Merk je de ironie op bij deze krantenadvertentie?

In de Vlaamse kranten staat vandaag een zelfde grote pagina met tips tegen Fake News. Mooi toch. Maar er zijn een paar dingen die het nogal ironisch maken.

Merk je ze op?

Het is een advertentie die er vooral niet uitziet… als een advertentie. Er staat ook geen boodschap bij dat het een commercieel bericht is. En de afzender? Ik merkte op Twitter dat zelfs getrainde ogen het niet direct door hebben. Tip: check de linkerbovenhoek…

Sharenting en privacy: tips om de digitale rechten van kinderen te respecteren (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

uders zijn net mensen. Ze laten online delen van hun leven zien, en posten dus ook foto’s van hun kinderen. De term die hiervoor gebruikt wordt is sharenting: to share + to parent. Er is hier al veel kritiek op geformuleerd. Het delen van baby- en peuterfoto’s is voor sommigen misschien leuk, maar het kind zelf heeft er niet mee in kunnen stemmen. Kinderen hebben recht op privacy en dat betekent dat hun ouders wat minder enthousiast moeten zijn om hen online te zetten. Beroemdheden doen ook aan sharenting, en daar kleven allerlei extra bezwaren aan.

In een post voor het blog van de London School of Economics beschrijven Ana Jorge en Lidia Marôpo hoe celebs geld verdienen met foto’s van hun kroost. Ze merken op hoe traditionele paparazzi nauwelijks meer bestaan. Beroemdheden maken zelf foto’s en zetten die op Twitter en Instagram. Media gebruiken dat materiaal om clicks te trekken. Kinderen van beroemdheden hebben zo al een digitale voetafdruk voordat ze kunnen praten. Hun ouders hebben intieme momenten gedeeld, hun naam, gezicht en leeftijd. Dat betekent dat deze kinderen niet zelden worden onderworpen aan kritiek en geroddel, over hun uiterlijk of over hun daden.

Extra problematisch is wanneer celebs sharenting inzetten bij hun commerciële activiteiten:

“Their children’s images are used in blogging and social media to advertise products and brands, showing how sharenting is becoming increasingly monetised, professionalised and industrialised for celebrities, or ‘micro-microcelebrities’, as Crystal Abidin states, i.e. celebrities and online celebrities are engaging more and more in the sphere of commercial promotion involving their young children.”

Hiermee zijn beroemdheden en hun kids een prioriteitsgroep als het gaat om kinderrechten en sharenting. Ook als je geen beroemdheid bent maar wel kinderen hebt, moet je nadenken over het beschermen van hun identiteit. Dat gaat niet alleen over het plaatsen van foto’s! Jorge en Marôpo formuleren drie veilige praktijken:

  1. Wees voorzichtig met het delen van waar je kind zich bevindt;
  2. Kinderen moeten vetorecht hebben: ze mogen nee zeggen tegen het publiceren van bepaalde beelden, uitspraken, verdiensten en uitdagingen;
  3. Ouders moeten aandacht hebben voor de effecten van sharenting op het zelfbeeld en welzijn van kinderen.

Leerkrachten als ‘influencers’

Even voor wie niet wat influencers zijn:

“An influencer is a person or group that has the ability to influence the behaviour or opinions of other”

En ondertussen zijn influencers belangrijk geworden in marketing, denk aan de vloggers, de instagram-sterren, enzovoort. De NY Times schreef vorige week een stuk over leerkrachten als influencer. Leerkrachten die veel bloggen – ahum – die de nodige aantal volgers hebben online – euh, ahum – en die op die manier veel andere lesgevers kunnen beïnvloeden, kunnen ook interessant zijn voor bedrijven.

De grotere spelers zoals Apple, Microsoft en Google hebben dit al lang door en hebben programma’s zoals Apple Distinguished Educators, Google for Education’s Certified Innovator Program en Microsoft Innovative Educator Expert.

Maar er is een extra dimensie in onderwijs. De reden waarom de verschillende programma’s bestaan van Apple en co, is dat ze zo hopen van de leerlingen toekomstige klanten te maken. Sta er even bij stil: je wordt gewoon gemaakt aan een platform, aan een type tektsverwerker, enzovoort. Op die manier beïnvloeden onderwijs-influencers niet alleen collega-leerkrachten, maar ook het echte doel: hun leerlingen.

Ik kreeg al het aanbod om lid te worden van een van deze programma’s, maar heb dit bewust geweigerd, wegens nogal veel belang hechtend aan mijn onafhankelijkheid. Maar ik moet bekennen dat deze onafhankelijkheid een moeilijke evenwichtsoefening is. Zelf ben ik eerder dit jaar door Microsoft uitgenodigd om naar hun visie op onderwijs te gaan luisteren in NY. Ik heb daar bewust open over gecommuniceerd – en het was ook voor hen misschien wennen dat een pedagoog kritisch kan zijn :).

Gezichtherkenning met augmented reality zodat je meer spullen gaat kopen (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Een van de redenen waarom Snapchat zo populair is de mogelijkheid filters te gebruiken. Niet alleen kan ik mezelf zien als hond of schattig konijn, ik krijg er ook gratis een make-up makeover bij. Je wimpers zijn ineens vol en je wangen hebben een fris blosje. Snapchat combineert hiervoor gezichtsherkenning met augmented reality. Hartstikke leuk, maar ook commercieel interessant.

Smashbox is een Amerikaans cosmeticamerk dat een zelfde soort feature aanbiedt. Je kiest voor een bepaalde kleur lippenstift of oogschaduw en ziet direct hoe het je staat. Superhandig. Smashbox buit de feature echter verder uit. De camera legt namelijk vast waar je naar kijkt op het scherm. Eye-tracking dus. Het bedrijf weet zo waar je ogen op blijven hangen en gaat ervan uit dat je extra geïnteresseerd bent in het product waarnaar je langer kijkt. De gebruiker krijgt dan een uitnodiging om meer details van dat product te bekijken.

Volgens Contagious Magazine heeft Smashbox zo een veel hogere conversierate weten te halen: maar liefst 27 procent meer mensen klikten door.

Gebruikers moeten – gelukkig – toestemming geven voor de eyetracking feature. Het is een goed voorbeeld van hoe personalisatie tegelijkertijd nuttig en een beetje creepy is. Er liggen hier veel kansen voor bedrijven, waardoor consumenten extra alert moeten blijven voor ongewenste tracking.

Luister ook de podcast van Onder Mediadoctoren over persoonstargeting

Bij elke volgende aankondiging uit Silicon Valley zie ik deze video van The Onion

Heb niks tegen mensen die geld (willen) verdienen, maar deze video is meesterlijk gemaakt in stijl en feel.

Fondsenwerving: ‘vrijwilligers’ of jobstudenten met targets? (column)

Gisteren verscheen mijn laatste column voor radio 1 voor de zomerbreak:

Je zag ze ongetwijfeld al in een winkelstraat. Leuke, jonge mannen en vrouwen getooid in t-shirts van Oxfam, Artsen zonder vakantie, of een ander goed doel. Ze spreken iedereen aan en proberen je te overtuigen om maandelijks geld te storten voor hun goede doel.

Wacht even, hun goede doel? Nee, dat klopt niet echt. Deze studenten zijn namelijk bezig met een vakantiejob en lijken vrijwilligers, maar zijn het niet. Er zit een bedrijf achter dat hen betaalt en hun loon wordt met een deel van de giften betaald.

Zelf zit ik eerlijk gezegd met een dubbel gevoel hierbij. Enerzijds besef ik dat de goede doelen die van deze diensten gebruik maken meer geld binnenhalen dan zonder deze professioneel getrainde overtuigers. Anderzijds zit ik om verschillende redenen met een slechte smaak in de mond.

Neem vorige zomer. Ik zit in de Veldstraat een ijsje te eten met mijn jongste zoon. Achter me zit een man. Hij zit te wachten op zijn vrouw en dochters en wordt aangesproken door een meisje. Of hij geen donateur wil worden van Amnesty International.

Ik kan het niet laten en luister mee hoe ze steeds agressiever op de man inpraat. Hoe ze zelf 10 euro elke maand stort. Als hij opmerkt dat hij ooit hoorde dat niet alle geld bij goede doelen terecht komt, antwoordt ze dat hij een foto mag maken van haar identiteitskaart om haar te contacteren als het anders zou blijken. De man krijgt niet te horen dat zijn geld eerst naar een bedrijf zal gaan.

De man twijfelt. Hij wil er nog eens over denken. Het meisje, met T-shirt van Amnesty, rugzak, gaat enthousiast nog een stapje verder. Dat het dan zonde zou zijn dat hij bij een andere vrijwilliger zou tekenen, omdat zij dan hem al zo ver had gekregen.

De man merkt niet op dat dit laatste een wel hele rare uitspraak is. Waarom zou het er toedoen bij wie hij zich uiteindelijk opgeeft? Heel eenvoudig: deze jobstudente heeft een target van aantal donateurs die ze moet laten tekenen of ze verliest haar job. Of ze zelf stort lijkt me nog maar de vraag.

Ondertussen bewegen er een paar dingen. Oostende overweegt nu om deze fondsenwervers te verbieden, zelfstandigenorganisatie NSZ klaagde al eerder over deze jobstudenten. De bedrijven achter deze jongeren in de straat zagen de bui al hangen, dus vanaf nu krijg je deze jongeren aan de deur.

Het ergste vind ik dit voor de echte vrijwilligers die de straat op gaan voor een goed doel dat niet van deze diensten wil gebruik maken. Het is zeer moeilijk om het verschil te zien. Ik vraag me af, is dit geen geval van oneerlijke concurrentie?