Help, daar zijn de Fidgets

Vorige week schreef ik een eerste stukje voor radio1.be als een probeersel voor een mogelijke column. Het stuk werd echter al snel geplaatst wegens zeer actueel…

Op de speelplaats kan je stilaan niet meer naast de nieuwe rage kijken: de Fidget Spinner. Het ding is niet nieuw. Het is een zoveelste variant van de tol die je al op schilderijen van Breughel kan zien. Maar waar de schilderijtol nog met een touwtje kwam, doe je deze Fidget Spinner draaien met je duim en wijsvinger.

Maar het is niet zomaar speelgoed, nee. Het dingetje wordt verkocht als hét middel om je beter te concentreren. Meer nog: de Fidget Spinner zou kinderen met ADHD kunnen helpen. Maar is dat wel zo?

Er bestaat nauwelijks onderzoek naar welk effect deze spelletjes hebben. Ik vond wel een studie uit 2015 dat het belangrijk is voor kinderen met ADHD om te wriemelen, wat in het Engels vertaald wordt als “to fidget”. Dat onderzoek stelt echter dat je kinderen met ADHD best niet op maar één welbepaalde manier laat wriemelen, bijvoorbeeld met een speeltje. Nog erger volgens dat zelfde onderzoek: wriemelen zou sowieso een negatief effect hebben voor het leren van kinderen die niet aan ADHD lijden.

De oorspronkelijke bedenkster van de Fidget Spinner, Catherine Hettinger, legde zelf niet de link naar ADHD of betere concentratie. Ze ontwierp de Spinner als een positief alternatief voor stenen gooien tijdens een reis naar Israël nadat ze kinderen politieagenten zag bekogelen.

En nu is de hype ook hier beland. In de UK en de VS klagen er al leerkrachten en meerdere scholen verboden al het ding. Deze scholen merkten namelijk het tegenovergestelde effect van wat de verkopers van het speelgoed beloven. Kinderen letten niet beter op, ze blijken meer afgeleid. En terwijl het spelletje ooit vreedzame bedoelingen had, lieten me 2 leerkrachten weten dat een gegooide Fidget verdomd hard kan aankomen.

Wat moeten we nu met deze hype? Beschouw de Fidget Spinner als iets typisch voor op de speelplaats, niet meer, niet minder. Bij gebrek aan enige evidentie dat het ding beter zou helpen opletten, hou je het spinnen beter buiten de klas. En straks is er terug het knikkerseizoen.

Die kinderen uit Beijing, Shangai,… scoren goed op PISA, maar… welke kinderen?

Telkens weer blijken de kinderen uit bepaalde regio’s in China uitzonderlijk goed te scoren op PISA, maar zijn dit alle kinderen die er leven? Nee, helemaal niet. Integendeel: Beijing bijvoorbeeld groeit geweldig aan, maar de kinderen van de vele inwijkelingen die er komen om een beter leven te krijgen door werk, die mogen er niet naar school gaan dankzij de Hukou, wat bepaalt dat je recht hebt op de sociale voorzieningen van de regio waar je geboren bent. Dit artikel in de Toronto Star maakt duidelijk welke pijnlijke gevolgen dit heeft voor gezinnen waarbij kinderen tot 12 uur ver moeten reizen om naar school te kunnen gaan. En oja, de Hukou gaat door via erfrecht.

Of beter: ging door via erfrecht, want er kwamen veranderingen aan het systeem sinds 2014. Maar of het daardoor makkelijker geworden is om als kind van migranten in het onderwijs binnen te raken? Niet echt:

En begrijp het niet verkeerd: in het schema wordt al duidelijk hoe vaak het kan misgaan, maar weet ook dat Migrant schools vaak in de praktijk een doodlopende straat zijn.

Dit verhaal hoor je zelden als je de nieuwste PISA-resultaten hoort (trouwens er komen er nieuwe aan op woensdag). Maar of het zo een onbelangrijk detail is?

Interessante reacties op oproep Vlaamse scholierenkoepel over eindtermen

Vandaag lanceerde de Vlaamse Scholierenkoepel een oproep onder het motto #wijwachten.

Vorig jaar organiseerde we als Scholierenkoepel mee het maatschappelijk debat rond de nieuwe eindtermen. Exact een jaar geleden overhandigden we in het Vlaams Parlement de mening van 17.000 scholieren aan de leden van de Commissie Onderwijs. Ook leerkrachten, ouders, directies, organisaties en geïnteresseerde burgers gaven massaal en met veel inzet hun mening. We zijn nu een jaar later en we merken dat de politici weinig stappen vooruit zetten en verschillende deadlines niet halen.

Als Scholierenkoepel zijn we dan ook teleurgesteld en wachten nog steeds op nieuwe eindtermen. Daarom schreven we de parlementsleden een open brief die vandaag verschenen is in De Standaard. Een grote groep scholieren, die vorig jaar hun stem liet horen, maakte ook #wijwachten-foto’s.

Vandaag delen we de brief en foto’s onder de #wijwachten als sterk signaal aan politici dat het maatschappelijk debat geen maat voor niets mag worden. De volledige brief vind je onderaan en kan je ook lezen op onze website.

De reacties lieten zich niet op zich wachten en die zijn opvallend:

Er was ook een andere tweet van de derde politieke partij in de meerderheid, maar deze werd verwijderd:

@destandaard: hoezo @cdenv zit niet op de lijn @kathOndVla wat eindtermen betreft?#bizar

Het was inderdaad al een tijdje opvallend stil over dit belangrijk dossier dat niet los kan gezien worden van de invoering van het masterplan. Nu blijkt er wel wat discussie aan de oppervlakte te komen. Net als in andere dossiers, dringt de tijd. Nieuwe handboeken, gebaseerd op nieuwe leerplannen, gebaseerd op nieuwe eindtermen maken op een jaar tijd om op 1 september 2018 te beginnen?

Het mooiste beroep ter wereld.

Leraar zijn is het mooiste beroep ter wereld. De leerkrachten die dit lezen zullen het beamen, de anderen zullen het wellicht niet met me eens zijn, maar die dwalen.

Het geluk om kinderen opeens te zien lezen, na uren, dagen, weken proberen opeens toch dat ene inzicht bevatten, de discussies die je hebt met pubers die hun en jouw denkmogelijkheden testen,… te veel om op te noemen.

Het is een job waarbij de hele wereld je klas binnen kan komen. Denk aan al het goede en al het kwade dat in de samenleving gebeurt, en je kan het in je klas meemaken. Van elke oorlog tot elk nieuw broertje of zusje dat geboren wordt. Van de eerste verliefdheden tot het eerste verlies.

Het is een job met een enorme verantwoordelijkheid, dat klopt. We krijgen de kinderen in bruikleen van hun ouders en we moeten ze voorbereiden op een samenleving. Die ouders en die samenleving wijzen ons ook graag op die verantwoordelijkheden. Telkens iets mis gaat, vragen ze ons om het ook bij te nemen.

Maar wij zijn verantwoordelijke mensen. We voelen ons verantwoordelijk. Daarom spreken we over onze kinderen, onze leerlingen. Ok, soms ook over onze puistekoppen, maar vol liefde. Het is de reden waarom je op deze prent kan zien waar de leerkracht woont:

Het is ook de reden waarom enkel mensen die onderwijs niet begrijpen, pleiten voor zoiets als een prestatiebeloning. Meer loon als je leerlingen beter presteren. Alsof een leerkracht een fantastische les in zijn of haar schuif zitten heeft en die er pas uithaalt als er geld op tafel komt. Een beetje leerkracht wil enkel het beste voor zijn of haar klas. Een beetje veel leerkracht liever nog meer dan het beste. Het is ook de reden waarom als de taakbelasting toeneemt, leerkrachten vaak toch verder doen en er al veel moet gebeuren vooraleer leerkrachten staking overwegen zoals in het basisonderwijs in Nederland.

Het is ook de reden waarom het ook een heftig beroep kan zijn. Het zijn niet noodzakelijk de hormonen, de vele vergaderingen, de vele vragen, enzovoort, nee, het is het constant publiek presteren voor jouw kinderen. Maar we hebben 1 geluk, als er al eens een les mislukt, dan is er meestal al heel snel een volgende. En nog een, en nog een

Dank krijg je soms op de vreemdste manieren. Vaak niet onmiddellijk, soms niet, maar heel soms gebeurt het onverwacht. Je komt een oud-leerling of oud-student tegen. Of bijvoorbeeld dinsdag zat er een student in mijn les die aangaf gestopt te zijn met zijn studies. Terwijl ik dacht, shit weer een leerkracht minder, vertelde hij mij dat hij toch nog naar mijn lessen wou komen omdat hij er zoveel aan had. Ik loop er zelf al een paar dagen blij door.

Ik zei het al, het is het mooiste beroep ter wereld.

P.S.: Wel jammer dat er steeds minder mensen voor dit mooiste beroep ter wereld kiezen. De inschrijvingscijfers dalen al jaren op een rij. Ook jammer dat er steeds meer leerkrachten aangeven dat het nog moeilijk vol te houden is. Vooral jammer dat er al lang plannen zijn voor een loopbaanpact om beide en andere uitdagingen aan te pakken. De hoop dat het voor deze regeerperiode zou zijn, werd enkele weken geleden de grond in geboord toen bleek dat de verschillende sociale partners er weer niet samen uitraakten. Misschien wordt het dan maar de volgende regeerperiode. Deze start trouwens in 2019. Oja, het verwachte lerarentekort in 2020 bedraagt 20000 leerkrachten, vooral in secundair onderwijs en in de steden. De opleiding van leerkrachten in hogescholen duurt drie jaar. We leven vandaag in 2017.

 

 

De moeilijke link tussen motivatie en leren

De spreekwoorden zijn duidelijk: “Wat baten kaars en bril als de uil niet zien wil”, of in het Engels “You can lead a horse to water, but you can’t make it drink.” Beide zegswijzen komen er zowat op neer: zonder motivatie zal er niks gebeuren of geleerd worden.

Al vaker zag ik verbaasd mensen opkijken, bij mijn uitspraak dat betrokkenheid en welbevinden niet gelijk staan aan leren, zie ook dit lijstje dat ik eerder postte. Maar ik vrees dat ik het nog erger moet maken. Terwijl de spreekwoorden suggereren dat motivatie eerst moet komen en dan leren volgt, toont onderzoek dat het best ook wel eens andersom zou kunnen zijn.

Deze post van Carl Hendrick bracht me het voorbije weekend het onderzoek in herinnering van onder andere Daniel Muijs en David Reynolds (2011). Deze laatsten toonden in hun review dat iets bijleren een positiever effect heeft op het zelfconcept dan vice versa (alhoewel Christian Bockhove terecht opmerkt dat zelfconcept geen synoniem is voor motivatie).

Het is verrassend als je hoort dat Chinese kinderen – met een strenger onderwijssysteem – meer intrinsiek gemotiveerd zijn dan Amerikaanse kinderen (al heeft dat ook te maken met een cultuur waarin bijvoorbeeld kennis belangrijker ingeschat wordt).

Het wordt allemaal minder verrassend als je good ol’ Vygotsky erbij haalt. Succeservaringen door leren, door vooruit te gaan, dat is herkenbaar. Maar waar je dit in eerste instantie extrensiek zou noemen, is er blijkbaar ook een intrinsiek effect.

Ondertussen is het denken over motivatie de eenvoudige tegenstelling intrinsiek en extrensiek al ruim overstegen. Vandaag maakt de zelfdeterminatietheorie (ZDT) furore, waarbij drie elementen vaak naar voor geschoven worden: verbondenheid, competentie en autonomie, waarbij dat laatste niet gelijk staat aan vrijheid. Onder competentie gaat echter veel schuil van wat ik net allemaal beschreef.

Wil dit nu allemaal zeggen dat je kinderen eerst iets moet leren om hen te motiveren en dat we het motiverend lesbegin maar moeten schrappen? Nee, helemaal niet. Het betekent wel dat niets meer demotiverend werkt dan niet leren en dat doen leren de essentie is om blijvend te motiveren. Maar tegelijk zul je nog steeds de aandacht van je leerlingen moeten te pakken krijgen, onder andere door verrassing, verbondenheid (zie ZDT), aansluiten bij interesses (dat is: waar kan) en waar nodig ook in eerste instantie extrinsieke motivatie.

Wat ik zoal zag en leerde op het Microsoft Event in NY #microsoftEDU

De kans dat ik nog steeds aan het vliegen ben als u dit leest is reëel. De voorbije 48 uur was ik onderweg van en naar NY voor een groots aangekondigd event van Microsoft. Waarom werd ik uitgenodigd als niet-tech journalist? Microsoft België dacht dat het een interessant idee was om een pedagoog te sturen omdat alles in het teken zou staan van onderwijs.

Dit verschil met de rest van het publiek – wel tech-journalisten – merkte ik ook na het event. Terwijl iedereen het vooral over de nieuwe Surface-laptop had en sommige journalisten aangaven het vreemd te vinden dit toestel in de communicatie tot onderwijs te beperken, was dit voor mij eerder een interessante bijzaak. Er was inderdaad veel meer te rapen voor onderwijs en ik wil enkele opvallende elementen samenvatten die de media wellicht niet zullen halen.  e

  • De voorstelling startte met de CEO van Microsoft die voor de eerste keer het woord nam, met een persoonlijk verhaal over het belang van onderwijs. Het zette de toon en onmiddellijk viel het woord ‘democratisering’ een paar keer. Door deze invalshoek is het een bijna politieke uitspraak over het belang van toegang tot onderwijs. Verder veel aandacht van Satya Nadella voor STEM-onderwijs en specifiek ook voor meisjes.
  • Iets wat weinig journalisten opmerkten – bleek uit de gesprekken die ik achteraf had – was dat Microsoft de bocht die IBM en Pearson al eerder zetten, mee verkiest: het gaat niet meer over leerkrachten vervangen of overbodig maken, maar wel over leerkrachten ondersteunen. Nadella stelde zelf vast dat technologie maar een middel is.
  • Dan kwam een hele resem nieuwe producten specifiek voor onderwijs – tja, wat dacht je – met oa een goedkopere surface met een gestroomlijnde Windows 10S. Veel nadruk op snel opstarten, makkelijke installatie (dit laatste overtuigde echt wel), MS Teams voor onderwijs met veel nadruk op samenwerken en natuurlijk Minecraft, nu met ook de kans om in de Edu-versie aan programmeren te werken in school. Stem, je weet wel.
  • Maar terug zat onder dit alles een subtiele, maar interessante vaststelling: het belang van controle over wat leerlingen kunnen doen. Deels vanuit veiligheid, deels vanuit focus, deels vanuit… Het viel me op hoe vlot hierover werd gedaan, terwijl dit wel een duidelijke visie is op hoe vrij je al dan niet kinderen en jongeren aan de slag gaat gaan.
  • Er was ook de Hololens waarbij augmented reality werd opnieuw gelanceerd onder de noemer van mixed reality. Ik probeerde het ding nu zelf uit en eerlijk: ik was onder de indruk.
  • Een van de zaken waar minder aandacht aan besteed werd, maar waar ik achteraf wel over praatte, was hoe belangrijk gewerkt wordt aan toegankelijkheid voor kinderen met een handicap door Microsoft. Linkedin was een ander een stuk ondergeschoven kindje in de grote publieke show, terwijl er wel ook een aparte stand was na het event.
  • Bij dit alles nog een kritische bedenking. De kans dat we terug naar enkele grote spelers gaan in technologie in onderwijs is niet denkbeeldig. Google, Apple en Microsoft proberen elk op hun manier allesomvattend te worden. Dit kan niemand, maar zeker in MS Windows 10S zit dit heel erg vervat. Net als bij Apple kan je enkel apps/software downloaden die door Microsoft aangeboden wordt. Een beetje moeilijke mens zou een vergelijking kunnen zien met waarom banken zo graag rekeningen openen voor kinderen: haal ze binnen als ze jong zijn en maak ze vertrouwd met enkel jouw eco-systeem in de hoop dat ze blijven. Het kan ook mijn jetlag zijn.

Al bij al denk ik dat dit alles het nodige stof voor discussies op scholen kan zorgen. En oja, nog dit. Mensen die mijn berichten gisteren op Twitter volgden zullen gemerkt hebben dat 3 keer leerstijlen vermeld worden (in feite zelfs vier keren, maar ik gaf op na 3 keren). Ik beloofde op Twitter dat ik hen hier zou op aanspreken. Heb ik gedaan en ze beloofden dat dit vervolgd zou worden.

Even voor alle duidelijkheid: Microsoft België nodigde me uit voor deze reis, ik heb ook quasi enkel dit gedaan behalve 1 uur wandelen in NY en ik werd niet gevraagd om iets te schrijven. De kans dat ik de voorstelling online zou volgen en over zou bloggen zoals ik ook al eerder deed bij die fruittelers uit Cupertino is trouwens zeer groot.

De hersenen van jongeren die opletten in de klas synchroniseren met elkaar, maar…

Vorige week zag ik dit onderzoek al voorbij komen, en gisteren wees Jan de Mol me er al op: als leerlingen opletten in klas, zijn hun breinen ‘in sinc’.

Interessant en vooral mooi dat men nu ook naar interactie tussen leerlingen en leerkrachten kijkt. Maar… dan komt er een andere belangrijke vraag: wat moeten we hier mee. We weten dit nu, maar hoe kunnen we dit praktisch gebruiken.

En dan bots je al snel op dingen die we misschien niet willen. Uit het onderzoek blijkt namelijk de mate van opletten bepalend te zijn voor het synchroniseren én ook de mate waarin de leerling de leerkracht graag mag.

Beeld je dan maar even het oudercontact in… Beste ouders, Jan lette duidelijk niet zo goed op, zijn hersenscans tonen dit. Trouwens, kan het zijn dat hij mij niet graag heeft?

Of ouders die zeggen: volgens deze hersenscan ben je niet echt vriendelijk voor onze dochter waardoor ze niet echt kan syncen?

Begrijp me niet verkeerd, dergelijk onderzoek blijf ik heel belangrijk vinden, maar tegelijk moeten we evengoed nadenken wat we dan in de praktijk willen (en wat niet).

Abstract van de studie:

The human brain has evolved for group living [ 1 ]. Yet we know so little about how it supports dynamic group interactions that the study of real-world social exchanges has been dubbed the “dark matter of social neuroscience” [ 2 ]. Recently, various studies have begun to approach this question by comparing brain responses of multiple individuals during a variety of (semi-naturalistic) tasks [ 3–15 ]. These experiments reveal how stimulus properties [ 13 ], individual differences [ 14 ], and contextual factors [ 15 ] may underpin similarities and differences in neural activity across people. However, most studies to date suffer from various limitations: they often lack direct face-to-face interaction between participants, are typically limited to dyads, do not investigate social dynamics across time, and, crucially, they rarely study social behavior under naturalistic circumstances. Here we extend such experimentation drastically, beyond dyads and beyond laboratory walls, to identify neural markers of group engagement during dynamic real-world group interactions. We used portable electroencephalogram (EEG) to simultaneously record brain activity from a class of 12 high school students over the course of a semester (11 classes) during regular classroom activities ( Figures 1 A–1C; Supplemental Experimental Procedures , section S1). A novel analysis technique to assess group-based neural coherence demonstrates that the extent to which brain activity is synchronized across students predicts both student class engagement and social dynamics. This suggests that brain-to-brain synchrony is a possible neural marker for dynamic social interactions, likely driven by shared attention mechanisms. This study validates a promising new method to investigate the neuroscience of group interactions in ecologically natural settings.

Het is niet pedagogiek versus wetenschap

Enkele jaren geleden kwam Gert Biesta spreken op onze hogeschool. Boeiende lezing waarin hij zijn bekende uitgangspunten verduidelijkte. Achteraf volgde wel een klein gesprek en mailwisseling want ik schrok ervan hoe hij zich afzette tegen Evidence Based Education. Of beter: hoe hij zich afzette tegen een karikatuur van EBE die ik niet herkende, ook niet als zelf pedagoog zijnde.

Ja, ik merk zelf ook wel dat cijfers vaak misbruikt worden, maar zelden door wetenschappers zelf. Zo vond ik het persoonlijk heel erg dat er een boekje met enkel de grafiekjes van Hattie uitkwam, omdat de meerwaarde van zijn werk vooral zat in de tekst naast de grafiekjes. Zinnen als ‘huiswerk werkt niet’ of ‘kleinere klassen maken geen verschil’ zijn een vereenvoudiging die even weinig zeggen en even fout kunnen zijn als een dooddoener als ‘het kind staat centraal’.

Oh, geschrokken van die laatste? Ik kan die zin namelijk al vervangen door een vraag: staat het kind centraal of moet de toekomstige volwassene centraal staan? En kijkende naar de drie-indeling van Biesta, kun je je verder afvragen of enkel het kind centraal moet staan. En als het niet enkel het kind is dat centraal moet staan, staat het kind dan nog wel centraal? En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.

Er woedt al een tijdje een verwante discussie over zelfontdekkend leren versus instructie en de voorbije 2 weken leverde dit het nodige vuurwerk op in de Nederlandse commissie onderwijs tussen oa Paul Kirschner en Luc Stevens. Onder andere deze passage maakt dit duidelijk:

Stevens, een van de geestelijk vaders van Onderwijs 2032, liet zich niet zo snel uit het veld slaan. Hoe wordt de kennis waar Kirschner over spreekt, verworven, vroeg hij de Kamerleden? Kleine kinderen leren moeiteloos hun moedertaal. Van dat vermogen kun je op school ook gebruik maken. Niet dus, oordeelde Kirschner, hier worden biologisch, evolutionair ontstaan primair en secundair leren met elkaar verward. Leren op school is secundair en echt iets anders.

Is dit een tegenstelling tussen pedagogiek en wetenschap? Ik mag hopen van niet. Dan zou pedagogiek geen wetenschap zijn, eerst en vooral. Wel is het een tegenstelling tussen verschillende wetenschappen, cognitieve psychologie versus iets dat meer pedagogisch geïnspireerd is.

Stevens heeft ook een punt als hij dit zegt:

Onderwijs is ook opvoeden tot maatschappelijke verantwoordelijkheid, aldus Stevens. Het onderwijs heeft ook ‘een pedagogische opdracht. Die is bij alle vakken aan de orde.’ Moeten we het dan niet eens hebben over pedagogische kerndoelen voor 2032?

Behalve de boeiende vraag in welke mate die doelen voor 2032 veel zullen verschillen met deze van 2012 of eerder, is onderwijs volgens mij inderdaad meer dan kennis- of vaardighedenoverdracht.

Hoe valt dit allemaal te rijmen? Voor mezelf staan drie vragen in onderwijs centraal: hoe, wat en waarom. Het meer technische ‘hoe’ kreeg de voorbije jaren veel input van onderwijskunde en psychologie. Het wat en waarom is het domein van visie, je kan het zelfs ideologie noemen, of beter nog de studie van ideologieën. Ideologie is dan voor mij geen scheldwoord, maar gewoon…

…een geheel van ideeën over de mens, menselijke relaties en de inrichting van de maatschappij, dat leeft binnen een maatschappelijke groep, met name een politieke partij, een denkstroming of een sociale klasse.

Onderwijskundigen en cognitief psychologen focussen misschien wel op het hoe, maar geven ook input over het wat en waarom. Concreet: als er de vraag naar meer creativiteit is, dan zullen verschillende cognitief psychologen zeggen dat kennis (wat) nodig is om creativiteit aan te leren (waarom). Maar ook een puur theoretische pedagogiek – in de mate dat die al zou bestaan – zegt vaak niet enkel iets over het wat en waarom, vaak zeggen ze heel over het ‘hoe’. Er is onder andere een hele strekking van Rousseau-geïnspireerde denkers die een pak vertellen over hoe onderwijs zou moeten vorm gegeven worden. En verschillende van die antwoorden op het ‘hoe’ zouden mijn inziens ondertussen op zijn minst best wat genuanceerd worden door voortschrijdend inzicht. Fijn toch dat we al wat verder geraakt zijn dan de tijd van Locke en Rousseau? De uitspraak dat zelfontdekkend leren voor basiskennis de ongelijkheid tussen leerlingen met verschillende achtergronden kan vergroten wordt door verschillende onderzoeken uit verschillende onderzoeksdomeinen bevestigd en is iets waarmee we best in bepaalde pedagogische visies rekening houden. Dit is net zoals er in zowel onderwijskunde en psychologie ooit het idee van leerstijlen ontstond en deze nu ook beter ten grave gedragen worden door voortschrijdend inzicht.

Wetenschap is ook discussie en discussies tussen verschillende onderzoeksdomeinen zijn vaak moeilijk. Maar daarom niet minder nodig.

Stress bij de Vlaamse jeugd en de verschillen in cijfers

Misschien hoorde je het wel al eens: met statistiek kan je alles bewijzen. Ook een andere variant kan opduiken: het ene onderzoek zegt dit, het andere spreekt dat dan weer tegen. De voorbije weken zou je die indruk kunnen hebben gekregen over stress bij de Vlaamse jeugd. In februari bracht de Vlaamse Scholierenkoepel groot nieuws over de druk die Vlaamse jongeren onder andere op school ervaren. Het leidde enkele weken geleden tot een reportage van Nic Balthazar in Pano.

En gisteren, opeens, stelt de OESO in hun driejaarlijks PISA-rapport vast dat de Vlaamse jongeren in vergelijking met de meeste andere landen net weinig stress of druk ervaren. We moeten ons misschien wel zorgen maken over het feit dat onze jongeren bij de minst ambitieuze zijn, met wat slechte wil kan je dit zelfs zien als dat misschien te weinig druk ervaren of zichzelf opleggen. Of beter: OESO-topman Dirk Van Damme vindt dit verontrustend, prof. Wim Van den Broeck idem, maar prof. Maarten Van Steenkiste vindt dit helemaal niet verontrustend. En oja, onze jongeren zijn misschien weinig ambitieus, ze presteren wel uitstekend.

Hoe valt dit allemaal te rijmen?

Laten we even kijken naar het onderzoek van de scholierenkoepel. Zoals ze zelf aangaven, is dit voor alle duidelijkheid geen wetenschappelijk onderzoek. Meer nog, door de aanpak lag een overrrepresentatie van stress bij jongeren voor de hand. De enquete werd gewoon verspreid en de reactie was zeer groot, maar in welke mate de respons representatief was, dit is in welke mate de steekproef overeenkwam met de werkelijkheid? Geen flauw idee. Meer nog: de kans dat jongeren die stress ervaren net meer geneigd zullen zijn de enquete in te vullen is vrij groot.

Het PISA-onderzoek is wel wetenschappelijk, en legt de lat behoorlijk hoog. Men streeft dus zo wel representativiteit na. Het is dus niet onlogisch, dat het aantal jongeren dat aangeeft dat ze stress ervaren op school een pak lager ligt.

Maar lager liggen betekent ook niet dat er geen jongeren zijn die geen stress ervaren. Het aantal is in Vlaanderen, Nederland, Zwitserland en Finland uitzonderlijk laag in vergelijking met andere landen die zeer mooie scores opleveren, maar het aantal is zeker niet 0. En oja, PISA kijkt enkel naar 15-jarigen. Uit een ander wetenschappelijk zeer degelijk onderzoek, de JOP-monitor kwam men tot nog steeds positieve maar iets lagere cijfers over het welbevinden van de Vlaamse jeugd, maar dat onderzoek keek naar een veel grotere leeftijdsgroep, wat alleen al de verschillen zou kunnen verklaren.

Ook bij PISA zijn er – zoals bij elk wetenschappelijk onderzoek – bedenkingen te maken. Zo gaat het in hun bevraging over perceptie van de jongeren. Hoe zien jongeren het zelf. Ze geven dus in meerderheid aan weinig druk te ervaren, maar we hebben in feite geen flauw idee of die druk er al dan niet is. Daarvoor heb je andere wetenschappelijk tools nodig, bijvoorbeeld observaties.

Ik weet zelf van minstens twee onderzoeken die de komende tijd zullen gepubliceerd of gevoerd worden rond deze zelfde vraag. De kans dat er via deze onderzoeken nieuwe nuances zullen worden toegevoegd aan onze kennis over de druk bij de Vlaamse jeugd, is groot. Misschien is het wel een idee voor de journalisten om bij elk onderzoek aan te geven wat de sterktes en beperkingen zijn?