Podcast: Internet verrijkt onze taal

Gevonden via Linda Duits:

Online kan je op allerlei manieren communiceren die voorheen niet bestonden: met emoji bijvoorbeeld, of met woorden die opstaan zijn in een internetsubcultuur. De Mediadoctoren doken in de materie met taalkundige Marc van Oostendorp. Het gesprek gaat over je taal als manier om te laten zien wie je bent, taal als communicatiemiddel en de invloed van technologie op taal. Er is een interview met internetfenomeen Gyurka Jansen en een item over emoji.

Meer informatie hier. U kunt zich ook via iTunes of Stitcher op deze podcasts abonneren. 

Persbericht en onderzoek: kleuters houden van de tablet, maar lezen liever op papier

Als het op lezen aankomt lijkt de vraag – zelfs bij hele jonge kinderen – wel “Welke digital natives”? Een interessant onderzoek in dit persbericht van de KU Leuven:

30 NOV. 2016. 79% van de kinderen, tussen de 2 en de 6 jaar, mag een tablet gebruiken en ze doen dit vooral om spelletjes te spelen. Slechts 29% van de kinderen gebruikt de tablet om een digitaal boek te lezen of bekijken. Dit terwijl 97% van de kleuters wel met papieren boekjes aan de slag gaat. Dat blijkt uit onderzoek van professor Jan Van Coillie en Mariet Raedts van de KU Leuven, Campus Brussel bij 700 Vlaamse gezinnen naar het digitale mediagebruik van hun kinderen.

Het onderzoek peilde naar het mediagebruik van kinderen, de rol van de ouders daarbij en het (voor)leesgedrag uit papieren of digitale boeken. De wetenschappers vonden dat 4 op de 10 kinderen voor hun derde verjaardag met een tablet aan de slag gaan. Voor hun zesde verjaardag kent 79% van de kinderen de tablet. Dit toestel is daarmee veruit het populairste digitale medium, smartphone (53%) en laptop (48%) vullen de top 3 aan.

65% van de kleuters gebruikt de digitale media om spelletjes te spelen, 51% kijkt naar filmpjes op YouTube en 48% kleurt plaatjes. Jongens blijken vaker te gamen dan meisjes. De kleuters gebruiken de tablet vooral in het weekend en jongens spelen er ook langer mee dan meisjes. Kinderen uit gezinnen met een lagere sociaal-economische status (SES) besteden beduidend meer tijd aan digitale media, in het weekend tot drie keer meer dan kinderen uit gezinnen met een hogere SES (29% versus 9%).

Professor Van Coillie: “9 op de 10 ouders van wie de kinderen digitale media mogen gebruiken, controleren dit gebruik op één of andere manier. Het gaat dan vooral om welke toestellen het kind gebruikt, hoe lang het ermee bezig mag zijn en wanneer.” Kleuters mogen het vaakst alleen spelen met de tablet (1 op 4 kinderen). Hoe jonger de kinderen, hoe minder ze de digitale media mogen gebruiken en hoe beter ze daarbij worden begeleid door hun ouders.

Wanneer de onderzoekers gingen kijken naar de concurrentie tussen tablet en papier als het gaat om boeken lezen, bleken papieren boeken veruit het populairst. 99% van de kinderen kwam al in contact met papieren boeken, maar slechts 49% las of bekeek ook al eens een digitaal boek. Mariet Raedts: “De kinderen lezen niet alleen minder vaak digitale boeken, ze komen er ook pas veel later mee in contact. De meeste kleuters bekijken tijdens hun eerste levensjaar enkel papieren boeken, een digitaal boek wordt vaak pas na de tweede verjaardag geïntroduceerd.” Van de kinderen die beide varianten kennen, hebben 3 op de 4 een uitgesproken voorkeur voor de papieren boeken. Ouders zien de digitale media vooral als concurrent voor het gewone spelen. “Mijn oudste is bijna verslaafd aan de tablet, terwijl mijn andere kinderen liever buiten spelen”, zegt één van de bevraagde ouders.

Het onderzoek werd gevoerd in samenwerking met Mediawijs, imec en Iedereen Leest. De cijfers vindt u terug in deze infographic. Het volledige rapport vindt u hier.

Maakt Facebook verlaten gelukkig?

Facebook is ondertussen het grootste café met de meest storende reclame ter wereld en met o.a. de meer ongeloofwaardige toogpraat die de televisie in de hoek met het echte nieuws vaak overstemt. Uit dit café weggaan, maakt dat gelukkig?

Volgens een nieuwe Deense studie wel. 1095 vrijwilligers werden verdeeld over 2 groepen: een groep die gewoon de sociale mediasite mocht blijven gebruiken, en een groep die een weekje de site helemaal links zou moeten laten liggen. 87% van de laatste groep slaagde hier ook in.

En wat blijkt: de groep die zich van Facebook onthield, voelde zich na een week gelukkiger dan de blijvers.

Mooi, de sociale media doemdenkers hebben dus toch gelijk? Niet zo snel.

Neuroskeptic maakt terecht enkele bedenkingen:

  • Ja, het was een RTC, maar de deelnemers wisten in welke groep ze zaten. Het is nogal makkelijk om door te hebben wie controlegroep en wie testgroep was.
  • De oproep gebeurde via sociale media, de kans dat de vrijwilligers al effectief overwogen om een tijdje te stoppen, is realistisch.
  • Het effect is significant maar klein.

Zelf heb ik nog te bedenking dat een week een kleine periode is. Dit is eerder onderzoeken wat het effect is van een digitale vakantie. En die maakt dus mogelijk, een klein beetje gelukkiger.

Abstract van het onderzoek:

Most people use Facebook on a daily basis; few are aware of the consequences. Based on a 1-week experiment with 1,095 participants in late 2015 in Denmark, this study provides causal evidence that Facebook use affects our well-being negatively. By comparing the treatment group (participants who took a break from Facebook) with the control group (participants who kept using Facebook), it was demonstrated that taking a break from Facebook has positive effects on the two dimensions of well-being: our life satisfaction increases and our emotions become more positive. Furthermore, it was demonstrated that these effects were significantly greater for heavy Facebook users, passive Facebook users, and users who tend to envy others on Facebook.

Triest voorbeeld van valse info via Google-resultaten: autisme en vaccinatie

Gisteren zag ik deze tweet passeren en het past mooi in 2 huidige discussies: enerzijds over vaccinaties anderzijds over fake nieuws en valse info via Google en Facebook.

Alhoewel er ook wel persoonlijke zoekresultaten mee kunnen spelen:

Nieuwe PhotoScan-app van Google lijkt wel heel erg handig (maar…)

Je smartphone als scanner hadden we ook al een stuk van Microsoft met hun Lens, maar die is vooral handig voor teksten. Deze is anders. De maar in de titel slaat op de vraag of we nu ook ons verleden met Google delen?

Meer info? Check hier!

Er zijn verschillende soorten ‘bewijs’, hoe kan je ze herkennen?

Via Larry Ferlazzo vond ik dit interessant document van Mathematica Policy Research waarbij in 12 pagina’s de vier soorten bewijs uitgelegd worden die je kan tegenkomen als iemand een punt wil maken.

  • Anecdotal: Impressions from User Experience
  • Descriptive: Measures of Outcomes over Time
  • Correlational: Comparisons of Users and Non-Users
  • Causal: How to Accurately Measure Effectiveness

Elk type bewijs wordt kort uitgelegd en vervolgens geïllustreerd. Handige aanvulling bij het boek van Willingham.

Mijn stuk voor Knack over het online leven van kinderen en jongeren

Gisteren kreeg ik de vraag van Knack of ik een opinie wou schrijven. Dit was het resultaat:

Twee berichten over jongeren en sociale media vandaag in de kranten. Een eerste bericht in De Morgen praat over een ‘internationale studie’ waarbij 5.000 jongens en meisjes tussen tien en vijftien jaar in Frankrijk, Duitsland, Spanje, Italië en de Benelux bevraagd werden. Hieruit blijkt dat Belgische en Nederlandse kinderen zich online het meest roekeloos gedragen.

Het tweede onderzoek wordt beschreven in verschillende kranten en werd uitgevoerd door onder andere Michel Walrave van de Universiteit Antwerpen. Hieruit blijkt dat een op de vier jongeren tussen 14 en 18 jaar die Snapchat hebben, sexy beelden van zichzelf via de app maakt en verstuurt. Drie procent gaf aan dat onder druk te hebben gedaan.

Een van beide onderzoeken is een pak alarmerend van toon dan het andere onderzoek. Bij het onderzoek van de Universiteit Antwerpen duikt er een belangrijke nuancering op. Ja, er zijn gevaren en we moeten jongeren waarschuwen, maar weet wel dat sexting niet an sich fout is.

Een ander geluid horen we bij het onderzoek van Kaspersky Lab, waar je in de cijfers wel ook positieve elementen kan zien, maar waarbij de toon vooral alarmerend is. Kaspersky Lab is namelijk een bedrijf gespecialiseerd in online beveiliging met ook een product op de markt specifiek voor bange vaders en moeders. Hun software zorgt ervoor dat ouders toezicht kunnen houden op ‘de communicatie van kinderen, waaronder openbare activiteiten op Facebook en gesprekken en sms-berichten op Android-apparaten.’

Dit laatste is niet nieuw. Toen Microsoft zijn meest recente besturingssysteem op de wereld losliet, was een van de verkoopargumenten ook al dat het verschillende tools bevatte om het onlinegedrag van je kinderen te volgen.

Maar het actief volgen wat je kind doet – en zeker als je dat achter de rug van je kind zou doen – is niet de oplossing om problemen te voorkomen. De kans dat je er hierdoor voor zorgt dat je kind minder met je deelt en het gedrag nog minder zichtbaar wordt is zeer reëel.

Het is belangrijk dat je als ouder al vanaf jonge leeftijd vooral positieve interesse toont in wat je kind online doet en zelf het goede voorbeeld geeft. Toon interesse als je kind iets moois op Ketnet online heeft gezet, toon interesse naar nieuwe bouwsels op Minecraft. Leg uit waarom je een app liever niet ziet zitten, bijvoorbeeld omdat het spel te gewelddadig is naar je eigen waarden of omdat er in-app aankopen mogelijk zijn. Vraag zelf toestemming aan je kind of je een foto over hem of haar online mag zetten. Hiervoor moet je natuurlijk al vroeg met je kind praten en zoals Child Focus aangeeft jezelf ook informeren.

Als je dit doet, vergroot je de kans dat als het fout gaat, je kind naar jou komt om hulp en raad te vragen. Als het kind vreest dat het zal horen ‘ik had het nog zo gezegd’, is de kans dat ze eerder naar vriendjes vluchten voor advies groot. Vriendjes die die zware taak niet altijd aankunnen.

Als het misgaat – gelukkig gebeurt dat slechts bij een relatief klein deel van de jongeren – of als je meer achtergrond wil, dan zijn er verschillende bronnen online te vinden. Je hebt zo onder andere Clicksafe, Medianet van Mediawijs.be of ook het Nederlandse Mediaopvoeding.nl.

Dit John Oliver-stuk over Herbalife en co is een #mustsee (en ook bruikbaar in onderwijs)

We waren allemaal de voorbije dagen druk bezig met iemand met een vreemd kapsel en een nieuwe job, maar er gebeurt meer in de wereld. John Oliver blijft bijdrages maken van een ontzettend hoog niveau, en dit uitgebreid stuk over ‘multilevel marketing’ is geen uitzondering. Toen ik het de eerste keer zag, legde ik de link niet naar onderwijs. Tot ik besefte dat we effectief ook hiervoor moeten waarschuwen (en dat er zelfs enkele interessante lessen wiskunde en economie in zitten).

En oja, de man vroeg nu eenmaal om dit massaal te delen.