OESO-focusrapport: hoe verandert de talentenpoel wereldwijd de komende jaren?

24 04 2015

Een nieuw focus-rapport kijkt naar wie wat waar verder studeert wereldwijd en dan zie je opeens enkele opvallende trends:

  • The number of tertiary educated young people (25-34 years old) in OECD and G20 countries has grown by nearly 45% in the past decade and is expected to keep growing until 2030.
  • If current trends continue, the contribution of OECD countries to the global talent pool will keep shrinking through 2030.
  • China and India are expected to supply more than 60% of the G20 workforce with a qualification in science, technology, engineering and mathematics by 2030.

Er komt een mogelijke ongelijke strijd aan…

Poel

De conclusie?

The global talent pool has never been larger – and will continue to expand, with rapidly growing G20 nations likely to lead the way. Higher levels of education are still strongly linked to higher employment rates and larger earnings premiums, giving individuals strong incentives to pursue more education. In OECD countries, humanities, social science and education graduates dominate the global talent pool, although other G20 countries have a more balanced distribution of fields of study with a greater share of STEM graduates. Making higher education more responsive to the labour market demand in terms of skills, qualifications and fields of study would allow the growing number of tertiary educated people to be adequately absorbed by the labour market.





Presentatie van Dirk Van Damme: Innovating learning, social progress and humanity’s future

22 04 2015




Hoe maak ik een lezing, deel 4: wat is het verschil met les geven?

9 04 2015

Toen enkele jaren geleden Tom Palmaerts me belde met de boodschap dat hij ook een lessenreeks zou geven, vroeg hij mij wat het verschil is tussen lezingen geven en les geven. Tom is een van de beste sprekers die ik ken, maar ik kon hem enkel maar waarschuwen: een lezing is een sprint, les geven is de marathon.

Waar je bij een lezing alles moet inzetten op het moment, het is het hier en nu en je krijgt geen tweede kans, is les geven een verhaal van doseren van jouw eigen energie en dat van je publiek.

Veel van de zaken die ik in de voorbije delen heb aangehaald (zie deel 1, deel 2 en deel 3) zijn ook in het les geven toepasbaar: concreet zijn en aansluiten bij de voorkennis, variatie, lesfases die niet te lang mogen duren. Tegelijk als ik zou les geven op de manier waarop ik lezingen geef, dan zou noch ik, noch mijn leerlingen of studenten het overleven :).

In ruil krijg je bij lesgeven een pak meer werkvormen die je kan gebruiken, is er meer ruimte voor discussie en kan je echt een band opbouwen met je leerlingen. Is herhaling belangrijk net zoals een lijn doorheen de lessen.

De positie die je inneemt ten opzichte van je ‘publiek’ verschilt ook meer als je les geeft dan het slimme mens op een podium-verhaal van een lezing. Het gaat van leiding geven met duidelijke instructie tot coachend ondersteunen. Je krijgt gelukkig ook meer kansen, tegelijkertijd vraagt het soms meer energie omdat je veel meer all-round moet zijn.

Ik vond het belangrijk om hierbij stil te staan in de vierde deel omdat ik zeer goede lesgevers ken, die niet per se zulke goede sprekers zijn en vice versa (en nee, nu heb ik het zeer zeker niet over Tom die me trouwens een half jaar later belde dat hij nu begreep wat een marathon lopen is).

Soms bots ik op onbegrip omdat sommige leerkrachten wat ongemakkelijk voor een grote groep staan, en het publiek zich afvraagt wat dit zegt over hun lessen. Niet veel wellicht, tegelijkertijd zie ik ook veelgevraagde sprekers denken dat ze het ook wel voor een klas kunnen. Zeker geen zekerheid, het kan eerder een lesje in nederigheid blijken.

Morgen het laatste deel in deze reeks over de technische kant van lezingen geven.





Hoe maak ik een lezing, deel 3: wees concreet

8 04 2015

Dit is het derde deel over hoe ik mijn lezingen voorbereid, check deel 1 en deel 2 hier. Dit derde deel gaat over een van mijn belangrijkste aandachtspunten: concreet zijn.

Volgens Geake (2009) werkt ons werkgeheugen als een soort van spamfilter en selecteert het uit de vele prikkels die op ons afkomen die zaken die we herkennen. In onderwijs zeggen we al veel langer dat je eerst concreet, dan schematisch en dan pas abstract mag gaan (of ook aanschouwelijk, schematisch en abstract).

Dit probeer ik zo goed mogelijk toe te passen door naar herkenbare voorbeelden en verhalen te zoeken die vooral als basis van een onderliggend principe of inzicht kunnen dienen. (lees ook hier)

De voorbije jaren is er veel te doen rond het gebruik van verhalen in onderwijs en presentaties. Bij TED-talks durft het al vaak een soort van trucje te worden dat sprekers met een persoonlijke anecdote beginnen. Verhalen kunnen inderdaad goed werken, maar er zijn nog veel andere manieren om iets concreet te maken in een presentatie, enkele voorbeelden:

  • een duidelijk filmfragment
  • een experiment met het publiek
  • een opvallende grafiek
  • “Heb je ooit meegemaakt…”

Belangrijkste voorwaarde is dat het effectief herkenbaar en duidelijk is, eenmaal het publiek mee is in je boodschap kan je dan abstracter en filosofischer worden, wel opletten dat het lijntje niet breekt.

Een van de beste onderwijsboeken van de voorbije jaren is in feite een marketingboek van de gebroeders Dan en Chip Heath, Made To Stick, in het Nederlands vertaald als de plakfactor. Ondanks het wat commerciële acroniem ‘Success’ verzamelen ze 6 goede aandachtspunten waar je moet op letten als je een presentatie of les geeft:

Bekijk ook eventueel de bijhorende lezing van weliswaar een uur:

 

Morgen ga ik trouwens in op het verschil tussen een presentatie en les geven.

 





Hoe maak ik een lezing? Deel 2: inoefenen, spontane opmerkingen en overgangen

7 04 2015

Gisteren besprak ik de drie stappen die ik zet bij het maken van een compleet nieuwe lezing.

Wat ik vandaag in deel 2 beschrijf zou je een vierde stap kunnen noemen, maar staat voor me persoonlijk apart. Ik maak meestal mijn presentaties een tweetal weken op voorhand. Zeker bij helemaal nieuwe verhalen, volgt een periode waarin ik de lezing heel vaak in mijn hoofd overloop. Ik heb het geluk dat ik mijn presentatie niet per se hoef te zien of bij me te hebben om dit te doen, dus het kan als ik sta te wachten aan de kassa, als ik door de stad wandel naar school, enzovoort.

Bij het overlopen van mijn lezing in mijn hoofd let ik specifiek op 2 zaken: spontane opmerkingen en overgangen.

  • Spontane opmerkingen. Als ik studenten heb die een van mijn lessen moeten komen observeren, vraag ik hen steeds om 2 parallellessen bij te wonen. Na de eerste les krijg ik dan vaak opmerkingen dat alles zo spontaan en vlot verloopt, maar ik weet wel beter daarom net dat ze dezelfde les nog een keertje moeten zien. Ze schrikken dan namelijk dat de tweede les voor 95% exact het zelfde verloopt. Hoe komt dit?
    Het is het gevolg van een heel persoonlijk probleem dat ik moet tackelen. Veel te lang geleden volgde ik een cursus waarbij een pedagoog me er op wees dat ik snel en vrij associatief nadenk waardoor ik vaak letterlijk te veel vertel waardoor de essentie voor het publiek dreigt verloren te gaan. Hij beschreef dat ik nood had aan een harnas als ik les geef waar ik me strak aan hou.
    Tegelijk wil ik mezelf zijn als ik op een podium sta. Terwijl ik de lezing in mijn hoofd overloop let  ik steeds weer op welke spontane opmerkingen/grapjes/toevoegingen in me opkomen. Naar het einde toe bekijk ik welke van deze spontane invallen al dan niet bruikbaar zijn omdat ze een meerwaarde betekenen of afleiden. De opmerkingen, grapjes, enz. die ik dus op een podium maak, zijn ook de opmerkingen die ik spontaan zou maken, maar tegelijk zit er een selectieprocedure achter. Improviseer ik dan nooit? Zeker, ik noem het zelf in jazz-modus gaan. Dit gebeurt bij onverwachte gebeurtenissen en zeker in vragenrondes.
  • Overgangen. Een tweede zaak waar ik op let bij het (mentaal) overlopen van mijn presentaties zijn de overgangen tussen de verschillende scenes van mijn lezing. Ik leerde vanuit mijn lerarenopleiding lang geleden en de jaren dat ik al les geef dat overgangen vaak het moment zijn dat je een publiek kan verliezen.
    Vragen die ik hierbij bekijk:

    • Vloeit alles logisch in elkaar over?
    • Is er genoeg voorkennis om alles te begrijpen?
    • Moet ik te vaak vooruit verwijzen? Enkel als ik een cliffhanger kan smokkelen in mijn lezing, vermijd ik vooruitverwijzingen.

Vaak verander ik mijn presentatie nog de avond voor de eigenlijke lezing en dan zijn het net vaak die overgangen (en dus indirect ook soms de structuur) die veranderen, los van het toevoegen van actualiteit.

Morgen deel 3!





Hoe maak ik een lezing? Deel 1: drie stappen: inhoud, vorm en ritme

6 04 2015

Regelmatig krijg ik vragen hoe ik mijn lezingen voorbereid.

Deze week wil ik het proces beschrijven in een reeks blogposts. Het is een persoonlijk werkwijze, maar misschien haal je er wel iets uit!

Vandaag geef ik je in eerste deel de drie stappen die ik telkens weer zet bij het maken van een compleet nieuwe lezing: inhoud, vorm en ritme.

  1. Inhoud

    Na een gesprek met diegene die me voor een lezing vraagt, maak ik een overzicht – meestal nog steeds op papier – van de doelen die bereikt moeten worden met mijn lezing. Ik weet dat de meeste studenten doelen pas op het einde van hun lesvoorbereiding noteren, maar omdat ik weet dat je met verschillende inhouden het zelfde doel kan bereiken, begin ik toch met de doelen om vervolgens de gepaste inhouden te kiezen. Deze inhouden komen vaak terecht in nog steeds verschrikkelijke bulletpoint slides.  Slides die gelukkig niemand te zien krijgt, want dan volgt stap 2. Bij de inhoud zit ook al een stuk mijn interactievormen die ik in mijn lezing eventueel kan gebruiken zoals bijvoorbeeld een experiment, het kunnen filmpjes zijn,…

  2. Vorm

    In een tweede stap pas ik 1 regel keihard toe: maximum 1 idee per slide. De bulletpoint slides worden een hele reeks slides met zo weinig mogelijk tekst op, van 5-6 slides evolueer ik hierbij vaak tot een 70-tal vanuit het besef dat je niet kan lezen en luisteren tegelijk. Verder trouw aan de dual channel theorie die zegt dat beeld en woord best gecombineerd wordt, zoek ik vervolgens beelden die eventueel een concept kunnen verduidelijken. Waarbij terug de regel is: 1 beeld per slide. Hier werd ik de voorbije jaren strenger: een beeld om het beeld probeer ik te vermijden. Het beeld moet een meerwaarde zijn qua verduidelijking of een grap.

  3. Ritme

    Je zou als derde punt misschien structuur verwacht hebben, en structuur is inderdaad belangrijk, maar ritme misschien nog meer. Als ik alle puzzelstukken van mijn lezing na stap 2 klaar heb, zoek ik het juiste ritme in mijn presentatie. Ik werk dan met scenes van maximum 8 minuten, ga op zoek naar afwisseling tussen ernstig en lichter en verschuif mijn scenes zo dat het inhoudelijk klopt en dat ik toch de aandacht van mijn publiek kan vasthouden. Grappen, filmpjes, interactiemomenten,… krijgen hierdoor een extra functie.

En dan krijg je bijvoorbeeld dit als resultaat:

Check hier mijn andere slidedecks.

Morgen deel 2!





Microsoft maakt van je telefoon een handige scanner met Office lens

3 04 2015

De app bestaat voor zowel Android als iOS en lijkt me zeer handig:





De wetenschap achter stress (video)

3 04 2015





Presentatie: 10 hinderpalen voor het delen van kennis in een organisatie

2 04 2015

Sommige van de punten komen overeen met wat Stephen Downes maandag zei op onze onderwijsdag, daarom deel ik het hier graag:





Cool: Lego X, analoge blokken en digitale modellen ontmoeten elkaar (video)

24 03 2015








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 7.355 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: