Het tijdperk van mobiel is het tijdperk van samen. (Linda Duits)

27 03 2015

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Demonstranten zitten op de DamJarenlang werd jongeren verweten dat ze geen idealen hebben. De babyboomers waren immers de protestgeneratie en niemand doet ze dat na. Jongeren van nu zouden de internetgeneratie zijn: verknocht aan hun mobiele telefoon, niet bereid tot meer dan het liken van een goed doel op Facebook. De bezetting (of beter: bevrijding) van het Maagdenhuis toont een heel ander beeld van de hedendaagse student. De studenten die daar zitten zijn politiek bewust, maar geloven niet in bestaande partijen. Ze denken vrij en ze organiseren zich.

Sinds de jaren ’90 is de universiteit veranderd. Inspraak werd afgepakt, een competitief beurssysteem werd ingevoerd, studentenaantallen stegen en er ontstond een publish or perish-cultuur. Medewerkers lieten dit over zich heen komen. Er werd onderling veel geklaagd en er verscheen menig opinieartikel in de krant, maar van verzet was geen sprake. Het waren de studenten die uiteindelijk actie ondernamen, die vonden dat er genoeg gepraat was en dat er druk uitgeoefend moest worden.

Anders dan de docenten zijn deze studenten niet geknecht, ondanks het leenstelsel. In het Maagdenhuis vinden dagelijks lezingen plaats, van kleine en grote namen. De studenten laten zich vervoeren door theorieën over verandering. Daarbij hebben ze een sterke hang naar gemeenschap. Het Maagdenhuis is nu een centrale ontmoetingsplek. De studenten willen volwaardig onderdeel zijn van de academische gemeenschap en daarbij hoort een plek om samen te komen.Voor jongerenonderzoekers moet die zucht naar offline samenkomen niet nieuw zijn. Onder studenten viel al langer op dat ze graag samen buitenshuis studeren (vandaar de enorme behoefte aan studieplekken) en dat ze contacturen erg waarderen.

Een volwaardig onderdeel zijn betekent serieus genomen worden en meebeslissen. Dat is dan ook de voornaamste inzet van het protest: een meer democratische universiteit. Ze laten zich niet ringeloren door oppervlakkige ideeën over burgerschap, maar denken voor zichzelf. Als docent kan je daar niets anders dan trots op zijn. Als jongerenonderzoeker dringt de vraag zich op in hoeverre deze groep een voorhoede is van wat gaat komen.

Een voorspelling wil ik daar wel over doen: het belang van fysiek samenkomen zal steeds meer prominenter worden. We zien dit bijvoorbeeld ook bij fans. Zij waren de early adaptors van het internet en vormden daar nieuwe gemeenschap. Nu draait alles om bij elkaar zijn op fysieke plekken, op fanconventies of om live in het Vondelpark de finale van Wie Is De Mol te kijken. Het tijdperk van mobiel is het tijdperk van samen.

Beeld: zitten op Dam tijdens de protestmars van 13 maart 2015. (c) Linda Duits





Museum of Childhood bekijkt de straat door kinderogen (Dennis Hoogervorst)

18 03 2015

Je zag hier al eerder een serie kleurrijke posters ter promotie van het V&A Museum of Childhood in Londen, waarin de boodschap was dat spelen tevens leren betekent. Dat is natuurlijk nog steeds waar, maar in een nieuwe campagne is er een iets dringender aansporing: om de wereld door de ogen van het kind te bekijken. Want dan lijkt een muurlamp op een astronautenhelm en ligt er een walvis onder de fontein. Fraaie straatkunst, die in het museum niet zou misstaan, geeft het goede voorbeeld.

kindermuseum vlieger

kindermuseum slang

kindermuseum walvis

kindermuseum schedel

kindermuseum astronaut

kindermuseum vogel

kindermuseum aap

“See the world through a child’s eyes.”

[Creatie door AMV BBDO; via Adeevee]

Lees de complete blogpost op Museum of Childhood bekijkt de straat door kinderogen





Kritisch naar de media kijken is slecht voor de (huidige) democratie (Linda Duits)

7 03 2015

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Studenten in het Maagdenhuis op de eerste dagEen kritisch begrip van de media is een onderdeel van mediawijsheid, een term die volgens voorstanders noodzakelijk is voor deelname in onze samenleving. Hoe moet zo’n kritisch begrip eruit zien? Gaat dat over de tekst, of ook over de productiecontext? En wat zijn de gevolgen van zulk kritisch begrip op democratische participatie? In een recent artikel [abstract] analyseert Anne Kaun hoe burgers kritisch zijn op het medialandschap.

Kaun onderscheidt twee benaderingen van mediawijsheid: liberaal en radicaal. De liberale benadering wil mensen leren de mediaomgeving te begrijpen, terwijl bij de radicale benadering ook verandering van belang is: het doel is dan kritische burgers te kweken die kunnen bijdragen aan fundamentele verandering van het mediasysteem en de gehele maatschappij.

Methode
Ze onderzocht studenten uit Estland van verschillende disciplines zoals antropologie, pedagogiek en informatica. Zij hielden een online dagboek bij (n=16) of werden geïnterviewd (n=35) of beiden (n=4). Het onderzoek vond plaats tussen maart 2009 en maart 2010, toen vooral de financiële crisis in het nieuws was. Centraal stond ‘wat hen bezighield die week’. Mediakritiek werd dus niet direct bevraagd.  Toch kwam dit opvallend naar voren:

My own experience? What I feel is that media are not helping me to fully realise my rights as a citizen, which means that mainstream media is not informative enough. The problem is especially acute when it comes to in-depth analysis of social or political issues (respondent in dagboek, p. 496).

De data zijn thematisch gecodeerd. De resultaten worden in drie clusters besproken.

Kritiek op de tekst
De respondenten uiten kritiek op mediateksten en op narratieve structuur. Het gaat dan bijvoorbeeld om de onderwerpkeuze, de mensen die aan het woord komen, de argumenten die besproken worden en de kwaliteit van de informatie. Hieronder valt ook kritiek dat de media manipuleren en niet de werkelijkheid tonen.

Kritiek op productie
Een andere vorm van kritiek is kritiek op het productieproces en medialogica: waarom is iets nieuws en hoe zijn journalisten te werk gegaan? Daarbij komt vooral de band tussen journalisten en politici aan bod: zij zouden te zeer samen in een bubbel leven.

Kritiek op publieken
Minder vaak kwam kritiek op publieken voor, dat wil zeggen, hoe andere mensen nieuws consumeren. De interesse van anderen in soft nieuws en entertainment kreeg bijvoorbeeld de schuld van tabloidization van de media. De apathie en oppervlakkigheid van anderen werd gehekeld.

Consequenties: ontkoppeling of inmenging
De kritische houding zorgde er bij sommige respondenten voor dat ze zich gingen onttrekken aan mainstream nieuws. Ze vertrouwden liever op persoonlijke uitwisseling en contacten. Ze lezen geen kranten omdat ze vinden dat die te zeer op spektakel en entertainment zijn gericht.

Bij andere respondenten leidde hun kritische houding juist tot inmenging in politieke debatten. Zij willen de mainstream media ‘corrigeren’ door zelf blogs te gaan schrijven bijvoorbeeld. Overigens waren de respondenten (ook al) kritisch op de comment-functie bij nieuwssites: alleen extremisten en pestkoppen reageren daar.

Tegen-democratie
De media focussen op machthebbers, maar bevragen volgens Kaun de macht en hun positie minder dan vroeger. De resultaten van deze studie laten zien dat deze studenten kritisch zijn en hoe dat kan leiden tot wantrouwen apathie. Ze besluit:

“An important role is given to the media in general, and to the news media in particular, when it comes to the current culture of oversight, transparency and control. The notion of counter-democracy refers to the growing non-conventional forms of civic practices and orientation, which put the political elite under scrutiny and create a democracy of confrontation. In that sense, media criticism can be understood as a sign of the vitality of a democratic system, which also bears, ironically, the potential to depoliticise those same agents” (p. 503).

Een democratie van confrontatie dus. Het lijkt erop dat de huidige bezetters van het Maagdenhuis zo in haar studie passen.

Kaun bespreekt niet wat haar inzichten betekenen voor het onderwijs in de mediawijsheid dat momenteel big business is. Dit is vooral mediawijsheid in de liberale zin. Aanbieders van pakketten mediawijsheid en docenten op dit terrein doen er goed aan na te denken over hoe kritisch zij leerlingen willen opleiden, en in ieder geval met hen in gesprek te gaan over afstomping en de gevolgen daarvan voor democratische controle. Apathische burgers zijn onwenselijk, een tegengeluid des te meer.

Beeld: studenten op de eerste avond in het Maagdenhuis in gesprek met de burgemeester. (c) Linda Duits





MSS 2014: onder tieners is smartphone meest gebruikte apparaat om te internetten (Dennis Hoogervorst)

6 03 2015

Deze blogpost verscheen eerst op Kids en Jongeren!

NLO, NOM en SKO, de organisaties voor de Nederlandse mediabereiksonderzoeken, hebben voor de vierde keer een rapportage (pdf) over mediagebruik en –gedrag uit de Media Standaard Survey (MSS)* uitgebracht. Niet zomaar een hyperige peiling, maar een degelijk, representatief onderzoek waar zeer hoge eisen aan worden gesteld — veel dichter bij de werkelijkheid kan je niet komen. Hiermee hebben we nieuwe normcijfers over mediumgebruik op diverse locaties en platformen.

Het gebruik van internet blijkt in 2014 verder opgelopen te zijn naar bijna 91%. Van de 13-17-jarigen en de 18-24-jarigen is dat 99%, met name thuis en op school (zie onderstaande tabel). Per week zijn Nederlanders gemiddeld 14 uur online, ofwel twee uur per dag. Jongeren hebben daar echter niet genoeg aan: de leeftijdsgroep 13-17 jaar is gemiddeld 19,2 uur per week op het internet te vinden, en bij de groep 18-24 is dat zelfs 23,1 uur. Bij ouderen ligt dit op een flink lager niveau.

mss 2014 locaties

Het succes van mobiele apparaten is goed zichtbaar in de cijfers van MSS: in 2011 gebruikte slechts 27% van de populatie de smartphone om het internet op te gaan, in 2014 is dit meer dan verdubbeld naar bijna 57% en overstijgt daarmee voor het eerst de PC. Per doelgroep zijn er flinke verschillen waar te nemen. Bij de 13-19-jarigen is hun smartphone het meest gebruikte apparaat (89%) om te internetten, gevolgd door een laptop (80%). De PC blijft daar ver achter (46%), nog maar net boven de tablet (42%).

mss 2014 apparaten

Het lezen van dagbladen en tijdschriften blijft bij tieners achter in vergelijking met 20-plussers. Het gebruik van mobiele devices om tv-programma’s te kijken of radio te luisteren is onder jongeren juist hoger dan onder ouderen. Onder jongeren zijn relatief veel zware internetters te vinden en weinig zware tv-kijkers en radio-luisteraars.

*De Media Standaard Survey (MSS) wordt sinds 2011 uitgevoerd door TNS NIPO, in opdracht van de Nederlandse JIC’s. Deze gezamenlijke Establishment Survey levert normcijfers op die in de afzonderlijke bereiksonderzoeken worden gebruikt voor weging en werving. Het levert ook de definities van doelgroepen, zodat iedereen dezelfde uitgangspunten hanteert. Verder werpt de MSS een blik op nieuwe trends in mediagebruik. De uitkomsten zijn representatief voor alle huishoudens in Nederland en alle individuen van 13 jaar en ouder. In 2014 zijn 6.349 huishoudens en 5.331 personen van 13 jaar en ouder ondervraagd.





Van nice girl naar cool girl: culturele scripts voor meisjes (Linda Duits)

5 03 2015

Deze post van Linda verscheen eerst op Dieponderzoek.nl. Wist je trouwens dat we samen een boek schreven over meisjescultuur?

gonegirlMeisjes leren dat ze aardig en netjes moeten zijn. Dit wordt het ‘nice girl construct’ genoemd: het benoemen wat nette meisjes ‘doen’ (lees: horen te doen) levert normatieve gedragsregels voor meisjes en vrouwen. Niet op straat hangen bijvoorbeeld, of geen condooms bij je dragen. Het is een concept uit de jaren ’70 van Greer Litton Fox [abstract]. Inmiddels is dat allang niet meer het enige beeld dat meisjes voor ogen wordt gehouden. We kunnen er bijvoorbeeld de ‘cool girl’ aan toevoegen. Gepopulariseerd door het boek en de film Gone Girl, en vandaag uitgebreid beschreven in de Volkskrant door Loes Reijmer als ‘het wilde wijf’.

“Het wilde wijf drinkt bier en poseert met een frikandel XL op Instagram. Ze telt geen calorieën, werkt haar make-up niet bij en ziet er desalniettemin geweldig uit. Je kunt met haar lachen, ze weet wat buitenspel is, je kunt haar meenemen naar je vrienden. Die vinden haar ‘relaxed’ én ‘geil’. Ze is namelijk wel een lekker wijf, maar niet meisjesachtig. Ze is slim, gevat en zeurt nooit.

Ze is de twitteraar die met een Westmalle Tripel naar de Champions League zit te kijken (‘ik lijk wel een kerel’), vrouwelijke blogger die over haar huishouden schrijft onder de noemer ‘geen gezeur, meer wijn’, het knappe VICE-meisje dat tot zeven uur ‘s ochtends met een peuk en fles Jack Daniel’s op de dansvloer staat.”

‘Het wilde wijf’ of de cool girl bestaat vooral als idee. Ze bestaat in films en series, en misschien ook wel op sociale media waar mensen een ideaaltypische voorstelling van hun leven presenteren. Je kunt dit zien als een cultureel script: een sjabloon voor een bepaalde identiteit dat circuleert in onze maatschappij. Dat sjabloon geeft aanwijzingen voor hoe je moet leven. Zo’n script bepaalt niet hoe je moet doen, maar is meer een hulpmiddel – een handleiding zo je wilt – van hoe je zou kunnen zijn.

Feministisch bezien lijkt de cool girl een vooruitgang op de nice girl: geen zachte, inschikkelijke vrouwelijkheid, maar stoer doen waar je zelf zin in hebt. Daar zit echter de crux. In Gone Girl stelt de hoofdpersoon namelijk dat vrouwen alleen maar doen alsof ze een cool girl zijn omdat ze denken dat mannen dat aantrekkelijk vinden. En daarmee is een cool girl net zo’n pleaser als een nice girl.

Het is maar de vraag of dat ook zo is. Culturele scripts zijn er immers om op te reflecteren: past dit bij mij, wat kan ik hieruit halen? De kritiek dat stoere vrouwen eigenlijk niet zo zijn kan je ook opvatten als een poging om dat gedrag in diskrediet te brengen. Het is niet voor niks dat Gone Girl hevig bediscussieerd is: is dit nu een feministische tekst of een vorm van backlash?

Lees ook: Gone Girl, marriage is abduction.





Journalistiek geen doorgeefluik van grote Nederlandse bedrijven (Linda Duits)

27 02 2015

Het is een populair idee, maar onderzoek weerlegt het blijkt uit deze gastblog van Linda Duits (verscheen eerder op dieponderzoek.nl).

Voorkant rapportJournalisten worden bestookt met persberichten. De angst bestaat dat zij die onder tijdsdruk massaal copypasten. Communicatiewetenschappers Pytrik Schafraad en Roos Spitteler onderzochten voor het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek in hoeverre journalisten dit ‘voorverpakte’ nieuws kritiekloos overnemen. Zij veronderstelden dat nieuwswaarden daarbij een rol spelen: des te meer nieuwswaarde, des te groter de kans dat het persbericht media-aandacht genereert. De resultaten zijn geruststellend.

De onderzoekers selecteerden dertig willekeurige bedrijven uit de Elsevier top 500 en kwamen tot een selectie van 830 persberichten uit 2012. Zij voerden een kwantitatieve inhoudsanalyse uit van evenzoveel nieuwsberichten in acht verschillende landelijke media. Daarnaast interviewden zij zes journalisten om inzicht te krijgen in hun werkwijze.

  • 27% van de persberichten haalde het nieuws;
  • Geen enkel persbericht haalde onbewerkt de krant;
  • Ruim 15% van de nieuwsberichten bevatte inhoudelijk geen enkele aanvullende informatie. Hiervoor is dus geen aanvullende journalistiek voor bedreven.
  • Voor papieren kranten doen journalisten meer hun best: nieuwsberichten zonder inhoudelijk aanvullende informatie staan vaker op nieuwssites. Zestig procent van de berichten op papier betrof verwerking in een geheel eigen productie;
  • Persberichten die controversie bevatten hebben een grotere kans om geselecteerd te worden door journalisten. Dat geldt ook voor berichten waarvan er gedacht wordt dat het beschrevene impact heeft op een significante groep mensen en persberichten met (mogelijk) negatieve gevolgen;
  • Persberichten over financiële prestaties van het bedrijf (en in mindere mate over werknemers of management) hebben ook een grotere kans aandacht te krijgen;

Schafraad en Spitteler concluderen:

Journalisten maken eigen afwegingen bij selectie en verwerking van persberichten op basis van journalistieke waarden. Men hecht relatief weinig waarde aan promotionele persberichten, maar focust op de performance en strategie van de bedrijven en hun rol in de samenleving. Persberichten die sterke of meerdere nieuwsfactoren bevatten hebben meer kans op selectie voor de nieuwsagenda en maken bovendien meer kans te leiden tot grotere investering van journalistiek kapitaal. Dat laatste wordt dus niet ‘verspilt’ aan leuke maar irrelevante evenementjes van bedrijven, of mededelingen over de opening van een nieuwe ijswinkel in de hoofdstad (p. 4).

Een korte samenvatting van het onderzoek staat op De Nieuwe Reporter. Ook het gehele onderzoeksverslag [PDF] is online beschikbaar. 





Niemand klikt op je twitter-linkjes (Linda Duits)

18 02 2015

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

bedroefde tweetbirdVroeger was Twitter vooral een babbelbox. Het was een gezellige boel en ‘s avonds laat werd het nog gezelliger als sommige mensen wat gedronken hadden en nog vrijer hun gedachtespinsels deden. Twitter groeide, er kwamen steeds meer journalisten en celebrities, en er kwamen gedragsregels. Net als andere sociale netwerken werd Twitter steeds meer gezien als een manier om inhoud te delen – om te linken naar plekken elders. Het werd een plek voor traffic. Maar werkt dat eigenlijk wel?

Mensen zijn soms jaloers op mijn redelijk hoge aantal volgers en denken daardoor dat ik ook veel verkeer weet te generen, bijvoorbeeld naar dit blog. Ik weet zelf wel beter: het aantal mensen dat hier komt is een uiterst klein deel van mijn volgers. Dat komt onder andere omdat niet iedereen constant zijn feed leest. Daarom is het verstandig om een belangrijke link meermaals te twitteren. ‘Voor de avondploeg’ zie je dan soms staan. Daarnaast is niet iedereen geïnteresseerd in mijn schrijfsels; sommige mensen volgen me alleen voor de StarWars-plaatjes.

Gisteren verscheen er op The Atlantic een stuk waarin redacteur Derek Thompson zijn eigen kliksucces analyseert. Thompson heeft zo’n 27.600 volgers. Een recente tweet van hem met een link naar een van zijn artikelen had 155.260 impressies gegenereerd – het was meer dan duizend keer geretweet. Toch viel het bereik tegen. Slechts één procent van al die mensen die zijn tweet zagen, klikte op het linkje. Thompson was zwaar teleurgesteld. Hij overpeinst:

Is the social web just a matrix of empty shares, of hollow generosity? As Chartbeat CEO Tony Haile once said (on Twitter), there is “effectively no correlation between social shares and people actually reading.”> People read without sharing, but just as often, perhaps, they share without reading.

Thompson moppert dat de tweets die hij verstuurt vooral ten voordele van Twitter komen. Dat is nogal overdreven: ook als je volgers niet op je linkjes klikken, nemen ze kennis van alle geweldige dingen die je doet. Zijn boodschap is evenwel belangrijk voor de mensen die Twitter instrumenteel benaderen: je komt dan bedrogen uit. Om het nog erger te maken: Medium geeft je naast het aantal views van je artikel ook het percentage mensen dat het heeft gelezen. Bij mijn eerste en vooralsnog enige stuk ging dat om 39 procent.

Uiteraard ben ik zelf ook even gaan neuzen in mijn analytics (u kunt uw eigen hier bekijken). Gelukkig heb ik soms tweets waarop wel vijf procent van de mensen die de tweet ziet, klikt. Daar zit misschien een lesje in voor Thompson: uiteindelijk draait het om de kwaliteit van je volgers.

Noot: overigens doet Twitter het nog altijd beter dan Facebook. Zie wat we daar eerder over schreven





Voor of tegen? 10 reacties op strijdkreet nieuwe alliantie: ‘Stop ongezonde kindermarketing’

17 02 2015

Deze post van Dennis Hoogervorst verscheen eerder op Kids en Jongeren Marketing, ook Linda Duits schreef er trouwens over.

Afgelopen weken besteedde Teun van de Keuken in het onderzoeksjournalistieke NRCV-programma De Monitor aandacht aan ‘dikke kinderen’. Het antwoord op de schuldvraag wees – niet voor het eerst – al snel in de richting van kidsmarketing door de voedingsindustrie. Nu dit onderwerp weer eens in de schijnwerpers staat, ziet een aantal bekende organisaties en wetenschappers dit als een kans op door te pakken: zij bundelen hun krachten in de Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding* en pleiten voor wettelijke maatregelen.

De Alliantie dringt aan op wetgeving om de op kinderen gerichte marketing van ongezonde voedingsmiddelen aan banden te leggen, omdat zelfregulering van de zijde van de voedingsindustrie onvoldoende resultaat zou opleveren om kinderen echt te beschermen. Het standpunt: “Wij vinden dat ieder kind het recht heeft om op te groeien in een gezonde omgeving, waarbij een gezond voedingspatroon de norm is.” Daarom moeten heldere voedingscriteria opgesteld worden: “Marketing gericht op kinderen mag uitsluitend voor voedingsmiddelen die een positief effect hebben op de gezondheid.” Het gebruik van kinderidolen, animatiefiguren, winacties, spaaracties, prijsvragen, spelletjes en dergelijke, zouden alleen nog mogen worden ingezet voor de voorkeursproducten van de Richtlijnen Voedselkeuze van het Voedingscentrum.

Het al lang lopende debat over dit onderwerp wordt dus weer flink aangewakkerd. Ik wil hier zelf binnenkort ook weer een wat uitgebreidere bijdrage aan leveren (eerder schreef ik in dit kader al eens: het begint bij het aanbod, niet bij de promotie ervan), maar voor nu houd ik het bij de reacties op bovenstaande ontwikkeling van tien anderen:

  • “De oproep die onder andere de Consumentenbond doet in het tv-programma De Monitor is mosterd na de maaltijd. Sinds 2010 hebben levensmiddelenfabrikanten reclame gericht op kinderen jonger dan 13 jaar al verregaand beperkt.” [persreactie FNLI]
  • “Het gaat om de fundamentele vraag: vinden we het juist dat kinderen als consumenten worden aangesproken met marketing? Als het antwoord daarop nee is, dan is weerbaar maken een omslachtige oplossing. Een verbod is duidelijk en effectief. Als het antwoord ja is, dan is zelfregulering niet nodig. Bedrijven ontwijken deze vraag uit angst voor wetgeving, meent Duits. ‘Tegelijk dragen ze wel reclamewijsheid als een oplossing aan. Dat is hypocriet en inconsistent.” [sociaalwetenschapper Linda Duits op Adformatie.nl]
  • “In mijn ogen is er niks mis met af en toe ongezond gedrag als dit maar met mate gedaan wordt en geen gewoonte wordt. Laten we nou eens die ouders en kinderen gaan ondersteunen die hier moeite mee hebben. (…) Laten we onze krachten bundelen en samen de wereld een beetje mooier en gezonder maken en het meerkoppige monster van obesitas samen verslaan.” [jongerenspecialist Angela Weghorst van TwinQ]
  • “Het is bizar waar allemaal suiker in zit, juist in zogenaamde ‘gezonde’ producten zoals brood etc. #lastig” [jeugdonderzoeker Paulien Kreutzer op Twitter]
  • “De Coca Cola’s van deze wereld zijn nu eenmaal heel erg goed in het verkopen van de eigen waar en hebben daar meer financiële middelen voor tot hun beschikking dan de gezonde voedingsindustrie.” [Lars Ykema op Issuemakers.nl]
  • “Prima actie tegen kidsmarketing bij #demonitor en wat een slap verhaal van de industrie als zou reclame ‘gering effect’ hebben.” [Kamerlid Jasper van Dijk (SP) op Twitter]
  • “Verbod op kidsmarketing?!? Nee ouders -> Zeg gewoon eens nee!!” [Fiona Citroen op Twitter, verwijzend naar FAB]
  • “Hoe werkt verbod op kidsmarketing in de praktijk? McDonald’s-restaurants onherkenbaar, zodat kinderen niet meer zeuren om daar te eten?” [journalist Jaap de Jong op Twitter]
  • “Op onze site stond vandaag de stelling: reclames voor ongezond eten moeten verboden worden. Maar daar zijn de meeste stemmers het niet mee eens.” [presentatrice Lysette van Geel in het Jeugdjournaal]
  • “Dus omdat ouders niet goed opvoeden, moeten marketingregels voor kinderproducten aangepast worden? Wie is het kind dan in dezen?” [actrice Carine Crutzen op Twitter]

De meningen lopen uiteen en maken duidelijk dat het een uiterst lastige kwestie is. De discussie zal dus nog wel even voortduren, en niet onterecht: dit onderwerp verdient nuance.

*De ‘Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding’ is in februari 2015 opgericht en bestaat uit Consumentenbond, Diabetes Fonds, Foodwatch, Hartstichting, Nederlandse Associatie voor de Studie van Obesitas, Nederlandse Obesitas Vereniging, Nederlandse Vereniging van Diëtisten, Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, Wereld Kanker Onderzoek Fonds en wetenschappers van Kinder Obesitas Centrum Heideheuvel, de Universiteit Maastricht en de Vrije Universiteit. Via de website stopkindermarketing.nl en in een ‘position paper’ (pdf) wordt meer uitleg over het initiatief gedeeld.





Van hiphop word je geen terrorist (Linda Duits)

5 02 2015

Dit bericht verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Fight-the-PowerHiphop en politiek gaan goed samen. Rappers ageren bijvoorbeeld tegen politiegeweld en racisme. Rap is een vaak een uiting van de vervreemding die groepen gemarginaliseerde jongeren voelen, of het nu gaat om Afro-Amerikanen of om Nederlands-Marokkanen.

Hiphop heeft – misschien wel daardoor – een problematische relatie met de mainstream gehad. Onlangs nog was er heftige discussie tussen muziekjournalist Atze de Vrieze en medewerkers van 3FM over het gebrek aan hiphop op de publieke popzender (zie dit stuk van De Vrieze). Eens in de zoveel tijd duiken er weer mediaberichten op over een causale relatie tussen hiphop en criminaliteit (onzin, zie onze debunk). In de naweeën van Charlie Hebdo wordt nu een verband gelegd tussen rappen en terrorisme.

Op AlJazeera laat politicoloog Hisham Aidi zien hoe (met name Franse) rappers ter verantwoording zijn geroepen na de aanslagen, in sommige gevallen zelfs door veiligheidsdiensten. In Nederland bracht Vrij Nederland een interview met rapper Appa, waarin hij zich moest verantwoorden niet ‘Charlie’ te willen zijn. Ook hier wordt impliciet een relatie gelegd tussen muziek en extremisme.

Er wordt al geruime tijd onderzoek gedaan naar verschillende muziekgenres (zoals rap en heavy-metal) en sociale problemen. Het gaat dan bijvoorbeeld om delinquent gedrag en drugsgebruik. Er worden daarbij wel verbanden gevonden, maar de richting van het verband blijft onduidelijk. Muziekonderzoekers vinden het daarbij waarschijnlijker dat muziek dient als uitlaatklep, dan dat muziek de oorzaak is van problematisch gedrag.

Hisham Aidi schrijft daarom terecht dat de Charlie Hebdo-tragedie en aangescherpte veiligheidswetten hiphop zullen beïnvloeden. Rappers zullen politieke kritiek blijven leveren. Voor de mensen die zich zorgen maken dat dat leidt tot radicalisatie: het is eerder omgekeerd. Er is niks mis met de macht bevechten met muziek. Dat de macht daar blijkbaar toch voor vreest, zou voor rappers een aanmoediging moeten zijn.





Havas-rapport over moderne gezinnen: ‘Digitale technologie en het internet verpesten de jeugd’

29 01 2015

Deze blogpost van Dennis Hoogervorst verscheen eerst op Kids en Jongeren!

Het creatieve netwerk Havas Worldwide heeft een nieuw‘Prosumer Report’ gepubliceerd, deze keer over The New Dynamics of Family (gratis te downloaden in ruil voor je gegevens). Het rapport is gebaseerd op een nieuw onderzoek door Market Probe International onder 6.767 mannen en vrouwen (18+) in 20 landen. Interessante kost, want er is bekeken hoe het moderne gezin eruit ziet, of familierelaties veranderd zijn, wat opvoeding betekent in dit digitale tijdperk en welke invloed kinderen hebben op consumptiegedrag.

“The world is undergoing seismic shifts, with significant implications for our family structures. The traditional nuclear family is giving way to a hodgepodge of variations. Marriage is increasingly optional—and now open to a larger crowd. And age-old gender norms are being pushed aside as women and men increasingly take on the same functions. So how is all this change affecting how we think about family—and what we expect of it? Has the value we place on our blood relatives diminished as we’ve become less reliant on them for our survival and sense of self?”

Over het digitale leven zijn de gevoelens tegenstrijdig; de wereld houdt ervan en kan niet zonder, maar maakt zich ook zorgen, met name over wat het voor kinderen betekent. Een krappe meerderheid (53%) is het eens met de stelling dat digitale technologie en het internet de jeugd verpesten. Mensen zijn bezorgd over privacy en ‘oversharing’, maar ook dat kinderen los van de ‘natuurlijke wereld’ komen te staan en dat er te weinig gezamenlijke rusttijd is.

ambivalent over digitale leven

“A majority of the people we surveyed around the globe believe that digital technology and the Internet are ruining childhood. Levels of agreement range from a low of 25 percent in tech-happy Japan to a high of 70 percent in India. (…) The trick seems to be to find a balance that best serves the needs of minors. That means giving them access to the latest technologies without allowing them to be sucked entirely into the digital world.”

Driekwart van de ouders haalt meer plezier uit het besteden van geld aan hun kinderen dan aan zichzelf. Bijna de helft van de jongere vaders en moeders geeft vaak toe aan de druk om dingen voor hun kinderen te kopen waarvan ze eigenlijk niet willen dat ze die hebben. Kinderen blijken een enorme invloed te hebben op gezinsaankopen. Ouders in de leeftijd 18-34 jaar luisteren vooral naar hun kroost als het gaat om voeding (80% van de ouders zegt dat hun kinderen beïnvloeden wat gekocht wordt), media (muziek, films, games, boeken; 68%), vakantiecadeaus (67%), technologie (56%), kleding (65%), vakanties (63%), dranken (64%), meubelen (52%) en auto’s (49%).

Ik raad je aan om het rapport zelf te lezen (al is het maar voor het besef dat er nog genoeg ‘ouderwetse opvattingen’ zijn waar veel mensen aan vasthouden), hier alvast enkele andere conclusies:

  • Het aantal ‘traditionele gezinnen’, waarbij de man voor het inkomen zorgt en zijn vrouw voor het huishouden en de kinderen, is fors afgenomen. Wat niet wegneemt dat een meerderheid van mening is dat singles zonder kinderen een belangrijk deel van het leven missen.
  • Maar liefst 38% van de respondenten rekent beste vrienden tot zijn familie, 31% zegt dat over huisdieren. Een derde van de millennials voelt zich soms nauwer verbonden met collega’s dan met hun familie.
  • Het begrip ‘familie’ wordt vooral gezien als een bron van vreugde (74%), troost (64%) en blijdschap (61%). Negatieve begrippen komen in mindere mate voor; 7% vindt familiebijeenkomsten stressvol, 5% noemt ze vervelend en 1% ziet ze als een nachtmerrie. Driekwart heeft een liefdevolle relatie met zijn familie.
  • De legalisering van het homohuwelijk is een omstreden onderwerp, waarbij net iets meer mensen dit een slechte ontwikkeling voor de samenleving vinden dan het aantal dat dit juist een goede zaak vindt. Millennials behoren in grotere mate tot de laatste groep dan babyboomers. Overigens geven nog steeds veel mensen er de voorkeur aan dat er gekozen wordt voor een partner met hetzelfde geloof (51%), dezelfde etniciteit (34%), dezelfde socio-economische achtergrond (38%) en dezelfde politieke visie (32%). Ook is het krijgen van kinderen zonder getrouwd te zijn nog niet volledig geaccepteerd.
  • Meisjes moeten als meisjes worden opgevoed en jongens als jongens (verschilende activiteiten, speelgoed, kleding, etc.) — met die stelling is 53,5% van de ondervraagde mannen en 37% van de vrouwen het eens. Dat betekent dat 46,5% van de mannen en 63% van de vrouwen vindt dat ouders hun kinderen zo veel mogelijk genderneutraal moeten opvoeden. Een meerderheid van generatie Y kiest ook voor deze laatste opvatting.
  • Millennials (hier gedefinieerd als 18-34-jarigen) vinden het belangrijk dat ouders hun kinderen kennis laten maken met andere culturen (8%), reiservaringen (75%), training in kunsten (73%) en blootstelling aan meerdere religies (45%). Deze jongeren mensen vinden het ook belangrijker dan babyboomers dat ouders druk uitoefenen op hun kinderen om uit te blinken.
  • Zeven van de tien respondenten zijn van mening dat er geen groter succes valt te behalen dan een geweldige ouder te zijn. Een meerderheid (59%) van de millennials is van plan hun kinderen anders op te voeden dan ze zelf opgevoed zijn, maar slechts 44% durft zichzelf een betere ouder te noemen. Dat ouders en hun kinderen tegenwoordig een sterkere band met elkaar hebben dan bij vorige generaties, wordt door slechts 41% van de 18-34-jarigen onderstreept.

Meer resultaten in onderstaande presentatie:

“Now that we have schedules so complex that we need apps to track them, it can be a real luxury to spend a concentrated period alone with family. Brands are working to reduce the hassles of making that happen.”

Jammer dat Nederland en België niet in de studie zijn meegenomen!

[Via Adweek]








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 7.141 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: