Handig: Toolbox Mediaopvoeding: Media? Gewoon opvoeden!

De voorbije dagen was het behoorlijk druk in Nederland, met oa deze Monitor Jeugd en Media, gisteren ook Kennisnet die een conferentie had over Wat werkt met ICT (maar waarbij oa een van de keynotes wel heel erg dicht aanschuurde bij leerstijlen en volgens een paar tweeps onze bingo met mythes wel van pas had kunnen komen).

Maar er werd ook door het Nederlands Jeugdinstituut een nieuwe toolbox voor mediaopvoeding gepubliceerd voor professionals om deze te helpen ouders bij te staan.

“Ouders weten vaak niet waar zij goede antwoorden op dit soort vragen over kinderen en media kunnen vinden. Beroepskrachten kunnen ouders helpen bij het vinden van die antwoorden. Om hen daarbij behulpzaam te zijn heeft het Nederlands Jeugdinstituut de Toolbox Mediaopvoeding ontwikkeld. De toolbox is in zijn geheel te aan te schaffen en losse onderdelen zijn te bestellen en te downloaden. Gaat u in uw werk de tipsheets voor ouders gebruiken, dan adviseren wij u de kwalitatief goede originelen te bestellen.”

Je kan de toolbox hier downloaden (of bestellen).

Wat mij opviel in de Nederlandse Monitor Jeugd en Media 2015

Vandaag om 16u werd de Nederlandse Monitor Jeugd en Media 2015 van Kennisnet en Mediawijzer vrijgegeven. Een leuk vogeltje bracht het rapport eerder op mijn bureau waardoor ik je nu al de voor mij opvallendste elementen kan meegeven:

  • Ondanks alle (digitale) media, willen jongeren eerst en vooral face-to-face contact (meisjes iets meer dan jongens):
    • 73% kiest groepsgewijs face-to-face contact (in een vriendengroep);
    • 68% kiest individueel face-to-face contact (1-op1);
    • eveneens 68% kiest het sturen van berichtjes.
  • Waarom ze dan toch ook sociale media gebruiken voor contact?
    • 56% omdat het handiger is,
    • 38% vindt het makkelijker;
    • 15% durft meer te zeggen;
    • 13% voelt zich minder verlegen;
    • slechts 10% zegt dat het leuker is.
  • De Nederlandse jongeren gebruiken hun telefoon nog veel voor… bellen. Het komt op de tweede plaats, maar berichtjes sturen is populairder. En ja, lang leve Whatsapp (voor sociaal én school).

Er is trouwens heel veel over school te vinden, eerst de big one voor mij, over technologie op school:

  • het smartboard is inmiddels normaal geworden (slechts 7% van de respondenten meldt dat er bij hen nog steeds met schoolbord en krijtjes wordt gewerkt);
  • een derde (33%) van de respondenten meldt dat hun school het gebruik van ict-middelen (zoals computer, smartphone en tablet) voor het maken van huiswerk echt stimuleert;
  • bijna de helft (47%) van de respondenten zegt makkelijker te leren wanneer de stof ook in een filmpje wordt behandeld.

Maar wat vooral opvalt: de leerlingen denken toch genuanceerd over het gebruik van beeldschermmedia in het onderwijs:

  • 39% zegt moeilijker te leren als er alleen maar tekst is;
  • 31% verkiest filmpjes boven uitleg door de docent;
  • 29% zegt makkelijker via computer of tablet te leren dan via boeken;
  • 25% zegt liever op internet naar hulp of uitleg te zoeken dan in de schoolboeken (bij vragen over de stof).

En belangrijk: de kwaliteit van de huidige school-apps is nog voor verbetering vatbaar. Vaak zijn het gewoon nog ‘boeken achter glas’, zonder (interactieve) meerwaarde:

  • slechts 11% bevestigt de stelling dat school-apps net zo goed en mooi gemaakt zijn als de apps en games die ze privé gebruiken.

Wat opvalt: dat jongeren beeldschermmedia voor school wel waarderen, maar dat de meerderheid het ook belangrijk vindt dat er een goede leerkracht is, en dat traditionele media als boeken en schriften er ook bij horen. Mogelijk speelt de matige kwaliteit van de huidige school-apps (vaak niet meer dan ‘boeken achter glas’) daarbij een rol.

En nu nog wat me nog zoal opviel over school in het rapport:

  • Jongeren kunnen kennisboeken (non-fictie) wel kunnen missen voor hun vrije tijd, maar een relatief groot deel van hen dat niet kan voor hun schoolprestaties. 1 op de 4 jongeren vindt kennisboeken nuttig voor school. Jongeren verschillen hierin niet van mening, ongeacht geslacht en onderwijsniveau.
  • Hoe heb je (digitaal) contact met je leerkracht?
    • 36% gebruikt regelmatig e-mail voor contact met de leerkracht;
    • 19% gebruikt regelmatig WhatsApp voor contact met de leerkracht;
    • 13% heeft een of meer leerkrachten als vriend op Facebook;
    • sociale media als Twitter en Instagram worden slechts door 2 tot 4% van de leerlingen gebruikt voor contact met een leerkracht.
  • 5% van de respondenten wisselt vertrouwelijke informatie uit met de leerkracht via digital media. Dat lijkt een gering percentage. Maar uiteindelijk gaat het wel om ca. 90.000 jongeren. Voor hen biedt de leerkracht dus voldoende vertrouwen om persoonlijke zaken mee te bespreken.
  • De populairste media-toepassingen voor school zijn:
    • Google om dingen op te zoeken (60% van de jongeren doet dit regelmatig);
    • apps waarmee ze hun rooster en cijfers kunnen bekijken (eveneens 60%). Oefenen via internet doet bijna de helft van de jongeren:
    • jezelf overhoren via internet: 45%;
    • oefentoetsen raadplegen via internet: 39%.
  • Aanvullende informatie voor het schoolwerk komt via de volgende kanalen:
    • YouTube (26%);
    • informatieve tv-reportages (20%);
    • nieuwsprogramma’s (19%);
    • nieuwssites (16%);
    • de krant (10%).
  • Jongeren gebruiken sociale media het meest… om zekerheid te krijgen over wat het huiswerk ook alweer was. (kon hier enkel maar bij glimlachen).
    • 53% zegt regelmatig via sociale media (WhatsApp, Twitter of Facebook) aan klasgenoten te vragen wat het huiswerk is;
    • 25% gebruikt sociale media om taken te kunnen verdelen bij het samenwerken, of om scans van aantekeningen aan elkaar door te sturen;
    • 13% verstuurt zelf geschreven samenvattingen of foto’s van het eigen huiswerk aan klasgenoten, of vraagt de klasgenoten om hun al gemaakte huiswerk op te sturen.
      (deze laatste cijfers vond ik zelf behoorlijk laag).
  • Wat zijn dan wel de belangrijkste hulpbronnen?
    • 75% gaat regelmatig naar de moeder, en 60% naar de vader;
    • 53% gaat naar de leerkracht;
    • 45% raadpleegt vrienden. Vooral meisjes doen dat;
    • 33% zoekt hulp via Google, of vraagt een broer of zus;
    • 18% zoekt hulp via YouTube (opm. weet niet goed of dit nu hoog of laag te noemen is);
    • 12% zoekt hulp via huiswerkbegeleiding. (dit vind ik dan weer zeer hoog).
  • Valt een beetje buiten de mediavragen, maar zeker interessant:
    • driekwart van de jongeren vindt school belangrijk; (en ja, meisjes meer dan jongens)
    • 6 op de 10 jongeren doet zijn best; (idem)
    • de helft maakt zijn werk niet slordig, en heeft geen moeite om goede cijfers te halen;
    • 4 op de 10 jongeren hebben geen hekel aan hard werken;
    • bijna een kwart van de jongeren heeft geen positieve houding tegenover school
  • En deze cijfers zijn dan weer opvallend… laag:
    • bijna de helft (46%) stuurt wel eens privé-berichtjes tijdens de les; (wellicht laag door meenemen van primair onderwijs).
    • 28% checkt Facebook of Instagram;
    • 10% maakt wel eens stiekem een filmpje of een foto in de klas. (ok dat laatste is weer veel).

 

Je kan nu realtime online trends monitoren bij Google

Het is groot nieuws voor Google, maar in feite is het in vergelijking met Facebook en vooral Trending topics bij Twitter oud nieuws: Google laat nu via www.google.com/trends om in realtime online trends te volgen.

Maar, in vergelijking met Twitter krijg je wel een pak meer info en is natuurlijk wat er gemeten wordt veel groter. Ook laat de tool toe om trends met elkaar te vergelijken:

Google Newslab wil ook werk maken van en voor datajournalisten door zelf datasets rond thema’s uit te pluizen en aan te bieden voor verder onderzoek, check googletrends.github.io/data/

Ouders vinden tablets educatiever dan smartphones (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Het verschil tussen een iPad en een iPhone zit in de grote van het scherm. Toch zien ouders van jonge kinderen daar veel meer in. Zij vinden een tablet een ‘activiteiten-platform’ voor hun kinderen terwijl een smartphone meer een communicatiemiddel is, geschikt voor oudere kinderen. Een tablet wordt gezien als educatiever, veiliger en beter. Dat blijkt uit onderzoek onder 501 Amerikaanse ouders en kinderen tussen de 2 en 9 jaar van PlayScience, een commercieel bureau gerund door communicatiewetenschapper Alison Bryant.

Daarnaast laat het onderzoek zien dat ouders veel beschermender zijn ten aanzien van dochters, zowel wat betreft de inhoud van wat ze zien als het platform waarop ze dat zien. Bij meisjes vinden ze het belangrijker dat een platform kindvriendelijk is. Daarom kiezen ze eerder kindertablets voor meisjes dan voor jongens. Voor jongens geven ze eerder de voorkeur aan een smartphone of game-console.

Tot slot, niet verrassend, maken kinderen andere keuzes dan volwassenen – zie onderstaand overzicht.

Andere voorkeuren

Krumb, een Belgische app met potentie

Ontdekte deze app gisteren via @bnox en ik zie onmiddellijk mogelijkheden, bijvoorbeeld voor geocaching, maar ook voor rondleidingen of stadsspelen waarbij je geen NFC meer nodig zou hebben.

Wat is namelijk het basisidee?

Krumb is een app waarop je je posts op een specifieke locatie achterlaat, waarna ze ook énkel daar kunnen bekeken worden. Verstopte berichten voor je vrienden, een mooie herinnering achterlaten op een plek en die telkens kunnen herbekijken, aan voorbijgangers tonen wat er binnen in de omringende gebouwen voor spannends te melden is, of wat een ver verleden te vertellen heeft over de plaats waar je je bevindt, de mogelijkheden zijn eindeloos! Krumb is een gratis app en verkrijgbaar voor zowel iOS als Android (beta).

Deze video maakt ook veel duidelijk:

Lees meer hier.

Die vervelende online trol is misschien wel een Russische spion (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

The Americans is een recente dramaserie die zich afspeelt in de jaren ’80. Een doodnormaal gezinnetje in een buitenwijk van Washington DC, papa-mama-en-twee-kindjes. Maar de vader en moeder blijken Russische spionnen te zijn, die meedogenloos mensen vermoorden voor de Grotere Zaak. De aantrekkingskracht zit in het griezelen om het onbekende: jouw buren kunnen zomaar infiltranten zijn. Omdat de serie zich afspeelt in het verleden wordt het nooit echt eng. De Koude Oorlog is immers voorbij.

Die geruststelling werkt niet echt. Rusland is wederom machtig en misschien daarom is The Americans nu wel zo goed getimed. Kunnen we wel achterover leunen? Moeten we niet waken voor het spook uit het Oosten?

In The New York Times verscheen een lang achtergrondstuk van Adrian Chen over Russische trollen. Het was al langer bekend dat Rusland actief mensen inzette om pro-Putin berichten te verspreiden op het internet:

“It has gone by a few names, but I will refer to it by its best known: the Internet Research Agency. The agency had become known for employing hundreds of Russians to post pro-Kremlin propaganda online under fake identities, including on Twitter, in order to create the illusion of a massive army of supporters; it has often been called a “troll farm.””

Lange tijd was in Rusland online het domein van de intellectuele voorhoede. Inmiddels is dat niet meer zo. Maar als je als als Russiche burger het net opgaat, is het onmogelijk om feit en fictie te scheiden dankzij de vele namaak pro-Putin berichten. Effectieve propaganda dus. Maar wat als het daar niet bij blijft?

Verslaggever Adrian Chen ging naar Rusland om uit te zoeken of de ‘trollen’ van het Internet Research Agency ook internationaal actief zijn. Hij vermoedt dat ze onder andere achter een hoax zitten over een explosie bij een chemische fabriek in Louisiana. Chen vindt geen bewijs. Een dag na zijn vertrek verschijnt er op een Russische nieuwssite een bericht om hem in diskrediet te brengen. Chen besluit:

“I explained the setup, and as I did I began to feel a nagging paranoia. The more I explained, the more absurd my own words seemed — the more they seemed like exactly the sort of elaborate alibi a C.I.A. agent might concoct once his cover was blown. The trolls had done the only thing they knew how to do, but this time they had done it well. They had gotten into my head.”

Geen bewijs dus, maar wel aanwijzingen. Dat maakt het stuk extra aantrekkelijk en heerlijk eng. Want wat als het waar is? Wat als Rusland een leger aan trollen in dienst heeft, bedoeld om verdeling te zaaien in landen? Het is inmiddels bekend dat Rusland extreemrechts in Europa financiert. Er gaan geruchten dat Wilders geen kritiek op Putin toestaat. Wat nou als als die PVV-accounts op Twitter en Facebook helemaal niet echt zijn, maar afkomstig uit Rusland? Dat zou meteen verklaren waarom ze hun vermeende moedertaal zo slecht beheren.

Het is een aantrekkelijke gedachte. Het is immers veel fijner om te denken dat deze online haatzaaiers niet echt zijn. Net als bij The Americans is het lekker griezelen om het onbekende, het onwaarschijnlijke, maar misschien toch mogelijke.