Google Glass is terug

Ah, Google Glass. Een hype die deed hopen en het woord Glasshole opleverde om daarna afgevoerd te worden. Ondertussen kennen we augmented reality-games zoals Pokemon Go en wachten sommigen stilletjes op een goedkopere versie van de Hololens van Microsoft die veel verder gaat dan Google Glass ooit deed.

Maar… Google Glass is terug, specifiek ontwikkeld niet voor hipsters maar wel voor de bedrijfswereld. Check hier. Dus niet als hippe tool voor apps, maar wel een mogelijkheid om werk makkelijker te maken. Dat Alphabet zich richt op onder andere de gezondheidszorg is geen toeval.

Lees meer hier bij Wired en lees ook hier enkele kritische bedenkingen.

Waarom er geen school komt op basis van mijn visie…

De voorbije dagen heb ik nogal epische discussies meegemaakt op Twitter. Het is vakantie… De aanleiding was het stuk van Rutger Bregman waarop ik trouwens hier een factcheck deed. Ik merkte dat ik door kritische vragen te stellen quasi gelijk in een bepaalde hoek geplaatst werd.

Deze keer stelde ik vragen bij bepaalde vernieuwingen die eerder progressief genoemd zouden kunnen worden. Niet omdat ik tegen vernieuwing ben, maar omdat bepaalde elementen al eerder uitgeprobeerd zijn en vooral er vaak negatieve effecten zijn op ongelijkheid. Meer vragen stelde ik bij bepaalde bronnen in het artikel van Bregman die behoorlijk eenzijdig genoemd kunnen worden.

Eind juni had ik een – niet publieke – discussie in Londen over vernieuwingen die eerder traditioneel zouden kunnen genoemd worden. Hier was ik ook kritisch omdat men de term evidence-based liet vallen maar tegelijkertijd oa expliciet niet van samenwerkend leren wou horen, terwijl hier wel degelijk ook evidentie voor bestaat.

Wat hadden beide situaties gemeen naast gedreven persoonlijkheden? Er werd aan cherry picking gedaan, vrij selectief naar wetenschap gekeken om een bepaald punt te maken. Ik kreeg 2 jaar geleden de vraag van een school die evidence based wou werken… tot ze ontdekten dat de evidentie haaks stond op de visie die ze hadden. Zo werkt wetenschap dus niet. De voorbije jaren kreeg ik vaker de vraag of ik geen onderzoek kende of onderzoek wou doen om een overtuiging te bewijzen. Dat is een beetje zoals een verdachte die vraagt onderzoek te doen om hem of haar vrij te pleiten. Je kan als detective onderzoek doen, maar je kan en mag niet zeggen hoe iets zal uitdraaien.

Dat laatste herken ik maar al te goed. De voorbije jaren heb ik zelf te vaak gevloekt omdat een onderzoek niet uitkwam wat ik verwachtte of hoopte. Maar dat hoort er nu eenmaal bij. Als alles zou uitkomen zoals we verwachten, dan zou er geen onderzoek meer nodig zijn.

Gisteren kreeg ik ook de vraag of ik een school zou kunnen tonen die volledig aan mijn visie voldoet. Dat is onmogelijk, want dan ga je van een paar zaken uit die niet kloppen. Ten eerste dat ik een dergelijke visie zou hebben. Ten tweede dat er dan volgens mij maar een goede visie zou bestaan.

Maar eerlijk? Toen ik recent door de Balie gevraagd werd om mijn visie op onderwijs te geven, was mijn eerste, spontane reactie: maar ik heb helemaal geen visie op onderwijs. Na een lange reflectie besefte ik dat dit niet klopte, op onderwijs heb ik wel degelijk een visie. Ik wil onderwijs mee helpen verbeteren, en er is nog wel meer waar ik achter sta. Tegelijkertijd ben ik er van overtuigd (opgelet, visie) dat er niet 1 zaligmakende visie is op hoe een school er moet uitzien. Meer nog, in het boek dat in oktober uitkomt, leg ik uit dat het hebben van een visie belangrijker is, dan welke visie iemand aanhangt voor effectief onderwijs. Een van de rijkdommen van bijvoorbeeld het Vlaamse onderwijs is volgens mij de rijkdom aan verschillende benaderingen in scholen.

Dus voor wie me in een of kamp wil plaatsen, mijn levensmotto is niet voor niets geleend van Groucho Marx: ik wil niet lid zijn van een club die mensen zoals ik als lid accepteert.

En voor mensen die zich afvragen waarom ik in beide gevallen – zowel bij het eerder progressieve als het negatieve voorbeeld – kritisch reageerde? Ten eerste omdat er sprake was van cherry picking in wetenschappelijke inzichten, en ten tweede omdat altijd alles beter kan.

Spelen vandaag kinderen meer of minder?

Vandaag verscheen op de Correspondent een stuk van Rutger Bregman over onderwijs waar veel bedenkingen bij te maken zijn, maar ik wil me even focussen op het uitgangspunt. Bregman stelt namelijk dat vandaag kinderen minder spelen dan vroeger. Hierbij geeft Bregman aan een brede definitie van spelen te hanteren, maar uit het gesprek dat ik met hem had op Twitter blijkt hij het vooral te hebben over vrij spel (hij valt ook Lego aan in het stuk als voorbeeld van gestructureerd spel, wat fout is: Lego kan beide zijn).

Maar terug naar de interessante stelling of kinderen vandaag minder spelen. Bregman verwijst hiervoor naar 2 bronnen:

Deze laatste bron is niet longitudinaal, ze beschrijven een toestand op moment van afname, maar uitspraken over meer of minder in de tijd kan je op basis hiervan niet doen.

De eerste bron kende ik al voor het stuk van Bregman en zijn conclusie deed me nogal raar opkijken. In het rapport staat namelijk… het tegenovergestelde. Op pagina 125 staat er dat ouders wellicht meer samen spelen met hun kinderen dan in de jaren tachtig.

Volgens Bregman lees ik dit verkeerd. Hij ziet dit namelijk als bewijs dat kinderen minder spelen omdat ouders meer met hun kinderen bezig zijn. Hij vermoedt dus dat samenspel minder vrij is dan spel alleen (en opvallend hij problematiseert dus dat ouders meer met hun kinderen bezig zijn).

Maar hierover geeft het rapport geen uitsluitsel. Het enige wat er staat is dat ouders meer met kinderen spelen. Betekent dit dat kinderen vandaag minder spelen? Staat er niet in. Betekent dit dat kinderen vandaag minder vrij spelen? Staat er niet in.

Ondertussen zien we het online spelen toenemen, en niet enkel gestructureerde spellen, maar ook zogenaamde sandbox-games, vrije spelen zoals Minecraft of Roblox. Dus het kan evengoed zijn dat er een verschuiving van spelen gebeurt ipv een vermindering.

Heb ik nu gezegd dat kinderen vandaag niet minder spelen? Nee, wel dat je imho dit niet kan stellen op basis van de bronnen die Bregman gebruikt.

Fondsenwerving: ‘vrijwilligers’ of jobstudenten met targets? (column)

Gisteren verscheen mijn laatste column voor radio 1 voor de zomerbreak:

Je zag ze ongetwijfeld al in een winkelstraat. Leuke, jonge mannen en vrouwen getooid in t-shirts van Oxfam, Artsen zonder vakantie, of een ander goed doel. Ze spreken iedereen aan en proberen je te overtuigen om maandelijks geld te storten voor hun goede doel.

Wacht even, hun goede doel? Nee, dat klopt niet echt. Deze studenten zijn namelijk bezig met een vakantiejob en lijken vrijwilligers, maar zijn het niet. Er zit een bedrijf achter dat hen betaalt en hun loon wordt met een deel van de giften betaald.

Zelf zit ik eerlijk gezegd met een dubbel gevoel hierbij. Enerzijds besef ik dat de goede doelen die van deze diensten gebruik maken meer geld binnenhalen dan zonder deze professioneel getrainde overtuigers. Anderzijds zit ik om verschillende redenen met een slechte smaak in de mond.

Neem vorige zomer. Ik zit in de Veldstraat een ijsje te eten met mijn jongste zoon. Achter me zit een man. Hij zit te wachten op zijn vrouw en dochters en wordt aangesproken door een meisje. Of hij geen donateur wil worden van Amnesty International.

Ik kan het niet laten en luister mee hoe ze steeds agressiever op de man inpraat. Hoe ze zelf 10 euro elke maand stort. Als hij opmerkt dat hij ooit hoorde dat niet alle geld bij goede doelen terecht komt, antwoordt ze dat hij een foto mag maken van haar identiteitskaart om haar te contacteren als het anders zou blijken. De man krijgt niet te horen dat zijn geld eerst naar een bedrijf zal gaan.

De man twijfelt. Hij wil er nog eens over denken. Het meisje, met T-shirt van Amnesty, rugzak, gaat enthousiast nog een stapje verder. Dat het dan zonde zou zijn dat hij bij een andere vrijwilliger zou tekenen, omdat zij dan hem al zo ver had gekregen.

De man merkt niet op dat dit laatste een wel hele rare uitspraak is. Waarom zou het er toedoen bij wie hij zich uiteindelijk opgeeft? Heel eenvoudig: deze jobstudente heeft een target van aantal donateurs die ze moet laten tekenen of ze verliest haar job. Of ze zelf stort lijkt me nog maar de vraag.

Ondertussen bewegen er een paar dingen. Oostende overweegt nu om deze fondsenwervers te verbieden, zelfstandigenorganisatie NSZ klaagde al eerder over deze jobstudenten. De bedrijven achter deze jongeren in de straat zagen de bui al hangen, dus vanaf nu krijg je deze jongeren aan de deur.

Het ergste vind ik dit voor de echte vrijwilligers die de straat op gaan voor een goed doel dat niet van deze diensten wil gebruik maken. Het is zeer moeilijk om het verschil te zien. Ik vraag me af, is dit geen geval van oneerlijke concurrentie?

Lectuur op zaterdag: erfelijk autisme, gamification zonder leereffect en moed indrinken (en meer)

De weekendbijlage bij deze blog:

Worden leraren genoeg betaald?

Nee, deze post gaat niet over de Nederlandse PO in actie of over de oproep voor meer loon van de Vlaamse onderwijsvakbonden. Deze post gaat wel over een nieuw Education Indicators in Focus-rapport van de OESO die naar de lonen van leerkrachten keek in de deelnemende OESO-landen. En wat blijkt? Slechts in een paar landen lijkt het antwoord op de vraag in de titel: ja.

Deze grafiek kan trouwens behoorlijk wat olie op het vuur gooien in Nederland. Hier in Vlaanderen mogen de masters niet echt klagen, lijkt het, maar scoren tegelijk de bachelors ook onder het gemiddelde in vergelijking met andere hooggeschoolden.

Er zijn nog enkele opvallende inzichten:

  • Between 2005 and 2014, teachers’ statutory salaries decreased in real terms in one-third of the countries and economies with available data.
  • Teachers’ salaries usually increase with the level of education they teach. The salary gap between upper secondary and other teachers has narrowed between 2005 and 2014.
  • In 2014, on average across OECD countries, teachers’ actual salaries at pre-primary, primary and secondary levels are 11% to 25% lower than those of tertiary-educated workers.

Maar waarom is dit allemaal zo belangrijk? Wel: in de meeste landen dreigt een lerarentekort. Het is zeker zo dat les geven puur voor het geld geen goed idee is, maar een inkomen is natuurlijk ook cruciaal. En als je als leerkracht niet meer kan wonen in de stad waar je les moet geven omdat je daar de huur niet kan betalen, laat staan een huis kopen, zoals nu al het geval is in Londen of Amsterdam, dan zitten we met een groot probleem.