“Geloof niet iedereen die zich prof noemt op zijn woord” (Column voor Radio 1)

Deze column verscheen eerder bij Radio 1.

Roy

Heeft u al ooit gehoord van Sébastien Roy Osumanu? Je mag ook Roy zeggen. Nee? Nochtans is de man de meest succesvolle promovendus ooit aan de Universiteit van Amsterdam. Hij behaalde op 1 september een doctoraat in financiële economie en sleepte tegelijk maar liefst 5 wetenschappelijke prijzen in de wacht. Logisch dat de man de nodige aandacht kreeg in de Ghanese media

Er is wel een probleempje: in Amsterdam kent niemand de man en hij was nooit ingeschreven aan de universiteit, laat staan dat hij er promoveerde of wetenschappelijke prijzen behaalde.

De man blijkt vooral sterk in verhalen vertellen en is ook niet in slecht in Photoshop, want natuurlijk was er wel wat fotografisch bewijs nodig. De journalisten in zijn thuisland hadden blijkbaar niet de reflex om ook even te checken bij de universiteit voor een quote.

Ik moet bekennen, een dergelijk bericht geeft me gemengde gevoelens. Ergens is het grappig, stel dat de man niet zo had overdreven had hij het misschien kunnen volhouden. Tegelijk maak het verhaal me triest. In juni behaalde ik mijn eigen doctoraat na misschien geen bloed, maar toch echt wel zweet en tranen. Een dergelijke titel maakt je niet meer of minder dan iemand anders. Mijn grootouders hebben bijvoorbeeld nooit zoiets behaald, maar neem van me aan: ik schat ze hoger in dan mezelf. Daarom gebruik ik de titel zelf zelden of nooit, maar dit wil niet zeggen dat ik er niet ongelooflijk trots op ben.

Wat Roy deed, gebeurt vaker dan je denkt.

Vorig jaar nog kreeg ik de vraag of een mogelijke buitenlandse spreker voor een conferentie effectief een autoriteit was in zijn vakgebied. Ik checkte wetenschappelijke databanken zoals scholar.google.be en vond… helemaal niks. De man had nog nooit een wetenschappelijk artikel gepubliceerd en behaalde zijn doctoraat aan een niet-erkende universiteit. De zogenaamde ‘professor’ werd gelukkig niet gevraagd als spreker.

Dus samengevat: als je me tegenkomt, zeg maar gewoon Pedro. Tegelijk: geloof niet iedereen die zich wetenschapper of professor noemt op zijn of haar woord.

Persbericht over de nieuwe lerarenopleidingen in Vlaanderen vanaf 2019

Dit is het persbericht dat net op de site van de minister verscheen. Ik geef enkele bedenkingen onderaan de tekst:

Vanaf het academiejaar 2019-2020 zullen 18-jarigen ook aan de universiteit kunnen kiezen om leraar te worden via een educatieve master. De bacheloropleidingen aan de hogescholen worden versterkt en de studenten zullen er kunnen kiezen om leraar Nederlands voor anderstaligen te worden. Experten met beroepservaring zullen leraar kunnen worden via een educatieve graduaatsopleiding in het hoger beroepsonderwijs. Zij kunnen ook onmiddellijk starten als leraar terwijl ze nog de opleiding volgen in het statuut van leraar-in-opleiding. Deze maatregelen maken deel uit van de hervorming van de lerarenopleiding in Vlaanderen. Op voorstel van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits heeft de Vlaamse Regering de hervorming goedgekeurd.

Al jarenlang geniet ons Vlaams onderwijs een bijzonder groot vertrouwen. Dat is de verdienste van de dagelijkse inzet van bijna 140.000 leraren. Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits wil een aantrekkelijke lerarenopleiding en het beroep van leraar nog meer het prestige geven dat het verdient.

De lerarenopleidingen worden vanaf het academiejaar 2019-2020 hervormd en versterkt.

De weg naar het leraarschap

Wie leraar wil worden volgt vanaf 2019-2020 altijd een opleiding aan de hogeschool of de universiteit. De specifieke lerarenopleiding, die studenten slechts na een diploma of werkervaring kunnen aanvatten, verdwijnt. In alle lerarenopleidingen gaan vakinhoud en leraarschap voortaan hand in hand. De hogescholen en universiteiten worden verantwoordelijk voor de opleidingen en zullen ze maximaal blijven openstellen voor zij-instromers, ook op de locaties waar vandaag centra voor volwassenenonderwijs leraren opleiden.

Educatieve masters

Universiteitsstudenten kunnen vandaag pas na het behalen van hun masterdiploma kiezen om leraar te worden door het volgen van een bijkomende opleiding (de specifieke lerarenopleiding). Vanaf 2019-2020 kunnen ze vanaf hun bachelor kiezen voor een pakket educatieve keuzevakken en meteen doorstromen in een educatieve master. Het gaat om nieuwe opleidingen in verschillende domeinen (wetenschappen, talen, economie…). Ook binnen de kunstopleidingen aan de hogescholen komen er educatieve masters.

Educatieve bachelors

Hogeschoolstudenten kunnen in de toekomst nog steeds leraar worden via de bacheloropleidingen kleuter-, lager en secundair onderwijs. Die bestaan vandaag al maar worden inhoudelijk verder versterkt. Sinds 2017 moeten studenten reeds een niet-bindende toelatingsproef afleggen om te kunnen starten.

Trajecten op maat voor zij-instromers

Experten uit het werkveld (bv. schrijnwerker of bakker) kunnen leraar worden wanneer ze minstens 3 jaar nuttige beroepservaring hebben. Vandaag volgen zij een specifieke lerarenopleiding aan een centrum voor volwassenenonderwijs. Voor hen komt er vanaf 2019-2020 een educatieve graduaatsopleiding aan de hogescholen. Dat traject start op basis van hun beroepservaring en zal leiden tot een diploma binnen het vernieuwde hoger beroepsonderwijs.

De educatieve bachelor- en masteropleidingen worden eveneens toegankelijk voor volwassenen die reeds over een diploma beschikken en eventueel al een professionele loopbaan achter de rug hebben. Zij krijgen toegang tot verkorte bachelor- en mastertrajecten zodat ze in één jaar ook het diploma van leraar kunnen behalen.

Na het secundair onderwijs, maken we nu ook in het basisonderwijs mogelijk dat toekomstige leraren in het statuut van leraar-in-opleiding al les geven terwijl ze de opleiding volgen.

Inhoudelijke versterking

De huidige lerarenopleidingen in Vlaanderen zijn kwalitatief sterk. De vernieuwingen starten dus niet van een wit blad. Wat goed is, wordt behouden. Inhoudelijk stimuleert het decreet om elke opleiding nog sterker te laten inzetten op thema’s als vakdidactiek, klasmanagement, grootstedelijkheid, taalvaardigheid, meertaligheid en diversiteit.

Minister Crevits maakt nu al 1 miljoen euro vrij om de huidige en toekomstige opleidingen inhoudelijk te versterken. De komende weken sluit zij daarover met de hogescholen en de universiteiten beheersovereenkomsten af. De lerarenopleidingen krijgen bovendien een opdracht in de professionalisering van leraren die al aan de slag zijn door bijvoorbeeld ook te voorzien in navorming. Ook van leraren verwachten we dat ze levenslang leren, hun vorming stopt niet bij het behalen van het diploma.

Leraar Nederlands voor anderstaligen

In de bacheloropleiding secundair onderwijs zullen studenten ook kunnen kiezen voor “Nederlands als niet-thuistaal” als één van de twee vakken waarin ze worden opgeleid (naast wiskunde, geschiedenis, informatica…). Zo worden zij optimaal voorbereid om les te geven in bijvoorbeeld OKAN-klassen (onthaalonderwijs voor anderstalige kinderen) of opleidingen NT2 in het volwassenenonderwijs te geven (Nederlands tweede taal).

Master basisonderwijs

De Vlaamse onderwijsraad adviseerde al eerder om de piste van een master basisonderwijs grondig te onderzoeken. De Vlaamse regering geeft de VLOR nu groen licht om het kader van deze nieuwe master verder te verkennen en uit te werken. Om die opleiding vorm te geven vragen we de VLOR tegen eind november 2017 advies over hoe masters in het basisonderwijs best kunnen worden ingezet en hoe hun opleiding best wordt georganiseerd. Het is de bedoeling dat deze masters effectief voor de klas komen te staan, net zoals de bachelors.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “Onderwijs is mensenwerk, dus hervorm je het onderwijs best via die mensen die het iedere dag waarmaken op de klasvloer. Vlaanderen heeft nood aan veel en sterke leraren. Daarom zorgen we tegen het academiejaar 2019-2020 voor versterkte opleidingen die voor alle leraren een volwaardig diploma hoger onderwijs zal opleveren. Op 18 jaar zal je meteen kunnen kiezen om leraar te worden: aan de hogeschool én aan de universiteit. Wie later de keuze maakt om leraar te worden krijgt een traject op maat.”

Concrete voorbeelden

Lies is 18 jaar en gaat wiskunde studeren aan de universiteit:

Nu: 3 jaar bachelor + 2 jaar master + nog een bijkomende specifieke lerarenopleiding = 6 jaar

Vanaf 2019: 3 jaar bachelor (met educatieve keuzevakken) + 2 jaar educatieve master = 5 jaar

Patrick is 51 en schrijnwerker, hij heeft geen diploma hoger onderwijs:

Nu: specifieke lerarenopleiding aan een centrum voor volwassenenonderwijs = diploma van leraar

Vanaf 2019: graduaatsopleiding aan een hogeschool = diploma van leraar én van gegradueerde

Jef is 35, bachelor elektromechanica, werkt ruim 10 jaar voor een technisch bedrijf en wil les geven in het secundair onderwijs:

Nu: specifieke lerarenopleiding = 1 jaar

Vanaf 2019: verkorte bachelor secundair onderwijs aan de hogeschool = 1 jaar

Ok, meer dan commentaar heb ik vooral vragen die vooral voor mezelf onduidelijk blijven:

  • Wat als Lies geen wiskunde gaat studeren, maar – ik zeg maar iets – Frans – Duits, dan is het verhaal toch licht anders?
  • Hoe gaat het zitten met verloning van de masters in het basisonderwijs?
  • Hoe zit het met de inhoud van die opleidingen? Ik merk op twitter dat verschillende partijen claimen dat er meer aandacht zal komen voor vakinhoud, vakdidactiek, enz. Ook hier merk je dit in de tekst, maar je leest ook stimuleren… Dus vrijheid van de opleidingen blijft, al hoorde ik de voorbije weken ook andere geluiden. The proof of the pudding is in the eating…
  • Maar de belangrijkste vraag voor mij is vooral: hoe gaan we de 18-jarigen en de zijstromers overtuigen om de keuze te maken voor die verschillende nieuwe opleidingen?

De nabije toekomst zal wellicht antwoorden brengen.

Deze lezersbrief is misschien een belangrijke waarschuwing voor het loopbanendebat in onderwijs

Je kan de brief niet zomaar vertalen naar de Vlaamse situatie, maar het is ook te eenvoudig om te zeggen dat hij hier niet relevant zou zijn. Ik zou wel de scholen (en zeker de directies) minder met de vinger wijzen, want ook zij hebben het in deze zeker niet eenvoudig, meer nog: het is nog slechter nieuws voor de veelgeplaagde schooldirecteur.

Maar als ik even ook een stukje uit de laatste paragraaf mag parafraseren:

De sollicitatiedruk is verlegd van docent naar het onderwijs. Dus dan is de vraag: wat heeft het onderwijs de leerkracht te bieden?

En daarover gaat het loopbanendebat.

Over inschrijvingen en geboortes (column voor Radio 1)

Deze column verscheen eerst op Radio1.be.
De laatste dagen hoor je vaak zeggen dat de inschrijvingen voor lerarenopleidingen dalen en dat die voor wetenschappelijke richtingen stagneren. Slecht nieuws, vindt pedagoog Pedro De Bruyckere. Minder blanke aula’s zouden een oplossing kunnen bieden…

De voorbije weken werd je langs verschillende kanalen om de horen geslagen met inschrijvingscijfers. Deze van de lerarenopleidingen dalen en die van de STEM-richtingen (STEM staat voor Science, technology, engeneering & mathematics) zouden stagneren. In dergelijke verhalen is het soms moeilijk helder te zien omdat 1 element vaak niet vermeld wordt: hoe zit het met het aantal 18-jarigen?

Als je kijkt naar de onderstaande geboortegrafiek die ik vond via de FOD Economie dan zie je dat we nu een dieptepunt naderen van jongeren die hier 18 jaar geleden geboren zijn:

Evolutie van het aantal geboorten in België 1830-2015

Slecht nieuws

Dus als je puur naar dit cijfer kijkt, dan is een stagnering in feite een stijging en is een daling pas een daling als ze groter is dan de daling bij de 18-jarigen. Maar is het zo eenvoudig? Nee, spijtig genoeg niet. Er is ook nog immigratie en er zijn ook nog zij-instromers (dat zijn mensen die op latere leeftijd terug gaan studeren) die eventueel de daling kunnen compenseren. De groep 18-jarigen die hier geboren werd, blijft echter wel de grootste groep.

Toch is de daling bij de lerarenopleiding én de stagnering/stijging bij STEM-richtingen slecht nieuws: we hebben nu al een reëel tekort aan beide profielen. En ik heb nog slechter nieuws: in onze geboortegrafiek zie je een kleine geboortegolf na het dal 16 jaar geleden, maar in de ons omringende landen kenden ze vooral een daling én is er ook een tekort aan leerkrachten en STEM-studenten.

Te blank

Wat zijn de oplossingen? Eerst en vooral goede oriëntatie, jongeren helpen goede keuzes te maken. Maar er zijn ook nog mogelijkheden aan de aantallen-kant. Er is wel degelijk nog rek mogelijk om meer studenten naar het hoger onderwijs te krijgen. Er zijn verschillende profielen die we nog te weinig zien in de hogescholen en de universiteiten. De aula’s zijn zo vaak nog te uniform blank.

En voor de studenten die deze week starten? Veel succes!

Zo, je wil het onderwijs veranderen?

De voorbije weken, maanden, jaren heb ik zeer veel mensen ontmoet die het onderwijs willen veranderen van buitenaf. Voor iedereen die dit wil, heb ik enkele tips. Het is niet bedoeld als satire of als kritiek, maar als mensen toch zoveel energie willen steken in onderwijs, dan liever met zaken die effectief zijn.

Dus je zag enkele TED-video’s van bijvoorbeeld Ken Robinson, die video van Prince EA, of je kreeg net zelf kinderen en je bent niet blij met wat je ziet ? Nu weet je het: je wil het onderwijs veranderen?

Je kan nu kiezen voor de makkelijke weg. Je kan een beweging beginnen. Je maakt een mooie website, organiseert wat avonden en hebt – liefst samen met nog wat anderen – vooral een duidelijke visie op wat anders moet.

Wat zijn de kansen? Een enkeling kan zeker effectief iets veranderen. Denk dan bijvoorbeeld aan Salman Khan met de Khan Academy of aan Tom Bennett met ResearchED. Alhoewel de eerste zo niet is begonnen en de tweede vooral onderwijs verdedigt en je in beide gevallen kan vragen hoe groot de impact werkelijk is, ondanks mijn grote sympathie voor beide. Maar de meeste van de andere voorbeelden? Ja, je kan als je het goed aanpakt de nodige mensen op de been brengen. Meer nog, leerkrachten horen soms graag uitgelegd worden hoe slecht het systeem is waarin ze zitten. Het is onder andere daarom dat Ken Robinson zo populair is. Maar de kans dat er effectief iets gebeurt? Wel die is relatief klein en de kans op frustratie na een tijdje dus groot. Het zal veel energie kosten, maar toch noem ik het de makkelijke weg. Wil je dit toch doen, be my guest, maar ik heb misschien enkele dingen die je kan doen die effectief het verschil kunnen maken.

Zo kan je bijvoorbeeld opteren om zelf te gaan les geven, liefst in grootsteden als Brussel, Amsterdam of Antwerpen. Er is zeker daar een nijpend lerarentekort en elke goede leerkracht is meer dan welkom. Als je je afvraagt welk verschil een goede leraar kan maken: beeld je eens in hoeveel kinderen je kan bereiken als je dertig jaar les geeft aan leerlingen waarvoor je iets kan betekenen. De groep is misschien kleiner dan je dacht, maar voordeel: je kan het effect soms wel zelf zien.

Misschien besef je van jezelf dat je niet in de wieg gelegd bent om les te geven of je verdient nu eenmaal een pak meer als niet-leerkracht en je wil dit niet opgeven. Jammer, maar geen probleem, het is niet iedereen gegeven. Er is nog veel dat je kan doen dat effectief een verschil kan maken. Zo kan je onder andere instappen in een van de vele projecten van huiswerkbegeleiding waarbij kinderen die het moeilijker hebben thuis extra hulp krijgen. De groep die je bereikt is terug kleiner, maar het is wel een effectieve aanpak. Ok, maar dat kost misschien te veel tijd of is moeilijker inplanbaar? Besef wel dat onderwijs tijd en moeite kost. In dat geval kan je misschien eens vragen aan een school waar je hen kan mee helpen. Het effect is misschien weer wat kleiner en minder zichtbaar, en het is zeker niet hetzelfde als hen zeggen wat ze moeten doen, maar misschien kan je er zo mee voor zorgen dat de leerkrachten bepaalde taken niet meer moeten doen, zodat ze tijd vrij krijgen om nog meer met de kinderen zelf bezig te zijn.

Heb je veel geld dat je kwijt wil, dan kan je proberen wat Bill Gates deed namelijk veel geld steken in onderwijs om je eigen visie door te duwen, maar de kans is klein dat het een positief effect heeft, zegt Bill zelf. Je kan ook geld steken in effectieve tutorprojecten die spijtig genoeg ook vaak veel geld kosten, maar wel degelijk het verschil maken en de ongelijkheid kunnen verkleinen in de samenleving.

Maar wat dan met je visie? Ik geef toe: in de voorgaande voorbeelden schrijf je je in het bestaande in. Er is nog een optie: start zelf een school. Het gebeurt vaker dan je denkt en stel dat je school succesvol is, is het de beste reclame voor je visie en zullen misschien anderen volgen. Doe me dan wel 1 plezier. Ervaringen in het buitenland leren dat dergelijke scholen dan vaak – niet altijd – de ongelijkheid weer vergroten, dus probeer hier wel op te letten.

Het klinkt misschien allemaal – op dat laatste na – minder spectaculair en het is zeker bijna steeds een moeilijkere weg dan een beweging starten, maar stel jezelf de vraag of je echt het verschil wil maken.

P.S.: Mocht je je nu afvragen wat ik dan wel doe om zelf concreet het onderwijs te verbeteren? Een persoonlijke noot: ik ervoer van dichtbij hoe leraren het verschil kunnen betekenen en het zorgde ervoor dat ik zelf leerkracht wou worden om dat zelfde verschil voor kinderen te kunnen maken. Toen ik eenmaal leraar was, verlegde ik mijn ambitie: stel dat ik mee goede leraren zou kunnen vormen? Het is daarom dat ik pedagoog werd en waarom ik droomde om lerarenopleider te worden. Hierbij besef ik nu dat het een gok was of dit wel even impactvol kan zijn als zelf les geven in het secundair onderwijs. Maar ik weet dat als ik in mijn loopbaan zelfs maar twee leerkrachten de vonk kan meegeven, dan nog is het meer dan ik alleen.

Leerkrachten als ‘influencers’

Even voor wie niet wat influencers zijn:

“An influencer is a person or group that has the ability to influence the behaviour or opinions of other”

En ondertussen zijn influencers belangrijk geworden in marketing, denk aan de vloggers, de instagram-sterren, enzovoort. De NY Times schreef vorige week een stuk over leerkrachten als influencer. Leerkrachten die veel bloggen – ahum – die de nodige aantal volgers hebben online – euh, ahum – en die op die manier veel andere lesgevers kunnen beïnvloeden, kunnen ook interessant zijn voor bedrijven.

De grotere spelers zoals Apple, Microsoft en Google hebben dit al lang door en hebben programma’s zoals Apple Distinguished Educators, Google for Education’s Certified Innovator Program en Microsoft Innovative Educator Expert.

Maar er is een extra dimensie in onderwijs. De reden waarom de verschillende programma’s bestaan van Apple en co, is dat ze zo hopen van de leerlingen toekomstige klanten te maken. Sta er even bij stil: je wordt gewoon gemaakt aan een platform, aan een type tektsverwerker, enzovoort. Op die manier beïnvloeden onderwijs-influencers niet alleen collega-leerkrachten, maar ook het echte doel: hun leerlingen.

Ik kreeg al het aanbod om lid te worden van een van deze programma’s, maar heb dit bewust geweigerd, wegens nogal veel belang hechtend aan mijn onafhankelijkheid. Maar ik moet bekennen dat deze onafhankelijkheid een moeilijke evenwichtsoefening is. Zelf ben ik eerder dit jaar door Microsoft uitgenodigd om naar hun visie op onderwijs te gaan luisteren in NY. Ik heb daar bewust open over gecommuniceerd – en het was ook voor hen misschien wennen dat een pedagoog kritisch kan zijn :).

Het beste willen voor je kind, wat is daar mis mee? (opinie)

Gisteren verscheen deze opinie van mijn hand in De Morgen.

Ouders willen het beste voor hun kind. Uiteraard. Maar de goedbedoelde wens maakt kinderen willens nillens ongelijk. Wat doen we eraan?

Vandaag klinkt de schoolbel weer, met beelden van lachende en huilende kinderen én ouders. Sommige ouders zullen hun herwonnen vrijheid vieren, maar morgen hun kinderen evengoed weer naar sportclubs, taalklas of muziekles voeren. (Voor onze zonen is het dat laatste.)

Deze zomer maakte een artikel in The Guardian me evenwel duidelijk dat we eigenlijk aan opportunity hoarding doen. Kinderen volop kansen geven, zeggen we, maar eigenlijk lijden middenklasse-ouders aan een zekere verzamelwoede: we bedelven hen onder de kansen. Een kind met de beste school- en hobbyplekken: die norm. De beste voorbereiding voor het latere leven, maar in de kering wordt de kloof met kinderen die zoveel kansen niet krijgen snel groot.

Voor u stopt met lezen: in de komende paragrafen wens ik niemand een schuldgevoel aan te praten – mezelf ook niet. Maar als u me vraagt of er een verband is tussen ‘het beste voor je kind willen’ en de ongelijkheid in onze samenleving, is het antwoord ja. De goedbedoelde wens zorgt voor verschillen. Daar zijn verschillende redenen voor.

Bijleren op kamp

Ten eerste kan wat ouders denken dat het beste voor hun kind is, behoorlijk verschillen. Ouders die voor of tegen vaccinatie zijn, hebben beiden een overtuiging wat het beste is, maar het verschilt dag en nacht.

Een tweede verschil is een uitloper hiervan: de ene ouder gebruikt een meer effectieve aanpak dan de andere. Zelfs onder ouders die helpen met huiswerk kunnen er behoorlijke verschillen bestaan in hoe ze dit aanpakken, en uit onderzoek weten we dat de ene aanpak al meer effect heeft dan de andere.

Een laatste en belangrijke verschil is wat je als ouder kunt doen voor je kind. Zo gingen de voorbije vakantiemaanden veel kinderen op kamp of reis en volgden allerhande creatieve of sportieve kampjes. Zodoende zullen ze heel wat geleerd hebben, wat voordeel oplevert in hun schoolloopbaan. Als je als ouder niet dergelijke kampen of reizen kunt betalen, zelfs als je zou willen, dan missen die kinderen deze kansen.

Als samenleving kun je er op verschillende manieren op reageren. Zo kun je ouders verbieden om hun kinderen extra kansen te geven. Een dergelijke redenering gaat schuil achter de oproep die je af en toe hoort om huiswerk af te schaffen, ‘om de gelijke kansen te verhogen’. Dit is gelijke kansen nastreven door bevoorrechte kinderen kansen te ontzeggen. Vanuit deze redenering zou je ouders voorlezen moeten verbieden, want voorlezen heeft een positief effect op de latere ontwikkeling en het leren van hun kind. Je gaat in tegen net het streven van ouders om het beste te doen voor hun kind.

Tweede benadering: gezinnen voorlichten wat goed en minder goed werkt in opvoeding. Belangrijk, maar hier bots je al snel op wat ouders zelf als goed zien of op de grenzen van wat voor een gezin mogelijk is. Voorlezen als je ’s avonds moet werken, lukt bijvoorbeeld niet.

Een derde optie is om gezinnen te helpen die kansen te bieden – denk dan aan projecten als voorlezen aan huis – of via onderwijs een mogelijk gebrek aan kansen te compenseren. Op dit vlak leveren veel scholen goed werk, in de mate van het mogelijke. Maar zodra ouders – al of niet terecht – vermoeden dat scholen steken laten vallen, steekt de markt de kop op.

Een paar voorbeeldjes. Dit voorjaar kopten verschillende kranten dat scholen het steeds moeilijker hebben om zwemlessen te organiseren, deels onder invloed van de maximumfactuur. Zo is er een ruim aanbod aan buitenschoolse zwemles ontstaan. Behalve voor wie die niet kan betalen. De ironie is dat eindtermen zwemmen gehaald worden buiten de school om. Eerder trok de vereniging van logopedisten ook al aan de alarmbel omdat ze steeds meer ingeschakeld worden voor wat ze eerder als bijles ervaren.

De voorbije zomer leerden we dat België een koploper is in sociale mobiliteit. We zijn een van de landen waar de kans groot is dat je als kind een hoger diploma behaalde dan je ouders. Of is het ‘was’? Want de data die voor dit onderzoek gebruikt werden, liepen tot kinderen geboren in 1975. Ons onderwijs werd als een van de belangrijkste redenen genoemd voor de positieve resultaten. Verschillende experts vrezen dat dat vandaag anders is.

Lineaire aanpak

Hoe pakken we die ongelijkheid aan? Wat onderwijs betreft, hebben lineaire voorstellen (die voor elke leerling gelijk zijn) vaak het nadeel dat ze de kloof vergroten. Langere schooluren voor alle leerlingen, goed plan? Wel, leerlingen met een sterke achtergrond zullen meer uit die tijd halen dan leerlingen met een zwakkere achtergrond. Bij een lineaire aanpak moet je ook uitkijken dat je sommigen geen kansen ontneemt, zie het afschaffen van huiswerk voor gelijke kansen.

Een recente Deense overzichtsstudie ziet maar een beperkt aantal effectieve maatregelen waarbij de verschillende horden die ik hier beschreef genomen kunnen worden. Deze maatregelen vallen op door goed monitoren van het leerproces van elke leerling en gerichte extra ondersteuning waar nodig. De onderzoekers merkten zelfs bij deze aanpak op dat deze de kloof nooit helemaal kunnen dichten.

“Leren lezen en schrijven is belangrijk, maar niet iets natuurlijks” (Radio 1 – Column)

Met het nieuwe schooljaar, starten ook de columns terug op Radio 1. Ik schreef deze:

Joepie, de scholen gaan weer open. Ouders zuchten weer voor de vrijgekomen rust en straks komen er de beelden van huilende en blije kindjes op de eerste schooldag. Het lijkt wel alsof elk jaar hetzelfde onderwijsnieuws brengt.

Maar hoe oud dat onderwijsnieuws kan zijn, verbaasde me deze zomer zelf. Lees even mee:

In het verleden was onderwijs vooral gebaseerd op de kennis die in teksten zit of die van de leerkracht kwam. De eigen ervaring en ontwikkeling van het kind zou daarentegen centraal moeten staan bij de leerkracht en in het curriculum.

Deze tekst die ik zelf ietwat vrij vertaalde, dateert uit 1861. Het vat één van de uitgangspunten samen van Herbert Spencer, een ietwat vergeten maar invloedrijke pedagoog van ondertussen bijna 2 eeuwen geleden. Er is onder andere een duidelijke link tussen de ideeën van Spencer en de meer bekende Jean Piaget.

Ondertussen weten we dat er in die tekst een cruciale denkfout staat. Je leest er de idee in dat we natuurlijk leren – een idee dat nog ouder is en teruggaat tot Rousseau. Dit klopt voor alle duidelijkheid: veel van wat we leren, doen we vrij spontaan. Maar ondertussen is onze samenleving zo ver geculturaliseerd dat er een pak is dat we niet meer via natuurlijk leren kunnen verwerven. Leren lezen en schrijven is belangrijk, maar niet iets natuurlijks. Het is trouwens niet zo dat als een kind onder een appelboom zit, dat het zal ontdekken wat zwaartekracht betekent. Of dat er per se een appel op het hoofd moeten vallen om dit wel te begrijpen.

Maar ik weet dat er nu verschillende mensen geërgerd zullen zijn door wat ik schrijf. Meer nog, er zullen er wellicht zijn die nu Spencer zullen opzoeken om hem vanaf nu te citeren. Ik schreef het al, dacht ik, het lijkt wel alsof elk jaar dezelfde onderwijsdiscussies brengt.

Onderwijsnieuwsoverzicht deel 9: is de geest uit de fles + extra duiding

Morgen beginnen de scholen er in Vlaanderen weer aan. Het onderwijsnieuws startte deze zomer vroeg, er waren al enkele grote thema’s, maar vandaag heeft de Tijd misschien wel een belangrijk bericht (alhoewel het gisteren al een veelbetekenende zin was in het artikel over de Eindtermen in De Morgen): Raymonda Verdyck van het GO ziet het niet zitten om de hervorming modernisering van het secundair onderwijs door te voeren zonder nieuwe eindtermen. Zoals het commentaarstuk in diezelfde krant duidelijk maakt: zeer logisch, maar politiek zeer moeilijk voor de huidige minister.

Maar beeld je even in dat de hervorming wel doorgevoerd wordt zonder nieuwe eindtermen. Dat de koepels dus nieuwe leerplannen – want nieuwe vakken/richtingen – mogen maken op basis van wat? De oude eindtermen? Dan mag je de vernieuwing van de Eindtermen voor de komende legislatuur op je buik schrijven. Want je kan toch moeilijk die nieuwe leerplannen al na 2 jaar in de vuilbak gooien, zal de terechte opmerking zijn? Het zou ook zeer veel macht, extra macht aan de koepels en de netten geven, wat wellicht moeilijk ligt voor de coalitiepartners (en oppositie) en het zou de beleidsruimte voor een volgende minister van onderwijs wel heel erg beperken.

Maar er is meer nieuws. In De Standaard roepen Dirk Van Damme en Wouter Duyck op tot het invoeren van centrale examens. De woorden van Roger Standaert op radio 1 lijken nog niet koud, maar het stuk is al eerder geschreven voor de leerplandiscussie. Wel opvallend: hier zitten het Katholiek Onderwijs, het GO en de minister op 1 lijn: ze vinden het geen goed idee.

Is er nog onderwijsnieuws? Jazeker:

En de nodige opinies:

Wetenschap en onderwijs

Vorig jaar in februari publiceerde de Amerikaanse National Council on Teacher Quality een vernietigend rapport over de handboeken die in de Verenigde Staten gebruikt worden in de lerarenopleiding. De onderzoekers namen zes inzichten over leren waarover nauwelijks nog discussie bestaat en die makkelijk in te voeren zijn en keken vervolgens na of deze in de handboeken stonden en hoeveel aandacht er aan besteed werd. Het resultaat? De onderzoekers vonden onthutsend weinige referenties naar wetenschappelijk gebaseerde strategieën. Maar nog erger: de meeste leraren in opleiding werden ‘bedolven onder pagina’s tekst over doceerstrategieën en klasse management met weinig tot geen wetenschappelijke basis’.

Nu hebben twee masterstudenten van de Nederlandse Open Universiteit dit onderzoek in Vlaanderen en Nederland gerepliceerd, waarbij ze slechts twee van de zes inzichten nakeken, maar de resultaten zijn niet veel anders. Als iemand die de voorbije jaren veel heeft geschreven over hardnekkige mythes in onderwijs, is het gissen naar het waarom.

Ik zie enkele mogelijke verklaringen. Er is de trage verspreiding van wetenschappelijke inzichten naar de werkvloer. Zo is de theorie van meervoudige intelligenties zeer populair in onderwijs. Nochtans is deze theorie nauwelijks onderbouwd en compleet verouderd. Voor alle duidelijkheid: dat zeg ik niet, maar schreef vorig jaar Howard Gardner, de bedenker van de theorie zelf. De voorbije 20 jaar heeft hij er trouwens herhaaldelijk op gewezen dat hoe zijn theorie vaak gebruikt wordt in het onderwijs helemaal niet strookt met wat hij oorspronkelijk schreef en volgens hem vaak zeker niet effectief kan zijn.

Zo komen we bij een tweede mogelijke verklaring. De verbastering van de oorspronkelijke theorie maakt het een handig, eenvoudig modelletje die je zo makkelijk kan aanleren en doorvoeren. Maar onderwijs is niet zo eenvoudig als goeroes willen doen geloven.

Een laatste verklaring die ik zie is dat in onderwijs wetenschappelijke inzichten kunnen botsen met ideologie. Een van de methodes waarvan we al zeer lang weten dat ze zeer effectief is, is gespreide herhaling. Maar herhaling wordt al snel als ouderwets en negatief ervaren niet passend in een kindgecentreerde visie. In Vlaanderen en daarbuiten leeft nog zo ook nog vaak de idee dat welbevinden een cruciale voorwaarde is voor leren. Maar leren en welbevinden zijn geen synoniemen. Je kan je fantastisch voelen en nauwelijks iets leren en je kan je rot voelen en toch leren. Leren kan trouwens ook voor welbevinden zorgen. Nu niemand kan er op tegen zijn dat een kind zich goed voelt en een kind dat zich niet goed voelt, leert misschien wel maar haakt af. Maar weet dat games vaak aantrekkelijk zijn omdat ze frustrerend leuk zijn met na de uitdaging de beloning van iets extra te kunnen. In het beste geval komen welbevinden en leren samen voor.

In het buitenland – onder andere in de Angelsaksische wereld – woeden momenteel discussies waarbij evidence based education – onderwijs op basis van wetenschappelijke inzichten – door sommige als gewoon een andere ideologie wordt weggezet. Het zal je verbazen, maar ik vind wel degelijk dat dit gevaar bestaat als methodes tot bijna mechanische recepten herleid worden. En ook: onderwijs is meer dan leren, het is ook vormen, het is ook opvoeden. Het is dus ook pedagogiek en zelfs altijd ook ideologie.

Maar dat ontslaat ons niet van evidence-informed te zijn, als leerkracht en lerarenopleider op de hoogte te zijn van wat wanneer werkt en wanneer niet en waarom en dit toepassen in je eigen specifieke situatie. En als daarbij bepaalde inzichten haaks staan op wat we denken dat goed is, dan doet dat pijn. Maar tegelijk daagt het uit om verder te kijken en zo zelf ook blijvend te leren.