Waarom tv-series maar geen kunst worden: het probleem van eindes (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

We leven in de derde Gouden Eeuw van televisie: series van nu zijn van ongekend hoge kwaliteit. Ze vertellen iets over de tijd waarin we leven en hoe we ons daartoe verhouden (zie dit stuk over dystopie en nostalgie in series). Televisieseries kunnen zich nu meten met films en kunnen meer dan ooit beschouwd worden als een vorm van kunst. Goede schrijvers, goede acteurs, hoge budgetten en veel verdiepingsmogelijkheden zijn daar debet aan.

Toch legt het genre van televisie nog steeds een grote beperking aan het kunstgehalte van series. Het grote probleem zit in hoe een serie te eindigen? Series kunnen zomaar stopgezet worden bij tegenvallende kijkcijfers en dan is het verhaal misschien nog niet af. October Road is daar een voorbeeld van: de makers schreven voor de fans daarom een losse seriefinale die alleen op DVD beschikbaar was. Series kunnen ook succesvoller zijn verwacht en vragen om meer seizoenen. Een verhaal wordt dan uitgerekt – wat natuurlijk niet altijd ten goede komt aan de serie.

In The American Reader schreef tech-journalist David Auerbach een typologie van series op basis van hun vertelstructuur. Auerbach heeft geen achtergrond in mediawetenschap, maar zijn analyse is inzichtelijk. Ik neem zijn indeling hierover, aangevuld met voorbeelden die voor Nederlandse kijkers herkenbaar zijn.

The Steady-State Model

Het traditionele model laat een stabiele staat zien. Er is een uitgangspunt, maar iedere aflevering staat op zichzelf en kan begrepen worden zonder dat je de vorige aflevering gemist hebt. Een voorbeeld is The A-Team: de premisse wordt verteld in de openingstune en iedere aflevering gebeurt er iets. Het team wordt constant opgejaagd, maar daarin zit nauwelijks ontwikkeling. Zo kunnen er eindeloos veel afleveringen gemaakt worden.

Auerbach rekent soaps hier ook onder, al is dat niet helemaal juist. Bij soaps kan je wel een aantal afleveringen missen (je bent zo weer bij), maar er zit wel een opbouw in het verhaal dat zich verder strekt dan het niveau van de afzonderlijke aflevering.

The Expansionary Model

Dit model bouwt zichzelf uit. Er komen steeds meer verhaallijnen en meer karakters, waardoor het verhaal uitdijt. Making it up as you go along. Het meest vervelende voorbeeld is Lost. De schrijvers leken zelf wel verdwaald in het verhaal. Er kwam geen einde aan en toen er een einde was, sloot dat niet aan op de vele lijnen die waren uitgezet. Ook Twin Peaks is hier een voorbeeld van. Voor makers David Lynch en Mark Frost was het veel belangrijker een bepaalde sfeer neer te zetten, in plaats de moordenaar van Laura Palmer te ontmaskeren.

Het probleem met zulke series is dat ze per seizoen steeds naar een hoogtepunt streven en ieder seizoen wordt dat hoogtepunt epischer. Auerbach noemt als voorbeeld Buffy The Vampire Slayer: de  inzet werd steeds hoger waardoor de serie als geheel doelloos werd. True Blood leed aan diezelfde kwaal. Auerbach vindt dit artistiek leeg:

“As long as there is no imagined or projected end to a work, then any aspect of that work devoted only to advancing toward that end is artistically worthless, since it is intrinsically in bad faith. There are sometimes worthwhile side effects, such as a satire of the very aimlessness of the work, but the life of the continuity plotter is not a happy one. Even a declared end to a title is a Pyrrhic victory, since none of the continuity established to that point was created with the idea that an end would ever come.”

The Big Crunch

Sommige series hebben bij het begin wel al een idee over de beslissende finale. Er worden aanwijzingen gegeven die aan het einde allemaal zouden moeten optellen. Dat betekent niet dat het einde van te voren vaststaat, maar wel dat er duidelijke richtingen voor dat einde zijn. Battlestar Galactica en Breaking Bad zijn hier voorbeelden van.

Het lastige aan dit model is dat het verhaal erg wordt uitgerekt als de eerste seizoenen succesvol zijn. Omroepen willen dan immers dat de serie lang blijft lopen. De makers weten dan niet precies wanneer het einde zal zijn en dat heeft consequenties voor wat ze kunnen en mogen vertellen. Ook dit leidt tot creatieve armoede, oftewel tot “arty and impressionistic set pieces, … , lashbacks, dream sequences, and redundant exposition. And quotes from Dante”.

Auerbach hekelt de makers van zulke series. Hij stelt dat ze zich in dit model filmregisseurs wanen die onterecht menen zonder inmenging van de omroepen hun kunst te kunnen maken.

Mythologie

Auerbach vat het geheel samen in een schemaatje. Mythos verwijst naar de algemene verhaallijnen, de oorsprong van de serie zogezegd.

auerbach_chart_31-620x181

Nieuw model?

Auerbach schreef zijn artikel in 2013. Er ontbreekt een model dat we misschien vaker gaan zien. American Horror Story en True Detective werken met op zichzelf staande seizoenen. Ieder seizoen vertelt één verhaal, waarbij het einde van het seizoen dus aan het begin voor de makers al vaststaat. In het volgend seizoen wordt een nieuw verhaal verteld. Bij American Horror Story zijn de acteurs en thematiek grotendeels hetzelfde over de seizoenen heen. Dit model staat zowel verdieping als een werkelijk einde toe.

In de derde Gouden Eeuw van televisie draait alles om nieuwe vormen van verhalen vertellen. Televisie is daarvoor geschikt omdat karakters veel beter uitgebouwd kunnen worden. Hoe meer seizoenen, hoe gelaagder de karakters worden. Het grote nadeel van televisie is de afhankelijkheid en onvoorspelbaarheid van kijkcijfers. Het is bijzonder treurig dat deze blijven functioneren als een rem op de esthetische mogelijkheden van het door velen zo verfoeide medium.

Lees ook: Ketchup en het uitblijven van orgasmes: finales van televisieseries

Langer is beter: schrijftips voor academici empirisch onderzocht (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Academisch schrijven hoort bondig te zijn. Dat is het advies dat studenten en onderzoekers steevast krijgen. Onderzoekers van de University of Chicago zijn het daar niet mee eens. Ze onderzochten [volledige toegang] meer dan een miljoen abstracts over een periode van zeventien jaar uit acht disciplines op stilistische kenmerken. Ze keken daarbij naar hoe vaak de studie geciteerd werd.

Tien schrijfregels werden geëvalueerd:

1: Houd het kort
Gemeten in aantal woorden en aantal zinnen.

2: Houd het compact
Gemeten in gemiddelde lengte van zinnen in het specifieke journal, waarbij gekeken werd of het abstract korter was dan het gemiddelde.

3: Houd het simpel
Gemeten door gebruikte woorden af te zetten tegen een standaard Engels woordenboek en een woordenboek van makkelijke woorden.

4: Gebruik de tegenwoordige tijd 
Gemeten door verhouding gebruik verleden en tegenwoordige tijd te vergelijken.

5: Vermijd bijwoorden en bijvoeglijk naamwoorden
Gemeten door aandeel bijwoorden en bijvoeglijk naamwoorden af te zetten tegen het gemiddelde van het specifieke journal.

6: Spits toe
Gemeten door steekwoorden van het abstract te signalen in de abstracttekst.

7: Toon innovativiteit en belang aan 
Gemeten door te kijken naar gebruik woorden als novel, new, innovative, key, significant, crucial.

8: Wees krachtig
Gemeten door verhouding superlatieven en vergrotende trap.

9: Wees zelfverzekerd
Gemeten door te kijken naar lager aandeel zogeheten ‘hedge words‘: somewhat, speculative, appear, almost, largely.

10: Gebruik beeldende woorden
Gemeten door woorden die als onplezierig worden gezien af te zetten tegen prettige woorden: meer actief, eerder een beeld bij te krijgen.

Resultaten

De resultaten lijken opmerkelijk. Korte abstracts leiden tot minder citaties. Het gebruik van meer bijwoorden en bijvoeglijk naamwoorden leidt tot meer citaties. Minder makkelijke woorden gebruiken leidt dan weer tot meer citaties.

Het gebruik van de tegenwoordige tijd is goed voor biologen en psychologen, maar niet voor scheikundigen en natuurkundigen. De steekwoorden herhalen in het abstract is een slecht idee; het belang van een studie aangeven is een goed idee. Hedge words vermijden werkt niet voor biologie en natuurkunde, maar wel voor scheikunde. Prettige woorden hebben positieve effecten.

In onderstaande figuur is aangegeven of een kenmerk een positief effect heeft (blauw) of een negatief effect (rood) heeft op het aantal citaties.

journal.pcbi.1004205.g001

Het is moeilijk om op basis van dit onderzoek nieuw schrijfadvies te formuleren. Alle onderzochte disciplines staan meer aan de bètakant, met psychologie als ‘zachtste’ wetenschap. Ongetwijfeld zal een toevoeging van geestes- en sociale wetenschappen een nog complexer beeld tonen.

De nadelen van veel volgers hebben (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Het klinkt een beetje verwend en arrogant: veel volgers hebben en dan een stuk schrijven om te klagen over hoe het is om veel volgers te hebben. Anil Dash schrijft online over technologie en populaire cultuur, maar hij is verder geen grote naam. Toch heeft hij meer dan een half miljoen twittervolgers. Dat komt omdat hij ooit in de ‘suggested user list’ stond, het lijstje accounts dat Twitter nieuwe voorstelde aan nieuwe gebruikers.

De voordelen: hij krijgt relatief goede antwoorden als hij zijn netwerk een vraag stelt, zijn vrienden bespotten hem als pseudo-celeb en hij heeft een relatief groot bereik als hij zijn eigen stukken spamt.

Zijn vrij willekeurig verkregen twitterroem maakt dat hij ook op andere sociale netwerken veel volgers heeft. Dat betekent dat apps vaak crashen en notificaties ondoenlijk zijn. Bekenden worden boos omdat hij hen niet terugvolgt.

In een artikel op Medium legt Dash uit mensen dénken dat twitterfaam veel voordelen heeft, terwijl dat helemaal niet zo is. Eerder schreven we al dat volgers nauwelijks op linkjes uit tweets klikken. Dash rapporteert een gemiddelde van zo’n 0,07 procent. Daartegenover staat dat mensen hem veel om hulp en RTs vragen, en dat hij veel lastiggevallen wordt.

Dash stelt dat mensen geloven in de mythe dat veel volgers hebben op de een of andere manier echt waardevol is. Hij schrijft:

“[P]eople have been sold a bill of goods. They want to believe that celebrity of any form, even fake online celebrity, has some kind of value, despite the evidence to the contrary. Signifiers like a blue verification checkmark or a number of followers are given an enormously prominent display on our social profiles. Yet despite their visibility, their capricious nature is never explained, and so people tend to wrongly see these as indicators of the quality a person’s social media presence.”

Veel volgers is geen teken van kwaliteit, maar de makers van zulke netwerken willen wel graag dat gebruikers dat denken:

“I sometimes respond to people with facts and figures, showing how the raw number of connections in one’s network doesn’t matter as much as who those connections are, and how engaged they are. But the truth is, our technological leaders have built these tools in a way that explicitly promotes the idea that one’s follower count is the score we keep, the metric that matters.”

We kunnen niet goed zien met welke mensen we waardevolle uitwisselingen hebben op sociale media. We blijken zelfs nauwelijks in staat om te theoretiseren wat waardevolle uitwisselingen eigenlijk zijn. Ik verkrijg betaald werk via Twitter, het is een bron van vele vriendschappen en ik informeer me er dankzij de slimme mensen die ik volg. Zolang er geen maat is die dat weergeeft, blijf ook ik geobsedeerd staren naar mijn volgeraantal en retweetnotificaties.

Je leeftijd laten raden = gratis heel veel van je gegevens weggeven (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Deze week ging een nieuwe site van Microsoft viraal: how-old.net raadt je leeftijd. Hartstikke leuk, of de uitkomst nu te jong (pfff gelukkig), te oud (tssss nou ja zeg) of precies juist (wauw wat knap) is. Meestal zit de tool ernaast, wat gebruikers hilarisch vinden. Time noemde de site verslavend. Hartstikke leuk en volkomen onschuldig toch verder? Nee.

Met deze site oogst Microsoft allemaal metadata. In een klap gaven miljoenen internetters heel veel gegevens over zichzelf gratis weg. Tech blog Naked Security schrijft erover:

Yow! Machine learning can sure be fun, project cheerleaders Corom Thompson and Santosh Balasubramanian, Engineers in Microsoft’s Information Management and Machine Learning, said in a post.

It’s particularly fun for Microsoft itself when it gets to slurp up metadata without telling anybody what it’s going to do with it, or how long it will be retained.

Het is dus niet duidelijk wat Microsoft met deze data gaat doen en hoeveel (en waar) de gegevens bewaard blijven. De data die je over jezelf weggeeft zijn onder andere je leeftijd, geslacht, je locatie en meer. Dat is op zich niet erg, maar gebruikers zouden zich hier veel meer bewust van moeten zijn.

Gevonden via Gyurka Jansen. 

Moral Panic Alert: Younow (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Livestreaming apps zijn plotseling hot. We horen veel over Meerkat en Periscope, twee applicaties waarmee je vanaf je telefoon kunt streamen wat er gebeurt. Handig als je bijvoorbeeld bij een debat aanwezig bent. Meerkat werd populair op technologiefestival South by Southwest half maart. Periscope werd onlangs gekocht door Twitter en verkreeg zo veel aandacht. In Nederland hebben we nog weinig gehoord van een derde alternatief,YouNow. Dat duurt misschien niet lang meer, want in de VS zijn ze al volop in paniek.

YouNow zou vooral veel gebruikt worden door tieners. Volgens Yahoo zijn er vier miljoen gebruikers die iedere maand meer dan 100 miljoen webcasts maken en bekijken. Meer dan een derde van die gebruikers zouden tieners zijn, en nog eens veertig procent begin twintig.

Tieners + nieuwe technologie = paniek onder opvoeders. ‘Miljoenen vreemden kunnen ‘s nachts naar uw tiener in zijn of haar slaapkamer kijken’ stelt CBS News. Een pedofielenparadijs, noemt een krant het. The Huffington Post benadrukt dat kinderen er uitgedaagd worden en dat regels er alleen op papier bestaan. Ook daar keert het woord pedofielenparadijs terug:

“What is also clear is that many children are inviting the world anonymously into their bedrooms, naively sharing their identity, privacy and intimacy with strangers. YouNow also exits as a smartphone app, enabling children to broadcast from virtually anywhere and negating crucial parental supervision. Prior to writing this post I conducted a completely unscientific poll of colleagues and friends asking if they knew about YouNow. Many of them have children and all of them use social media. None of them had heard of it. When I described it, one horrified parent called it ‘pedophile heaven’.”

Alle onzin over jongeren en sociale media wordt weer van stal gehaald: ze zijn naïef, ze gaan verkeerd met privacy om, ouders missen het toezicht. Laten we hopen dat deze morele paniek aan Nederland voorbijgaat.

Een korte mediageschiedenis van seksuele voorlichting op de Nederlandse tv (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

De geschiedenis van seksuele voorlichting op de Nederlandse televisie begint in 1972 met Seks In Wording (Avro). In een studio ingericht als spreekkamer bespreken een arts en een psychiater in witte jas zaken als masturbatie en menstruatie. Seks In Wording was vooral bedoeld om ouders handvaten te geven bij hun seksuele voorlichting. Het wordt roerig in 1974, metOpen & Bloot (VARA) waarin presentator Joop van Tijn voor het eerst ‘neuken’ zegt op de Nederlandse televisie. Van Tijn praat in de studio interviewfragmenten aan elkaar. Daarin vertellen ‘gewone’ Nederlanders – van tieners tot bejaarden – thuis over hun seksleven. Het programma bevat zoals de VARA betaamt liedjes en sketches. Daarnaast zijn er animaties over vooral het vrouwelijke lichaam.

In de jaren ’80 wordt het seksueel stil op de televisie. Met de komst van AIDS lijkt de seksuele revolutie definitief voorbij. Veronica wijdt in 1987 een thema-avond aan seks. De titel is veelzeggend voor het tijdsbeeld:Veilig Vrijen. Het gaat vooral over jongeren en de zomervakantie, en geeft tips hoe je verstandig seks kunt hebben. Er wordt een condoom afgerold om een erectie, in close-up. Voor het eerst is op de Nederlandse televisie te zien hoe een penis een vagina binnengaat.

Seks wordt ‘cool’ in beeld gebracht in Sex Met Angela (1993). Dit Avro-programma richt zich sterker dan de voorgangers op jongeren. Flitsende muziek en een studio vol met kussens om gezellig op te liggen en luisteren naar kleurig geklede ex-Dolly Dot Angela Groothuizen. Er zijn straatinterviews met jongeren en een bekende Nederlander komt vertellen over zijn of haar ervaringen. Voor anatomie is weinig plek, maar voor diversiteit des te meer. Holebi-jongeren, gehandicapte jongeren en jongeren van verschillende etnische achtergrond weten zich gerepresenteerd.

In het nieuwe millennium wordt seks op tv het domein van de nieuwe jongerenzender BNN. Neuken Doe Je Zo! (2003) met Bridget Maasland wil vooral “dingen losmaken”. Er is een vaste arts die uitleg geeft over anatomie, zoals gemiddelde penisgrootte en de mythe van het maagdenvlies. Seks wordt weer wat leuker en er is dus aandacht voor plezier en genot. Neuken Doe Je Zo! wil “geile” televisie maken. Het draait dus niet alleen om voorlichting, maar ook om vermaak.

Die tendens wordt doorgezet in Spuiten & Slikken (2005). Over seks wordt er nauwelijks meer voorlichting gegeven, over drugs des te meer. In Spuiten & Slikken wordt seks vooral ingezet als erotisch amusement. De beelden zijn dan ook behoorlijk expliciet. Voor biologie is geen aandacht. Liefde wordt eigenlijk alleen besproken met de BN’ers die te gast zijn in de studio.

Nu is er De Dokter Corrie Show (NTR). De witte jas van dr. Corrie, het item met de BN’er, de tieners die over hun ervaring vertellen en de liedjes bouwen duidelijk voort op het genre. Nieuw is de doelgroep: het gaat niet om jongeren, maar om prepubers in de laatste jaren van de basisschool. Veel meer dan de genoemde programma’s wordt het onderwerp benadert met humor. Cabaretier Martine Sandifort speelt Dr. Corrie, een wat onhandige maar immer bezielde seksuoloog.

Eerdere seksuele voorlichtingsprogramma’s wilden allemaal ‘het taboe’ rond seks doorbreken, keer op keer weer. In De Dokter Corrie Show is seks volkomen normaal. Het is dr. Corrie die raar is, met haar beugel en haar onvermogen woorden als vagina te zeggen.

Het programma begon als item in Het SchoolTV-weekjournaal. Daar werden sommige ouders zo boos over dat ze een petitie startten om het te verbieden. In die zin is er weinig veranderd: enerzijds praten voorlichtingsprogramma’s op de Nederlandse tv open over seks, anderzijds zijn er mensen die dat volkomen ongepast vinden.

Dit is een verkorte versie van mijn column die vandaag verscheen op The Post Online. Voor dit overzicht is gebruik gemaakt van de masterscriptie Media & Cultuur van Merel Swanink (UvA). Zij analyseerde de verschillende programma’s die te zien zijn geweest.

Behoud onverbloemde sprookjesversies (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

We kennen sprookjes vooral uit de versies van Grimm en Disney-films. Dit zijn gekuiste versies van verhalen die generaties lang doorverteld werden, bij de haard in de winter en buiten op het erf in de zomer. De Vlaamse antropoloog Marita de Sterck publiceerde onlangs Vuil Vel, een boek met veertig sprookjes in ongecensureerde vorm. Dat betekent bloederiger en vunziger: ouders die hun eigen kinderen met de blote hand vermoorden en Roodkapje die naakt naast de wolf in bed gaat liggen.

Volksverhalenonderzoeker Theo Meder hield een voordracht bij de boekpresentatie. Hij stelt:

“Als het merendeel van het publiek uit volwassenen en pubers bestond, dan konden het kruidige verhalen zijn – verhalen voor volwassenen onder elkaar. Mochten er kinderen bij zitten, dan luisterden ze mee, en hoorden ze mee met de seksueel getinte verhalen over meiden en vrijers, lachten ze om de domme streken van de seizoensarbeiders, huiverden ze mee met de akelige verhalen over weerwolven en witte wieven, over demonen van het type Kludde en reuzen van het type Lange Wapper, verhalen over de organen etende stiefmoeder van Sneeuwwitje, of de vrouwenmoordenaar Blauwbaard. Waarna de kleinsten niet meer konden slapen van de opwinding, de spanning en de angst.”

Gender
De kuising van sprookjes heeft te maken met pedagogie. Journalist en antropoloog Cathérine Ongenae schreef voor Knack een artikel over de achtergronden van Vuil Vel. Ze laat sprookjesdeskundige Harlinda Lox aan het woord. Het censureren gebeurde vooral door onderwijzers en priesters toen de sprookjes werden opgeschreven, legt Lox uit. Zo waren dwergen uit Sneeuwwitje oorspronkelijk kannibalen.

Gender speelde daarbij een belangrijke rol. De gebroeders Grimm verzamelden 200 verhalen, maar we kennen er maar zo’n vijftien. De rest voldeed niet aan het toenmalige vrouwbeeld: de vrouwen waren daarin niet netjes of geduldig genoeg. Als er een feministisch tintje aan zat werden sprookjes herschreven: eigenzinnige vrouwen belandden dan op de brandstapel.

Vervreemding
Sprookjes zijn vooral geduid vanuit de psychoanalyse. Het zou gaan om taboe, schuld en schaamte. In het artikel van Ongenae komt ook klinisch psycholoog Myriam Maes aan het woord, bij wie sprookjes een rol spelen in haar therapieën:

“Rauwe sprookjes zijn een antigif tegen het moraliseren van volwassenen. Mensen duwen wreedheid weg uit angst, maar je moet ze toelaten als je ermee wilt leren omgaan. Door negatieve gevoelens te verbieden, loochenen we onze fantasieën en vervreemden we van onszelf. Rauwe sprookjes moraliseren niet, ze gaan voorbij goed en kwaad. Je betreedt een andere wereld waar andere dingen mogen. Sprookjes leren je vrij te denken, gaan in tegen taboes, overschrijden grenzen. Door ze te vertellen, doorbreek je sociale dammen zoals schuld, schaamte en walging. In die zin staan rauwe sprookjes lijnrecht tegenover onze manier van opvoeden, waarin kinderen braaf en gehoorzaam moeten zijn, en alles moeten overnemen zonder vragen te stellen.”

Erfgoed
Het zijn dus volwassenen die kinderen onschuldig willen houden. Hiermee bezweren zijn hun eigen angst, stelt Maes. Het het risico is dat de ongecensureerde vertellingen verloren gaan. Theo Meder besluit zijn voordracht daarom met een pleidooi voor behoud:

“[H]et is ook niet de bedoeling dat omwille van de tere kinderziel, de volwassen vertelling zou moeten verdwijnen. Ook dit is cultureel erfgoed en ik hoop van harte dat Marita doorgaat met het uitgeven van onverbloemde sprookjesversies. En ik mag zelfs hopen dat deze sprookjesversies weer op het repertoire komen te staan van volwassen vertellers.”

Luister ook dit item van Onder Mediadoctoren over sprookjes toen en nu. 

Jongeren in Europa en Noord-Amerika steeds braver, gelukkiger en gezonder, blijkt uit HBSC-onderzoek

Deze post van Dennis Hoogervorst verscheen eerst op Kids En Jongeren Marketing! Overgenomen met permissie waarvoor dank!

Op basis van de vaak negatief ingestoken publiciteit — goed nieuws is geen nieuws? — zou je het waarschijnlijk niet verwachten, maar Europese jongeren zijn gelukkiger en gezonder dan hun leeftijdsgenoten van tien jaar geleden. Ze worden ook steeds braver. Dat blijkt uit een internationale studie naar de gezondheid en het welzijn van jongeren in Europa en Noord-Amerika. Vanuit Nederland werken de Universiteit Utrecht, het Trimbos-instituut en het Sociaal en Cultureel Planbureau mee aan dit grootschalige onderzoek.

Zowel op gezondheid als op welzijn zijn de jongeren in Europa en Noord-Amerika er naar eigen zeggen op vooruit gegaan: ze rapporteren op beide gebieden hogere cijfers dan generaties voor hen. Deze conclusie is te lezen in de deze week gepubliceerde onderzoeksbijlage (pdf) van het European Journal of Public Health, een verzameling van trend-rapportages tussen 2002 en 2010. De studie is gebaseerd op het Health Behaviour in School-aged Children (HBSC)-onderzoek, een grootschalig onderzoek naar de gezondheid, de lifestyle en het geluk van kinderen in de leeftijd van 11, 13 en 15 jaar in meer dan 40 landen.

De internationale studie toont ook aan dat jongeren uit Europa en Noord-Amerika in de periode 2002-2010 steeds meer groente en fruit zijn gaan eten. Tevens rapporteren zij meer lichamelijke beweging dan vorige generaties, zijn hun seksuele activiteiten veiliger geworden en geven ze aan dat ze gemakkelijk bij ouders terecht kunnen met problemen. Daarnaast is er een afname te zien in het pesten onder de jongeren, en in het wekelijks drinken van alcohol. Steeds minder jongeren roken tabak of cannabis. Hoe braaf!?

Margreet de Looze, betrokken bij het onderzoek: “De Nederlandse jongeren behoren altijd tot de gezondste en de gelukkigste jongeren van Europa en Noord-Amerika.” Deze aanvullende studie toont aan dat de positie van de Nederlandse jeugd tussen 2002 en 2010 stabiel is gebleven, en waar mogelijk nog is verbeterd. De Looze: “Nederlandse kinderen gaven bijvoorbeeld in het verleden al aan gemakkelijk bij hun moeder of vader terecht te kunnen als zij problemen hebben. Uit dit rapport blijkt dat de communicatie met ouders nog verder is verbeterd. Nederlandse jongeren voeren zelfs de internationale lijst aan van kinderen die goed met hun ouders kunnen praten.”

Fijn voor journalisten: natuurlijk zijn er ook minder positieve ontwikkelingen gesignaleerd. Zo rapporteren jongeren in Tsjechië, Denemarken, Italië, Litouwen, Rusland, Schotland, Slovenië, Zwitserland en de VS in 2010, in tegenstelling tot de algemene trend, minder lichamelijke beweging dan in 2002. De onderzoekers waarschuwen verder dat groepen jongeren in bepaalde gebieden nog altijd een verhoogd risico lopen op een ongezonde levensstijl. In Oost-Europa bijvoorbeeld blijkt overgewicht en obesitas steeds meer voor te komen.

Over de Nederlandse jongeren hebben de onderzoekers van de Universiteit Utrecht, het Trimbos-instituut en het SCP afgelopen najaar al een en ander naar buiten gebracht. Het succes van het terugdringen van het middelengebruik onder jongeren, ook roken en cannabisgebruik daalden, schrijven de onderzoekers voor een groot deel toe aan de ouders van de jongeren. Ouders realiseren zich steeds beter hoe schadelijk alcohol en tabak is voor jonge, opgroeiende kinderen. Er is evenwel een lichte daling in het geluksgevoel van de Nederlandse scholieren.; in 2001 gaven zij hun leven een 8, dat cijfer is nu een 7.6. Een klein effect van de afgelopen crisisjaren?

Over vier jaar zijn er weer nieuwe onderzoeksresultaten.

Lees de complete blogpost op Jongeren in Europa en Noord-Amerika steeds braver, gelukkiger en gezonder, blijkt uit HBSC-onderzoek

Het tijdperk van mobiel is het tijdperk van samen. (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Demonstranten zitten op de DamJarenlang werd jongeren verweten dat ze geen idealen hebben. De babyboomers waren immers de protestgeneratie en niemand doet ze dat na. Jongeren van nu zouden de internetgeneratie zijn: verknocht aan hun mobiele telefoon, niet bereid tot meer dan het liken van een goed doel op Facebook. De bezetting (of beter: bevrijding) van het Maagdenhuis toont een heel ander beeld van de hedendaagse student. De studenten die daar zitten zijn politiek bewust, maar geloven niet in bestaande partijen. Ze denken vrij en ze organiseren zich.

Sinds de jaren ’90 is de universiteit veranderd. Inspraak werd afgepakt, een competitief beurssysteem werd ingevoerd, studentenaantallen stegen en er ontstond een publish or perish-cultuur. Medewerkers lieten dit over zich heen komen. Er werd onderling veel geklaagd en er verscheen menig opinieartikel in de krant, maar van verzet was geen sprake. Het waren de studenten die uiteindelijk actie ondernamen, die vonden dat er genoeg gepraat was en dat er druk uitgeoefend moest worden.

Anders dan de docenten zijn deze studenten niet geknecht, ondanks het leenstelsel. In het Maagdenhuis vinden dagelijks lezingen plaats, van kleine en grote namen. De studenten laten zich vervoeren door theorieën over verandering. Daarbij hebben ze een sterke hang naar gemeenschap. Het Maagdenhuis is nu een centrale ontmoetingsplek. De studenten willen volwaardig onderdeel zijn van de academische gemeenschap en daarbij hoort een plek om samen te komen.Voor jongerenonderzoekers moet die zucht naar offline samenkomen niet nieuw zijn. Onder studenten viel al langer op dat ze graag samen buitenshuis studeren (vandaar de enorme behoefte aan studieplekken) en dat ze contacturen erg waarderen.

Een volwaardig onderdeel zijn betekent serieus genomen worden en meebeslissen. Dat is dan ook de voornaamste inzet van het protest: een meer democratische universiteit. Ze laten zich niet ringeloren door oppervlakkige ideeën over burgerschap, maar denken voor zichzelf. Als docent kan je daar niets anders dan trots op zijn. Als jongerenonderzoeker dringt de vraag zich op in hoeverre deze groep een voorhoede is van wat gaat komen.

Een voorspelling wil ik daar wel over doen: het belang van fysiek samenkomen zal steeds meer prominenter worden. We zien dit bijvoorbeeld ook bij fans. Zij waren de early adaptors van het internet en vormden daar nieuwe gemeenschap. Nu draait alles om bij elkaar zijn op fysieke plekken, op fanconventies of om live in het Vondelpark de finale van Wie Is De Mol te kijken. Het tijdperk van mobiel is het tijdperk van samen.

Beeld: zitten op Dam tijdens de protestmars van 13 maart 2015. (c) Linda Duits

Museum of Childhood bekijkt de straat door kinderogen (Dennis Hoogervorst)

Je zag hier al eerder een serie kleurrijke posters ter promotie van het V&A Museum of Childhood in Londen, waarin de boodschap was dat spelen tevens leren betekent. Dat is natuurlijk nog steeds waar, maar in een nieuwe campagne is er een iets dringender aansporing: om de wereld door de ogen van het kind te bekijken. Want dan lijkt een muurlamp op een astronautenhelm en ligt er een walvis onder de fontein. Fraaie straatkunst, die in het museum niet zou misstaan, geeft het goede voorbeeld.

kindermuseum vlieger

kindermuseum slang

kindermuseum walvis

kindermuseum schedel

kindermuseum astronaut

kindermuseum vogel

kindermuseum aap

“See the world through a child’s eyes.”

[Creatie door AMV BBDO; via Adeevee]

Lees de complete blogpost op Museum of Childhood bekijkt de straat door kinderogen