Amazon wil de sleutel van je voordeur en cameratoezicht in je huis (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Net zoals andere grote techbedrijven wil Amazon graag alles over je weten, en probeert dat aan je te verkopen onder het mom van gebruikersgemak. Amazon Key is een combinatie van een app, een camera en een ‘smart’ slot. Daarmee kunnen bezorgers van Amazon-pakketjes zichzelf binnenlaten in je huis. Via de camera en de cloud kan je precies zien hoe ze dat doen. Amazon adverteert verder dat je ook andere mensen die je vertrouwt in je huis kan laten, zoals schoonmakers of je hondenwandeldienst.

Amazon Key is vanaf volgende week beschikbaar in een aantal Amerikaanse steden, maar alleen nog voor prime-leden: mensen die $99 per jaar betalen voor snelle levering en dergelijke. Amazon Key gaat $250 kosten. Dat zit vooral in de camera (die ook los te koop is voor $120) en het slot. Je moet het er maar voor over hebben. Het slot en de camera registreren uiteraard allerlei gegevens van je. Het is onwaarschijnlijk dat Amazon daar niks mee gaat doen. Zoals gebruikelijk bij techbedrijven is Amazon daar ook niet transparant over.

In Football Manager 2018 zijn homo’s geen taboe, integendeel

Uit de kast komen in voetbal – en andere sporten – is spijtig genoeg vandaag nog altijd niet zo eenvoudig. Maar er komt nu steun uit onverwachte hoek. Het bekende simulatiespel Football Manager heeft een opvallend element opgenomen in zijn nieuwste versie. Een speler ontdekte dit in de beta-versie:

Maar het is geen Easter Egg, het is een fundamenteel onderdeel van het spel geworden:

Meer nog: als je dit bericht krijgt over een van je spelers, kan het zelf extra winst opleveren door steun van de LBGT-community. Het spel is wel zo opgezet dat geen van de echte spelers uit de kast komen, wegens schrik voor rechtszaken, enkel spelers die door het spel zelf bedacht werden, kunnen uit de kast komen. Het is ook zo dat in competities in landen waar homoseksualiteit nog steeds verboden is, er ook geen spelers uit de kast zullen komen.

Experts zijn perfect verdeeld over de toekomst van desinformatie

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Onderzoeksinstituut Pew Internet heeft een groot onderzoek gehouden over de toekomst van ‘fake news’ en desinformatie online. Ze stuurde één vraag naar 1.116 technologen, wetenschappers, strategen en andere betrokkenen om te inventariseren wat zij de komende tien jaar verwachten:

“In the next 10 years, will trusted methods emerge to block false narratives and allow the most accurate information to prevail in the overall information ecosystem? Or will the quality and veracity of information online deteriorate due to the spread of unreliable, sometimes even dangerous, socially destabilizing ideas?”

Respondenten konden aangeven of ze dachten dat de situatie zou verbeteren of niet, en vervolgens konden ze hun antwoord toelichten. De resultaten laten een bijna perfecte splitsing zien: 51 procent dacht dat de situatie zou verslechteren, 49 procent dacht van niet. Uit de toelichtingen komen verschillende thema’s naar voren.

Geen verbetering: de mens is slecht
Het ecosysteem van fake news speelt volgens deze experts in op onze diepste instincten: we zoeken succes en macht en dat zal leiden tot meer misbruik van informatie door manipulatieve actoren. Zij zullen nieuwe digitale tools gebruiken om de aangeboren voorkeur voor comfort en gemak te misbruiken door ‘echo chambers’ te versterken.

Een tweede thema aan deze kant is dat onze hersenen het tempo van technologische vooruitgang niet kunnen bijbenen. De steeds stijgende snelheid en bereik van internet zal deze menselijke neigingen vergroten. Technologische oplossingen ervoor zullen niet voldoende zijn. Respondenten die dit thema aandragen zien een toekomstig informatielandschap waarin valse informatie betrouwbare informatie verdrukt. Sommigen denken zelfs dat massamanipulatie ertoe zal leiden dat mensen het opgeven zich te informeren.

Voorbeelden van zulk pessimisme:

“It comes down to motivation: There is no market for the truth. The public isn’t motivated to seek out verified, vetted information. They are happy hearing what confirms their views. And people can gain more creating fake information (both monetary and in notoriety) than they can keeping it from occurring.” – executive consultant

“Too many groups gain power through the proliferation of inaccurate or misleading information. When there is value in misinformation, it will rule.” – decaan aan een universiteit

Wel verbetering: mensen zoeken altijd oplossingen
De andere kant stelt juist dat technologie kan helpen bij het oplossen van de problemen. De snelheid en bereik van internet kunnen juist ingezet worden om valse informatie te bestrijden. Respondenten voorspellen dat er betere methodes zullen komen om betrouwbare, feitelijke nieuwsbronnen te creëren en te bevorderen.

 

Dit kamp stelt dat het juist in de aard van de mens ligt om samen te komen en problemen op te lossen. We hebben ons altijd aangepast aan verandering en dat zal nu niet anders zijn. Ook vroeger waren er desinformatie en kwaadwillende actoren, maar die zijn altijd gemarginaliseerd door slimme mensen en processen. Deze respondenten schreven uitgebreidere toelichtingen over hoe dat zou kunnen.

 

Voorbeelden:

“Two developments will help improve the information environment: 1) News will move to a subscription model (like music, movies, etc.) and subscription providers will have a vested interest in culling down false narratives; 2) Algorithms that filter news will learn to discern the quality of a news item and not just tailor to ‘virality’ or political leaning.” – Universitair Docent informatica

“The apparent success of fake news on platforms like Facebook will have to be dealt with on a regulatory basis as it is clear that technically minded people will only look for technical fixes and may have incentives not to look very hard, so self-regulation is unlikely to succeed. The excuse that the scale of posts on social media platforms makes human intervention impossible will not be a defense. Regulatory options may include unbundling social networks like Facebook into smaller entities. Legal options include reversing the notion that providers of content services over the internet are mere conduits without responsibility for the content. These regulatory and legal options may not be politically possible to affect within the U.S., but they are certainly possible in Europe and elsewhere, especially if fake news is shown to have an impact on European elections.” – communicatiedeskundige

Het stemt alvast hoopvol dat de groep optimisten, hoewel net iets kleiner in aantal, zo constructief aan het denken is over oplossingen.

Merk je de ironie op bij deze krantenadvertentie?

In de Vlaamse kranten staat vandaag een zelfde grote pagina met tips tegen Fake News. Mooi toch. Maar er zijn een paar dingen die het nogal ironisch maken.

Merk je ze op?

Het is een advertentie die er vooral niet uitziet… als een advertentie. Er staat ook geen boodschap bij dat het een commercieel bericht is. En de afzender? Ik merkte op Twitter dat zelfs getrainde ogen het niet direct door hebben. Tip: check de linkerbovenhoek…

Het medicijn tegen valse feiten: de bibliotheek en leergierigheid (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

We leven in tijd met veel zorgen over de betrouwbaarheid van bronnen. Dat roept de empirische vraag op hoe mensen met informatie omgaan. Controleren ze hun bronnen? Willen ze wel wat nieuws leren? Pew Internet onderzocht volwassenen Amerikanen en kwam tot een interessante typologie van ‘informatie-disposities’, oftewel verschillende soorten engagement met informatie.

Er werden vijf dimensies onderzocht:

  1. Hoe geïnteresseerd is men in het onderwerp?
  2. Hoe zeer vertrouwt men de informatiebronnen over het onderwerp?
  3. Hoe graag wil men nieuwe vaardigheden opdoen?
  4. Welke andere aspecten van het leven dingt naar de aandacht en het vermogen informatie op te zoeken?
  5. Hoeveel toegang tot informatie heeft men überhaupt?

Het blijkt dat vooral vertrouwen in bronnen en leergierigheid van belang zijn.

De typologie:

The Eager and Willing – 22 procent van de volwassenen

Deze groep heeft veel interesse in nieuws, veel vertrouwen in belangrijke informatiebronnen en wil graag betere vaardigheden aanleren. Deze groep bestaat vooral uit minderheden: 31 procent is Hispanic; 21 procent is zwart.

The Confident – 16 procent
Ook deze groep heeft veel interesse en veel vertrouwen. Het verschil met de vorige groep is dat deze zelfverzekerd is: ze vinden dat ze zelf goed met informatie kunnen omgaan en vinden dus dat ze weinig nieuwe vaardigheden nodig hebben. Deze groep is overweldigend wit, hoogopgeleid en economisch comfortabel. Ongeveer een derde is tussen de 18 en 29 jaar oud.

The Cautious and Curious – 13 procent
Deze groep combineert een hoge interesse in nieuws met een lagere mate van vertrouwen in bronnen als nieuwsorganisaties, financiële instituties en de overheid. Ze willen echter wel graag nieuwe vaardigheden aanleren. Deze groep lijkt het meest op de gemiddelde bevolking, met een net iets lager opleidingsniveau.

The Doubtful – 24 procent

De twijfelaars hebben minder interesse in informatie dan de vorige groepen. Ze wantrouwig naar lokale en nationale nieuwsorganisaties. Ze zijn heel druk en hebben weinig interesse om betere informatievaardigheden aan te leren. Deze groep is het meest van middelbare leeftijd, ze zijn voornamelijk wit en middenklasse.

The Wary – 25 procent

Aan het einde van het spectrum is de groep die het minst geëngageerd is met informatie. Ze hebben weinig interesse, weinig vertrouwen en weinig zin om iets te leren. Dit zijn vooral mannen en een derde is boven de 65.

Implicaties

Er is niet één typische informatiegebruiker: hoe mensen met informatie omgaan hangt van veel factoren af. Dat betekent dat we voorzichtig moeten zijn met generaliserende uitspraken over bijvoorbeeld jongeren. Belangrijk is de mate waarin iemand bereid is nieuwe vaardigheden aan te leren: als die ontbreekt, zal ieder initiatief het moeilijk hebben. Er ligt daarbij een belangrijke taak voor bibliotheken: hun medewerkers worden goed vertrouwd, maar niet iedereen komt in de bieb. Bibliotheekgebruikers zitten vooral in de bovenste twee groepen.

Sharenting en privacy: tips om de digitale rechten van kinderen te respecteren (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

uders zijn net mensen. Ze laten online delen van hun leven zien, en posten dus ook foto’s van hun kinderen. De term die hiervoor gebruikt wordt is sharenting: to share + to parent. Er is hier al veel kritiek op geformuleerd. Het delen van baby- en peuterfoto’s is voor sommigen misschien leuk, maar het kind zelf heeft er niet mee in kunnen stemmen. Kinderen hebben recht op privacy en dat betekent dat hun ouders wat minder enthousiast moeten zijn om hen online te zetten. Beroemdheden doen ook aan sharenting, en daar kleven allerlei extra bezwaren aan.

In een post voor het blog van de London School of Economics beschrijven Ana Jorge en Lidia Marôpo hoe celebs geld verdienen met foto’s van hun kroost. Ze merken op hoe traditionele paparazzi nauwelijks meer bestaan. Beroemdheden maken zelf foto’s en zetten die op Twitter en Instagram. Media gebruiken dat materiaal om clicks te trekken. Kinderen van beroemdheden hebben zo al een digitale voetafdruk voordat ze kunnen praten. Hun ouders hebben intieme momenten gedeeld, hun naam, gezicht en leeftijd. Dat betekent dat deze kinderen niet zelden worden onderworpen aan kritiek en geroddel, over hun uiterlijk of over hun daden.

Extra problematisch is wanneer celebs sharenting inzetten bij hun commerciële activiteiten:

“Their children’s images are used in blogging and social media to advertise products and brands, showing how sharenting is becoming increasingly monetised, professionalised and industrialised for celebrities, or ‘micro-microcelebrities’, as Crystal Abidin states, i.e. celebrities and online celebrities are engaging more and more in the sphere of commercial promotion involving their young children.”

Hiermee zijn beroemdheden en hun kids een prioriteitsgroep als het gaat om kinderrechten en sharenting. Ook als je geen beroemdheid bent maar wel kinderen hebt, moet je nadenken over het beschermen van hun identiteit. Dat gaat niet alleen over het plaatsen van foto’s! Jorge en Marôpo formuleren drie veilige praktijken:

  1. Wees voorzichtig met het delen van waar je kind zich bevindt;
  2. Kinderen moeten vetorecht hebben: ze mogen nee zeggen tegen het publiceren van bepaalde beelden, uitspraken, verdiensten en uitdagingen;
  3. Ouders moeten aandacht hebben voor de effecten van sharenting op het zelfbeeld en welzijn van kinderen.