Ik vertik het!

Ik vertik het om de moed te verliezen, maar het is moeilijk.

Ik vertik het niet naar de Gentse Feesten te gaan die vandaag beginnen.

Ik vertik het niet naar Frankrijk te gaan, laten we het land niet een zoveelste tik geven.

Het is zo dat 1 idioot ongelooflijk veel doden kan maken met een vrachtwagen als moordwapen.

Het is zo dat als ik vorige week Werchter verliet, dat ik – eenmaal uit de ‘veilige zone’ even dacht hier zou vanalles kunnen misgaan.

Het is zo dat ik een rare kriebel in mijn buik had toen zondag mijn oudste zoon naar Brussel vertrok op kamp. Je weet wel, Brussel…

Gelukkig won de ratio.

Want ik wil niet bang zijn, maar het is moeilijk.

Ik wil het vertikken.

Voor wie in Nice iemand verloor: ontzettend veel sterkte.

Voor mijn stadsgenoten: een goede Gentse Feesten.

Voor iedereen: wij zijn met veel, veel meer goede mensen dan de terroristen.

Kleine frustratie in tijden van Netflix, Yelo, enz.

Nee, dit wordt niet een vroeger was het beter blogpost, maar de voorbije weken botste ik op een kleine frustratie in deze tijden van Netflix, Yelo en andere streamingdiensten, zeker nu de laatste videotheken sluiten: we raken de toegang tot een deel van ons filmgeheugen kwijt. Of beter: we zijn overgeleverd aan de keuzes van enkelen als het over makkelijke toegang tot een collectief filmarchief gaat.

2 concrete voorbeelden:

  • Mijn jongens zijn nogal wild van het liedje Convoy uit de jaren 70. Ooit ontdekten ze deze song in mijn iTunes-bibliotheek en het werd herdoopt in het Cowboy-lied. De song was de inspiratie voor een gelijknamige film waarvan ik als tiener de VHS-tape zowat heb stukgekeken. Ik wou de film herbekijken, maar dit bleek niet evident op legale wijze. Via streamingdiensten alvast geen succes, kan hem wel via de iTunes-store kopen of huren (maar zonder Nederlandstalige ondertitels).
  • Vandaag deelde een kennis op Facebook een compilatie uit de Pink Panther films. Voor alle duidelijkheid: de originele met de legendarische Peter Sellers en niet de ietwat duffe remakes met Steve Martin. Perfecte films voor op een druilerige herfstzomernamiddag. Maar terug ontdek je al snel hoe beperkt het aanbod is van de streamingsdiensten (en terug wel de mogelijkheid via iTunes).

Voor de opkomst van de videotheken was het sowieso kijken wat de tv schaft, maar in de jaren 90 en bij het begin van deze eeuw kon je zeker in de stad de grootste filmklassiekers makkelijk te pakken krijgen. Zo kon ik mijn vrouw in spe bvb ooit de fantastische films Adam’s Rib of Roman Holiday tonen. Films die voor Netflix of Telenet (de streamingdiensten waar ik toegang tot heb) niet interessant zijn. Wellicht omdat ik maar een van de weinige freaks ben die deze films nog wil zien. iTunes scoort beter, maar het bedrag loopt op en ook dit aanbod is zeer zeker niet sluitend.

We hebben het vaak over beperkt aanbod als het gaat over muziek met songs die enkel op Spotify, Tidal,… staan of net niet op die media staan. Deze streamingaanbieders zijn heel slim in hoe ze je navigeren naar wat ze wel in hun aanbod hebben, om zo te verhullen wat ze allemaal niet hebben.

Een dergelijk uitgebreid archief is wellicht ook niet commercieel rendabel, maar net tegelijk daardoor zie ik een belangrijke rol voor bvb bibliotheken: een collectief aanboorbaar geheugen.

Mogen we alle breinstudies weggooien?

Vanmorgen werd ik wakker en een van de eerste dingen die ik las was deze tweet:

Dit kon inderdaad groot nieuws zijn en de hele dag zag ik hoe het nieuws over dit onderzoek, Cluster failure: Why fMRI inferences for spatial extent have inflated false-positive rates, zich verspreidde. Zelf bleef ik enigszins voorzichtig, want als je een tikkende bom ontdekt wil je eerst wel weten hoe het zit. Maar tegelijk wel met het besef dat het effectief een tikkende bom kon zijn. Maar… eerst en vooral gaat het enkel over fMRI-software en dat is niet de enige manier waarop breinonderzoek gebeurt. En wat betekent de fout in de software precies? Het mogelijk voorkomen van meer vals-positieven. Dit wil concreet zeggen dat bepaalde regio’s wel oplichten op de scan, maar dat ze niet betrokken zijn bij de actie. De onderzoekers geven aan dat 40000 (!) onderzoeken mogelijk betrokken zijn.

Al snel bleek dat ook Neuroskeptic met een blogpost over het onderzoek bezig was en als een van de best geïnformeerde wetenschapsjournalisten (en anonieme neurowetenschapper) was ik heel benieuwd naar zijn commentaar. Die is er nu en mijn eerste bedenking was correct, maar er is meer.

Het nieuws is namelijk niet helemaal nieuw (het voorkomen van fouten in de software zou al in 2012 aangekaart zijn), maar er zou nu wel een nieuwe bug in een bepaald software-pakket ontdekt zijn. Dit wil dus zeggen dat er een deel van de onderzoeken met nieuwe, mogelijke valse positieve besmet zijn.

Is dit serieus? Ja. Is dit dodelijk zoals dit artikel aangeeft? Nee. Moeten we alles wat we vandaag over het brein denken te weten weggooien? Nee.

Het potentieel voorkomen van valse positieve resultaten bij 70% van de specifieke onderzoeken wil niet zeggen dat alles wat op de scan oplichtte incorrect was. Wel dat we niet zeker weten welke misschien niet correct zijn. En dat is het probleem.

Wat betekent dit voor de klaspraktijk? Tja, hoe vaak hebben we vandaag al breinonderzoek kunnen gebruiken in onderwijs? Miskijk je niet op hoe vaak het woord brein voorkomt, in combinaties met -wijzer, -didactiek,… Zoals Daniel Willingham in het boek dat ik net hertaalde aangeeft (subtiel, he, deze reclame), heb je meestal brein niet nodig voor wat er verteld wordt.

Hattie-bashing en het CPB-rapport

Het CPB had wellicht niet zoveel discussie verwacht na hun rapport, maar de behoorlijk eenzijdige keuze voor onderwijseconomische onderzoeken roept vragen op. In een rand van de discussie duikt veel kritiek op John Hattie op. Vandaag in de Volkskrant verwijst het hoofd van het CPB naar een bekentenis als zou Hattie toegegeven hebben dat de helft van zijn resultaten niet kloppen. Als je dit stuk met Theo Wubbels leest zal je zien dat het een pak genuanceerder is dan dat. Ik ontdekte zelf ook al fouten in het werk van Hattie, maar zou nooit verwachten dat een organisatie zoals het CPB naar het boek Visible Learning als primaire bron zou krijgen. Voor ons eigen werk keken we zelf ook naar de bronnen die Hattie zelf gebruikte (en meer). Het is een goed startpunt en zelfs de wetenschappelijke critici geven aan de de volgorde van belang wellicht klopt.

Maar als het gaat over abilty grouping en Hattie, wordt er niet per se verwezen naar zijn Visible Learning werk, maar de man werkte zelf mee aan meta-studies (zie oa hier) over het onderwerp en met resultaten die in de lijn liggen van verschillende andere studies.

Eigen kritiek wegzetten door andere te bekritiseren, is menselijk. Ik vind zelf dat het rapport van het CPB nu ook wel heel snel weggezet wordt, terwijl er wel degelijk zeer relevante en interessante inzichten in zitten. Misschien is het definitieve karakter dat het in een eerste instantie meekreeg, wel de grootste oorzaak van de huidige storm.

Die ochtend in de krantenwinkel: weer discussies over iPad-scholen

Gisteren stond er een groot interview met Maurice De Hond in de Volkskrant over 4 jaar Steve Jobsscholen. In het artikel reageert hij geprikkeld op kritiek van Paul Kirschner en Casper Hulshof die hij kamergeleerden noemt. Voor alle duidelijkheid, ik heb een directe band met zowel Paul als Casper, en ik doe ook aan wetenschap. Maar omdat ik niet de hele tijd dromend uit het venster kan kijken, ga ik toch maar wat schrijven.

Probleem is namelijk dat er veel zaken door elkaar en op elkaar gegooid worden. Maurice De Hond herleidt zo kritiek tot tegenstanders, maar tegelijk wordt hij zelf ook vaak nogal persoonlijk weggezet. Laten we deze stap hier overslaan.

Er zijn drie elementen die ik wil bespreken die best onderscheiden worden: de redenen waarom je onderwijs moet veranderen, het gebruik van technologie in onderwijs en de discussie over een verdienmodel.

Persoonlijk heb ik vaak moeite gehad met de argumenten die Maurice De Hond aanhaalt om onderwijs te veranderen. Minder omdat het idee vertrekt vanuit de persoonlijke anekdote van zijn dochter, omdat alle goede ideeën vertrekken vanuit een aanleiding. Maar dan is het handig om te falsificeren, het proberen te kijken of je vermoeden niet makkelijk kan weerlegd worden.Het voordeel en tegelijk nadeel van wetenschappers is dat ze hun theorie moeten aanpassen als die falsificatie slaagt. Voordeel omdat je zo vooruitgaat, nadeel omdat het minder sexy is dan een overtuiging. En terwijl er wel degelijk elementen inzitten waar De Hond een punt heeft kunnen een pak dingen weerlegd worden, dat kan heel zeker. Het steeds terugkomende argument dat iemand nog niet is komen kijken, geldt hier niet. Het antwoord “omdat ik dat denk” zonder verdere onderbouwing liever ook niet.

De iPad en de bijhorende technologie komen steeds weer terug als argument pro en contra. Probleem is echter dat het niet het ding is, maar wat je met het ding doet. Dit is de echte conclusie van het OESO-rapport waar Maurice De Hond naar verwijst in het interview. Er zijn recentere studies zoals dit onderzoek van MIT die ogenschijnlijk wel zeer negatief uitvallen voor laptops en tablets, maar ook hier kan je makkelijk opwerpen dat men de technologie in een klassieke aanpak integreerde en het daarom een negatief effect heeft. Maar tegelijk zien we dat tablets wel degelijk op de terugweg zijn. Het is moeilijk in te schatten of dit is omdat we in de dip van de Hype Cycle zijn of omdat het effectief bijvoorbeeld het toestel te veel zou zijn naast mobiele telefoon en laptop. Merk trouwens op dat scholen en schooldistricten die afstand namen van de iPad vaak overschakelen op laptop of Chromebook, het is geen argument tegen technologie. Ik zit zelf niet in het kamp dat tegen technologie in onderwijs is, bij mijn weten Paul en Casper ook niet. Meer nog: ik heb een heel verleden én hopelijk een hele toekomst met experimenten als docent met technologie in mijn eigen lespraktijk. Casper schreef ooit dit stuk over de Steve Jobsschool en je zal merken dat hij minder kritisch is dan je denkt. Ik schreef zelf dit artikel in Pedagogische Studiën over de tablet-discussie om aan te tonen dat heel vaak het debat niet over technologie maar over een visie op onderwijs gaat die veel verder teruggaat dan swipen en die als gesprek een waarde op zich heeft.

Komen we bij de derde element en het punt waar de opiniepeiler in het interview met Rik Kuiper het ongemakkelijkst lijkt op te reageren: geld, onderwijs en zakendoen. Het concept van de Steve Jobsscholen wordt ten gelde gemaakt door export naar andere landen. Kuiper rekent voor “een school met 200 kinderen levert ‘ 200.000 euro/jaar op.” Dit hoeft niet per se slecht te zijn, De Hond is hier niet de eerste in en zal zeker niet de laatste zijn. De commercialisering en economisering van onderwijs is wereldwijd een ruimer gegeven. Het is echter wel de vraag of we dit moeten willen, verschillende debacles (zoek even Pearson, LA en iPads op en huiver of check dit verhaal over Zweden) zijn argumenten voor voorzichtigheid. Maar terug: deze discussie overstijgt specifiek de opiniepeiler. Specifiek voor het verhaal van Maurice De Hond is het wel zo dat je als lezer al snel met een ‘Wij van WC-eend‘ gevoel zit, en dan helpen anekdotes te weinig. En zo zijn we terug bij het eerste punt.

Lessen uit Nederland voor Vlaanderen van OESO en meer…

Gisteren verscheen deze column van Aleid Truijens in de Volkskrant. Haar column is gebaseerd op onder andere het rapport dat de OESO maakte over Nederland waar ik ook al eerder over berichtte.

Er zitten toch enkele opvallende lessen in over zaken die we hier van plan zijn in deze column, bijvoorbeeld:

  • de grote vrijheid zonder toezicht van grotere schoolbesturen die autonomie van de directie in het gedrang kunnen bengen,
  • het minimale effect van vroege taallessen als de leerkracht er niet goed genoeg is voor opgeleid en er niet genoeg aandacht aan besteed wordt (zie ook hier en hier voor het eigenlijke rapport),
  • vroege selectie,

Er zijn ook een pak verschillen tussen Vlaanderen en Nederland. Bij ons blijkt uit PIAAC dat vooralsnog bij ons niet de zwakste profielen kiezen voor onderwijs, maar tegelijk kiezen wel steeds minder jongeren voor dit mooie beroep. En we hebben nog andere uitdagingen als het over leraren gaat, zeker als het over startende leerkrachten gaat. Bij de komende discussies is het dus handig om zoveel mogelijk geïnformeerd te zijn…

Over onderzoek…

“Ik heb een idee en jullie moeten dat bewijzen!” De zelfverklaarde onderwijs- en innovatiegoeroe roept het uit. Geduldig leg ik hem uit dat wetenschap zo niet werkt. Je kan wel iets onderzoeken, maar de kans bestaat dat men dan ontdekt dat wat hij beweert niet werkt of niet correct is. Hij repliceert met even luide stem dat we dan wellicht iets zullen fout gedaan hebben, omdat hij zeker is dat het werkt. Ik zucht.

De man is niet alleen. Ik heb zelfs wetenschappers zelf al dergelijke uitspraken horen maken. Alhoewel het misschien bij hen minder fout is dan je denkt. Als je iets niet kan bewijzen, toch volharden om een bewijs te vinden, het kan zelfs mooi zijn. Maar de wetenschapper weet ook dat als hij of zij wel positief resultaat vindt, dat andere wetenschappers dit grondig zullen controleren en mogelijk zelfs zullen weerleggen. Het is wat het verschil maakt tussen de kreten van een goeroe en het voortschrijdend inzicht van de wetenschapper.

Waarom begin ik hierover? Omdat wetenschap momenteel een publiek debat is geworden door een op zijn minst ongelukkige uitspraak van minister-president Geert Bourgeois. Het zou niet mogen: politiek die onderzoek uitschrijft, maar wanneer men niet blij is met resultaten de resultaten niet gepubliceerd wil zien. Maar net als Patrick Loobuyck ken ik ook dergelijke verhalen. Het wordt nog erger nog als er zelfcensuur bij wetenschappers ontstaat omdat je als onderzoeker vreest dat volgende onderzoeksprojecten niet meer jouw richting zullen uitkomen als je dit of dat resultaat de wereld instuurt. Dit kan verschillen van wetenschapstak tot wetenschapstak, maar kan potentieel bestaan bij alle vormen van projectfinanciering, en zeker niet enkel uit politieke hoek.

Onafhankelijkheid van onderzoek is dus cruciaal wil wetenschap optimaal werken en gelukkig is die drang bij wetenschappers vaak sterk aanwezig. Academici moeten namelijk wel lastige mensen zijn. Want hoe kan je anders omgaan met de vele tegenslagen die je tegenkomt? Van die vele analyses die niet uitkomen wat je hoopt, over de zoveelste paper die niet onmiddellijk of zelfs nooit gepubliceerd raakt tot de rest van de wereld die soms met een beetje inzicht aan de haal gaat op een manier die je zelf niet meer herkent.

Toch is er ook nog werk binnen wetenschap zelf. De wil en nood om meer te publiceren zorgt er ook voor dat wetenschappers vaak naar de meer spectaculaire resultaten op zoek gaan en dan krijg je bijvoorbeeld fenomenen als bijvoorbeeld p-hacking of data-dredging waarbij onderzoekers toch maar naar een resultaat vissen met een beetje significant effect. Topjournals willen vaak vooral opvallende nieuwe dingen, en je wil zo graag in een dergelijke journal gepubliceerd raken, waardoor een van de belangrijkste soorten onderzoek, replicatie, niet in aanmerking komt. Replicatie is simpel gezegd: onderzoek helemaal opnieuw doen om te kijken of je het zelfde resultaat krijgt. Is dat zo: fijn, extra evidentie voor het onderzochte fenomeen. Als dat niet het geval is, dan is dat misschien zelfs nog belangrijker. Dan komt de vraag hoe dit komt.

Gelukkig kent replicatie-onderzoek momenteel een heropleving (alhoewel er ook wel soms smalend over de replication police gesproken wordt) en is er een steeds luidere roep van wetenschappers om bijvoorbeeld p-hacking te voorkomen door onder andere data vrij te geven en intenties van een onderzoek al op voorhand bekend te maken.

Er is dus veel in beweging en dat is mooi. Nog over minister-president Bourgeois 1 ding. Enkele maanden geleden was ik zeer blij dat de Vlaamse regering de toegang tot onderzoek zo open mogelijk wil maken. Ondertussen besliste Europa dat het tegen 2020 zo moet zijn dat iedereen makkelijk toegang moet krijgen tot onderzoek. Ik vermoed/hoop dat de uitspraak van de minister-president een accident de parcours was in de weg naar deze openheid.

Wat handig is bij onderhandelingen… over talen in de onderwijsmatrix

Een trucje die ik vaak zie bij onderhandelingen is dat een partij er iets in steekt of iets vraagt waarvan men weet dat de andere het er quasi zeker zal uithalen. De kans dat je dan krijgt wat je eigenlijk wil zonder iets te verliezen is groot, tegelijk heeft de andere kant ook het gevoel dat men inspraak heeft gehad.

Weet het lang niet zeker, maar ik heb een stil vermoeden dat ik zoiets gevonden heb in de matrix van opleidingen waarover nu onderhandeld zal worden. De redenering is dat talen zo belangrijk zijn dat ze geen aparte richting kunnen zijn, maar overal moeten kunnen gekozen worden. Maar dan krijg je wel aparte beelden.

De kans lijkt me dus zeer groot dat er uiteindelijk toch een aparte richting taal zal komen in het vernieuwde gemoderniseerde secundair onderwijs.

Een akkoord over de onderwijsmodernisering, een overzicht

Er zou een akkoord zijn over de hervorming van het secundair onderwijs, om 11 komt er meer info, maar wat weten we al en welke vragen roept dit op?

UPDATE: ik paste de tekst aan op basis van de persconferentie. Oja, het is een modernisering niet een hervorming. Nog voor Hilde Crevits iets kon zeggen op de persconferentie stuurde de N-VA dit de wereld in:

Bij de hervorming van het kindergeld zit ook enkel onderwijsgerelateerde maatregelen.

  • Omdat Vlaanderen de leerplicht niet kan verlagen, maar wel de participatie wel vergroten in het kleuteronderwijs, komt er een (financiële) hefboom bij het kindergeld.
  • Verplichte aanwezigheden van vijf-jarigen wordt opgetrokken naar 250 halve dagen.
  • Studiebeurzen voor het leerplichtonderwijs worden nu geïntegreerd in het kindergeld. Wat het qua administratieve last voor een gezin makkelijker maakt.
  • Er komt ook een studiebeurs voor jongeren die hoger beroepsonderwijs volgen.

De VRT schrijft:

Er is ook groen licht voor de hervorming van het secundair onderwijs en de provincies. “Een opsteker voor Vlaams minister voor Onderwijs Hilde Crevits (CD&V), die nu verder die hervorming kan uitrollen.”

“De eerste graad van het secundair onderwijs is nu afgeklopt. Er komen een hoop nieuwe studiemogelijkheden en er is ook aandacht voor richtingen die een leerling snel naar een job moeten helpen en richtingen die leerlingen klaarstoomt voor hoger onderwijs.

Nieuwe richtingen in de eerste graad en de mogelijkheid voor richtingen die leerlingen snel naar een job richten of naar verder studeren? Euh, klinkt allesbehalve breed? Wellicht betekent dit dat én breed en vroege keuze mogelijk wordt, zoals in het masterplan stond. Dit blijkt ook uit de persconferentie: : Keuze blijft mogelijk, getrapte keuze mogelijk maar met mogelijkheid tot differentiatie.

Concreet over de eerste graad:

  • Eerste jaar: 27 uur basisvorming. Eindtermen moeten niet meer door elke leerlingen behaald worden (alhoewel dat was in feite ook al niet zo).  Er komen hiernaast minimumdoelen basisgeletterdheid voor taal, wiskunde, digitale en financiële geletterdheid die alle leerlingen moeten hebben. Er komen ook nog uitbreidingsdoelstellingen, te formuleren door leerplanmakers (die dus blijven bestaan), behalve voor taal, waar het Vlaamse parlement zich moet over uitspreken. Verder is er nog 5 uur keuzegedeelte. In eerste jaar volledig vrij in te vullen, kan zowel verdieping zijn als bijspijkertijd. Je kan ook kiezen om te verkennen. VERKENNEN – VERDIEPEN – Versterken
  • Tweede jaar: 7 uur keuzegedeelte, maar is in feite al een keuze die je effectief maakt, waarvan 5 u een echt pakket, aangevuld met 2u keuze zoals in het eerste jaar.
  • B-attesten worden afgeschaft van eerste jaar naar tweede jaar. Nadruk op remediëring.
  • In B-stroom wordt de basisvorming uitgebreid naar 20u.
  • B-attesten en C-attesten blijven in overgang naar tweede graad mogelijk. Leerlingen kunnen na b-attest blijven kiezen voor zittenblijven.
  • Zittenblijven moet gereduceerd worden.

Opvallend bij dit fragment in de persconferentie was de expliciete aandacht voor vrijheid van onderwijs. Scholen krijgen zeer veel vrijheid bij deze invulling. Dit geldt ook bij het volgende hoofdstuk:

De onderverdeling ASO/BSO/TSO/KSO blijft wel bestaan, maar minder uitgesproken. Er komen wel campusscholen mogelijk. Ook de hervorming van de tweede en derde graad van het secundair onderwijs is al in de steigers gezet.

Campusscholen, check, de schotten die niet verdwijnen, zat ook in de lijn van verwachtingen. Scholen krijgen dus de keuze; deze opdeling versus een campusschool. En dit geldt voor de 2de en 3de graad.
Ondertussen zijn alle studierichtingen zijn gescreend. We gaan van 29 studiegebieden naar 8 studiedomeinen waaronder STEM. De matrix is klaar en wordt vanaf nu besproken met de onderwijsverstrekkers. Er is geen domein Talen, de talige richtingen zijn volgens de minister sowieso uitgestelde studiekeuze (opvallende uitspraak), die blijven wel bestaan.

In het lager onderwijs zullen scholen meer vrijheid krijgen om ook vreemde talen te onderwijzen.”

Ook altijd zo opvallend hoe de hervorming van SO altijd implicaties voor lager onderwijs heeft. Dit is een duidelijke toegeving voor de Open-VLD. Net zoals de vroege keuze en schotten behouden voor N-VA belangrijk was en voor CD&V dat er een hervorming kwam…

  • Vanaf 3de leerjaar kunnen er vreemde talen aangeboden worden en er komen vakleerkrachten (wat al in het masterplan stond) Nu weten we dat deze er wellicht komen door specialisatie van onderwijzers, maar ook via speciale “leermeesters” zoals vandaag bij leerkrachten LO.
  • Er komt ook mogelijkheid tot differentiatie in het lager onderwijs (Lager onderwijs wordt dus meer secundair onderwijs ipv vice versa). En ten slotte: de doorstroming van informatie van lager naar secundair onderwijs wordt groter. Concreet bvb door meegeven op het getuigschrift of iemand voor A-stroom of B-stroom mag gaan.

Maar er is meer:

  • Hoe moeten scholen zich in de toekomst organiseren? Kiezen ze voor een campus- of domeinschool dan krijgen ze voorrang bij financiering.
  • Er zou ook nieuwe zijn rond verlofstelsels voor leerkrachten. Er komt een voorstel voor de sociale partners waarbij onderwijspersoneel veel mogelijkheden krijgt om voor mensen te zorgen. Ook stelsel om met les geven te verminderen blijft mogelijk.

Timing blijft zoals afgesproken.