‘Het is niet ongezond dat een jongere een leven heeft waar ouders niet alles over weten’

Knack vroeg me een stuk te schrijven, dit was het resultaat:

De voorbije maanden werd er veel aandacht besteed aan het geheime, online leven van jongeren.

De Blue Whale challenge, waarbij jongeren zouden uitgedaagd worden om zichzelf te pijnigen was misschien nog een hoax die wel kon inspireren, maar er bleken ook veel concretere gevaren te zijn.

Zo stierf er in Nederland een jongen door verstikking omdat hij online geleerd had dat het een natuurlijke manier zou zijn om high te worden. Spijtig genoeg struikelde de jongen, waardoor hij zichzelf niet meer kon redden en stierf. De politie en ouders ontdekten dat het geen zelfmoord was omdat de jongen alles had gefilmd.

Er was ook de jongen in Vlaanderen die zelfmoord pleegde omdat zijn naaktfoto verspreid werd. Sexting is de voorbije weken trouwens opvallend vaak in de media geweest.

Er is een opvallende gelijkenis met een verhaal van wat langer geleden. Drie Londense meisjes verdwenen. Ze liepen weg van huis om zichzelf in te lijven bij IS. Achteraf ontdekten de speurders hoe ze via grooming online overtuigd werden tot hun daad. Achteraf.

Het zijn verschrikkelijke verhalen die gelukkig nog steeds grote uitzonderingen zijn in hun fatale afloop. Ook radicaliserende jongeren – en volwassenen – zijn vandaag nog steeds de uitzondering.

Er zijn twee logische reacties die je zowel bij ouders als de overheid ziet opduiken: controle en repressie.

Voor ouders reageerde de markt al snel. Zowel Microsoft als Google maken het ouders vandaag erg makkelijk om het doen en laten van hun kinderen op toestellen verbonden met het internet te volgen.

Vandaag kwam er het voorstel om het surfen naar radicaliserende sites te verbieden, net zoals het surfen naar kinderporno al verboden is. Dit vraagstuk is aan de wetgever, maar voor ouders en opvoeders wil ik wel graag enkele pedagogische wenken meegeven.

Vertrouwen is cruciaal in een relatie. Als je je kind controleert zonder dat die het weet, en het wordt ontdekt, bestaat het gevaar dat het gedrag nu helemaal underground gaat en moeilijker te achterhalen valt.

Het is trouwens niet altijd ongezond dat een jongere een leven heeft waar ouders niet alles over weten. Dat heet opgroeien.

Probleem is dan wel dat je moet weten wanneer het fout gaat. Kijken naar het kind of de jongere is de enige oplossing. Gedragsveranderingen, zich minder goed voelen enzovoort. Het zijn allemaal tekenen dat er iets misloopt.

Maar besef ook dat de jongen die zichzelf verstikte geen enkel teken vooraf toonde, niet on- of offline.

Repressief optreden verder kan wel degelijk nodig zijn bij accute situaties. Bij vergaand online pesten bijvoorbeeld dient er opgetreden te worden. Maar ook hier kunnen specifieke uitdagingen opduiken. Zo is het soms minder duidelijk dan je denkt wie dader en wie slachtoffer is. Opgroeien blijft een hindernissenparcours.

Binky, een nep sociaal netwerk voor wie liever asociaal is

Een tijdlijn vol random foto’s en berichten, je kan niemand volgen, niemand zal jou volgen. Je kan wel eindeloos scrollen. Je kan iets re-blinken, maar dan krijg je de boodschap dat er niks gebeurt. Behalve enkele animaties, gebeurt er ook daadwerkelijk… niks.

Dit is Binky, een app waarmee je kan doen alsof je druk bezig bent, maar die vooral nep is. 

Dus krijg je foto’s van koeien, de Red Hot Chili Peppers en andere random beelden en elke letter die een woord vormt. Zeer veel fun dus, zonder de druk om iemand te volgen of gevolgd te worden.

Google lanceert ‘Be Internet Awesome’, Engelstalig mediawijsheidpakket

Google lanceerde net deze nieuwe website Be Internet Awesome, een Engelstalig mediawijsheidpakket met focus op 5 inhoudelijke lessen:

  • Be Internet Smart: Share with care
  • Be Internet Alert: Don’t fall for fake
  • Be Internet Strong: Secure your secrets
  • Be Internet Kind: It’s cool to be kind
  • Be Internet Brave: When in doubt, talk it out

Handig van Google: maak zelf je datagifs

Google lanceerde net een nieuwe, handige tool voor journalisten én leerkrachten (en nog wel een paar beroepsgroepen): Data Gif Maker

Gif’s zijn al een tijdje hip en leuk voor je dagelijkse portie memes op sociale media, maar met deze tool kan je dit maken:

Het is eenvoudig, het is niet uitgebreid, maar wel leuk. Lees hier hoe je de gifs kan maken.

Moeten we rozemarijn ruiken om beter te onthouden?

Makkelijke trucjes om af te vallen of om dingen sneller te leren doen het altijd goed. Eerder deze week las ik in De Morgen over een sportpil die er voor zou kunnen zorgen dat we zonder veel moeite zouden afvallen en beter presteren en gisteren rapporteert de BBC over een onderzoek dat bepaalde geuren een positief effect zouden hebben op het geheugen, rozemarijn zou wonderen doen.

We willen graag makkelijke oplossingen, maar… In het geval van de sportpil blijkt het middel wel degelijk bij muizen goed te werken op hun uithoudingsvermogen, maar bleek uit eerder onderzoek het behoorlijk kankerverwekkend te zijn voor mensen.

In het geval van de rozemarijn voor beter leren is het probleem niet van dergelijke aard, gelukkig, maar er is wel degelijk een probleem. De studie waarop het BBC-artikel gebaseerd is, is wel heel erg klein met 40 kinderen tussen 10 en 11, waardoor het woord ‘underpowered’ al snel kan vallen. Power in statistiek wordt in het Nederlands vertaald als ‘onderscheidend vermorgen’. In het geval van een kleine steekproef is dat vermogen om een effect te onderscheiden zonder dat het berust op toeval heel erg moeilijk. Dat de onderzoeker in het artikel aangeeft dat hij nu op zoek moet gaan naar een grotere steekproef is dus geen toeval. Ik zeg dus niet dat het effect er wel of niet is. Wel zeg ik: we zijn echt nog niet zeker dat het werkt. En oja, het onderzoek is nog niet echt gepubliceerd geraakt, maar werd enkel op een conferentie voorgesteld. Dat de BBC erover bericht – wat onderzoekers verbaasd deed reageren op twitter – is gewoon omdat er een persbericht was.

En ondertussen blijven voor leren de woorden van Richard Wiseman gelden: work really hard. Dat zelfde geldt wellicht ook voor afvallen.

Facebook zou in kaart brengen wanneer jonge tieners zich meest kwetsbaar voelen

Een uitgelekt rapport dat The Australian heeft gepubliceerd toont dat 2 Australische werknemers van Facebook bewust via algoritmes op zoek zouden zijn gegaan naar wanneer de 6.4 miljoen Australische en Nieuw-Zeelandse jongeren een steuntje in de rug konden gebruiken. Lees: via de verschillende foto’s, berichten, enz. keken ze na wanneer de jongeren het meest kwetsbaar waren.

Facebook heeft zich blijkbaar al verontschuldigd en tegenover Mashable stelde een woordvoerder dat Facebook niet van plan is deze tools vrij te geven om reclame te baseren op hun emotionele toestand. De woordvoerder stelt “The analysis done by an Australian researcher was intended to help marketers understand how people express themselves on Facebook. Facebook has an established process to review the research we perform. This research did not follow that process, and we are reviewing the details to correct the oversight.”

De Australische overheid bekijkt of hier grenzen zijn overschreden…

Sluikreclame op vlogs flink in het vizier van het Commissariaat voor de Media (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Er gelden strenge regels voor de manier waarop er reclame gemaakt mag worden in de media, maar YouTube is nog steeds een onontgonnen terrein. Dat heeft vloggers in staat gesteld veel geld te verdienen met het aanprijzen van spullen op een manier die op televisie nooit zou mogen. Omdat deze vloggers zich richten op jongeren (en soms kinderen) zijn de zorgen daarover extra groot. Het Commissariaat voor de Media heeft onderzoek gedaan om vast te stellen hoe groot de omvang van sluikreclame is. De conclusie:

“In bijna 90% van de vlogs en clips zijn duidelijk een of meerdere merken of producten te zien. In meer dan 60% van die gevallen komen merken en producten niet terloops aan bod, maar krijgen ze nadrukkelijk de aandacht. Die aandacht is vaak (zeer) positief. Bij meer dan 75% van de video’s waarin merken en/of producten aan bod komen, is onduidelijk of het al dan niet om betaalde aandacht gaat.”

Het Commissariaat heeft nog niet de bevoegdheid hier tegen op te treden zoals het dat wel kan bij radio en televisie. Europese wetgeving is in de maak, maar dat duurt lang. Daarom wordt er nu ingezet op zelfregulering. Het orgaan gaat in gesprek met vloggers, online content creators en multichannel networks (bedrijven die online makers helpen met hun bereik begroten en sponsoren binnenhalen). Ze zullen dus, bij gebrek aan wetgeving, een beroep doen op makers om zich beter te gedragen. Daarnaast willen ze om de tafel met koepelorganisaties op het gebied van opvoeding en mediawijsheid, wat er op wijst dat de verantwoordelijkheid ook bij de gebruiker wordt gelegd. Mediawijsheid wordt vaker ingezet als manier om gebruikers te ‘wapenen’ tegen schadelijke effecten van media, zonder dat makers aan banden worden gelegd.

Niet alle vlogs
Nieuwsuur besteedde aandacht aan het onderzoek van het Commissariaat en er verschenen berichten van de NOS. Hierop reageerden vloggers op Twitter dat de gevonden negentig procent hen erg hoog in de oren klonk. Het is daarom belangrijk goed te kijken naar de gehanteerde steekproef. Eerst zijn op basis van aantallen abonnees de twintig populairste Nederlandstalige kanalen van vloggers en online influencers vastgesteld. Van deze zijn vervolgens per kanaal aselect vijf video’s geselecteerd. Deze steekproef van honderd video’s in totaal is vervolgens geanalyseerd.

Dat betekent dat de uitspraken alleen gelden voor de populairste kanalen. Zij die veel abonnees hebben, gebruiken hun bereik om geld te verdienen met sluikreclame. Dat is een weinig verrassend inzicht. Het gebrek aan wetgeving laat alle ruimte en hoe meer abonnees je hebt, hoe groter de kans dat je onder contract komt bij een bureau. De uitspraken gelden niet voor andere vlogs. Bezorgde ouders doen er daarom goed aan gewoon eens wat vlogs te bekijken van het kanaal dat hun kroost graag kijkt.