Interbanging: gewelddadige bendeleden op Twitter (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Amerikaanse jongeren die deel uitmaken van gangs zitten ook op sociale media. Uit eerder onderzoek [abstract] werd duidelijk dat zij hun offline activiteiten daar voortzetten. Dit fenomeen is internet banging genoemd. Er werden drie activiteiten onderscheiden: het propageren van hun bendelidmaatschap; verslag doen van deelname aan geweld; en netwerken met andere bendeleden. In een recent verschenen vervolgstudie [abstract] gaan de onderzoekers nader in op het communiceren van geweld via Twitter.

Het onderzoek richt zich op de buurt O Block in Chicago, in 2014 door de Chicago Sun Times uitgeroepen tot de meest gewelddadige buurt. De buurt is vernoemd naar Odee Perry, een lid van de Black Disciple-gang die in 2011 daar werd vermoord. De vermeende dader was Gakirah Barnes, lid van de rivaliserende gang de Gangster Disciples en met 2585 volgers een actief twitteraar. Zij werd in 2014, toen zij 17 jaar was, ook vermoord. Gakirah stond bekend als de “teen queen of Chicago’s gangland”. Ze begon met Twitter in december 2011. Tot haar dood postte ze meer dan 27.000 tweets vanaf haar account @TyquanAssassin. Dit account is de basis voor deze studie.

Methode
Omdat de tweets zijn opgesteld in slang, met ongebruikelijke woorden, zinnen en grammaticale constructies en verwijzingen naar buurten, andere bendes en lokale muziek zijn de tweets moeilijk te begrijpen voor buitenstaanders. In het onderzoeksteam bevonden zich daarom onderzoekers met kennis van deze gangs.

De onderzoekers verzamelden alle tweets naar en van @TyquanAssassin in de periode 29 maart – 17 april 2014. De eerste datum is de dag dat haar vriend Lil B stierf, de tweede datum is een week naar haar dood. De onderzoekers verwachtten dat in de week bedreigingen van represailles gepost zouden worden door haar bendeleden. Zo is een beeld verkregen van hoe Gakirah en haar netwerk reageerden op de dood van Lil B en de dood van Gakirah zelf. Retweets en muziekpromotie (Gakirah maakte hiphop) werden verwijderd. Uiteindelijk zijn 408 tweets onderworpen aan kwalitatieve analyse.

Er werd eerst een voorcodering gedaan waarin de belangrijkste thema’s werden gesignaleerd. Daarna is de gehele dataset aan het daaruit ontstane codeerschema onderworpen. Vervolgens zijn de tweets die gecodeerd waren als geweld nader onderzocht.

Resultaten
Uit de analyse komen vijf thema’s naar voren. Vaak overlappen de thema’s in tweets.

Conflict tussen groepen
In het netwerk van Gakirah werd zowel proactieve als reactieve agressie geuit naar tegenstanders. Het gaat dan rivaliserende bendes, buurten en wijken en de politie. Proactieve tweets binnen dit thema verwijzen vaak naar een vuurwapen. Er wordt soms verwezen naar een tijd en plek waar de ander geweld aangedaan gaat worden. Reactieve gewelddadige tweets borduren voort op bestaand geweld (screenshot van p. 9, inclusief de toelichting van de onderzoekers):

Reactief

Wederkerigheid 
Na de dood van Lil K uit Gakirah haar onvrede naar de politie en haar wens wraak te nemen (screenshot p. 10):

Wraak

Dergelijke dreigementen zijn verwijderd van haar account – het is onduidelijk door wie. Na haar dood zien de onderzoekers ook voornemens van wraak uit haar directe netwerk naar de vermoedelijke daders.

Status zoeken
Een derde thema was opscheppen of het zoeken van status. Het gaat om tweets waarin Gakirah schaamteloos en moedig wil overkomen (screenshot p. 11):

Opscheppen

Groepstweets
Sommige tweets zijn direct gericht aan meerdere mensen. De onderzoekers noemen dit groepstwitteren. Zulke tweets bevatten bedreigingen en beledigingen aan de hele groep. Ze worden vaak door anderen geretweet.

Ruimtelijke verwijzingen
Vaak wordt in deze tweets verwezen naar specifieke locatie. Soms wordt afkeer van een plek geuit. Met zulke verwijzingen kunnen bendeleden hun rivalen naar een specifieke plek lokken, maar het zouden ook waarschuwingen kunnen zijn om vooral weg te blijven.

Conclusies
In gemarginaliseerde Amerikaanse stadswijken is internetbanging een manier waarmee jongeren fysieke, gewelddadige confrontaties uitlokken, voorkomen of ontwijken. Als geweld zich voordoet, kunnen sociale media gebruikt worden om te rouwen of om wraak te uiten. Ruimtelijke verwijzingen zijn daarbij van belang: zo wordt een territorium afgebakend. De onderzoekers concluderen dat offline bendegeweld zich online volgens dezelfde mechanismen voortzet – een conclusie die gesteund wordt door ander onderzoek naar offline/online praktijken. Daarbij geldt wel dat de online ruimte veiliger is.

“Thus, we theorize that Internet banging may allow gang members to engage in reciprocal acts of violence when one feels threatened on social media or to regain control in environments characterized by unpredictable violence. For example, online rival gang members can confront and challenge one another without the immediate threat of violent retribution (e.g. shooting, stabbing, physical fighting) present in face-to-face neighborhood challenges. On the other hand, Twitter allows marginalized gang-involved youth to broaden their status-seeking activities beyond localized social networks by publicly presenting tough personas to larger, invisible digital audiences” (p. 13).

Toch bestaat er volgens de onderzoekers een gevaar van deindividuation: het ontkoppeld zijn van je persoon en de realiteit waardoor je veilig waant. De vermeende anonimiteit die sociale media kunnen bieden leiden tot ongeremdheid. Daarbij merken de onderzoekers op dat ze niet weten wat de werkelijke status van Gakirah was: het kan ook zijn dat haar online persona niet overeenkwam met haar werkelijke bereidheid te moorden.

Lees ook: Wat gangsters doen op het internet

Spoedcursus praten als een vlogger (Linda Duits)

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Vloggers hebben een eigen beeldtaal: ze richten zich recht op de kijker en laten alledaagse praktijken zien. Taalkundige Marc van Oostendorp demonstreert hoe zij ook een eigen, bijzondere manier van spreken hebben. Hij laat dit zien in een vlog in de stijl van vloggers door vier (vier!) tips te geven hoe je kunt praten als een vlogger.

Van Oostendorp betoogt dat vloggers net als standwerkers constant ervoor moeten zorgen dat hun publiek niet wegloopt van hun standje. Dat doen ze door met veel energie te praten: door bijna op ieder woord nadruk te leggen. Soms kan je even rust nemen, om vervolgens weer hoog in de energie te gaan. Alle overbodige secondes worden eruit geknipt, vaak tussen twee woorden in.

Mannelijke personages hebben 3 maal meer tekst in Disney tekenfilms dan vrouwelijke personages

Er is een positieve evolutie bezig in Hollywood waarbij vrouwelijke heldinnen niet meer een sidekick hoeven te zijn die door de man gered moet worden. Films als The Hunger Games of bij Disney Frozen of Brave zetten zo een nieuwe toon.

Maar er is een opvallend verschil tussen Frozen en Brave, als we specifiek naar Disney kijken. Zelfs in Frozen hebben mannelijke personages nog steeds meer tekst dan vrouwelijke, in Brave is dat niet het geval maar deze film is een uitzondering.

Volgens onderzoek van Carmen Fought en Karen Eisenhauer, 2 linguistes die als onderzoek alle dialogen in Disney-films sinds 1989 analyseren, hebben mannelijke personages gemiddeld 3 maal meer tekst dan vrouwelijke. En alhoewel er een positieve evolutie is, zijn er slechts 2 films waar vrouwelijke personages meer tekst hebben dan mannen.

Opvallend genoeg was dit vroeger niet het geval:

Nu, het is misschien fout enkel te kijken naar het aantal woorden, maar ook wat er gezegd wordt in rekening te brengen. De onderzoeksters keken voorlopig enkel naar complimenten die gegeven worden in films aan andere personages en hier merken ze een positieve evolutie. Waar in oudere films de meeste complimenten aan vrouwelijke personages over het uiterlijk gingen, groeit sinds de jaren negentig het aantal positieve commentaren die over wat de vrouwelijke personages hebben bereikt of gepresteerd.

Lees veel meer in dit artikel in The Washington Post.

Een kick-ass gameheldin met een… handtas? (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Jongeren zijn moeilijk te bereiken met conventionele reclame. Bedrijven zoeken daarom naar mogelijkheden om toch hun doelgroep te bereiken, bijvoorbeeld met Instagram-sponsoring van ‘celebrities’ (zie Kylie Jenner). Louis Vutton springt in op de huidige hype rond vrouwelijke actiehelden (denk Katniss in The Hunger Games, Furiosa in Max Max en Rey in Star Wars). Het modemerk heeft Lightning, de hoofdpersoon uit de populaire game Final Fantasy XIII, nu ingelijfd als ster van hun reclamecampagne.

Lightning is een sterk, mysterieus karakter. Ze kan vechten als de beste. Louis Vutton meent dat zij staat voor heroïsche vrouwen wereldwijd en dat ze daarom goed past bij de nieuwe collectie. Tegen PSFK zegt Louis Vuttion’s Artistic Director of Women’s collections Nicolas Ghesquière:

“It’s clear that the virtual aesthetic of video games is predominant in this collection. If we push the reflection about heroines, or what might constitute the nature of a woman whose actions can be so courageous that she becomes superior and iconic, it becomes obvious that a virtual entity integrates with the founding principles of the Maison. Lightning is the perfect avatar for a global, heroic woman and for a world where social networks and communications are now seamlessly woven into our life. She is also the symbol of new pictorial processes. How can you create an image that goes beyond the classic principles of photography and design? Lightning heralds a new era of expression.”

Het lijkt mij vreselijk onhandig om je je planeet te redden van kwade halfgoden als je steeds met een handtas zit, maar Louis Vuitton ziet dat duidelijk anders. Het is ook de vraag in hoeverre modemeisje en keiharde vechter samengaan, of in hoeverre gamers en haute couture dat doen.

Tot slot is het interessant op te merken dat het hier een animatiekarakter betreft. Ze komt nooit te laat voor een fotoshoot, ze hoeft nooit op haar gewicht te letten en ze hoeft niet betaald te worden voor haar arbeid – Louis Vuitton betaalt haar het gebruik uiteraard wel de eigenaars van de Final Fantasy-franchise. In die zin lijkt ze op S1m0ne uit de gelijknamige film uit 2002. Ook zij bestaat alleen in de digitale wereld:

Leuk: Skype gaat nu ook groep-videogesprekken mogelijk maken via mobiele toestellen

Skype bestaat 10 jaar en viert dit met een leuke aankondiging: dra worden groepgesprekken met video mogelijk op mobiele toestellen.

Deze mogelijkheid zou de komende weken uitgerold worden voor alle gebruikers, maar als je er vroeg wil bij zijn, kan je je hier registreren voor early access.

Meer uitleg krijg je nog in de onderstaande video:

Persbericht UGent: Vlaming doet geen afstand van klassieke media en gebruikt steeds meer ‘over-the-top’-internetdiensten zoals Netflix of Facebook Messenger

Vandaag in de media, de nieuwe digimeter van iMinds en UGent:

Vlamingen doen geen afstand van klassieke media zoals tv en sms, maar gebruiken een overvloed aan schermen om ‘over-the-top’-internetdiensten zoals Netflix, Facebook Messenger en WhatsApp aan hun digitale consumptiepatroon toe te voegen.

Risico op ‘digibesitas’

Dat is één van de vaststellingen van het nieuwe iMinds digiMeter-rapport, een jaarlijkse enquête bij meer dan 2.000 Vlamingen omtrent hun mediabezit en -gebruik. Smartphones maken integraal deel uit van die digitale levensstijl (bijna zeven op tien van de ondervraagden heeft er ondertussen eentje op zak), maar tegelijkertijd zien onderzoekers van iMinds – UGent de kiem ontstaan voor een mogelijke ‘digibesitas’. We lopen immers steeds meer tegen de grenzen aan van de hoeveelheid informatie die we in de loop van een dag kunnen verwerken, en we moeten leren met die nieuwe realiteit om te gaan.

4 op de 5 van de Vlamingen heeft minstens drie schermen in huis, smartphone-bezit piekt

Het ‘multiscreen’-fenomeen (de beschikbaarheid van meerdere schermen binnen één gezin – zoals tv, laptop, desktop, tablet en/of smartphones) is al langer aan een opmars bezig in Vlaanderen. En die trend zet zich duidelijk voort in 2015: 79% van de Vlamingen heeft ondertussen minstens drie schermen in huis, en ruim een kwart beschikt zelfs over de vijf schermen waarnaar digiMeter polst.
“De exponent van die multiscreen-trend, is de sterke stijging van het aantal smartphones in Vlaanderen,” zegt prof. Lieven De Marez (iMinds – UGent). “Bijna zeven op tien Vlamingen heeft vandaag een smartphone op zak, een stijging met bijna 13% in vergelijking met 2014. Het aantal  Vlamingen dat binnen het gezin toegang heeft tot een tablet (gestegen van 56% naar 58%) lijkt dan weer zijn plafond bereikt te hebben. De Vlaming grijpt vandaag dus in toenemende mate naar zijn smartphone voor het consulteren van zijn favoriete diensten (sociale media, opzoeken van informatie, online bankieren, enz.). Waar tablets tot voor kort een voorsprong hadden door hun groter scherm, merken we dat de gebruikservaring van smartphones een belangrijke, positieve evolutie heeft doorgemaakt.”

“Over-the-top on top”: Vlaming gebruikt meer digitale media dan ooit tevoren

Een andere vaststelling is dat de klassieke media het goed blijven doen. Zo heeft 86% van de Vlamingen een abonnement voor digitale televisie (status quo ten opzichte van 2014), en geeft 78% van de ondervraagden aan op dagelijkse basis hun tv-toestel te gebruiken om naar hun favoriete tv-programma’s te kijken (ook dat is een status quo in vergelijking met vorig jaar). Daarnaast zien we dat 70% nog steeds dagelijks sms’jes verstuurt (ook dit aantal blijft stabiel).
Maar tegelijkertijd wijst de digiMeter-studie uit dat mensen steeds meer gebruik maken van ‘over-the-top’-internetdienstenzoals Netflix (goed voor zo’n 150.000 betalende Vlaamse abonnees, en een veelvoud aan gebruikers die ondertussen met Netflix hebben kennisgemaakt), Facebook Messenger (dagelijks gebruikt door bijna 40% van de ondervraagden) en WhatsApp (dagelijks gebruikt door ongeveer 25% van de Vlamingen).
“En dat lijkt hier en daar alvast aanleiding te geven tot een aantal praktische problemen. De resultaten van ons digiMeter-onderzoek lijken immers te wijzen op het ontstaan van een mogelijke vorm van ‘digibesitas’, veroorzaakt door een overmatig gebruik van digitale media,” aldus prof. De Marez. “Zo zien we dat een sterk stijgend aantal Vlamingen aangeeft dat deze activiteiten heel erg tijdrovend en soms zelfs ‘verslavend’ zijn.”

Het gaat voornamelijk om twintigers en jonge dertigers die in een nieuwe levensfase zijn aanbeland: de voorbije jaren (tijdens hun tienerjaren en studententijd) konden zij ongebreideld gebruik maken van alle digitale content en apps die (vaak gratis) online beschikbaar zijn. Vandaag hebben zij echter een fulltime job en een gezin, en worden ze voor de eerste keer echt geconfronteerd met tijdsbeperkingen – wat veel druk met zich meebrengt. De volgende jaren willen we dan ook observeren hoe zij met die problematiek omgaan. We zijn nu al een kleine onderstroom op het spoor van Vlamingen die om die reden hun smartphone of Facebook-account vaarwel zeggen,” besluit hij.

Over digiMeter

Het digiMeter-rapport is een initiatief van de iMinds Living Labs en haar onderzoekers binnen de vakgroep Media & ICT (MICT) van iMinds – UGent. De iMinds digiMeter wordt geproduceerd op basis van zelf-gerapporteerde data uit een enquête die elk jaar wordt voorgelegd aan een statistisch representatieve groep van meer dan 2.100 Vlamingen vanaf 15 jaar. De data worden gebruikt in het kader van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek, en worden dus niet vrijgegeven voor commerciële doeleinden. Meer info op dewebsite.

Info

Een samenvatting van het digiMeter 2015-rapport kan worden gedownload.
Het volledige rapport is beschikbaar op .

Mensen kunnen native advertising niet onderscheiden van redactionele inhoud (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Native advertising is een gecamoufleerde manier van reclame maken. De advertentie wordt geplaatst in een vertrouwde omgeving. Er zijn verschillende vormen, zoals gesponsorde content – zie dit stuk op Emerce over native advertising in 2016. Consumenten houden niet van reclames en doen van alles om ze te vermijden. In reactie daarop zijn adverteerders steeds subtielere vormen van reclame gaan bieden, vooral online. Door reclames te camoufleren, ontwijkt de consument ze minder. Het evidente nadeel is dat het verschil tussen redactionele inhoud en reclame moeilijker te herkennen is. Dat is ook precies de conclusie van een recente studie [abstract].

De onderzoekers hielden een 3×4 experiment waarin 242 informanten (bachelorstudenten) werden blootgesteld aan een ‘doelverhaal’. Dit verhaal varieerde in de plek waar aangegeven stond dat het een reclame betrof (boven, onder of in het midden van het verhaal) en in de aard van de ‘onthulling’: de woorden advertising, sponsored content, brand-voice, presented by sponsor. Daarna lazen ze allemaal een gewoon nieuwsverhaal. Achteraf moesten ze een vragenlijst invullen. Centraal daarbij stond of de mensen reclame als zodanig herkenden.

Slechts zeventien informanten (8%) kon de native advertising onderscheiden van de ‘gewone’ redactionele inhoud. Er was daarbij variatie in waar de ‘onthulling’ stond (in het midden is het beste) en in de woorden die gebruikt werden: als er ‘advertentie’ of ‘gesponsorde content’ stond, herkenden mensen het eerder als reclame dan bij het vage ‘brand-voice’ of ‘presented by’. De mensen die de reclame herkenden, hadden een negatievere houding ten aanzien van het bedrijf, waren minder geneigd het verhaal te delen en vonden de kwaliteit van het verhalen slechter.

De studie heeft belangrijke implicaties voor beleidsmakers als het gaat om de locatie van de ‘onthulling’ (ik zou hier liever van waarschuwing spreken). Daarnaast is zij voor mediamakers van belang: de geloofwaardigheid van een nieuwsmedium is namelijk in het geding bij native advertising. Tot slot is het van belang om hierover in een morele context te discussiëren. We worden overspoeld door reclames, we vluchten daarvan weg en adverteerders slaan terug bij onherkenbare reclame. Als blijkt dat slechts een zeer klein deel van de (hoogopgeleide) mensen in staat is zulke reclame als zodanig te herkennen, is het wellicht tijd voor strengere regelgeving.

PEW-onderzoek over online vertrouwen tussen ouders en kinderen

Het is een thema bij de meest ingetikte zoektermen om op deze blog terecht te komen: hoe kan ik als ouder mijn kind volgen of de telefoon bekijken. Los van de vraag of dit een terechte vraag is (meestal niet, imho) bekeek PEW in een nieuwe studie naar het effectieve gedrag van ouders, weliswaar met Amerikaanse data. Lees het volledige rapport hier.

Enkele inzichten:

En hoe kunnen ouders dit allemaal doen?

En als er dan iets fout gevonden wordt? Dan kan je “digitaal huisarrest” krijgen: