Heerlijk: de instructievideo van Windows 95 met Jennifer Anniston en Matthew Perry (+ een extraatje)

2 friends proberen het nieuwe besturingssysteem uit, deze week 20 jaar geleden. Een besturingssysteem dat de wereld behoorlijk veranderde: vanaf nu moest je op start klikken om af te sluiten.

Ik herinner me zelf vooral dit heerlijk liedje dat op de cd-rom verborgen zat:

Knock, knock, zou deze app een nieuwe hype kunnen worden?

Ik krijg vaak de vraag of ik een visitekaartje heb. Nee, ben hierin een regelrechte ramp. Enkele jaren geleden toonde Justine Pardoen bij het begin van een conferentiedag nog hoe je snel draadloos connectie met elkaar kon maken via Linkedin op je telefoon, maar zag dit toch niet echt massaal gebeuren op bijvoorbeeld conferenties (na een conferentie echter…).

Maar een nieuwe app Knock, Knock wil het leggen van contacten het delen van contactgegevens met elkaar vergemakkelijken. Zo een app kan natuurlijk enkel maar werken als genoeg mensen de app gebruiken. Anders is het bij voorbaat gedoemd te mislukken.

Maar… enkele grote spelers doen mee, zelfs letterlijk in de introductievideo:

PEW onderzoek naar online vriendschap van tieners: games, (over)sharing, support en unfrienden

PEW blijft met de regelmaat van de klok interessante (meestal weliswaar Amerikaanse) cijfers publiceren over het multimediagedrag van onder andere tieners.

Begin augustus verscheen zo dit nieuwe rapport over tieners en (online) vriendschap.

Zo blijken meer dan de helft van de bevraagde jongeren online nieuwe vrienden te hebben gemaakt, maar blijkt tegelijk de overgrote meerderheid dergelijke online vrienden niet in het echt te ontmoeten:

Jongens maken opvallend vaker online vrienden trouwens, waarbij gender nog voor een opvallend verschil zorgt. Games als sociaal platform voor het maken van en samen zijn met vrienden is typisch mannelijk:

Hoe hebben jongeren met elkaar contact in deze digitale tijden?

Maar het is niet allemaal rozegeur en maneschijn bij online vriendschappen:

Meer nog: jongeren geven hier zelf aan dat ze last hebben van mensen die ‘oversharen”, te veel delen over hen.

Maar er is meer:

En als het dan gedaan is met de vriendschap, volgt het unfrienden of blocken (vooral door meisjes):

Lees hier het volledige rapport.

De Google-Doodle kleurt vandaag historisch Belgisch: Paul Otlet en het Mundaneum

Ooit gehoord van Paul Otlet en zijn Mundaneum? Wel, ik wel, dankzij het onvolprezen publiek geheim:

Het is in feite de voorlopen van Google en Internet qua gedachte, een zoekmachine die de wereld in kaart zou brengen.

Paul Otlet verdient echt wel aandacht:

En vandaag viert Google de 147ste verjaardag van de bedenker van het Mundeum met een eigen Doodle:

otlet google

Nu even serieus over de politie die sociale media screent tijdens Pukkelpop

Enkele jaren geleden was Pukkelpop het bewijs van de kracht van sociale media. Vandaag is sociale media en Pukkelpop terug nieuws want de politie gaat via Twitcident Facebook, Twitter en Instagram checken op onregelmatigheden. Er is een hele lijst van trefwoorden samengesteld waarop zoekrobots de vele berichten rond Pukkelpop zullen checken.

De gevolgen laten zich raden: twitter has a field day. De stormloop aan valse berichten is niet bij te houden, en ik beken, ik kon me ook niet inhouden:

In De Morgen maakt Jan Nolf terechte bedenkingen bij de screening an sich, maar een kleine opmerking van hem wil ik even verdiepen. De ere-vrederechter schrijft namelijk dat het wellicht achterhaald is, en ik denk dat hij wellicht gelijk heeft.

Ja, Facebook, Twitter en zeker Instagram zijn nog steeds populair, maar de voorbije jaren hebben jongeren de publieke tijdlijn steeds vaker ingeruild en vooral aangevuld met meer intieme vormen van sociale media. Intiem in de betekenis dat het slechts met een kleine groep mensen gedeeld wordt. Facebook kent groepen en vooral de populaire messenger en dan hebben we het nog niet over Whatsapp en het zeer populaire Snapchat.

Wat zou jij doen als je snode plannen zou hebben (bijvoorbeeld meezingen met The Offspring, zowat een halsmisdaad imho)? Zou je dat open en bloot zetten op je tijdlijn? Of zou je, als je dit echt met mensen wil delen of enkelingen wil aanspreken om mee te zingen (don’t), dan eerder enkele van die meer intieme kanalen gebruiken?

Vooral hoop ik op goed weer op Pukkelpop en fijne muziek. Ik zie de beelden wel verschijnen.

Experts zullen sneller denken dat ze meer weten (dan ze feitelijk weten)

Curse of Knowledge gebruik ik zelf vaak om de situatie te omschrijven dat je te veel over een onderwerp weet waardoor het moeilijk wordt je in te leven in het niveau van een beginner Via BPS Digest ontdekte ik deze nieuwe studie die toont dat er ook een andere soort curse of knowledge bestaat. Eerder onderzoek toonde al dat 1 op 5 consumenten een mening kunnen hebben over niet-bestaande producten (check hier), maar wat blijkt nu? Experts die van zichzelf vinden dat ze over een welbepaald onderwerp veel weten, zullen eerder geneigd zijn hun kennis te overschatten. We noemen dit ‘overclaimen’. Dit gaat een stuk in tegen de idee dat hoe meer je weet, hoe meer je beseft dat je niet alles weet.

Uit verschillende experimenten met 570 deelnemers bleken deelnemers met effectief meer kennis op het gebied van financiën, biologie, filosofie en literatuur, eerder geneigd zijn om te overclaimen. Mensen bijvoorbeeld met wat meer kennis van biologie, die wel al begrippen zoals fotosynthese of metabolisme zullen kennen, zullen sneller ook aangeven dat ze een begrip als bio-sexual of meta-toxin kennen. 1 probleem: ze zijn volledig verzonnen.

Lees meer hier in het artikel van BPS Digest, dit is het abstract van het onderzoek:

People overestimate their knowledge, at times claiming knowledge of concepts, events, and people that do not exist and cannot be known, a phenomenon called overclaiming. What underlies assertions of such impossible knowledge? We found that people overclaim to the extent that they perceive their personal expertise favorably. Studies 1a and 1b showed that self-perceived financial knowledge positively predicts claiming knowledge of nonexistent financial concepts, independent of actual knowledge. Study 2 demonstrated that self-perceived knowledge within specific domains (e.g., biology) is associated specifically with overclaiming within those domains. In Study 3, warning participants that some of the concepts they saw were fictitious did not reduce the relationship between self-perceived knowledge and overclaiming, which suggests that this relationship is not driven by impression management. In Study 4, boosting self-perceived expertise in geography prompted assertions of familiarity with nonexistent places, which supports a causal role for self-perceived expertise in claiming impossible knowledge.

 

Snobs, clickbait en Dorito’s: wegwerpjournalistiek op het web (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl dat ondertussen ook uit vakantie is!

Internet is een plek waar niches kunnen gedijen. Het biedt mensen die ver van elkaar vandaan wonen maar wel interesses delen de mogelijkheid elkaar te vinden. Je kunt er blogs vinden over zeer gespecialiseerde onderwerpen, en/of geld verdienen aan de long tail. Toch lijkt journalistiek in de tijd van internet meer en meer eenheidsworst te worden. Overal zien we hetzelfde nieuws terugkomen. In The New York Times verscheen gistereneen stuk dat ingaat op deze problematiek.

Dorito’s
Cecil de leeuw en de jurk met meerdere kleuren waren overal. Echt, overal. Zulke berichten overspoelen de lezer. Het zou op het web gaan om ‘wegwerpjournalistiek’: herhalende, triviale journalistiek gericht op de logica van sociale netwerken. Appèls op emotie overheersen dan, omdat zulk nieuws eerder gedeeld wordt. Volgens voormalig The Verge-redacteur is het als het eten van een zak Dorito’s. “You look up and think, ‘What am I doing?’” citeert de krant.

Snobs
Klagen over de kwaliteit van nieuws is zo oud als kranten zelf. Sensationalisme is niet uitgevonden op het web en er is niets nieuws aan journalisten die nieuwswaarde bepalen door te kijken naar waar andere journalisten over schrijven. Daar ligt een dilemma: media willen zowel origineel zijn als aansprekend. The Washington Post zegt in hetzelfde artikel dat ze snobs zouden zijn als ze negeerden waar mensen over praten. Daarom heeft de krant twee teams die bijhouden wat er op het web gebeurt.

Geld
Veel kranten willen zoveel mogelijk lezers trekken. Dat levert – denken ze – het meeste geld op in de vorm van advertentie-inkomsten. We zien daarom dat alle kranten en sites als The PostOnline de generieke ANP-berichten brengen. Aantrekkelijkheid en advertenties gaan echter slecht samen. The New York Times schrijft:

“Many [publishers] have grown more aggressive with their advertising tactics. According to research by Facebook, news pages, often heavy with advertising, take an average of eight seconds to load, the longest for any kind of content. That can feel like a lifetime to a smartphone user seeking a quick glimpse of the news while waiting in line or commuting. When readers finally arrive at the story, they must steel themselves for a fight — to dismiss pleadings to subscribe or register, or to shut down advertisements that play automatically, by touching a tiny, moving “X” with the fingertip precision of a surgeon.”

Aan de ene kant worden lezers dus ‘aangetrokken’ met generieke content gericht op emoties, aan de andere kant worden ze weggejaagd met irritante reclames.

Oplossing
Het dilemma is duidelijk. Het ligt voor de hand om de oplossing te zoeken bij kwaliteit en niches (The New York Times gaat daar verder niet op in). Vice richt zich bijvoorbeeld op een kleiner deel van de markt, investeert in specialistische reportages en weet – juist daardoor zou ik willen stellen – content te maken die het goed doet bij het online publiek. Dat vereist echter wel een hele andere manier van denken.

Afgelopen week was de nieuwe bezorgdienst Picnic in het nieuws. NRC Handelsblad publiceerde een interview [blendle-link] met oprichter Michiel Muller. Hij zei over vernieuwing:

“[J]e moet ook innovatiekracht hebben. Albert Heijn heeft al leveranciers en een distributiemodel. Dan kun je niet morgen zeggen: weet je wat, we kappen met die supermarkten, we gaan iets anders doen. Je zit in een model dat je eerst moet oplossen, weggooien, afbouwen, voor je iets anders kunt beginnen.”

Er zal altijd behoefte zijn aan kwaliteitsjournalistiek. De uitdaging is in welke vorm. Een sturende vraag daarbij moet zijn hoe de uitgever dit zo comfortabel mogelijk maakt voor de lezer.