Muzieksmaak nog steeds bepaald door klasse (Linda Duits)

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Het is moeilijk om een definitie te geven van populaire cultuur (zie deze tekst bedoeld voor eerstejaars). Sommige mensen zeggen zelfs dat populaire cultuur een achterhaald begrip is omdat er in onze postmoderne cultuur geen onderscheid meer is tussen hoge en populaire cultuur. De Volkskrant brengt recaps van populaire televisieseries als Game of Thrones, ook NRC Handelsblad besteedt aandacht aan de Kardashians. Hierdoor lijkt Bourdieu’s theorie over cultureel kapitaal achterhaald.

In een recente studie [abstract] onderzoekt de Canadese socioloog Gerry Veenstra muzieksmaak en klasseposities. Hij verzet zich tegen het model van ‘culturele omnivoren’, mensen die alles leuk vinden en/of eclectisch in hun smaak zijn. Aanhangers van dit model stellen dat er nog steeds klasse te herkennen is, maar dan of je wel of niet breed georiënteerd bent. Veenstra vat hun ideeën samen:

“Members of the upper class are therefore distinguished from members of other classes by the breadth of their cultural repertoires rather than their possession of any specified highbrow cultural tastes or practices. Members of the lower class are in turn distinguished from others by the relatively narrow focus of their cultural repertoires, by their propensities to be univores, not by their allegiances to any specified lowbrow cultural tastes or practices. It is the desire and ability to consume a multitude of diverse cultural forms, including diverse musical styles, that now distinguishes higher class people from lower class people in contemporary societies” (p. 138).

Veenstra onderzocht of dit klopte. Hij liet in 2009 telefooninterviews uitvoeren met 1503 volwassenen die woonden in Vancouver of Montreal. Er werd gevraagd naar het leuk vinden van een groot aantal muzikale genres en naar een aantal demografische kenmerken.

Resultaten

Genres hangen samen of overlappen soms, bijvoorbeeld rap & hiphop, koor & gospel en opera & klassiek. Er zijn ook negatieve samenhangen: hiphop & koor gaan slecht samen, net als heavy metal & easy listening.

Er is sprake van een zwakke vorm van homologie in muzieksmaak en klasse, dat wil zeggen dat het model van de culturele omnivoor niet opgaat. Als relatief highbrow worden gezien: blues, koormuziek, klassiek, jazz, muzikaal theater, opera, pop, reggae, rock en wereldmuziek. Al deze genres vinden mensen uit de lagere klasse niet leuk.

Als relatief lowbrow gelden country, disco, easy listening, golden oldies, heavy metal en rap. De hogere klasse vindt hiervan country, easy listening en golden oldies niet leuk. Er is dus volgens Veenstra een opmerkelijke symmetrie tussen de likes & dislikes van de twee groepen.

De tabel helemaal onderaan dit stuk geeft een mooi overzicht van demografische voorspellers van muzieksmaak. Let wel, dit geldt voor deze steden in Canada. In Nederland zal dit overzicht er waarschijnlijk anders uitzien.

Conclusie

Er is dus sprake van zwakke homologie en daarom verwerpt Veenstra het model van de hogere klasse als culturele omnivoren. Mensen die aangeven van alles leuk te vinden, blijken toch een duidelijke voorkeur te hebben die samenhangt met hun klassepositie. De culturele omnivoren zijn misleidend volgens Veenstra: mensen die claimen kosmopolitisch te zijn bleken bij iets meer doorvragen toch prima te passen in het onderscheid tussen highbrow/lowbrow uit Bourdieu’s theorie.

Ter afsluiting benadrukt Veenstra nog maar eens dat smaak niet vaststaat, of dat ‘hogere’ genres intrinsiek meer verfijnd zijn:

“Highbrow tastes are not necessarily intrinsically sophisticated or common but rather adopt these qualities by virtue of their locations in relationally defined social spaces of capitals within which social classes are potentially made manifest. And there is movement in and out of the brow categories over time as well: members of the middle class seek to adopt aspects of upper-class culture, members of the upper class try to “outflank” the middle class by appropriating lowbrow culture, and so forth” (p. 157).

Lees ook: 
Twisten over smaak ook klasse-afhankelijk
Je bent wat je liket

Voorspellers

Ouders vinden tablets educatiever dan smartphones (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Het verschil tussen een iPad en een iPhone zit in de grote van het scherm. Toch zien ouders van jonge kinderen daar veel meer in. Zij vinden een tablet een ‘activiteiten-platform’ voor hun kinderen terwijl een smartphone meer een communicatiemiddel is, geschikt voor oudere kinderen. Een tablet wordt gezien als educatiever, veiliger en beter. Dat blijkt uit onderzoek onder 501 Amerikaanse ouders en kinderen tussen de 2 en 9 jaar van PlayScience, een commercieel bureau gerund door communicatiewetenschapper Alison Bryant.

Daarnaast laat het onderzoek zien dat ouders veel beschermender zijn ten aanzien van dochters, zowel wat betreft de inhoud van wat ze zien als het platform waarop ze dat zien. Bij meisjes vinden ze het belangrijker dat een platform kindvriendelijk is. Daarom kiezen ze eerder kindertablets voor meisjes dan voor jongens. Voor jongens geven ze eerder de voorkeur aan een smartphone of game-console.

Tot slot, niet verrassend, maken kinderen andere keuzes dan volwassenen – zie onderstaand overzicht.

Andere voorkeuren

Die vervelende online trol is misschien wel een Russische spion (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

The Americans is een recente dramaserie die zich afspeelt in de jaren ’80. Een doodnormaal gezinnetje in een buitenwijk van Washington DC, papa-mama-en-twee-kindjes. Maar de vader en moeder blijken Russische spionnen te zijn, die meedogenloos mensen vermoorden voor de Grotere Zaak. De aantrekkingskracht zit in het griezelen om het onbekende: jouw buren kunnen zomaar infiltranten zijn. Omdat de serie zich afspeelt in het verleden wordt het nooit echt eng. De Koude Oorlog is immers voorbij.

Die geruststelling werkt niet echt. Rusland is wederom machtig en misschien daarom is The Americans nu wel zo goed getimed. Kunnen we wel achterover leunen? Moeten we niet waken voor het spook uit het Oosten?

In The New York Times verscheen een lang achtergrondstuk van Adrian Chen over Russische trollen. Het was al langer bekend dat Rusland actief mensen inzette om pro-Putin berichten te verspreiden op het internet:

“It has gone by a few names, but I will refer to it by its best known: the Internet Research Agency. The agency had become known for employing hundreds of Russians to post pro-Kremlin propaganda online under fake identities, including on Twitter, in order to create the illusion of a massive army of supporters; it has often been called a “troll farm.””

Lange tijd was in Rusland online het domein van de intellectuele voorhoede. Inmiddels is dat niet meer zo. Maar als je als als Russiche burger het net opgaat, is het onmogelijk om feit en fictie te scheiden dankzij de vele namaak pro-Putin berichten. Effectieve propaganda dus. Maar wat als het daar niet bij blijft?

Verslaggever Adrian Chen ging naar Rusland om uit te zoeken of de ‘trollen’ van het Internet Research Agency ook internationaal actief zijn. Hij vermoedt dat ze onder andere achter een hoax zitten over een explosie bij een chemische fabriek in Louisiana. Chen vindt geen bewijs. Een dag na zijn vertrek verschijnt er op een Russische nieuwssite een bericht om hem in diskrediet te brengen. Chen besluit:

“I explained the setup, and as I did I began to feel a nagging paranoia. The more I explained, the more absurd my own words seemed — the more they seemed like exactly the sort of elaborate alibi a C.I.A. agent might concoct once his cover was blown. The trolls had done the only thing they knew how to do, but this time they had done it well. They had gotten into my head.”

Geen bewijs dus, maar wel aanwijzingen. Dat maakt het stuk extra aantrekkelijk en heerlijk eng. Want wat als het waar is? Wat als Rusland een leger aan trollen in dienst heeft, bedoeld om verdeling te zaaien in landen? Het is inmiddels bekend dat Rusland extreemrechts in Europa financiert. Er gaan geruchten dat Wilders geen kritiek op Putin toestaat. Wat nou als als die PVV-accounts op Twitter en Facebook helemaal niet echt zijn, maar afkomstig uit Rusland? Dat zou meteen verklaren waarom ze hun vermeende moedertaal zo slecht beheren.

Het is een aantrekkelijke gedachte. Het is immers veel fijner om te denken dat deze online haatzaaiers niet echt zijn. Net als bij The Americans is het lekker griezelen om het onbekende, het onwaarschijnlijke, maar misschien toch mogelijke.

De toekomst van de krant: jij bent het product (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Toen de oprichter van Amazon Jeff Bezos de Washington Post kocht, hield iedereen zijn adem in. Zo’n tech-jochie bij een krant kan nooit goed gaan. Inmiddels zijn we bijna twee jaar verder en gaat het goed met de Post. Ineen artikel in The Economist lezen we dat er meer dan honderd mensen zijn aangenomen. Kom daar maar eens om bij enig andere krant!

De strategie van Bezos wijkt sterk af van de stuiptrekkingen die we bij andere kranten zien (denk aan wijn verkopen en dikke pay-walls aanleggen). Hij richt zich vooral op schaalvergroting. Net als bij Amazon hangt er een ‘winst komt later wel’-sfeer. Dat lukt goed: het verkeer naar de website is verdubbeld tot 51 miljoen unieke bezoekers in april. De Post cureert inhoud van andere media en trekt zo bezoekers. Artikelen worden sterk gepusht via sociale media. Daarnaast heeft hij een partnerprogramma opgezet: lezers van maar liefst 270 andere kranten krijgen met hun abonnement gratis toegang tot betaalartikelen. The Economist:

“Logged-in readers like these are more valuable to a paper and its advertisers than anonymous ones, because the ads can be tailored to match whatever is known about their interests. So far more than 270 papers have signed on. This resembles how Amazon achieves dominance in its markets by gathering data on customers, the better to sell them stuff. Some newspaper bosses are cautious. “It’s a Trojan horse,” says one, who thinks publishers are unwise to share their subscriber lists with the Post and its advertisers. Another initiative is to study and predict reader behaviour, so as to offer each website visitor a tailored landing-page, as is the case at a certain e-commerce site.”

Het lijkt erop dat de Washington Post voor het Facebook-model gaat: mensen zoveel mogelijk en zo lang mogelijk tijd laten doorbrengen op je platform, om zoveel mogelijk data over ze te verzamelen. Het verdienmodel daarbij ligt niet zozeer in gerichte advertenties, maar vooral in de verkoop van die data.

GhosteryToevallig las ik net voor het artikel in The Economist een verontrustend stuk op The Message van de maker van Ghostery, Quinn Norton. Ghostery wil internetgebruikers bewust maken van alle trackers op het internet. De browser-add on helpt deze trackers te blokkeren. Als ik bijvoorbeeld naar de Washington Post ga, blokkeert Ghostery zeven trackers voor me – zie afbeelding.

Norton legt uit wat hij allemaal kan doen met de data die over jou verzameld wordt met zulke trackers: creditcardinformatie, stemvoorkeur, geestelijke gezondheid. Omdat met de verzamelde gegevens ook persoonlijke advertenties kunnen worden gemaakt, beweert Norton zelfs hiermee mensen gekneed kunnen worden:

“What I’d do next is: create a world for you to inhabit that doesn’t reflect your taste, but over time, creates it. I could slowly massage the ad messages you see, and in many cases, even the content, and predictably and reliably remake your worldview. I could nudge you, by the thousands or the millions, into being just a little bit different, again and again and again. I could automate testing systems of tastemaking against each other, A/B test tastemaking over time, and iterate, building an ever-more perfect machine of opinion shaping.”

Dit komt over als een nogal dystopisch beeld dat ontkent dat mensen ook dingen offline doen. Toch is de combinatie van de twee stukken verontrustend. We betalen al op allerlei netwerken met onze data, waarbij er een grote ongelijkheid in transparantie is: we hebben geen idee aan wie Facebook onze gegevens allemaal verkoopt en wat ze eigenlijk precies van ons weten. Facebook wil op maat gemaakte tijdlijnen aanbieden. Willen we ook dat onze kranten dit doen?

En willen we dat kranten leven van het oogsten van onze data, zonder dat we snappen wat ze meten en wat ze verkopen? Het verhaal van Bezos zou een verschuiving kunnen markeren van ‘journalisten die de achterkant van advertenties vol schrijven’ naar ‘journalisten die schrijven om gebruikers te lokken en hun data te oogsten’.

De Charlie Charlie Challenge: lekker griezelen of Justin Bieber trouwen (Linda Duits)

Deze (licht moral panic-alertachtige) post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Stel, je bent 13 en je bent verliefd op Justin Bieber. Je droomt ervan om met hem te trouwen en je wilt weten of dat ook gaat lukken. Dan vraag je het gewoon aan een Mexicaanse demoon genaamd Charlie.

Media schreven de afgelopen dagen over de Charlie Charlie Challenge, een vorm van geesten oproepen. Je kunt Charlie vragen of hij er is (“Charlie Charlie are you here”) of hem de complexere vragen van het leven voorleggen, zoals in bovenstaand voorbeeld.

Horror is bij uitstek een genre voor tieners. Lekker griezelen met je vrienden, in een levensfase waarin je naief genoeg bent om er een beetje in te geloven en waarin het heerlijk is om je op te jutten met je vrienden.

Ik vond geen Nederlandstalige berichten waarin zorg werd geuit over de ‘trend’. Gelukkig maar. Toch zal er in evangelische kringen angstvallig worden gekeken naar deze berichten. Daar is Harry Potter soms zelfs verboden, omdat er in het geloof ook ruimte is voor geesten.

Mocht je te nuchter zijn om te geloven in Charlie Charlie, wij van Diep hoorden dat er verborgen boodschappen van de duivel in oude popmuziek zitten. Luisteren op eigen risico!

Waarom tv-series maar geen kunst worden: het probleem van eindes (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

We leven in de derde Gouden Eeuw van televisie: series van nu zijn van ongekend hoge kwaliteit. Ze vertellen iets over de tijd waarin we leven en hoe we ons daartoe verhouden (zie dit stuk over dystopie en nostalgie in series). Televisieseries kunnen zich nu meten met films en kunnen meer dan ooit beschouwd worden als een vorm van kunst. Goede schrijvers, goede acteurs, hoge budgetten en veel verdiepingsmogelijkheden zijn daar debet aan.

Toch legt het genre van televisie nog steeds een grote beperking aan het kunstgehalte van series. Het grote probleem zit in hoe een serie te eindigen? Series kunnen zomaar stopgezet worden bij tegenvallende kijkcijfers en dan is het verhaal misschien nog niet af. October Road is daar een voorbeeld van: de makers schreven voor de fans daarom een losse seriefinale die alleen op DVD beschikbaar was. Series kunnen ook succesvoller zijn verwacht en vragen om meer seizoenen. Een verhaal wordt dan uitgerekt – wat natuurlijk niet altijd ten goede komt aan de serie.

In The American Reader schreef tech-journalist David Auerbach een typologie van series op basis van hun vertelstructuur. Auerbach heeft geen achtergrond in mediawetenschap, maar zijn analyse is inzichtelijk. Ik neem zijn indeling hierover, aangevuld met voorbeelden die voor Nederlandse kijkers herkenbaar zijn.

The Steady-State Model

Het traditionele model laat een stabiele staat zien. Er is een uitgangspunt, maar iedere aflevering staat op zichzelf en kan begrepen worden zonder dat je de vorige aflevering gemist hebt. Een voorbeeld is The A-Team: de premisse wordt verteld in de openingstune en iedere aflevering gebeurt er iets. Het team wordt constant opgejaagd, maar daarin zit nauwelijks ontwikkeling. Zo kunnen er eindeloos veel afleveringen gemaakt worden.

Auerbach rekent soaps hier ook onder, al is dat niet helemaal juist. Bij soaps kan je wel een aantal afleveringen missen (je bent zo weer bij), maar er zit wel een opbouw in het verhaal dat zich verder strekt dan het niveau van de afzonderlijke aflevering.

The Expansionary Model

Dit model bouwt zichzelf uit. Er komen steeds meer verhaallijnen en meer karakters, waardoor het verhaal uitdijt. Making it up as you go along. Het meest vervelende voorbeeld is Lost. De schrijvers leken zelf wel verdwaald in het verhaal. Er kwam geen einde aan en toen er een einde was, sloot dat niet aan op de vele lijnen die waren uitgezet. Ook Twin Peaks is hier een voorbeeld van. Voor makers David Lynch en Mark Frost was het veel belangrijker een bepaalde sfeer neer te zetten, in plaats de moordenaar van Laura Palmer te ontmaskeren.

Het probleem met zulke series is dat ze per seizoen steeds naar een hoogtepunt streven en ieder seizoen wordt dat hoogtepunt epischer. Auerbach noemt als voorbeeld Buffy The Vampire Slayer: de  inzet werd steeds hoger waardoor de serie als geheel doelloos werd. True Blood leed aan diezelfde kwaal. Auerbach vindt dit artistiek leeg:

“As long as there is no imagined or projected end to a work, then any aspect of that work devoted only to advancing toward that end is artistically worthless, since it is intrinsically in bad faith. There are sometimes worthwhile side effects, such as a satire of the very aimlessness of the work, but the life of the continuity plotter is not a happy one. Even a declared end to a title is a Pyrrhic victory, since none of the continuity established to that point was created with the idea that an end would ever come.”

The Big Crunch

Sommige series hebben bij het begin wel al een idee over de beslissende finale. Er worden aanwijzingen gegeven die aan het einde allemaal zouden moeten optellen. Dat betekent niet dat het einde van te voren vaststaat, maar wel dat er duidelijke richtingen voor dat einde zijn. Battlestar Galactica en Breaking Bad zijn hier voorbeelden van.

Het lastige aan dit model is dat het verhaal erg wordt uitgerekt als de eerste seizoenen succesvol zijn. Omroepen willen dan immers dat de serie lang blijft lopen. De makers weten dan niet precies wanneer het einde zal zijn en dat heeft consequenties voor wat ze kunnen en mogen vertellen. Ook dit leidt tot creatieve armoede, oftewel tot “arty and impressionistic set pieces, … , lashbacks, dream sequences, and redundant exposition. And quotes from Dante”.

Auerbach hekelt de makers van zulke series. Hij stelt dat ze zich in dit model filmregisseurs wanen die onterecht menen zonder inmenging van de omroepen hun kunst te kunnen maken.

Mythologie

Auerbach vat het geheel samen in een schemaatje. Mythos verwijst naar de algemene verhaallijnen, de oorsprong van de serie zogezegd.

auerbach_chart_31-620x181

Nieuw model?

Auerbach schreef zijn artikel in 2013. Er ontbreekt een model dat we misschien vaker gaan zien. American Horror Story en True Detective werken met op zichzelf staande seizoenen. Ieder seizoen vertelt één verhaal, waarbij het einde van het seizoen dus aan het begin voor de makers al vaststaat. In het volgend seizoen wordt een nieuw verhaal verteld. Bij American Horror Story zijn de acteurs en thematiek grotendeels hetzelfde over de seizoenen heen. Dit model staat zowel verdieping als een werkelijk einde toe.

In de derde Gouden Eeuw van televisie draait alles om nieuwe vormen van verhalen vertellen. Televisie is daarvoor geschikt omdat karakters veel beter uitgebouwd kunnen worden. Hoe meer seizoenen, hoe gelaagder de karakters worden. Het grote nadeel van televisie is de afhankelijkheid en onvoorspelbaarheid van kijkcijfers. Het is bijzonder treurig dat deze blijven functioneren als een rem op de esthetische mogelijkheden van het door velen zo verfoeide medium.

Lees ook: Ketchup en het uitblijven van orgasmes: finales van televisieseries

Langer is beter: schrijftips voor academici empirisch onderzocht (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Academisch schrijven hoort bondig te zijn. Dat is het advies dat studenten en onderzoekers steevast krijgen. Onderzoekers van de University of Chicago zijn het daar niet mee eens. Ze onderzochten [volledige toegang] meer dan een miljoen abstracts over een periode van zeventien jaar uit acht disciplines op stilistische kenmerken. Ze keken daarbij naar hoe vaak de studie geciteerd werd.

Tien schrijfregels werden geëvalueerd:

1: Houd het kort
Gemeten in aantal woorden en aantal zinnen.

2: Houd het compact
Gemeten in gemiddelde lengte van zinnen in het specifieke journal, waarbij gekeken werd of het abstract korter was dan het gemiddelde.

3: Houd het simpel
Gemeten door gebruikte woorden af te zetten tegen een standaard Engels woordenboek en een woordenboek van makkelijke woorden.

4: Gebruik de tegenwoordige tijd 
Gemeten door verhouding gebruik verleden en tegenwoordige tijd te vergelijken.

5: Vermijd bijwoorden en bijvoeglijk naamwoorden
Gemeten door aandeel bijwoorden en bijvoeglijk naamwoorden af te zetten tegen het gemiddelde van het specifieke journal.

6: Spits toe
Gemeten door steekwoorden van het abstract te signalen in de abstracttekst.

7: Toon innovativiteit en belang aan 
Gemeten door te kijken naar gebruik woorden als novel, new, innovative, key, significant, crucial.

8: Wees krachtig
Gemeten door verhouding superlatieven en vergrotende trap.

9: Wees zelfverzekerd
Gemeten door te kijken naar lager aandeel zogeheten ‘hedge words‘: somewhat, speculative, appear, almost, largely.

10: Gebruik beeldende woorden
Gemeten door woorden die als onplezierig worden gezien af te zetten tegen prettige woorden: meer actief, eerder een beeld bij te krijgen.

Resultaten

De resultaten lijken opmerkelijk. Korte abstracts leiden tot minder citaties. Het gebruik van meer bijwoorden en bijvoeglijk naamwoorden leidt tot meer citaties. Minder makkelijke woorden gebruiken leidt dan weer tot meer citaties.

Het gebruik van de tegenwoordige tijd is goed voor biologen en psychologen, maar niet voor scheikundigen en natuurkundigen. De steekwoorden herhalen in het abstract is een slecht idee; het belang van een studie aangeven is een goed idee. Hedge words vermijden werkt niet voor biologie en natuurkunde, maar wel voor scheikunde. Prettige woorden hebben positieve effecten.

In onderstaande figuur is aangegeven of een kenmerk een positief effect heeft (blauw) of een negatief effect (rood) heeft op het aantal citaties.

journal.pcbi.1004205.g001

Het is moeilijk om op basis van dit onderzoek nieuw schrijfadvies te formuleren. Alle onderzochte disciplines staan meer aan de bètakant, met psychologie als ‘zachtste’ wetenschap. Ongetwijfeld zal een toevoeging van geestes- en sociale wetenschappen een nog complexer beeld tonen.

De nadelen van veel volgers hebben (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Het klinkt een beetje verwend en arrogant: veel volgers hebben en dan een stuk schrijven om te klagen over hoe het is om veel volgers te hebben. Anil Dash schrijft online over technologie en populaire cultuur, maar hij is verder geen grote naam. Toch heeft hij meer dan een half miljoen twittervolgers. Dat komt omdat hij ooit in de ‘suggested user list’ stond, het lijstje accounts dat Twitter nieuwe voorstelde aan nieuwe gebruikers.

De voordelen: hij krijgt relatief goede antwoorden als hij zijn netwerk een vraag stelt, zijn vrienden bespotten hem als pseudo-celeb en hij heeft een relatief groot bereik als hij zijn eigen stukken spamt.

Zijn vrij willekeurig verkregen twitterroem maakt dat hij ook op andere sociale netwerken veel volgers heeft. Dat betekent dat apps vaak crashen en notificaties ondoenlijk zijn. Bekenden worden boos omdat hij hen niet terugvolgt.

In een artikel op Medium legt Dash uit mensen dénken dat twitterfaam veel voordelen heeft, terwijl dat helemaal niet zo is. Eerder schreven we al dat volgers nauwelijks op linkjes uit tweets klikken. Dash rapporteert een gemiddelde van zo’n 0,07 procent. Daartegenover staat dat mensen hem veel om hulp en RTs vragen, en dat hij veel lastiggevallen wordt.

Dash stelt dat mensen geloven in de mythe dat veel volgers hebben op de een of andere manier echt waardevol is. Hij schrijft:

“[P]eople have been sold a bill of goods. They want to believe that celebrity of any form, even fake online celebrity, has some kind of value, despite the evidence to the contrary. Signifiers like a blue verification checkmark or a number of followers are given an enormously prominent display on our social profiles. Yet despite their visibility, their capricious nature is never explained, and so people tend to wrongly see these as indicators of the quality a person’s social media presence.”

Veel volgers is geen teken van kwaliteit, maar de makers van zulke netwerken willen wel graag dat gebruikers dat denken:

“I sometimes respond to people with facts and figures, showing how the raw number of connections in one’s network doesn’t matter as much as who those connections are, and how engaged they are. But the truth is, our technological leaders have built these tools in a way that explicitly promotes the idea that one’s follower count is the score we keep, the metric that matters.”

We kunnen niet goed zien met welke mensen we waardevolle uitwisselingen hebben op sociale media. We blijken zelfs nauwelijks in staat om te theoretiseren wat waardevolle uitwisselingen eigenlijk zijn. Ik verkrijg betaald werk via Twitter, het is een bron van vele vriendschappen en ik informeer me er dankzij de slimme mensen die ik volg. Zolang er geen maat is die dat weergeeft, blijf ook ik geobsedeerd staren naar mijn volgeraantal en retweetnotificaties.

Je leeftijd laten raden = gratis heel veel van je gegevens weggeven (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Deze week ging een nieuwe site van Microsoft viraal: how-old.net raadt je leeftijd. Hartstikke leuk, of de uitkomst nu te jong (pfff gelukkig), te oud (tssss nou ja zeg) of precies juist (wauw wat knap) is. Meestal zit de tool ernaast, wat gebruikers hilarisch vinden. Time noemde de site verslavend. Hartstikke leuk en volkomen onschuldig toch verder? Nee.

Met deze site oogst Microsoft allemaal metadata. In een klap gaven miljoenen internetters heel veel gegevens over zichzelf gratis weg. Tech blog Naked Security schrijft erover:

Yow! Machine learning can sure be fun, project cheerleaders Corom Thompson and Santosh Balasubramanian, Engineers in Microsoft’s Information Management and Machine Learning, said in a post.

It’s particularly fun for Microsoft itself when it gets to slurp up metadata without telling anybody what it’s going to do with it, or how long it will be retained.

Het is dus niet duidelijk wat Microsoft met deze data gaat doen en hoeveel (en waar) de gegevens bewaard blijven. De data die je over jezelf weggeeft zijn onder andere je leeftijd, geslacht, je locatie en meer. Dat is op zich niet erg, maar gebruikers zouden zich hier veel meer bewust van moeten zijn.

Gevonden via Gyurka Jansen. 

Moral Panic Alert: Younow (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Livestreaming apps zijn plotseling hot. We horen veel over Meerkat en Periscope, twee applicaties waarmee je vanaf je telefoon kunt streamen wat er gebeurt. Handig als je bijvoorbeeld bij een debat aanwezig bent. Meerkat werd populair op technologiefestival South by Southwest half maart. Periscope werd onlangs gekocht door Twitter en verkreeg zo veel aandacht. In Nederland hebben we nog weinig gehoord van een derde alternatief,YouNow. Dat duurt misschien niet lang meer, want in de VS zijn ze al volop in paniek.

YouNow zou vooral veel gebruikt worden door tieners. Volgens Yahoo zijn er vier miljoen gebruikers die iedere maand meer dan 100 miljoen webcasts maken en bekijken. Meer dan een derde van die gebruikers zouden tieners zijn, en nog eens veertig procent begin twintig.

Tieners + nieuwe technologie = paniek onder opvoeders. ‘Miljoenen vreemden kunnen ‘s nachts naar uw tiener in zijn of haar slaapkamer kijken’ stelt CBS News. Een pedofielenparadijs, noemt een krant het. The Huffington Post benadrukt dat kinderen er uitgedaagd worden en dat regels er alleen op papier bestaan. Ook daar keert het woord pedofielenparadijs terug:

“What is also clear is that many children are inviting the world anonymously into their bedrooms, naively sharing their identity, privacy and intimacy with strangers. YouNow also exits as a smartphone app, enabling children to broadcast from virtually anywhere and negating crucial parental supervision. Prior to writing this post I conducted a completely unscientific poll of colleagues and friends asking if they knew about YouNow. Many of them have children and all of them use social media. None of them had heard of it. When I described it, one horrified parent called it ‘pedophile heaven’.”

Alle onzin over jongeren en sociale media wordt weer van stal gehaald: ze zijn naïef, ze gaan verkeerd met privacy om, ouders missen het toezicht. Laten we hopen dat deze morele paniek aan Nederland voorbijgaat.