Help, de jeugd drinkt en rookt minder!

De titel is ironisch, maar vandaag is verbraving van de jeugd het thema in verschillende artikels in de media. De aanleiding is het nieuwe ESPAD-rapport dat aantoont dat de Europese jongeren minder roken en drinken (alhoewel dat bijvoorbeeld in België het comadrinken te traag daalt).

Je zou nu kunnen denken dat dit goed nieuws is, maar we maken ons toch zo graag zorgen. De onderzoekers zelf geven in hun perstektst en rapport voorzichtig aan, dat ze vrezen dat de verslavingen zouden verschuiven naar online platformen. Er is wel degelijk een toename van online gokken waar we beducht moeten voor zijn. Maar er zou ook misschien wel eens sprake kunnen zijn van – goed opletten – Facebook-verslaving. Ik hoop bij dit laatste dat het een pars pro toto is, want horen we nu al niet jaren dat Facebook op zijn retour is bij jongeren? De correlatie die gesuggereerd wordt in deze titel lijkt me sowieso moeilijk hard te maken door dit rapport.

In een opiniestuk vandaag in Het Nieuwsblad wordt zelfs de vraag gesteld of deze verslaving niet erger is dan af en toe wat drinken?

Zonder de enkelingen die compulsief gamen of online zijn te willen loochenen, vraag ik me serieus af of we ons niet te graag zorgen maken in onze jeugd? Als ik me zorgen zou maken, dan is het effectief over het nog steeds te frequent voorkomen van comazuipen en zou ik me verder focussen op nog beter doen.

Zeer leuke podcast over onderwijsmythes met Casper, Paul en mezelf

Paul, Casper en ikzelf werden gevraagd of we wilden meewerken aan een onderwijspodcast. Natuurlijk, en het fijne resultaat staat nu online! Je kan hier meer info vinden over deze podcast. (p.s.: de volgende zal over de maker-beweging en onderwijs gaan!)

Een klein lofdicht op “Het geheim van de Meester”

Toen ik de aankondiging van “Het geheim van de Meester” zag, heb onmiddellijk de digicorder geprogrammeerd. Spijtig genoeg kan een digicorder al snel het digitale equivalent van de stapel te lezen boeken naast je bed worden. Gisteren eindelijk enkele afleveringen bekeken en ik ben om. Wat een fijne benadering om kunst bij een grote publiek te brengen.

Voor wie het programma niet kent, dit is de trailer:

Het idee lijkt te eenvoudig voor woorden: laten we in een team een meesterwerk proberen na te maken, maar al doen ontdekt men op welke problemen de oorspronkelijke artiest botste. In het geval van Mondriaan, ontdekt je het koortsige zoeken van de kunstenaar en werd moderne kunst opeens een stuk bevattelijker. Alles wordt wel gekruid met wat tv-ingrepen (ze moeten het doen in 5 weken, de zoektocht naar tape,…), maar deze leiden niet af en maken het wellicht toegankelijker.

Is het perfect? Nee, het is geen meesterwerk (pun intended), je merkt dat er soms delen van het verhaal weggelaten worden in de montage (de punaise-gaten in het werk van Mondriaan, het al dan niet uiteindelijk gebruiken van loodwit,…). Maar tegelijk: beste Canvas, neem het format graag over. We hebben hier ook meer dan genoeg meesters met geheimen!

Mijn stuk voor De Morgen: Wat moet je vandaag nog studeren?

De Morgen vroeg me of ik een opinie wou schrijven over die 100000 studenten die een zinloze richting zouden studeren. Minister Crevits schreef trouwens hier ook een opinie over in De Standaard.

Studenten blijken hun keuze in het hoger onderwijs steeds later te maken. En dan helpt een bericht zoals gisteren niet echt: meer dan 100.000 studenten zouden momenteel hun tijd verdoen in een studierichting die in feite zinloos is, omdat binnen 20 jaar hun job toch door robots wordt vervangen. Los van de vraag wie dat werk de komende 20 jaar dan zal moeten doen, klinkt het behoorlijk alarmerend van het consultantiebedrijf dat hiermee de media haalde (DM 15/9). Gelijkaardig onderzoek door de OESO kwam veel lagere cijfers uit.

Jobs veranderen constant – we hebben nu bijvoorbeeld nog weinig klompenmakers nodig. In de vaak geciteerde Oxford-lijst scoren bijvoorbeeld nu barmannen en accountants hoog op het ‘te verdwijnen’-lijstje. Met de huidige afdankingen in de verzekeringssector lijkt dit laatste niet zo ver bezijden de waarheid. Maar het verhaal is complexer. Het oorspronkelijke rapport bekeek de vraag of technologie een job zou kunnen overnemen. Dan is het echter nog niet zeker of we dit wel zullen willen.

De koffiedame op kantoor is inderdaad vervangen door een apparaat, maar een café of restaurant zonder menselijke interactie, willen we dat wel?

Een heel andere vraag is of we de robots niet zullen nodig hebben om mogelijke tekorten op de arbeidsmarkt te lenigen. Het Westen vergrijst – of beter ontgroent – zienderogen. De economische motor die de stijging van het aantal 18-jarigen tot voor kort was, is al een paar jaar wellicht voorgoed stilgevallen.

Net daarom wordt de uitdaging van een juiste studiekeuze nog prangender. Zo is er – los van robots – ook een mismatch tussen wat jongeren kiezen in het onderwijs en wat de arbeidsmarkt nodig heeft. Agoria, federatie van technologiebedrijven, was vorige week blij dat steeds meer jongeren voor STEM-richtingen (science, technology, engeneering & mathematics) kiezen, maar nog lang niet genoeg. Jobs die niet ingevuld raken omdat men niemand kan vinden terwijl anderen geen werk vinden, is pijnlijk. Het geeft spanning aan tussen ‘volg je passie’ en ‘kies voor zekerheid’.

Wat zijn mogelijke oplossingen? Eerst en vooral het belang van goede oriëntatie, niet toevallig een centraal thema in het huidig onderwijsdebat. Correcte informatie en een brede blik kan een verzoening betekenen tussen passie en zekerheid. Onbekend is te vaak onbemind. Tegelijk is het belangrijk dat jongeren beseffen dat een diploma een startbewijs is, maar dat ze wellicht veroordeeld zullen zijn tot levenslang leren en dat hun loopbaan verschillende veranderingen zal kennen.

Net daarom is de nodige aandacht voor brede vorming én brede kennisbasis in opleidingen in zowel het secundaire onderwijs als in het hoger onderwijs naast beroepsinhouden cruciaal. Studenten zijn hier vaak geen vragende partij, de vraag ‘waarom hebben we dat nodig?’ duikt al snel op. De ironie is dat net die breedte hun redding kan betekenen als de job die ze ooit zullen doen, verdwijnt of ingrijpend verandert. Een dergelijke, degelijke brede vorming binnen een beroepsgerichte aanpak kan jongeren wapenen om met verandering om te gaan.

En o ja, nog dit voor de jongeren die nu dringend hun studiekeuze moeten maken. Als je naar de Oxford-lijst kijkt en daar toch belang wil aan hechten, dan zie je nog steeds zeer diverse beroepen als huisarts, leerkracht in het secundair onderwijs, psycholoog, architect, electricien staan. Keuze genoeg.

Evolutie van leerlingenaantallen in derde graad ASO, TSO en BSO (oa stijgende genderkloof)

Gisteren stond er in de kranten dat het aantal studenten die naar de universiteit gaan opvallend daalt, terwijl het aantal studenten in de hogescholen quasi status quo blijft. De verklaringen zijn wellicht divers (zalmmodel, voortgangsmaatregelen die strenger zijn aan de universiteiten, technische richtingen die in de lift zitten en die vaak op hogescholen gegeven worden,…) maar ik vroeg me af of er ook geen evolutie in de leerlingenaantallen die afzwaaien in het secundair onderwijs aan de basis kan liggen. Stel je voor dat er minder leerlingen afstuderen in het ASO (Algemeen vormend secundair onderwijs) en meer in het BSO (beroepsgericht secundair onderwijs), dan zou dit – mee – een verklaring kunnen zijn.

De overheid heeft een tool waarmee je dit zelf kan nakijken, de dataloep, en dus keek ik even naar de evoluties van de leerlingenaantallen in de derde graad ASO, TSO (Technisch secundair onderwijs) en BSO:

3degraadtotaal

Wat valt op? Het aantal leerlingen in het ASO blijft grotendeels gelijk, enkel bij het BSO zien we recente stijging.

Maar deze cijfers verbergen misschien verschillen in geslacht:

ASO
3degraadaso

Dit is echt opvallend. Het aantal meisjes in het ASO neemt traag maar gestaag toe, tegelijkertijd daalt het aantal jongens steeds verder (en zijn er sowieso een pak meer meisjes dan jongens in het ASO).

Die kloof bestaat ook in het TSO, maar omgekeerd:
3degraadtso

En idem in het BSO:
3degraadbso

Mijn mogelijke verklaring is dus wellicht fout, alhoewel ik de stijging in het BSO wel correct had ingeschat. Een andere verklaring die ik de voorbije 24u hoorde, namelijk de denataliteit – er zouden minder 18-jarigen zijn dit jaar – kan je wel op basis van deze grafieken nuanceren.

Wat me bij deze opzoeking echter het meest frappeerde, is hoe in het ASO de genderkloof stelselmatig toeneemt. We horen wel vaker praten over het ‘jongensprobleem’. Je moet dit een stuk nuanceren, het is niet alsof er geen jongens meer in het ASO zitten, maar de tendens naar meer hogeropgeleide vrouwen dan mannen zie je al duidelijk in het secundair onderwijs.

Tiktak, tiktak, tiktak… (over inschrijvingscijfers hoger onderwijs)

Vandaag in De Standaard een groot artikel over inschrijvingscijfers in het hoger onderwijs, waarbij zowat alle universiteiten klappen lijken te krijgen, maar de hogescholen behoorlijk status quo blijven. Het kleine artikeltje naast het hoofdartikel is echter zeer belangrijk voor het (secundaire) onderwijs.

Ik citeer even:

Klassieke hogeschoolopleidingen, zoals die tot leerkracht in het secundair onderwijs (– 8 procent) of sociaal werk (– 9 procent) gaan erop achteruit.

Dit is een enorme daling voor leerkrachten secundair onderwijs. En dit is voor het zoveelste jaar op rij. Ondanks de herhaalde boodschap dat het lerarentekort zeer reëel wordt.

Er is een trage maar zekere tijdbom aan het tikken… Maar hoe gaat het ondertussen met de ontmijningsdienst?

Een eerste vlog: onderwijs heeft meer gadgets uit de jaren 80 nodig!

Het digitale Like To Share-magazine vroeg me of ik niet een jaartje wou vloggen voor hen. Heb er even moeten over nadenken, maar zei uiteindelijk ja. Je kan het hele magazine hier bekijken, maar mijn eigen bescheiden bijdrage vind je ook hieronder.

Ben jij al gestart?

Als je al een tijdje les geeft, kom je overal oud-studenten tegen. En als je een van deze ondertussen mannen of vrouwen ziet rond deze periode, is de typische vraag of ze al gestart zijn.

Dit weekend kreeg ik als antwoord ‘Nee, spijtig genoeg.’. 8 jaar afgestudeerd, les gegeven in 10 scholen en dit jaar niet gestart. En dat laatste is niet uit vrije keuze, laat me duidelijk zijn.

De reden waarom ze niet kon starten op de school waar ze voor de zomer nog les gaf, was zuur. Geen enkele klacht over haar, integendeel, maar… ze werkte nu al een tijdje op die school en samen met een collega kwam ze in de gevarenzone om een vaste positie te krijgen. De school wist echter niet zeker of ze op lange termijn van haar diensten zou kunnen gebruik maken, dus nam men het zekere voor het onzeker: ze werd vervangen door een pas afgestudeerde.

Er komen hier 2 problemen samen:

  • Het is natuurlijk erg voor de leerkracht die op 1 september niet kon starten en na 8 jaar les geven nog nergens staat. Het is bewonderingswaardig dat ze er nog steeds voor wil gaan – ze geeft graag les – en kijkt of ze een extra vak bij kan studeren om zo een beter aanbod te zijn voor scholen. Dergelijke verhalen zijn wel een van de redenen (niet de enige) waardoor jonge lesgevers onderwijs verlaten.
  • Ik kan het beleid van de school wel degelijk begrijpen. Ze kijken op langere termijn en houden rekening met de huidige regelgeving. Maar tegelijk is het belangrijk te beseffen dat een verloop van leerkrachten vaak geassocieerd wordt met slecht leerrendement. Het is positief dat de jonge, nieuwe leerkracht ervaring kan opdoen, maar je hebt genoeg ervaren lesgevers nodig.

De lerares die ik dit weekend sprak, is geen uniek geval. De voorbije weken doken verschillende van dergelijke verhalen op in de media. Het nieuws vorige week vrijdag was echter niet zo goed. De voorbije week werd dit schooljaar aangekondigd als het jaar van de leerkracht, omdat onder andere het loopbanendebat dit jaar zou moeten worden afgerond.

Wat blijkt? Wat voor de koepels zowat een minimum is in de onderhandelingen, vastbenoemde leerkrachten niet langer aan één school verbonden, maar aan een schoolbestuur, bleek voor de vakbonden ‘bijna’ een breekpunt. De Morgen voegt er aan toe dat de toon bij alle bevraagden pessimistisch was. Net zoals ik de school en de lerares kan begrijpen, kan ik zowel de koepels als de vakbonden begrijpen. Voor de koepels is de bestuurlijke schaalvergroting een belangrijke dynamiek die ze op gang willen zetten om onderwijsbesturen te professionaliseren én ze doen dit in de hoop jonge leerkrachten meer houvast te kunnen bieden. Tegelijk zijn de vakbonden niet onrealistisch in hun vrees dat in dergelijke grote samenwerkingsverbanden, de letterlijke afstanden te groot kunnen worden waardoor je opeens 60 kilometer verder moet werken waardoor de job voor iemand met bijvoorbeeld een gezin op een andere manier moeilijk werkbaar wordt. Of beter: 60 minuten verder. In ons land zijn de afstanden vaak niet groot, de tijd die je erover doet vaak wel…

Ik hoop vooral dat alle betrokkenen eruit raken, want in tijden van lerarentekorten – vaak regionaal gespreid – kunnen we niet morsen met mensen die voor de klas willen staan. In Nederland hoor ik nu hier en daar zelfs spijt omdat onderwijs de voorbije jaren jonge leerkrachten niet aannam terwijl ze niet echt nodig waren, om die jonge krachten zo aan onderwijs te binden. Het zou het tekort aldaar vandaag ietwat gelenigd hebben. Ik wens ons allen een loopbanenpact toe dit schooljaar, we hebben het nodig.

Wat je best zegt als je een startende leerkracht of een student in een lerarenopleiding ziet…

De media gaan stilaan in onderwijsmodus in Vlaanderen en draaien al op volle toeren in Nederland. Ik wou een stukje schrijven hoe ik me erger hoe er weer af en toe over leerkrachten gesproken wordt, soms onderhuids soms openlijk. Ik erger me omdat ik dan zie hoe de volgende dag het moreel bij mijn studenten weer een pak is gedaald. En ondertussen dalen de cijfers in de opleiding gestaag, terwijl een lerarentekort een meer dan reële dreiging is.

Maar ik wil positief zijn, en dus deze tekst als alternatief: wat je best zegt als je een startende leerkracht of student in een lerarenopleiding ontmoet:

Bedankt dat je dit doet, we hebben je nodig.

En als je wat meer tijd hebt? Dan mag je gerust dit ook zeggen:

Ik weet dat je soms vragen krijgt of je niks beter kon vinden,
terwijl het een van de mooiste beroepen is die er bestaat:
kinderen oppikken in hun wereld en dan die wereld openbreken.
Ik ben jaloers dat jij het wonder van het schrijven van een eerste woord mag zien,
of letterlijk op het gezicht van een kind mag zien hoe het plots een inzicht krijgt.

Ik weet dat mensen over vakantie zullen beginnen,
terwijl je gewoon je overuren opneemt.

Ik weet dat mensen zullen zeggen dat het een tweede of derde keuze voor je was
(wat meestal niet zo is, trouwens),
maar elke goede leerkracht is welkom.

Bedankt dat je onze kinderen zult troosten, helpen én terechtwijzen.

Ik zal als ouder kritisch zijn, maar niet blind de kant van mijn kind kiezen,
horen wat je zegt en gemaakte keuzes proberen te begrijpen,
en samen komen we er dan wel uit.

Bedankt dat jij het wil doen. Ga ervoor!

Ik wou dat meer mensen deze keuze maakten.

En voor iedereen die iets dergelijks van mij of mijn collega-lerarenopleiders wil horen, je kan je nog inschrijven voor de lerarenopleiding. Weet dat we de lat hoog leggen voor we je op kinderen loslaten, maar je zou zelf niet minder willen als leerkracht.

Beste studenten, tot in september!

Tablets zijn ‘out’ bij jongeren, wat betekent dit voor onderwijs?

Gisteren bleek uit een artikel uit de Tijd dat volgens onderzoek van Google en TNS dat de populariteit van tablets bij jongeren spectaculair is afgenomen. De smartphone wint zelfs nog terrein, is persoonlijker dan de iPad of andere toestellen.

Wat kan dit betekenen voor onderwijs, waar bijvoorbeeld in de VS Chromebooks en andere laptops terug veld winnen tegenover tablets?

In eerste instantie helemaal niks. Het is niet dat het toestel nu opeens een pak minder kan daarvoor. Of technologie populair is of niet, zegt niets over potentiële meerwaarde of niet. Je zou nu hier een groot stuk kunnen verwachten waarom we tablets nu moeten bannen, maar dat is even fout als zeggen dat we tablets moeten invoeren omdat ze populair zijn. Dus alle scholen die nu inzetten op tablets en waar het goed gaat: keep calm and carry on.

Maar het is belangrijk te beseffen dat in tweede instantie deze cijfers bevestigen dat populariteit van een bepaalde technologie de slechtst mogelijke reden is om deze technologie in onderwijs in te voeren.

Het is handig dit in het achterhoofd te houden de komende jaren als het gaat over virtual of augmented reality of welke andere technologie er aan komt. De meerwaarde voor leren is cruciaal, niet het nieuwe of het hippe.