App zet gewone video’s om in augmented-reality-instructies (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

YouTube staat vol met filmpjes die je iets leren: make-up tutorials, gitaarles, Premiere Pro-instructies. Het is superhandig dat je niet meer iemand persoonlijk hoeft te kennen om iets van hem te leren. Het lastige van die video’s is het nadoen: spiegelen vanaf een beeldscherm is lastig. Bovendien krijg je het niet te horen als je een fout maakt. Augmented Reality (AR) kan dat beter. Er wordt een laagje op de werkelijkheid voor je neus gelegd. Met een speciale AR-bril (denk aan wat Google Glass wilde zijn) heb je je handen vrij en kun je instructies bekijken.

Deze technologie is nu nog heel prijzig. De mogelijkheden worden dan vooral gezien voor goed betaalde beroepen, zoals de chirurgie. Maar als ik wil zien hoe ik olie ververs, blijf ik afhankelijk van YouTube op een schermpje. Dat komt, zo stelt New Scientist, omdat het maken van zulke content lastig en vooral duur is. Een Duitse start-up wil daar verandering in brengen.

Het bedrijf IOXP heeft kunstmatige intelligentie ontwikkelt die een gewone video van iemand die een taak uitvoert kan omzetten in een AR tutorial. Je filmt dus een persoon en:

“Then a host of computer-vision algorithms are set loose on the video to separate it into comprehensible chunks: detecting a person’s hands and what they are doing, recognising different objects, and so on. From this, the system generates a step-by-step electronic manual detailing how to do the task. Finally, that’s converted into an AR version” (n.p.).

De instructie start meteen als de headset aanstaat en de taak voor je neus herkent. Als een monteur dus basisonderhoud aan een machine uitvoert, gaat de instructie automatisch van start als de machine herkend is. Vervolgens zie je de handen van een expert die precies voordoen wat je moet doen. Maak je een fout, dan worden de handen rood en wordt de instructie opnieuw afgespeeld.

Het Duitse Bosch heeft al interesse getoond. Deze manier van instructie is handig en goedkoop voor het doorgeven van  kennis. Een ervaren monteur hoeft niet afzonderlijk uitleg te geven en bij te sturen, één video is voldoende. Volgens New Scientist duurt het niet lang voordat bedrijven zulke video’s gaan inzetten voor consumenten. Ikea is daar een voor de hand liggend voorbeeld: een bed in elkaar zetten is veel makkelijker met AR. Dat gaat het beste met een speciale bril, maar het kan ook via de mobiele telefoon – al is het me onduidelijk met welke handen je dan de schroeven plaatst.

Factcheck: kan AI seksuele oriëntatie vaststellen op basis van gezichtsherkenning? (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Een verontrustend bericht in het nieuws afgelopen week (oa The GuardianDe Morgen): kunstmatige intelligentie kan op basis van je gezichtskenmerken raden of je homo of hetero bent. De Chinese informaticus Yilun Wang en de Amerikaanse psycholoog Michal Kosinski deden hier onderzoek naar [preprint is vrij beschikbaar], of liever gezegd: hebben een Artifical Intelligence (AI) dit geleerd. De eerste vraag die daarbij opkomt is de waarom: waarom zou je een computer dit willen laten leren? De onderzoekers doen daar geen uitspraken over.

De gaydar van deze AI zou significant beter zijn dan die van mensen. Met die uitspraak ontstaat er een loskoppeling tussen de mens die de machine wat laat leren, en de machine die beter in staat zou zijn dan de mens een bepaalde werkelijkheid te vatten. The Guardian schrijft:

“Human judges performed much worse than the algorithm, accurately identifying orientation only 61% of the time for men and 54% for women. When the software reviewed five images per person, it was even more successful – 91% of the time with men and 83% with women. Broadly, that means “faces contain much more information about sexual orientation than can be perceived and interpreted by the human brain”, the authors wrote. The paper suggested that the findings provide “strong support” for the theory that sexual orientation stems from exposure to certain hormones before birth, meaning people are born gay and being queer is not a choice. The machine’s lower success rate for women also could support the notion that female sexual orientation is more fluid.”

Hier staat dat een computermodel aanleiding is om aan te nemen dat seksuele voorkeur vastligt in de biologie en dat er daarbij een biologisch verschil bestaat tussen mannen en vrouwen. Is het echter niet andersom? Heeft de AI niet geleerd om onze eigen, culturele ideeën over homoseksualiteit te reproduceren? Zo denkt de AI in termen van een dichotomie (he OF ho, zonder iets er tussenin) en zijn het de onderzoekers, en niet de computer, die speculeren over wat de resultaten nu precies betekenen.

Het paper
Op Facebook zag ik een reactie op het bericht van Mathijs Tratsaert, een Vlaamse dichter die ik verder niet ken. Hij had de moeite genomen het paper te lezen en hij constateert dat de nieuwsberichten onjuist zijn. De percentages uit bovenstaande quote kloppen niet volgens hem. Laten we dus het paper bekijken. Wat houdt de studie precies in?

De onderzoekers willen weten:

“whether an intimate psycho–demographic trait, sexual orientation, is displayed on human faces beyond what can be perceived by humans. We address this question using a data-driven approach” (p. 8).

Seksuele voorkeur wordt gezien als aangeboren kenmerk van de geest. Het paper begint bij de fysiognomie, de leer die stelt dat je iemands karakter kunt aflezen aan het gelaat. De onderzoekers gaan daarbij snel langs een aantal bezwaren op historische perspectieven hierop (Lombroso bijvoorbeeld), om vervolgens vrolijk te stellen dat zulke verbanden er wel degelijk zijn. Bijvoorbeeld: vrouwen die vroeg in het leven extravert waren, worden later mooier. De onderzoekers citeren allerlei onderzoek waar mensen aan gelaatstrekken kenmerken konden aflezen, zoals politieke voorkeur.

Op basis van prenatal hormone theory (PHT) veronderstellen de onderzoekers een verband tussen gezichtskenmerken en seksuele oriëntatie. Homomannen zouden volgens PHT meer vrouwelijke gelaatskenmerken hebben, terwijl lesbiennes meer mannelijk zouden zijn. Deze biologische kenmerken worden volgens de onderzoekers versterkt door cultuur: homomannen gaan hun haar op een bepaalde manier dragen bijvoorbeeld. Ook hier wordt veel onderzoek geciteerd, en het zijn deze studies die ‘gevoerd’ zijn aan de kunstmatige intelligentie.

Methode
De onderzoekers gebruikten foto’s van datingsites. Ze begonnen met 130.741 foto’s van 36.630 mannen en 170.360 foto’s van 38.593 vrouwen. Let op: de computer baseerde zich dus op meerdere foto’s van dezelfde persoon. De helft was op zoek naar een partner van hetzelfde geslacht en de andere helft zocht een partner van het andere geslacht. Er was dus een gelijke verdeling tussen homo en hetero (als in: wat deze mensen zochten op deze sites). Biseksualiteit wordt genegeerd. Een groot aantal foto’s werd ongeschikt bevonden, omdat er meerdere mensen op stonden of omdat de afstand tussen de ogen te klein was. Daarnaast werden alleen witte volwassenen toegelaten tot de uiteindelijke steekproef. De keuze hiervoor wordt niet beargumenteerd.

Een bestaand deep neural network genaamd VGG Face werd gebruikt. Deze AI ‘vertaalt’ een portretfoto in 4.096 scores, die verwijzen naar gezichtskenmerken (denk aan de vorm van de neus). De steekproef van foto’s werd in twintig delen opgehakt. Negentien ervan werden gebruikt om de AI te trainen, dus aan te leren welke personen op de foto’s homo en welke hetero waren. De laatste set werd gebruikt om te toetsen of de AI het goed had geleerd. De 4.096 gezichtsscores zijn dan de onafhankelijke variabele, en seksuele oriëntatie de afhankelijke variabele.

Resultaten
De accuraatheid van de AI wordt uitgedrukt met een coëfficiënt:

“Across this paper, the accuracy is expressed using the area under receiver operating characteristic curve (AUC) coefficient. AUC represents the likelihood of a classifier being correct when presented with the faces oft wo randomly selected participants—one gay and one heterosexual” (p. 15).

De AI beoordeelde dus een set van twee personen, een homo en een hetero, en moest dan aangeven wie de homo was. Dat is echt iets anders dan raden of een voorgelegde foto hoort bij een homo of hetero – zoals De Morgen stelde:

“Onderzoekers van de universiteit van Stanford ontwikkelden een computeralgoritme dat bij 81 procent van mannenfoto’s correct kon aangeven of ze homo waren of niet”.

Dat klopt niet. De AI kon bij 81 procent van de voorgelegde sets mannenfoto’s correct vaststellen wie de homo was. Dat gold voor 71 procent van de sets vrouwenfoto’s. Het gaat daarbij om een afweging tussen het aantal goed geclassificeerde homo’s en het werkelijk aantal homo’s in de steekproef. De AI was beter in herkennen wanneer er meerdere foto’s van dezelfde persoon werden voorgelegd. De onderzoekers plaatsen daar belangrijke kanttekening bij. In hun steekproef bestond de helft van de mensen uit homo’s en de andere helft uit hetero’s. Dat is niet geval in de Amerikaanse populatie, waar naar schatting 6-7 procent van de bevolking gay is. Toen de AI werd gevraagd een willekeurige steekproef van duizend mensen te beoordelen bleek de computer dat veel slechter te kunnen.

De onderzoekers voerden meerdere studies uit. In een daarvan moesten mensen op basis van de foto’s vaststellen wie van de twee voorgelegde personen homoseksueel was, in de andere ging het alleen om de AI. Welke gezichtskenmerken waren nu het meest veelzeggend voor de AI? Bij homomannen ging het om neus, ogen, wenkbrauwen, jukbeenderen, haarlijn en kin. Bij vrouwen om de neus, mondhoeken, haar en neklijn. Het gaat daarbij om kenmerken die ‘gender a-typical’ zijn: vrouwelijke gezichten voor de homomannen en mannelijke gezichten voor de lesbische vrouwen. Ook hier wordt een culturele bias gereproduceerd, namelijk dat homomannen verwijfd zijn en lesbiennes butch. Je zou de AI eens graag meenemen naar een gay bar. Let op: niet alle gezichtskenmerken zijn biologisch. De AI had geleerd dat lesbische vrouwen minder vaak make-up dragen en dat homomannen beter geschoren gezichten hebben. Bovendien lachen lesbiennes minder vaak op hun datingsiteprofielfoto’s.

Conclusie
De claims die gedaan worden in de nieuwsberichten over dit onderzoek kloppen niet. De journalisten hebben de studie niet goed gelezen of – waarschijnlijker – de fouten van hun collegajournalisten overgeschreven. De ontwikkelde AI kan redelijk goed vaststellen welke van twee personen homo is, als daadwerkelijk een van die twee homo is. De AI doet dat op basis van variabelen die door mensen zijn ingegeven en die culturele ideeën over homoseksualiteit weerspiegelen. Het is dus niet zo dat AI een biologische waarheid heeft ontdekt. De machine reproduceert gebrekkige, menselijke opvattingen en leert de wereld op die manier te zien.

De onderzoekers merken op dat technologie die seksuele voorkeur kan vaststellen levensbedreigend kan zijn. Gek genoeg zien zij dat als reden om precies die technologie te gaan ontwikkelen om, in hun woorden, beleidsmakers te waarschuwen over de accuraatheid van zulke intelligentie. Het is bijzonder bedenkelijk dat zulk onderzoek langs ethische commissies komt en het is gevaarlijk dat nieuwsmedia er niet in slagen correct verslag te doen van deze technologische ontwikkelingen.

Hoe men in 1939 weerstand tegen propaganda onderwees, en wat leert dat ons voor mediawijsheid nu (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Fake news is misschien een nieuwe term, het concept zelf is veel ouder. Opzettelijke misinformatie voor politieke doelen heette vroeger propaganda, een term die gek genoeg in onbruik lijkt geraakt na de val van de Sovjet-Unie. Mediawijsheid is ook een nieuwe term, maar ook hier geldt dat het idee veel ouder is: ook vroeger bedacht men dat je leerlingen kunt wapenen tegen verkeerde of slechte informatie met onderwijs en vaardigheden. Via Twitter kwam ik op een artikel [preview eerste pagina] uit 1939 waarin verslag wordt gedaan van een experiment in het onderwijzen van ‘weerstand tegen propaganda’.

De eerste zin is al veelzeggend:

“Today the school is being increasingly called upon to teach resistance to propaganda” (p. 1).

De auteur is Wayland W. Osborn, hoogleraar pedagogiek. Osborn verstaat onder het weerstaan van propaganda het kunnen identificeren van acties en meningen die bedoeld zijn om de ander te beïnvloeden. Dat komt overeen met huidige opvattingen van mediawijsheid, waar ook de nadruk wordt gelegd op herkennen – van reclames bijvoorbeeld.

Een definitie van propaganda als alleen pogingen een ander te beinvloeden is vrij beperkt. Onderwijs is immers zelf een poging leerlingen te beinvloeden. De auteur is zich bewust van die overlap, en maakt een onderscheid tussen subversieve beinvloeding (propaganda) en het doorgeven van de waarden van de meerderheid (onderwijs). Dit doet denken aan Althusser’s (1970) opvatting van de school als een Ideologisch Staatapparaat. Voorstanders van mediawijsheid doen er goed aan daar ook eens op te reflecteren – maar dat terzijde.

Methode
Kritisch nadenken over informatie kan zich richten op de inhoud of op de vorm: hoe er een appel wordt gedaan op emoties bijvoorbeeld. Het is deze vorm die onderzocht is. Scholieren van zeventien highschools in Iowa werden in duo’s onderzocht, ze zaten in de laatste twee jaren middelbare school.

Beide groepen werden blootgesteld aan propaganda over de doodstraf. Een groep kreeg zes dagen les in Public Opinion and Propaganda tijdens het vak Social Studies, de andere niet. Na drie weken moesten alle scholieren een aantal opdrachten maken en daarna werden toetsen afgenomen.

Resultaten
Het materiaal bleek geschikt te zijn voor deze lessen in social studies, qua interesse, niveau en organisatie. De meerderheid van de studenten die deze lessen had gevolgd kon naderhand gangbare propagandatechnieken beschrijven en kon de stappen opnoemen die nodig zijn om propaganda te weerstaan. De betrokken docenten gaven aan dat ze dachten dat er betere resultaten behaald hadden kunnen worden als er meer tijd was geweest voor discussie in de klas.

De blootstelling aan propaganda had zowel in de controle- als de experimentele groep effect: na het lezen dachten de scholieren anders over de doodstraf. De herhaalde test na een paar weken liet echter zien dat de groep die les had gekregen in propagandatechnieken zich niet beter kon weren dan de controlegroep: ze waren ongeveer evenzeer beinvloed.

Conclusie
De scholieren die les hadden gekregen in propagandatechnieken konden deze wel opnoemen, maar het onderzoek laat zien dat zij hierdoor niet weerbaarder zijn gemaakt: weten hoe beinvloeding werkt maakt je er niet minder vatbaar voor.

De aanbevelingen die Osborn doet zouden rechtstreeks uit een recent onderzoek naar mediawijsheid afkomstig kunnen zijn: we moeten meer onderzoek doen en zulke lessen moeten gedurende een hele schoolcarriere aangeboden worden willen ze wel effectief zijn. Toch is zijn eindnoot anders: dit soort onderricht kan nooit dé oplossing zijn tegen propaganda. Een goede les voor professionals in mediawijsheid.

We spelen allemaal Monopoly verkeerd (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl maar omdat ik het heel herkenbaar vind, maar dan ook zeer herkenbaar, deel ik hem hier graag.

Bij bordspelletjes worden vaak de regels losgelaten. Gezinnen verzinnen eigen variaties op hoeveel legers je krijgt per Risk-kaartje, of hoe kaartjes gelegd mogen worden in Carcassonne. Dat leidt soms tot onenigheid onder vrienden die niet uit hetzelfde gezin komen en die hun eigen regels allemaal de beste vinden. Een video van Today I Found Out gaat in op de regels van Monopoly. Het blijkt dat allemaal al decennialang het spel verkeerd spelen. Wellicht het meest schokkende: Vrij Parkeren doet niks. De meeste mensen stoppen alle betalingen aan de ‘overheid’ in een pot die uitgekeerd wordt als je op vrij parkeren landt. Dat zijn echter zelfverzonnen regels.

Op een rijtje:

  • Vrij parkeren is alleen dat: vrij parkeren.
  • Als je beslist een straat niet te kopen wanneer je erop landt, mogen de andere spelers bieden op die straat. Dit geeft een totaal andere dynamiek aan het spel!
  • Een speler die failliet gaat omdat hij op een straat landt en niet kan betalen, moet al zijn bezittingen afstaan aan zijn schuldeigenaar.
  • Als je op start landt, krijg je geen dubbel salaris.
  • Er zijn maar 32 huizen en 12 hotels. Als die op zijn, kan geen speler meer huisjes of hotels bouwen.

Het opmerkelijke aan deze opsomming is dat die gemaakt is door een Amerikaan, terwijl ik nog nooit met een Amerikaan Monopoly heb gespeeld. Ook in Nederland zijn de regels veranderd tot bijna exact hetzelfde als in de video. Dat roept natuurlijk allerlei vragen op: hoe gaat de verspreiding van nieuwe regels? Is dat via sneeuwbal of roept het spel zelf aanpassing op? Zijn er culturele of geografische verschillen? Is dit eigenlijk al eerder onderzocht? (Zo ja, dan schrijf ik er uiteraard graag over!)

Wie is ‘alt-right’ als je kijkt naar hun taalgebruik? (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

‘Alt-right’ is volop in het nieuws. De aanduiding wordt gebruikt als verzamelterm voor groepen in Amerika. Er is daarbij veel kritiek: is het niet beter om deze mensen extreem-rechts te noemen, of nazi’s? Een probleem daarbij is juist dat de alt-right geen eenduidige groep is – niet in hun politieke ideologie en niet in hun demografische samenstelling (al gaat het merendeels om witte mannen).

Het Alt-Right Open Intelligence Initiative is een onderzoeksgroep voortgekomen uit de Digital Methods Summerschool van de UvA. Deelnemers wilden de alt-right-beweging in kaart brengen. Promovendus Tim Squirrel analyseerde The_Donald, een gemeenschap op Reddit met meer dan 450.000 abonnees. The_Donald is volgens hem de broedplaats van alt-right. Squirrel stelt dat er sprake is van een gedeeld idioom. De alt-right krijgt daarmee steeds meer een gedeelde identiteit.

Squirrel maakte een taxonomie van groepen, op basis van hun taalgebruik. In de blockquotes steeds hun meest gemeenschappelijke woorden.

4chan shitposters
De trollen van 4chan zijn al langer berucht (zie wat wij eerder schreven over 4chan en de relatie met FoxNews). Ze proberen mensen uit te lokken, vaak met racistische en seksistische opmerkingen. Het gaat om trollen: ze doen dat expres om een emotionele reactie op te roepen, waarna ze triomfantelijk roepen dat het allemaal voor de lol was. De 4chan shitposters grossieren vooral in memes en hun woorden verwijzen dan ook naar termen uit memes.

kek, Pepe, deus vult, tendies, God Emperor Trump

Anti-progressieve gamers
Deze groep trollen heeft elkaar gevonden toen ze radicaliseerden tijdens GamerGate. Naast hun liefde voor games, deelt deze groep hun haat voor Social Justice Warriors (SJW), LHBTQs en feministen. Ze praten veel over populaire cultuur omdat ze vinden dat grote mediabedrijven voor hen door de knieën gaan.

SJW, snowflake, pandering, tumblr, feminist, triggering, GamerGate, virtue signalling

Men’s rights activisten
Mannenrechtenactivisten zetten zich niet alleen in voor betere voogdijregelingen voor vaders, ze zijn op Reddit ook fervent antifeministisch (zie TheRedPill). Ze schrijven over hun haat voor vrouwen, die zij schuldig vinden aan hun gebrek aan seks.

females, cuck, bitch, Chad, alpha, beta, omega

Anti-globalisten
Niet te verwarren met de linkse beweging met deze naam. Anti-globalisten op Reddit houden van mensen als Steve Bannon en Sean Hannity, en van complottheorieën. Ze zijn geobsedeerd met George Soros en gebruiken hyperbolische samenzweringstaal die wellicht absurd klinkt, maar die volgens Squirrel steeds coherenter wordt.

globalist scum, the establishment, puppets, elites, masters, George Soros, cultural Marxist

White supremacists
Expliciet racisme is verboden op Reddit en daarom vind je er weinig taal die wijst op aanhangers van witte suprematie. Wel is er sprake van impliciet racisme en codewoorden, waarbij met name de islam het moet ontzien.

Islam, (creeping) Sharia, “deus vult”, “western culture”, various racial slurs

Nieuw: gedeelde identiteit

Deze groepen hadden lang weinig met elkaar te maken en gingen online weinig met elkaar om. Er was simpelweg weinig overeenkomstig. Sinds het presidentschap van Trump is dat veranderd. Er ontstond een gedeelde identiteit rond Trump. Verveelde gamers komen op The_Donald in aanraking met complottheorieën en islamofobie. Er ontstaat ook een gedeeld vocabulaire, woorden die alleen zij gebruiken: MAGA (Make America Great Again) bijvoorbeeld. Het woord dat er met kop en schouders bovenuit steekt is cuck, een afkorting van het archaïsche cuckold. Volgens Squirrel is het zelfs de sine qua non van de Alt-Right.

Cuck verwijst naar “men who allow their partners to sleep with other men (and often find sexual gratification in the humiliation of it)”. Op The_Donald wordt het overal gebruikt, in meerdere betekenissen. Je hebt de cuckservative, conservatieven die te soft zijn en toestaan dat hun land (meestal in Europa) overlopen wordt door moslims. Meestal wordt het echter gebruikt voor linkse types, die dan bijvoorbeeld libcuck worden genoemd. Om het lekker verwarrend te maken wordt soms de betekenis helemaal omgegooid, door Reddit-gebruikers die geen onderdeel van de alt-right zijn en die cuck zeggen om mensen die cuck zeggen te bespotten.

Squirrel waarschuwt dat er steeds meer sprake is van gedeelde haat. The_Donald is, net als andere online alt-right-plekken, een ontmoetingsruimte voor witte mannen van alle rangen en standen. Hoe meer tijd ze met elkaar doorbrengen, hoe meer ze zich met elkaar vermengen. Hij besluit: The alt-right isn’t yet united, but it soon will be.

NB: Een aantal van de woorden uit deze studie zien we ook terug onder Nederlandse rechtse internetgebruikers. Zo publiceerde Paul Cliteur dit weekend nog een stuk op ThePostOnline over ‘cultureel marxisme’.

Ook in het mobiele tijdperk nemen jongeren de nieuwsgewoontes van hun ouders over (Linda Duits)

Oef, Linda Duits is terug aan het bloggen geslagen na een semi-pauze van een jaartje. Deze blog verscheen dus eerst op dieponderzoek.nl.

Klassieke socialisatietheorie stelt dat kinderen leren van hun ouders, en dat kinderen dus ook van hun ouders leren hoe ze nieuws tot zich kunnen nemen. Kinderen groeien op in een media-omgeving gemaakt door de ouders: als zij altijd Het Journaal aan hebben staan, krijgen kinderen dat met de spreekwoordelijke paplepel ingegoten. Oud onderzoek uit de jaren ’70 laat dat duidelijk zien, maar gaat het ook op voor moderne media? Het geluid van radio en televisie kan een hele woonkamer vullen, maar nieuws kijken op mobiel is immers veel meer een individuele aangelegenheid. Bovendien vindt mediagebruik nu niet meer hoofdzakelijk thuis plaats.

In een recente studie [abstract] onderzochten communicatiewetenschappers het nieuwsgebruik van 1505 Amerikaanse jongeren tussen de 12 en 17 jaar oud en dat van hun ouders. De vragenlijst werd afgenomen in 2014. Het onderzoek laat een aantal opmerkelijke resultaten zien. Allereerst dat jongeren het meeste nieuws binnenkrijgen via de televisie, terwijl dat voor hun ouders de computer is. Hoe ouder jongeren worden, hoe meer hun nieuwsconsumptie via mobiel gaat. Verder geldt echter: laten zien heeft meer effect dan aanmoedigen.

Het apparaat doet ertoe
Kinderen die opgroeien in een nieuwsrijke thuisomgeving, zoeken zelf ook meer nieuws op. De sterkste ‘voorspeller’ van televisienieuws kijken onder jongeren is het televisienieuwskijken van ouders. Dat geldt ook voor nieuws via de krant, computer en mobiel: als ouders zelf op die manier nieuws vergaren, voorspelt dat het sterkst of hun kinderen dat ook doen. Voor tablets is het zelfs de enige significante voorspeller. Aanmoediging is niet significant in de modellen. De onderzoekers stellen dat het echt gaat om zien welke apparaten ouders gebruiken:

“General encouragement from parents to follow the news does little to explain the adoption of youth news habits across devices, while the specific news behaviors of parents have much more explanatory power. These results are surprising. Observational learning happens when behaviors are made visible and are positively reinforced. We might expect, given changes to media device usage toward individualized consumption and the rise of the bedroom media culture in the home, that parents’ news consumption would become less important. This is not the case” (p. 14-15).

Volgens de auteurs kan het zijn dat kinderen eerst de apparaten van hun ouders gebruiken, en dus zo in aanraking komen met de apps van hun ouders. Het kan ook zo zijn dat kinderen hun ouders zien (horen) praten over wat ze lezen op hun apparaat. Socialisatie door observatie thuis blijft dus cruciaal.

School en vrienden
Andere vormen van socialisatie doen er minder toe, maar zijn wel van belang. Het gaat dan bijvoorbeeld om het curriculum op school en wat peers doen. Vooral als het goede voorbeeld van ouders ontbreekt, kunnen scholen jongeren aanzetten tot nieuwsconsumptie door ze de juiste vaardigheden en kennis aan te bieden. De invloed van leeftijdsgenoten is moeilijker in kaart te brengen. De onderzoekers legden als stelling voor ‘Among my friends, it’s important to know what’s going on in the world’. Deze variabele is van belang, maar het is lastig uit te leggen hoe dit mechanisme precies werkt. Online gesprekken tussen jongeren gaan over nieuws, vermaak, school, elkaar. Dit vereist nader onderzoek.

De onderzoekers vatten samen:

“As we have seen in previous studies, socialization researchers should recognize that spheres outside the home have an important role to play in shaping socialization outcomes, but even in our contemporary era, the political and news richness of the home environment remains in most cases the most central site for socialization” (p. 15).

Sluikreclame op vlogs flink in het vizier van het Commissariaat voor de Media (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Er gelden strenge regels voor de manier waarop er reclame gemaakt mag worden in de media, maar YouTube is nog steeds een onontgonnen terrein. Dat heeft vloggers in staat gesteld veel geld te verdienen met het aanprijzen van spullen op een manier die op televisie nooit zou mogen. Omdat deze vloggers zich richten op jongeren (en soms kinderen) zijn de zorgen daarover extra groot. Het Commissariaat voor de Media heeft onderzoek gedaan om vast te stellen hoe groot de omvang van sluikreclame is. De conclusie:

“In bijna 90% van de vlogs en clips zijn duidelijk een of meerdere merken of producten te zien. In meer dan 60% van die gevallen komen merken en producten niet terloops aan bod, maar krijgen ze nadrukkelijk de aandacht. Die aandacht is vaak (zeer) positief. Bij meer dan 75% van de video’s waarin merken en/of producten aan bod komen, is onduidelijk of het al dan niet om betaalde aandacht gaat.”

Het Commissariaat heeft nog niet de bevoegdheid hier tegen op te treden zoals het dat wel kan bij radio en televisie. Europese wetgeving is in de maak, maar dat duurt lang. Daarom wordt er nu ingezet op zelfregulering. Het orgaan gaat in gesprek met vloggers, online content creators en multichannel networks (bedrijven die online makers helpen met hun bereik begroten en sponsoren binnenhalen). Ze zullen dus, bij gebrek aan wetgeving, een beroep doen op makers om zich beter te gedragen. Daarnaast willen ze om de tafel met koepelorganisaties op het gebied van opvoeding en mediawijsheid, wat er op wijst dat de verantwoordelijkheid ook bij de gebruiker wordt gelegd. Mediawijsheid wordt vaker ingezet als manier om gebruikers te ‘wapenen’ tegen schadelijke effecten van media, zonder dat makers aan banden worden gelegd.

Niet alle vlogs
Nieuwsuur besteedde aandacht aan het onderzoek van het Commissariaat en er verschenen berichten van de NOS. Hierop reageerden vloggers op Twitter dat de gevonden negentig procent hen erg hoog in de oren klonk. Het is daarom belangrijk goed te kijken naar de gehanteerde steekproef. Eerst zijn op basis van aantallen abonnees de twintig populairste Nederlandstalige kanalen van vloggers en online influencers vastgesteld. Van deze zijn vervolgens per kanaal aselect vijf video’s geselecteerd. Deze steekproef van honderd video’s in totaal is vervolgens geanalyseerd.

Dat betekent dat de uitspraken alleen gelden voor de populairste kanalen. Zij die veel abonnees hebben, gebruiken hun bereik om geld te verdienen met sluikreclame. Dat is een weinig verrassend inzicht. Het gebrek aan wetgeving laat alle ruimte en hoe meer abonnees je hebt, hoe groter de kans dat je onder contract komt bij een bureau. De uitspraken gelden niet voor andere vlogs. Bezorgde ouders doen er daarom goed aan gewoon eens wat vlogs te bekijken van het kanaal dat hun kroost graag kijkt.

Technologie verbetert het dateleven van hetero’s nauwelijks (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

‘Liefde in tijden van Tinder’ is een veelgelezen kop in de media. Het idee is dat technologische veranderingen de manier waarop we daten ook verandert. De eerste aflevering van een nieuw seizoen van de podcast Onder Mediadoctoren neemt die aanname onder de loep, samen met promovendus Jitse Schuurmans. Aan bod komen onder andere de geschiedenis van daten, kenmerken van een ‘kwaliteitssingle’ en de rol van klasse. Er is een interview met Joseph Kearney van gay datingssite Planet Romeo om te zien wat hetero’s kunnen leren van homo’s en een item waarin een anonieme vrouw uit de kast komt als liefdestinderaar.

Meer informatie hier. U kunt zich ook via iTunes of Stitcher op deze podcasts abonneren. De opname is integraal terug te kijken op YouTube

De opkomst van de wat-nu-journalistiek (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Eerder schreven we hier over een studie waaruit bleek dat jongeren conventioneel nieuws niet vertrouwen. De onderzochte jongeren waardeerden het juist wanneer er een duidelijke mening te horen was. Ze vonden het fijn als nieuws geïnterpreteerd werd en wanneer er een oordeel werd gegeven. Programma’s als The Daily Show voldoen aan deze behoefte. Ze zijn “knowledge enabling”: ze staan stil bij het nieuws en plaatsen dat in een context, in plaats van alleen maar informatief te zijn.

Blogs hebben die eigenschap ook en verschillen daarin van conventionele journalistiek. Zo schrijft voormalig journalist Emma Brudner dat journalisten nieuws willen maken, terwijl bloggers anderen willen helpen. Journalisten beschrijven, terwijl bloggers schrijven over hoe dingen zouden kunnen en moeten zijn. Journalisten behoren onzichtbaar te zijn, terwijl bloggers schrijven vanuit hun eigen subjectiviteit. Ook blogs zijn knowledge enabling: dankzij links wordt je verder geholpen.

We leven in een tijd waarin de grenzen tussen blogs en conventionele journalistiek vervagen. Waar sommige sites zich eerst sterk als blog profileerden, noemen zij zichzelf nu een magazine. De toon van artikelen op kanalen als VICE verschilt nauwelijks van die van bloggers, en journalisten zijn meer gaan bloggen. Die vervaging is ook zichtbaar bij Mindshakes, een platform van NRC Media dat zich richt op jongeren. Contentstrateeg Gonny Spijkstra interviewde ontwikkelaar Ward Wijndelts.

Wijndelts legt uit dat Mindshakes ruimte heeft te experimenteren. Ze wilden meer geëngageerd en zelfs activistisch zijn.

“Mindshakes neemt een standpunt in op een onderwerp waarvan wij vinden dat er iets moet gebeuren. We voegen een 6e W toe aan de journalistiek: ‘wat nu?’.”

‘Wat nu’ gaat over implicaties: wat betekent het voor mij dat ik lees? Een bericht wordt dus expliciet politiek gemaakt, en we zien de eigenschappen van blogs boven journalistiek terug. Wijndelts:

“We hebben veel met jongeren gesproken en zij gaven aan geraakt te willen worden. We deden bijvoorbeeld een pretest met een animatie over het Kalifaat, een soort bewegende infographic van het gebied waar IS controle over had, het aantal manschappen, het bruto nationaal product, het aantal tanks, et cetera. De evaluatie was heel negatief. De jongeren gaven aan dat het hen niet raakte, dat het geen verhaal was.

Jongeren zijn vaak goed in staat om tot een relevante timeline te komen, door te volgen en te liken. Maar Facebook heeft geen kwaliteitsfilter, je hebt geen context. Een artikel over de Nobelprijs voor de hoogleraar moleculaire nanotechnologie staat onder een verhaal van een vrouw die claimt kanker te hebben overwonnen door een jaar geen suiker te eten. Daarom besteden wij veel aandacht aan de bronnen, we laten zien hoe grondig we zijn, om zo weer het vertrouwen op te bouwen. We praten terug, onderbouwen en zijn transparant.”

De strategie van Mindshakes lijkt zo heel idealistisch, maar dat idealisme is ingegeven door commerciële overwegingen: content die impact achterlaat wordt meer gedeeld. Uiteindelijk verdient Minshakes geld met branded content. Meer hierover in het gehele interview.

Lees ook: 

Objectieve journalistiek is een recent, onhaalbaar en onjuist ideaal

NRC lokt jongeren met coke naar kwaliteitsjournalistiek

Koop kartonnen Dorito-chips voor vrienden die niet gaan stemmen (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Doritos heeft in de VS een nieuw soort chips op de markt gebracht van karton. Dat schrijf ik niet omdat ik Doritos niet lekker vind (al klopt dat wel), maar omdat de chips letterlijk van karton zijn. De zak is bedoeld om aan een van je vrienden te sturen die niet geregistreerd staat om te stemmen. De chipsfabrikant werkt daarbij samen met Rock The Vote, een organisatie die erop gericht is om jonge mensen over te halen zich te registreren zodat ze kunnen stemmen bij de verkiezingen. Rock The Vote – de hippige naam verklapt het al – zet daarbij al jaren sterk in op populaire cultuur als een middel om hun boodschap te verspreiden.

Daarnaast heeft Doritos een campagne lopen waarbij consumenten worden aangemoedigd te stemmen op één van hun twee populaire smaken:  Nacho Cheese in een speciale rode verpakking en Cool Ranch in een blauwe. Doritos is uiteraard niet het enige merk dat inhaakt op de presidentsverkiezingen. Maar deze campagne verhult mooi hoe weinig er eigenlijk te kiezen is: Doritos is onderdeel van Frito-Lays dat de chipsmarkt domineert. ‘The boldest choice is making a choice’ is de bijbehorende slogan. Wij hebben geen idee wat dat betekent, maar het klinkt leuk.

De campagne loopt goed. De chips zijn in ieder geval op.