Mijn opinie in de Morgen vandaag: ‘Die ene vrijdag’ over kansarmoede in hoger onderwijs

Kreeg woensdag de vraag of ik een opinie wou schrijven die bij de reeks over kansarmoede in De Morgen zou horen.

Het is een vrijdag, jaren geleden. Ik deel de rapporten uit aan de eerstejaarsstudenten. Vandaag krijgen studenten een mailtje met hun resultaat, maar toen mochten we nog letterlijk delen in vreugde en teleurstelling. Veel studenten reageren met een gelukkige uitroep, hier en daar zie ik de nodige teleurstelling, af en toe een student die met een blik duidelijk maakt vooral opgelucht te zijn. Ik feliciteer de een na de andere, stop tijd in een gesprek met degenen die niet kregen wat ze verwacht of gehoopt hadden. Morgen komen ze terug voor de officiële feedbacksessies. Het lokaal loopt stilaan leeg. Dan zie ik haar. Laat ik haar Nathalie noemen. Ze huilt, wat me heel erg verbaast. Haar resultaten maakten haar bij de beste studenten die het eerste jaar met succes afronden.

Ik vroeg haar wat er aan de hand was. Had ze nog meer verwacht? Ze huilde niet om het resultaat, maar uit wat volgde bleek hoe bovenmenselijk haar prestaties wel geweest waren. Tijdens het academiejaar was ze thuis uit het huis gegooid. Iets met een nieuwe partner van haar moeder die haar niet meer in huis wou. Opeens stond ze er helemaal alleen voor. Er volgde een zoektocht naar hoe verder. Aankloppen bij het OCMW, werken, studeren. Ze had steun gevraagd en gekregen van de sociale voorzieningen van onze hogeschool. Niet enkel financiële steun, maar ook een luisterend oor. Ik wist niets over haar verhaal. Het voorbije jaar had ik wel zelf met enkele studenten na een gesprek over hun moeilijke situatie de weg naar de sociale voorzieningen getoond, maar bij Nathalie had ik nooit iets vermoed, nooit iets gezien. Nu huilde ze voor de eenzame maanden die haar te wachten stonden. Geen contact meer met medestudenten. Werken, niet voor school, maar omdat het niet anders kan.

Het is een van de vele verhalen die je als docent tegenkomt, alhoewel het allemaal in het hoger onderwijs wat afstandelijker kan verlopen. Grotere groepen, studenten die al wat meer volwassen zouden moeten zijn. Ondertussen is het aantal studenten dat met een leefloon moeten rondkomen in ons land de voorbije 10 jaar stelselmatig gestegen. Het aantal studenten met een leefloon steeg sinds 2005 met 82%. Dit is niet noodzakelijk negatief. Het kan namelijk ook betekenen dat meer jongeren de weg naar steun vinden en zo kunnen studeren.

Het klopt, inschrijven aan de universiteit of aan de hogeschool is ten opzichte van sommige buitenlanden nog steeds relatief goedkoop, maar de kostprijs gaat veel verder dan het inschrijvingsgeld. Boeken, excursies, materiaal, vervoer naar stages,… We hebben het geluk dat ons land nog studiebeurzen kent, maar deze zijn vandaag vaak niet meer toereikend. Als we nadenken over welke handboeken of cursussen de studenten moeten kopen, oppert er gelukkig altijd wel iemand om stil te staan bij de kostprijs. Het is vaak een moeilijk afwegen tussen budget en inhoud.

In Nederland stelt het Nibud, het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting, dat door het afschaffen van de basisbeurs dit jaar de drempel om te studeren voor veel jongeren zeer hoog wordt. Er is wel een sociale studielening voorzien, waardoor jongeren hun studieschuld pas moeten afbetalen als ze eenmaal werken, maar het Nibud vreest dat zelfs met die lening jongeren niet meer zullen kunnen studeren zonder financiële steun van hun ouders. Iets wat voor iemand als Nathalie de doodsteek zou betekenen.

Dan zou dus betekenen dat ondertussen tientallen leerlingen geen les zouden gekregen hebben van de fantastische leerkracht die Nathalie ondertussen al enkele jaren is en met haar verschillende andere. Leerkrachten die zich wellicht extra goed kunnen inleven in de situaties en uitdagingen die de voorbije dagen in deze krant in de reeks ‘bank achteruit’ zijn verschenen. Spijtig genoeg zijn ze vooralsnog witte raven, want de laatste drempel in de vele treden die we in het onderwijs hebben is deze van het hoger onderwijs vaak ook nog hoog.

Nathalie is niet haar echte naam, sommige details paste ik ook bewust aan. Mocht ze dit lezen, nog steeds trots dat ik aan haar mocht les geven.

Taken van de school versus taken van thuis

Vandaag was er het nieuws van de (concrete) plannen van het Sint-Gummaruscollege om een semi-internaat aan te bieden.

Een woordje uitleg:

‘Mensen hebben het steeds moeilijker om werk en gezin te combineren, ouders moeten almaar meer hun kinderen alleen opvoeden én het regent vecht- en echtscheidingen. Het traditionele gezin staat onder druk. Veel kinderen missen structuur in hun leven en hun punten lijden daaronder’, zegt Geert Hellemans, directeur van het Sint-Gummaruscollege in Lier.

Om ouders te helpen bij de opvoeding, richt Hellemans vanaf komend schooljaar een ‘semi-internaat’ op, een soort van naschoolse opvang. Maar de kinderen krijgen er veel meer dan alleen toezicht: individuele studiebegeleiding, ontspanning in samenwerking met de muziekacademie en sportclubs, en een gezond voedingspatroon. (bron De Standaard)

In onderwijskringen wordt vaker geklaagd dat de school alle opvoedingstaken moet overnemen en ogenschijnlijk lijkt dit initiatief dit te bewijzen. Maar het is allemaal een beetje complexer dan dat.

Eerst en vooral: school heeft altijd opvoedingstaken overgenomen van ouders. School is in feite ingevoerd om bepaalde opvoedings- en leertaken die de gemeenschap belangrijk vindt te garanderen. Gezondheid is trouwens (bijvoorbeeld in de 19de eeuw met hygiëne) dan vaak een van de doelen. En internaten bestaan ook al heel erg lang.

Het initiatief past ook in een visie van een brede school waarbij de school een levende hub wordt van een gemeenschap. Zijn er dan geen bedenkingen te maken? Toch wel, maar dan eerder bij de reden dan bij het aanbod. Als we collectief het gevoel hebben dat we de opvoeding van onze kinderen niet meer aankunnen, dan lijkt mij vooral daar de kat de bel gebonden. Dit gevoel kan dan zowel door een te grote opvoedingsonzekerheid veroorzaakt worden (waar ik deze ochtend over sprak trouwens op radio 1 en stelde dat deze onzekerheid vaak onterecht is) en/of door een work-life balance die uit de bocht vliegt (en dan heb ik liever oplossingen zoals Frank Van Massenhove nastreeft).

Dus, nee, ik ga geen onvertogen woord schrijven over de school, maar ze mag ons vooral niet ontslaan om iets te doen aan de 2 onderliggende problemen.

Nu even serieus over de politie die sociale media screent tijdens Pukkelpop

Enkele jaren geleden was Pukkelpop het bewijs van de kracht van sociale media. Vandaag is sociale media en Pukkelpop terug nieuws want de politie gaat via Twitcident Facebook, Twitter en Instagram checken op onregelmatigheden. Er is een hele lijst van trefwoorden samengesteld waarop zoekrobots de vele berichten rond Pukkelpop zullen checken.

De gevolgen laten zich raden: twitter has a field day. De stormloop aan valse berichten is niet bij te houden, en ik beken, ik kon me ook niet inhouden:

In De Morgen maakt Jan Nolf terechte bedenkingen bij de screening an sich, maar een kleine opmerking van hem wil ik even verdiepen. De ere-vrederechter schrijft namelijk dat het wellicht achterhaald is, en ik denk dat hij wellicht gelijk heeft.

Ja, Facebook, Twitter en zeker Instagram zijn nog steeds populair, maar de voorbije jaren hebben jongeren de publieke tijdlijn steeds vaker ingeruild en vooral aangevuld met meer intieme vormen van sociale media. Intiem in de betekenis dat het slechts met een kleine groep mensen gedeeld wordt. Facebook kent groepen en vooral de populaire messenger en dan hebben we het nog niet over Whatsapp en het zeer populaire Snapchat.

Wat zou jij doen als je snode plannen zou hebben (bijvoorbeeld meezingen met The Offspring, zowat een halsmisdaad imho)? Zou je dat open en bloot zetten op je tijdlijn? Of zou je, als je dit echt met mensen wil delen of enkelingen wil aanspreken om mee te zingen (don’t), dan eerder enkele van die meer intieme kanalen gebruiken?

Vooral hoop ik op goed weer op Pukkelpop en fijne muziek. Ik zie de beelden wel verschijnen.

iPads in de klas? Is dat niet zo 2012?

Heb lang zitten dubben over de titel van dit stukje. Even alle valse verwachtingen wegnemen: nee, ik ben niet tegen iPads of andere tablets. En nee, het stuk gaat niet over hoe nu we moeten spreken over Google Cardboard klassen of scholen.

Maar The Atlantic stelt iets vast dat ik ook al in andere artikels merkte: de tablets zijn een beetje op hun retour na de grote hype (zegt iemand hype cycle?). Verschillende piloot-programma’s die ooit als eerste de tablet van Apple omarmden zijn nu overgeschakeld op Chromebooks en andere laptops.

Het is dus zeker niet zo dat de scholen technologie vaarwel zeggen, maar wel dat ze willen kijken welk toestel het beste geschikt is voor hun leerkrachten en leerlingen.

Een opvallende quote hierbij:

“Students saw the iPad as a “fun” gaming environment, while the Chromebook was perceived as a place to “get to work.” And as much as students liked to annotate and read on the iPad, the Chromebook’s keyboard was a greater perk”

Zelf worstel ik er ook nog mee of de tablet soms niet het toestel te veel is. Een laptop vind ik zeker in het voortgezet onderwijs handiger omwille van het toetsenbord (en ja, ik weet dat je er ook een aan de iPad kan hangen) en de meeste jongeren hebben sowieso een smartphone die als het een phablet is al de grootte heeft van een iPad-mini.. Wat is dan de meerwaarde van een tablet in het geheel?

In feite beschrijft het artikel vooral een aftasten wat wel en wat niet werkt qua toestel in de verschillende settings (en dus ook met verschillende antwoorden naargelang de school) een positieve evolutie. Dus voor iedere school die net iPads kocht: nee, je hoeft niet bang te zijn dat je niet mee bent. Kijk, gebruik en evalueer.

Ontroerend verhaal: 9-jarige Daniel krijgt beurs dankzij virale foto van hem huiswerk makend op straat

Je vader stierf in de gevangenis. Je moeder verdient iets minder dan 2 dollar per dag. Je slaapt met de rest van het gezin in een voedselstalletje zonder muren. Je hebt nog 1 potlood, omdat je andere potlood gestolen is en gaat toch je huiswerk maken in het licht van de plaatselijke McDonalds. Mag ik je voorstellen aan de negenjarige Daniel Cabrera.

Een studente maakte een foto van deze jongen die vervolgens viraal ging. Gevolg: enorme inzamelactie en nu kan de jongen zijn dromen waarmaken om te studeren.

Ik geef toe, ik heb verschillende bronnen gecheckt om te kijken of het verhaal klopt, maar dat lijkt het geval te zijn (lees onder andere hier).

Het is natuurlijk de oplossing voor 1 kind terwijl er in de Filipijnen nog vele andere zijn. Gelukkig gaat een deel van de (enorme) opbrengst van de inzamelactie ook naar de gemeenschap zodat meer kinderen kunnen geholpen worden. Het deed me ook denken aan het fantastische werk dat onze studenten onder andere in Nepal doen (en recent ook deden na de aardbeving). Cynisch zou je het kunnen hebben over druppels op een hete plaat, maar vele druppels maken regen. Het toont vooral ook hoe belangrijk onderwijs is voor mensen die er (nog) geen toegang toe hebben. Dit is iets wat we soms collectief lijken te vergeten. Het verhaal van Daniel is inspirerend zo dicht bij de start van het nieuwe schooljaar.

Column: Geschiedenis en disruptie

Speakersacademy vroeg me een column te schrijven. Het werd deze:

Deze zomer logeerde mijn gezin een nachtje in een oude treinwagon in de buurt van de Grand Canyon. Aan de muur hing een replica van een affiche van Wells Fargo waarbij ze een enorme tijdwinst aankondigden: waar je normaal gezien 32 dagen nodig had om het continent over te steken, zou het nu nog maar 4 dagen worden dankzij de trein.

Vandaag zouden we zoiets disruptie noemen. Enkele decennia later werden die 4 dagen enkele uren dankzij het vliegtuig. Toen ik op een ochtend wakker werd, las ik dat Airbus een patent heeft aangevraagd voor een supersonisch toestel waarmee je binnen het uur van Londen naar New York zou kunnen vliegen.

Hoe kan je deze drie stappen vergelijken? Waar ligt de grootste verandering? De omwenteling van paardenkoets naar trein had wellicht een groter effect op de business van paardenkoetsen dan Uber op taxichauffeurs, om over de verdere gevolgen op de samenleving nog maar te zwijgen. Het vliegtuig deed de treinen echter niet verdwijnen, maar zorgde er wel voor dat ik nu met mijn gezin deze reis kon maken. Dit was tot voor kort enkel weggelegd voor iemand die zich een reis van weken op een boot kon permitteren. Het supersonische toestel van Airbus zal wellicht een hele tijd bestaan naast overvolle tragere ‘ouderwetse’ vliegtuigen.

Echte omwentelingen zijn moeilijk op waarde te schatten op het moment dat ze gebeuren. We lijden te graag aan wat we chronocentrisme kunnen noemen: denken dat we in uitzonderlijke tijden leven. Dat kan zowel uitzonderlijk goed of uitzonderlijk slecht zijn. Had Peter Thiel van Paypal gelijk toen hij enkele jaren geleden klaagde  dat we slechts 140 tekens kregen in plaats van vliegende auto’s? Wellicht niet, we leven in een tijd dat we de blinden weer laten zien, de doven weer laten horen en de lammen leren lopen, meer nog: we geven mensen die een arm missen een nieuwe. De uitspraak van Thiel klopt wel als relativering van sommige ‘revoluties’, waar we vaak te snel te hoog mee oplopen.

Afstand nemen is gezond, beseffen dat je die afstand niet altijd kan nemen ook. En daarom is geschiedenisonderwijs zo belangrijk.

Drie woorden die vaak vergeten worden over leren

Momenteel lees je in verschillende artikelen (oa in De Morgen) over hoe studenten aan de universiteiten en hogescholen fouten maken, zowel inhoudelijk als taalfouten. In een opinie wordt een link gelegd met mogelijk weinig historisch besef en, yep daar is ie weer, technologie.

Los van het feit dat zolang ik me kan herinneren er grappige antwoorden op examens circuleren, wil ik een andere, mogelijke verklaring meegeven, we vergeten vaak 3 woorden over leren. Volgens Hattie en Yates kost leren tijd, inspanning en motivatie. Richard Wiseman ziet drie andere cruciale woorden: work really hard.

Maar dit is iets dat vandaag vaak vergeten wordt. Niet per se door de studenten zelf, maar wel door denkers over onderwijs. Nicholas Negroponte deed ons vorig jaar dromen over een pil die je een taal doet leren, klaar tegen 2050. Geen uren meer blokken op vervoegingen, geen oefeningen meer maken, nee, een pilletje Spaans slikken. Als je de Jommeke-strip deze weken in het Nieuwsblad leest over de Babbelpil, kan je enkel glimlachen. De man heeft mogelijk een punt, recent onderzoek toonde dat we mogelijk via medicatie gevoelige periodes opnieuw mogelijk kunnen maken. We leren makkelijker talen als we erg jong zijn, deze taalpil zou dat dus op latere leeftijd misschien mogelijk maken. Maar zelfs dan zou het niet zo eenvoudig zijn als Negroponte voorstelt en zullen beide drie woorden belangrijk blijven.

Als we collectief roepen dat je alles kan opzoeken op Google en dus geen kennis meer nodig hebt (niet dus, oa kritische geest en creativiteit kan je niet downloaden), of dat leren vooral leuk moet zijn (graag, maar kan niet altijd, leuk en leren kan elkaar zelfs tegenwerken), communiceren we (on)bewust dat hard werken niet meer belangrijk zou zijn voor leren.

Spijtig genoeg zijn kennis, doorzetting en hard werk nog steeds cruciaal voor leren, naast het vele andere. Maar je krijgt er ook iets voor terug, als het lukt: voldoening. Iets wat je krijgt zonder moeite kan leuk zijn. Iets wat je bereikt met veel moeite, is van een hele andere orde.

Wat mij opviel in de Nederlandse Monitor Jeugd en Media 2015

Vandaag om 16u werd de Nederlandse Monitor Jeugd en Media 2015 van Kennisnet en Mediawijzer vrijgegeven. Een leuk vogeltje bracht het rapport eerder op mijn bureau waardoor ik je nu al de voor mij opvallendste elementen kan meegeven:

  • Ondanks alle (digitale) media, willen jongeren eerst en vooral face-to-face contact (meisjes iets meer dan jongens):
    • 73% kiest groepsgewijs face-to-face contact (in een vriendengroep);
    • 68% kiest individueel face-to-face contact (1-op1);
    • eveneens 68% kiest het sturen van berichtjes.
  • Waarom ze dan toch ook sociale media gebruiken voor contact?
    • 56% omdat het handiger is,
    • 38% vindt het makkelijker;
    • 15% durft meer te zeggen;
    • 13% voelt zich minder verlegen;
    • slechts 10% zegt dat het leuker is.
  • De Nederlandse jongeren gebruiken hun telefoon nog veel voor… bellen. Het komt op de tweede plaats, maar berichtjes sturen is populairder. En ja, lang leve Whatsapp (voor sociaal én school).

Er is trouwens heel veel over school te vinden, eerst de big one voor mij, over technologie op school:

  • het smartboard is inmiddels normaal geworden (slechts 7% van de respondenten meldt dat er bij hen nog steeds met schoolbord en krijtjes wordt gewerkt);
  • een derde (33%) van de respondenten meldt dat hun school het gebruik van ict-middelen (zoals computer, smartphone en tablet) voor het maken van huiswerk echt stimuleert;
  • bijna de helft (47%) van de respondenten zegt makkelijker te leren wanneer de stof ook in een filmpje wordt behandeld.

Maar wat vooral opvalt: de leerlingen denken toch genuanceerd over het gebruik van beeldschermmedia in het onderwijs:

  • 39% zegt moeilijker te leren als er alleen maar tekst is;
  • 31% verkiest filmpjes boven uitleg door de docent;
  • 29% zegt makkelijker via computer of tablet te leren dan via boeken;
  • 25% zegt liever op internet naar hulp of uitleg te zoeken dan in de schoolboeken (bij vragen over de stof).

En belangrijk: de kwaliteit van de huidige school-apps is nog voor verbetering vatbaar. Vaak zijn het gewoon nog ‘boeken achter glas’, zonder (interactieve) meerwaarde:

  • slechts 11% bevestigt de stelling dat school-apps net zo goed en mooi gemaakt zijn als de apps en games die ze privé gebruiken.

Wat opvalt: dat jongeren beeldschermmedia voor school wel waarderen, maar dat de meerderheid het ook belangrijk vindt dat er een goede leerkracht is, en dat traditionele media als boeken en schriften er ook bij horen. Mogelijk speelt de matige kwaliteit van de huidige school-apps (vaak niet meer dan ‘boeken achter glas’) daarbij een rol.

En nu nog wat me nog zoal opviel over school in het rapport:

  • Jongeren kunnen kennisboeken (non-fictie) wel kunnen missen voor hun vrije tijd, maar een relatief groot deel van hen dat niet kan voor hun schoolprestaties. 1 op de 4 jongeren vindt kennisboeken nuttig voor school. Jongeren verschillen hierin niet van mening, ongeacht geslacht en onderwijsniveau.
  • Hoe heb je (digitaal) contact met je leerkracht?
    • 36% gebruikt regelmatig e-mail voor contact met de leerkracht;
    • 19% gebruikt regelmatig WhatsApp voor contact met de leerkracht;
    • 13% heeft een of meer leerkrachten als vriend op Facebook;
    • sociale media als Twitter en Instagram worden slechts door 2 tot 4% van de leerlingen gebruikt voor contact met een leerkracht.
  • 5% van de respondenten wisselt vertrouwelijke informatie uit met de leerkracht via digital media. Dat lijkt een gering percentage. Maar uiteindelijk gaat het wel om ca. 90.000 jongeren. Voor hen biedt de leerkracht dus voldoende vertrouwen om persoonlijke zaken mee te bespreken.
  • De populairste media-toepassingen voor school zijn:
    • Google om dingen op te zoeken (60% van de jongeren doet dit regelmatig);
    • apps waarmee ze hun rooster en cijfers kunnen bekijken (eveneens 60%). Oefenen via internet doet bijna de helft van de jongeren:
    • jezelf overhoren via internet: 45%;
    • oefentoetsen raadplegen via internet: 39%.
  • Aanvullende informatie voor het schoolwerk komt via de volgende kanalen:
    • YouTube (26%);
    • informatieve tv-reportages (20%);
    • nieuwsprogramma’s (19%);
    • nieuwssites (16%);
    • de krant (10%).
  • Jongeren gebruiken sociale media het meest… om zekerheid te krijgen over wat het huiswerk ook alweer was. (kon hier enkel maar bij glimlachen).
    • 53% zegt regelmatig via sociale media (WhatsApp, Twitter of Facebook) aan klasgenoten te vragen wat het huiswerk is;
    • 25% gebruikt sociale media om taken te kunnen verdelen bij het samenwerken, of om scans van aantekeningen aan elkaar door te sturen;
    • 13% verstuurt zelf geschreven samenvattingen of foto’s van het eigen huiswerk aan klasgenoten, of vraagt de klasgenoten om hun al gemaakte huiswerk op te sturen.
      (deze laatste cijfers vond ik zelf behoorlijk laag).
  • Wat zijn dan wel de belangrijkste hulpbronnen?
    • 75% gaat regelmatig naar de moeder, en 60% naar de vader;
    • 53% gaat naar de leerkracht;
    • 45% raadpleegt vrienden. Vooral meisjes doen dat;
    • 33% zoekt hulp via Google, of vraagt een broer of zus;
    • 18% zoekt hulp via YouTube (opm. weet niet goed of dit nu hoog of laag te noemen is);
    • 12% zoekt hulp via huiswerkbegeleiding. (dit vind ik dan weer zeer hoog).
  • Valt een beetje buiten de mediavragen, maar zeker interessant:
    • driekwart van de jongeren vindt school belangrijk; (en ja, meisjes meer dan jongens)
    • 6 op de 10 jongeren doet zijn best; (idem)
    • de helft maakt zijn werk niet slordig, en heeft geen moeite om goede cijfers te halen;
    • 4 op de 10 jongeren hebben geen hekel aan hard werken;
    • bijna een kwart van de jongeren heeft geen positieve houding tegenover school
  • En deze cijfers zijn dan weer opvallend… laag:
    • bijna de helft (46%) stuurt wel eens privé-berichtjes tijdens de les; (wellicht laag door meenemen van primair onderwijs).
    • 28% checkt Facebook of Instagram;
    • 10% maakt wel eens stiekem een filmpje of een foto in de klas. (ok dat laatste is weer veel).

 

Ja, er is seks op het rockfestival, maar er was ook een ander jongerenonderzoek gisteren

Gisteren kreeg het onderzoek van Volt en Studio Brussel veel aandacht in de media. Wat blijkt: een pak jongeren zouden seks hebben op de Rock Werchters en andere Pukkelpops van deze wereld. Kobe Ilsen leek gisteren vooral aan te sturen op verontwaardiging tot zelfs de vraag of ouders zich zorgen moeten maken als hun kind volgende week naar een festival gaat.

Gelukkig zaten er drie dames bij hem aan tafel, oa Kaat Bolle en iemand van Sensoa, die alles behoorlijk relativeerden. 1 op 4 zou geen condoom gebruiken, maar repliceerde iemand terecht: wow 3 op 4 wel. En de mooiste relativering kwam er wel met de opmerking dat het tentje in het Zuiden van Frankrijk nu een tentje op een wei bij een festival geworden is, maar het gedrag niet per se veranderde. De mooiste relativering zat echter in een van de filmpjes: 2 festivalgangers gaven toe dat ze seks hadden op het festival. Meer nog ze hadden elkaar leren kennen toen zij met de man de vreemdging op een festival. De 2 waren wel ondertussen 50+.

Zelf had ik wel wat vragen bij het gelijkstellen van kussen aan seks (deed men echt, maar gelukkig vroeg men ook naar ‘all the way’), en is het al dan niet de vraag of mensen die effectief aan seks doen op een (festival)camping niet meer zullen meedoen aan een dergelijke online bevraging dan andere. Vroeg me wel ook af waarom ik hier nog zelden iets van gemerkt heb, ik ben zo iemand die vooral voor de muziek gaat. Maar zegt misschien meer iets over mij.

Gisteren was er echter ook een ander onderzoek over jongeren dat me meer (of beter: wel) zorgen baart. De voorbije jaren kreeg ik van enkele trendwatchers te horen dat het roken onder jongeren toenam, maar dit werd niet door cijfers ondersteund, integendeel. Tot gisteren. Volgens het VAD blijkt het roken bij jongeren weer toe te nemen (na jaren van daling). Drank en druggebruik blijft ondertussen wel dalen.

Waarom ik me zorgen maak? Het is een van de eerste keren dat we een kentering zien van wat je ‘verbraving’ zou kunnen noemen. Nu, sigaretten maken het losbandige leven niet, maar het is wel opvallend. Los daarvan is roken gewoon ongezond en ik geef toe, ik ben een notoir anti-roker. Het is gissen naar redenen, dit is niet duidelijk uit het onderzoek. Is roken weer cool aan het worden? Voor mij is het wel iets om in de gaten te houden.

De toekomst van de krant: jij bent het product (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Toen de oprichter van Amazon Jeff Bezos de Washington Post kocht, hield iedereen zijn adem in. Zo’n tech-jochie bij een krant kan nooit goed gaan. Inmiddels zijn we bijna twee jaar verder en gaat het goed met de Post. Ineen artikel in The Economist lezen we dat er meer dan honderd mensen zijn aangenomen. Kom daar maar eens om bij enig andere krant!

De strategie van Bezos wijkt sterk af van de stuiptrekkingen die we bij andere kranten zien (denk aan wijn verkopen en dikke pay-walls aanleggen). Hij richt zich vooral op schaalvergroting. Net als bij Amazon hangt er een ‘winst komt later wel’-sfeer. Dat lukt goed: het verkeer naar de website is verdubbeld tot 51 miljoen unieke bezoekers in april. De Post cureert inhoud van andere media en trekt zo bezoekers. Artikelen worden sterk gepusht via sociale media. Daarnaast heeft hij een partnerprogramma opgezet: lezers van maar liefst 270 andere kranten krijgen met hun abonnement gratis toegang tot betaalartikelen. The Economist:

“Logged-in readers like these are more valuable to a paper and its advertisers than anonymous ones, because the ads can be tailored to match whatever is known about their interests. So far more than 270 papers have signed on. This resembles how Amazon achieves dominance in its markets by gathering data on customers, the better to sell them stuff. Some newspaper bosses are cautious. “It’s a Trojan horse,” says one, who thinks publishers are unwise to share their subscriber lists with the Post and its advertisers. Another initiative is to study and predict reader behaviour, so as to offer each website visitor a tailored landing-page, as is the case at a certain e-commerce site.”

Het lijkt erop dat de Washington Post voor het Facebook-model gaat: mensen zoveel mogelijk en zo lang mogelijk tijd laten doorbrengen op je platform, om zoveel mogelijk data over ze te verzamelen. Het verdienmodel daarbij ligt niet zozeer in gerichte advertenties, maar vooral in de verkoop van die data.

GhosteryToevallig las ik net voor het artikel in The Economist een verontrustend stuk op The Message van de maker van Ghostery, Quinn Norton. Ghostery wil internetgebruikers bewust maken van alle trackers op het internet. De browser-add on helpt deze trackers te blokkeren. Als ik bijvoorbeeld naar de Washington Post ga, blokkeert Ghostery zeven trackers voor me – zie afbeelding.

Norton legt uit wat hij allemaal kan doen met de data die over jou verzameld wordt met zulke trackers: creditcardinformatie, stemvoorkeur, geestelijke gezondheid. Omdat met de verzamelde gegevens ook persoonlijke advertenties kunnen worden gemaakt, beweert Norton zelfs hiermee mensen gekneed kunnen worden:

“What I’d do next is: create a world for you to inhabit that doesn’t reflect your taste, but over time, creates it. I could slowly massage the ad messages you see, and in many cases, even the content, and predictably and reliably remake your worldview. I could nudge you, by the thousands or the millions, into being just a little bit different, again and again and again. I could automate testing systems of tastemaking against each other, A/B test tastemaking over time, and iterate, building an ever-more perfect machine of opinion shaping.”

Dit komt over als een nogal dystopisch beeld dat ontkent dat mensen ook dingen offline doen. Toch is de combinatie van de twee stukken verontrustend. We betalen al op allerlei netwerken met onze data, waarbij er een grote ongelijkheid in transparantie is: we hebben geen idee aan wie Facebook onze gegevens allemaal verkoopt en wat ze eigenlijk precies van ons weten. Facebook wil op maat gemaakte tijdlijnen aanbieden. Willen we ook dat onze kranten dit doen?

En willen we dat kranten leven van het oogsten van onze data, zonder dat we snappen wat ze meten en wat ze verkopen? Het verhaal van Bezos zou een verschuiving kunnen markeren van ‘journalisten die de achterkant van advertenties vol schrijven’ naar ‘journalisten die schrijven om gebruikers te lokken en hun data te oogsten’.