Het didactische verhaal in PISA over (STEM)-onderwijs

De PISA-storm is nog lang niet gaan liggen, maar na de vorige drie posts (hier, hier en vooral hier), wil ik even stilstaan bij een verhaal dat ik al op mijn Engelstalige blog bracht, en dat eerder iets lijkt te zeggen over didactiek.

Deze grafiek is in mijn bescheiden mening een van de belangrijkste grafieken van de eerste 2 PISA-rapporten – zo niet de belangrijkste. Het bevat zowel een to do-lijst van dingen die moeten aangepakt worden (SES, gender-ongelijkheid,…), maar ook een how to-lijst, en dan valt iets op:

Maar wat betekent enquiry-based versus teacher-directed nu?

2 andere grafieken maken dit duidelijk, waarbij onder de nul gaan slecht nieuws betekent:

Als je ooit over het project Follow Through hoorde, dan hoeft deze grafiek je minder te verbazen, maar het lijk wel op het eerste gezicht haaks te staan op wat je vandaag vaak hoort in en over STEM-onderwijs. Begrijp goed: het is niet zo eenvoudig als zeggen: laten we traditioneel onderwijs gaan geven, dat staat er helemaal niet en pleit PISA zeer zeker niet voor. Variatie van onderwijs is cruciaal, ook in licht van mensen motiveren om voor wetenschappen te kiezen.

Kijk zeker ook naar het belang van adaptief onderwijs, lees differentiatie, in de eerste grafiek. En het betekent ook niet dat onderzoekend leren niet meer mogelijk is, maar misschien is dan deze quote van Hattie en Yates wel heel erg relevant en wat Daniel Muijs in zijn presentatie hier ook al aangaf:: directe instructie is de meeste effectieve methode voor het aanleveren van basiskennis. Eenmaal die basiskennis aanwezig, kan bijvoorbeeld onderzoekend leren wel degelijk een meerwaarde betekenen (zie ook Hattie, 2009).

Wat ik wel zeker weet: dit is voer voor een discussie die actief gevoerd moet worden…

Mijn quote voor de Vlor over onderwijs: ‘It’s life Jim, but not as we know it’

De Vlaamse Onderwijsraad vroeg heel veel mensen om een favoriete quote over onderwijs. Je kan de mijne hier vinden (net als de andere quotes). Maar ik deel het ook graag hier.

‘It’s life Jim, but not as we know it’

Er zit meer achter deze beroemde Star Trek-zin* dan je denkt. Onderwijs is namelijk effectief het leven zoals we het niet echt kennen. Goed onderwijs is vertraagde tijd en ruimte, trager dan het echte leven omdat kinderen de kans krijgen om te leren.

Onderwijs reflecteert het leven, maar probeert meer te zijn dan het hier en nu, zowel in het meegeven van het verleden als in het denken over het heden en over mogelijke toekomsten.
Maar onderwijs is nog het mooist als het levens van kinderen en jongeren verandert. Als ze opgepikt worden in hun leefwereld, maar die daarna opengetrokken wordt en er letterlijk een wereld voor hen opengaat.
It’s life Jim, but not as we know it, en dat is maar goed ook.

*leuk detail: deze zin kennen we in feite vooral door de parodie-song Startrekkin’ en werd nooit in de tv-reeks zelf door Spock uitgesproken. Het is net als “Play it again, Sam”, de zin die vaak met de film Casablanca geassocieerd wordt, maar die in de film niet voorkomt.

https://www.youtube.com/watch?v=FCARADb9asE

PISA, post 3, wat allemaal opvalt

Ok, PISA, we hebben de algemene resultaten, de rapporten:

Er zijn ook de Vlaamse cijfers, nu wat er nog allemaal opvalt.

  • In Vlaanderen is de genderkloof echt nog groot voor wetenschappen én wiskunde, ten voordele van de jongens. Voor taal is er die ook maar dan voor de meisjes, en de kloof is minder groot. En de kloof is er niet enkel voor het kunnen:
    pisa-gender
    En je merkt ook, we doen het goed voor wetenschappen, maar niet noodzakelijk graag… En we weten niet zeker of we het wel zo goed doen:
    pisa-gender-2
  • Er is een grafiek over leerkrachtgestuurd versus onderzoekend leren die volgens mij de belangrijkste grafiek is van het hele tweede rapport. Check hier voor meer info.
  • Deze grafiek zal wel vaak in de media komen, maar ik wil op iets anders wijzen:
    pisa-vlaanderen-kloof
    Vlaanderen scoort inderdaad slecht, maar ik heb even de vergelijking gemaakt met PISA 2006 over wetenschappen. Dan scoorden we ook slecht qua invloed SES, maar lag het Belgische gemiddelde dichter bij ons. Nu zien we België als land nog een pak slechter doen. En dat is een rode draad als je het PISA-rapport leest: wat een enorme uitdaging staat Wallonië te wachten. Als Vlaanderen het meer dan behoorlijk goed doet, België dichter bij het OESO-gemiddelde strandt, dan heb je niet veel PISA-wiskunde nodig om te beseffen hoe slecht het Franstalig onderwijs scoort. Ik weet eerlijk echt niet op welke manier dit beter kan, en ik vrees dat het voorgestelde plan van vorige week hier het grote verschil zal maken.
  • En nu we toch bezig zijn, ook deze grafiek zul je veel tegenkomen de komende dagen:
    pisa-vlaanderen-kloof-2
  • En ik wil het feestje nog niet slechter maken, maar we doen het wel slechter dan wijzelf, en in de zelfde redenering als daarnet kijkend naar het gemiddelde van België, we dalen meer dan de Franstaligen voor wetenschappen. Toch wil ik bij deze daling een zeker voorbehoud maken. Het belangrijkste is dat de daling niet komt door een daling bij onze sterkste leerlingen, maar net weer bij de zwakste leerlingen:
    pisa-daling
  • En je kan dat ook merken aan de cijfers per onderwijsvorm: “De gemiddelde prestatie voor wetenschappelijke geletterdheid daalde tussen 2006 en 2015 wel significant voor de leerlingen uit het TSO (-17 punten) en het BSO (-31 punten).”
  • De daling bij taal is niet significant, maar voor wiskunde… “In Vlaanderen gaat de gemiddelde score voor wiskundige geletterdheid tussen 2003 en 2015 met 31 punten achteruit, net iets minder dan Finland.” De daling ten opzichte van 2012 is dan weer niet significant. Het is dus belangrijk naar welk referentiepunt je kijkt (de daling van wiskunde was bij de vorige meting een van de belangrijkste thema’s).

En is er meer? Ongetwijfeld, en besef: er komen nog 3 PISA-rapporten aan…

PISA in Vlaanderen, de samenvatting

Ok, na het algemene nieuws, nu Vlaanderen.

En de perstekst van minister Crevits:

Voor wiskunde zijn de Vlaamse 15-jarige leerlingen absoluut Europese top. Dat blijkt uit de Vlaamse resultaten van PISA 2015 die vandaag door Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits en de Universiteit van Gent zijn voorgesteld. Ook voor leesvaardigheid en wetenschappen scoort Vlaanderen internationaal nog altijd sterk. Er is wel een duidelijk verschil tussen de hoog- en de laagpresterenden in Vlaanderen. Dat aantal laagpresterenden ligt op ongeveer 1 op 6. Dat is een belangrijk aandachtspunt. De resultaten geven aan dat de richting die de Vlaamse Regering kiest om het secundair onderwijs te moderniseren, de juiste is.

Het onderzoek

Op initiatief en onder coördinatie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) worden er sinds 2000 driejaarlijks internationaal vergelijkende toetsen afgenomen in leesvaardigheid, in wiskunde en in wetenschappen. Vandaag worden wereldwijd de eerste resultaten van PISA 2015 (Programme for International Student Assessment) bekend gemaakt. Deze keer staat wetenschappen in de kijker. In het voorjaar van 2015 legden in 72 landen zo’n 540.000 leerlingen deze toetsen af; onder hen ook 5.675 Vlaamse 15-jarige leerlingen uit 175 scholen. Het gaat om 15-jarigen die, afhankelijk van hun studievoortgang, in verschillende studiejaren les volgen.

De resultaten

In wiskunde blijken de Vlaamse leerlingen absolute Europese top: enkel Estland en Zwitserland houden gelijke tred. Er zijn 6 Aziatische landen die hoger scoren dan Vlaanderen. Onder onze buurlanden vinden we voor wiskunde geen concurrenten en ook sterke onderwijslanden landen als Finland en Polen scoren beduidend minder goed dan Vlaanderen.

In leesvaardigheid scoren wereldwijd slechts 6 landen – waaronder Ierland, Estland en Finland –hoger dan Vlaanderen. We verankeren ons zo internationaal stevig in de subtop in het gezelschap van landen zoals Duitsland, Polen, Slovenië en Noorwegen. Buurlanden zoals Nederland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Luxemburg laten we achter ons. Meisjes doen het beter dan jongens op vlak van leesvaardigheid.

Voor wetenschappen scoren wereldwijd 9 landen beter dan Vlaanderen. Estland en Finland zijn de Europese landen die het beter doen. Landen zoals het Verenigde Koninkrijk, Slovenië en Duitsland houden gelijke tred. Ook hier behoort Vlaanderen tot de internationale subtop. Onze buurlanden Nederland, Frankrijk en Luxemburg doen het beduidend minder goed dan Vlaanderen. Jongens doen het beter dan meisjes op vlak van wetenschappen.

De trends

Onderzoeksprojecten zoals PISA geven niet enkel een beeld van wat zich vandaag voordoet, maar geven tegelijk de kans om trends waar te nemen. Zo zien we dat Vlaanderen voor wiskunde ondanks zijn sterke score in de periode 2003-2015 een daling kende, die ook al uit de vorige edities van PISA bleek. Voor leesvaardigheid blijven de Vlaamse leerlingen ten opzichte van 2009 op hetzelfde peil. Voor wetenschappen is er ook een lichte daling van de  gemiddelde score sinds 2006. Het zijn trends die in heel veel landen worden vastgesteld.

Laagpresteerders zijn de groep van leerlingen die scoren onder niveau 2, vaak omschreven als het minimale niveau om in de maatschappij goed op eigen benen te kunnen staan. Bij wetenschappen (het hoofddomein van deze editie) vertoont het aandeel laagpresteerders een stijging ten opzichte van de vorige focus in 2006: van 11,6% naar iets meer dan 17%. Het aandeel hoogpresteerders (niveau 5 of hoger) blijft stabiel. Als we de evolutie van de gemiddelde score bekijken per onderwijsvorm, stellen we vast dat de duidelijke dalingen zich voordoen in TSO en BSO.

Deze trends vertonen zich niet enkel in Vlaanderen. In Nederland tekenen zich bijvoorbeeld vergelijkbare evoluties af, ook met betrekking tot de laagpresteerders. In Finland is de dalende trend voor wiskunde en wetenschappen zelfs het grootst van alle deelnemende landen. De uitdagingen stellen zich dus duidelijk in vele landen.

De laagpresteerders
De  toename van de groep leerlingen die niveau 2 niet bereiken is zorgwekkend. Voor zowel wetenschappen, wiskunde als lezen gaat het in 2015 om zo’n 17% van de 15-jarige leerlingen in Vlaanderen. De resultaten van de peiling PAV (Project Algemene Vakken) bij de laatstejaars BSO uit 2013 wezen al in diezelfde richting. Te veel leerlingen slagen er niet in om basisgeletterdheid en -gecijferdheid te verwerven.

Deze nieuwe resultaten raken één van de kernen van de geplande modernisering van het secundair onderwijs en het eindtermendebat: over welke competenties dienen de leerlingen minimaal te beschikken? Ook de EU volgt deze evoluties nauwgezet op en neemt het aandeel laagpresteerders expliciet mee als indicator binnen EU2020. Streefdoel is minder dan 15% van de leerlingen onder niveau 2. Vlaanderen haalt net, zoals de overgrote meerderheid van Europa, in PISA 2015 voor alle domeinen deze lat niet.

Grote verschillen
Een aandachtspunt zijn de relatief grote verschillen tussen de resultaten van de Vlaamse leerlingen. Dat geldt zowel voor het verschil tussen de sterkste en de zwakste leerlingen als voor de verschillen naargelang de socio-economische thuissituatie, de thuistaal en de migratiestatus van leerlingen. Als leerlingen thuis geen Nederlands spreken, scoren ze minder in PISA. Het belang van een goede kennis van de onderwijstaal wordt daarmee nogmaals onderstreept.

Deze grote heterogeniteit van de prestaties en de systematische samenhang tussen prestaties en leerlingenkenmerken is al langer een pijnpunt in Vlaanderen. In het verleden werden verschillende maatregelen genomen om dit te verhelpen. Deze nieuwe PISA-resultaten bevestigen de noodzaak blijvend en doelmatig te investeren in de meest kwetsbare doelgroepen.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “Deze resultaten tonen eerst en vooral aan dat we trots mogen zijn op ons Vlaamse onderwijs. Zowel op wiskunde, wetenschappen als leesvaardigheid scoren we internationaal sterk. Tegelijkertijd wijzen de resultaten op een aantal aandachtspunten die we krachtig moeten aanpakken. Ze onderstrepen het belang van het consequent uitvoeren van de modernisering van het secundair onderwijs: een sterkere algemene vorming, de inzet op basisgeletterdheid en de getrapte studiekeuze. Het inschrijven van differentiëring in de eerste graad zal ervoor zorgen dat leerlingen die extra hulp nodig hebben die zullen krijgen, maar tegelijkertijd zullen hiermee sterkere leerlingen extra uitgedaagd worden. Zo krijgt elke leerling de kans om haar of zijn talenten te ontdekken en te ontwikkelen.

De PISA-resultaten! Naar welke onderwijslanden moeten we op reis? #PISA

De PISA-resultaten zijn er en de reisbureaus willen het weten: naar welke landen moeten we op reis gaan om te zien hoe onderwijs beter kan. De meest relevante figuur lijkt dan de volgende:

pisa2015

Singapore? Japan? Mja, maar die bijlesindustrie. China, misschien, de BBC deed een leuk experiment. Finland? Ja, ze scoren hoog, maar zie je die daling? Idem trouwens voor Vietnam, Korea (wow!!!) of Nieuw-Zeeland en Australië. Maar dan heb ik bewust een land overgeslagen, het nieuwe Finland: Estland.

Nu, er is nog een regio die niet slecht scoort, eentje waar bijna nooit over gesproken wordt. Er zijn zeker nog uitdagingen, ongelijkheid scoort bijvoorbeeld Estland echt mooi voor. Maar kijk even mee:

pisa-2015-vl-3 pisa-2015-vl-2 pisa-2015-vl-1

 

Woord van de dag: sta secretaris

Midden in je les staat een student op. Vervolgens gaan alle studenten rechtstaan. Is het een scene uit Dead Poets Society? Is het een ludieke actie? Nee, aan de KU Leuven is het een sta secretaris:

De KU Leuven introduceert de sta-secretaris, een student die tijdens de les beslist wanneer het tijd wordt om recht te staan. Studenten klagen over rugpijn, wat normaal is als je zes tot acht uur per dag neerzit. De sta-secretaris moet dat probleem tackelen.

Op een willekeurig moment mag de sta-secretaris recht gaan staan en dan moet de prof een minuutje zwijgen. Alle studenten in de aula volgen dan het voorbeeld van de secretaris. Zowel studenten als professoren zijn lovend over het initiatief. Studenten blijven ironisch genoeg meer bij de les.

Het duffe gevoel verdwijnt en ze voelen zich terug wat frisser. Experten zeggen dat de korte onderbreking goed is voor de doorbloeding in het lichaam. Het risico op hart-en vaatziekten wordt op die manier ook verkleind.

Even een berichtje aan mijn studenten: nee, vandaag niet doen of ik laat jullie een rondje lopen. Lijkt me nog beter.

Check het bericht hier op VTM.

Verwondering – goede vragen leren stellen

Dick startte onze collectieve blog op onderzoekonderwijs.net. Benieuwd naar zijn boek!

Blogcollectief Onderzoek Onderwijs

Over een paar weken komt mijn boekje Verwondering uit. Het is de neerslag van 35 jaar lesgeven in het vo en aan universiteiten en het resultaat van twee jaar nadenken, schrijven en veel schrappen. Het is bedoeld als handreiking aan iedere leraar en opvoeder die jonge mensen wil stimuleren zelfstandig te denken en de werkelijkheid te onderzoeken.

Je kunt hier een exemplaar reserveren.

Een boekje als dit wilde ik al heel lang schrijven omdat ik niet tevreden was met het onderwijs zoals ik dat al die jaren had gegeven. Niet dat ik met alles ontevreden was – wat wél beviel heb ik in Verwondering opgeschreven – maar de gedachte bleef knagen dat mijn onderwijs beter kon. Misschien dat de lezer daar ook wat in herkent.

Ik wilde mijn ervaringen op een rijtje zetten over manieren van lesgeven die leerlingen meer motiveren en voor hen relevanter zijn dan zoals we het…

View original post 916 woorden meer

Brein training kan… je geheugen schaden

We hebben al vaker beschreven hoe er weinig evidentie is voor de meerwaarde van brein training. Lees hier nog even de open brief van een hele groep wetenschappers hierover. Je traint wat het spel doet, maar het heeft geen effect op andere zaken.

Dat laatste is mogelijk fout. Er is misschien wel een effect op het geheugen; namelijk een negatief effect. Bij een onderzoek bij 86 deelnemers bleek dat zowel de controlegroep als de testgroep waarin ze verdeeld werden na 3 weken oefenen beter werden qua werkgeheugen. Dit is al slecht nieuwe voor brein training, want de controlegroep werden evenveel beter en onderging geen training. Maar nog opvallender: de herkenningsoefeningen die de deelnemers als pre- en posttest deden, toonden dat dit bij de controlegroep gelijk bleef, maar dat de resultaten bij de groep die 3 weken brein training hadden gedaan slechter werden.

Een mogelijke verklaring is dat de brain training group eerder andere technieken begon te hanteren om dingen te memoriseren, meer oppervlakkige methodes. Een mogelijke kritiek op het onderzoek die BPS Digest noteert is dat de testgroep veel intensiever aan de slag moest, en het dus kan zijn dat deze groep meer moe was. Maar hier is echter weinig evidentie voor, bijvoorbeeld het aantal dropouts was niet groter dan bij de controlegroep.

Het onderzoek is relatief klein, maar zeer interessant om te repliceren…

Abstract van het onderzoek:

There is a great deal of debate concerning the benefits of working memory (WM) training and whether that training can transfer to other tasks. Although a consistent finding is that WM training programs elicit a short-term near-transfer effect (i.e., improvement in WM skills), results are inconsistent when considering persistence of such improvement and far transfer effects. In this study, we compared three groups of participants: a group that received WM training, a group that received training on how to use a mental imagery memory strategy, and a control group that received no training. Although the WM training group improved on the trained task, their posttraining performance on nontrained WM tasks did not differ from that of the other two groups. In addition, although the imagery training group’s performance on a recognition memory task increased after training, the WM training group’s performance on the task decreased after training. Participants’ descriptions of the strategies they used to remember the studied items indicated that WM training may lead people to adopt memory strategies that are less effective for other types of memory tasks. These results indicate that WM training may have unintended consequences for other types of memory performance.

The Lie, deze leugens hoorden deze kinderen al over zichzelf

Deze 10-jarigen kregen een poëzie-opdracht in hun Stedwick Elementary School in Montgomery County. Welke leugens hebben ze al over zichzelf gehoord. Het project werd groter. In september volgende deze video. Lees na het kijken nog meer hier.