Leerkrachten als ‘influencers’

Even voor wie niet wat influencers zijn:

“An influencer is a person or group that has the ability to influence the behaviour or opinions of other”

En ondertussen zijn influencers belangrijk geworden in marketing, denk aan de vloggers, de instagram-sterren, enzovoort. De NY Times schreef vorige week een stuk over leerkrachten als influencer. Leerkrachten die veel bloggen – ahum – die de nodige aantal volgers hebben online – euh, ahum – en die op die manier veel andere lesgevers kunnen beïnvloeden, kunnen ook interessant zijn voor bedrijven.

De grotere spelers zoals Apple, Microsoft en Google hebben dit al lang door en hebben programma’s zoals Apple Distinguished Educators, Google for Education’s Certified Innovator Program en Microsoft Innovative Educator Expert.

Maar er is een extra dimensie in onderwijs. De reden waarom de verschillende programma’s bestaan van Apple en co, is dat ze zo hopen van de leerlingen toekomstige klanten te maken. Sta er even bij stil: je wordt gewoon gemaakt aan een platform, aan een type tektsverwerker, enzovoort. Op die manier beïnvloeden onderwijs-influencers niet alleen collega-leerkrachten, maar ook het echte doel: hun leerlingen.

Ik kreeg al het aanbod om lid te worden van een van deze programma’s, maar heb dit bewust geweigerd, wegens nogal veel belang hechtend aan mijn onafhankelijkheid. Maar ik moet bekennen dat deze onafhankelijkheid een moeilijke evenwichtsoefening is. Zelf ben ik eerder dit jaar door Microsoft uitgenodigd om naar hun visie op onderwijs te gaan luisteren in NY. Ik heb daar bewust open over gecommuniceerd – en het was ook voor hen misschien wennen dat een pedagoog kritisch kan zijn :).

Gezichtherkenning met augmented reality zodat je meer spullen gaat kopen (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Een van de redenen waarom Snapchat zo populair is de mogelijkheid filters te gebruiken. Niet alleen kan ik mezelf zien als hond of schattig konijn, ik krijg er ook gratis een make-up makeover bij. Je wimpers zijn ineens vol en je wangen hebben een fris blosje. Snapchat combineert hiervoor gezichtsherkenning met augmented reality. Hartstikke leuk, maar ook commercieel interessant.

Smashbox is een Amerikaans cosmeticamerk dat een zelfde soort feature aanbiedt. Je kiest voor een bepaalde kleur lippenstift of oogschaduw en ziet direct hoe het je staat. Superhandig. Smashbox buit de feature echter verder uit. De camera legt namelijk vast waar je naar kijkt op het scherm. Eye-tracking dus. Het bedrijf weet zo waar je ogen op blijven hangen en gaat ervan uit dat je extra geïnteresseerd bent in het product waarnaar je langer kijkt. De gebruiker krijgt dan een uitnodiging om meer details van dat product te bekijken.

Volgens Contagious Magazine heeft Smashbox zo een veel hogere conversierate weten te halen: maar liefst 27 procent meer mensen klikten door.

Gebruikers moeten – gelukkig – toestemming geven voor de eyetracking feature. Het is een goed voorbeeld van hoe personalisatie tegelijkertijd nuttig en een beetje creepy is. Er liggen hier veel kansen voor bedrijven, waardoor consumenten extra alert moeten blijven voor ongewenste tracking.

Luister ook de podcast van Onder Mediadoctoren over persoonstargeting

Bij elke volgende aankondiging uit Silicon Valley zie ik deze video van The Onion

Heb niks tegen mensen die geld (willen) verdienen, maar deze video is meesterlijk gemaakt in stijl en feel.

Fondsenwerving: ‘vrijwilligers’ of jobstudenten met targets? (column)

Gisteren verscheen mijn laatste column voor radio 1 voor de zomerbreak:

Je zag ze ongetwijfeld al in een winkelstraat. Leuke, jonge mannen en vrouwen getooid in t-shirts van Oxfam, Artsen zonder vakantie, of een ander goed doel. Ze spreken iedereen aan en proberen je te overtuigen om maandelijks geld te storten voor hun goede doel.

Wacht even, hun goede doel? Nee, dat klopt niet echt. Deze studenten zijn namelijk bezig met een vakantiejob en lijken vrijwilligers, maar zijn het niet. Er zit een bedrijf achter dat hen betaalt en hun loon wordt met een deel van de giften betaald.

Zelf zit ik eerlijk gezegd met een dubbel gevoel hierbij. Enerzijds besef ik dat de goede doelen die van deze diensten gebruik maken meer geld binnenhalen dan zonder deze professioneel getrainde overtuigers. Anderzijds zit ik om verschillende redenen met een slechte smaak in de mond.

Neem vorige zomer. Ik zit in de Veldstraat een ijsje te eten met mijn jongste zoon. Achter me zit een man. Hij zit te wachten op zijn vrouw en dochters en wordt aangesproken door een meisje. Of hij geen donateur wil worden van Amnesty International.

Ik kan het niet laten en luister mee hoe ze steeds agressiever op de man inpraat. Hoe ze zelf 10 euro elke maand stort. Als hij opmerkt dat hij ooit hoorde dat niet alle geld bij goede doelen terecht komt, antwoordt ze dat hij een foto mag maken van haar identiteitskaart om haar te contacteren als het anders zou blijken. De man krijgt niet te horen dat zijn geld eerst naar een bedrijf zal gaan.

De man twijfelt. Hij wil er nog eens over denken. Het meisje, met T-shirt van Amnesty, rugzak, gaat enthousiast nog een stapje verder. Dat het dan zonde zou zijn dat hij bij een andere vrijwilliger zou tekenen, omdat zij dan hem al zo ver had gekregen.

De man merkt niet op dat dit laatste een wel hele rare uitspraak is. Waarom zou het er toedoen bij wie hij zich uiteindelijk opgeeft? Heel eenvoudig: deze jobstudente heeft een target van aantal donateurs die ze moet laten tekenen of ze verliest haar job. Of ze zelf stort lijkt me nog maar de vraag.

Ondertussen bewegen er een paar dingen. Oostende overweegt nu om deze fondsenwervers te verbieden, zelfstandigenorganisatie NSZ klaagde al eerder over deze jobstudenten. De bedrijven achter deze jongeren in de straat zagen de bui al hangen, dus vanaf nu krijg je deze jongeren aan de deur.

Het ergste vind ik dit voor de echte vrijwilligers die de straat op gaan voor een goed doel dat niet van deze diensten wil gebruik maken. Het is zeer moeilijk om het verschil te zien. Ik vraag me af, is dit geen geval van oneerlijke concurrentie?

Dit John Oliver-stuk over Herbalife en co is een #mustsee (en ook bruikbaar in onderwijs)

We waren allemaal de voorbije dagen druk bezig met iemand met een vreemd kapsel en een nieuwe job, maar er gebeurt meer in de wereld. John Oliver blijft bijdrages maken van een ontzettend hoog niveau, en dit uitgebreid stuk over ‘multilevel marketing’ is geen uitzondering. Toen ik het de eerste keer zag, legde ik de link niet naar onderwijs. Tot ik besefte dat we effectief ook hiervoor moeten waarschuwen (en dat er zelfs enkele interessante lessen wiskunde en economie in zitten).

En oja, de man vroeg nu eenmaal om dit massaal te delen.

Studie toont interessante truc om jongeren gezonder te doen eten: rebellie!

Er wordt soms gesproken over de obesitas-epidemie onder kinderen en jongeren en die zou 2 oorzaken hebben, enerzijds te weinig beweging, anderzijds gezonde voeding. Maar hoe zorg je ervoor dat kinderen en jongeren gezonder eten.

Een nieuwe studie toont misschien een oplossing, namelijk frame gezond eten als een vorm van rebellie. De testgroep kreeg – in tegenstelling tot de controlegroep – uitleg hoe de industrie junkvoedsel ons en het voedsel manipuleert om het meer verslavend te maken. Gezond eten was dan zowel ingaan tegen ongelijkheid als tegen volwassenen. De tieners kregen niet enkel uitleg, ze schreven ook een essay hierover,… Alles werd gedaan zodat het idee geïnternaliseerd werd.

Zowel de tieners uit de testgroep en controlegroep kregen de volgende dag in een ogenschijnlijk niet gerelateerde situatie vervolgens frisdrank en snoep aangeboden, de testgroep bleek een pak minder suiker te gebruiken dan de controlegroep.

Uit een bevraging bleek vervolgens de testgroep duidelijk meer negatief te denken over ongezond eten en reclame voor frisdrank en junkfood.

Hoe interessant deze studie ook is, het is natuurlijk wel de vraag hoe groot het effect op lange termijn is. Hier werd alles bekeken op relatieve korte termijn.

Abstract van de studie:

What can be done to reduce unhealthy eating among adolescents? It was hypothesized that aligning healthy eating with important and widely shared adolescent values would produce the needed motivation. A double-blind, randomized, placebo-controlled experiment with eighth graders (total n = 536) evaluated the impact of a treatment that framed healthy eating as consistent with the adolescent values of autonomy from adult control and the pursuit of social justice. Healthy eating was suggested as a way to take a stand against manipulative and unfair practices of the food industry, such as engineering junk food to make it addictive and marketing it to young children. Compared with traditional health education materials or to a non–food-related control, this treatment led eighth graders to see healthy eating as more autonomy-assertive and social justice-oriented behavior and to forgo sugary snacks and drinks in favor of healthier options a day later in an unrelated context. Public health interventions for adolescents may be more effective when they harness the motivational power of that group’s existing strongly held values.

Jongeren lezen liever nieuws dan dat ze het kijken – en dat geldt ook voor online (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Nieuwsorganisaties zetten steeds meer in op beeld: liefst korte filmpjes die makkelijk te delen zijn op sociale media. Het idee is dat ze zo de jonge doelgroep kunnen bereiken, die weg zou trekken van traditionele media en die de voorkeur zou geven aan beeld. Onderzoek van Pew Research laat nu een opmerkelijk resultaat zien: jonge Amerikanen (18-29 jaar) lezen liever nieuws dan dat ze het kijken. Het zijn de oudere leeftijdsgroepen die liever kijken dan lezen. Overigens geeft zo’n twintig procent van de Amerikanen onder de 50 aan dat ze het liefst naar het nieuws luisteren – ook een tamelijk opvallend resultaat.

nieuws-naar-leeftijd

Nu is het makkelijk om te denken dat jongeren liever niet naar het journaal op televisie kijken en dat online dit resultaat wegvalt of genuanceerd wordt. Dat is niet zo. Van de jongeren die de voorkeur geven aan het nieuws kijken, doet 57 procent dat het liefst op de televisie – tegenover 37 online. Het nieuws lezen doen ze trouwens wel het liefst online.

naar-medium

De vraagstelling van het onderzoek was erg open. Wat verstaan respondenten onder ‘watching news’? Is dat ook het kijken naar een clipje waarin John Oliver het nieuws toelicht? Een montage van slechte momenten van Trump? Dit is de videocontent die we zoveel zien op sociale media en waarvan gedacht wordt dat het jongeren aanspreekt. Desalniettemin laten de resultaten duidelijk zien dat lezen verre van dood is.