. Gender disparities in literacy at age 15 are marked across the performance spectrum but are particularly wide among low-performers. However, by age 24 there is no difference in the literacy proficiency of males and females. The gender gap in numeracy at age 15 is quantitatively small when compared with the gap in literacy, although it is more pronounced among high achievers. The paper canvasses possible explanations for the trends observed and discusses implications for policy and practice, including the extent to which the lack of an established link between PISA and PIAAC limits the analytical value of the two studies.

PISA in Focus: welke carrière zien jongeren voor zichzelf in wetenschappen?

Er is een nieuwe PISA in Focus met een, ehm, focus op de vraag welke carrière zien jongeren voor zichzelf in wetenschappen?

Wat valt op? Rollenpatronen in denken over toekomstige jobs zijn hardnekkig en vakken in STEM zijn niet zo populair!

  • On average across OECD countries, almost one in four students – whether boy or girl – expects to work in an occupation that requires further science training beyond compulsory education.
  • Boys are more than twice as likely as girls to expect to work as engineers, scientists or architects; and 4.8% of boys, but only 0.4% of girls, expect to work as ICT professionals, on average across OECD countries.
  • Girls are almost three times more likely than boys to expect to work as doctors, veterinarians, nurses or other health professionals.

Kortom in zowat alle landen zijn dokters van Venus, ingenieurs van Mars:

pisa-mars-en-venus

Maar hoe komt dit en wat kunnen we er volgens de OESO aan doen?

Influenced by their family and by popular culture, girls often think of scientists as men in lab coats, see computer science as a “masculine” field, and think that success in science is due to brilliance – which they often find difficult to attribute to themselves – rather than to hard work. Such stereotypes may have some truth to them, but they often discourage young women who are capable and interested in science from envisaging a number of careers in science, technology or engineering.

Schools can counter these stereotypes, and help students cultivate a more inclusive view of science, through better career information. Students should have access to information that is accurate, credible and avoids unrealistic or exaggerated portrayals of career options. Employers and educators in perceived “masculine” or “feminine” fields can also help eliminate existing stereotypes, such as by promoting awareness that computer sciences (“masculine” and “nerdy”) help solve health problems (“feminine” and “caring”), or by reaching out and establishing direct contact with students and schools. And teachers can play an important role in cultivating boys’ and girls’ interests in a diverse range of science topics.

Monitorless, de visie van Samsung op AR en VR

Lees meer over deze visie op AR- en VR-brillen van Samsung hier en lees waarom hun visie meer succes zou kunnen hebben dan Google met hun Google Glass. Aan de andere kant, het blijft een groot, extra ding op je neus?