De 5 boeken die mijn leven veranderden

Ken je de film ‘The Commitments’? Helemaal in het begin van de film zit een van de hoofdrolspelers in bad en speelt hij hoe hij een interview geeft terugkijkend op zijn carrière. Moest er aan onwillekeurig aan denken toen ik de vraag kreeg van deredactie.be om de vijf boeken te bespreken die mijn leven hebben veranderd. Ik heb maar voor een zeer eerlijk lijstje gekozen, op het gevaar af meer van mezelf bloot te geven dan ik normaal wil. Btw, heb net de Radiojongens bij de geheime dienst voorgelezen aan een van mijn zonen.

1. De 50 grootste misvattingen in de psychologie – Scott O. Lilienfeld en Steven Jay Lynn

Het boek dat letterlijk het leven van De Brucykere het meest heeft veranderd, heet “Jongens zijn slimmer dan meisjes”. Dit boek schreef hij samen met Paul Kirschner en Casper Hulshof. Maar het zou er nooit gekomen zijn zonder het boek van Lilienfeld over mythes in de psychologie. “Toen ik er in las over het feit dat leerstijlen niet bestaan, was mijn eerste reactie: dat is één mening.” Toen hij een ander boek las, “Why don’t students like school” van Daniel Willingham, waarin ook deze cognitief psycholoog bevestigde dat leerstijlen een mythe zijn, geloofde hij het nog steeds niet.

“Ik ben dan de verschillende bronnen die beide boeken gebruiken, beginnen checken en inderdaad. Het was mijn eerste eigen mythbust-onderzoekje. Ondertussen doen Paul, Casper en ikzelf het heel vaak en bracht het mezelf letterlijk over de hele wereld met de vertalingen van ons boek.”

2. De Radiojongens – Gerald Breckenridge

“Dit boek is mijn oudste herinnering van ’s avonds stiekem het licht weer aandoen om te lezen nadat mijn grootouders in bed lagen. Ik moest het uitlezen. Ik moest weten hoe het eindigde.”

Als kind verslond De Bruyckere reeksen als “Pim Pandoer”, “Biggles”, “Frank Distel”, enzovoort. “In mijn opleiding later ontdekte ik dat dergelijke jeugdliteratuur ‘shunt’ wordt genoemd, wat niet noodzakelijk een positieve term is. Maar deze boeken zorgden ervoor dat ik in mijn jeugd er begon te lijken om Achille van den Branden uit het verhaal van Tom Lanoye, over een jongen die alle boeken ter wereld wou lezen. Niet dat ik zo snel kon en kan lezen als Achille, maar ik heb boeken verslonden. Totdat ik muziek begon te spelen.”

3. The strat in the attic – Deke Dickerson

“Het begon met de eerste tonen die meester Frank van het tweede leerjaar speelde op zijn gitaar. Ik was verkocht. Ik wou ook muziek maken.” Het duurde nog zeer lang vooraleer De Bruyckere zelf zou kunnen spelen. Op zijn 100 dagen ging hij niet naar het schoolfeest, maar kocht hij met al zijn spaarcenten een gitaar en een stembakje. “Het was mijn manier om te vieren dat ik binnenkort zou afzwaaien van het secundair onderwijs.”

Jarenlang heeft hij daarna minstens twee uur per dag geoefend. “Mijn gitaar ging overal met me mee en gaandeweg werd ik nieuwsgieriger naar de geschiedenis van het instrument.” Hij wou alles weten over Leo Fender, Gibson, Rickenbacker. “Het is misschien een rode draad: elk boek leidde tot een zekere gulzigheid. Dit boek van Deke Dickerson is enkel geschikt voor freaks die al alle gewone boeken over gitaren hebben verslonden. Het gaat over gitaararcheologie. Over schatten op zolder, maar ook over de obscuurste bouwers die ooit mee aan de wieg stonden van de elektrische gitaar.”

“Dit gezegd zijnde, als iemand me ooit op RC Allen wil laten spelen of een gitaar van Harvey Thomas: je weet me te vinden.”

4. Faking it: the quest for authenticity in popular music – Hugh Barker en Yuval Taylor

Waarom is Neil Young meer authentiek dan Billy Joël? Waar komt onze obsessie met figuren als John Lennon of Kurt Cobain vandaag? Het zijn slechts enkele vragen die in dit boeken worden uitgewerkt. De Bruyckere ontdekte dit boek als muziekliefhebber, maar het effect was veel, veel groter.

“Binnenkort verdedig ik mijn doctoraat over authenticiteit in het onderwijs. Oorspronkelijk zat er een laag in mijn onderzoek rond populaire cultuur in de klas, meer bepaald over het gebruik van popmuziek in het onderwijs. Dit boek van Barker en Taylor deed me bewust nadenken over een cruciaal deel van mijn onderzoekswerk: je kan niet weten of iemand al dan niet authentiek is. Het gaat over authentiek overkomen.” Later ontdekte De Bruyckere het belangrijkere werk “Creating country music: fabricating authenticity” van Richard A. Peterson. “Hij is zowat de grondlegger van dit inzicht in de populaire muziek.”

“Terwijl ze beiden nog nauwelijks in het eindresultaat voorkomen, zou mijn doctoraat er helemaal anders hebben uitgezien zonder deze twee boeken.”

5. The originals – Arnold Rypens

Je kent misschien Arnold Rypens en “The originals” van de verschillende radiobijdragen de voorbije decennia. Waar komt een song vandaag? Wie schreef het origineel? Van wie pikte Led Zeppelin “Stairway to heaven”? En van wie de rest van hun catalogus?

“Het boek is een naslagwerk dat ik tot jolijt van mijn vrouw letterlijk van A tot Z las. Het zette me aan om ook zelf op zoek te gaan naar de originele opnames. Ik wou horen hoe songs evolueerden. Welke nieuwe betekenissen kunnen ontstaan door nieuwe versies.” Het leerde De Bruyckere anders luisteren naar muziek en anders kijken naar artiesten. Het vormde hem ook als muzikant en producer. “Maar het zorgde ook voor een centraal thema binnen mijn lessen over jongerencultuur: everything is a remix. Onder die titel bestaat er trouwens ook een zeer mooie vierdelige documentairereeks, die ik alleen maar kan aanbevelen.”

Wat zijn de grootste uitdagingen van de 21ste eeuw?

Het is niet bepaald de meest hoopgevende website die de BBC ooit maakte, maar na the Grand Challenges eerder dit jaar breidt de BBC deze reeks uit met nieuwe uitdagingen voor onze samenleving.

Met de regelmaat worden de vijftig uitdagingen onthuld en besproken door topwetenschappers en andere experts. Thema’s gaan vaan automatisatie (en de gevolgen voor onder andere de beroepsbevolking) en artificiële intelligentie tot de ontwikkeling van de steden.

Als het over het milieu gaat, kijkt men ook dieper en verder door bijvoorbeeld stil te staan bij specifiek water.

Er ver over? Franse businessschool gebruikt gezichtsherkenning om te kijken of je wel oplet

Het voordeel van online lessen is dat iedereen kan werken en leren wanneer hij of zij maar wil. Maar online bezig zijn, kan ook betekenen dat je wel eens af en toe andere zaken doet. En we weten dat multitasken a) niet echt kan en daarom b) slecht is voor leren.

En dan redeneerde LCA dat het misschien handig was om te controleren via Nestor, een gezichstherkenningsoftware-pakket, of de lerenden op afstand wel opletten. Goed idee of er ver over? Lees meer hier.

Lectuur op zaterdag: leerstijlen niet, wat wel? Breintraining niet, wat wel? Woordzoekers maken en meer.

De weekendbijlage bij deze blog:

Ten slotte: Hoe werden tv-logo’s gemaakt voor het digitale tijdperk?

Handig van Google: maak zelf je datagifs

Google lanceerde net een nieuwe, handige tool voor journalisten én leerkrachten (en nog wel een paar beroepsgroepen): Data Gif Maker

Gif’s zijn al een tijdje hip en leuk voor je dagelijkse portie memes op sociale media, maar met deze tool kan je dit maken:

Het is eenvoudig, het is niet uitgebreid, maar wel leuk. Lees hier hoe je de gifs kan maken.

Oja, dan was er ook nog dit…

Het is een lange weg geweest die nu stilaan tot een einde komt.

Op 9 juni verdedig ik mijn proefschrift en Björn Prins en Joke Hurtekant hebben tot mijn plezier aanvaard mijn paranimfen te zijn. Voor wie niet weet wat paranimfen zijn, check hier.

Meer concreet vindt de verdediging plaats op vrijdag 9 juni 2017 om 13.30 uur precies in gebouw Pretoria van de Open Universiteit, Valkenburgerweg 177 te Heerlen.

Als je wil zien, hoe ik het doe en Heerlen is wel heel erg ver:  de promotie zal ook online te volgen zijn via: www.ou.nl/live.

Oja, omdat ik al de vraag kreeg en voor wie het zich eventueel zou afvragen: bloemen noch kransen :).

Daarbij aansluitend, deze projecten van mijn collega-pedagogen verdienen mijn inziens alle steun:

Betere schoolresultaten door… gezondere voeding op school

Het is een discussie die af en toe terugkomt: moeten de frisdrankautomaten op school weg of niet. Het is enerzijds een mooi extra inkomen voor de school, maar de gezondheidsopvoeding van de leerlingen is ook belangrijk. In Vlaanderen zou tegen 2020 de frisdrank ook van de secundaire scholen moeten verdwijnen.

Een nieuw onderzoek geeft een extra argument: gezondere, betere voeding op school kan leiden naar betere schoolresultaten en het effect is groter bij kinderen uit gezinnen met lage SES. Voor het onderzoek werden alle scholen in Californië gedurende vijf jaar gevolgd. Na controle voor andere mogelijke invloeden bleken de schoolresultaten in scholen die voor gezonde voeding gingen, gemiddeld 4% te stijgen. De onderzoekers stellen vast dat dit een van de goedkopere manieren is om punten te doen stijgen (kostprijs 258 dollar per procent stijging per jaar, ter vergelijking: klasgrootte verkleinen kost 1368 dollar voor een gelijke stijging).

Abstract van het onderzoek:

Improving the nutritional content of public school meals is a topic of intense policy interest. A main motivation is the health of school children, and, in particular, the rising childhood obesity rate. Medical and nutrition literature has long argued that a healthy diet can have a second important impact: improved cognitive function. In this paper, we test whether offering healthier lunches affects student achievement as measured by test scores. Our sample includes all California (CA) public schools over a five-year period. We estimate difference-in-difference style regressions using variation that takes advantage of frequent lunch vendor contract turnover. Students at schools that contract with a healthy school lunch vendor score higher on CA state achievement tests, with larger test score increases for students who are eligible for reduced price or free school lunches. We do not find any evidence that healthier school lunches lead to a decrease in obesity rates.

Wiweter: Of hoe technologie in het onderwijs leidt tot een traject van verbazing

DUURZAAM ONDERWIJS

Wie weet er hoe je met een stofzuiger een projectiel afschiet? Wie weet er hoe je met een PET-fles een windmolen maakt? Zulke fascinerende vragen vormen het startpunt voor uitdagende activiteiten die studenten lerarenopleiding van Thomas More opzetten met leerlingen van het lager en secundair onderwijs. De leerlingen bedenken zelf oplossingen voor de bovenstaande vragen, proberen hun oplossingen uit en evalueren de effecten. Dit is niet zomaar een leuke manier om leerlingen zin in STEM of technologie te geven. Dit is eigentijds, “out-of-the-box”-onderwijs waarbij allerlei grenzen tussen vakken, leerjaren en instituten sneuvelen, en 21ste-eeuwse sleutelcompetenties spontaan meeliften. Erwin Van de Put en An Conings, beiden docenten aan de lerarenopleiding van Thomas More Kempen, vertelden me honderduit over de krachtlijnen van dit grensverleggende project.

Een traject van verbazing: Goed onderwijs begint met uitdagende, boeiende vragen. Wiweter dus ook, en de startvraag leidt bij kinderen vaak tot een resem nieuwe…

View original post 555 woorden meer

Help, daar zijn de Fidgets

Vorige week schreef ik een eerste stukje voor radio1.be als een probeersel voor een mogelijke column. Het stuk werd echter al snel geplaatst wegens zeer actueel…

Op de speelplaats kan je stilaan niet meer naast de nieuwe rage kijken: de Fidget Spinner. Het ding is niet nieuw. Het is een zoveelste variant van de tol die je al op schilderijen van Breughel kan zien. Maar waar de schilderijtol nog met een touwtje kwam, doe je deze Fidget Spinner draaien met je duim en wijsvinger.

Maar het is niet zomaar speelgoed, nee. Het dingetje wordt verkocht als hét middel om je beter te concentreren. Meer nog: de Fidget Spinner zou kinderen met ADHD kunnen helpen. Maar is dat wel zo?

Er bestaat nauwelijks onderzoek naar welk effect deze spelletjes hebben. Ik vond wel een studie uit 2015 dat het belangrijk is voor kinderen met ADHD om te wriemelen, wat in het Engels vertaald wordt als “to fidget”. Dat onderzoek stelt echter dat je kinderen met ADHD best niet op maar één welbepaalde manier laat wriemelen, bijvoorbeeld met een speeltje. Nog erger volgens dat zelfde onderzoek: wriemelen zou sowieso een negatief effect hebben voor het leren van kinderen die niet aan ADHD lijden.

De oorspronkelijke bedenkster van de Fidget Spinner, Catherine Hettinger, legde zelf niet de link naar ADHD of betere concentratie. Ze ontwierp de Spinner als een positief alternatief voor stenen gooien tijdens een reis naar Israël nadat ze kinderen politieagenten zag bekogelen.

En nu is de hype ook hier beland. In de UK en de VS klagen er al leerkrachten en meerdere scholen verboden al het ding. Deze scholen merkten namelijk het tegenovergestelde effect van wat de verkopers van het speelgoed beloven. Kinderen letten niet beter op, ze blijken meer afgeleid. En terwijl het spelletje ooit vreedzame bedoelingen had, lieten me 2 leerkrachten weten dat een gegooide Fidget verdomd hard kan aankomen.

Wat moeten we nu met deze hype? Beschouw de Fidget Spinner als iets typisch voor op de speelplaats, niet meer, niet minder. Bij gebrek aan enige evidentie dat het ding beter zou helpen opletten, hou je het spinnen beter buiten de klas. En straks is er terug het knikkerseizoen.