Waarom tv-series maar geen kunst worden: het probleem van eindes (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

We leven in de derde Gouden Eeuw van televisie: series van nu zijn van ongekend hoge kwaliteit. Ze vertellen iets over de tijd waarin we leven en hoe we ons daartoe verhouden (zie dit stuk over dystopie en nostalgie in series). Televisieseries kunnen zich nu meten met films en kunnen meer dan ooit beschouwd worden als een vorm van kunst. Goede schrijvers, goede acteurs, hoge budgetten en veel verdiepingsmogelijkheden zijn daar debet aan.

Toch legt het genre van televisie nog steeds een grote beperking aan het kunstgehalte van series. Het grote probleem zit in hoe een serie te eindigen? Series kunnen zomaar stopgezet worden bij tegenvallende kijkcijfers en dan is het verhaal misschien nog niet af. October Road is daar een voorbeeld van: de makers schreven voor de fans daarom een losse seriefinale die alleen op DVD beschikbaar was. Series kunnen ook succesvoller zijn verwacht en vragen om meer seizoenen. Een verhaal wordt dan uitgerekt – wat natuurlijk niet altijd ten goede komt aan de serie.

In The American Reader schreef tech-journalist David Auerbach een typologie van series op basis van hun vertelstructuur. Auerbach heeft geen achtergrond in mediawetenschap, maar zijn analyse is inzichtelijk. Ik neem zijn indeling hierover, aangevuld met voorbeelden die voor Nederlandse kijkers herkenbaar zijn.

The Steady-State Model

Het traditionele model laat een stabiele staat zien. Er is een uitgangspunt, maar iedere aflevering staat op zichzelf en kan begrepen worden zonder dat je de vorige aflevering gemist hebt. Een voorbeeld is The A-Team: de premisse wordt verteld in de openingstune en iedere aflevering gebeurt er iets. Het team wordt constant opgejaagd, maar daarin zit nauwelijks ontwikkeling. Zo kunnen er eindeloos veel afleveringen gemaakt worden.

Auerbach rekent soaps hier ook onder, al is dat niet helemaal juist. Bij soaps kan je wel een aantal afleveringen missen (je bent zo weer bij), maar er zit wel een opbouw in het verhaal dat zich verder strekt dan het niveau van de afzonderlijke aflevering.

The Expansionary Model

Dit model bouwt zichzelf uit. Er komen steeds meer verhaallijnen en meer karakters, waardoor het verhaal uitdijt. Making it up as you go along. Het meest vervelende voorbeeld is Lost. De schrijvers leken zelf wel verdwaald in het verhaal. Er kwam geen einde aan en toen er een einde was, sloot dat niet aan op de vele lijnen die waren uitgezet. Ook Twin Peaks is hier een voorbeeld van. Voor makers David Lynch en Mark Frost was het veel belangrijker een bepaalde sfeer neer te zetten, in plaats de moordenaar van Laura Palmer te ontmaskeren.

Het probleem met zulke series is dat ze per seizoen steeds naar een hoogtepunt streven en ieder seizoen wordt dat hoogtepunt epischer. Auerbach noemt als voorbeeld Buffy The Vampire Slayer: de  inzet werd steeds hoger waardoor de serie als geheel doelloos werd. True Blood leed aan diezelfde kwaal. Auerbach vindt dit artistiek leeg:

“As long as there is no imagined or projected end to a work, then any aspect of that work devoted only to advancing toward that end is artistically worthless, since it is intrinsically in bad faith. There are sometimes worthwhile side effects, such as a satire of the very aimlessness of the work, but the life of the continuity plotter is not a happy one. Even a declared end to a title is a Pyrrhic victory, since none of the continuity established to that point was created with the idea that an end would ever come.”

The Big Crunch

Sommige series hebben bij het begin wel al een idee over de beslissende finale. Er worden aanwijzingen gegeven die aan het einde allemaal zouden moeten optellen. Dat betekent niet dat het einde van te voren vaststaat, maar wel dat er duidelijke richtingen voor dat einde zijn. Battlestar Galactica en Breaking Bad zijn hier voorbeelden van.

Het lastige aan dit model is dat het verhaal erg wordt uitgerekt als de eerste seizoenen succesvol zijn. Omroepen willen dan immers dat de serie lang blijft lopen. De makers weten dan niet precies wanneer het einde zal zijn en dat heeft consequenties voor wat ze kunnen en mogen vertellen. Ook dit leidt tot creatieve armoede, oftewel tot “arty and impressionistic set pieces, … , lashbacks, dream sequences, and redundant exposition. And quotes from Dante”.

Auerbach hekelt de makers van zulke series. Hij stelt dat ze zich in dit model filmregisseurs wanen die onterecht menen zonder inmenging van de omroepen hun kunst te kunnen maken.

Mythologie

Auerbach vat het geheel samen in een schemaatje. Mythos verwijst naar de algemene verhaallijnen, de oorsprong van de serie zogezegd.

auerbach_chart_31-620x181

Nieuw model?

Auerbach schreef zijn artikel in 2013. Er ontbreekt een model dat we misschien vaker gaan zien. American Horror Story en True Detective werken met op zichzelf staande seizoenen. Ieder seizoen vertelt één verhaal, waarbij het einde van het seizoen dus aan het begin voor de makers al vaststaat. In het volgend seizoen wordt een nieuw verhaal verteld. Bij American Horror Story zijn de acteurs en thematiek grotendeels hetzelfde over de seizoenen heen. Dit model staat zowel verdieping als een werkelijk einde toe.

In de derde Gouden Eeuw van televisie draait alles om nieuwe vormen van verhalen vertellen. Televisie is daarvoor geschikt omdat karakters veel beter uitgebouwd kunnen worden. Hoe meer seizoenen, hoe gelaagder de karakters worden. Het grote nadeel van televisie is de afhankelijkheid en onvoorspelbaarheid van kijkcijfers. Het is bijzonder treurig dat deze blijven functioneren als een rem op de esthetische mogelijkheden van het door velen zo verfoeide medium.

Lees ook: Ketchup en het uitblijven van orgasmes: finales van televisieseries

Weg met de zwart-wittelevisie

Pedro:

Dit stuk van Kris moet iedereen gewoon lezen:
” Duurzaam leren wordt bevorderd door het slimme ineenschuiven van theorie en toepassing, van kennis en vaardigheden, van directe instructie en inductief leren, en dat zowel binnen één les als over verschillende lessen heen. Veel leerkrachten weten dat intuïtief en passen het principe ook al jarenlang toe. Ze geven een streep theorie en doordesemen die directe instructie met sprekende voorbeelden van concrete toepassingen, ze geven hun leerlingen meteen na de directe instructie de kans om de aangereikte (vaak theoretische) informatie toe te passen en tot leven te zien komen in een concrete casus, en gebruiken die oefening dan meteen om de theorie verder uit te diepen. Ze geven leerlingen praktische oefeningen die theoretische vragen uitlokken. Puzzelstukken worden in mekaar geschoven en maken samen een rijker beeld. Dat is niet “en-en”, dat is “in-in”. Dat is geen serieschakeling, dat is synergie. Expliciete instructie over taal ingebed in een functionele taaltaak; een voorbeeld uit het leven van de leerlingen gegrepen in een theoretische uitleg; een klassikale bespreking in de afronding van een uitdagend groepswerk; een theoretische uitleg van een leerkracht dat een duo tijdens een praktische oefening weer uit het slop helpt; een huiswerk dat vraagt om een concrete levensechte toepassing die tijdens het volgende contactmoment theoretisch wordt geïnterpreteerd. Toepassingen maken theorie begrijpelijker én zinvoller; toepassingen maken duidelijk waarom theorie ertoe doet; toepassingen maken duidelijk hoe de theoretische aannames werken en in mekaar klikken. En theorie maakt duidelijk wat er achter de concrete toepassing zit; theorie helpt leerlingen om de transfer van de ene toepassing naar de andere te ‘zien’. Als toepassing en theorie zo goed in mekaar klikken dat ze mekaar verrijken, dan is de kans groot dat er bij leerlingen ook een klik ontstaat. “

Originally posted on Duurzaam Onderwijs:

De 16-jarige Alice mocht vorige week op tv in gesprek gaan met minister van onderwijs Hilde Crevits. Aanleiding was een blogbericht dat Alice schreef (zie de link onderaan dit bericht). Daarin vroeg ze zich luidop af of alle energie die ze stak in het studeren voor toetsen en examens wel iets opleverde. Veel kennis die ze in haar hoofd propte, was ze meteen na de toets alweer vergeten, en haar eigen honger naar kennis en diepere inzichten werd niet gestild in de nochtans uitdagende studierichting (Latijn-Moderne Talen) waarin ze zit. Op tv vroeg Alice zich af of er niet wat meer ruimte in het curriculum moet komen voor de toepassing van al die theoretische kennis. Ze sloeg de nagel op de kop, en Crevits kon haar alleen maar gelijk geven.

We hebben aan het eind van de vorige eeuw veel zwart-witdiscussies gevoerd over onderwijs. Kennis of vaardigheden? Directe instructie of…

View original 376 woorden meer

Welk effect hebben helpende ouders op leren? Hoge verwachtingen meest effect, helpen met huiswerk weinig

Een nieuwe meta-studie bekeek 37 onderzoeken naar het effect van ouders op het leren van hun kinderen die gepubliceerd werden tussen 2000 en 2013 en waarbij men onderzoeken selecteerde die naar effecten keken bij leeftijden tussen kleuterschool en het einde van leerplichtonderwijs.

De onderzoekers kregen zo een overzicht van 108 elementen hoe ouders een rol mee kunnen spelen in het beïnvloeden van de schoolresultaten van hun kinderen.

Als we specifiek kijken naar oudergedrag, dan zien we dat het lijstje van meest naar minst effect er zo uitziet:

  • De verwachtingen van ouders (effect=0.224)
  • Praten met je kinderen over school (effect=0.200)
  • Samen lezen met kinderen (effect=0.168)
  • De opvoedingsstijl (effect=0.130)
  • Helpen met huiswerk (effect=0.024)
  • Ouders die meewerken met schoolactiviteiten (effect=0.010)

Sommige van deze effecten verbazen niet zo, de meerwaarde van voorlezen is zo al langer bekend. Het beperkte effect van helpen met huiswerk kan misschien voor wat input zorgen in het de huiswerkdebat.

Ook opvallend in het onderzoek is dat ze keken voor welke vakgebieden ouders het meest en het minst effect hebben. Hier blijkt dat je met kunstvakken de grootste invloed ziet, vervolgens taal, maar waarbij de invloed voor de andere vakken direct relatief klein wordt (denk aan lezen, wiskunde of een andere taal leren) en waarbij voor wetenschappen het effect van helpende ouders… zelf negatief zou zijn (alhoewel heel beperkt en gebaseerd op slechts 2 studies). Dit ligt trouwens in lijn met het Britse genenonderzoek dat aangaf dat welke vakken het minst erfelijk bepaald waren en welke het meest.

Wil dit zeggen dat je nu niet meer je kind moet helpen met zijn huiswerk? Nee. Behalve misschien met de wetenschapsvakken ;).

Mooi: Britse speelgoedmaker maakt niet-perfecte poppen

Een pop met een kruk, een pop met een vlek, binnenkort een pop in een rolstoel, het zijn enkele van de voorbeelden van nieuwe poppen die Makies, een Britse speelgoedfabrikant, maakt naar aanleiding van een campagne op sociale media, Toy Like Me, waarin gepleit wordt voor meer diverse poppen.

Dit was een deel van de campagne:

Dit worden de poppen:

Bron Mashable.

Teaching in focus: hoe worden leerkrachten ondersteund wereldwijd?

Na een nieuwe PISA in Focus nu ook een nieuw focus-rapport gebaseerd op het TALIS-onderzoek, deze keer specifiek over hoe {startende) leerkrachten ondersteund worden in de deelnemende OESO-landen met enkele opvallende vaststellingen:

  • In many countries, less experienced teachers (those with less than five years’ teaching experience) are more likely to work in challenging schools and less likely to report confidence in their teaching abilities than more experienced teachers.
  • Most countries have activities in place aimed at preparing teachers for work, such as induction and mentoring programmes.
  • Approximately 44% of teachers work in schools where principals report that all new teachers have access to formal induction programmes; 76% work in schools with access to informal induction; and 22% work in schools that only have programmes for teachers new to teaching.
  • Fewer teachers report participation in induction and mentoring programmes than principals report the existence of such programmes.

Qua het eerste punt, scoort Vlaanderen een triest record (en volgens mij persoonlijk een van de belangrijkste punten waar iets moet aan gedaan worden):

triest

Samengevat voor de deelnemende OESO-landen:

New teachers often face the same, if not more challenging, working environments as more experienced teachers; however, they often lack the professional experience and confidence to easily handle these challenges. Education systems should review their policies for allocating teachers to the more challenging schools, as well as invest in extending access to professional support for new teachers through induction programmes and mentoring activities. Attention also needs to be paid to maximising the participation in such programmes by eliminating barriers and creating incentives for participation.

Ashoka: 4 voorbeelden van inspirerende scholen

Vandaag zit ik terug in de jury van Ashoka, een organisatie die op zoek is naar inspirerende scholen, changemakers.

Dit is een video die de 4 scholen die het vorig jaar haalden (en waarbij, neem van mij aan, de video nog niet half recht doet aan de scholen):

Moral Panic-alert: game of 72

Er zou een spel de ronde doen op sociale media waarbij kinderen uitgedaagd worden om 72 uren te verdwijnen van de aardbodem voor hun dierbaren. Je hebt het bericht misschien ook al gezien, maar klopt daar iets van?

De BBC onderzocht het fenomeen en vond veel waarschuwingen en nieuwsberichten wereldwijd over deze zogenaamde trend, maar… vond geen enkel echt voorbeeld. Trouw aan broodjesaap verhalen vooral verhalen van een goede kennis, maar geen echte directe ervaringen. En voor een trend die zo wereldwijd verspreid zou zijn, vond men ook nauwelijks tweets of Facebookberichten die over deze uitdaging gaan (behalve dan berichten naar nieuwsberichten over deze zogenaamde trend).

Dus voorlopig is de conclusie: fake trend (behalve als de nieuwsberichten mensen op ideeën brengen, zie moral panic).