Moral Panic Alert: Younow (Linda Duits)

17 04 2015

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Livestreaming apps zijn plotseling hot. We horen veel over Meerkat en Periscope, twee applicaties waarmee je vanaf je telefoon kunt streamen wat er gebeurt. Handig als je bijvoorbeeld bij een debat aanwezig bent. Meerkat werd populair op technologiefestival South by Southwest half maart. Periscope werd onlangs gekocht door Twitter en verkreeg zo veel aandacht. In Nederland hebben we nog weinig gehoord van een derde alternatief,YouNow. Dat duurt misschien niet lang meer, want in de VS zijn ze al volop in paniek.

YouNow zou vooral veel gebruikt worden door tieners. Volgens Yahoo zijn er vier miljoen gebruikers die iedere maand meer dan 100 miljoen webcasts maken en bekijken. Meer dan een derde van die gebruikers zouden tieners zijn, en nog eens veertig procent begin twintig.

Tieners + nieuwe technologie = paniek onder opvoeders. ‘Miljoenen vreemden kunnen ‘s nachts naar uw tiener in zijn of haar slaapkamer kijken’ stelt CBS News. Een pedofielenparadijs, noemt een krant het. The Huffington Post benadrukt dat kinderen er uitgedaagd worden en dat regels er alleen op papier bestaan. Ook daar keert het woord pedofielenparadijs terug:

“What is also clear is that many children are inviting the world anonymously into their bedrooms, naively sharing their identity, privacy and intimacy with strangers. YouNow also exits as a smartphone app, enabling children to broadcast from virtually anywhere and negating crucial parental supervision. Prior to writing this post I conducted a completely unscientific poll of colleagues and friends asking if they knew about YouNow. Many of them have children and all of them use social media. None of them had heard of it. When I described it, one horrified parent called it ‘pedophile heaven’.”

Alle onzin over jongeren en sociale media wordt weer van stal gehaald: ze zijn naïef, ze gaan verkeerd met privacy om, ouders missen het toezicht. Laten we hopen dat deze morele paniek aan Nederland voorbijgaat.





Een korte mediageschiedenis van seksuele voorlichting op de Nederlandse tv (Linda Duits)

11 04 2015

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

De geschiedenis van seksuele voorlichting op de Nederlandse televisie begint in 1972 met Seks In Wording (Avro). In een studio ingericht als spreekkamer bespreken een arts en een psychiater in witte jas zaken als masturbatie en menstruatie. Seks In Wording was vooral bedoeld om ouders handvaten te geven bij hun seksuele voorlichting. Het wordt roerig in 1974, metOpen & Bloot (VARA) waarin presentator Joop van Tijn voor het eerst ‘neuken’ zegt op de Nederlandse televisie. Van Tijn praat in de studio interviewfragmenten aan elkaar. Daarin vertellen ‘gewone’ Nederlanders – van tieners tot bejaarden – thuis over hun seksleven. Het programma bevat zoals de VARA betaamt liedjes en sketches. Daarnaast zijn er animaties over vooral het vrouwelijke lichaam.

In de jaren ’80 wordt het seksueel stil op de televisie. Met de komst van AIDS lijkt de seksuele revolutie definitief voorbij. Veronica wijdt in 1987 een thema-avond aan seks. De titel is veelzeggend voor het tijdsbeeld:Veilig Vrijen. Het gaat vooral over jongeren en de zomervakantie, en geeft tips hoe je verstandig seks kunt hebben. Er wordt een condoom afgerold om een erectie, in close-up. Voor het eerst is op de Nederlandse televisie te zien hoe een penis een vagina binnengaat.

Seks wordt ‘cool’ in beeld gebracht in Sex Met Angela (1993). Dit Avro-programma richt zich sterker dan de voorgangers op jongeren. Flitsende muziek en een studio vol met kussens om gezellig op te liggen en luisteren naar kleurig geklede ex-Dolly Dot Angela Groothuizen. Er zijn straatinterviews met jongeren en een bekende Nederlander komt vertellen over zijn of haar ervaringen. Voor anatomie is weinig plek, maar voor diversiteit des te meer. Holebi-jongeren, gehandicapte jongeren en jongeren van verschillende etnische achtergrond weten zich gerepresenteerd.

In het nieuwe millennium wordt seks op tv het domein van de nieuwe jongerenzender BNN. Neuken Doe Je Zo! (2003) met Bridget Maasland wil vooral “dingen losmaken”. Er is een vaste arts die uitleg geeft over anatomie, zoals gemiddelde penisgrootte en de mythe van het maagdenvlies. Seks wordt weer wat leuker en er is dus aandacht voor plezier en genot. Neuken Doe Je Zo! wil “geile” televisie maken. Het draait dus niet alleen om voorlichting, maar ook om vermaak.

Die tendens wordt doorgezet in Spuiten & Slikken (2005). Over seks wordt er nauwelijks meer voorlichting gegeven, over drugs des te meer. In Spuiten & Slikken wordt seks vooral ingezet als erotisch amusement. De beelden zijn dan ook behoorlijk expliciet. Voor biologie is geen aandacht. Liefde wordt eigenlijk alleen besproken met de BN’ers die te gast zijn in de studio.

Nu is er De Dokter Corrie Show (NTR). De witte jas van dr. Corrie, het item met de BN’er, de tieners die over hun ervaring vertellen en de liedjes bouwen duidelijk voort op het genre. Nieuw is de doelgroep: het gaat niet om jongeren, maar om prepubers in de laatste jaren van de basisschool. Veel meer dan de genoemde programma’s wordt het onderwerp benadert met humor. Cabaretier Martine Sandifort speelt Dr. Corrie, een wat onhandige maar immer bezielde seksuoloog.

Eerdere seksuele voorlichtingsprogramma’s wilden allemaal ‘het taboe’ rond seks doorbreken, keer op keer weer. In De Dokter Corrie Show is seks volkomen normaal. Het is dr. Corrie die raar is, met haar beugel en haar onvermogen woorden als vagina te zeggen.

Het programma begon als item in Het SchoolTV-weekjournaal. Daar werden sommige ouders zo boos over dat ze een petitie startten om het te verbieden. In die zin is er weinig veranderd: enerzijds praten voorlichtingsprogramma’s op de Nederlandse tv open over seks, anderzijds zijn er mensen die dat volkomen ongepast vinden.

Dit is een verkorte versie van mijn column die vandaag verscheen op The Post Online. Voor dit overzicht is gebruik gemaakt van de masterscriptie Media & Cultuur van Merel Swanink (UvA). Zij analyseerde de verschillende programma’s die te zien zijn geweest.





Behoud onverbloemde sprookjesversies (Linda Duits)

4 04 2015

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

We kennen sprookjes vooral uit de versies van Grimm en Disney-films. Dit zijn gekuiste versies van verhalen die generaties lang doorverteld werden, bij de haard in de winter en buiten op het erf in de zomer. De Vlaamse antropoloog Marita de Sterck publiceerde onlangs Vuil Vel, een boek met veertig sprookjes in ongecensureerde vorm. Dat betekent bloederiger en vunziger: ouders die hun eigen kinderen met de blote hand vermoorden en Roodkapje die naakt naast de wolf in bed gaat liggen.

Volksverhalenonderzoeker Theo Meder hield een voordracht bij de boekpresentatie. Hij stelt:

“Als het merendeel van het publiek uit volwassenen en pubers bestond, dan konden het kruidige verhalen zijn – verhalen voor volwassenen onder elkaar. Mochten er kinderen bij zitten, dan luisterden ze mee, en hoorden ze mee met de seksueel getinte verhalen over meiden en vrijers, lachten ze om de domme streken van de seizoensarbeiders, huiverden ze mee met de akelige verhalen over weerwolven en witte wieven, over demonen van het type Kludde en reuzen van het type Lange Wapper, verhalen over de organen etende stiefmoeder van Sneeuwwitje, of de vrouwenmoordenaar Blauwbaard. Waarna de kleinsten niet meer konden slapen van de opwinding, de spanning en de angst.”

Gender
De kuising van sprookjes heeft te maken met pedagogie. Journalist en antropoloog Cathérine Ongenae schreef voor Knack een artikel over de achtergronden van Vuil Vel. Ze laat sprookjesdeskundige Harlinda Lox aan het woord. Het censureren gebeurde vooral door onderwijzers en priesters toen de sprookjes werden opgeschreven, legt Lox uit. Zo waren dwergen uit Sneeuwwitje oorspronkelijk kannibalen.

Gender speelde daarbij een belangrijke rol. De gebroeders Grimm verzamelden 200 verhalen, maar we kennen er maar zo’n vijftien. De rest voldeed niet aan het toenmalige vrouwbeeld: de vrouwen waren daarin niet netjes of geduldig genoeg. Als er een feministisch tintje aan zat werden sprookjes herschreven: eigenzinnige vrouwen belandden dan op de brandstapel.

Vervreemding
Sprookjes zijn vooral geduid vanuit de psychoanalyse. Het zou gaan om taboe, schuld en schaamte. In het artikel van Ongenae komt ook klinisch psycholoog Myriam Maes aan het woord, bij wie sprookjes een rol spelen in haar therapieën:

“Rauwe sprookjes zijn een antigif tegen het moraliseren van volwassenen. Mensen duwen wreedheid weg uit angst, maar je moet ze toelaten als je ermee wilt leren omgaan. Door negatieve gevoelens te verbieden, loochenen we onze fantasieën en vervreemden we van onszelf. Rauwe sprookjes moraliseren niet, ze gaan voorbij goed en kwaad. Je betreedt een andere wereld waar andere dingen mogen. Sprookjes leren je vrij te denken, gaan in tegen taboes, overschrijden grenzen. Door ze te vertellen, doorbreek je sociale dammen zoals schuld, schaamte en walging. In die zin staan rauwe sprookjes lijnrecht tegenover onze manier van opvoeden, waarin kinderen braaf en gehoorzaam moeten zijn, en alles moeten overnemen zonder vragen te stellen.”

Erfgoed
Het zijn dus volwassenen die kinderen onschuldig willen houden. Hiermee bezweren zijn hun eigen angst, stelt Maes. Het het risico is dat de ongecensureerde vertellingen verloren gaan. Theo Meder besluit zijn voordracht daarom met een pleidooi voor behoud:

“[H]et is ook niet de bedoeling dat omwille van de tere kinderziel, de volwassen vertelling zou moeten verdwijnen. Ook dit is cultureel erfgoed en ik hoop van harte dat Marita doorgaat met het uitgeven van onverbloemde sprookjesversies. En ik mag zelfs hopen dat deze sprookjesversies weer op het repertoire komen te staan van volwassen vertellers.”

Luister ook dit item van Onder Mediadoctoren over sprookjes toen en nu. 





Jongeren in Europa en Noord-Amerika steeds braver, gelukkiger en gezonder, blijkt uit HBSC-onderzoek

29 03 2015

Deze post van Dennis Hoogervorst verscheen eerst op Kids En Jongeren Marketing! Overgenomen met permissie waarvoor dank!

Op basis van de vaak negatief ingestoken publiciteit — goed nieuws is geen nieuws? — zou je het waarschijnlijk niet verwachten, maar Europese jongeren zijn gelukkiger en gezonder dan hun leeftijdsgenoten van tien jaar geleden. Ze worden ook steeds braver. Dat blijkt uit een internationale studie naar de gezondheid en het welzijn van jongeren in Europa en Noord-Amerika. Vanuit Nederland werken de Universiteit Utrecht, het Trimbos-instituut en het Sociaal en Cultureel Planbureau mee aan dit grootschalige onderzoek.

Zowel op gezondheid als op welzijn zijn de jongeren in Europa en Noord-Amerika er naar eigen zeggen op vooruit gegaan: ze rapporteren op beide gebieden hogere cijfers dan generaties voor hen. Deze conclusie is te lezen in de deze week gepubliceerde onderzoeksbijlage (pdf) van het European Journal of Public Health, een verzameling van trend-rapportages tussen 2002 en 2010. De studie is gebaseerd op het Health Behaviour in School-aged Children (HBSC)-onderzoek, een grootschalig onderzoek naar de gezondheid, de lifestyle en het geluk van kinderen in de leeftijd van 11, 13 en 15 jaar in meer dan 40 landen.

De internationale studie toont ook aan dat jongeren uit Europa en Noord-Amerika in de periode 2002-2010 steeds meer groente en fruit zijn gaan eten. Tevens rapporteren zij meer lichamelijke beweging dan vorige generaties, zijn hun seksuele activiteiten veiliger geworden en geven ze aan dat ze gemakkelijk bij ouders terecht kunnen met problemen. Daarnaast is er een afname te zien in het pesten onder de jongeren, en in het wekelijks drinken van alcohol. Steeds minder jongeren roken tabak of cannabis. Hoe braaf!?

Margreet de Looze, betrokken bij het onderzoek: “De Nederlandse jongeren behoren altijd tot de gezondste en de gelukkigste jongeren van Europa en Noord-Amerika.” Deze aanvullende studie toont aan dat de positie van de Nederlandse jeugd tussen 2002 en 2010 stabiel is gebleven, en waar mogelijk nog is verbeterd. De Looze: “Nederlandse kinderen gaven bijvoorbeeld in het verleden al aan gemakkelijk bij hun moeder of vader terecht te kunnen als zij problemen hebben. Uit dit rapport blijkt dat de communicatie met ouders nog verder is verbeterd. Nederlandse jongeren voeren zelfs de internationale lijst aan van kinderen die goed met hun ouders kunnen praten.”

Fijn voor journalisten: natuurlijk zijn er ook minder positieve ontwikkelingen gesignaleerd. Zo rapporteren jongeren in Tsjechië, Denemarken, Italië, Litouwen, Rusland, Schotland, Slovenië, Zwitserland en de VS in 2010, in tegenstelling tot de algemene trend, minder lichamelijke beweging dan in 2002. De onderzoekers waarschuwen verder dat groepen jongeren in bepaalde gebieden nog altijd een verhoogd risico lopen op een ongezonde levensstijl. In Oost-Europa bijvoorbeeld blijkt overgewicht en obesitas steeds meer voor te komen.

Over de Nederlandse jongeren hebben de onderzoekers van de Universiteit Utrecht, het Trimbos-instituut en het SCP afgelopen najaar al een en ander naar buiten gebracht. Het succes van het terugdringen van het middelengebruik onder jongeren, ook roken en cannabisgebruik daalden, schrijven de onderzoekers voor een groot deel toe aan de ouders van de jongeren. Ouders realiseren zich steeds beter hoe schadelijk alcohol en tabak is voor jonge, opgroeiende kinderen. Er is evenwel een lichte daling in het geluksgevoel van de Nederlandse scholieren.; in 2001 gaven zij hun leven een 8, dat cijfer is nu een 7.6. Een klein effect van de afgelopen crisisjaren?

Over vier jaar zijn er weer nieuwe onderzoeksresultaten.

Lees de complete blogpost op Jongeren in Europa en Noord-Amerika steeds braver, gelukkiger en gezonder, blijkt uit HBSC-onderzoek





Het tijdperk van mobiel is het tijdperk van samen. (Linda Duits)

27 03 2015

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Demonstranten zitten op de DamJarenlang werd jongeren verweten dat ze geen idealen hebben. De babyboomers waren immers de protestgeneratie en niemand doet ze dat na. Jongeren van nu zouden de internetgeneratie zijn: verknocht aan hun mobiele telefoon, niet bereid tot meer dan het liken van een goed doel op Facebook. De bezetting (of beter: bevrijding) van het Maagdenhuis toont een heel ander beeld van de hedendaagse student. De studenten die daar zitten zijn politiek bewust, maar geloven niet in bestaande partijen. Ze denken vrij en ze organiseren zich.

Sinds de jaren ’90 is de universiteit veranderd. Inspraak werd afgepakt, een competitief beurssysteem werd ingevoerd, studentenaantallen stegen en er ontstond een publish or perish-cultuur. Medewerkers lieten dit over zich heen komen. Er werd onderling veel geklaagd en er verscheen menig opinieartikel in de krant, maar van verzet was geen sprake. Het waren de studenten die uiteindelijk actie ondernamen, die vonden dat er genoeg gepraat was en dat er druk uitgeoefend moest worden.

Anders dan de docenten zijn deze studenten niet geknecht, ondanks het leenstelsel. In het Maagdenhuis vinden dagelijks lezingen plaats, van kleine en grote namen. De studenten laten zich vervoeren door theorieën over verandering. Daarbij hebben ze een sterke hang naar gemeenschap. Het Maagdenhuis is nu een centrale ontmoetingsplek. De studenten willen volwaardig onderdeel zijn van de academische gemeenschap en daarbij hoort een plek om samen te komen.Voor jongerenonderzoekers moet die zucht naar offline samenkomen niet nieuw zijn. Onder studenten viel al langer op dat ze graag samen buitenshuis studeren (vandaar de enorme behoefte aan studieplekken) en dat ze contacturen erg waarderen.

Een volwaardig onderdeel zijn betekent serieus genomen worden en meebeslissen. Dat is dan ook de voornaamste inzet van het protest: een meer democratische universiteit. Ze laten zich niet ringeloren door oppervlakkige ideeën over burgerschap, maar denken voor zichzelf. Als docent kan je daar niets anders dan trots op zijn. Als jongerenonderzoeker dringt de vraag zich op in hoeverre deze groep een voorhoede is van wat gaat komen.

Een voorspelling wil ik daar wel over doen: het belang van fysiek samenkomen zal steeds meer prominenter worden. We zien dit bijvoorbeeld ook bij fans. Zij waren de early adaptors van het internet en vormden daar nieuwe gemeenschap. Nu draait alles om bij elkaar zijn op fysieke plekken, op fanconventies of om live in het Vondelpark de finale van Wie Is De Mol te kijken. Het tijdperk van mobiel is het tijdperk van samen.

Beeld: zitten op Dam tijdens de protestmars van 13 maart 2015. (c) Linda Duits





Museum of Childhood bekijkt de straat door kinderogen (Dennis Hoogervorst)

18 03 2015

Je zag hier al eerder een serie kleurrijke posters ter promotie van het V&A Museum of Childhood in Londen, waarin de boodschap was dat spelen tevens leren betekent. Dat is natuurlijk nog steeds waar, maar in een nieuwe campagne is er een iets dringender aansporing: om de wereld door de ogen van het kind te bekijken. Want dan lijkt een muurlamp op een astronautenhelm en ligt er een walvis onder de fontein. Fraaie straatkunst, die in het museum niet zou misstaan, geeft het goede voorbeeld.

kindermuseum vlieger

kindermuseum slang

kindermuseum walvis

kindermuseum schedel

kindermuseum astronaut

kindermuseum vogel

kindermuseum aap

“See the world through a child’s eyes.”

[Creatie door AMV BBDO; via Adeevee]

Lees de complete blogpost op Museum of Childhood bekijkt de straat door kinderogen





Kritisch naar de media kijken is slecht voor de (huidige) democratie (Linda Duits)

7 03 2015

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Studenten in het Maagdenhuis op de eerste dagEen kritisch begrip van de media is een onderdeel van mediawijsheid, een term die volgens voorstanders noodzakelijk is voor deelname in onze samenleving. Hoe moet zo’n kritisch begrip eruit zien? Gaat dat over de tekst, of ook over de productiecontext? En wat zijn de gevolgen van zulk kritisch begrip op democratische participatie? In een recent artikel [abstract] analyseert Anne Kaun hoe burgers kritisch zijn op het medialandschap.

Kaun onderscheidt twee benaderingen van mediawijsheid: liberaal en radicaal. De liberale benadering wil mensen leren de mediaomgeving te begrijpen, terwijl bij de radicale benadering ook verandering van belang is: het doel is dan kritische burgers te kweken die kunnen bijdragen aan fundamentele verandering van het mediasysteem en de gehele maatschappij.

Methode
Ze onderzocht studenten uit Estland van verschillende disciplines zoals antropologie, pedagogiek en informatica. Zij hielden een online dagboek bij (n=16) of werden geïnterviewd (n=35) of beiden (n=4). Het onderzoek vond plaats tussen maart 2009 en maart 2010, toen vooral de financiële crisis in het nieuws was. Centraal stond ‘wat hen bezighield die week’. Mediakritiek werd dus niet direct bevraagd.  Toch kwam dit opvallend naar voren:

My own experience? What I feel is that media are not helping me to fully realise my rights as a citizen, which means that mainstream media is not informative enough. The problem is especially acute when it comes to in-depth analysis of social or political issues (respondent in dagboek, p. 496).

De data zijn thematisch gecodeerd. De resultaten worden in drie clusters besproken.

Kritiek op de tekst
De respondenten uiten kritiek op mediateksten en op narratieve structuur. Het gaat dan bijvoorbeeld om de onderwerpkeuze, de mensen die aan het woord komen, de argumenten die besproken worden en de kwaliteit van de informatie. Hieronder valt ook kritiek dat de media manipuleren en niet de werkelijkheid tonen.

Kritiek op productie
Een andere vorm van kritiek is kritiek op het productieproces en medialogica: waarom is iets nieuws en hoe zijn journalisten te werk gegaan? Daarbij komt vooral de band tussen journalisten en politici aan bod: zij zouden te zeer samen in een bubbel leven.

Kritiek op publieken
Minder vaak kwam kritiek op publieken voor, dat wil zeggen, hoe andere mensen nieuws consumeren. De interesse van anderen in soft nieuws en entertainment kreeg bijvoorbeeld de schuld van tabloidization van de media. De apathie en oppervlakkigheid van anderen werd gehekeld.

Consequenties: ontkoppeling of inmenging
De kritische houding zorgde er bij sommige respondenten voor dat ze zich gingen onttrekken aan mainstream nieuws. Ze vertrouwden liever op persoonlijke uitwisseling en contacten. Ze lezen geen kranten omdat ze vinden dat die te zeer op spektakel en entertainment zijn gericht.

Bij andere respondenten leidde hun kritische houding juist tot inmenging in politieke debatten. Zij willen de mainstream media ‘corrigeren’ door zelf blogs te gaan schrijven bijvoorbeeld. Overigens waren de respondenten (ook al) kritisch op de comment-functie bij nieuwssites: alleen extremisten en pestkoppen reageren daar.

Tegen-democratie
De media focussen op machthebbers, maar bevragen volgens Kaun de macht en hun positie minder dan vroeger. De resultaten van deze studie laten zien dat deze studenten kritisch zijn en hoe dat kan leiden tot wantrouwen apathie. Ze besluit:

“An important role is given to the media in general, and to the news media in particular, when it comes to the current culture of oversight, transparency and control. The notion of counter-democracy refers to the growing non-conventional forms of civic practices and orientation, which put the political elite under scrutiny and create a democracy of confrontation. In that sense, media criticism can be understood as a sign of the vitality of a democratic system, which also bears, ironically, the potential to depoliticise those same agents” (p. 503).

Een democratie van confrontatie dus. Het lijkt erop dat de huidige bezetters van het Maagdenhuis zo in haar studie passen.

Kaun bespreekt niet wat haar inzichten betekenen voor het onderwijs in de mediawijsheid dat momenteel big business is. Dit is vooral mediawijsheid in de liberale zin. Aanbieders van pakketten mediawijsheid en docenten op dit terrein doen er goed aan na te denken over hoe kritisch zij leerlingen willen opleiden, en in ieder geval met hen in gesprek te gaan over afstomping en de gevolgen daarvan voor democratische controle. Apathische burgers zijn onwenselijk, een tegengeluid des te meer.

Beeld: studenten op de eerste avond in het Maagdenhuis in gesprek met de burgemeester. (c) Linda Duits





MSS 2014: onder tieners is smartphone meest gebruikte apparaat om te internetten (Dennis Hoogervorst)

6 03 2015

Deze blogpost verscheen eerst op Kids en Jongeren!

NLO, NOM en SKO, de organisaties voor de Nederlandse mediabereiksonderzoeken, hebben voor de vierde keer een rapportage (pdf) over mediagebruik en –gedrag uit de Media Standaard Survey (MSS)* uitgebracht. Niet zomaar een hyperige peiling, maar een degelijk, representatief onderzoek waar zeer hoge eisen aan worden gesteld — veel dichter bij de werkelijkheid kan je niet komen. Hiermee hebben we nieuwe normcijfers over mediumgebruik op diverse locaties en platformen.

Het gebruik van internet blijkt in 2014 verder opgelopen te zijn naar bijna 91%. Van de 13-17-jarigen en de 18-24-jarigen is dat 99%, met name thuis en op school (zie onderstaande tabel). Per week zijn Nederlanders gemiddeld 14 uur online, ofwel twee uur per dag. Jongeren hebben daar echter niet genoeg aan: de leeftijdsgroep 13-17 jaar is gemiddeld 19,2 uur per week op het internet te vinden, en bij de groep 18-24 is dat zelfs 23,1 uur. Bij ouderen ligt dit op een flink lager niveau.

mss 2014 locaties

Het succes van mobiele apparaten is goed zichtbaar in de cijfers van MSS: in 2011 gebruikte slechts 27% van de populatie de smartphone om het internet op te gaan, in 2014 is dit meer dan verdubbeld naar bijna 57% en overstijgt daarmee voor het eerst de PC. Per doelgroep zijn er flinke verschillen waar te nemen. Bij de 13-19-jarigen is hun smartphone het meest gebruikte apparaat (89%) om te internetten, gevolgd door een laptop (80%). De PC blijft daar ver achter (46%), nog maar net boven de tablet (42%).

mss 2014 apparaten

Het lezen van dagbladen en tijdschriften blijft bij tieners achter in vergelijking met 20-plussers. Het gebruik van mobiele devices om tv-programma’s te kijken of radio te luisteren is onder jongeren juist hoger dan onder ouderen. Onder jongeren zijn relatief veel zware internetters te vinden en weinig zware tv-kijkers en radio-luisteraars.

*De Media Standaard Survey (MSS) wordt sinds 2011 uitgevoerd door TNS NIPO, in opdracht van de Nederlandse JIC’s. Deze gezamenlijke Establishment Survey levert normcijfers op die in de afzonderlijke bereiksonderzoeken worden gebruikt voor weging en werving. Het levert ook de definities van doelgroepen, zodat iedereen dezelfde uitgangspunten hanteert. Verder werpt de MSS een blik op nieuwe trends in mediagebruik. De uitkomsten zijn representatief voor alle huishoudens in Nederland en alle individuen van 13 jaar en ouder. In 2014 zijn 6.349 huishoudens en 5.331 personen van 13 jaar en ouder ondervraagd.





Van nice girl naar cool girl: culturele scripts voor meisjes (Linda Duits)

5 03 2015

Deze post van Linda verscheen eerst op Dieponderzoek.nl. Wist je trouwens dat we samen een boek schreven over meisjescultuur?

gonegirlMeisjes leren dat ze aardig en netjes moeten zijn. Dit wordt het ‘nice girl construct’ genoemd: het benoemen wat nette meisjes ‘doen’ (lees: horen te doen) levert normatieve gedragsregels voor meisjes en vrouwen. Niet op straat hangen bijvoorbeeld, of geen condooms bij je dragen. Het is een concept uit de jaren ’70 van Greer Litton Fox [abstract]. Inmiddels is dat allang niet meer het enige beeld dat meisjes voor ogen wordt gehouden. We kunnen er bijvoorbeeld de ‘cool girl’ aan toevoegen. Gepopulariseerd door het boek en de film Gone Girl, en vandaag uitgebreid beschreven in de Volkskrant door Loes Reijmer als ‘het wilde wijf’.

“Het wilde wijf drinkt bier en poseert met een frikandel XL op Instagram. Ze telt geen calorieën, werkt haar make-up niet bij en ziet er desalniettemin geweldig uit. Je kunt met haar lachen, ze weet wat buitenspel is, je kunt haar meenemen naar je vrienden. Die vinden haar ‘relaxed’ én ‘geil’. Ze is namelijk wel een lekker wijf, maar niet meisjesachtig. Ze is slim, gevat en zeurt nooit.

Ze is de twitteraar die met een Westmalle Tripel naar de Champions League zit te kijken (‘ik lijk wel een kerel’), vrouwelijke blogger die over haar huishouden schrijft onder de noemer ‘geen gezeur, meer wijn’, het knappe VICE-meisje dat tot zeven uur ‘s ochtends met een peuk en fles Jack Daniel’s op de dansvloer staat.”

‘Het wilde wijf’ of de cool girl bestaat vooral als idee. Ze bestaat in films en series, en misschien ook wel op sociale media waar mensen een ideaaltypische voorstelling van hun leven presenteren. Je kunt dit zien als een cultureel script: een sjabloon voor een bepaalde identiteit dat circuleert in onze maatschappij. Dat sjabloon geeft aanwijzingen voor hoe je moet leven. Zo’n script bepaalt niet hoe je moet doen, maar is meer een hulpmiddel – een handleiding zo je wilt – van hoe je zou kunnen zijn.

Feministisch bezien lijkt de cool girl een vooruitgang op de nice girl: geen zachte, inschikkelijke vrouwelijkheid, maar stoer doen waar je zelf zin in hebt. Daar zit echter de crux. In Gone Girl stelt de hoofdpersoon namelijk dat vrouwen alleen maar doen alsof ze een cool girl zijn omdat ze denken dat mannen dat aantrekkelijk vinden. En daarmee is een cool girl net zo’n pleaser als een nice girl.

Het is maar de vraag of dat ook zo is. Culturele scripts zijn er immers om op te reflecteren: past dit bij mij, wat kan ik hieruit halen? De kritiek dat stoere vrouwen eigenlijk niet zo zijn kan je ook opvatten als een poging om dat gedrag in diskrediet te brengen. Het is niet voor niks dat Gone Girl hevig bediscussieerd is: is dit nu een feministische tekst of een vorm van backlash?

Lees ook: Gone Girl, marriage is abduction.





Journalistiek geen doorgeefluik van grote Nederlandse bedrijven (Linda Duits)

27 02 2015

Het is een populair idee, maar onderzoek weerlegt het blijkt uit deze gastblog van Linda Duits (verscheen eerder op dieponderzoek.nl).

Voorkant rapportJournalisten worden bestookt met persberichten. De angst bestaat dat zij die onder tijdsdruk massaal copypasten. Communicatiewetenschappers Pytrik Schafraad en Roos Spitteler onderzochten voor het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek in hoeverre journalisten dit ‘voorverpakte’ nieuws kritiekloos overnemen. Zij veronderstelden dat nieuwswaarden daarbij een rol spelen: des te meer nieuwswaarde, des te groter de kans dat het persbericht media-aandacht genereert. De resultaten zijn geruststellend.

De onderzoekers selecteerden dertig willekeurige bedrijven uit de Elsevier top 500 en kwamen tot een selectie van 830 persberichten uit 2012. Zij voerden een kwantitatieve inhoudsanalyse uit van evenzoveel nieuwsberichten in acht verschillende landelijke media. Daarnaast interviewden zij zes journalisten om inzicht te krijgen in hun werkwijze.

  • 27% van de persberichten haalde het nieuws;
  • Geen enkel persbericht haalde onbewerkt de krant;
  • Ruim 15% van de nieuwsberichten bevatte inhoudelijk geen enkele aanvullende informatie. Hiervoor is dus geen aanvullende journalistiek voor bedreven.
  • Voor papieren kranten doen journalisten meer hun best: nieuwsberichten zonder inhoudelijk aanvullende informatie staan vaker op nieuwssites. Zestig procent van de berichten op papier betrof verwerking in een geheel eigen productie;
  • Persberichten die controversie bevatten hebben een grotere kans om geselecteerd te worden door journalisten. Dat geldt ook voor berichten waarvan er gedacht wordt dat het beschrevene impact heeft op een significante groep mensen en persberichten met (mogelijk) negatieve gevolgen;
  • Persberichten over financiële prestaties van het bedrijf (en in mindere mate over werknemers of management) hebben ook een grotere kans aandacht te krijgen;

Schafraad en Spitteler concluderen:

Journalisten maken eigen afwegingen bij selectie en verwerking van persberichten op basis van journalistieke waarden. Men hecht relatief weinig waarde aan promotionele persberichten, maar focust op de performance en strategie van de bedrijven en hun rol in de samenleving. Persberichten die sterke of meerdere nieuwsfactoren bevatten hebben meer kans op selectie voor de nieuwsagenda en maken bovendien meer kans te leiden tot grotere investering van journalistiek kapitaal. Dat laatste wordt dus niet ‘verspilt’ aan leuke maar irrelevante evenementjes van bedrijven, of mededelingen over de opening van een nieuwe ijswinkel in de hoofdstad (p. 4).

Een korte samenvatting van het onderzoek staat op De Nieuwe Reporter. Ook het gehele onderzoeksverslag [PDF] is online beschikbaar. 








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 7.352 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: