Een nieuwe berichtjes-app: talkshow

Er komen steeds nieuwe app’s bij in de sociale media wereld, en het is altijd een gok welke zal doorbreken en welke niet. De nieuwste hype lijkt Talkshow te zijn, voorlopig enkel verkrijgbaar voor Apple toestellen.

Wat is anders aan deze app? Wel, je kan een soort live-chat organiseren rond een thema waarbij iedereen berichtjes kan plaatsen rond het thema.

Zal dit iets worden? Moeilijk te voorspellen. Een soort tekstuele periscope die lijkt op Tweetdeck? Wie weet. Wedden dat er binnenkort een blogpost opduikt met 10 toepassingen voor in de klas? Nu, hier lijkt me dat zelfs niet eens zo moeilijk te bedenken:).

Erdogan en het Streisandeffect 1.0, een universteit en het Streisandeffect 2.0

Ik vermoed dat Erdogan nog steeds niet door heeft wat het Streisandeffect is. Voor wie het ook nog niet weet:

Het streisandeffect is het verschijnsel dat pogingen van een persoon of instantie om informatie te verbergen of te verwijderen, juist de aandacht trekken. Zodra pogingen een onderwerp uit het nieuws te houden worden opgepikt door de media, wordt het publiek nieuwsgierig, waardoor men er in groten getale kennis van gaat nemen.

De naam verwijst naar de actrice Barbra Streisand, die in 2003 probeerde middels een rechtszaak een luchtfoto[1] van haar huis in Malibu van een website verwijderd te krijgen, omdat deze foto haar privacy zou schenden. Toen het proces in het nieuws kwam, samen met de URL van de foto, wist iedereen het huis van Streisand te vinden. (Bron Wikipedia)

Zijn oproep om de satire over hem zwaar aan te pakken, heeft een extreme vorm van dit effect opgeleverd. Ik zou in de plaats van de man niet meer op Facebook of Twitter gaan.

De Californische universiteit UC Davis ging voor een andere, ogenschijnlijk betere optie. In 2011 kwam de universiteit negatief in het nieuws omdat op haar campus pepperspray gebruikt werd tegen de eigen studenten:

Dit is natuurlijk geen goede reclame. Maar in plaats van te vragen het nieuws te verbergen (wat wellicht ook niet eens zou lukken), betaalde de universiteit een PR-firma om het nieuws te begraven onder veel andere berichten. De ingehuurde firma produceerde een stroom aan berichten op alle mogelijke platformen om zo er voor te zorgen dat het nieuws over de pepperspray niet meer opdook op de eerste pagina’s van Google. Maar wat als het uitkomt?

Tja, dan staat het oude nieuws uit 2011 terug overal in de picture…

Verdriedubbeling gebruik datingsites onder jongeren (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Voor jongeren was het lange tijd not done om gebruik te maken van online datingsites. Elkaar online ontmoeten heeft iets sneus (zie deze column die daarover schreef voor Folia). Tinder heeft dat grotendeels doorbroken. Cijfers van Pew Internet onder Amerikanen onderschrijven dit. Sinds 2013 is het aantal jongeren (18-24 jaar) dat wel eens online een date heeft gevonden bijna verdriedubbeld.

Vijftien procent van de Amerikaanse volwassenen heeft wel eens online datingsites of apps gebruikt. Dat is een lichte stijging van elf procent in 2013. De stijging is groter bij groepen die dit voorheen nauwelijks deden: jongeren en ouderen. In de leeftijd van 55 tot 64 jaar is er sprake van een verdubbeling: van zes procent in 2013 naar twaalf procent in 2015. Vooral jongeren gebruiken mobiele apps – zoals Tinder dus (noot: Pew vroeg niet naar specifieke apps). Het zijn vooral hoger opgeleiden en welgestelden die op die manier naar seks of liefde zoeken. De verklaring daarvoor ligt wellicht in het feit dat zij minder gebonden zijn aan traditionele gemeenschappen.

Stijgingen

De meeste ervaringen zijn positief, al worden ook nadelen genoemd. Tachtig procent van de mensen die het wel eens gedaan heeft vindt het een goede manier om mensen te ontmoeten. Mensen die het nooit gedaan hebben vinden dat veel minder. 62 procent van de online daters stelt dat het een manier is om een betere match te vinden en 61 procent vindt dat het efficienter is dan andere manieren. Een kwart van de mensen die het nooit deed vindt mensen die online dating sites gebruiken wanhopig. Vooral vrouwen geven als negatief aspect aan dat online dating gevaarlijk kan zijn.

opvattingen

Mensen delen 21% minder persoonlijke berichten op Facebook (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Waarschijnlijk heb je het zelf ook wel opgemerkt: op Facebook vind je steeds minder persoonlijke berichten van je vrienden. Vroeger vond je er foto’s van gezellige etentjes, aankondigingen van weekendjes weg en berichtjes over hoe blij iemand was. Nu bestaat je Facebook newsfeed uit grappige kattenfilmpjes, ‘nieuws’ over Donald Trump en aankondigingen van conferenties (okay, dat is heel duidelijk mijn Facebook feed). Er wordt dus nog steeds veel gedeeld, maar die informatie is van een andere aard dan wat ooit Facebooks core business was.

Volgens de site The Information – die vertrouwelijke data van Facebook in handen heeft – werd er in 2015 5,5 procent minder gedeeld dan het jaar ervoor. Als we kijken naar ‘original broadcast sharing’ is de daling 21 procent. The Information schrijft:

“Original posts are personal in nature as opposed to popular media like links to news sites.  Original broadcasts are the most critical kind of content on Facebook because they bring the most engagement. Think of when people announce engagements or babies; those posts always get the most comments and “likes.” The sharing problem was particularly acute with Facebook users under 30 years of age who were sharing much less than they were a year earlier compared with people over 30, according to the data.”

Het zijn dus vooral jonge mensen die minder persoonlijke dingen delen op Facebook. Dat is niet verwonderlijk: we zien al een tijdje een verschuiving van (semi-)open sociale netwerken naar meer gesloten apps zoals Whatsapp en Snapchat. In groepchats heb je veel meer controle over wie je blootstelt aan welke ‘content’ van jezelf.

Terwijl we deze ontwikkeling al jaren zien, is Facebook zelf erg geschrokken van de dalende cijfers. Ze zoeken naar manieren om het delen van persoonlijke berichten te stimuleren. Zo moet je ook de invoering van Facebook Live zien en de constante herinneringen aan wat je vandaag zoveel jaar geleden deed. Facebook heeft het echter aan zichzelf te danken. In de constante zucht meer geld te verdienen aan gebruikers wilde Facebook meer lijken op andere sites, zoals Twitter en Foursquare. Edgerank – het algoritme dat bepaalt wat je ziet – is zwaar frustrerend. Gebruikers wilden bijvoorbeeld liever de meest recente berichten in chronologische volgorde zien, maar Facebook gaf ze nieuwssites van gisteren (zie Hoe Facebook zichzelf kapotmaakt).

Daarnaast zal misschien meespelen dat we jongeren leren voorzichtig te zijn met de persoonlijke informatie die ze delen op Facebook. De cijfers laten zien dat ze dat doen.

Al in augustus 2013 schreef ik over de tanende populariteit van Facebook maar stelde ik dat de site niet hetzelfde lot zal treffen als MySpace of Hyves: sociale netwerken die helemaal leeg liepen. Facebook is een soort telefoonboek geworden, dé manier om iemand te vinden. Het is een handige plek om mensen uit te nodigen voor feestjes en om te zien hoe iemand eruit ziet (misschien wel dé bestaansreden van Facebook: het idee van een smoelenboek, maar dan voor de wereld). Dat verdwijnt allemaal niet.

YouTube gaat voor 360° live video met ruimtelijk geluid

Google en YouTube zetten steeds verder in op 360 graden video’s en virtual reality. Daarom komen er 2 nieuwe toevoegingen bij:

  • de mogelijkheid om live uit te zenden in 360°
  • ruimtelijk geluid

Het eerste tonen is een beetje moeilijk, het tweede zie je hoor je in de volgende video:

Enkele opvallende toepassingen van Virtual reality

Nu Virtual reality wat momentum begint te krijgen, komen er ook opvallende toepassingen, waarbij je soms jezelf kan afvragen of het een meerwaarde is.

Zo kun je in de bril van HTC via bluetooth oa ook telefoongesprekken en berichtjes ontvangen:

Of laat Facebook je nu met hun Oculus Rift virtuele selfies maken:

Dan vind ik de Hololens met 3D-skype toch straffer.

Wetenschapsjournalistiek is genregevoelig (Linda Duits)

Deze bijdage verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Diep Onderzoek voerde samen met Alexander Pleijter een verkennende inventarisatie uit van wetenschapsjournalistiek in Nederland. Het doel was om een inzichtelijk beeld te geven in (1) wat welke media doen aan wetenschapsjournalistiek en (2) welke functies daarmee vervuld worden. Hierbij is een brede definitie gehanteerd: alle aandacht die media besteden aan resultaten van wetenschappelijk onderzoek, als ook aan instituties en processen in de wereld van de wetenschap.

Vandaag zijn de resultaten gepubliceerd. Dit rapport maakt deel uit van een bredere toekomstverkenning die het Rathenau Instituut uitvoerde naar het functioneren van wetenschapsjournalistiek. Meer daarover hier. Hieronder zet ik de belangrijkste conclusies op een rij.

Methode
Het betreft een kwalitatief onderzoek op basis van vooraf opgestelde criteria. Een corpus van veertien genres met daarbinnen zeer diverse titels is onderworpen aan systematische tekstuele analyse, aangevuld met informatie van relevante redacteuren.

1. Aandacht wetenschap

Veel aandacht, grote verschillen
Nederlandse media besteden veel aandacht aan wetenschap: in bijna alle geanalyseerde titels is wetenschap te vinden. Dit wijst erop dat wetenschap voor media geen ivoren toren is, maar op de alledaagse radar van redacties staat. Wel signaleren we grote verschillen in de frequentie van aandacht voor wetenschap en de functie die dit dient. Dat geldt ook voor de missie en doelgroep van een medium: in vrouwentijdschriften is er sporadisch aandacht in de vorm van advies voor persoonlijke groei; kranten voor een hoogopgeleide doelgroep brengen meer wetenschapsnieuws.

Hoe verwezen wordt naar wetenschap verschilt eveneens sterk: consistente vermelding van bronnen en affiliaties ontbreekt. Er is weinig aandacht voor methoden van onderzoek: bij algemene duiding door een wetenschapper gebeurt dit niet, bij het brengen van wetenswaardigheden wel. Alle wetenschapsdisciplines vinden hun weg in de media, maar bepaalde disciplines beter passen bij bepaalde genres en functies.

Meer aandacht voor waakhondfunctie bij commerciële journalistiek 
Er zijn geen verschillen tussen functies en aard van de financiering van een titel, met één opmerkelijke uitzondering: de waakhondfunctie (functie 3). Deze wordt uitsluitend vervuld door commerciële titels en niet door redacties binnen de NPO. Niettemin besteden radio- en televisieprogramma’s van de NPO meer aandacht aan wetenschap dan commerciële zenders doen.

Hoe groter het bereik hoe minder wetenschap
We stellen voorzichtig dat hoe groter het bereik of de oplage van een titel, hoe minder aandacht er is voor wetenschap. Televisietalkshows hebben naast de televisiejournaals van de onderzochte titels het grootste bereik, maar besteden weinig aandacht aan wetenschapsnieuws. Het gaat eerder om het brengen van wetenswaardigheden (functie 4) en dat wordt vaak gedaan zonder wetenschapper. Ook de kranten met de hoogste oplages brengen minder wetenschap. Radiotalkshows en -wetenschapsprogramma’s en podcasts hebben een klein bereik, maar laten wetenschappers uitgebreid aan het woord.

Grotere redactie = meer aandacht voor alle functies van wetenschapsjournalistiek
Titels met een toegewijde wetenschapsredactie vervullen alle functies van wetenschapsjournalistiek. Waar slechts één wetenschapsredacteur of freelancer is wordt vooral nieuws gebracht (functie 1).

Weinig aandacht voor bronvermelding, onderzoeksmethoden en discussie
Media melden lang niet altijd bronnen van onderzoek of affiliaties van onderzoekers. De afwezigheid ervan valt vooral op bij het duiden van nieuws (functies 2a en 2b) en het geven van wetenswaardigheden (functie 4). Alleen bij educatie (functie 1), en dan met name nieuws, lijken wetenschappers over hun eigen onderzoek te praten.

Ook voor methoden is weinig ruimte. Een onderzoeksmethode komt vooral aan bod bij wetenswaardigheden, bijvoorbeeld bij het uitvoeren van een experiment. Bij algemene uitleg van een vakgebied blijft dit buiten beschouwing en gaat het om het delen van de inzichten. Als journalisten kritische vragen stellen, gaan deze zelden over de methode. Uitzonderingen hierop vormen de titels met een wetenschapsredactie. Bovendien gaan wetenschappers nauwelijks met elkaar in discussie. Soms worden er meerdere wetenschappers geïnterviewd, maar dat gebeurt afzonderlijk van elkaar.

Geneeskunde uitzonderlijke positie
Van alle wetenschappelijke disciplines wordt het meeste aandacht besteed aan geneeskunde. Ook de manier waarop er aandacht aan besteed wordt is uitzonderlijk. Het tegen elkaar afzetten van onderzoek troffen we alleen bij geneeskundige onderwerpen aan. Ook werden bij deze onderwerpen het vaakst bronnen genoemd. Terwijl bij andere disciplines vaak volstaan wordt met ‘uit onderzoek blijkt’, is het bij dit deelgebied blijkbaar belangrijk om de herkomst van kennis aan te geven.

Begrip ‘wetenschapper’ kent ruime definitie
Media hanteren een ruime opvatting van wetenschappers. Iemand kan zichzelf in de krant cultuurhistoricus noemen zonder doctoraat te hebben. Een voedingscoach lijkt voor journalisten op gelijke voet te staan met een wetenschappelijk onderzoeker. Voor programmamakers lijken wetenschapsjournalisten even goed in staat om een (bèta)vakgebied toe te lichten als wetenschappers.

2. Vervulling functies

De functies die deze aandacht voor wetenschap vervult, zijn genregebonden. Daarbij geldt dat bepaalde disciplines beter passen bij bepaalde genres en functies. We geven hier een samenvatting van onze bevindingen uitgesplitst naar functie.

1a: educatie in smalle zin
Alle nieuwsmedia op papier, televisie, radio en internet brengen losse nieuwsberichten uit de wetenschap. Titels die beschikken over een wetenschapsredactie brengen het meeste nieuws. Andere nieuwsmedia brengen niet elke editie klein wetenschapsnieuws, maar wel op regelmatige basis. Er is een lichte voorkeur voor bètanieuws, maar ook andere disciplines komen in aanmerking.

1b: educatie in brede zin
Vooral tijdschriften publiceren meerdere of tegenstrijdige onderzoeken in berichtgeving over nieuwe ontwikkelingen. Het gaat daarbij steeds om gezondheidsgerelateerde onderwerpen.

1c: educatie in algemene zin
Bij radiotalkshows en podcasts komen wetenschappers uitgebreid aan het woord over hun vakgebied. Het publiek wordt op die manier algemeen onderwezen over een specifieke discipline. Ook de colleges van het televisieprogramma De Universiteit van Nederland, wekelijkse interviews in Vrij Nederland en incidentele artikelen in de Volkskrant vervullen deze functie.

2a: maatschappelijk debat voeden in smalle zin
Nieuwsmedia – kranten, televisie en radio – vragen wetenschappers om een toelichting te geven op onderwerpen die in de actualiteit zijn. Het gaat hierbij om duiding van de actualiteit of van specifiek onderzoek. Deze functie werd niet vervuld door niet-nieuwsgerichte titels. Alle wetenschappelijke disciplines kunnen aan bod komen.

2b: maatschappelijk debat voeden in brede zin
In opiniebladen, op opiniepagina’s van kranten, bij talkshows op radio en televisie, en bij podcasts betrekken wetenschappers inzichten uit meerdere onderzoeken of van meerdere wetenschappers op een maatschappelijk thema. De maatschappijgerichte disciplines hebben de overhand. Het is daarbij opmerkelijk dat de duiders zelden naar specifieke studies verwijzen, maar veeleer algemeen vanuit hun vakgebied spreken.

3: waakhond
Het kritisch observeren van de wetenschappelijke sector komt het minst vaak voor. Het gebeurt door commerciële titels die beschikken over een wetenschapsredactie. Daarnaast vervullen lezersbrieven van tijdschriften deze functie incidenteel. Zogeheten factchecks van mediaberichten worden niet gedaan op geesteswetenschappelijk onderzoek.

4: wetenswaardigheden
Kennis uit wetenschappelijk onderzoek wordt in de meer infotainment-achtige media aangeboden louter omdat het aardig is om te weten. Het gaat om televisietalkshow De Wereld Draait Door onder, populairwetenschappelijk blad Quest en wetenschaps-programma’s Over de Kop en Proefkonijnen. Kenmerkend is dat meestal niet naar bronnen wordt verwezen. Met uitzondering van geschiedenis komen daarbij geen wetenswaardigheden uit de geesteswetenschappen voor.

5: advisering over lifestyle en persoonlijke groei
Tijdschriften die zich richten op het adviseren van mensen op enig terrein doen dat ook op basis van wetenschappelijk onderzoek. We zien deze functie ook terug in een enkel krantenbericht en op televisie bij De Wereld Draait Door. Meestal worden onderzoeksbevindingen zonder meer als kloppend verondersteld. Daarbij is het opmerkelijk dat bij deze functie het vaakst bronnen worden vermeld. Dit wijst er wellicht op dat hier meer autoriteit en/of geloofwaardigheid gewenst is.

Het gehele rapport is hier te downloaden. Voor vragen kunt u contact opnemen. 

PBS: digitalisering van onderwijs is een mes dat aan 2 kanten snijdt #mustsee

Via Larry Ferlazzo vond ik deze korte documentaire van PBS en ze snijden een belangrijk thema aan: digitalisering en personalisering heeft zowel voordelen als ook een ethische dimensie: wat met de privacy?

Positie vrouwen en meisjes werden wel beter, maar… genderstereotypen stabiel sinds 1983 (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Sinds de Tweede Feministische Golf is de positie van meisjes en vrouwen in Westerse landen sterk verbeterd. Ze meer mogelijkheden gekregen, doen het zeer goed in het onderwijs en hebben toegang tot beroepen die voorheen als voorbehouden aan mannen waren. Je zou daarom verwachten dat ook stereotypen zijn veranderd. In een recent artikel [abstract] onderzoeken Amerikaanse psychologen in hoeverre dat het geval is.

Methode
Ze vergeleken data verzameld in 1983 met inzichten uit nieuw onderzoek (afgenomen in 2014) waarin ze vergelijkbare vragen stelden: de onderzoekers gebruikten 87 van de 91 items uit het eerdere onderzoek. Vier beroepen werden verwijderd die niet meer bestaan (zoals ‘telephone operator’). Vier beroepen werden naar de tijd aangepast: ‘telephone installer’ naar ‘cable installer’ bijvoorbeeld.

Respondenten moesten de waarschijnlijkheid inschatten dat een man, een vrouw of een persoon met een niet-aangegeven geslacht bepaalde karakteristieken hadden. Het ging om karaktertrekken, rolgedrag, beroepen en fysieke eigenschappen.

Noot: het artikel geeft alleen een tabel met resultaten geordend naar cluster, niet op losse items.

Resultaten
De studie uit 2014 laat zien dat genderstereotypering nog steeds sterk is: de man/vrouw-verschillen waren significant op alle individuele componenten. Dat is op zich al waardevol. De kracht van het onderzoek ligt echter in de vergelijking.

Als het gaat om karaktertrekken werden vrouwen in 2014 net als in 1983 gezien als meer gericht op de gemeenschap [communal] dan mannen, en mannen als meer pro-actief [agentic] dan vrouwen. Dit is niet gedaald sinds 1983. Wel waren er vier items waar in 2014 geen verschillen meer in waren: ‘actief’, ‘werkt goed onder druk’, ‘maakt snel beslissingen’ en ‘geeft niet snel op’.

Bij rolgedrag doet zich iets opmerkelijks voor: bij mannelijke rollen waren er geen verschillen met 1983, maar bij vrouwelijke rollen kwamen in 2014 meer stereotypen voor dan in 1983. Dit komt omdat er meer variatie zit in de beoordeling van rollen nu: in 2014 worden de financiële rollen (bijvoorbeeld ‘doet de financiën’) aan beide geslachten toegeschreven.

In 1983 werden beroepen sterk gendered gezien en in 2014 was dit nog steeds zo. Twintig van de 21 voorgelegde beroepen werden stereotiep bezien. De uitzondering in 2014 is postbezorger: dat kunnen zowel mannen als vrouwen zijn.

Ook bij het cluster fysieke eigenschappen doen zich geen veranderingen voor. In 1983 gaven respondenten verschillen aan tussen 24 van de 25 genoemde eigenschappen. Alleen ‘goedgebouwd’ scoorde toen neutraal. In 2014 werden 22 van de 25 als gendered gezien. De uitzonderingen waren ‘in goede conditie’, ‘dun’ en ‘lange benen’.

Conclusie
De auteurs dragen verschillende verklaringen aan voor het gebrek aan veranderingen. Het zou kunnen komen door cultural lag: cultuur past zich maar langzaam aan aan maatschappelijke veranderingen. Ze stellen ook dat het zou kunnen dat mensen in 1983, toen de Tweede Golf al een tijd je bezig was, al ‘betere’ opvattingen over gender hadden dan daarvoor. Ze zien meer in de verklaringen van confirmation bias en self-fullfilling prophecy:

“Given the extensive use of gender categories and the seeming utility of differentiating between women and men, people may be resistant to change their stereotypes to any significant degree. The ease with which people are able to confirm gender stereotypes by selectively finding consistent exemplars or by misremembering gender atypicality as more typical than it actually was contribute to stereotype stability and maintenance. Further, even when women are making choices inconsistent with their expected roles, backlash and status incongruity theory suggest that the women will engage in behaviors that are stereotypeconsistent in order to avoid negative evaluations” (p. 7-8, literatuurverwijzingen verwijderd).

De auteurs wijzen op essentialisme in hoe mensen denken over gender: mensen denken dat basale eigenschappen van individuen horen bij man/vrouw. De auteurs maken hier echter onvoldoende duidelijk wat zij als verschil zien tussen essentialisme en stereotypering. Al met al tonen de resultaten dat genderstereotypering diepgeworteld is in de Amerikaanse cultuur (“our culture”).

Het is interessant om dit onderzoek ook in andere landen te doen: zien we in de meer geëmancipeerde Scandinavische landen minder stereotypering? De VS is op gender-vlak in veel opzichten conservatiever dan West-Europese landen. De rol van religie daarbij is interessant.

Revolv stopt en dat is een belangrijke waarschuwing voor ons allemaal

De kans is groot dat je nog nooit van Revolv gehoord hebt, ik beken: voor deze ochtend ik ook niet.

Revolve is een domotica-toepassing waarmee je thuis toestellen via een app aan en uit kan zetten.

Het bedrijf werd in 2014 opgekocht door Nest, bekend van hun thermostaten, en quasi onmiddellijk van de markt gehaald. Toch bleven de app en de toestellen werken. Maar Nest heeft nu bekend gemaakt dat binnenkort dit niet meer het geval zal zijn.

En dit is een waarschuwing voor ons allemaal. We komen steeds meer in een internet of things-wereld waarbij zeer veel zaken die we gebruiken en dingen die we doen niet enkel met een fysiek object te maken hebben, maar ook met een online dienst. Ik herinner me als de dag van gisteren toen Google opeens besloot zijn Reader te stoppen, waardoor ik een van mijn handigste tools kwijt was. Gelukkig kwamen er andere spelers in de plaats, maar in het geval van revolv bestaat de kans dat je thuis nu met een hoop toestelletjes zit die je in feite kan weggooien omdat de dienst verdwijnt. Of stel je voor: we hebben geconnecteerde auto’s – waar massaal aan gewerkt wordt – en opeens gebeurt het zelfde: je wagen rijdt niet meer omdat het protocol niet meer ondersteund wordt.

De kans bestaat dat er dan net als bij Google Reader een oplossing komt, maar bij aanschaffen van ‘slimme’ producten is het misschien wel een aandachtspunt. Ik merkte wel al dat bij sommige domotica-toepassingen een end of service ingecalculeerd werd en er beschreven wordt hoe het product toch nog kan werken als het bedrijf niet meer bestaat. Een andere oplossing is natuurlijk dat er meer met standaarden gewerkt wordt in plaats van met gesloten, eigen systemen. Terug iets waar je als consument best naar kijkt.