Technologie verbetert het dateleven van hetero’s nauwelijks (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

‘Liefde in tijden van Tinder’ is een veelgelezen kop in de media. Het idee is dat technologische veranderingen de manier waarop we daten ook verandert. De eerste aflevering van een nieuw seizoen van de podcast Onder Mediadoctoren neemt die aanname onder de loep, samen met promovendus Jitse Schuurmans. Aan bod komen onder andere de geschiedenis van daten, kenmerken van een ‘kwaliteitssingle’ en de rol van klasse. Er is een interview met Joseph Kearney van gay datingssite Planet Romeo om te zien wat hetero’s kunnen leren van homo’s en een item waarin een anonieme vrouw uit de kast komt als liefdestinderaar.

Meer informatie hier. U kunt zich ook via iTunes of Stitcher op deze podcasts abonneren. De opname is integraal terug te kijken op YouTube

De opkomst van de wat-nu-journalistiek (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Eerder schreven we hier over een studie waaruit bleek dat jongeren conventioneel nieuws niet vertrouwen. De onderzochte jongeren waardeerden het juist wanneer er een duidelijke mening te horen was. Ze vonden het fijn als nieuws geïnterpreteerd werd en wanneer er een oordeel werd gegeven. Programma’s als The Daily Show voldoen aan deze behoefte. Ze zijn “knowledge enabling”: ze staan stil bij het nieuws en plaatsen dat in een context, in plaats van alleen maar informatief te zijn.

Blogs hebben die eigenschap ook en verschillen daarin van conventionele journalistiek. Zo schrijft voormalig journalist Emma Brudner dat journalisten nieuws willen maken, terwijl bloggers anderen willen helpen. Journalisten beschrijven, terwijl bloggers schrijven over hoe dingen zouden kunnen en moeten zijn. Journalisten behoren onzichtbaar te zijn, terwijl bloggers schrijven vanuit hun eigen subjectiviteit. Ook blogs zijn knowledge enabling: dankzij links wordt je verder geholpen.

We leven in een tijd waarin de grenzen tussen blogs en conventionele journalistiek vervagen. Waar sommige sites zich eerst sterk als blog profileerden, noemen zij zichzelf nu een magazine. De toon van artikelen op kanalen als VICE verschilt nauwelijks van die van bloggers, en journalisten zijn meer gaan bloggen. Die vervaging is ook zichtbaar bij Mindshakes, een platform van NRC Media dat zich richt op jongeren. Contentstrateeg Gonny Spijkstra interviewde ontwikkelaar Ward Wijndelts.

Wijndelts legt uit dat Mindshakes ruimte heeft te experimenteren. Ze wilden meer geëngageerd en zelfs activistisch zijn.

“Mindshakes neemt een standpunt in op een onderwerp waarvan wij vinden dat er iets moet gebeuren. We voegen een 6e W toe aan de journalistiek: ‘wat nu?’.”

‘Wat nu’ gaat over implicaties: wat betekent het voor mij dat ik lees? Een bericht wordt dus expliciet politiek gemaakt, en we zien de eigenschappen van blogs boven journalistiek terug. Wijndelts:

“We hebben veel met jongeren gesproken en zij gaven aan geraakt te willen worden. We deden bijvoorbeeld een pretest met een animatie over het Kalifaat, een soort bewegende infographic van het gebied waar IS controle over had, het aantal manschappen, het bruto nationaal product, het aantal tanks, et cetera. De evaluatie was heel negatief. De jongeren gaven aan dat het hen niet raakte, dat het geen verhaal was.

Jongeren zijn vaak goed in staat om tot een relevante timeline te komen, door te volgen en te liken. Maar Facebook heeft geen kwaliteitsfilter, je hebt geen context. Een artikel over de Nobelprijs voor de hoogleraar moleculaire nanotechnologie staat onder een verhaal van een vrouw die claimt kanker te hebben overwonnen door een jaar geen suiker te eten. Daarom besteden wij veel aandacht aan de bronnen, we laten zien hoe grondig we zijn, om zo weer het vertrouwen op te bouwen. We praten terug, onderbouwen en zijn transparant.”

De strategie van Mindshakes lijkt zo heel idealistisch, maar dat idealisme is ingegeven door commerciële overwegingen: content die impact achterlaat wordt meer gedeeld. Uiteindelijk verdient Minshakes geld met branded content. Meer hierover in het gehele interview.

Lees ook: 

Objectieve journalistiek is een recent, onhaalbaar en onjuist ideaal

NRC lokt jongeren met coke naar kwaliteitsjournalistiek

Koop kartonnen Dorito-chips voor vrienden die niet gaan stemmen (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Doritos heeft in de VS een nieuw soort chips op de markt gebracht van karton. Dat schrijf ik niet omdat ik Doritos niet lekker vind (al klopt dat wel), maar omdat de chips letterlijk van karton zijn. De zak is bedoeld om aan een van je vrienden te sturen die niet geregistreerd staat om te stemmen. De chipsfabrikant werkt daarbij samen met Rock The Vote, een organisatie die erop gericht is om jonge mensen over te halen zich te registreren zodat ze kunnen stemmen bij de verkiezingen. Rock The Vote – de hippige naam verklapt het al – zet daarbij al jaren sterk in op populaire cultuur als een middel om hun boodschap te verspreiden.

Daarnaast heeft Doritos een campagne lopen waarbij consumenten worden aangemoedigd te stemmen op één van hun twee populaire smaken:  Nacho Cheese in een speciale rode verpakking en Cool Ranch in een blauwe. Doritos is uiteraard niet het enige merk dat inhaakt op de presidentsverkiezingen. Maar deze campagne verhult mooi hoe weinig er eigenlijk te kiezen is: Doritos is onderdeel van Frito-Lays dat de chipsmarkt domineert. ‘The boldest choice is making a choice’ is de bijbehorende slogan. Wij hebben geen idee wat dat betekent, maar het klinkt leuk.

De campagne loopt goed. De chips zijn in ieder geval op.

Jongeren lezen liever nieuws dan dat ze het kijken – en dat geldt ook voor online (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Nieuwsorganisaties zetten steeds meer in op beeld: liefst korte filmpjes die makkelijk te delen zijn op sociale media. Het idee is dat ze zo de jonge doelgroep kunnen bereiken, die weg zou trekken van traditionele media en die de voorkeur zou geven aan beeld. Onderzoek van Pew Research laat nu een opmerkelijk resultaat zien: jonge Amerikanen (18-29 jaar) lezen liever nieuws dan dat ze het kijken. Het zijn de oudere leeftijdsgroepen die liever kijken dan lezen. Overigens geeft zo’n twintig procent van de Amerikanen onder de 50 aan dat ze het liefst naar het nieuws luisteren – ook een tamelijk opvallend resultaat.

nieuws-naar-leeftijd

Nu is het makkelijk om te denken dat jongeren liever niet naar het journaal op televisie kijken en dat online dit resultaat wegvalt of genuanceerd wordt. Dat is niet zo. Van de jongeren die de voorkeur geven aan het nieuws kijken, doet 57 procent dat het liefst op de televisie – tegenover 37 online. Het nieuws lezen doen ze trouwens wel het liefst online.

naar-medium

De vraagstelling van het onderzoek was erg open. Wat verstaan respondenten onder ‘watching news’? Is dat ook het kijken naar een clipje waarin John Oliver het nieuws toelicht? Een montage van slechte momenten van Trump? Dit is de videocontent die we zoveel zien op sociale media en waarvan gedacht wordt dat het jongeren aanspreekt. Desalniettemin laten de resultaten duidelijk zien dat lezen verre van dood is.

Scholen besteden nauwelijks aandacht aan seksuele diversiteit (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

‘Nederland is een vrije en open samenleving. Mensen kunnen zijn wie ze zijn en hun leven inrichten zoals ze willen.’ Zo opent het rapport Omgaan met seksualiteit en seksuele diversiteit, een beschrijving van het onderwijsaanbod van scholen van het Ministerie van Onderwijs. Wat gebracht wordt als observatie is echter eerder een doelstelling. Het rapport laat zien dat de werkelijke situatie hiermee niet overeenkomt. Scholen zijn verplicht aandacht te besteden aan seksuele diversiteit, maar dit gebeurt maar mondjesmaat en is sterk afhankelijk van de betreffende docent.

De inspectie deed onderzoek op 67 scholen voor basisonderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Er werden observaties gedaan en interviews afgenomen. Daarnaast is op ruim 200 scholen een survey uitgezet onder schoolleiders en leraren.

Incidenteel en weinig doelgericht
De wet zegt dat scholen leerlingen moeten leren om “respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit”. Die doelstelling is behoorlijk vaag. De Inspectie concludeert dat scholen daar wel aan voldoen. Als het gaat om de effecten van het onderwijs op dit vlak, stelt de Inspectie zich opmerkelijk terughoudend op. Scholen hebben daar weinig inzicht in, en treden vooral op tegen grensoverschrijdend gedrag. Vanuit het perspectief van kwaliteit is de Inspectie echter luid en duidelijk:

“Aandacht voor de kwaliteit van het onderwijs maakt het mogelijk de factoren in kaart te brengen die bijdragen aan een succesvolle uitvoering, of deze bemoeilijken. Vanuit dit perspectief constateert de inspectie dat het onderwijs gericht op omgaan met seksualiteit en seksuele diversiteit vaak incidenteel van karakter is, weinig doelgericht en leraarafhankelijk. Het aanbod is niet verankerd in het curriculum en niet georganiseerd vanuit doorlopende lijnen, waarin de aandacht die het onderwerp op verschillende momenten en plaatsen in het curriculum krijgt, is afgestemd. Het aanbod bestaat vaak uit losse lessen, die daar apart voor worden gegeven en weinig verbinding hebben met het overige onderwijs, of blijft geïsoleerd binnen de momenten uit de lesmethode. Al met al komt het onderwerp vaak slechts beperkt aan de orde” (p. 9).

Anders gezegd: scholen doen maar wat.

Enkele opmerkelijke resultaten
De frequentie waarmee scholen aandacht geven aan seksuele diversiteit is ontzettend laag. Voor 71 procent van de scholen in het voortgezet onderwijs is dat bijvoorbeeld maar eens of enkele keren per jaar. Dat betekent dat 29 procent van deze scholen minder vaak dan eens per jaar aandacht geeft aan seksuele diversiteit. In het mbo is dat de helft van de onderzochte scholen.

Op minder dan een derde van de scholen trof de inspectie (enigszins) uitgewerkte visies aan.  Ook leerdoelen worden niet geformuleerd. De denominatie van de school houdt daarmee verband.

Scholen hebben geen inzicht in de effectiviteit van de lessen. De focus ligt vooral bij grensoverschrijdend gedrag. 30-40 procent van alle schooltypen geeft aan dat jet onderwerp aandacht krijgt als er incidenten zijn geweest. Scholen hebben vaak wel een beeld van hoe het klimaat onder de leerlingen is.

Het incidentele karakter van zulke lessen blijkt ook uit de voorkeur die in het voortgezet onderwijs gegeven wordt aan projecten en thema’s (bijvoorbeeld rond Paarse vrijdag) en aan externe deskundigen zoals die van het COC.

.

Twintigers zitten niet op Tinder voor seks, maar voor de liefde (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Tinder zorgde ervoor dat online dating acceptabeler werd voor twintigers. Het ludieke swipen komt minder sneu over dan veel tijd en moeite steken in een profiel op een online datingsite. Er is veel geschreven in de pers over Tinder en nu komen ook de eerste wetenschappelijke onderzoeken door. Communicatiewetenschappers Sindy Sumter (UvA), Laura Vandenbosch (Leuven/Antwerpen) en Loes Ligtenberg (UvA) hielden een survey onder jongvolwassenen tussen de 18 en 30 jaar [abstract]. Ze wilden weten wat de belangrijkste motivaties waren om actief te zijn op Tinder.

Methode
De aanvankelijke steekproef bestond uit 266 respondenten, gevonden via het netwerk van de scriptiestudenten die aan het onderzoek meewerkten (studerend aan de Universiteiten van Amsterdam). Het kan dus zijn dat daar enige bias in zit. Honderd respondenten had nog nooit Tinder gebruikt. Zij zijn niet meegenomen in de analyse. Die gaat over 163 respondenten die wel eens hadden getinderd. In de steekproef zaten ongeveer evenveel mannen als vrouwen. Meer dan zestig procent was nog student.

De respondenten kregen 46 mogelijke motivaties om Tinder te gebruiken voorgelegd. Deze lijst was opgesteld op basis van bestaand onderzoek naar online dating. Het ging om stellingen als ‘om naar foto’s te kijken’, ‘om een romantische relatie mee te verkrijgen’ en ‘ik ben op zoek naar een one-night-stand’. Op de data werd een factoranalyse uitgevoerd.

Resultaten
De helft van de respondenten was wel eens op een Tinderdate geweest. Minder dan twintig procent had er wel eens een one-night-stand uit gehaald. Onder de jongens was dit aantal hoger (5 meisjes, 21 jongens).

De onderzoekers clusterden de motivaties in vijf blokken: Makkelijke Communicatie, Liefde, Casual Seks, Zelfwaardering, Voor de Kick en Hipheid (‘iedereen doet het’). De motivatieblokken die het hoogst scoorden waren Voor de Kick en Hipheid. Daarnaast was opvallend dat Liefde hoger scoorde dan Casual Seks. Makkelijke Communicatie kwam het minst voor.

Jongens scoorder hoger op alle motivatieblokken dan meisjes, maar alleen bij Casual Seks, Makkelijke Communicatie en Voor de Kick waren die verschillen significant. Daarnaast bleek dat Liefde, Casual Seks en Makkelijke Communicatie belangrijker werden naarmate leeftijd toenam. Gebruikers met een hoge motivatie voor Casual Seks hadden meer one-night-stands.

Conclusie
De auteurs concluderen dat Tinder veel meer is dan zogeheten hookup culture. Het is een “multifunctional tool that satisfies various needs among emerging adults” (p. 75). Dat is verrassend, omdat media steeds alleen het aspect van makkelijke seks benadrukken.

Televisiekijkers en krantenlezers sterven uit: een actueel overzicht (Linda Duits)

Linda Duits blogt weer op dieponderzoek.nl. Deze post neem ik graag over:

Als uitgelegd wordt wat millennials zijn, wordt vaak gewezen op het feit dat zij opgroeiden met internet. Die gedeelde omstandigheid zou zo bepalend zijn dat ze er een gedeelde identiteit door hebben. Dat is op heel veel vlakken onzin: jongeren verschillen enorm van elkaar. Een kapper uit Alblasserdam heeft een heel ander leven dan een student conflictstudies uit Amsterdam. Als het gaat over mediagebruik zit er echter wel wat in: millennials hebben een ander kijk-, lees- en luisterpatroon dan hun ouders.

Generatie doet er toe als het gaat om mediagebruik. Dat is de hoofdboodschap van Piet Bakker. Hij verzamelt al jaren cijfers over krantenoplages en tijdschriftbereik. Dit jaar bracht hij dat samen op een bijzonder fraai vormgegeven overzicht bij het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. Het is een naslagwerk en een must voor iedereen die iets te zeggen wil hebben over het Nederlandse medialandschap.

“Elke generatie heeft een bepaald soort mediagebruik waarin ze volhardt. De generatie die thans volwassen wordt, is opgegroeid met digitale media. En dat zijn de media die ze blijft gebruiken. Dit betekent dat de verwachting dat het lezen van papieren kranten en tijdschriften, en het kijken naar traditionele lineaire televisie wel weer aan zal trekken, een illusie is. De nieuwe generaties gaan nooit meer de media van hun ouders gebruiken zoals die ze gebruikten. De krant wordt nooit meer een massamedium.”

Bakker raadt – terecht – aan niet tegen te stribbelen. Want was er nu precies mis met een oude doelgroep? (Die overigens veel meer geld heeft te besteden dan jongeren!)

“Het bereik en gebruik van media kan gedefinieerd worden in termen van wat ze niet doen (de jongste generaties bereiken) maar ook in termen van wat ze prima doen (de groeiende groep ouderen bereiken). De gemiddelde leeftijd in Nederland stijgt, ouderen blijven steeds langer actief en zelfstandig. Wat dat betreft gaat het dus eigenlijk heel goed. Uiteraard is het bedienen van vooral de oudere generaties op lange termijn geen groeimarkt, maar de wanhopige pogingen om dat tij te keren met oude middelen (traditionele media voor opgroeiende generaties) lijkt tot mislukken gedoemd.”

Papier lezen is voor ouderen
Bakker constateert dat krantenlezers bijna allemaal oud zijn. Er komen nauwelijks jonge lezers bij. Vooral bij de Telegraaf vielen er klappen: 20 procent van de lezers verdween en de krant is nu niet meer de grootste van Nederland.

Ook tijdschriftenlezers zijn oud: bijna de helft is ouder dan 50 jaar. De uitzonderingen: Donald Duck en Quest. Alleen Veronica Magazine en LINDA. bedienen de middengroep van 34 tot 50.

TV kijken radio luisteren is voor ouderen
Ouderen kijken vooral naar de NPO. Programma’s die daar hoge kijkcijfers halen, doen dat omdat 65-plussers kijken. RTL4 en SBS6 scoren ook bovengemiddeld bij die groep. Kinderen kijken naar NPO3, wat logisch is omdat daar de kinderprogramma’s zitten. Het publiek van de regionale omroep bestaat voor 83 procent uit 50+. Daar is dus geen groei te verwachten.

Wat voor tv geldt, geldt ook voor radio.

Afhankelijkheid
De oplages dalen en het dieptepunt is volgens Bakker nog niet bereikt. Hierdoor dalen de advertentie-inkomsten sterk. Kranten lossen dat op door (stiekem) steeds maar de abonnementsprijzen te verhogen. De oplossing ligt online, maar daar schuilt ook een gevaar. Media worden daar steeds afhankelijker van Facebook waar ze relevant kunt zijn voor alle generaties. Maar dat moet op Facebook, dus niet met linkjes naar je eigen site maar met de artikelen zelf (Facebook Instant Articles) en met video’s (speciaal aangepast zodat ze geluidloos kunnen worden afgespeeld). Ook alle discussie vindt daar plaats. Zo maken media Facebook steeds relevanter, en zichzelf steeds afhankelijker.

Chinese overheid laat jaarlijks 488 miljoen ‘afleidende’ posts op sociale media plaatsen (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Eerder schreven we hier over hoe Rusland mogelijk actief mensen inzet om online verwarring te zaaien. Het gaat daarbij niet zozeer om pro-Putin posts (het is zeker dat Rusland dat doet), maar om posts die bedoeld zijn om hoaxes te verspreiden en verdeling te zaaien. Het is niet onwaarschijnlijk dat andere landen dat ook doen. Een nieuw working paper [abstract, vrije toegang] van Harvard-hoogleraar en sociaalwetenschapper Gary King onderzoekt welke sociale media-posts de Chinese overheid laat plaatsen. Samen met een communicatiewetenschapper en een politicoloog schat hij dat het gaat om 488 miljoen posts per jaar. Het meest opmerkelijke inzicht is dat het vooral gaat om applaus voor China (cheerleading).

50c
Er gaan al jaren geruchten de ronde dat de Chinese overheid mensen in dienst heeft die positieve berichten over het bestuur schrijven. Zij zouden in debat gaan met criticasters van het regime. Deze mensen worden 50c partijleden genoemd, omdat zij 50 cent betaald zouden krijgen (5 jiao, ongeveer $0.08) per post. De onderzoekers ontwikkelden een manier om zulke schrijvers op te sporen om vervolgens de inhoud van zulke posts te analyseren. Ze maakten daarvoor gebruik van een gelekt e-mailarchief, afkomstig van het Internet Propaganda Bureau van Zhanggong, een district in de Jiangxi provincie. In deze e-mails stonden expliciete details over het werk van verschillende 50c-accounts, bijvoorbeeld in de vorm van een werkverslag.

Het is een complex archief dat zich niet zomaar liet doorzoeken met geautomatiseerde methoden en dat te groot was voor kwalitatieve data-analyse. Op basis van een zelf-ontwikkelde methode wisten de onderzoekers 43.000 50c posts en hun auteurs te achterhalen. De onderzoekers zullen deze data ook voor anderen toegankelijk maken.

Korte salvo’s van ambtenaren
In tegenstelling tot wat journalisten en academici dachten, gaat het niet om burgers die voor lage bedragen werken, maar is 99,3 procent van de onderzochte auteurs ambtenaar. Het gaat om uiteenlopende diensten, zoals bureaus voor sport of belastingen. Er zijn ook geen aanwijzingen dat ze 50 cent per post betaald krijgen, of dat ze überhaupt extra betaald krijgen voor dit werk.

Dertig procent van de posts uit het emailarchief verwees niet naar een URL of beschrijving van de site. Van de overgebleven zeventig procent stond ongeveer de helft op een overheidssite en de andere helft op een commerciële site (54% Sina Weibo, 32% Tencent Weibo, 11% Baidu Tieba en 3% Tencent QZone).

Tijdsanalyse laat zien dat de posts niet gelijkmatig over de tijd verdeeld zijn, maar dat er sprake is van uitbarstingen. Volgens de onderzoekers wijst dit op een sterke mate van coördinatie door de overheid. Zo’n kort salvo is effectiever in het beïnvloeden van een debat dan verstrooiing. Uit deze analyse wordt al duidelijk dat het vooral gaat om cheerleading en om het zaaien van verwarring. Het gaat om deze gelegenheden:

1. Qingming (Tomb Sweeping Day): over 18,000 posts about veterans, martyrs, how glorious or heroic they are, and how they sacrificed for China.

2. China Dream: Over 1,800 posts about President Xi Jinping’s “China Dream”. Potentially a reaction to the April 2013 People’s Daily piece instructing municipal governments to carry out “China Dream” propaganda campaigns (see http://j.?utm_source=rss&utm_medium=rss mp/chinadream).

3. Shanshan Riots: 1,100 posts, immediately following Shanshan riots in Xinjiang. At 5:30pm Zhanggong county sent an email to itself (probably BCCing many others), highlighting three popular posts about Xinjiang, and saying this was a terrorist incident. At 8:00pm on the same day, Zhanggong sent an email to Ganzhou City to 11 which it reports with hundreds of 50c posts about China Dream, local economic development, etc.

4. 18th Party Congress, 3rd Plenum: Over 3,400 posts related to the 3rd plenary session of the Chinese Communist Party’s 18th Congress, which discussed plans for deepening structural reform.

5. “Two Meetings”: Over 1,200 posts about Ganzhou’s People’s Congress and Political Consultative Committee meetings, and policies to be discussed at the two meetings, including factual reporting of environmental issues, one child policy, rural issues, growth and development.

6. Early May Burst: 3,500 posts, about a variety of topics, e.g., mass line, two meetings, people’s livelihood, good governance. Immediately followed the Urumqi Railway Explosion, but no connection other than timing is apparent.

7. Over 2,600 posts celebrating the second anniversary of “Central Soviet Areas Development policy” (若干意见), subsidies from the central government to promote the development of region where the original CCP bases were located (including the region where Zhanggong is located); at the same time, the local government held an online Q&A session for citizens.

8. Martyr’s Day: 3,500 posts about martyrs and the new Martyr’s Day holiday, celebrating heros of the state. We now turn to a more systematic analysis of these posts, their accounts, and others like them beyond Zhanggong (p. 11-12).

Cheerleading
Nul van de posts is gecodeerd in de categorie ‘hekelen van andere landen’ of ‘twistzieke [argumentative] lof of kritiek’, geheel tegen verwachting in. Tachtig procent valt onder cheerleading en dertien procent onder ‘normale [non-argumentative] lof of kritiek’. Het gaat dus vooral om applaus voor China, en niet om het in discussie gaan. Een paar voorbeelden:

“Many revolutionary martyrs fought bravely to create the blessed life we have today! Respect to these heroes.”
“Respect to all the people who have greatly contributed to the prosperity and success of the Chinese civilization! The heroes of the people are immortal.”
“We all have to work harder, to rely on ourselves, to take the initiative to move forward.”
“[If] everyone can live good lives, then the China Dream has been realized!” (p. 31)

Schatting aantal posts
Op basis van deze analyse konden de onderzoekers een profiel opstellen van een 50c post. In de volgende stap zochten de onderzoekers contact met schrijvers van zulke posts om hun schattingen te verifiëren. Dit was een lastige maar methodologisch interessante stap (voor de fans: zie pagina’s 19-21). Meer dan de helft van de mensen waarvan ze wisten dat ze 50c auteurs waren gaf dit ook toe.

Op basis van alle analyses schatten de onderzoekers dat 448 miljoen posts op sociale media geschreven zijn door ambtenaren als 50c posts. Dat betekent dat ongeveer 1 op de 178 posts op commerciele Chinese sites verzonnen is door een overheidsambtenaar in opdracht.

Implicaties
Een discussie beslecht je sneller door voor te stellen een ijsje te gaan kopen dan proberen met argumenten je gelijk te halen. Dit is een effectieve manier. De onderzoekers schrijven:

“Distraction is a clever and useful strategy in information control in that an argument in almost any human discussion is rarely an effective way to put an end to an opposing argument. Letting an argument die, or changing the subject, usually works much better than picking an argument and getting someone’s back up (as new parents recognize fast). … Distraction even had the advantage of reducing anger compared to ruminating on the same issue. Finally, since censorship alone seems to anger people , the 50c astroturfing program has the additional advantage of enabling the government to actively control opinion without having to censor as much as they might otherwise. Our inference about distraction being the goal of the regime is consistent with directions to 50c party members in emails from the Zhanggong propaganda department. They ask the 50c members to “promote unity and stability through positive publicity” and “actively guide public opinion through emergency events”. In this context, “emergency events” are events with collective action potential” (p. 25-26).

Het is de Chinese overheid niet zozeer te doen om het censureren van het verwoorden van klachten, maar vooral om het in de kiem smoren van collectieve actie.

Tieners proberen digitale greep van leraren te ontwijken (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Sonia Livingstone is een Britse communicatiewetenschapper, die zowel bij de kwalitatieve als kwantitatieve kant van de discipline in hoog aanzien staat. Voor een nieuw boek bracht zij een jaar door in de klas met tieners. Op The Conversation beschrijft zij, samenvattend, een dag in het digitale leven van tieners.

In de klas valt op dat docenten makkelijk werken met informatiesystemen waarin absentie en cijfers worden bijgehouden, maar meer moeite hebben met technologie verweven in de lessen. Daarnaast wordt duidelijk dat scholieren het waarderen om fysiek tijd met elkaar door te brengen:

“The walk home from school turned out to be a significant moment for the teenagers – a relaxed time in between one thing and another, away from adult scrutiny. It was often the last chance to talk to friends face-to-face before returning home – where the teenagers would reconnect online. They liked to stretch this journey out, unwinding from the demanding rhythm of the school day. While their phones were in hand frequently checking for messages and sharing updates and jokes, the point was to spend time together, face to face.”

Thuis wordt huiswerk gemaakt met Facebook aan, voor afleiding maar ook voor hulp. Er wordt gegamet, er wordt muziek geluisterd en ouders doen hun best om het gezin bij elkaar te krijgen.

Livingstone stelt dat tieners helemaal niet constant bereikbaar willen zijn. Sterker nog, ze willen maar al te graag ontsnappen aan de digitale greep die leraren op hen proberen te krijgen – daarom lopen ze ook zo langzaam van en naar huis. Technologie dient vaak als een schild: om ouders, leraren en andere ongewensten op afstand te houden. Daarnaast is het manier om in contact te staan met hun vrienden en al het drama dat daarbij hoort.

Weinig empirisch bewijs voor filterbubbels (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Regelmatig trekken mensen aan de bel tegen filterbubbels. De term verwijst naar een vorm van isolatie dankzij algoritmes die nieuws voor je selecteren. Een voorbeeld is Facebook: op basis van wat jij en je vrienden leuk vinden, krijg je bepaalde informatie voorgeschoteld. Als jij en je vrienden heel links zijn, is het idee dan dat je alleen links nieuws tot je krijgt op Facebook. Het gaat dus om personalisering in de zin dat media-inhoud niet langer voor alle gebruikers gelijk is, maar afgestemd op persoonlijke voorkeuren.

Een groep juristen en communicatiewetenschappers van de Universiteit van Amsterdam onderzocht of de zorgen over filterbubbels ondersteund worden door empirisch bewijs [vrije toegang]. Zoals de titel van deze blogpost al verklapt, vonden zij dat niet.

De onderzoekers wijzen erop dat selectie van informatie op basis van eigen voorkeuren niet nieuw is. Al in de jaren ’40 werden er data verzameld over hoe Amerikaanse Democraten meer blootgesteld werden aan de Democratische campagne. In Nederland is het voorbeeld van Verzuiling essentieel: katholieken lazen katholieke kranten, luisterden naar katholieke radio en gingen naar katholieke voetbalclubs. Desondanks blijkt dat mensen die zelf selectie toepassen, toch in aanraking komen met media-inhoud waar ze het niet mee eens zijn.

Personalisering kan komen omdat een individu zelf selecties maakt, maar ook omdat een algoritme keuzes voor ze maakt. Zo vond een studie dat ongeveer elf procent van de zoekresultaten van Google verschilt dankzij het personaliseringsalgoritme. Op nieuwssites staat personalisering nog in de kinderschoenen: de homepagina’s van kranten zijn doorgaans voor iedereen gelijk.

Op sociale netwerken is wat men te zien krijgt deels afhankelijk van wat vrienden delen. Als je dus een relatief homogene vriendengroep hebt, zou je homogene berichten te zien krijgen. De onderzoekers stellen achter dat de assumptie daarachter is dat mensen alleen berichten delen waarmee ze het eens zijn. Die aanname wordt wetenschappelijk tegengesproken.

Het is moeilijk om vast te stellen wat de langetermijneffecten van personalisering zijn. Er zijn in de VS wel aanwijzingen dat selectief nieuws leidt tot polarisatie, maar naar Europese landen zonder tweepartijenstelsel vertalen die resultaten niet zomaar. Er zijn ook zorgen dat nieuwsvermijders politieke informatie missen. Niemand leeft echter volledig zonder nieuws. De onderzoekers wijzen er daarbij op dat mensen misschien wel op Facebook sterk gepersonaliseerd nieuws krijgen, maar vervolgens op de site van een krant buiten dat algoritme kijken.

Ze concluderen:

“We conclude that – in spite of the serious concerns voiced – at present, there is no empirical evidence that warrants any strong worries about filter bubbles. Nevertheless, the debate about filter bubbles is important. Personalisation on news sites is still at an infant stage, and personalised content does not constitute a substantial information source for most citizens, as our review of literature on media use has shown. However, if personalisation technology improves, and personalised news content becomes people’s main information source, problems for our democracy could indeed arise, as our review of empirical studies of media effects has shown.

One lesson we should have learned from the past is that panic does not lead to sane policies. More evidence is needed on the process and effects of personalisation, so we can shift the basis of policy discussions from fear to insight.”