Persbericht en onderzoek VAD over middelengebruik bij Vlaamse leerlingen

De nieuwe resultaten van de leerlingenbevraging van VAD zijn er, dit persbericht vat samen:

Al bijna twee decennia lang, voert VAD jaarlijks een representatieve studie uit over middelengebruik, gokken en gamen bij leerlingen uit het secundair onderwijs. De resultaten van de leerlingenbevraging 2015-2016 bevestigen vooral de trends van de afgelopen jaren, maar brengen ook enkele aandachtspunten naar boven: de kennis over en naleving van de wetgeving kan beter, alcoholgebruik blijft dalende en leerlingen uit de B-stroom en het BSO gebruiken over het algemeen meer.

Sinds het schooljaar 2000-2001 organiseert het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs (VAD) jaarlijks een leerlingenbevraging over alcohol, tabak, illegale drugs, psychoactieve medicatie, gokken en gamen bij jongeren in het secundair onderwijs. Jaarlijks bundelt VAD de resultaten van de leerlingenbevraging in een syntheserapport, representatief voor Vlaamse jongeren in het secundair onderwijs. Vandaag wordt het rapport van het schooljaar 2015-2016 gepresenteerd, waarvoor 27.146 leerlingen uit 63 verschillende scholen anoniem deelnamen aan de bevraging.

Tabak: ooit-gebruik daalt, laatstejaarsgebruik niet

19% van de leerlingen uit het secundair onderwijs heeft het afgelopen jaar tabak gebruikt. Na een piek in het schooljaar 2013-2014, heeft het laatstejaarsgebruik bij de verschillende leeftijdsgroepen een dalende trend ingezet. Maar de cijfers blijven hoog. De evolutie tijdens het voorbije decennium toont dat de cijfers gelijk blijven: voor de twee hoogste leeftijdsgroepen verschillen de huidige cijfers niet substantieel van die van het schooljaar 2005-2006.

De gemiddelde leeftijd waarop jongeren voor het eerst een sigaret roken is lichtjes gedaald (14,6 jaar). Maar er is een substantiële groep die op latere leeftijd nog begint met roken: 31% is 16 jaar of ouder bij de eerste sigaret. Het aantal rokers neemt ook gradueel toe bij het ouder worden. Tabakspreventie in het secundair onderwijs moet daarom gericht zijn op alle graden.

Bij de -16-jarigen, aan wie tabak niet mag verkocht worden, zegt 14% ooit een sigaret te hebben gerookt, en zegt 41% gemakkelijk aan tabak te kunnen geraken. Aangezien de kennis van de wetgeving over verkoop van tabaksproducten jaar na jaar licht achteruit gaat, dringt vernieuwde aandacht voor de geldende wetgeving zich op.

Alcohol: nu ook bij oudere leerlingen meer nuchterheid

Alcoholgebruik is nog steeds een vrij algemeen voorkomend fenomeen, toch wordt de laatste jaren duidelijk dat het gebruik van alcohol op de terugweg is. Deze dalende trend in alcoholgebruik is nu ook voor het eerst te zien bij oudere leerlingen.

Een decennium geleden was het ooit-gebruik van alcohol bij min-16-jarigen veeleer de regel dan de uitzondering. Ondanks de specifieke risico’s die verbonden zijn aan alcoholgebruik op jonge leeftijd, zei 77% van de min-16-jarigen in het schooljaar 2005-2006 ooit alcohol te hebben gedronken. Anno 2015-2016 is dat aandeel gedaald tot 45% van de min-16-jarigen. Een duidelijk dalende trend die vanaf begin 2010 verder werd ondersteund door een wetswijziging, die stelde dat het verboden is alcoholische dranken te verkopen, schenken of aanbieden aan jongeren onder de 16 jaar.

De vaststelling dat steeds meer jongeren het drinken van alcohol uitstellen, is ook af te leiden uit de stijgende beginleeftijd voor alcoholgebruik. Tussen 2010-2011 en 2015-2016 is die gestegen met bijna een jaar, van 13 jaar en 7 maanden naar 14 jaar en 5 maanden.

In het schooljaar 2015-2016 daalde ook voor het eerst het ooitgebruik en laatstejaarsgebruik bij oudere leerlingen. Een dergelijke daling is ook waarneembaar voor andere gebruikspatronen, de meeste zelfs sinds geruimere tijd:

  • Het regelmatige gebruik van alcohol kent in de voorbije tien jaren een duidelijke daling, van 46% in 2005-2006 naar 31% in 2015-2016.
  • Het regelmatig gebruik van sterkedrank daalt voor het eerst duidelijk onder de 10%, na drie jaren van stagnatie. In vergelijking met het schooljaar 2008-2009 is het aandeel regelmatige gebruikers van sterkedrank bijna gehalveerd (van 15% naar 8%).
  • Het aandeel 17- tot 18-jarigen dat minstens één keer per maand aan bingedrinken doet, daalt in de drie laatste schooljaren van 38% naar 31%
  • Wat het eerder subjectieve gegeven van zich dronken voelen betreft, treedt na enkele jaren van aanhoudende stijging nu voor het eerst een duidelijke daling in bij de 17- tot 18-jarigen.

Niet enkel bij de oudere leerlingen zijn de evoluties gunstig, ook bij de jongere leerlingen zijn er positieve resultaten. Naarmate het ooit-gebruik en laatstejaarsgebruik bij de 12- tot 14- jarigen alsmaar daalt, stijgt ook het belang van motief ‘ik drink geen alcohol omdat het wettelijk verboden is’ steeds meer.

Het ziet er dus naar uit dat de positieve tendensen met betrekking tot alcoholgebruik niet langer beperkt blijven tot de jongste leerlingen, maar nu ook ingang vinden bij de oudere leerlingen.

Illegale drugs: geen kentering in zicht

Cannabis blijft van de illegale drugs duidelijk het meest gebruikte middel. Eén op de negen leerlingen (11%) geeft aan in het voorgaande jaar cannabis te hebben gebruikt, wat iets minder is dan de twee schooljaren daarvoor. Op langere termijn is er echter geen daling merkbaar, eerder een stabilisering. Anderzijds verwachten minder leerlingen dat hun vriendengroep cannabisgebruik zou goedkeuren, en geven alsmaar minder leerlingen aan makkelijk aan cannabis te kunnen geraken. De hernieuwde stijging van cannabisgebruik bij de oudste leerlingen en bij de leerlingen uit het BSO dient verder gemonitord te worden.

Andere illegale middelen worden eerder zelden gebruikt. Amper 4% heeft ooit een andere illegale drug gebruikt. Xtc en cocaïne zijn de meest gebruikte middelen. Xtc leek een aantal jaren geleden op terugweg, maar wordt recent weer iets meer gebruikt in het uitgaansleven. De toekomstige resultaten van de leerlingenbevraging zullen uitwijzen of het xtc-gebruik zich ook bij leerlingen in het secundair onderwijs terug sterker manifesteert.

Gokken: sportweddenschappen onder de radar van de wet?

Gokken is geen breed voorkomend fenomeen onder Vlaamse leerlingen. Er is ook geen stijging of daling waarneembaar over de laatste drie schooljaren heen. Toch moet gokken gemonitord blijven worden in het kader van wettelijke restricties. Hoewel 18 jaar de wettelijk vereiste leeftijd voor sportweddenschappen is, speelde 5% van de minderjarige leerlingen in het laatste jaar op sportweddenschappen.

Specifieke aandacht voor B-stroom en BSO

De verschillende vormen en uitingen van middelengebruik doen zich overal voor. Toch springen de B-stroom en het BSO op een aantal vlakken sterker in het oog als het op gebruik aankomt. Dat geldt voor dagelijks roken, voor dronkenschap in het voorgaande jaar, voor gebruik van ADHD-medicatie en voor mogelijks risicovol gamen. De oorzaken van deze verschillen zijn complex en het is niet de bedoeling om de leerlingen uit de B-stroom en het BSO te stigmatiseren. Zo speelt ook mee dat leerlingen in de B-stroom en het BSO gemiddeld iets ouder zijn dan die in de A-stroom en uit ASO en TSO. Deze vaststellingen leiden tot de aanbeveling om preventie rond deze thema’s nadrukkelijker aan bod te laten komen in de vakoverschrijdende eindtermen.

We blijven uitgebreide aandacht hebben voor tabak, alcohol en drugs en betrekken hierbij levensdomeinen zoals werk, school en vrije tijd. Tenslotte is Health in all policies. Het uiteindelijke doel is dat de Vlaming in 2025 gezonder leeft.

Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

Gezondheidsdoelstellingen: een goed rapport

In 2006 formuleerde de Vlaamse overheid vier gezondheidsdoelstellingen met betrekking tot het gebruik van tabak, alcohol en illegale drugs, met als eindmeet 2015. Op basis van de resultaten van de leerlingenbevraging 2015-2016 blijken drie doelstellingen behaald te zijn, dankzij positieve tendensen over de laatste jaren heen:

  • Bij personen jonger dan 16 jaar is het percentage dat het afgelopen jaar heeft gerookt niet hoger dan 11% (2015-2016: 10%).
  • Bij personen jonger dan 16 jaar is het percentage dat meer dan 1 keer per maand alcohol drinkt niet hoger dan 20% (2015-2016: 11%).
  • Bij personen jonger dan 18 jaar is het percentage dat ooit een illegale drug heeft gebruikt niet hoger dan 14% (2015-2016: 13%).

Eén gezondheidsdoelstelling werd niet bereikt:

  • Bij personen jonger dan 18 jaar is het percentage dat in het jaar voor de bevraging een illegale drug heeft gebruikt niet hoger dan 7% (2015-2016: 10%).

Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: “Op de gezondheidsconferentie van december 2016 werden de gezondheidsdoelstellingen hernieuwd. We blijven uitgebreide aandacht hebben voor tabak, alcohol en drugs en betrekken hierbij levensdomeinen zoals werk, school en vrije tijd. Tenslotte is Health in all policies. Het uiteindelijke doel is dat de Vlaming in 2025 gezonder leeft”.

Meer resultaten rond tabak, alcohol en illegale drugs, alsook rond psychoactieve medicatie, gokken, gamen en middelengebruik in de leefwereld van jongeren, lees je in het rapport.

Mogelijk overdiagnosticering van ADHD bij kinderen met autisme

Een nieuwe Amerikaanse studie doet vermoeden dat de test die gehanteerd wordt om AHDH vast te stellen, mogelijk minder correcte inschattingen maakt bij kinderen die autistisch zouden zijn. Gebrek aan attentie zou dan verward kunnen worden met moeilijkere sociale omgang. Dit stelt onder andere een van de onderzoekers die zelf betrokken was bij het ontwikkelen van de oorspronkelijke test.

Dit is niet onbelangrijk, omdat de medicatie voor de 2 heel verschillende resultaten kan hebben. Het grootste probleem is dat ADHD en ASS (autisme spectrum stoornis) ook nog vaak samen kunnen voorkomen. Er is dus nood aan verfijning van oa de gebruikte screening tool.

Abstract van het onderzoek:

Scientists and clinicians regularly use clinical screening tools for attention deficit/hyperactivity disorder (ADHD) to assess comorbidity without empirical evidence that these measures are valid in youth with autism spectrum disorder (ASD). We examined the prevalence of youth meeting ADHD criteria on the ADHD rating scale fourth edition (ADHD-RS-IV), the relationship of ADHD-RS-IV ratings with participant characteristics and behaviors, and its underlying factor structure in 386, 7–17 year olds with ASD without intellectual disability. Expected parent prevalence rates, relationships with age and externalizing behaviors were observed, but confirmatory factor analyses revealed unsatisfactory fits for one-, two-, three-factor models. Exploratory analyses revealed several items cross-loading on multiple factors. Implications of screening ADHD in youth with ASD using current diagnostic criteria are discussed.

Google viert ‘National coming out day’, met oa een speciale virtuele tentoonstelling

Op 11 oktober is het in de VS de nationale uit de kast kom-dag (wist echt niet dat deze bestond), en naar aanleiding van deze dag heeft Google Arts & Culture een speciale, virtuele tentoonstelling gemaakt rond het thema die je hier kan bezoeken.

In de tentoonstelling die gemaakt werd in samenwerking met The Archive of American Television komen o.a. verschillende interviews aan bod.

Maar er is meer, niet enkel is er de tentoonstelling, Google maakte ook een schoolreis rond het thema met Google Expeditions met bijhorende lesplan :

Rapport: Hoe gebruiken kinderen en jongeren media in het buitengewoon onderwijs?

Kreeg gisteren van Davy Nijs dit rapport opgestuurd. Het is een eerste (voorzichtig) antwoord op de vraag hoe kinderen en jongeren media in het buitengewoon onderwijs (basis en secundair) gebruiken. Tom Vandries & Davy Nijs van de programmalijn eSocialwork (Empowering People) van de UCLL onderzochten in het tweejaar durende onderzoeksproject Games4Specials het mediabezit, mediagebruik, het gamegedrag en de pedagogische acties hieromtrent.

Dit zijn de conclusie en aanbevelingen uit het verkennende rapport:

Kinderen in het buitengewoon onderwijs maken net zoals andere kinderen gebruik van alle bevraagde (nieuwe) media. We merken op dat de aanwezigheid van apparaten en het gebruik van (sociale) media sterke overeenkomsten vertoont, met enkele uitzonderingen zoals (bijvoorbeeld) het bezit van een eigen tablet en het WhatsApp-gebruik.

Er is nog een belangrijke rol weggelegd voor sensibilisering en concrete ondersteuning van ouders omtrent het mediagebruik van hun kinderen. Nu zien we bijvoorbeeld dat weinig jongeren rapporteren over afspraken over mediagebruik (o.a. veel gebruik, op de kamer, …). We betwijfelen sterk of de enige verklaring hiervoor is dat ouderlijke controle zo aanwezig is dat het niet gemerkt wordt.

Op het einde van de vragenlijst hadden de kinderen nog de ruimte om opmerkingen te schrijven. We geven er enkele: ‘Ik voetbal ook graag, Ik doe ook paardrijden en ik doe ook andere dingen’. Sommige kinderen beseffen dat digitaal een belangrijk aspect is, maar dat daarbuiten nog verschillende andere opvoedingsmilieus een rol spelen. We vermoeden dat het een uitdaging is om te zoeken naar een evenwicht tussen alle belangrijke aspecten in hun leven en een aangepast digitaal dieet.

Kinderen en jongeren in het Buitengewoon Onderwijs zijn op meerdere vlakken extra kwetsbaar. Het gebruik van (nieuwe) media kan hier ondersteuning in bieden (vb. nieuwe contactmogelijkheden via sociale media) maar kan anderzijds ook een extra uitdaging blijken (vb. beïnvloedbaarheid door reclame in spelletjes). Enerzijds moeten er dus aangepaste programma’s opgezet worden om kinderen en jongeren met media om te leren gaan, anderzijds moeten begeleiders en ouders de nodige competenties aan kunnen leren om het gebruik van deze media te begeleiden.

In verhouding met de kennis over mediagebruik en mediaopvoeding in ‘gewone’ opvoedingssituaties is er nog relatief (te) weinig kennis hieromtrent met groepen met extra ondersteuningsnoden. Diepgaander en systematischer onderzoek over de concrete impact van deze nieuwe technologieën, ouderlijke ondersteuningsnoden, etc… dringen zich op.

Na Microsoft lanceert ook Facebook een tool om blinden foto’s te laten ‘zien’

Vorige week was er de bril van Microsoft, nu is er ook een nieuwe tool van Facebook. Enerzijds beperkter, de tool beschrijft foto’s via de mobiele toepassing van de sociale netwerksite, anderzijds groter: de tool wordt momenteel al uitgerold in het Engelstalig taalgebied.

Opvallend: criminele jongeren merken leugens beter op bij leeftijdsgenoten

We weten al een tijdje dat een leugenaar beter een andere leugenaar ontdekt, maar deze nieuwe studie die ik vond via BPS Digest toont dat jongeren die in aanraking kwamen met de politie, ook merkelijk beter zijn in het ontdekken van leugens bij leeftijdgenoten.

16 ‘daders’ met een gemiddelde leeftijd van 15 en 36 jongeren die niet in aanraking kwamen met het gerecht kregen video’s te zien waarin leeftijdgenoten al dan niet logen. Alle jongeren op de video vertelden dat ze geen mp3-speler op zak hadden. 6 logen hierover, 6 andere spraken de waarheid. De controlegroep kon minder goed inschatten dan de 16 ‘delinquente jongeren’ wie op de video de waarheid vertelde en wie niet. De groep van 16 kon gemiddeld 67% correct inschatten wie loog en wie niet, waarbij 73% van de leugenaars correct ontmaskerd werden en 60% van de waarheid sprekers correct werd ingeschat.

Abstract van het onderzoek:

This study investigated the deception detection abilities of teenage offenders and teenage non-offenders who made veracity judgments about 12 videotaped interviewees and also explored the behavioural characteristics of teenage liars and truth tellers. The findings revealed that teenage offenders were significantly more accurate in their credibility judgments than teenage non-offenders. However, the offenders’ impressive accuracy rates were not as a consequence of using valid cues to deceit. The feedback hypothesis helps to explain why the offenders were more accurate in their decisions: Operating within a criminal environment may mean that teenage offenders frequently lie and are lied to. Consequently, they receive more feedback than non-offenders regarding the effectiveness of their lies as well as how successful they are at detecting lies. As a result, their lie detection ability improves. The current study suggests moving away from individual deceptive cues as predictors of deceit towards a more intuitive and holistic approach to lie detection, such as the Brunswikian Lens Model.

 

Week van de lentekriebels: #mooiaanjou en lichaamsbeeld

Deze week is het de week van de lentekriebels en het thema van deze week rond seksuele vorming is “Mijn lichaam is goed” of ook hoe jongeren naar hun eigen lichaam kijken.

Er zijn enkele leuke initiatieven;

Verder zijn er: