Mensen delen 21% minder persoonlijke berichten op Facebook (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Waarschijnlijk heb je het zelf ook wel opgemerkt: op Facebook vind je steeds minder persoonlijke berichten van je vrienden. Vroeger vond je er foto’s van gezellige etentjes, aankondigingen van weekendjes weg en berichtjes over hoe blij iemand was. Nu bestaat je Facebook newsfeed uit grappige kattenfilmpjes, ‘nieuws’ over Donald Trump en aankondigingen van conferenties (okay, dat is heel duidelijk mijn Facebook feed). Er wordt dus nog steeds veel gedeeld, maar die informatie is van een andere aard dan wat ooit Facebooks core business was.

Volgens de site The Information – die vertrouwelijke data van Facebook in handen heeft – werd er in 2015 5,5 procent minder gedeeld dan het jaar ervoor. Als we kijken naar ‘original broadcast sharing’ is de daling 21 procent. The Information schrijft:

“Original posts are personal in nature as opposed to popular media like links to news sites.  Original broadcasts are the most critical kind of content on Facebook because they bring the most engagement. Think of when people announce engagements or babies; those posts always get the most comments and “likes.” The sharing problem was particularly acute with Facebook users under 30 years of age who were sharing much less than they were a year earlier compared with people over 30, according to the data.”

Het zijn dus vooral jonge mensen die minder persoonlijke dingen delen op Facebook. Dat is niet verwonderlijk: we zien al een tijdje een verschuiving van (semi-)open sociale netwerken naar meer gesloten apps zoals Whatsapp en Snapchat. In groepchats heb je veel meer controle over wie je blootstelt aan welke ‘content’ van jezelf.

Terwijl we deze ontwikkeling al jaren zien, is Facebook zelf erg geschrokken van de dalende cijfers. Ze zoeken naar manieren om het delen van persoonlijke berichten te stimuleren. Zo moet je ook de invoering van Facebook Live zien en de constante herinneringen aan wat je vandaag zoveel jaar geleden deed. Facebook heeft het echter aan zichzelf te danken. In de constante zucht meer geld te verdienen aan gebruikers wilde Facebook meer lijken op andere sites, zoals Twitter en Foursquare. Edgerank – het algoritme dat bepaalt wat je ziet – is zwaar frustrerend. Gebruikers wilden bijvoorbeeld liever de meest recente berichten in chronologische volgorde zien, maar Facebook gaf ze nieuwssites van gisteren (zie Hoe Facebook zichzelf kapotmaakt).

Daarnaast zal misschien meespelen dat we jongeren leren voorzichtig te zijn met de persoonlijke informatie die ze delen op Facebook. De cijfers laten zien dat ze dat doen.

Al in augustus 2013 schreef ik over de tanende populariteit van Facebook maar stelde ik dat de site niet hetzelfde lot zal treffen als MySpace of Hyves: sociale netwerken die helemaal leeg liepen. Facebook is een soort telefoonboek geworden, dé manier om iemand te vinden. Het is een handige plek om mensen uit te nodigen voor feestjes en om te zien hoe iemand eruit ziet (misschien wel dé bestaansreden van Facebook: het idee van een smoelenboek, maar dan voor de wereld). Dat verdwijnt allemaal niet.

Wat ouders moeten weten over data-mining op school (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Facebook draait op data-mining. Het sociale netwerk houdt niet allerlei gegevens van haar gebruikers bij, maar koppelt die ook aan elkaar. Facebook kent je geslacht, je leeftijd, de plekken die je bezoekt, je vrienden, de dingen die je leuk vindt (ook omdat je op sites buiten Facebook op een like-knop klikt), je politieke voorkeur, je muzieksmaak enzovoorts (zie dit oudere artikel op Technology Review). De meeste mensen weten dit wel, niet in de minste plaats door deze meme:

SocialMediaAndYou

Ook Google draait op data-mining. Je zoekopdrachten worden aan elkaar gekoppeld. Google heeft meerdere diensten en weet dus heel van je. Google verkoopt ook laptops (Chromebooks) en biedt daarnaast speciale onderwijsapps aan: Google Apps for Education (GAFE). Chromebooks worden veel gebruikt op school. Die combinatie betekent dat Google een enorme hoeveelheid informatie verzamelt over leerlingen.

Dat is een bron van zorg voor Electronic Frontier Foundation, een Amerikaanse digitale burgerrechtenorganisatie. Zij zijn boos op Californische scholen die zonder instemming van ouders besloten hebben allerlei Google apps te gaan gebruiken waarmee data van leerlingen worden opgeslagen in de cloud. De scholen wilden niet naar de klachten luisteren. Op het blog van de London School of Economics and Political Science verscheen hier een stuk over. De auteur vergelijkt verplichte afname van Google met verplichte afname van Coca-Cola:

“[P]rivacy is a social compact as well as an individual right, and refusing to engage with these issues has as widespread consequences as to whether or not children are vaccinated. At the individual level, in requiring students to use Chromebooks, the school is doing the technological equivalent of deciding that its vending machines will stock only Coca-Cola products and students may not drink anything else.”

Dat klinkt al erg, maar Coca-Cola houdt niet bij hoe je het drankje drinkt en waar. Google doet dat wel. En dat gaat ver:

“This is why any electronic device is fundamentally different from a textbook: a physical book cannot monitor which pages you read, which paragraphs you highlight, or which other books you consult for explanations and then retain that information for reuse – but Amazon does. A physical textbook does not know who your friends are or where you like to go after school – but Google (or Facebook, Apple or Microsoft) does.”

Ouders moeten zich hier meer zorgen over maken. Een bedrijf weet van alles over jouw kind, zonder dat jij precies weet wat. Die gegevens worden van kleins af aan verzameld en opgeslagen. Aan zulke data is veel geld te verdienen. Dat kan nooit de bedoeling zijn van scholen.

Positie vrouwen en meisjes werden wel beter, maar… genderstereotypen stabiel sinds 1983 (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Sinds de Tweede Feministische Golf is de positie van meisjes en vrouwen in Westerse landen sterk verbeterd. Ze meer mogelijkheden gekregen, doen het zeer goed in het onderwijs en hebben toegang tot beroepen die voorheen als voorbehouden aan mannen waren. Je zou daarom verwachten dat ook stereotypen zijn veranderd. In een recent artikel [abstract] onderzoeken Amerikaanse psychologen in hoeverre dat het geval is.

Methode
Ze vergeleken data verzameld in 1983 met inzichten uit nieuw onderzoek (afgenomen in 2014) waarin ze vergelijkbare vragen stelden: de onderzoekers gebruikten 87 van de 91 items uit het eerdere onderzoek. Vier beroepen werden verwijderd die niet meer bestaan (zoals ‘telephone operator’). Vier beroepen werden naar de tijd aangepast: ‘telephone installer’ naar ‘cable installer’ bijvoorbeeld.

Respondenten moesten de waarschijnlijkheid inschatten dat een man, een vrouw of een persoon met een niet-aangegeven geslacht bepaalde karakteristieken hadden. Het ging om karaktertrekken, rolgedrag, beroepen en fysieke eigenschappen.

Noot: het artikel geeft alleen een tabel met resultaten geordend naar cluster, niet op losse items.

Resultaten
De studie uit 2014 laat zien dat genderstereotypering nog steeds sterk is: de man/vrouw-verschillen waren significant op alle individuele componenten. Dat is op zich al waardevol. De kracht van het onderzoek ligt echter in de vergelijking.

Als het gaat om karaktertrekken werden vrouwen in 2014 net als in 1983 gezien als meer gericht op de gemeenschap [communal] dan mannen, en mannen als meer pro-actief [agentic] dan vrouwen. Dit is niet gedaald sinds 1983. Wel waren er vier items waar in 2014 geen verschillen meer in waren: ‘actief’, ‘werkt goed onder druk’, ‘maakt snel beslissingen’ en ‘geeft niet snel op’.

Bij rolgedrag doet zich iets opmerkelijks voor: bij mannelijke rollen waren er geen verschillen met 1983, maar bij vrouwelijke rollen kwamen in 2014 meer stereotypen voor dan in 1983. Dit komt omdat er meer variatie zit in de beoordeling van rollen nu: in 2014 worden de financiële rollen (bijvoorbeeld ‘doet de financiën’) aan beide geslachten toegeschreven.

In 1983 werden beroepen sterk gendered gezien en in 2014 was dit nog steeds zo. Twintig van de 21 voorgelegde beroepen werden stereotiep bezien. De uitzondering in 2014 is postbezorger: dat kunnen zowel mannen als vrouwen zijn.

Ook bij het cluster fysieke eigenschappen doen zich geen veranderingen voor. In 1983 gaven respondenten verschillen aan tussen 24 van de 25 genoemde eigenschappen. Alleen ‘goedgebouwd’ scoorde toen neutraal. In 2014 werden 22 van de 25 als gendered gezien. De uitzonderingen waren ‘in goede conditie’, ‘dun’ en ‘lange benen’.

Conclusie
De auteurs dragen verschillende verklaringen aan voor het gebrek aan veranderingen. Het zou kunnen komen door cultural lag: cultuur past zich maar langzaam aan aan maatschappelijke veranderingen. Ze stellen ook dat het zou kunnen dat mensen in 1983, toen de Tweede Golf al een tijd je bezig was, al ‘betere’ opvattingen over gender hadden dan daarvoor. Ze zien meer in de verklaringen van confirmation bias en self-fullfilling prophecy:

“Given the extensive use of gender categories and the seeming utility of differentiating between women and men, people may be resistant to change their stereotypes to any significant degree. The ease with which people are able to confirm gender stereotypes by selectively finding consistent exemplars or by misremembering gender atypicality as more typical than it actually was contribute to stereotype stability and maintenance. Further, even when women are making choices inconsistent with their expected roles, backlash and status incongruity theory suggest that the women will engage in behaviors that are stereotypeconsistent in order to avoid negative evaluations” (p. 7-8, literatuurverwijzingen verwijderd).

De auteurs wijzen op essentialisme in hoe mensen denken over gender: mensen denken dat basale eigenschappen van individuen horen bij man/vrouw. De auteurs maken hier echter onvoldoende duidelijk wat zij als verschil zien tussen essentialisme en stereotypering. Al met al tonen de resultaten dat genderstereotypering diepgeworteld is in de Amerikaanse cultuur (“our culture”).

Het is interessant om dit onderzoek ook in andere landen te doen: zien we in de meer geëmancipeerde Scandinavische landen minder stereotypering? De VS is op gender-vlak in veel opzichten conservatiever dan West-Europese landen. De rol van religie daarbij is interessant.

Privacy: Pas op voor slimme Barbie aka luistervink Barbie (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl en is spijtig genoeg geen aprilgrap.

Apparaten in huis die met het internet verbonden zijn, zijn niet zomaar goed nieuws. Het is handig als je van afstand je thermostaat kunt instellen, maar een internetverbinding brengt ook veiligheidsrisico’s met zich mee. Het stelt namelijk ook derden in staat van afstand met jouw thermostaat te praten. Bovendien tracken deze apparaten gegevens waarvan het, net als bij sociale netwerken als Facebook, onduidelijk is wat ermee gebeurt.

De nieuwste zorg in het zorgenlijstje van het Internet der Dingen is Barbie. Barbie is al beschikbaar in een smart versie, dat wil zeggen de Hello Barbie kan gesprekken voeren met een kind. Ze kan ‘luisteren’, antwoorden geven (8.000 verschillende maar liefst) en ‘zelf’ vragen stellen. Deze Barbie leert, waardoor de interactie steeds persoonlijker wordt. Daarvoor heeft ze een wifiverbinding met internet nodig, omdat haar geheugen niet zo groot is. Door met een kind te praten, verkrijgt de pop allerlei gegevens van het kind (wat het wel en niet leuk vindt, de mogelijkheden zijn eindeloos) die worden opgeslagen in de cloud. Het is ook belangrijk op te merken dat Barbie dus gegevensgeluiden kan registreren: als Barbie in de kamer ligt kan ze alles horen wat er gezegd wordt.

Dit is met recht reden tot zorg. Het Amerikaanse Campaign for a Commercial-Free Childhood noemt de pop ‘eavesdropping Barbie‘. Ze zijn een petitie gestart om Mattel direct met de productie te laten stoppen. The Washington Post citeert een woordvoerder van de organisatie:

“Kids using ‘Hello Barbie’ aren’t only talking to a doll, they are talking directly to a toy conglomerate whose only interest in them is financial. … It’s creepy – and creates a host of dangers for children and families.”

Uiteraard doen de makers (Mattel samen met ToyTalk dat gespecialiseerd is in spraakherkenning) alsof er geen privacyvuiltje aan de lucht is. In The Guardian zegt een woordvoerder van ToyTalk:

“ToyTalk and Mattel will only use the conversations recorded through Hello Barbie to operate and improve our products, to develop better speech recognition for children, and to improve the natural language processing of children’s speech.”

De zorgen liggen niet alleen bij wat een commercieel bedrijf met de gegevens gaat doen. Ouders kunnen een dagelijks of wekelijks overzicht krijgen van de gesprekken die hun kind met Barbie voert. Volgens de makers van de pop is dat goed: ouders zijn dan “in control of their family’s data at all times”. Maar zelfs wanneer het om hele jonge kinderen gaat, is het zorgwekkend dat ouders zulke toegang wensen tot de fantasiewereld van hun kroost.

Ongewenste seks minder erg als slachtoffer man is (Linda Duits)

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Mannen zijn daders, vrouwen zijn slachtoffers. In alle discussies over seksuele grensoverschrijding, of het nu gaat om shame sexting of date rape, zien we deze aannames terug. Achter die aannames zit essentialistisch en generalistisch denken: het zit nu eenmaal in de aard van mannen, alle mannen zijn zo. Dit wordt soms kracht bijgezet met biologische argumenten: de hersenen van mannen zijn anders en daarom doen ze zo. Vooral op de generalisatie is kritiek, maar het essentialisme blijft onbenoemd. Waar feministen steeds vechten tegen essentialistische opvattingen over vrouwen, zijn er sommige die essentialistische opvattingen over mannen wel prima vinden.

Dit gaat voorbij aan het feit dat ook mannen slachtoffer zijn van ongewenst seksueel gedrag en dat ook vrouwen daders zijn. Het bestaan hiervan ontkracht de basale tegenstelling. Het is dan ook zaak om verder te kijken dan biologie en essentialisme te bestrijden.

Perceptie van schade
In een recent artikel [abstract] onderzoekt communicatiewetenschapper Tara Emmers-Sommer de perceptie van de schade van seksuele agressie. Ze kijkt daarbij naar genderverschillen in dader: vinden mensen seksuele agressie erger als mannen de dader zijn dan wanneer vrouwen de dader zijn?

Haar theoretisch kader wordt gevormd door seksuele scripttheorie: dit zijn – kort gezegd – scenario’s voor acceptabel en stereotiep seksueel gedrag. We leren hoe we ons seksueel moeten gedragen door seksuele scripts uit de media, persoonlijke overwegingen en contact met anderen. Zo is het in de VS, waar Emmers-Sommer zich op richt, gebruikelijk dat de man het eten betaalt bij een date en dat de man seks initieert. Dat is een voorbeeld van een seksueel script.

Emmers-Sommer legde verschillende seksuele scenario’s voor aan 777 Amerikaanse bachelorstudenten, waarvan  342 mannen, 375 vrouwen en 60 respondenten die hun gender niet noemden. Het artikel geeft niet weer hoe hoog het percentage hetero’s was. In deze scenario’s werd een situatie beschreven waarin een heteroman (‘Michael’) en heterovrouw (‘Emily’) daten en waarin er sprake is van grensoverschrijding: er wordt gezoend, dan geeft iemand aan geen seks te willen, waarop de ander dat toch doet. In de scenario’s varieerde het geslacht van de dader. Daarnaast werd er gevarieerd met wel of niet seks willen: in sommige scenario’s wilde het slachtoffer wel, maar gaf geen consent.

Resultaten
De respondenten vonden de psychologische schade voor het slachtoffer het allerergst wanneer de man dader is. Dat geldt ook wanneer de man dader is en de vrouw wel wilde, maar geen toestemming gaf. Ze vonden de schade minder erg wanneer de vrouw dader is, en het minst erg is wanneer de vrouw dader is en de man wel wilde maar geen toestemming gaf.

De respondenten werd ook gevraagd in te schatten hoezeer zij vonden dat het slachtoffer seks wilde. Bij het scenario waar Michael de dader was en Emily geen toestemming gaf, was deze inschatting het laagst: Emily wilde geen seks. Maar bij het scenario waar Michael slachtoffer was, geen seks wilde en geen toestemming gaf is die inschatting significant anders: de respondenten dachten hier vaker dat Michael toch wel wilde. Zelfs in de scenario’s waarin expliciet stond dat Michael geen consent gaf, vond iets minder dan de helft van de respondenten dat Michael wél toestemming had gegeven. Misschien wel het meest opmerkelijk: de respondenten vonden het scenario waarin Emily wel seks wilde maar geen toestemming gaf meer schadelijk dan het scenario waarin Michael niet wilde en dat aangaf.

Implicaties
Deze respondenten vinden het dus minder erg (in de zin van: perceptie van psychologische schade voor het slachtoffer) wanneer de man het slachtoffer is van ongewenste seks, zelfs als hij expliciet heeft aangegeven geen seks te willen. De resultaten laten dus genderverschillen zien in hoe over daders gedacht wordt: als een vrouw dader is vinden de respondenten dat minder erg dan wanneer een man dader is. Ze nemen non-consent van mannen niet serieus. ‘Nee betekent nee’ geldt dan alleen voor vrouwen. Dit sluit aan bij de geldende seksuele scripts: vrouwen worden daarin niet gezien als daders, en mannen die seks ‘krijgen’ terwijl ze dat niet willen worden gezien als geluksvogels in plaats van slachtoffers.

Volgens Emmers-Sommer zijn haar resultaten van belang voor het rechtssysteem. In de VS, met haar juryrechtspraak, zal een man sneller voor aanranding of verkrachting worden veroordeeld dan een vrouw.

Het gaat hier om een relatief kleine studie onder bachelorstudenten en we moeten dus voorzichtig zijn met generaliseren, maar de resultaten zijn belangrijk voor bovengenoemde discussies. Er is de laatste tijd weer meer aandacht voor seksueel geweld, ook in Nederland, maar de rol die gender daarin speelt blijft onbenoemd. Het wordt tijd dat we dat wel doen. Te stellen dat het voor een man minder erg is om verkracht te worden door een vrouw is seksistisch, kwetsend en bovenal onjuist.

Worden meisjes romantisch van High School Musical? (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

In de Tweede Feministische Golf ontstond er kritiek op bouquetreeksboekjes en soaps. Ze zouden doorgeefluiken van het patriarchaat zijn. Het lezen of kijken zou vrouwen onderdrukt houden. Inmiddels is Mediastudies een eind verder dan dat en weten we dat mensen actief betekenis geven aan zulke vormen van populaire cultuur. Dat betekent dat ze niet per se de boodschap overnemen, maar ook tegenbetekenissen eraan kunnen geven. Media werken niet als een injectienaald. Dat betekent evenzeer niet dat media geen effect hebben.

Een recente studie [abstract] onderzoekt de effecten van High School Musical, een Amerikaanse romcom voor tieners uit 2006, op meisjes van 11-14 jaar. Uit media halen we allerlei ideeën over romantische liefde en projecteren die op onszelf. Zitten daar schadelijke kanten aan? De onderzoekers wilden daarbij ook naar de invloed van parasociale relaties kijken: gebruikers van media voelen vaak een band met hun favoriete mediakarakters, het idee dat de vrienden uit Friends ook een beetje jouw vrienden zijn.

88 Vlaamse meisjes werden onderworpen aan een experiment. Ze keken in hun eigen jeugdhonk naar ofwel High School Musical ofwel naar de film uit de controle-editie, de Dreamworks tekenfilm Over The Hedge (eveneens uit 2006). Na het kijken moesten ze twee vragenlijsten invullen.

De resultaten laten zien dat meisjes met hogere niveaus van parasociale interactie meer geneigd waren romantische overtuigingen te onderschrijven – dat wil zeggen, zij scoorden hoger op de schaal met items over romantische overtuigingen zoals ‘er zal voor mij maar één echte liefde zijn’. Daarnaast is er een modererend effect van leeftijd: hoe ouder het meisje, hoe minder invloed de blootstelling aan een romcom had.

De onderzoekers geven zelf al aan dat dit niets zegt over langetermijneffecten. Meisjes leven niet in een laboratorium en zodra ze naar buiten lopen, zijn er weer allerlei andere invloeden op hun romantische idealen. Bovendien kijkt niet iedereen (evenveel) naar romcoms. Het kan dus zijn, zo opperen de onderzoekers, dat “girls with more accessible romantic beliefs expose themselves more frequently to romantic media content” (p. 11). Tot slot vinden de auteurs het moeilijk om een theoretische verklaring te vinden voor de negatieve invloed van leeftijd. Ze opperen dat dit misschien komt door toegang tot informatie over seks of door lichamelijke veranderingen.

Deze studie is daarmee een typisch voorbeeld van verkokerde wetenschap: mediapsychologen lezen het werk van hun cultural studies-collega’s niet. Bovendien getuigt het van weinig common sense: hoe ouder we worden, hoe meer we snappen dat het sprookje van Disney precies dat is: een sprookje.

Sextortion: een probleem voor ouderen of jongeren? (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Op 9 februari vond de Safer Internet Day plaats, een dag waarop wereldwijd aandacht gevraagd wordt voor de risico’s van internetgebruik. In Nederland richtte de dag zich op jongeren. Een van de sprekers was Talinay Strehl van helpwanted.nl, een website “over online seksueel misbruik van kinderen en jongeren”. Tegen verwachting in vertelde zij dat vooral jongens en niet meisjes het slachtoffer worden afpersing met naaktbeelden. Dit wordt met een lelijk Engels woord sextortion genoemd.

Het is goed dat er aandacht is voor seksueel risicogedrag van jongeren online, al is het jammer dat daarbij de positieve effecten vaak ondergesneeuwd raken. In mijn bijdrage aan die dag ging ik in onder andere in op het risicogedrag dat ouderen zelf vertonen (zie daarvoor ook mijn opiniebijdrage voor NRC).  Nu blijkt dat sextortion vooral een probleem voor ouderen is.

In NRC van 27 februari verscheen een stuk [betaalmuur] over afpersing na webcamseks. Hetzelfde helpwanted.nl legt daarin uit dat het vooral meerderjarige mannen (“van 20 tot 70 jaar oud”) zijn die hiervan het slachtoffer worden. Het gaat om professioneel opgezette scams, die wereldwijd plaatsvinden. De scam gebeurt meestal met een vooraf opgenomen filmpje. Mannen zijn dus niet echt aan het chatten met jonge vrouwen.

“De accounts leiden vaak naar Ivoorkust en Ghana, soms ook Marokko. Meestal wordt gevraagd om te betalen via Western Union, dat is anoniem. Wij geven alle zaken aan hen door. Zij doen er ook onderzoek naar.”

Het is eigenlijk logisch dat het niet jongeren zijn die hier slachtoffer van worden. Zij hebben immers minder geld te besteden en zijn daarom een minder interessant doelwit. Alssexting onder jongeren misgaat, is dat omdat vertrouwen gebroken wordt en een foto of filmpje ineens de school rondgaat. Slachtoffers kennen hun daders dan. Bij de beschreven vormen van sextortion is dat niet het geval. Het is daarom essentieel dat we een onderscheid maken tussen shame sexting en sextortion. Bovendien praten volwassenen dus veel te makkelijk over de risico’s voor jongeren die zij voor zichzelf niet eens zien. Tot slot moet het advies dat jongeren gegeven wordt aangepast worden op ouderen.

Minder tienerzwangerschappen dankzij sociale media (Linda Duits)

Een nieuwe gastbijdrage van Linda, deze verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Het gaat goed met de jeugd. Niet alleen in Nederland en België, maar in de hele Westerse wereld zien we tieners van nu minder probleemgedrag vertonen dan tieners van vroeger. Vox maakte een mooie interactieve tool waarmee je jouw leeftijdscohort (bijvoorbeeld geboren in 1976 als ik) kunt vergelijken met (Amerikaanse) tieners van nu. Er zijn verschillende redenen aan te dragen waarom dat zo is: kleinere gezinnen, meer aandacht, meer jeugdwerk.

In The Times verscheen gisteren een artikel waarin werd gerapporteerd dat tienerzwangerschappen in het Verenigd Koninkrijk in de afgelopen jaren sterk gedaald zijn. Een onderzoeker wijst erop dat er meerdere oorzaken mogelijk zijn, maar dat het gebruik van sociale media zeker een van de oorzaken is:

“If a tablet is providing sufficient entertainment at home they may be less likely to go out and find themselves in the kinds of situations which can lead to unwanted pregnancy. … There are many reasons behind the fall in teenage pregnancy, and access to better contraception and sex education are of course among them, but we also need to recognise the many ways in which young people’s lives have changed.”

Kort gezegd: tieners worden minder snel zwanger omdat ze minder fysieke tijd met elkaar doorbrengen. Het is een aannemelijke gedachte: sexting is immers ook veiliger dan seksen in de zin dat je er geen ziektes van kunt krijgen. Toch is de claim discutabel. Tieners bevinden zich steeds minder in de publieke ruimte (dankzij beperkingen van ouders en overheid) en vullen dat gat met sociale media. Maar een ongewenste zwangerschap doe je doorgaans niet op in de publieke ruimte, maar in de privésfeer.

De toegang tot informatie, bijvoorbeeld via het internet, lijkt mij een veel betere voorspeller van deze daling. Vlak daarbij vooral ook niet het belang van MTVs 16 & Pregnant en de Teen Mom-series uit.

Sturing in reality-TV zoals Temptation Island: weten deelnemers waar ze aan beginnen? (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Een van mijn all time favoriete realityseries is weer begonnen: Temptation Island. In de jaren ’00 bracht Veronica zeven seizoenen van het programma waarin koppels worden uitgedaagd ‘de ultieme relatietest’ aan te gaan. Op een tropisch eiland worden stelletjes apart gezet en blootgesteld aan tien hitsige vrijgezellen die er alles aan doen om de bezetten te verleiden. Het format is gebaseerd op Blind Vertrouwen, ontwikkeld door Endemol in 2001. Verschillende landen kochten het aan.

De aantrekkingskracht van Temptation Island zit niet alleen in het bloot en de eventuele seks die we te zien krijgen. Als kijker vergelijk je jezelf: zal ik hier ooit aan meedoen? Hoe kunnen de deelnemers zo stom zijn? Op een dieper niveau is er de relatie tussen liefde en seks: het idee van een relatietest is teruggebracht tot fysieke verleiding en seksuele trouw, zo schrijft communicatiewetenschapper Nico Carpentier. De punten van aantrekking zijn overigens ook de voornaamste argumenten van tegenstanders van het programma.

Instemming
De stelletjes die deelnamen aan Temptation Island gingen vaak uit elkaar. Er werd dan ook flink vreemdgegaan. Deze ruzie is een bekende erfenis:

In het nieuwe seizoen benadrukken de vrijgezellen die deelnemen steeds dat de stelletjes wisten waar ze aan begonnen. In ethische discussies over reality-TV wordt dit vaak aangedragen: deelnemers kennen het genre en weten dus waar ze aan kunnen verwachten. Mediawetenschapper Jelle Mast [abstract] noemt dit het vertoog van consent-defence: ethische reflectie is niet nodig omdat er vrijwillig is ingestemd. Het is echter de vraag in hoeverre deelnemers van te voren kunnen overzien wat de consequenties zijn van deelname, en wat deelname eigenlijk inhoudt.

Scripting
Reality-TV is niet gescript, in de zin dat er geen teksten worden geschreven die de deelnemers moeten opzeggen en dat de gedragingen geen toneelstukjes zijn. Dat betekent niet dat er niet met scripts gewerkt wordt: de cameraman moet weten wat en waar hij moet filmen. De producenten zorgen ervoor dat er bepaalde gewenste situaties ontstaan en dat bepaalde interacties worden uitgelokt. Dat gebeurt door bepaalde rituelen. In Temptation Island is dat het kampvuur, waar de stelletjes geconfronteerd worden met beelden van hun partner. De vraag of de deelnemers en hun acties wel echt zijn, is daarom volgens mediawetenschapper Espen Ytreberg [abstract] onzinnig:

“it makes little sense to insist that that performances in this genre can be regarded as seperate from all the scripted setting-up activity that surrounds them” (p. 436).

De deelnemers brengen tien dagen door op Temptation Island. Ze worden daarbij niet alleen constant gefilmd: het redactieteam praat ook steeds met de afzonderlijke deelnemers. Daarbij worden deelnemers tot personages gekneed. We zien dit in dit seizoen bijvoorbeeld met Ayse, die steeds zegt dat ze een traditioneel Turks meisje is en weinig ervaring heeft. Dit draagt bij aan de herkenbaarheid voor de kijker.

Sturing
Het productieteam stuurt het narratief dus door bepaalde situaties te creëren waarin conflict of andere spanning kan ontstaan. Zij zijn degenen die beslissen wie met wie op date gaat en welke beelden getoond worden. Hoe dat gaat wordt wetenschappelijk onderzocht, al is het aantal studies hiernaar nog zeer beperkt. Dat komt ook omdat productiebedrijven liever niet weten dat het publiek ziet hoe die manipulatie werkt.

Een aardige inkijk in hoe dit gaat is de dramaserie UnReal die Lifetime deze zomer uitzond. UnReal speelt zich af op de set van het fictieprogramma Everlasting, vergelijkbaar met The Bachelor. We zien hoe de productie kandidaten kneden en manipuleren om zo spraakmakende televisie te kunnen maken. UnReal is gedramatiseerd en overdreven, maar na het kijken van deze serie weet je zeker: de deelnemers hadden van te voren nooit kunnen weten waar ze aan begonnen. Daardoor kijk je nooit meer hetzelfde naar programma’s als Temptation Island, wat voor mij de serie nog meer aantrekkelijk maakt.

Star Wars in je onderwijs: macht en lightsabers (Linda Duits)

Verdorie, nu schreef Linda op Dieponderzoek.nl ook al dit stuk over bruikbare lesideeën!

We schreven al eerder over NuSkool.com, een handige database voor docenten die graag populaire cultuur in hun onderwijs gebruiken. Star Wars is een dankbare bron voor bijna alle vakken. Zo kun je voor lessen maatschappijleer aan de hand van de Old Republic en de Empire uitleggen hoe moeilijk het is een rijk te besturen.

NuSkool schrijft:

“Power is the answer to the question: “What can a government do?” In the Old Republic, the answer to this question was “Almost nothing.” In the Empire, the answer was “Almost everything, including blowing up a planet.”

Authority is the answer to the question: “Why does a government exist?” In the Old Republic, there were tons of answers to this question, including tradition, the legitimization of royalty, religion, and defense against the Dark Side. In the Empire, the only answer was the wrath of their evil agenda and the imposing force of Darth Vader.”

De scifi-technologie is natuurlijk handig bij natuurkunde. Is het mogelijk een lightsaber te maken?

“From a more practical stand-point, several kilo-watts of power would be required to create the type of laser that can cut through metal doors and arms. A laser with this sort of power would require a very large unit to supply the necessary power as well as a cooling system to ensure that the user’s hand doesn’t melt off during battle.”

Het lesplan is steeds gratis, je hoeft alleen te registreren.