Hattie-bashing en het CPB-rapport

Het CPB had wellicht niet zoveel discussie verwacht na hun rapport, maar de behoorlijk eenzijdige keuze voor onderwijseconomische onderzoeken roept vragen op. In een rand van de discussie duikt veel kritiek op John Hattie op. Vandaag in de Volkskrant verwijst het hoofd van het CPB naar een bekentenis als zou Hattie toegegeven hebben dat de helft van zijn resultaten niet kloppen. Als je dit stuk met Theo Wubbels leest zal je zien dat het een pak genuanceerder is dan dat. Ik ontdekte zelf ook al fouten in het werk van Hattie, maar zou nooit verwachten dat een organisatie zoals het CPB naar het boek Visible Learning als primaire bron zou krijgen. Voor ons eigen werk keken we zelf ook naar de bronnen die Hattie zelf gebruikte (en meer). Het is een goed startpunt en zelfs de wetenschappelijke critici geven aan de de volgorde van belang wellicht klopt.

Maar als het gaat over abilty grouping en Hattie, wordt er niet per se verwezen naar zijn Visible Learning werk, maar de man werkte zelf mee aan meta-studies (zie oa hier) over het onderwerp en met resultaten die in de lijn liggen van verschillende andere studies.

Eigen kritiek wegzetten door andere te bekritiseren, is menselijk. Ik vind zelf dat het rapport van het CPB nu ook wel heel snel weggezet wordt, terwijl er wel degelijk zeer relevante en interessante inzichten in zitten. Misschien is het definitieve karakter dat het in een eerste instantie meekreeg, wel de grootste oorzaak van de huidige storm.

Die ochtend in de krantenwinkel: weer discussies over iPad-scholen

Gisteren stond er een groot interview met Maurice De Hond in de Volkskrant over 4 jaar Steve Jobsscholen. In het artikel reageert hij geprikkeld op kritiek van Paul Kirschner en Casper Hulshof die hij kamergeleerden noemt. Voor alle duidelijkheid, ik heb een directe band met zowel Paul als Casper, en ik doe ook aan wetenschap. Maar omdat ik niet de hele tijd dromend uit het venster kan kijken, ga ik toch maar wat schrijven.

Probleem is namelijk dat er veel zaken door elkaar en op elkaar gegooid worden. Maurice De Hond herleidt zo kritiek tot tegenstanders, maar tegelijk wordt hij zelf ook vaak nogal persoonlijk weggezet. Laten we deze stap hier overslaan.

Er zijn drie elementen die ik wil bespreken die best onderscheiden worden: de redenen waarom je onderwijs moet veranderen, het gebruik van technologie in onderwijs en de discussie over een verdienmodel.

Persoonlijk heb ik vaak moeite gehad met de argumenten die Maurice De Hond aanhaalt om onderwijs te veranderen. Minder omdat het idee vertrekt vanuit de persoonlijke anekdote van zijn dochter, omdat alle goede ideeën vertrekken vanuit een aanleiding. Maar dan is het handig om te falsificeren, het proberen te kijken of je vermoeden niet makkelijk kan weerlegd worden.Het voordeel en tegelijk nadeel van wetenschappers is dat ze hun theorie moeten aanpassen als die falsificatie slaagt. Voordeel omdat je zo vooruitgaat, nadeel omdat het minder sexy is dan een overtuiging. En terwijl er wel degelijk elementen inzitten waar De Hond een punt heeft kunnen een pak dingen weerlegd worden, dat kan heel zeker. Het steeds terugkomende argument dat iemand nog niet is komen kijken, geldt hier niet. Het antwoord “omdat ik dat denk” zonder verdere onderbouwing liever ook niet.

De iPad en de bijhorende technologie komen steeds weer terug als argument pro en contra. Probleem is echter dat het niet het ding is, maar wat je met het ding doet. Dit is de echte conclusie van het OESO-rapport waar Maurice De Hond naar verwijst in het interview. Er zijn recentere studies zoals dit onderzoek van MIT die ogenschijnlijk wel zeer negatief uitvallen voor laptops en tablets, maar ook hier kan je makkelijk opwerpen dat men de technologie in een klassieke aanpak integreerde en het daarom een negatief effect heeft. Maar tegelijk zien we dat tablets wel degelijk op de terugweg zijn. Het is moeilijk in te schatten of dit is omdat we in de dip van de Hype Cycle zijn of omdat het effectief bijvoorbeeld het toestel te veel zou zijn naast mobiele telefoon en laptop. Merk trouwens op dat scholen en schooldistricten die afstand namen van de iPad vaak overschakelen op laptop of Chromebook, het is geen argument tegen technologie. Ik zit zelf niet in het kamp dat tegen technologie in onderwijs is, bij mijn weten Paul en Casper ook niet. Meer nog: ik heb een heel verleden én hopelijk een hele toekomst met experimenten als docent met technologie in mijn eigen lespraktijk. Casper schreef ooit dit stuk over de Steve Jobsschool en je zal merken dat hij minder kritisch is dan je denkt. Ik schreef zelf dit artikel in Pedagogische Studiën over de tablet-discussie om aan te tonen dat heel vaak het debat niet over technologie maar over een visie op onderwijs gaat die veel verder teruggaat dan swipen en die als gesprek een waarde op zich heeft.

Komen we bij de derde element en het punt waar de opiniepeiler in het interview met Rik Kuiper het ongemakkelijkst lijkt op te reageren: geld, onderwijs en zakendoen. Het concept van de Steve Jobsscholen wordt ten gelde gemaakt door export naar andere landen. Kuiper rekent voor “een school met 200 kinderen levert ‘ 200.000 euro/jaar op.” Dit hoeft niet per se slecht te zijn, De Hond is hier niet de eerste in en zal zeker niet de laatste zijn. De commercialisering en economisering van onderwijs is wereldwijd een ruimer gegeven. Het is echter wel de vraag of we dit moeten willen, verschillende debacles (zoek even Pearson, LA en iPads op en huiver of check dit verhaal over Zweden) zijn argumenten voor voorzichtigheid. Maar terug: deze discussie overstijgt specifiek de opiniepeiler. Specifiek voor het verhaal van Maurice De Hond is het wel zo dat je als lezer al snel met een ‘Wij van WC-eend‘ gevoel zit, en dan helpen anekdotes te weinig. En zo zijn we terug bij het eerste punt.

Lessen uit Nederland voor Vlaanderen van OESO en meer…

Gisteren verscheen deze column van Aleid Truijens in de Volkskrant. Haar column is gebaseerd op onder andere het rapport dat de OESO maakte over Nederland waar ik ook al eerder over berichtte.

Er zitten toch enkele opvallende lessen in over zaken die we hier van plan zijn in deze column, bijvoorbeeld:

  • de grote vrijheid zonder toezicht van grotere schoolbesturen die autonomie van de directie in het gedrang kunnen bengen,
  • het minimale effect van vroege taallessen als de leerkracht er niet goed genoeg is voor opgeleid en er niet genoeg aandacht aan besteed wordt (zie ook hier en hier voor het eigenlijke rapport),
  • vroege selectie,

Er zijn ook een pak verschillen tussen Vlaanderen en Nederland. Bij ons blijkt uit PIAAC dat vooralsnog bij ons niet de zwakste profielen kiezen voor onderwijs, maar tegelijk kiezen wel steeds minder jongeren voor dit mooie beroep. En we hebben nog andere uitdagingen als het over leraren gaat, zeker als het over startende leerkrachten gaat. Bij de komende discussies is het dus handig om zoveel mogelijk geïnformeerd te zijn…

Over onderzoek…

“Ik heb een idee en jullie moeten dat bewijzen!” De zelfverklaarde onderwijs- en innovatiegoeroe roept het uit. Geduldig leg ik hem uit dat wetenschap zo niet werkt. Je kan wel iets onderzoeken, maar de kans bestaat dat men dan ontdekt dat wat hij beweert niet werkt of niet correct is. Hij repliceert met even luide stem dat we dan wellicht iets zullen fout gedaan hebben, omdat hij zeker is dat het werkt. Ik zucht.

De man is niet alleen. Ik heb zelfs wetenschappers zelf al dergelijke uitspraken horen maken. Alhoewel het misschien bij hen minder fout is dan je denkt. Als je iets niet kan bewijzen, toch volharden om een bewijs te vinden, het kan zelfs mooi zijn. Maar de wetenschapper weet ook dat als hij of zij wel positief resultaat vindt, dat andere wetenschappers dit grondig zullen controleren en mogelijk zelfs zullen weerleggen. Het is wat het verschil maakt tussen de kreten van een goeroe en het voortschrijdend inzicht van de wetenschapper.

Waarom begin ik hierover? Omdat wetenschap momenteel een publiek debat is geworden door een op zijn minst ongelukkige uitspraak van minister-president Geert Bourgeois. Het zou niet mogen: politiek die onderzoek uitschrijft, maar wanneer men niet blij is met resultaten de resultaten niet gepubliceerd wil zien. Maar net als Patrick Loobuyck ken ik ook dergelijke verhalen. Het wordt nog erger nog als er zelfcensuur bij wetenschappers ontstaat omdat je als onderzoeker vreest dat volgende onderzoeksprojecten niet meer jouw richting zullen uitkomen als je dit of dat resultaat de wereld instuurt. Dit kan verschillen van wetenschapstak tot wetenschapstak, maar kan potentieel bestaan bij alle vormen van projectfinanciering, en zeker niet enkel uit politieke hoek.

Onafhankelijkheid van onderzoek is dus cruciaal wil wetenschap optimaal werken en gelukkig is die drang bij wetenschappers vaak sterk aanwezig. Academici moeten namelijk wel lastige mensen zijn. Want hoe kan je anders omgaan met de vele tegenslagen die je tegenkomt? Van die vele analyses die niet uitkomen wat je hoopt, over de zoveelste paper die niet onmiddellijk of zelfs nooit gepubliceerd raakt tot de rest van de wereld die soms met een beetje inzicht aan de haal gaat op een manier die je zelf niet meer herkent.

Toch is er ook nog werk binnen wetenschap zelf. De wil en nood om meer te publiceren zorgt er ook voor dat wetenschappers vaak naar de meer spectaculaire resultaten op zoek gaan en dan krijg je bijvoorbeeld fenomenen als bijvoorbeeld p-hacking of data-dredging waarbij onderzoekers toch maar naar een resultaat vissen met een beetje significant effect. Topjournals willen vaak vooral opvallende nieuwe dingen, en je wil zo graag in een dergelijke journal gepubliceerd raken, waardoor een van de belangrijkste soorten onderzoek, replicatie, niet in aanmerking komt. Replicatie is simpel gezegd: onderzoek helemaal opnieuw doen om te kijken of je het zelfde resultaat krijgt. Is dat zo: fijn, extra evidentie voor het onderzochte fenomeen. Als dat niet het geval is, dan is dat misschien zelfs nog belangrijker. Dan komt de vraag hoe dit komt.

Gelukkig kent replicatie-onderzoek momenteel een heropleving (alhoewel er ook wel soms smalend over de replication police gesproken wordt) en is er een steeds luidere roep van wetenschappers om bijvoorbeeld p-hacking te voorkomen door onder andere data vrij te geven en intenties van een onderzoek al op voorhand bekend te maken.

Er is dus veel in beweging en dat is mooi. Nog over minister-president Bourgeois 1 ding. Enkele maanden geleden was ik zeer blij dat de Vlaamse regering de toegang tot onderzoek zo open mogelijk wil maken. Ondertussen besliste Europa dat het tegen 2020 zo moet zijn dat iedereen makkelijk toegang moet krijgen tot onderzoek. Ik vermoed/hoop dat de uitspraak van de minister-president een accident de parcours was in de weg naar deze openheid.

Wat handig is bij onderhandelingen… over talen in de onderwijsmatrix

Een trucje die ik vaak zie bij onderhandelingen is dat een partij er iets in steekt of iets vraagt waarvan men weet dat de andere het er quasi zeker zal uithalen. De kans dat je dan krijgt wat je eigenlijk wil zonder iets te verliezen is groot, tegelijk heeft de andere kant ook het gevoel dat men inspraak heeft gehad.

Weet het lang niet zeker, maar ik heb een stil vermoeden dat ik zoiets gevonden heb in de matrix van opleidingen waarover nu onderhandeld zal worden. De redenering is dat talen zo belangrijk zijn dat ze geen aparte richting kunnen zijn, maar overal moeten kunnen gekozen worden. Maar dan krijg je wel aparte beelden.

De kans lijkt me dus zeer groot dat er uiteindelijk toch een aparte richting taal zal komen in het vernieuwde gemoderniseerde secundair onderwijs.

Een akkoord over de onderwijsmodernisering, een overzicht

Er zou een akkoord zijn over de hervorming van het secundair onderwijs, om 11 komt er meer info, maar wat weten we al en welke vragen roept dit op?

UPDATE: ik paste de tekst aan op basis van de persconferentie. Oja, het is een modernisering niet een hervorming. Nog voor Hilde Crevits iets kon zeggen op de persconferentie stuurde de N-VA dit de wereld in:

Bij de hervorming van het kindergeld zit ook enkel onderwijsgerelateerde maatregelen.

  • Omdat Vlaanderen de leerplicht niet kan verlagen, maar wel de participatie wel vergroten in het kleuteronderwijs, komt er een (financiële) hefboom bij het kindergeld.
  • Verplichte aanwezigheden van vijf-jarigen wordt opgetrokken naar 250 halve dagen.
  • Studiebeurzen voor het leerplichtonderwijs worden nu geïntegreerd in het kindergeld. Wat het qua administratieve last voor een gezin makkelijker maakt.
  • Er komt ook een studiebeurs voor jongeren die hoger beroepsonderwijs volgen.

De VRT schrijft:

Er is ook groen licht voor de hervorming van het secundair onderwijs en de provincies. “Een opsteker voor Vlaams minister voor Onderwijs Hilde Crevits (CD&V), die nu verder die hervorming kan uitrollen.”

“De eerste graad van het secundair onderwijs is nu afgeklopt. Er komen een hoop nieuwe studiemogelijkheden en er is ook aandacht voor richtingen die een leerling snel naar een job moeten helpen en richtingen die leerlingen klaarstoomt voor hoger onderwijs.

Nieuwe richtingen in de eerste graad en de mogelijkheid voor richtingen die leerlingen snel naar een job richten of naar verder studeren? Euh, klinkt allesbehalve breed? Wellicht betekent dit dat én breed en vroege keuze mogelijk wordt, zoals in het masterplan stond. Dit blijkt ook uit de persconferentie: : Keuze blijft mogelijk, getrapte keuze mogelijk maar met mogelijkheid tot differentiatie.

Concreet over de eerste graad:

  • Eerste jaar: 27 uur basisvorming. Eindtermen moeten niet meer door elke leerlingen behaald worden (alhoewel dat was in feite ook al niet zo).  Er komen hiernaast minimumdoelen basisgeletterdheid voor taal, wiskunde, digitale en financiële geletterdheid die alle leerlingen moeten hebben. Er komen ook nog uitbreidingsdoelstellingen, te formuleren door leerplanmakers (die dus blijven bestaan), behalve voor taal, waar het Vlaamse parlement zich moet over uitspreken. Verder is er nog 5 uur keuzegedeelte. In eerste jaar volledig vrij in te vullen, kan zowel verdieping zijn als bijspijkertijd. Je kan ook kiezen om te verkennen. VERKENNEN – VERDIEPEN – Versterken
  • Tweede jaar: 7 uur keuzegedeelte, maar is in feite al een keuze die je effectief maakt, waarvan 5 u een echt pakket, aangevuld met 2u keuze zoals in het eerste jaar.
  • B-attesten worden afgeschaft van eerste jaar naar tweede jaar. Nadruk op remediëring.
  • In B-stroom wordt de basisvorming uitgebreid naar 20u.
  • B-attesten en C-attesten blijven in overgang naar tweede graad mogelijk. Leerlingen kunnen na b-attest blijven kiezen voor zittenblijven.
  • Zittenblijven moet gereduceerd worden.

Opvallend bij dit fragment in de persconferentie was de expliciete aandacht voor vrijheid van onderwijs. Scholen krijgen zeer veel vrijheid bij deze invulling. Dit geldt ook bij het volgende hoofdstuk:

De onderverdeling ASO/BSO/TSO/KSO blijft wel bestaan, maar minder uitgesproken. Er komen wel campusscholen mogelijk. Ook de hervorming van de tweede en derde graad van het secundair onderwijs is al in de steigers gezet.

Campusscholen, check, de schotten die niet verdwijnen, zat ook in de lijn van verwachtingen. Scholen krijgen dus de keuze; deze opdeling versus een campusschool. En dit geldt voor de 2de en 3de graad.
Ondertussen zijn alle studierichtingen zijn gescreend. We gaan van 29 studiegebieden naar 8 studiedomeinen waaronder STEM. De matrix is klaar en wordt vanaf nu besproken met de onderwijsverstrekkers. Er is geen domein Talen, de talige richtingen zijn volgens de minister sowieso uitgestelde studiekeuze (opvallende uitspraak), die blijven wel bestaan.

In het lager onderwijs zullen scholen meer vrijheid krijgen om ook vreemde talen te onderwijzen.”

Ook altijd zo opvallend hoe de hervorming van SO altijd implicaties voor lager onderwijs heeft. Dit is een duidelijke toegeving voor de Open-VLD. Net zoals de vroege keuze en schotten behouden voor N-VA belangrijk was en voor CD&V dat er een hervorming kwam…

  • Vanaf 3de leerjaar kunnen er vreemde talen aangeboden worden en er komen vakleerkrachten (wat al in het masterplan stond) Nu weten we dat deze er wellicht komen door specialisatie van onderwijzers, maar ook via speciale “leermeesters” zoals vandaag bij leerkrachten LO.
  • Er komt ook mogelijkheid tot differentiatie in het lager onderwijs (Lager onderwijs wordt dus meer secundair onderwijs ipv vice versa). En ten slotte: de doorstroming van informatie van lager naar secundair onderwijs wordt groter. Concreet bvb door meegeven op het getuigschrift of iemand voor A-stroom of B-stroom mag gaan.

Maar er is meer:

  • Hoe moeten scholen zich in de toekomst organiseren? Kiezen ze voor een campus- of domeinschool dan krijgen ze voorrang bij financiering.
  • Er zou ook nieuwe zijn rond verlofstelsels voor leerkrachten. Er komt een voorstel voor de sociale partners waarbij onderwijspersoneel veel mogelijkheden krijgt om voor mensen te zorgen. Ook stelsel om met les geven te verminderen blijft mogelijk.

Timing blijft zoals afgesproken.

Wat hebben K3, Hugo en Smashing Pumpkins met elkaar gemeen?

Ik beken: ik heb K3 vermeld in een les over kunst en cultuur. En ik heb ze niet afgebroken. Ze kwamen aan bod als voorbeeld hoe alles een remix is. Ik toonde hoe de volgende 2 video’s beide een eerbetoon waren aan een van de grondleggers van de moderne film, Méliès waarvan de film Hugo een mooi, geromaniseerd verhaal vertelt.

Waarom vertel ik u dit? Omdat er vandaag in De Standaard nog maar eens een verketterende opinie staat over K3. Aanleiding, een journalist die Miguel Wiels met Haydn had durven vergelijken omdat beide aan de lopende band muziek van hoge kwaliteit maakten.

De muziek van K3 wordt onder andere monochroom genoemd:

Het hele K3-oeuvre bestaat uit simpele strofe/refrein-structuren, een handjevol akkoorden en een orkestratie die altijd hetzelfde klankbeeld oplevert — maar wellicht is dat nu net de ‘sound’ van de groep: zo monochroom dat een half oor genoeg is om alles te horen.

Ik moest spontaan aan andere artiesten denken die steeds opnieuw de zelfde plaat maakten. AC/DC, J.J. Rousseau Cale,… Bij deze laatste zal het woord commercieel niet opduiken, maar hij had wel degelijk een eigen “sound”, klopt. De muzikale, geïndustrialiseerd lopende band werd niet door K3 uitgevonden, maar door Motown waar Berry Gordy letterlijk het idee van Ford vertaalde naar zijn label. Een groep goed uitziende jongelingen die door een gehaaide manager samengesteld wordt om reclame te maken voor een kledinglijn is ook niet uitgevonden door Verhulst en co, onder andere de The Sex Pistols gingen hen voor.

Nochtans zullen we vandaag bij J.J. Cale, Motown en Sex Pistols andere gedachten hebben dan bij K3. Waarom? Deels nostalgie, deels omdat we niet weten dat dit ook maar commercie was. Je weet wel, zoveel mogelijk concerten afwerken zoals pa Mozart ook al deed.

Maar opgelet, de Monsanto van de muziek zal zorgen voor collectieve degeneratie. Het staat er niet letterlijk, in het opiniestuk, maar K3-luisteraars worden Trump-stemmers. Het is de idee dat slimmere mensen beter zijn. Of dat goede smaak slimmer maakt. Het zou even dom zijn om te schrijven dat luisteren naar moeilijke muziek er voor zorgt dat je neerkijkt op de massa.

Ben ik tegen kunst? Zeer zeker niet, integendeel. Maar ook niet tegen populaire cultuur. Beide hebben hun waarde. Beide verdienen aandacht. Dat kunst en meer uitdagende muziek zijn plek en aandacht verdient, is dus zeker zo. Maar elkaar afzeiken en verwijten helpt niet.

Zouden we niet beter liegen over de resultaten van cito- en oriëntatieproeven?

Stel je voor: je krijgt te horen dat je goed gepresteerd hebt op een test, maar dat was in feite niet het geval. Zou je daarna toch slecht scoren op het vervolgtraject of even goed als de mensen die de originele test wel goed aflegden. Of stel: je behoort tot de minst goed scorende groep voor een ingangsexamen tandartskunde maar je bent wel gemotiveerd en per ongeluk mag je samen met de sterkst scorende groep toch starten. Hoe zou je dan presteren?

In Vlaanderen lezen we momenteel veel over de niet-bindende Columbus-oriëntatieproef die voorbereid wordt. In Nederland is er sinds de rapporten van de inspectie weer een groot debat over de rol van de CITO-toets bij de doorverwijzing van leerlingen naar het voortgezet onderwijs. Oriëntatie is inderdaad zeer belangrijk. Kinderen helpen met juiste keuzes maken die een invloed hebben op de rest van hun leven is cruciaal.

De twee voorbeelden uit mijn inleiding zijn echter niet lukraak gekozen. Beide zijn echt gebeurd, toevallig allebei in Zweden. Het eerste voorbeeld is geplukt uit een recente onderzoekspaper waarbij de gevolgen worden bekeken op lange termijn van leerkrachten die bewust de resultaten van hun leerlingen manipuleren ten voordele van het kind. Een puntje extra omdat de leerkracht bijvoorbeeld een slechte dag bij het kind vermoedde. Wat blijkt: deze leerlingen presteren later merkelijk beter:

This paper analyzes the long-term consequences of teacher discretion in grading of high-stakes tests. Evidence is currently lacking, both on which students receive test score manipulation and on whether such manipulation has any real, long-term consequences. We document extensive test score manipulation of Swedish nationwide math tests taken in the last year before high school, by showing significant bunching in the distribution of test scores above discrete grade cutoffs. We find that teachers use their discretion to adjust the test scores of students who have “a bad test day,” but that they do not discriminate based on gender or immigration status. We then develop a Wald estimator that allows us to harness quasi-experimental variation in whether a student receives test score manipulation to identify its effect on students’ longer-term outcomes.

En er zijn enorme gevolgen:

Despite the fact that test score manipulation does not, per se, raise human capital, it has far-reaching consequences for the beneficiaries, raising their grades in future classes, high school graduation rates, and college initiation rates; lowering teen birth rates; and raising earnings at age 23.

Zodoende:

The mechanism at play suggests important dynamic complementarities: Getting a higher grade on the test serves as an immediate signaling mechanism within the educational system, motivating students and potentially teachers; this, in turn, raises human capital; and the combination of higher effort and higher human capital ultimately generates substantial labor market gains. This highlights that a higher grade may not primarily have a signaling value in the labor market, but within the educational system itself.

Het tweede, het voorbeeld rond het toegangsexamen voor tandartsen, gebeurde evenwel ook in Zweden in 1993, maar per ongeluk. Ik leerde het deze week kennen via Sara Hjelm. Behalve dat onlangs duidelijk werd dat er ook een groep studenten die wel een mooie score behaalden niet mochten starten (ouch), bleken de slechtere scorende studenten toch goed te presteren.

Is dit nu een verhaal tegen selectie- en oriëntering door objectieve testen? Nee. Is het een pleidooi voor liegen? Je zou het bijna vermoeden, maar belangrijk: in beide gevallen wisten de deelnemers niet dat er ‘vals’ gespeeld werd. Geen onbelangrijk gegeven. Het zijn misschien gewoon extreme voorbeelden van self fulfilling prophecies.

Misschien is het vooral een pleidooi voor het geven van voordeel van de twijfel en het geven van kansen die ook als kansen ervaren worden.

Er kiezen terug meer studenten geneeskunde om huisarts te worden, wat leert ons dit voor onderwijs?

Goed nieuws – mag ook wel eens af en toe – er kiezen merkelijk veel meer studenten geneeskunde voor het beroep van huisarts. Een dreigend, nijpend tekort wordt zo wellicht afgewend. Mooi.

Belangrijker is de vraag waarom, zo lezen we in het Nieuwsblad:

Het succes komt niet uit de lucht ­gevallen, zegt professor Huisarts­geneeskunde Dirk Devroey (VUB). “De studie is aantrekkelijker geworden. Al vanaf het tweede jaar maken studenten via stages kennis met het beroep. Gaandeweg leren ze het vak appreciëren”, zegt hij. “Het is meer dan pilletjes voorschrijven. Je krijgt het gevoel een gezondheidscoach te zijn die aan preventie kan doen”, stelt VUB-student Erik Smets (25).

Ook een beter inkomen – dat met 70 procent is gestegen – en een aantrekkelijker uurrooster – dankzij de groepspraktijken – doen de richting her­opflakkeren. Tot slot is er nog het toenemend belang van nieuwe ­technologieën en apps.

Deze ochtend hoorde ik op Radio 1 ook nog een extra verklaring: meer en meer wordt er in groepspraktijken gewerkt waardoor de administratieve planlast overgenomen werd.

Allemaal zeer interessant voor andere beroepen waar een nijpend tekort dreigt, zoals bijvoorbeeld onderwijs? Naar huisartsen kijken is zeker interessant omdat we verschillende gelijkenissen kunnen zien: vlakkere carrière, vervrouwelijking van het beroep,…

Meer samenwerken en integratie van nieuwe technologie – zie groepspraktijken – is een taak voor de leraren en scholen zelf, genoeg kennis van de praktijk en de gepaste (liefst evidence based) invoering van nieuwe technologieën is de taak van de lerarenopleidingen en begeleidingsdiensten. Het beter loon en vooral de betere werkomstandigheden zijn een taak voor de overheid.

Het goede nieuws is: het kan dus wel. Aan de slag?