Wat hebben K3, Hugo en Smashing Pumpkins met elkaar gemeen?

Ik beken: ik heb K3 vermeld in een les over kunst en cultuur. En ik heb ze niet afgebroken. Ze kwamen aan bod als voorbeeld hoe alles een remix is. Ik toonde hoe de volgende 2 video’s beide een eerbetoon waren aan een van de grondleggers van de moderne film, Méliès waarvan de film Hugo een mooi, geromaniseerd verhaal vertelt.

Waarom vertel ik u dit? Omdat er vandaag in De Standaard nog maar eens een verketterende opinie staat over K3. Aanleiding, een journalist die Miguel Wiels met Haydn had durven vergelijken omdat beide aan de lopende band muziek van hoge kwaliteit maakten.

De muziek van K3 wordt onder andere monochroom genoemd:

Het hele K3-oeuvre bestaat uit simpele strofe/refrein-structuren, een handjevol akkoorden en een orkestratie die altijd hetzelfde klankbeeld oplevert — maar wellicht is dat nu net de ‘sound’ van de groep: zo monochroom dat een half oor genoeg is om alles te horen.

Ik moest spontaan aan andere artiesten denken die steeds opnieuw de zelfde plaat maakten. AC/DC, J.J. Rousseau Cale,… Bij deze laatste zal het woord commercieel niet opduiken, maar hij had wel degelijk een eigen “sound”, klopt. De muzikale, geïndustrialiseerd lopende band werd niet door K3 uitgevonden, maar door Motown waar Berry Gordy letterlijk het idee van Ford vertaalde naar zijn label. Een groep goed uitziende jongelingen die door een gehaaide manager samengesteld wordt om reclame te maken voor een kledinglijn is ook niet uitgevonden door Verhulst en co, onder andere de The Sex Pistols gingen hen voor.

Nochtans zullen we vandaag bij J.J. Cale, Motown en Sex Pistols andere gedachten hebben dan bij K3. Waarom? Deels nostalgie, deels omdat we niet weten dat dit ook maar commercie was. Je weet wel, zoveel mogelijk concerten afwerken zoals pa Mozart ook al deed.

Maar opgelet, de Monsanto van de muziek zal zorgen voor collectieve degeneratie. Het staat er niet letterlijk, in het opiniestuk, maar K3-luisteraars worden Trump-stemmers. Het is de idee dat slimmere mensen beter zijn. Of dat goede smaak slimmer maakt. Het zou even dom zijn om te schrijven dat luisteren naar moeilijke muziek er voor zorgt dat je neerkijkt op de massa.

Ben ik tegen kunst? Zeer zeker niet, integendeel. Maar ook niet tegen populaire cultuur. Beide hebben hun waarde. Beide verdienen aandacht. Dat kunst en meer uitdagende muziek zijn plek en aandacht verdient, is dus zeker zo. Maar elkaar afzeiken en verwijten helpt niet.

Zouden we niet beter liegen over de resultaten van cito- en oriëntatieproeven?

Stel je voor: je krijgt te horen dat je goed gepresteerd hebt op een test, maar dat was in feite niet het geval. Zou je daarna toch slecht scoren op het vervolgtraject of even goed als de mensen die de originele test wel goed aflegden. Of stel: je behoort tot de minst goed scorende groep voor een ingangsexamen tandartskunde maar je bent wel gemotiveerd en per ongeluk mag je samen met de sterkst scorende groep toch starten. Hoe zou je dan presteren?

In Vlaanderen lezen we momenteel veel over de niet-bindende Columbus-oriëntatieproef die voorbereid wordt. In Nederland is er sinds de rapporten van de inspectie weer een groot debat over de rol van de CITO-toets bij de doorverwijzing van leerlingen naar het voortgezet onderwijs. Oriëntatie is inderdaad zeer belangrijk. Kinderen helpen met juiste keuzes maken die een invloed hebben op de rest van hun leven is cruciaal.

De twee voorbeelden uit mijn inleiding zijn echter niet lukraak gekozen. Beide zijn echt gebeurd, toevallig allebei in Zweden. Het eerste voorbeeld is geplukt uit een recente onderzoekspaper waarbij de gevolgen worden bekeken op lange termijn van leerkrachten die bewust de resultaten van hun leerlingen manipuleren ten voordele van het kind. Een puntje extra omdat de leerkracht bijvoorbeeld een slechte dag bij het kind vermoedde. Wat blijkt: deze leerlingen presteren later merkelijk beter:

This paper analyzes the long-term consequences of teacher discretion in grading of high-stakes tests. Evidence is currently lacking, both on which students receive test score manipulation and on whether such manipulation has any real, long-term consequences. We document extensive test score manipulation of Swedish nationwide math tests taken in the last year before high school, by showing significant bunching in the distribution of test scores above discrete grade cutoffs. We find that teachers use their discretion to adjust the test scores of students who have “a bad test day,” but that they do not discriminate based on gender or immigration status. We then develop a Wald estimator that allows us to harness quasi-experimental variation in whether a student receives test score manipulation to identify its effect on students’ longer-term outcomes.

En er zijn enorme gevolgen:

Despite the fact that test score manipulation does not, per se, raise human capital, it has far-reaching consequences for the beneficiaries, raising their grades in future classes, high school graduation rates, and college initiation rates; lowering teen birth rates; and raising earnings at age 23.

Zodoende:

The mechanism at play suggests important dynamic complementarities: Getting a higher grade on the test serves as an immediate signaling mechanism within the educational system, motivating students and potentially teachers; this, in turn, raises human capital; and the combination of higher effort and higher human capital ultimately generates substantial labor market gains. This highlights that a higher grade may not primarily have a signaling value in the labor market, but within the educational system itself.

Het tweede, het voorbeeld rond het toegangsexamen voor tandartsen, gebeurde evenwel ook in Zweden in 1993, maar per ongeluk. Ik leerde het deze week kennen via Sara Hjelm. Behalve dat onlangs duidelijk werd dat er ook een groep studenten die wel een mooie score behaalden niet mochten starten (ouch), bleken de slechtere scorende studenten toch goed te presteren.

Is dit nu een verhaal tegen selectie- en oriëntering door objectieve testen? Nee. Is het een pleidooi voor liegen? Je zou het bijna vermoeden, maar belangrijk: in beide gevallen wisten de deelnemers niet dat er ‘vals’ gespeeld werd. Geen onbelangrijk gegeven. Het zijn misschien gewoon extreme voorbeelden van self fulfilling prophecies.

Misschien is het vooral een pleidooi voor het geven van voordeel van de twijfel en het geven van kansen die ook als kansen ervaren worden.

Er kiezen terug meer studenten geneeskunde om huisarts te worden, wat leert ons dit voor onderwijs?

Goed nieuws – mag ook wel eens af en toe – er kiezen merkelijk veel meer studenten geneeskunde voor het beroep van huisarts. Een dreigend, nijpend tekort wordt zo wellicht afgewend. Mooi.

Belangrijker is de vraag waarom, zo lezen we in het Nieuwsblad:

Het succes komt niet uit de lucht ­gevallen, zegt professor Huisarts­geneeskunde Dirk Devroey (VUB). “De studie is aantrekkelijker geworden. Al vanaf het tweede jaar maken studenten via stages kennis met het beroep. Gaandeweg leren ze het vak appreciëren”, zegt hij. “Het is meer dan pilletjes voorschrijven. Je krijgt het gevoel een gezondheidscoach te zijn die aan preventie kan doen”, stelt VUB-student Erik Smets (25).

Ook een beter inkomen – dat met 70 procent is gestegen – en een aantrekkelijker uurrooster – dankzij de groepspraktijken – doen de richting her­opflakkeren. Tot slot is er nog het toenemend belang van nieuwe ­technologieën en apps.

Deze ochtend hoorde ik op Radio 1 ook nog een extra verklaring: meer en meer wordt er in groepspraktijken gewerkt waardoor de administratieve planlast overgenomen werd.

Allemaal zeer interessant voor andere beroepen waar een nijpend tekort dreigt, zoals bijvoorbeeld onderwijs? Naar huisartsen kijken is zeker interessant omdat we verschillende gelijkenissen kunnen zien: vlakkere carrière, vervrouwelijking van het beroep,…

Meer samenwerken en integratie van nieuwe technologie – zie groepspraktijken – is een taak voor de leraren en scholen zelf, genoeg kennis van de praktijk en de gepaste (liefst evidence based) invoering van nieuwe technologieën is de taak van de lerarenopleidingen en begeleidingsdiensten. Het beter loon en vooral de betere werkomstandigheden zijn een taak voor de overheid.

Het goede nieuws is: het kan dus wel. Aan de slag?

Presentatie: Waar is kunst zoal goed voor?

Ik werd door de Genkse Academies gevraagd om kort een visie op kunst- en cultuureducatie en kunst- en cultuuronderwijs te geven als basis voor een paneldiscussie. Oa het vermelde OESO-rapport en recent werk van Gert Biesta inspireerden me.

Netflix begraaft het generatiedenken, maar wat als ze gelijk hebben…

Netflix heeft gebruikers in 130 landen en zit dus op een berg data over smaak en voorkeur qua films en series. Als ze nu naar die ‘big data’ kijken, concluderen ze dat land, geslacht of leeftijd als voorspellend element ‘garbage’ is. Er zijn nu eenmaal meer verschillen binnen geslachten, leeftijdsgroepen of landsgrenzen.

In feite is dit bijvoorbeeld voor leeftijd niet nieuw. Denken in generaties is populair, maar net om de reden die Netflix geeft problematisch: er zijn vaak meer verschillen binnen generaties dan tussen generaties.

Toch zijn er wel degelijk profielen mogelijk, nog steeds volgens de populaire streamingsite. Zo hebben de mensen die van Anime houden niet met elkaar gemeen dat ze in Japan leven, wel dat ze – ehm – nogal nerdy zijn. (bron)

Let wel: dat men voor smaak voor series of films bij de specifieke doelgroep van Netflix ontdekte dat demografische kenmerkten weinig een rol speelden, wil niet zeggen dat deze per definitie geen rol spelen in niks. Maar laten we even verder doordenken. Wat kan dit betekenen voor bijvoorbeeld onderzoek? Zo werd enkele jaren geleden bekend dat toen de steekproef groter werd bij onderzoek naar verschillen in het brein tussen mensen met en zonder autisme, de verschillen die opdoken in studies met kleinere steekproef verdwenen. Categorieën als geslacht en leeftijd zijn in feite gemakkelijke opdelingen in onderzoek, maar misschien soms te makkelijk.

Zagen we zondag al een glimps van het volgende probleem?

De beelden gingen zondag de wereld rond: een groep hooligans (zo noemden ze zichzelf, ze worden ook anders genoemd in de media) gaat in stoet naar het beursplein in Brussel om op een nogal aparte manier te tonen dat ze eensgezind tegen terreur zijn. Los van alle politieke discussies die dit momenteel oplevert en de imagoschade die ons land nog maar eens oploopt, wil ik het over iets anders hebben, misschien was dit een glimps van een volgend maatschappelijk probleem.

Door de aanslagen is er nu heel veel aandacht voor de situatie van een grote groep moslimjongeren in onze samenleving, maar als we kijken naar de UK dan blijkt dit niet de groep te zijn met de slechtste toekomstkansen. Het zijn namelijk blanke laag- of onopgeleide jongens die er zeer slecht voor staan, slechter dan allochtone jongeren. Ik zeg niet dat dit het algemene profiel is van de groep die zondag manifesteerde in Brussel, maar er zijn zeker gelijkenissen.

In een reactie op de blogpost die ik hier eerder over bracht, kreeg ik signalen dat dit fenomeen zich mogelijk ook al in Nederland voordoet en ook in de VS wordt dit stilaan een thema. En het is vaak ook deze groep die jobs doet of zal doen die in de verdrukking komen.

Een schrale troost: als zondag een voorteken was, dan staan we niet alleen met het probleem.

Leraren en journalisten #brussels

Gisteravond reed ik na die bizarre dag naar huis van een muziekstudio, een cocon van 2 uur even afgesloten van de wereld. Op de radio een onafgebroken stroom van zelfde hallucinante feiten toen ik opeens een MR-politica de twee belangrijkste beroepsgroepen in deze tijden hoorde opnoemen: leerkrachten en journalisten. IK had hulpverleners en speurders verwacht, maar nee.

De journalisten zijn broodnodig om iedereen op de hoogte te brengen, de leraren omdat zij kinderen moeten helpen de situatie te begrijpen en om mee te vechten tegen radicalisering.

Hoe mooi ook de oproep – ze wou direct meer geld voor onderwijs – is dit belang te veel eer. Ik kan niet spreken voor journalisten, maar een dergelijke taak voor onderwijs is er zeker wel, maar onderwijs kan het niet alleen.

Straks zie ik mijn studenten na de geschorste les gisteren. Ik ga met hen – leerkrachten in wording – praten over hoe je met zoiets omgaat, hopend dat zij het nooit moeten doen. Wellicht hopend tegen beter weten in.

Maar de wortels aanpakken van wat vandaag gebeurt? Als onderwijs dat kon oplossen zou ik het direct zeggen en kwaad zijn dat we het nog niet opgelost hebben. Toch moeten we wel alles proberen te doen. Maar dat is dan binnen en buiten het onderwijs.

Hou elkaar warm vandaag.

Pedro

Focus, een beetje commentaar op #onderwijs2032

De voorbije week was er in Nederland relatief veel te doen over #onderwijs2032 op twitter omdat het voorstel ter bespreking kwam in de Nederlandse kamer. Er is veel over te schrijven, maar ik wil er een element uitnemen waar dit artikel mee eindigt (en waar staatssecretaris Sander Dekker nogal gebeten op reageerde): het idee om het belang van vakken af te zwakken en meer vakoverschrijdend de leerstof aan te bieden.

Er is hier zeker iets voor te zeggen. We gebruiken in het dagelijkse leven toch ook niet een uurtje wiskunde en daarna een uurtje Nederlands. Trouwens al gemerkt hoeveel Nederlands je nodig hebt voor die les wiskunde, of hoeveel wiskunde voor die les fysica, enzovoort?

Verder kennen we in Vlaanderen al vakken als PAV, project algemene vakken, en MAVO, maatschappelijke vorming, waarbij de integratie van verschillende vakken een feit is. Ook in ons basisonderwijs is geïntegreerd werken een belangrijk uitgangspunt.De vraag is echter of gebruik in dagelijks leven een goede basis is voor hoe een beginneling het meest effectief leert. Weet ook dat een beginner anders leert dan een expert in een vakgebied.

Daarom dat ik de uitspraak van Anna Bosman, hoogleraar dynamiek van leren en ontwikkeling aan de Radboud universiteit zo interessant vindt:

„Het wordt pas interessant om combinaties van vakken te maken als je voldoende kennis hebt van de deelgebieden’’

Waarbij ik me perfect kan inbeelden dat dit cyclisch gebeurt met apart en geïntegreerd die elkaar afwisselen. Eerst de nodige voorkennis opbouwen in een of meerdere vakgebieden om dan aan de transfer te werken. Waarna misschien terug even apart gegaan wordt, om terug samen te komen,…

Probleem is: les geven in vakken kan je makkelijk wegzetten als ouderwets. Hoewel geïntegreerd werken ook echt niet nieuw is, blijft het nog steeds het voordeel van het ‘moderne’ hebben tegenover het makkelijke beeld van onderwijs dat niet zou willen veranderen. Daarom bedacht ik dat vakspecifiek misschien gewoon een hip ‘frame’ nodig heeft.

En dat frame vond ik: focus. Het belang van focus is sluipend aan toenemen in onze samenleving: in alle informatiegeweld even je met 1 ding bezighouden, niet multitasken maar singletasken om efficiënter vooruit te gaan,… Focussen wordt steeds hipper. Wat zijn app’s vaak: software die 1 ding goed kunnen in plaats van enorme softwarepakketten zoals Office die veel kunnen. Vrij vertaald: focus.

En dus: ons af en toe focussen op school: daar kan wellicht niemand tegen zijn? School is zelfs synoniem met focus, een plaats waar je even niet met alles bezig moet zijn, maar je kan richten op leren. Meer nog: ik kan me zo inbeelden dat mensen graag zouden pleiten voor meer focus in de klas. Ik vermoed nu al dat het gevaar kan bestaan dat er bedrijven overwegen om cursussen ‘leren focussen’ aan te bieden (als die er al niet mindful zijn).

Maar tegelijk is er het besef dat focus niet steeds en constant kan. Waarom worden verkeersleiders zo goed betaald, waarom is hun job zo stresserend? Naast de grote verantwoordelijkheid: de constante nood aan focus. Dus een goede variatie aan focus en meer algemeen, vakspecifiek en vakoverschrijdend, lijkt zo interessanter.

Minder tienerzwangerschappen dankzij sociale media (Linda Duits)

Een nieuwe gastbijdrage van Linda, deze verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Het gaat goed met de jeugd. Niet alleen in Nederland en België, maar in de hele Westerse wereld zien we tieners van nu minder probleemgedrag vertonen dan tieners van vroeger. Vox maakte een mooie interactieve tool waarmee je jouw leeftijdscohort (bijvoorbeeld geboren in 1976 als ik) kunt vergelijken met (Amerikaanse) tieners van nu. Er zijn verschillende redenen aan te dragen waarom dat zo is: kleinere gezinnen, meer aandacht, meer jeugdwerk.

In The Times verscheen gisteren een artikel waarin werd gerapporteerd dat tienerzwangerschappen in het Verenigd Koninkrijk in de afgelopen jaren sterk gedaald zijn. Een onderzoeker wijst erop dat er meerdere oorzaken mogelijk zijn, maar dat het gebruik van sociale media zeker een van de oorzaken is:

“If a tablet is providing sufficient entertainment at home they may be less likely to go out and find themselves in the kinds of situations which can lead to unwanted pregnancy. … There are many reasons behind the fall in teenage pregnancy, and access to better contraception and sex education are of course among them, but we also need to recognise the many ways in which young people’s lives have changed.”

Kort gezegd: tieners worden minder snel zwanger omdat ze minder fysieke tijd met elkaar doorbrengen. Het is een aannemelijke gedachte: sexting is immers ook veiliger dan seksen in de zin dat je er geen ziektes van kunt krijgen. Toch is de claim discutabel. Tieners bevinden zich steeds minder in de publieke ruimte (dankzij beperkingen van ouders en overheid) en vullen dat gat met sociale media. Maar een ongewenste zwangerschap doe je doorgaans niet op in de publieke ruimte, maar in de privésfeer.

De toegang tot informatie, bijvoorbeeld via het internet, lijkt mij een veel betere voorspeller van deze daling. Vlak daarbij vooral ook niet het belang van MTVs 16 & Pregnant en de Teen Mom-series uit.