Persbericht NRO: Leraren benutten specifieke mogelijkheden ict nauwelijks

Toevallig sprak ik net over dit onderzoek op Radio 1 in het programma Nieuwe Feiten en legde ik uit dat ICT in onderwijs zeker meerwaarde kan hebben wanneer je het goed gebruikt.

En nu is er dit persbericht van het NRO dat wellicht velen niet zal verbazen, maar tegelijk behoorlijk frusterend is in het licht van wat ik net zei en schreef:

Leraren zetten ict vooral klassikaal in of laten hun leerlingen, zeker in het primair onderwijs, met oefensoftware werken. Sociale media worden nauwelijks gebruikt, en ict toepassen voor samenwerking gebeurt heel weinig. In het voortgezet onderwijs en het mbo en hbo maken leraren en leerlingen meer gebruik van internet dan in primair onderwijs, maar dan vooral om informatie op te zoeken. Dat blijkt uit een onderzoek van onder andere de Universiteit van Amsterdam.

Van primair onderwijs tot hbo gebruiken leraren en docenten ict grotendeels voor dezelfde doeleinden: voor klassikale instructie en om leerlingen en studenten zelfstandig te laten leren. In de 616 onderzochte cases van ict-inzet – onder 279 leraren in po, vo en mbo/hbo – kwamen maar weinig gevallen van vernieuwend ict-gebruik voor. Oefen- en evaluatiesoftware wordt in het primair onderwijs het meest gebruikt, in het vo en mbo/hbo is dat informatie- en presentatiesoftware. Leraren dragen kennis over, geven instructie en stimuleren leerlingen. Leerlingen zijn vooral toehoorder en uitvoerder.

Karakteristieken

De verwachtingen van leraren over het gebruik van ict zijn erg algemeen, blijkt verder uit het onderzoek, waarvoor studenten van lerarenopleidingen de data hebben verzameld. “Ze vinden dat ict leerlingen motiveert, de leerprestaties verbetert, het lesgeven efficiënter maakt en dat de lesstof beter aansluit bij de beleving van de leerlingen”, zegt onderzoeker Joke Voogt. Het maakt niet uit voor welk doel de software is gemaakt. Leraren noemen de karakteristieken van bepaalde software niet als reden voor gebruik. Ze gebruiken bijvoorbeeld wel evaluatiesoftware, maar niet vanwege de feedback op maat of om leerlingen op hun eigen niveau te laten werken (differentiatie).

Communicatie

“Weinig leraren gebruiken de communicatiemogelijkheden van ict, constateert Voogt. “Terwijl ict daarvoor juist zo geschikt is, bijvoorbeeld om met leerlingen uit andere landen samen te werken in het kader van het taalonderwijs.” Daarnaast is het overgrote deel van de leraren overtuigd van de werkzaamheid van ict op grond van hun eigen ervaring. “Daar zijn ze heel zeker van.” Hun mening is nauwelijks gebaseerd op onderzoek of op de ervaringen van collega’s.

Kennis uit onderzoek

“Als je ict goed wilt inzetten in je onderwijs, moet je dat op een professionele en verantwoorde manier doen”, adviseert Voogt. “Je moet bewust zijn van je eigen argumenten om ict te gebruiken en deze redeneringen verbeteren. Uit onderzoek is bekend voor welke doelen bepaalde software goed werkt. Als leraren meer gebruikmaken van die kennis, kunnen zij ict beter benutten.”

Voogt, J.M. e.a. (2016), E-didactiek. Welke ict-applicaties gebruiken leraren en waarom? Universiteit van Amsterdam, Hogeschool Windesheim, Kohnstamm Instituut, Eindhoven School of Education en Universiteit Gent.

In een flankerend onderzoek ICT in het praktijkonderzoek van leraren-in-opleiding is onderzocht in welke mate en voor welke doelen leraren-in-opleiding gebruikmaken van specifieke ict-applicaties in het onderwijsleerproces. Dit is gedaan aan de hand van ‘realist review’ (gerelateerd aan verklarende evaluatie) van 152 werkstukken van leraren-in-opleiding aan vier lerarenopleidingen. In het onderzoeksrapport worden conclusies getrokken met implicaties voor de onderwijspraktijk, de lerarenopleidingen en het onderwijs in Science – Technology – Engineering – Mathematics (STEM).

Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van de Lerarenagenda. Mede-onderzoeker Henk Sligte organiseert een rondetafeldiscussie tijdens de Onderwijs Research Dagen, vrijdag 27 mei 2016 09:00-10:30 uur, en presenteert de onderzoeksuitkomsten ook op de Onderzoeksconferentie van NRO en Kennisnet, 15 juni 2016 in De Flint, Amersfoort.

Meer informatie

OESO-Presentatie en -rapport over het Nederlandse onderwijs

Er is net een nieuw rapport verschenen waarin de OESO het Nederlandse onderwijs tegen het licht houdt. Het rapport kon ik voor alle duidelijkheid nog niet lezen, ik bekeek de presentatie en herkende vooral veel.

Vooral de daling – ook van sterke leerlingen – valt op, naast toegang en kwaliteit van vroeg- en voorschoolse opvang. Ook zaken die we al wisten over de vorming, selectie en samenwerken van leerkrachten komen terug.

Misschien de meeste aandacht zal, volgens mij, gaan over:

  • vroege selectie (zit nu ook al in de media)
  • de transparantie en verantwoordelijkheid van schoolbesturen
  • de motivatie van – terug ook sterke – leerlingen

Bekijk de presentatie hier:

Do you learn better without shoes?

Ondertussen staat het bericht in een pak Nederlandstalige kranten (zie oa hier) en valt het op hoe weinig moeite er gedaan wordt om feiten te checken. Dat deed ik gisteren wel en het verhaal is – vooralsnog – op behoorlijk los zand gebouwd. Heb aan de professor die in de kranten vermeld wordt, gewoon zelf naar de evidentie gevraagd en de oogst was mager, zeer mager…

From experience to meaning...

This morning I discovered this article in The Telegraph via a tweet by Carl Hendrick:

There is research mentioned in the article and a professor, so while I couldn’t find any of the research on scholar by the man, I could easily find the professor on twitter so I asked for the actual research and I received an answer:

The first link I found myself but doesn’t mentioned any link to actual research, the second is an interesting study in it’s own right that I already saw being mentioned by Daniel Willingham earlier on, but which still didn’t make it to this blog, well because I’m not sure what to make of it in translating the…

View original post 307 woorden meer

Chinese overheid laat jaarlijks 488 miljoen ‘afleidende’ posts op sociale media plaatsen (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Eerder schreven we hier over hoe Rusland mogelijk actief mensen inzet om online verwarring te zaaien. Het gaat daarbij niet zozeer om pro-Putin posts (het is zeker dat Rusland dat doet), maar om posts die bedoeld zijn om hoaxes te verspreiden en verdeling te zaaien. Het is niet onwaarschijnlijk dat andere landen dat ook doen. Een nieuw working paper [abstract, vrije toegang] van Harvard-hoogleraar en sociaalwetenschapper Gary King onderzoekt welke sociale media-posts de Chinese overheid laat plaatsen. Samen met een communicatiewetenschapper en een politicoloog schat hij dat het gaat om 488 miljoen posts per jaar. Het meest opmerkelijke inzicht is dat het vooral gaat om applaus voor China (cheerleading).

50c
Er gaan al jaren geruchten de ronde dat de Chinese overheid mensen in dienst heeft die positieve berichten over het bestuur schrijven. Zij zouden in debat gaan met criticasters van het regime. Deze mensen worden 50c partijleden genoemd, omdat zij 50 cent betaald zouden krijgen (5 jiao, ongeveer $0.08) per post. De onderzoekers ontwikkelden een manier om zulke schrijvers op te sporen om vervolgens de inhoud van zulke posts te analyseren. Ze maakten daarvoor gebruik van een gelekt e-mailarchief, afkomstig van het Internet Propaganda Bureau van Zhanggong, een district in de Jiangxi provincie. In deze e-mails stonden expliciete details over het werk van verschillende 50c-accounts, bijvoorbeeld in de vorm van een werkverslag.

Het is een complex archief dat zich niet zomaar liet doorzoeken met geautomatiseerde methoden en dat te groot was voor kwalitatieve data-analyse. Op basis van een zelf-ontwikkelde methode wisten de onderzoekers 43.000 50c posts en hun auteurs te achterhalen. De onderzoekers zullen deze data ook voor anderen toegankelijk maken.

Korte salvo’s van ambtenaren
In tegenstelling tot wat journalisten en academici dachten, gaat het niet om burgers die voor lage bedragen werken, maar is 99,3 procent van de onderzochte auteurs ambtenaar. Het gaat om uiteenlopende diensten, zoals bureaus voor sport of belastingen. Er zijn ook geen aanwijzingen dat ze 50 cent per post betaald krijgen, of dat ze überhaupt extra betaald krijgen voor dit werk.

Dertig procent van de posts uit het emailarchief verwees niet naar een URL of beschrijving van de site. Van de overgebleven zeventig procent stond ongeveer de helft op een overheidssite en de andere helft op een commerciële site (54% Sina Weibo, 32% Tencent Weibo, 11% Baidu Tieba en 3% Tencent QZone).

Tijdsanalyse laat zien dat de posts niet gelijkmatig over de tijd verdeeld zijn, maar dat er sprake is van uitbarstingen. Volgens de onderzoekers wijst dit op een sterke mate van coördinatie door de overheid. Zo’n kort salvo is effectiever in het beïnvloeden van een debat dan verstrooiing. Uit deze analyse wordt al duidelijk dat het vooral gaat om cheerleading en om het zaaien van verwarring. Het gaat om deze gelegenheden:

1. Qingming (Tomb Sweeping Day): over 18,000 posts about veterans, martyrs, how glorious or heroic they are, and how they sacrificed for China.

2. China Dream: Over 1,800 posts about President Xi Jinping’s “China Dream”. Potentially a reaction to the April 2013 People’s Daily piece instructing municipal governments to carry out “China Dream” propaganda campaigns (see http://j.?utm_source=rss&utm_medium=rss mp/chinadream).

3. Shanshan Riots: 1,100 posts, immediately following Shanshan riots in Xinjiang. At 5:30pm Zhanggong county sent an email to itself (probably BCCing many others), highlighting three popular posts about Xinjiang, and saying this was a terrorist incident. At 8:00pm on the same day, Zhanggong sent an email to Ganzhou City to 11 which it reports with hundreds of 50c posts about China Dream, local economic development, etc.

4. 18th Party Congress, 3rd Plenum: Over 3,400 posts related to the 3rd plenary session of the Chinese Communist Party’s 18th Congress, which discussed plans for deepening structural reform.

5. “Two Meetings”: Over 1,200 posts about Ganzhou’s People’s Congress and Political Consultative Committee meetings, and policies to be discussed at the two meetings, including factual reporting of environmental issues, one child policy, rural issues, growth and development.

6. Early May Burst: 3,500 posts, about a variety of topics, e.g., mass line, two meetings, people’s livelihood, good governance. Immediately followed the Urumqi Railway Explosion, but no connection other than timing is apparent.

7. Over 2,600 posts celebrating the second anniversary of “Central Soviet Areas Development policy” (若干意见), subsidies from the central government to promote the development of region where the original CCP bases were located (including the region where Zhanggong is located); at the same time, the local government held an online Q&A session for citizens.

8. Martyr’s Day: 3,500 posts about martyrs and the new Martyr’s Day holiday, celebrating heros of the state. We now turn to a more systematic analysis of these posts, their accounts, and others like them beyond Zhanggong (p. 11-12).

Cheerleading
Nul van de posts is gecodeerd in de categorie ‘hekelen van andere landen’ of ‘twistzieke [argumentative] lof of kritiek’, geheel tegen verwachting in. Tachtig procent valt onder cheerleading en dertien procent onder ‘normale [non-argumentative] lof of kritiek’. Het gaat dus vooral om applaus voor China, en niet om het in discussie gaan. Een paar voorbeelden:

“Many revolutionary martyrs fought bravely to create the blessed life we have today! Respect to these heroes.”
“Respect to all the people who have greatly contributed to the prosperity and success of the Chinese civilization! The heroes of the people are immortal.”
“We all have to work harder, to rely on ourselves, to take the initiative to move forward.”
“[If] everyone can live good lives, then the China Dream has been realized!” (p. 31)

Schatting aantal posts
Op basis van deze analyse konden de onderzoekers een profiel opstellen van een 50c post. In de volgende stap zochten de onderzoekers contact met schrijvers van zulke posts om hun schattingen te verifiëren. Dit was een lastige maar methodologisch interessante stap (voor de fans: zie pagina’s 19-21). Meer dan de helft van de mensen waarvan ze wisten dat ze 50c auteurs waren gaf dit ook toe.

Op basis van alle analyses schatten de onderzoekers dat 448 miljoen posts op sociale media geschreven zijn door ambtenaren als 50c posts. Dat betekent dat ongeveer 1 op de 178 posts op commerciele Chinese sites verzonnen is door een overheidsambtenaar in opdracht.

Implicaties
Een discussie beslecht je sneller door voor te stellen een ijsje te gaan kopen dan proberen met argumenten je gelijk te halen. Dit is een effectieve manier. De onderzoekers schrijven:

“Distraction is a clever and useful strategy in information control in that an argument in almost any human discussion is rarely an effective way to put an end to an opposing argument. Letting an argument die, or changing the subject, usually works much better than picking an argument and getting someone’s back up (as new parents recognize fast). … Distraction even had the advantage of reducing anger compared to ruminating on the same issue. Finally, since censorship alone seems to anger people , the 50c astroturfing program has the additional advantage of enabling the government to actively control opinion without having to censor as much as they might otherwise. Our inference about distraction being the goal of the regime is consistent with directions to 50c party members in emails from the Zhanggong propaganda department. They ask the 50c members to “promote unity and stability through positive publicity” and “actively guide public opinion through emergency events”. In this context, “emergency events” are events with collective action potential” (p. 25-26).

Het is de Chinese overheid niet zozeer te doen om het censureren van het verwoorden van klachten, maar vooral om het in de kiem smoren van collectieve actie.

Over onderwijsnetten, even voor alle duidelijkheid

Mensen zouden misschien kunnen denken dat er slechts 2 onderwijsnetten of -koepels bestaan als ze naar de huidige discussies in de media kijken. Of je zou kunnen denken dat vrijheid van onderwijs enkel te maken heeft met godsdienst.

Maar niets is minder waar.

Dus even voor alle duidelijkheid (bron):

Er zijn 3 onderwijsnetten. Binnen elk net zijn er 1 of meer onderwijskoepels. Die koepels ondersteunen en vertegenwoordigen schoolbesturen. Zij stellen leerplannen en lessenroosters op, die de schoolbesturen kunnen overnemen. De onderwijskoepels vertegenwoordigen de schoolbesturen ook in onderhandelingen met de overheid.

Elke onderwijskoepel beschikt ook over eigen pedagogische begeleidingsdiensten. Die werken initiatieven uit om scholen en leraren te ondersteunen en te versterken.

Op de websites van de koepels vind je de adressen van de scholen die zij ondersteunen en vertegenwoordigen.

In het officieel onderwijs

In het officieel onderwijs zijn er 2 netten:

  • Het gemeenschapsonderwijs is het officieel onderwijs dat de openbare instelling GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap organiseert in opdracht van de Vlaamse overheid.
  • Het gesubsidieerd officieel onderwijs omvat het gemeentelijk onderwijs (georganiseerd door de gemeentebesturen) en het provinciaal onderwijs (georganiseerd door de provinciebesturen). De schoolbesturen zijn verenigd in 2 koepels:
    • Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap (OVSG)
    • Provinciaal Onderwijs Vlaanderen (POV)

In het vrij onderwijs

In het vrij onderwijs is er 1 net: het gesubsidieerd vrij onderwijs (gvo). Een privépersoon of privé-organisatie organiseert een school in het gvo. Het schoolbestuur is vaak een vereniging zonder winstoogmerk (vzw).

De grootste groep, de katholieke scholen, zijn vertegenwoordigd door de koepel Katholiek Onderwijs Vlaanderen.

Daarnaast zijn er in het vrij onderwijs 4 organisaties. Om hun belangen beter te verdedigen, verenigen die zich in het overlegplatform Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers (OKO):

  • Federatie van Onafhankelijke Pluralistische Emancipatorische Methodescholen (FOPEM)
  • Federatie Steinerscholen
  • Raad van Inrichtende Machten van het Protestants-Christelijk Onderwijs (IPCO)
  • Vlaams Onderwijs OverlegPlatform (VOOP)

Sommige scholen van het vrij onderwijs zijn niet aangesloten bij een koepel.

 

Lego wordt gaandeweg meer gewelddadig

Deze studie in PLOSOne ontdekte ik via Mashable, maar na een paar tellen nadenken, was ik niet zo verbaasd dat Lego de voorbije jaren gewelddadiger werd. Het is nog niet zo lang geleden dat het bedrijf zowat op sterven na dood was, maar toen heeft men slim verschillende franchises aangeboord, zoals Star Wars, Marvel, enz. Maar die superhelden komen natuurlijk het nodige geweld.

De Nieuw-Zeelandse onderzoekers bekeken de vraag op 2 manieren. Ze vergeleken de evolutie van het aantal wapens ten aanzien van het totale aantal lego-stukjes en het aantal lego-sets met wapens t.a.v. sets zonder en verder keken ze ook naar hoe gewelddadig lego overkomt bij de klanten.

Ogenschijnlijk schijnt het zeer te wisselen:

Maar de trend blijkt duidelijk:

Lego reageerder ondertussen op de studie:

Children are our most important concern. We want to develop play experiences that children love, and that at the same time develop essential skills. Conflict play is a natural part of how children play, and it helps them learn how to deal with conflicts in their own lives. We see a clear distinction between conflict and violence. We do not make products that promote or encourage violence. Weapon-like elements in a LEGO set are part of a fantasy/imaginary setting, and not a realistic daily-life scenario. The key for us is not a specific number of a given LEGO element in the portfolio, but the context, the story around it, and most of all: the play experience for the child.

Abstract van de studie:

Although television, computer games and the Internet play an important role in the lives of children they still also play with physical toys, such as dolls, cars and LEGO bricks. The LEGO company has become the world’s largest toy manufacturer. Our study investigates if the LEGO company’s products have become more violent over time. First, we analyzed the frequency of weapon bricks in LEGO sets. Their use has significantly increased. Second, we empirically investigated the perceived violence in the LEGO product catalogs from the years 1978–2014. Our results show that the violence of the depicted products has increased significantly over time. The LEGO Company’s products are not as innocent as they used to be.

Lectuur op dinsdag: appels in kwartjes, Hololens, muziek en zittend plassen (en meer)

Het is een eeuwigheid geleden dat ik nog eens lectuur op dinsdag postte, maar de oogst was te groot:

Tot slot: wat als bekende boeken clickbait titels kregen?