Brussel, een beetje commentaar

Twee keer rellen op een paar dagen tijd in Brussel. Twee verschillende oorzaken, maar gelijke miserie, schade en verontwaardiging. En dan wordt al vrij snel de link gelegd met onderwijs wat onder andere prof. Wouter Duyck tot deze reactie bracht:

Nu, de oorzaak van rellen toeschuiven in een richting – de politie, het onderwijs, de leefomstandigheden of ook de jongeren zelf – is de boel altijd verengen. Voor je het weet, oppert iemand dat het door vloggers komt. Maar… dat het onderwijs in Brussel voor grote uitdagingen staat, valt ook niet te ontkennen. Het scholenrapport van De Morgen van eerder dit jaar toonde al dat leerlingen in Brussel gemiddeld minder leren en de JOP-monitor toonde dat het welbevinden op Brusselse scholen lager is dan buiten Brussel, al merkten de onderzoekers ook op dat dit welbevinden niet door de school bepaald wordt, maar dat scholen dit welbevinden erven van buitenaf. Lees: ze maken het niet erger, maar kunnen het ook niet beter maken.

Let wel: net zoals dé Brusselse jongere niet bestaat, maar een divers lappendeken is, zo bestaat ook niet echt hét Brusselse onderwijs. Sommige spreken van een enorme versnippering van Vlaamse en Franstalige scholen en daar zit wat in. Maar behalve deze tweedeling – mét als we PISA mogen geloven toch enorme verschillen tot gevolg – is er ook een grote diversiteit binnen de tweedeling.

De voorbije maanden had ik het geluk verschillende directeurs en leerkrachten die in Brussel les geven te spreken. En ook in die gesprekken merkte ik enorme verschillen. Ik ontmoette zeer gedreven mensen, maar hoorde ook bij sommige de wanhoop. Er wordt vandaag al op veel plaatsen heel mooi werk verricht en ik ken ondersteuners die de benen uit hun sloffen lopen om leerkrachten met raad en daad bij te staan. Zeggen dat er uitdagingen zijn, is geen afbreuk aan het fantastisch werk dat zij leveren.

Deze ochtend hoorde ik op Radio 1 een directeur een subtiel onderscheid maken tussen leerkrachten die in Brussel wonen en de leerkrachten die er niet wonen. Er zijn nu eenmaal veel forenzen die les geven in Brussel en dat zal nog lang zo blijven. De lerarenopleidingen in Brussel hebben onder andere door de aanslagen sterk geleden in inschrijvingscijfers. En dat is erg, want dat er leerkrachten nodig zijn, is meer dan duidelijk. Terwijl er in 2014 nog berichten waren dat er geen tekort meer bestondtrokken vorig jaar verschillende parlementsleden in de commissie onderwijs aan de alarmbel.

Maar die forenzende leerkrachten hebben ongewild nog een ander gevolg. Ze kunnen er voor zorgen dat er meer verloop is van onderwijzend personeel omdat ze vaker overwegen dichter bij huis te gaan werken zoals Dimo Kavadias hier aangeeft. En een groot verloop van leerkrachten kan negatief zijn voor het leren van leerlingen.

Ik vrees dat er enkel oplossingen bestaan op lange termijn voor de uitdagingen in het Brusselse onderwijs omdat voor complexe problemen er zelden eenvoudige oplossingen bestaan. Er is vrij recent meer aandacht voor grootstedelijke context in de lerarenopleiding, maar ik denk dat we onder andere ook meer leerkrachten nodig hebben die uit Brussel zelf komen. In afwachting kunnen we de mensen die er nu al werken vooral zo goed mogelijk verder ondersteunen.

Na de reconstructie van de val van Steve Jobsschool De Ontplooiing

Gisteren bracht Het Parool dit stuk over de val van De Ontplooiing, wat zowat de paradepaardjes van de Steve Jobsscholen moest worden. Iemand corrigeerde de titel van het stuk omdat het slechts over 1 van de Steve Jobsscholen zou gaan, maar de voorbije maanden verschenen ook andere negatieve klanken, zoals hier en hier. Ik wil in dit stuk niet natrappen, maar zoals bij het begin van het verhaal wil ik nuance brengen. In het artikel staan enkele passages die toch wat extra duiding kunnen gebruiken.

Dit is er een van:

Kinderen die hoogbegaafd waren, of dyslectisch, ADHD hadden of opvliegend waren, soms kinderen die beter in het speciaal onderwijs pasten. Dat is voor elke school een uitdaging, maar voor een nieuwe school met een onervaren bestuur helemaal.

Dit is inderdaad een grote uitdaging die voor alle duidelijkheid niks met de visie of de aanpak van O4NT te maken heeft. Het is een fenomeen waar methodescholen wel vaker mee te maken kunnen krijgen, en die ook vergelijking tussen scholen moeilijker maken.

Deze passage is voor mij een stuk te streng:

Toch zit er wel degelijk een keerzijde aan al die moderne technologie in de klas. Iets wat ouders onderschatten, maar waarvoor de critici en ­anti-digitaliseringsgoeroes als Manfred Spitzer al waarschuwden, is de verslaving die een iPad kan veroorzaken.

Ik schreef ooit een stuk waarin ik oud-bezieler de visie van De Hond en Spitzer besprak en het falen van Steve Jobsscholen betekent niet per se het gelijk van Manfred Spitzer waar hij stelt dat jongeren voor 16 geen technologie zouden mogen gebruiken. De woorden ‘met mate’ zijn bij alle media en didactische werkvormen toepasbaar. Tegelijk is het even fout te denken dat deze scholen puur iPad waren/zijn. Het stuk van Casper Hulshof maakte dit al eerder duidelijk, al maakte het hameren van De Hond op de tablet én de naam dat iedereen de scholen vooral met het toestel associeerden.

De meest deprimerende passage uit het Parool-stuk is dit:

Voor de ouders van Pijke en Esma was een andere school vinden niet makkelijk. Scholen zeggen nog steeds vaak nee als ze horen dat leerlingen van De Ontplooiing komen. Bovendien meldden ze zich halverwege 2017 met tientallen tegelijk.

Leerkrachten van scholen in de omgeving laten weten dat het geen sinecure is om leerlingen van de Steve Jobsschool over te nemen. Ze hebben reken- en taalachterstanden, kunnen vaak niet aan elkaar schrijven – dat is niet verplicht op De Ontplooiing.

Dit klinkt als een veel te sterke nadruk op persoonlijke ontwikkeling (subjectificatie), waarbij kwalificatie zwaar onder druk komt te staan. Het klinkt als personaliseren gone wrong op een manier waar Simons en Masschelein voor waarschuwen in hun meest recente boek. Ik kreeg eerder deze week de vraag hoe ik dacht over Ecole 42, die even ver of zelfs nog verder hierin gaat. Wat is het essentiële verschil? Wel, voor 42 zijn er strenge selectie-eisen en slechts het kruim van het kruim wordt toegelaten. Dan is het cru gezegd makkelijk. Maar (leerplicht)onderwijs moet er voor iedereen zijn. Het is het probleem dat in de eerste geciteerde passage al aan bod kwam.

Waar ik persoonlijk zelf het meeste over val in de hele historie is hoe doorheen alles een commercieel verhaal loopt. Een commercieel verhaal waarop ook verschillende scholen afhaakten. Koken kost geld, dat is zo. Vernieuwing ook. Maar sommige verhalen smaken raar.

Het vervelende is dat de ideëel aandoende clubs (zoals ‘Stichting 04NT’) op hetzelfde adres zitten als de zakelijke bedrijven van De Hond. De appjeswinkel en het schoolbestuur zitten allemaal gezellig op hetzelfde adres, wat naar belangenverstrengeling riekt. (bron)

Ondertussen is het behoorlijk stil aan de kant van oud-bezieler Maurice De Hond die noodgedwongen al eerder een stap terugzette.

Dit werkelijkheid is dat dit alles voor veel mensen triest is:

  • Mensen die in vernieuwing van onderwijs geloven, zullen nu vaak dit verhaal op hun bord krijgen en moeilijker anderen overtuigen.
  • De vele mensen die met hart en ziel hun tijd en energie in dit verhaal stopten en nog steeds stoppen. Er zijn inderdaad nog andere scholen open die nu geassocieerd worden met deze negatieve verhalen.
  • De ouders en kinderen die er de dupe van werden (waarbij ik terug niet durf gezegd hebben dat andere kinderen er geen kinderen voordeel van gehad kunnen hebben).

Paniek en bleekwater (Radio 1 – column)

Gisteren verscheen een nieuwe column van mijn hand voor Radio 1:

Gisteren tweetten zowel Karen Damen als minister Hilde Crevits over bleekwater. De aanleiding was een krantenbericht waaruit bleek dat ook in Vlaanderen een kind in het ziekenhuis kwam na een deelname aan een Bleach Challenge. Dat is een weddenschap waarbij jongeren elkaar uitdagen om bleekwater te drinken. Dit moeten ze dan filmen en op YouTube zetten.

De verontwaardiging is groot, de oproep om iets te doen nog groter ondertussen… maar het raakt aan een moeilijk dilemma.

Een van mijn wetenschappelijke helden is Stanley Cohen. De man beschreef in zijn boek ‘Folk Devils en Moral Panics’ hoe Mods en Rockers slaag raakten in de jaren zestig in onder andere de kustplaats Brighton. Cohen ontdekte dat een interessant opeenvolging van feiten aan de basis lagen van de strandveldslagen. Eerst was er onrust bij de bevolking omdat er opeens jongeren naar de kust kwamen. De treinen werden goedkoper, jongeren hadden meer vrije tijd en opeens doken ze op aan de Britse kust. Dit nieuwe fenomeen werd gevolgd door media-aandacht waardoor… meer jongeren op het idee kwamen om naar de kust te reizen. Dit leidde tot nog grotere vrees bij de bevolking, gevolgd door vragen aan de politiek. Die laatste zorgden voor optreden van de politie, nog meer media-aandacht en… nog meer jongeren die op het idee gebracht werden tot het helemaal ontspoorde (pun intended).

Ik vat het boek en zijn inzichten veel te kort door de bocht samen, maar we hielden aan het boek het concept van de moral panic over en ook de moeilijke spreidstand waarin media en politiek zich vaak bevinden.

Moet de media aandacht besteden aan een verschijnsel zoals het drinken van Javel? Moet de politiek reageren? Als er slachtoffers vallen, best wel. Maar tegelijk bestaat het gevaar dat net hierdoor nog meer kinderen op het idee gebracht worden.

Kalmte is in deze cruciaal, informeren maar niet alarmeren en vooral geen grote titels als ‘Nieuwste rage bij tieners’, omdat het dan pas echt een rage kan worden…

Enkele onderwijsuitdagingen na het ICCS-rapport over jongeren en burgerschap

Gisteren bracht ik al het persbericht over het ICCS-rapport en onze jongeren scoren beter dan 7 jaar geleden, maar er zitten toch enkele grote uitdagingen in.

  • Terwijl jongeren wel meer vertrouwen hebben in instituten en de overheid, blijkt de stap om zelf politiek engagement aan te gaan zeer klein. Dat begint ook al op school waar de voorbije jaren zwaar is ingezet op participatie in leerlingenraden, maar waar de 14-jarigen in de bevraging opvallend vaak aangeven dat ze hier weinig interesse in tonen. Nochtans is dit een zeer mooie opstap naar verdere participatie.
  • Onze leerkrachten voelen zich zeer onzeker over les geven over burgerschap en dan specifiek over mensenrechten, stemrecht, burgerrechten, de EU en de grondwet en politieke systemen.. Dit is geen kleine uitdaging, want dit onderwerp staat nu eenmaal hoog op de agenda. Maar er vallen nog een paar dingen op die hier rechtstreeks of onrechtstreeks mee te maken kunnen hebben. Slechts 33% van de bevraagde jongeren geeft aan dat ze regelmatig hun mening mogen geven in de klas. En… het onderwijzend personeel geeft aan dat ze weinig vrijheid ervaren in hoe ze burgerschap kunnen benaderen op school. Dat laatste sluit mooi aan bij de huidige discussie over de eindtermen.
  • En dat er ook nog dingen moeten meegegeven worden is duidelijk: net op die zaken waarover onze leerkrachten onzeker zijn, scoren onze leerlingen niet zo best.
  • En mediawijsheid blijft cruciaal, ook hier. We zien dat jongeren wel nog vaak naar het nieuws kijken (is typisch Belgisch), maar dat ze ook veel oppikken via sociale media én dit vaak voor waar aannemen (dit geldt zeker voor de leerlingen in de B-stroom).

Er zijn – zoals ik al zei – veel mooie evoluties bij onze jongeren merkbaar, onder andere over gendergelijkheid. Het is ook zeker mooi dat onze jongeren erg wakker liggen van het klimaat, maar ze mogen dus ook meer weten over de rest en wat vaker op de barricaden leren staan of andere vormen van engagement tonen. Tegelijk moeten we op basis van dit rapport dus ook niet enkel kijken naar de leerlingen, maar ook naar het onderwijs.

Wat als leren is als eten?

Ik weet het: alle metaforen lopen mank, maar toen ik deze ochtend deze video zag via een tweet, dacht ik: wat is er nu echt anders?

Wat zie je? Indrukwekkende technologie, dat is zeker. Je ziet een wereldwijde klas, maar beide woorden zijn hier belangrijk: je ziet deelnemers van over de hele wereld… in een klas luisteren en interactie gaan met een leerkracht. Didactisch is wat je hier ziet niet decennia of eeuwen oud, maar gaat de didactiek terug tot de oude Grieken. Niks mis mee, maar de kans dat door alle technologisch bling dit over het hoofd gezien wordt, is niet denkbeeldig.

Dit bracht me tot de vraag; is leren niet zoiets als eten? Eten gebeurt bij de meerderheid van de bevolking via de mond – al spelen de andere zintuigen ook een rol. We eten al zo zolang de soort zowat bestaat, maar wat we eten veranderde wel en voor sommige zaken die we vandaag op ons bord krijgen zijn de woorden ‘acquired taste’ van toepassing. Maar alles gaat nog wel steeds meestal door de mond.

We weten dat er verschillende soorten leren bestaan zoals bewust, latent,… Maar tegelijk klinkt door deze metafoor opeens ‘het nieuwe leren’ raar, niet onterecht. Het meest jammere is dat we in (cognitieve) wetenschap weliswaar veel weten over hoe we eten leren, maar dat deze kennis volgens deze pilootstudie nauwelijks aanwezig is bij leerkrachten.

Mijn klein eerbetoon aan prof. Marc Spoelders: “Wie zegt dat? Da ies!?

Vorig jaar werd ik gevraagd een bijdrage te schrijven voor de Bildungskalender. De spreuk die ik koos was de volgende:

Dit is de bijhorende uitleg:

De student kijkt bedremmeld. Enkele ogenblikken terug had hij nog met stellige zekerheid iets over onderwijs beweerd. Gevolgd door die bulderstem van professor Spoelders: “Wie zegt dat? Da ies!?”

Het is donderdagochtend, mijn tweede seminarie dat ik bij hem volg als pedagoog in spe aan de Gentse Universiteit. De eerste les, de week voordien, werd een beurtrol voor koffie zetten afgesproken. Elke week een andere student. Koffie is belangrijk.

En dan de lessen. Nouja, les? Voor sommige studenten en collega professoren lijkt dit niet op een les. Je moet een of twee teksten uit een enorme reader lezen en dan komt de bespreking in de les. Een discussie, met steeds weer die zelfde hamerende vraag ‘Da ies? Wie zegt dat?’

Ik herinner me hoe ik ooit een zeer positieve paper schreef over het sociaal-constructivisme. Gevolg: 2 kritische bronnen om te lezen, met vriendelijke groeten van Marc. Had ik een negatieve paper geschreven, ik kreeg andere bronnen.

Ik ben al lang niet meer die bedremmelde student, maar als ik vandaag soms een luis in de pels wil zijn, een onderwijskundige mythbuster dan is dat onder andere dankzij hem. Die vraag “wie zegt dat?” herhaal ik nu nog steeds bij studenten.

Er is een akkoord over de uitgangspunten van de eindtermen. Waar kijk je best naar uit?

De kogel is door de kerk, er is een akkoord over de uitgangspunten van de eindtermen, weliswaar een akkoord zonder de oppositie, dus enkel binnen de meerderheid. De Standaard biedt al een mooi inzicht in wat beslist zou zijn met weliswaar een vrij foute titel, maar laat tegelijk nog enkele belangrijke vragen open.

Wat weten we? Dit zijn de 16 sleutelcompetenties:

Op basis van deze uitgangspunten zullen er dus eindtermen geformuleerd worden die in feite allemaal vakoverschrijdend zijn (omdat ze niet meer gekoppeld worden aan een vak). Nog veel meer weten, check de tekst van Hilde Crevits hier.

Maar, waar kijk je best naar uit de komende dagen? Naar de antwoorden op de volgende vragen:

  • De Standaard schrijft:
    “Het onderscheid tussen vakgebonden en vakoverschrijdende eindtermen valt weg en dus ook het onderscheid tussen wat moet worden bereikt en wat moet worden nagestreefd. Elke eindterm moeten worden bereikt. Volgens CD&V zijn de nieuwe eindtermen ‘beperkt in aantal en helder geformuleerd’. Elke leerkracht zou duidelijk moeten weten wat er bedoeld wordt. Dat vereenvoudigt ook het maken van de leerplannen door de onderwijsverstrekkers.”De vraag hierbij voor de koepels – of beter een welbepaalde koepel – zal zijn: moeten deze concrete, transparante eindtermen wel of niet in de leerplannen letterlijk opgenomen worden of niet.UPDATE: ondertussen is er dus een tekst op de website van de minister: de eindtermen moeten letterlijk opgenomen worden.
  • Waar de Standaard geen woord over rept, maar waar achter de schermen zeer veel over de doen is geweest: kunnen de eindtermen nog als geheel aangevochten worden (wat het Steiner-onderwijs ooit deed), of staat nog steeds in het akkoord dat dit enkel eindterm per eindterm kan.UPDATE: nog geen nieuws

Waarom zijn deze vragen belangrijk? Wel je moet dit ook lezen met wat wel al in de berichtgeving van De Standaard staat:

De overheid krijgt de macht om te controleren of de lesinhoud in overeenstemming is met de internationale verdragen, zoals de rechten van de mens en het kind. De levensbeschouwelijke leerplannen moeten ook verplicht gepubliceerd worden. De inspectie levensbeschouwelijke vakken zal voortaan ook ieder jaar aan het Vlaams Parlement moeten rapporteren.

Het gaat namelijk terug over onderwijsvrijheid en in welke mate de koepel-organisaties dan wel de overheid de dans leidt. Ik weet dat indien de eindtermen er letterlijk moeten instaan én enkel per stuk kunnen aangevochten worden, dat dit akkoord op zich wellicht al zal aangevochten worden door 2 koepelorganisaties, waarvan minstens 1 zich al behoorlijk combatief heeft getoond. Stel dat dit er niet meer in staat, dan is dit ook interessant op te merken.

En nu? Uitgangspunten zijn nog geen eindtermen, maar hiermee kan men aan de slag om eindtermen op te stellen (of schuiven open te trekken waarin al voorstellen liggen?). Die moeten dan op hun beurt bekrachtigd worden en dan volgen leerplannen, vormingen, handboeken,…

Column: 18 is het nieuwe 15

Deze column verscheen eerst op Radio 1.

De resultaten van een recent onderzoek van Jean Twenge kunnen nogal vreemd in de oren klinken als je een mondige tiener tegenkomt die zich halfvolwassen voordoet. Maar wat blijkt uit haar analyse van data over meer dan 8 miljoen Amerikaanse jongeren die jong waren tussen 1976 en 2016? Haar conclusie: 18 is het nieuwe 15 en 25 is het nieuwe 18.

Wat beschrijven Twenge en haar collega’s? Amerikaanse tieners gedragen zich steeds later volwassen als het gaat over seks of drankgebruik. Sinds 2000 zouden de Amerikaanse jongeren ook later beginnen werken zelfs als studentenjob, later een rijbewijs halen en later beginnen daten.

Hier lijken de cijfers een zelfde trend te suggereren. Het aantal tienerzwangerschappen daalt ook in Vlaanderen al jaren gestaag zoals in de meeste Westerse landen. We zagen de voorbije 10 jaar volgens het VAD een duidelijke daling van het alcoholgebruik bij minderjarige tieners. Eenmaal student wordt er voor alle duidelijkheid wel nog gedronken. Misschien wijken we op 1 puntje af van de Amerikaanse cijfers, volgens de meest recente PISA-date heeft al 8 op 10 Vlaamse vijfitienjarigen gewerkt voor een zakcent, al kan de werkgever hier ook ma of pa zijn.

We leven steeds langer, moeten langer werken en blijven langer gezond, maar er is ook dit andere fenomeen. Het stond net nog in de krant: studenten wachten steeds langer met de intrede op de arbeidsmarkt. Hierdoor kunnen er vragen gesteld worden bij de efficiëntie van het onderwijs. Die vragen zijn niet per se onterecht, maar als je naar het ruimere beeld kijkt, zie je dat er veel meer zaken in ons leven trager verlopen.

In een interview met Scientific American relativeert Twenge een verzuchting die je soms hoort over de jeugd. Volgens haar zijn ze niet per se lui. Ze zijn gewoon langer jong.

Modernisering SO: ook Katholiek Onderwijs Vlaanderen stelt nu dat 1 september 2018 onmogelijk is geworden

Het is een rode draad geweest in de berichtgeving over de onderwijsactualiteit, ook op deze blog: de modernisering van het secundair onderwijs en de link met de eindtermendiscussie. Er is tot vandaag geen akkoord over zelfs maar de uitgangspunten van de nieuwe eindtermen, waardoor de kans dat er nieuwe eindtermen zullen zijn op 1 september 2018 onmogelijk is geworden, laat staan dat er leerplannen of handboeken zouden zijn op basis van die eindtermen of dat de scholen er op voorbereid zouden zijn.

De voorbije maanden maakten eerst de topvrouw van het GO Raymonda Verdyck dit duidelijk, gevolgd door oa het OVSG en onlangs de VLOR. Enkel de koepel van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen hield de boot nog af, maar vandaag brengt de Morgen dat ook zij nu aangeven dat het onmogelijk wordt.

De voorbije weken sprak ik verschillende schooldirecteurs die gelijkaardige dingen stelden als de directies die in De Morgen aan bod komen. De onzekerheid op de werkvloer is groot. Hoe kun je met nieuwe vakken starten die geen eindtermen hebben, terwijl misschien andere vakken verminderen of verdwijnen die wel nog in de oude eindtermen staan.

De reactie van de minister zet nu de deur op een kier:

Crevits zegt nu dat ze voor eind oktober alle onderwijsverstrekkers wil uitnodigen om over de startdatum te praten. “Het is de grootste hervorming van de voorbije 20 jaar en het is in het belang van leerlingen, leraren en schoolteams dat er kwaliteitsvol van start kan worden gegaan. Ik begrijp de zorgen van het onderwijsveld, al zijn er scholen die volgend schooljaar graag willen beginnen. Sowieso gebeurt de invoering heel geleidelijk, startend in het eerste jaar van het secundair onderwijs.”

Maar mag ik even verder denken? De kans dat de modernisering start op 1 september 2019 of 2020 wordt ook met de dag kleiner. Waarom? Alle partijen zijn momenteel al helemaal in verkiezingsmodus. Een belangrijk dossier als de eindtermen nog helemaal laten landen wordt dan moeilijker. Tegelijkertijd zullen er partijen zijn die denken dat ze misschien de volgende minister van onderwijs kunnen leveren en dat ze dan die modernisering al dan niet kunnen bijsturen naar hun visie. Voor hen is het dan wellicht handiger dat die nog modernisering nog niet begonnen is…

Tegelijk is het – denk ik – ook voor de huidige regeringsploeg duidelijk aan het worden dat een slechte start van de modernisering dodelijker kan zijn dan uitstel.

Mijn column over jongeren en engagement

Deze column verscheen eerst op Radio 1.

Help, de Leuvense studentenverenigingen vinden geen vrijwilligers meer om achter de bar te staan. En ook het studentenblad Veto raakt in de problemen.

Het probleem kennen we al langer bij de jeugdbewegingen, waar jongeren steeds minder lang in de leiding blijven.

Maar is de titel van De Morgen correct als dit betekent dat de jongeren geen engagement meer vertonen? Nee, toch niet. Straks is het terug de Warmste Week van Studio Brussel en zul je veel jongeren in het getouw zien voor het goede doel.

Wat is het verschil? Een kortlopend engagement is makkelijker inplanbaar dan lange verbintenissen. Want, beste mensen, die agenda’s zitten goed vol. Ik zat gisteren samen met verschillende groepjes studenten voor hun bachelorproef. De ervaring leerde me dat je dan best genoeg tijd uittrekt om een volgende afspraak in te plannen. Ik hoorde collega’s al klagen dat de studenten steeds vaker afwezig zijn omwille van een baantje, en dat speelt zeer zeker hier ook een rol. Maar er is meer. Wij, onderwijsmensen zijn ook mee schuldig, vrees ik.

De voorbije jaren hebben we namelijk het (hoger) onderwijs grondig veranderd. Er kwam het semestersysteem met vakantieperiodes die niet noodzakelijk meer samenvallen met deze van het leerplichtonderwijs, dus pech voor de kampjes.

We geloven –vanuit onderwijskundig perspectief bekeken terecht – dat permanente evaluatie belangrijk is, maar daardoor zit er op het einde van het jaar studeren niet meer in.

Nee, je moet nu steeds aan de slag als student. En ondertussen is er een rugzakmodel ingevoerd in het hoger onderwijs, waardoor falen maar een beperkte optie is (Ja, ik moet nu ook aan ROX denken).

Alles wat ik hierboven beschreef, is ingevoerd met goede redenen en kan je je enkel maar toejuichen. Tegelijk is er de Engelse uitdrukking: “With every wish, comes a curse”, en die vloek die merken de fakbars nu.