Persbericht en rapport van VAD: Leerlingenbevraging brengt middelengebruik bij jongeren in kaart

Dit is het persbericht, het complete rapport vind je hier:

Brussel, 4 februari 2016 – Sinds de wetswijziging op alcoholverkoop van 2009, is het alcoholgebruik bij min-16-jarigen gestaag gedaald. Jongeren beginnen ook steeds later met roken, heel wat van hen steken de eerste sigaret pas op na 16 jaar. Het gebruik van illegale drugs (voornamelijk cannabis) blijft evenwel al jaren op hetzelfde peil hangen. Opmerkelijk voor zowel alcohol, tabak als cannabis, is de scharnierleeftijd van 16 jaar. De positieve evolutie bij de min-16-jarigen, zet zich niet door na die leeftijd, alsof op 16 plots

de remmen losgegooid worden. Dit zijn extra argumenten in het actuele debat over leeftijdsgrenzen.

Sinds het schooljaar 2000-2001 organiseert het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs (VAD) jaarlijks een leerlingenbevraging over alcohol, tabak, cannabis, psychoactieve medicatie, gokken en gamen bij jongeren in het secundair onderwijs. Jaarlijks bundelt VAD de resultaten van de leerlingenbevraging in een syntheserapport, representatief voor Vlaamse jongeren in het secundair onderwijs. Vandaag wordt het rapport van het schooljaar 2014-2015 met de resultaten over alcohol, tabak en cannabis gepresenteerd, waarvoor 36.755 leerlingen uit 67 verschillende scholen anoniem deelnamen aan de bevraging.

Alcohol: wetswijziging werpt vruchten af, maar heeft beperkingen

Sinds het najaar van 2009 is het verboden alcohol te verkopen, te schenken of aan te bieden aan jongeren onder de 16 jaar. Sterkedrank is verboden tot 18 jaar. Die wetswijziging en de bijhorende campagnes werpen nog steeds hun vruchten af. Voor het eerst zijn er meer jongeren onder de 16 jaar die nog nooit alcohol hebben gedronken dan jongeren die wel ooit alcohol hebben gedronken. Concreet heeft 51% van de jongeren onder de 16 jaar nog nooit alcohol gedronken. De daling in het ooitgebruik is het sterkst bij de 12-, 13- en 14-jarigen. Het ooitgebruik bij 15-jarigen daalde pas later en de daling is ook kleiner.

Vanaf 16 jaar drinkt een grote meerderheid van de jongeren: 7 op 10 dronk tijdens de laatste maand alcohol en 3 op 10 drinkt zelfs elke week. Hoewel het regelmatig alcoholgebruik ook bij deze groep daalt, zijn de resultaten niet spectaculair. Zij die drinken, gaan er bovendien minder goed mee om: ‘dronkenschap in het afgelopen jaar’ steeg de voorbije 5 jaar bij de 17- en 18-jarigen van 47% naar 60%. De laatste twee jaar is er ook een stijging te zien bij 16 jarigen: op drie jaar tijd steeg het aantal dat het laatste jaar dronken was met 9%

Het effect van de wetswijziging met geen alcohol onder de 16 jaar is duidelijk: steeds minder jongeren onder de 16 jaar drinken alcohol. Een minderheid drinkt, en zij drinken occasioneel en zijn zelden dronken. ‘Verboden door de wet’ wordt nu door 58% van de min 16-jarigen als motief om niet te drinken aangegeven, in 2007-‘08 was dit slechts 30%.

De keerzijde van de medaille is dat er vanaf 16 jaar wel nog steeds veel gedronken wordt: 92% ooitgebruik en 89% laatstejaarsgebruik. Ook de riskante gebruikspatronen, zoals dronkenschap en bingedrinken, nemen vanaf die leeftijd aanzienlijk toe. Voor Marijs Geirnaert, directeur van VAD, is de conclusie duidelijk: “Een nieuwe wetswijziging dringt zich op, met 18 jaar als beginleeftijd voor alle gebruik van alcohol. Dit zal op termijn het alcoholgebruik bij de jongeren tussen 16 en 18 doen dalen, net zoals dat nu gebeurd is voor jongeren onder de 16. Dat is geen overbodige maatregel, want hoe jonger en hoe meer alcohol men drinkt, hoe groter de risico’s op afhankelijkheid op latere leeftijd. Ook op korte termijn zijn er goede redenen om minderjarigen niet te laten drinken. Bijna de helft van de jongeren die het afgelopen jaar alcohol dronk had hier slechte ervaringen mee: 48% was misselijk en meer dan 1 op 4 schaamde zich de dag nadien over hun gedrag.”

Tabak: jongeren beginnen later te roken

In 2014-2015 geeft 29% van de jongeren aan ooit gerookt te hebben. Na de flinke stijging van het aantal rokers in 2013-2014 is er opnieuw een daling, maar het roken gedurende het laatste jaar blijft voor alle leeftijdsgroepen hoger dan in 2012-2013.

De jongeren die ooit een sigaret roken, doen dit steeds later. Vijf jaar geleden begonnen jongeren gemiddeld op 14,1 jaar te roken. Die gemiddelde beginleeftijd steeg tot 14,9 jaar in het schooljaar 2014-2015. Wel is er een substantiële groep van jongeren die pas begint te roken op de leeftijd van 16 jaar of ouder, en die groep stijgt. Tabakspreventie op school moet daarom niet alleen gebeuren in de eerste graad van het secundair onderwijs, er moet ook veel meer op worden ingezet in de tweede en derde graad.

16% van de jongeren onder de 16 jaar heeft ooit een sigaret gerookt. 69% van hen weet dat de verkoop van tabaksproducten onder de 16 jaar verboden is. De laatste 5 jaar geven minder jongeren onder de 16 jaar aan gemakkelijk over tabak te kunnen beschikken. Hun aantal daalde van 56% in 2010-2011 naar 44% in 2014-2015. Maar bij de jongeren die ouder zijn dan 16 jaar – nog steeds minderjarig – blijft het cijfer hoog: 87% geeft aan gemakkelijk aan sigaretten te kunnen raken. Het VIGeZ pleit er daarom opnieuw voor om de leeftijdsgrens voor de aankoop van tabak (en soortgelijke producten zoals de e-sigaret en de shisha-pen) te verhogen van 16 naar 18 jaar.

Cannabis: Gebruik daalt lichtjes, maar erg afhankelijk van onderwijsrichting

15% van de jongeren tussen 12 en 18 heeft ooit cannabis gebruikt, en 11% gebruikte het voorbije jaar. Dit is een eerste voorzichtige daling nadat de resultaten de voorbije 4 jaar stabiel bleven. Vergeleken met tien jaar geleden is het ooitgebruik wel aanzienlijk gedaald (toen was dit 21%).

Bij cannabisgebruik zien we grote verschillen tussen de onderwijsrichtingen ASO, TSO en BSO. Vanaf het derde middelbaar gebruikte ongeveer 20% van de leerlingen in het TSO en BSO het afgelopen jaar cannabis; in het ASO is dit slechts 11%. Ook de grootste groep regelmatige gebruikers vinden we terug in het TSO en BSO. Het gebruik van cannabis is sterk geassocieerd met het gebruik van tabak. We zien voor tabak ook een hoger gebruik in TSO en BSO dan in ASO.

Daarnaast zien we een blijvend groot verschil in cannabisgebruik bij jongens en meisjes. Traditioneel gebruiken meer jongens het laatste jaar cannabis (15%) dan meisjes (8%).

Een relatief grote groep van cannabisgebruikers gebruikt om high te worden, om zich goed te voelen, om zorgen te vergeten en tegen verveling. Deze motivaties verhogen het risico op probleemgebruik. 30% geeft toe negatieve ervaringen te hebben als gevolg van cannabisgebruik.

Uit de bevraging blijkt duidelijk dat cannabis een deel vormt van de leefwereld van jongeren. Meer dan de helft van de 15-16-jarigen heeft minstens één vriend die cannabis gebruikt; bij de 17-18 jarigen stijgt dit tot 65%. Toch verwachten jongeren dat hun vrienden zouden afkeuren dat ze cannabis proberen (7 op 10) of gebruiken (8 op 10). Deze overtuiging is een belangrijk aanknopingspunt voor preventie.

Wat de andere illegale drugs betreft, zien we een daling van ooitgebruik van 7% in 2004-’05 naar 3% in 2014-’15. Ook het recente gebruik in het afgelopen jaar daalde van 3% naar 2%.

Leeftijdsgrenzen, alcohol- en tabaksplan

Marijs Geirnaert: “Al deze cijfers tonen het belang van leeftijdsgrenzen onweerlegbaar aan. Toch mogen we dit debat over leeftijdsgrenzen niet eenzijdig voeren. Deze maatregel moet in een ruimer kader van een alcoholplan en een tabaksplan worden opgenomen, samen met andere maatregelen om problematisch middelengebruik te voorkomen.”

Dit doet pesten met Tuur (14 jaar)

Volgende week is er de Vlaamse Week tegen Pesten en daarom ondersteunt Klasse scholen, leraren en ouders met heel wat online materiaal:

Past jouw school het in haar antipestbeleid in? Want pesten los je niet op met een campagneweek alleen. Je moet er altijd alert voor zijn. Herken jij de signalen?

Ook is er deze korte documentaire over Tuur:

Tijdens zijn hele lagereschooltijd is Tuur het slachtoffer van pesterijen. Eerst met schelden en uitsluiten, later krijgt hij ook klappen en gooien de pestkoppen stenen naar zijn hoofd. Uit angst om het erger te maken, zegt hij niets aan zijn leraren of ouders. Tuur is nu 14 jaar en vertelt hoe pesten stilaan zijn leven overnam.

Mooi: Britse speelgoedmaker maakt niet-perfecte poppen

Een pop met een kruk, een pop met een vlek, binnenkort een pop in een rolstoel, het zijn enkele van de voorbeelden van nieuwe poppen die Makies, een Britse speelgoedfabrikant, maakt naar aanleiding van een campagne op sociale media, Toy Like Me, waarin gepleit wordt voor meer diverse poppen.

Dit was een deel van de campagne:

Dit worden de poppen:

Bron Mashable.

Dossier Straffe school. De grenzen van sanctioneren verkend

Gisteren publiceerde het Kinderrechtencommissariaat een nieuw dossier rond sanctioneren op school:

Hoe ga je om met situaties die uit de hand lopen? De vraag leeft bij leerkrachten en directies van basis- en secundaire scholen, en bij leerlingen en ouders. Het liefst van al willen ze die situaties voorkomen. Dit dossier schetst het wettelijke kader van sanctioneren op school: wat mag en wat mag niet? We reiken inspirerende praktijkvoorbeelden aan. Vertrekkend van de klachten die binnenkomen bij onze Klachtenlijn, verkennen we de grenzen van sanctioneren. Soms blijven kansen onderbenut en is uitsluiting een te snelle weg. We moeten er alles aan doen om iedereen aan boord te houden. Aandacht voor sancties moet samengaan met aandacht voor zorg op school. Dit dossier vraagt daarom ook aandacht voor de integriteit van de leerling, voor participatie en voor de schoolinfrastructuur.

Download het dossier hier.

In De Standaard kan je ook wat meer lezen:

Sommige maatregelen zijn gewoon niet wettelijk. Zo nemen scholen persoonlijke spullen als gsm’s of mp3-spelers voor dagen of weken in beslag. ‘Kan niet’, zegt Vanobbergen. ‘Alleen de politie mag dat doen. De regel is: op het einde van de dag – soms al na een lesuur – geef je die dingen terug. Als we scholen daarop attent maken, blijken ze soms niet op de hoogte van de regelgeving.’

Vanobbergen kan niet concluderen dat de Vlaamse scholen te streng optreden. ‘Maar ze hebben nog te weinig oog voor wat ze met de straf willen bereiken. Ze zijn nog te weinig gericht op herstel. Het uitgangspunt zou moeten zijn zo veel mogelijk leerlingen aan boord te houden.’