Welke richting gaat deze bus uit?

Dit is een raadsel dat National Geographic stelde in hun tv-programma brain games. De vraag is eenvoudig: in welke richting rijdt deze schoolbus. 8 op 10 kinderen onder 10 zouden deze vraag makkelijk kunnen oplossen, maar kan jij het?

Wil je de uitleg? Lees hieronder.

Lees verder

Lectuur op zaterdag: 100 grappen, ebooks om jongens te redden en meer

De weekendbijlage bij deze blog:

Tot slot is er nog dit wijnrek. Wat krijg je als je een illusionist hebt die ook houtbewerker is?

 

Handig: BBC News explainers

Eerder gaf ik hier al de tip hoe de BBC archiefbeelden online zette, maar er zijn ook andere educatieve bronnen van de Britse omroep. Zo hebben ze ook News Explainers, waarbij korte video’s de broodnodige achtergrond geven bij de actualiteit.

Enkele voorbeelden:

Check de site of het YouTube-kanaal.

Interbanging: gewelddadige bendeleden op Twitter (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Amerikaanse jongeren die deel uitmaken van gangs zitten ook op sociale media. Uit eerder onderzoek [abstract] werd duidelijk dat zij hun offline activiteiten daar voortzetten. Dit fenomeen is internet banging genoemd. Er werden drie activiteiten onderscheiden: het propageren van hun bendelidmaatschap; verslag doen van deelname aan geweld; en netwerken met andere bendeleden. In een recent verschenen vervolgstudie [abstract] gaan de onderzoekers nader in op het communiceren van geweld via Twitter.

Het onderzoek richt zich op de buurt O Block in Chicago, in 2014 door de Chicago Sun Times uitgeroepen tot de meest gewelddadige buurt. De buurt is vernoemd naar Odee Perry, een lid van de Black Disciple-gang die in 2011 daar werd vermoord. De vermeende dader was Gakirah Barnes, lid van de rivaliserende gang de Gangster Disciples en met 2585 volgers een actief twitteraar. Zij werd in 2014, toen zij 17 jaar was, ook vermoord. Gakirah stond bekend als de “teen queen of Chicago’s gangland”. Ze begon met Twitter in december 2011. Tot haar dood postte ze meer dan 27.000 tweets vanaf haar account @TyquanAssassin. Dit account is de basis voor deze studie.

Methode
Omdat de tweets zijn opgesteld in slang, met ongebruikelijke woorden, zinnen en grammaticale constructies en verwijzingen naar buurten, andere bendes en lokale muziek zijn de tweets moeilijk te begrijpen voor buitenstaanders. In het onderzoeksteam bevonden zich daarom onderzoekers met kennis van deze gangs.

De onderzoekers verzamelden alle tweets naar en van @TyquanAssassin in de periode 29 maart – 17 april 2014. De eerste datum is de dag dat haar vriend Lil B stierf, de tweede datum is een week naar haar dood. De onderzoekers verwachtten dat in de week bedreigingen van represailles gepost zouden worden door haar bendeleden. Zo is een beeld verkregen van hoe Gakirah en haar netwerk reageerden op de dood van Lil B en de dood van Gakirah zelf. Retweets en muziekpromotie (Gakirah maakte hiphop) werden verwijderd. Uiteindelijk zijn 408 tweets onderworpen aan kwalitatieve analyse.

Er werd eerst een voorcodering gedaan waarin de belangrijkste thema’s werden gesignaleerd. Daarna is de gehele dataset aan het daaruit ontstane codeerschema onderworpen. Vervolgens zijn de tweets die gecodeerd waren als geweld nader onderzocht.

Resultaten
Uit de analyse komen vijf thema’s naar voren. Vaak overlappen de thema’s in tweets.

Conflict tussen groepen
In het netwerk van Gakirah werd zowel proactieve als reactieve agressie geuit naar tegenstanders. Het gaat dan rivaliserende bendes, buurten en wijken en de politie. Proactieve tweets binnen dit thema verwijzen vaak naar een vuurwapen. Er wordt soms verwezen naar een tijd en plek waar de ander geweld aangedaan gaat worden. Reactieve gewelddadige tweets borduren voort op bestaand geweld (screenshot van p. 9, inclusief de toelichting van de onderzoekers):

Reactief

Wederkerigheid 
Na de dood van Lil K uit Gakirah haar onvrede naar de politie en haar wens wraak te nemen (screenshot p. 10):

Wraak

Dergelijke dreigementen zijn verwijderd van haar account – het is onduidelijk door wie. Na haar dood zien de onderzoekers ook voornemens van wraak uit haar directe netwerk naar de vermoedelijke daders.

Status zoeken
Een derde thema was opscheppen of het zoeken van status. Het gaat om tweets waarin Gakirah schaamteloos en moedig wil overkomen (screenshot p. 11):

Opscheppen

Groepstweets
Sommige tweets zijn direct gericht aan meerdere mensen. De onderzoekers noemen dit groepstwitteren. Zulke tweets bevatten bedreigingen en beledigingen aan de hele groep. Ze worden vaak door anderen geretweet.

Ruimtelijke verwijzingen
Vaak wordt in deze tweets verwezen naar specifieke locatie. Soms wordt afkeer van een plek geuit. Met zulke verwijzingen kunnen bendeleden hun rivalen naar een specifieke plek lokken, maar het zouden ook waarschuwingen kunnen zijn om vooral weg te blijven.

Conclusies
In gemarginaliseerde Amerikaanse stadswijken is internetbanging een manier waarmee jongeren fysieke, gewelddadige confrontaties uitlokken, voorkomen of ontwijken. Als geweld zich voordoet, kunnen sociale media gebruikt worden om te rouwen of om wraak te uiten. Ruimtelijke verwijzingen zijn daarbij van belang: zo wordt een territorium afgebakend. De onderzoekers concluderen dat offline bendegeweld zich online volgens dezelfde mechanismen voortzet – een conclusie die gesteund wordt door ander onderzoek naar offline/online praktijken. Daarbij geldt wel dat de online ruimte veiliger is.

“Thus, we theorize that Internet banging may allow gang members to engage in reciprocal acts of violence when one feels threatened on social media or to regain control in environments characterized by unpredictable violence. For example, online rival gang members can confront and challenge one another without the immediate threat of violent retribution (e.g. shooting, stabbing, physical fighting) present in face-to-face neighborhood challenges. On the other hand, Twitter allows marginalized gang-involved youth to broaden their status-seeking activities beyond localized social networks by publicly presenting tough personas to larger, invisible digital audiences” (p. 13).

Toch bestaat er volgens de onderzoekers een gevaar van deindividuation: het ontkoppeld zijn van je persoon en de realiteit waardoor je veilig waant. De vermeende anonimiteit die sociale media kunnen bieden leiden tot ongeremdheid. Daarbij merken de onderzoekers op dat ze niet weten wat de werkelijke status van Gakirah was: het kan ook zijn dat haar online persona niet overeenkwam met haar werkelijke bereidheid te moorden.

Lees ook: Wat gangsters doen op het internet

Persbericht en rapport van VAD: Leerlingenbevraging brengt middelengebruik bij jongeren in kaart

Dit is het persbericht, het complete rapport vind je hier:

Brussel, 4 februari 2016 – Sinds de wetswijziging op alcoholverkoop van 2009, is het alcoholgebruik bij min-16-jarigen gestaag gedaald. Jongeren beginnen ook steeds later met roken, heel wat van hen steken de eerste sigaret pas op na 16 jaar. Het gebruik van illegale drugs (voornamelijk cannabis) blijft evenwel al jaren op hetzelfde peil hangen. Opmerkelijk voor zowel alcohol, tabak als cannabis, is de scharnierleeftijd van 16 jaar. De positieve evolutie bij de min-16-jarigen, zet zich niet door na die leeftijd, alsof op 16 plots

de remmen losgegooid worden. Dit zijn extra argumenten in het actuele debat over leeftijdsgrenzen.

Sinds het schooljaar 2000-2001 organiseert het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs (VAD) jaarlijks een leerlingenbevraging over alcohol, tabak, cannabis, psychoactieve medicatie, gokken en gamen bij jongeren in het secundair onderwijs. Jaarlijks bundelt VAD de resultaten van de leerlingenbevraging in een syntheserapport, representatief voor Vlaamse jongeren in het secundair onderwijs. Vandaag wordt het rapport van het schooljaar 2014-2015 met de resultaten over alcohol, tabak en cannabis gepresenteerd, waarvoor 36.755 leerlingen uit 67 verschillende scholen anoniem deelnamen aan de bevraging.

Alcohol: wetswijziging werpt vruchten af, maar heeft beperkingen

Sinds het najaar van 2009 is het verboden alcohol te verkopen, te schenken of aan te bieden aan jongeren onder de 16 jaar. Sterkedrank is verboden tot 18 jaar. Die wetswijziging en de bijhorende campagnes werpen nog steeds hun vruchten af. Voor het eerst zijn er meer jongeren onder de 16 jaar die nog nooit alcohol hebben gedronken dan jongeren die wel ooit alcohol hebben gedronken. Concreet heeft 51% van de jongeren onder de 16 jaar nog nooit alcohol gedronken. De daling in het ooitgebruik is het sterkst bij de 12-, 13- en 14-jarigen. Het ooitgebruik bij 15-jarigen daalde pas later en de daling is ook kleiner.

Vanaf 16 jaar drinkt een grote meerderheid van de jongeren: 7 op 10 dronk tijdens de laatste maand alcohol en 3 op 10 drinkt zelfs elke week. Hoewel het regelmatig alcoholgebruik ook bij deze groep daalt, zijn de resultaten niet spectaculair. Zij die drinken, gaan er bovendien minder goed mee om: ‘dronkenschap in het afgelopen jaar’ steeg de voorbije 5 jaar bij de 17- en 18-jarigen van 47% naar 60%. De laatste twee jaar is er ook een stijging te zien bij 16 jarigen: op drie jaar tijd steeg het aantal dat het laatste jaar dronken was met 9%

Het effect van de wetswijziging met geen alcohol onder de 16 jaar is duidelijk: steeds minder jongeren onder de 16 jaar drinken alcohol. Een minderheid drinkt, en zij drinken occasioneel en zijn zelden dronken. ‘Verboden door de wet’ wordt nu door 58% van de min 16-jarigen als motief om niet te drinken aangegeven, in 2007-‘08 was dit slechts 30%.

De keerzijde van de medaille is dat er vanaf 16 jaar wel nog steeds veel gedronken wordt: 92% ooitgebruik en 89% laatstejaarsgebruik. Ook de riskante gebruikspatronen, zoals dronkenschap en bingedrinken, nemen vanaf die leeftijd aanzienlijk toe. Voor Marijs Geirnaert, directeur van VAD, is de conclusie duidelijk: “Een nieuwe wetswijziging dringt zich op, met 18 jaar als beginleeftijd voor alle gebruik van alcohol. Dit zal op termijn het alcoholgebruik bij de jongeren tussen 16 en 18 doen dalen, net zoals dat nu gebeurd is voor jongeren onder de 16. Dat is geen overbodige maatregel, want hoe jonger en hoe meer alcohol men drinkt, hoe groter de risico’s op afhankelijkheid op latere leeftijd. Ook op korte termijn zijn er goede redenen om minderjarigen niet te laten drinken. Bijna de helft van de jongeren die het afgelopen jaar alcohol dronk had hier slechte ervaringen mee: 48% was misselijk en meer dan 1 op 4 schaamde zich de dag nadien over hun gedrag.”

Tabak: jongeren beginnen later te roken

In 2014-2015 geeft 29% van de jongeren aan ooit gerookt te hebben. Na de flinke stijging van het aantal rokers in 2013-2014 is er opnieuw een daling, maar het roken gedurende het laatste jaar blijft voor alle leeftijdsgroepen hoger dan in 2012-2013.

De jongeren die ooit een sigaret roken, doen dit steeds later. Vijf jaar geleden begonnen jongeren gemiddeld op 14,1 jaar te roken. Die gemiddelde beginleeftijd steeg tot 14,9 jaar in het schooljaar 2014-2015. Wel is er een substantiële groep van jongeren die pas begint te roken op de leeftijd van 16 jaar of ouder, en die groep stijgt. Tabakspreventie op school moet daarom niet alleen gebeuren in de eerste graad van het secundair onderwijs, er moet ook veel meer op worden ingezet in de tweede en derde graad.

16% van de jongeren onder de 16 jaar heeft ooit een sigaret gerookt. 69% van hen weet dat de verkoop van tabaksproducten onder de 16 jaar verboden is. De laatste 5 jaar geven minder jongeren onder de 16 jaar aan gemakkelijk over tabak te kunnen beschikken. Hun aantal daalde van 56% in 2010-2011 naar 44% in 2014-2015. Maar bij de jongeren die ouder zijn dan 16 jaar – nog steeds minderjarig – blijft het cijfer hoog: 87% geeft aan gemakkelijk aan sigaretten te kunnen raken. Het VIGeZ pleit er daarom opnieuw voor om de leeftijdsgrens voor de aankoop van tabak (en soortgelijke producten zoals de e-sigaret en de shisha-pen) te verhogen van 16 naar 18 jaar.

Cannabis: Gebruik daalt lichtjes, maar erg afhankelijk van onderwijsrichting

15% van de jongeren tussen 12 en 18 heeft ooit cannabis gebruikt, en 11% gebruikte het voorbije jaar. Dit is een eerste voorzichtige daling nadat de resultaten de voorbije 4 jaar stabiel bleven. Vergeleken met tien jaar geleden is het ooitgebruik wel aanzienlijk gedaald (toen was dit 21%).

Bij cannabisgebruik zien we grote verschillen tussen de onderwijsrichtingen ASO, TSO en BSO. Vanaf het derde middelbaar gebruikte ongeveer 20% van de leerlingen in het TSO en BSO het afgelopen jaar cannabis; in het ASO is dit slechts 11%. Ook de grootste groep regelmatige gebruikers vinden we terug in het TSO en BSO. Het gebruik van cannabis is sterk geassocieerd met het gebruik van tabak. We zien voor tabak ook een hoger gebruik in TSO en BSO dan in ASO.

Daarnaast zien we een blijvend groot verschil in cannabisgebruik bij jongens en meisjes. Traditioneel gebruiken meer jongens het laatste jaar cannabis (15%) dan meisjes (8%).

Een relatief grote groep van cannabisgebruikers gebruikt om high te worden, om zich goed te voelen, om zorgen te vergeten en tegen verveling. Deze motivaties verhogen het risico op probleemgebruik. 30% geeft toe negatieve ervaringen te hebben als gevolg van cannabisgebruik.

Uit de bevraging blijkt duidelijk dat cannabis een deel vormt van de leefwereld van jongeren. Meer dan de helft van de 15-16-jarigen heeft minstens één vriend die cannabis gebruikt; bij de 17-18 jarigen stijgt dit tot 65%. Toch verwachten jongeren dat hun vrienden zouden afkeuren dat ze cannabis proberen (7 op 10) of gebruiken (8 op 10). Deze overtuiging is een belangrijk aanknopingspunt voor preventie.

Wat de andere illegale drugs betreft, zien we een daling van ooitgebruik van 7% in 2004-’05 naar 3% in 2014-’15. Ook het recente gebruik in het afgelopen jaar daalde van 3% naar 2%.

Leeftijdsgrenzen, alcohol- en tabaksplan

Marijs Geirnaert: “Al deze cijfers tonen het belang van leeftijdsgrenzen onweerlegbaar aan. Toch mogen we dit debat over leeftijdsgrenzen niet eenzijdig voeren. Deze maatregel moet in een ruimer kader van een alcoholplan en een tabaksplan worden opgenomen, samen met andere maatregelen om problematisch middelengebruik te voorkomen.”

ResearchEd Amsterdam

Ik deelde hier al de slides van Casper, deze tekst maakt echter alles meer helder!

Blogcollectief Onderzoek Onderwijs

header-logo-300x138Op 30 januari vond de eerste ResearchED conferentie plaats in het Herman Wesselink College te Amstelveen. Ik zeg eerste, ten eerste omdat het de eerste keer was dat deze bijeenkomst in Nederland plaatsvond, en ten tweede omdat ik verwacht dat er volgend jaar een tweede conferentie zal zijn: het was een groot succes. De organisatie (onder leiding van Jan Tishauer) was trots dat de bijbehorende hashtag #RedAdam zelfs een aantal uren trending topic op Twitter was. De bedoeling van ResearchED was om een ontmoeting tussen onderwijsonderzoekers (de theorie) en leraren (de praktijk) te bewerkstelligen. Vaak zijn bij dat soort bijeenkomsten maar weinig docenten te vinden: die hebben het nu eenmaal te druk met hun (over)werk voor school. Hier bestond zeker driekwart van het aanwezige publiek uit praktijkmensen en dat is heel mooi: de lunch en workshops waren de moeite waard maar je moet je vrije zaterdag er toch voor offeren, tenslotte.

Aan…

View original post 692 woorden meer

De wetenschap achter nieuwsgierigheid

Deze video is een samenvatting van de onderstaande studie:

De belangrijkste inzichten uit de studie:

  • People are better at learning information that they are curious about
  • Memory for incidental material presented during curious states was also enhanced
  • Curiosity associated with anticipatory activity in nucleus accumbens and midbrain
  • Memory benefits for incidental material depend on midbrain-hippocampus involvement

Abstract van de studie:

People find it easier to learn about topics that interest them, but little is known about the mechanisms by which intrinsic motivational states affect learning. We used functional magnetic resonance imaging to investigate how curiosity (intrinsic motivation to learn) influences memory. In both immediate and one-day-delayed memory tests, participants showed improved memory for information that they were curious about and for incidental material learned during states of high curiosity. Functional magnetic resonance imaging results revealed that activity in the midbrain and the nucleus accumbens was enhanced during states of high curiosity. Importantly, individual variability in curiosity-driven memory benefits for incidental material was supported by anticipatory activity in the midbrain and hippocampus and by functional connectivity between these regions. These findings suggest a link between the mechanisms supporting extrinsic reward motivation and intrinsic curiosity and highlight the importance of stimulating curiosity to create more effective learning experiences.