Chinese overheid laat jaarlijks 488 miljoen ‘afleidende’ posts op sociale media plaatsen (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Eerder schreven we hier over hoe Rusland mogelijk actief mensen inzet om online verwarring te zaaien. Het gaat daarbij niet zozeer om pro-Putin posts (het is zeker dat Rusland dat doet), maar om posts die bedoeld zijn om hoaxes te verspreiden en verdeling te zaaien. Het is niet onwaarschijnlijk dat andere landen dat ook doen. Een nieuw working paper [abstract, vrije toegang] van Harvard-hoogleraar en sociaalwetenschapper Gary King onderzoekt welke sociale media-posts de Chinese overheid laat plaatsen. Samen met een communicatiewetenschapper en een politicoloog schat hij dat het gaat om 488 miljoen posts per jaar. Het meest opmerkelijke inzicht is dat het vooral gaat om applaus voor China (cheerleading).

50c
Er gaan al jaren geruchten de ronde dat de Chinese overheid mensen in dienst heeft die positieve berichten over het bestuur schrijven. Zij zouden in debat gaan met criticasters van het regime. Deze mensen worden 50c partijleden genoemd, omdat zij 50 cent betaald zouden krijgen (5 jiao, ongeveer $0.08) per post. De onderzoekers ontwikkelden een manier om zulke schrijvers op te sporen om vervolgens de inhoud van zulke posts te analyseren. Ze maakten daarvoor gebruik van een gelekt e-mailarchief, afkomstig van het Internet Propaganda Bureau van Zhanggong, een district in de Jiangxi provincie. In deze e-mails stonden expliciete details over het werk van verschillende 50c-accounts, bijvoorbeeld in de vorm van een werkverslag.

Het is een complex archief dat zich niet zomaar liet doorzoeken met geautomatiseerde methoden en dat te groot was voor kwalitatieve data-analyse. Op basis van een zelf-ontwikkelde methode wisten de onderzoekers 43.000 50c posts en hun auteurs te achterhalen. De onderzoekers zullen deze data ook voor anderen toegankelijk maken.

Korte salvo’s van ambtenaren
In tegenstelling tot wat journalisten en academici dachten, gaat het niet om burgers die voor lage bedragen werken, maar is 99,3 procent van de onderzochte auteurs ambtenaar. Het gaat om uiteenlopende diensten, zoals bureaus voor sport of belastingen. Er zijn ook geen aanwijzingen dat ze 50 cent per post betaald krijgen, of dat ze überhaupt extra betaald krijgen voor dit werk.

Dertig procent van de posts uit het emailarchief verwees niet naar een URL of beschrijving van de site. Van de overgebleven zeventig procent stond ongeveer de helft op een overheidssite en de andere helft op een commerciële site (54% Sina Weibo, 32% Tencent Weibo, 11% Baidu Tieba en 3% Tencent QZone).

Tijdsanalyse laat zien dat de posts niet gelijkmatig over de tijd verdeeld zijn, maar dat er sprake is van uitbarstingen. Volgens de onderzoekers wijst dit op een sterke mate van coördinatie door de overheid. Zo’n kort salvo is effectiever in het beïnvloeden van een debat dan verstrooiing. Uit deze analyse wordt al duidelijk dat het vooral gaat om cheerleading en om het zaaien van verwarring. Het gaat om deze gelegenheden:

1. Qingming (Tomb Sweeping Day): over 18,000 posts about veterans, martyrs, how glorious or heroic they are, and how they sacrificed for China.

2. China Dream: Over 1,800 posts about President Xi Jinping’s “China Dream”. Potentially a reaction to the April 2013 People’s Daily piece instructing municipal governments to carry out “China Dream” propaganda campaigns (see http://j.?utm_source=rss&utm_medium=rss mp/chinadream).

3. Shanshan Riots: 1,100 posts, immediately following Shanshan riots in Xinjiang. At 5:30pm Zhanggong county sent an email to itself (probably BCCing many others), highlighting three popular posts about Xinjiang, and saying this was a terrorist incident. At 8:00pm on the same day, Zhanggong sent an email to Ganzhou City to 11 which it reports with hundreds of 50c posts about China Dream, local economic development, etc.

4. 18th Party Congress, 3rd Plenum: Over 3,400 posts related to the 3rd plenary session of the Chinese Communist Party’s 18th Congress, which discussed plans for deepening structural reform.

5. “Two Meetings”: Over 1,200 posts about Ganzhou’s People’s Congress and Political Consultative Committee meetings, and policies to be discussed at the two meetings, including factual reporting of environmental issues, one child policy, rural issues, growth and development.

6. Early May Burst: 3,500 posts, about a variety of topics, e.g., mass line, two meetings, people’s livelihood, good governance. Immediately followed the Urumqi Railway Explosion, but no connection other than timing is apparent.

7. Over 2,600 posts celebrating the second anniversary of “Central Soviet Areas Development policy” (若干意见), subsidies from the central government to promote the development of region where the original CCP bases were located (including the region where Zhanggong is located); at the same time, the local government held an online Q&A session for citizens.

8. Martyr’s Day: 3,500 posts about martyrs and the new Martyr’s Day holiday, celebrating heros of the state. We now turn to a more systematic analysis of these posts, their accounts, and others like them beyond Zhanggong (p. 11-12).

Cheerleading
Nul van de posts is gecodeerd in de categorie ‘hekelen van andere landen’ of ‘twistzieke [argumentative] lof of kritiek’, geheel tegen verwachting in. Tachtig procent valt onder cheerleading en dertien procent onder ‘normale [non-argumentative] lof of kritiek’. Het gaat dus vooral om applaus voor China, en niet om het in discussie gaan. Een paar voorbeelden:

“Many revolutionary martyrs fought bravely to create the blessed life we have today! Respect to these heroes.”
“Respect to all the people who have greatly contributed to the prosperity and success of the Chinese civilization! The heroes of the people are immortal.”
“We all have to work harder, to rely on ourselves, to take the initiative to move forward.”
“[If] everyone can live good lives, then the China Dream has been realized!” (p. 31)

Schatting aantal posts
Op basis van deze analyse konden de onderzoekers een profiel opstellen van een 50c post. In de volgende stap zochten de onderzoekers contact met schrijvers van zulke posts om hun schattingen te verifiëren. Dit was een lastige maar methodologisch interessante stap (voor de fans: zie pagina’s 19-21). Meer dan de helft van de mensen waarvan ze wisten dat ze 50c auteurs waren gaf dit ook toe.

Op basis van alle analyses schatten de onderzoekers dat 448 miljoen posts op sociale media geschreven zijn door ambtenaren als 50c posts. Dat betekent dat ongeveer 1 op de 178 posts op commerciele Chinese sites verzonnen is door een overheidsambtenaar in opdracht.

Implicaties
Een discussie beslecht je sneller door voor te stellen een ijsje te gaan kopen dan proberen met argumenten je gelijk te halen. Dit is een effectieve manier. De onderzoekers schrijven:

“Distraction is a clever and useful strategy in information control in that an argument in almost any human discussion is rarely an effective way to put an end to an opposing argument. Letting an argument die, or changing the subject, usually works much better than picking an argument and getting someone’s back up (as new parents recognize fast). … Distraction even had the advantage of reducing anger compared to ruminating on the same issue. Finally, since censorship alone seems to anger people , the 50c astroturfing program has the additional advantage of enabling the government to actively control opinion without having to censor as much as they might otherwise. Our inference about distraction being the goal of the regime is consistent with directions to 50c party members in emails from the Zhanggong propaganda department. They ask the 50c members to “promote unity and stability through positive publicity” and “actively guide public opinion through emergency events”. In this context, “emergency events” are events with collective action potential” (p. 25-26).

Het is de Chinese overheid niet zozeer te doen om het censureren van het verwoorden van klachten, maar vooral om het in de kiem smoren van collectieve actie.

Tieners proberen digitale greep van leraren te ontwijken (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Sonia Livingstone is een Britse communicatiewetenschapper, die zowel bij de kwalitatieve als kwantitatieve kant van de discipline in hoog aanzien staat. Voor een nieuw boek bracht zij een jaar door in de klas met tieners. Op The Conversation beschrijft zij, samenvattend, een dag in het digitale leven van tieners.

In de klas valt op dat docenten makkelijk werken met informatiesystemen waarin absentie en cijfers worden bijgehouden, maar meer moeite hebben met technologie verweven in de lessen. Daarnaast wordt duidelijk dat scholieren het waarderen om fysiek tijd met elkaar door te brengen:

“The walk home from school turned out to be a significant moment for the teenagers – a relaxed time in between one thing and another, away from adult scrutiny. It was often the last chance to talk to friends face-to-face before returning home – where the teenagers would reconnect online. They liked to stretch this journey out, unwinding from the demanding rhythm of the school day. While their phones were in hand frequently checking for messages and sharing updates and jokes, the point was to spend time together, face to face.”

Thuis wordt huiswerk gemaakt met Facebook aan, voor afleiding maar ook voor hulp. Er wordt gegamet, er wordt muziek geluisterd en ouders doen hun best om het gezin bij elkaar te krijgen.

Livingstone stelt dat tieners helemaal niet constant bereikbaar willen zijn. Sterker nog, ze willen maar al te graag ontsnappen aan de digitale greep die leraren op hen proberen te krijgen – daarom lopen ze ook zo langzaam van en naar huis. Technologie dient vaak als een schild: om ouders, leraren en andere ongewensten op afstand te houden. Daarnaast is het manier om in contact te staan met hun vrienden en al het drama dat daarbij hoort.

Persbericht en rapport Apestaartjaren 6 over jongeren en media

Vandaag wordt het Apestaartjaren-onderzoek voorgesteld in Leuven (ik spreek er ook straks) en het rapport staat weer vol met interessante cijfers en inzichten over het mediagebruik van de Vlaamse kinderen en jongeren.

Bij sommige resultaten kun je wel enkele bedenkingen maken. Dat slechts zo weinig jongeren sociale media tijdens een gesprek sociale media zouden checken op hun mobiele telefoon lijkt sterk. 2 mogelijke verklaringen waarom dit cijfer mogelijks onterecht laag is: sociale wenselijkheid of (en ik denk dat dit echt zo kan zijn) niet beseffen hoe vaak ze het doen.

Het meest opvallende cijfer voor mezelf: de grote achteruitgang van papieren kranten in vergelijking met de vorige edities. Idem voor radio!

Het persbericht vat samen:

92% van de Vlaamse jongeren (12-18 jaar) heeft een eigen smartphone. Het is voor hen het belangrijkste digitale toestel in hun leven. Jongeren gebruiken hun smartphone heel multifunctioneel: om de actualiteit te volgen en te overleggen over huiswerk, maar ook om te gamen, muziek te streamen en te chatten. Hiermee verdringen de smartphones stilaan gameconsoles en MP3-spelers.

Dat concluderen Mediaraven en LINC in het tweejaarlijkse onderzoek Apestaartjaren. Ze namen een vragenlijst af bij 330 kinderen en 3300 jongeren samen met de onderzoeksgroep MICT (UGent). Op 12 en 13 mei stellen ze alle cijfers voor in Leuven.

Snapchat en Instagram zitten Facebook op de hielen

Ook in 2016 is Facebook (87%) nog altijd het meest gebruikte sociale netwerk bij jongeren (12-18 jaar). Maar Snapchat (70%) en Instagram (60%) zetten hun opmars verder. Bij kinderen (9-12 jaar) is YouTube (43%) het populairste netwerk, gevolgd door Ketnet (42%). Meisjes zijn opvallend actiever op sociale media dan jongens.

Mobiel internet breekt eindelijk door

Waar er in 2014 slechts 37% van de jongeren een data-abonnement (3G/4G) had, is dat nu gestegen naar 63%. Hoe meer jongeren mobiel internet hebben op hun smartphone, hoe interessanter mobiele berichtendiensten worden. Ook hier blijft Facebook Messenger (87%) de koploper, maar de kloof met Snapchat (66%) verkleint.

Sociale media deelt klappen uit aan klassieke media

Ook om elke dag het nieuws te volgen, wenden Vlaamse jongeren zich in de eerste plaats tot hun sociale media (71%). De klassieke media lijdt hieronder ten opzichte van 2014. Televisie houdt met 55% nog redelijk stand. Maar radio (39%) en de papieren krant (11%) verliezen veel terrein.

Sexting is niet cool

Slechts 1,7% van de Vlaamse jongeren stuurt naaktfoto’s door via hun smartphone. Jongens en meisjes denken vrij gelijk over sexting. Maar een kleine minderheid (2,6%) vindt mensen die sexts sturen cool. Het meest gebruikte kanaal om seksueel getinte foto’s te versturen, is Snapchat (81,1%). Foto’s daar verdwijnen immers na een aantal seconden. In theorie toch, want 47% van de jongeren geeft toe minstens 1 keer per week een screenshot te nemen op Snapchat.

Phubbing is not done

Zijn jongeren effectief zo verslaafd aan hun smartphone als veel volwassenen beweren? Slechts 13% zegt dat ze hun smartphone vaak gebruiken tijdens een gesprek (= phubbing). 74% van de jongeren apprecieert het zelf ook niet wanneer vrienden constant met hun smartphone bezig zijn tijdens een gesprek.

Praten in plaats van verbieden

Hoe moet de brede jeugdsector met die smartphone omgaan? Mediaraven en LINC roepen iedereen die met jongeren werkt op om in de eerste plaats jongeren vertrouwen te geven. Nieuwe media maken een wezenlijk deel van hun leefwereld uit. Dat doodzwijgen of verbieden heeft weinig zin.

Een open dialoog over hun mediagebruik en actief stimuleren om die media ook creatief in te zetten, zowel op school als in de vrije tijd. Dat is volgens Mediaraven en LINC de juiste aanpak.

Iedereen die professioneel bezig is met jongeren is gebaat met een smartphone als werktool. Die smartphone dient als toegangspoort tot de wereld van de jongeren en biedt bijgevolg nieuwe mogelijkheden om als jeugdwerker met hen te kunnen communiceren.

Download het volledige onderzoeksrapport

Weinig empirisch bewijs voor filterbubbels (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Regelmatig trekken mensen aan de bel tegen filterbubbels. De term verwijst naar een vorm van isolatie dankzij algoritmes die nieuws voor je selecteren. Een voorbeeld is Facebook: op basis van wat jij en je vrienden leuk vinden, krijg je bepaalde informatie voorgeschoteld. Als jij en je vrienden heel links zijn, is het idee dan dat je alleen links nieuws tot je krijgt op Facebook. Het gaat dus om personalisering in de zin dat media-inhoud niet langer voor alle gebruikers gelijk is, maar afgestemd op persoonlijke voorkeuren.

Een groep juristen en communicatiewetenschappers van de Universiteit van Amsterdam onderzocht of de zorgen over filterbubbels ondersteund worden door empirisch bewijs [vrije toegang]. Zoals de titel van deze blogpost al verklapt, vonden zij dat niet.

De onderzoekers wijzen erop dat selectie van informatie op basis van eigen voorkeuren niet nieuw is. Al in de jaren ’40 werden er data verzameld over hoe Amerikaanse Democraten meer blootgesteld werden aan de Democratische campagne. In Nederland is het voorbeeld van Verzuiling essentieel: katholieken lazen katholieke kranten, luisterden naar katholieke radio en gingen naar katholieke voetbalclubs. Desondanks blijkt dat mensen die zelf selectie toepassen, toch in aanraking komen met media-inhoud waar ze het niet mee eens zijn.

Personalisering kan komen omdat een individu zelf selecties maakt, maar ook omdat een algoritme keuzes voor ze maakt. Zo vond een studie dat ongeveer elf procent van de zoekresultaten van Google verschilt dankzij het personaliseringsalgoritme. Op nieuwssites staat personalisering nog in de kinderschoenen: de homepagina’s van kranten zijn doorgaans voor iedereen gelijk.

Op sociale netwerken is wat men te zien krijgt deels afhankelijk van wat vrienden delen. Als je dus een relatief homogene vriendengroep hebt, zou je homogene berichten te zien krijgen. De onderzoekers stellen achter dat de assumptie daarachter is dat mensen alleen berichten delen waarmee ze het eens zijn. Die aanname wordt wetenschappelijk tegengesproken.

Het is moeilijk om vast te stellen wat de langetermijneffecten van personalisering zijn. Er zijn in de VS wel aanwijzingen dat selectief nieuws leidt tot polarisatie, maar naar Europese landen zonder tweepartijenstelsel vertalen die resultaten niet zomaar. Er zijn ook zorgen dat nieuwsvermijders politieke informatie missen. Niemand leeft echter volledig zonder nieuws. De onderzoekers wijzen er daarbij op dat mensen misschien wel op Facebook sterk gepersonaliseerd nieuws krijgen, maar vervolgens op de site van een krant buiten dat algoritme kijken.

Ze concluderen:

“We conclude that – in spite of the serious concerns voiced – at present, there is no empirical evidence that warrants any strong worries about filter bubbles. Nevertheless, the debate about filter bubbles is important. Personalisation on news sites is still at an infant stage, and personalised content does not constitute a substantial information source for most citizens, as our review of literature on media use has shown. However, if personalisation technology improves, and personalised news content becomes people’s main information source, problems for our democracy could indeed arise, as our review of empirical studies of media effects has shown.

One lesson we should have learned from the past is that panic does not lead to sane policies. More evidence is needed on the process and effects of personalisation, so we can shift the basis of policy discussions from fear to insight.”