Potentiële onderwijsmythe alert: bouncy bands

Kreeg via Frederik Eeckhout deze dit artikel toegestuurd met van zijn kant al een zucht, voor alle duidelijkheid.

Een nieuw product dat viraal gaat en fantastisch werkt… Bekijk de video:

Eerlijk waar: ik ben onder de indruk. Een elastiek slim verpakken en een gat in de markt ontdekken voor iets dat nog niet echt als een probleem ervaren werd.

En… de website van de fabrikant heeft een knop met Research! En dan zie je vooral geen wetenschappelijke studies, maar een paar bevragingen van klanten. Een paar scholen hebben ook een pre- en posttest gedaan, maar oops, men heeft blijkbaar nog niet van het Hawthorne-effect gehoord en door de aanpak van het onderzoek kan je in feite niet zeggen of het werkt.

En daarom schrijf ik bewust potentiële mythe, want je hebt wellicht gemerkt dat ik ook niet geschreven heb dat het niet werkt, gewoonweg omdat we geen flauw idee hebben op basis van deze bronnen. Ik heb zelf gecheckt of er toevallig niemand anders iets gelijkaardigs onderzocht heeft, maar vooralsnog zonder succes.

Wel 1 ding bijgeleerd tijdens mijn zoektocht: las vrij veel over het restless leg syndrome dat bij kinderen en tieners kan voorkomen en dat een negatief effect kan hebben op aandacht… maar dat zou dan vooral veroorzaakt worden door slecht slapen door de beenbewegingen, en dan bedoel ik niet slapen in de klas maar ’s nachts.

Wat betekent DeVos voor het Amerikaanse onderwijs?

“Geweren op school mogen om zich te beschermen tegen Grizzly beren” en ze is een “visueel leerder”, het zijn 2 quotes van de wellicht nieuwe secretary of education Betsy DeVos. Maar er is meer.

Lees ook: Betsy DeVos, Trump’s education pick, lauded as bold reformer, called unfit for job of The Real Betsy DeVos. Het laatste artikel heeft als ondertitel: “Donald Trump’s pick for secretary of education tried to sound like a moderate—and revealed that she’s either underprepared or a zealot.”

Waar de minister van onderwijs niets over kan of zal zeggen…

Het regent reacties over de hervorming/modernisering/update van het secundair onderwijs, maar in die reacties merk ik dat veel mensen niet echt weten waar de minister en bij uitbreiding de Vlaamse overheid over kan beslissen. Er is in België grondwettelijk vrijheid van onderwijs en dat wordt bij ons vaak behoorlijk groot begrepen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het huidige onderwijsakkoord in het verlengde ligt van die brede invulling van vrijheid van onderwijs.

Zo zal een minister van onderwijs nooit opleggen hoe er didactisch of pedagogisch moet les gegeven worden. Je kan altijd dingen suggereren, maar stel je voor dat de minister een onderwijsvisie van scholen zou opleggen, dan staat bijvoorbeeld Rik Torfs al snel klaar om “staatspedagogiek” boven te halen.

Daarom zijn eindtermen ook minimumdoelen waarbij de scholen nog eigen accenten kunnen leggen door doelen toe te voegen. En zelfs dan nog: het Steineronderwijs heeft succesvol andere eindtermen bedongen voor de rechte omdat de volgorde in strijd was met hun onderwijsvisie.

Maar die vrijheid gaat nog veel verder. Zo pleit de hoofdredacteur van Tertio voor: “na te denken over het klassieke lessenroostersysteem, inclusief de huidige architectuur van klaslokalen.” Mooi, maar dat zijn terug de scholen die daar over beslissen. Niet de overheid. Wil je trouwens graadklassen, of modules van 6 weken. Wil je les geven terwijl alle leerlingen ondersteboven omdat dit voor meer zuurstof zou zorgen voor de hersenen (ik verzin dit voor alle duidelijkheid) dan kan dat. Soms heb ik wel de indruk dat sommige scholen zelf niet beseffen hoeveel vrijheid ze hebben, en hoor ik te snel ‘dat mag niet van Brussel’ als het iets is waar helemaal geen regels over bestaan. Of, Brussel wil iets anders zeggen dan de Vlaamse overheid… Want koepels en netten kunnen vaak wel in samenspraak met de overheid een stuk in die vrijheid stappen. Dit is ook wat Barbara Moens beschrijft als de strijd achter de schermen in dit stuk.

Dus in alle suggesties, weet goed tegen wie je je richt.

Het belang van ouders en vrienden in het voorkomen van dropouts

De laatste jaren daalde het aantal dropouts in Vlaanderen tot 7%, wat een zeer goede evolutie is, maar elke dropout is er nog eentje te veel. Voor een nieuwe studie die ik voorlopig enkel via de BBC vond interviewden de onderzoekers 125 tieners tussen 15 en 18 uit een school in Chicago met zeer veel dropouts. Via de interviews wilde men kijken naar factoren die dropout-kansen vergroten en kunnen verkleinen.

De invloed van ouders bleek groot, de betrokkenheid van ouders bij het onderwijs was de grootste invloed van allemaal. Maar… die invloed werd verwaarloosbaar als te kwetsbare kinderen vrienden kregen met een negatieve houding tegenover school.

Pas de betrokkenheid van ouders vergroten als de jongere overweegt om te stoppen is te laat, volgens de onderzoekers. Het gaat vooral om vroeg problemen te detecteren en vooral potentiële dropouts genoeg in contact laten komen met jongeren die school wel zien zitten, ook nog volgens de onderzoekers.

Update: ondertussen staat het volledige onderzoek online:

In 2012, more than three million students dropped out from high school. At this pace, we will have more than 30 million Americans without a high school degree by 2022 and relatively high dropout rates among Hispanic and African American students. We have developed and analysed a data-driven mathematical model that includes multiple interacting mechanisms and estimates of parameters using data from a specifically designed survey applied to a certain group of students of a high school in Chicago to understand the dynamics of dropouts. Our analysis suggests students’ academic achievement is directly related to the level of parental involvement more than any other factors in our study. However, if the negative peer influence (leading to lower academic grades) increases beyond a critical value, the effect of parental involvement on the dynamics of dropouts becomes negligible.

Hoe erfelijk is creativiteit?

Via BPS-Digest ontdekte ik deze nieuwe studie over de erfelijkheid van creativiteit. Concreet keek men bij 1800 Nederlandse tweelingen hoeveel kans er was dat als 1 van de tweeling een creatief beroep had, de andere ook een creatieve job had. Door eeneiige en tweeeiige tweelingen te vergelijken kan men zo een vermoedelijk aandeel van genetische aanleg inschatten. Wat blijkt? De kans bij een monozygote tweeling is .68 (1 zou identiek zijn), bij niet-identieke tweelingen is dat slechts .4. Dus dit doet vermoeden dat er wel degelijk een belangrijk genetisch aandeel zou zijn.

BPS-Digest zet er nog een paar andere onderzoeken naast:

Nu, ik was eerst verbaasd, omdat ik me van dit onderzoek dat van alle onderwerpen op school kunst het minst erfelijk was. Maar dit lijkt te kloppen, in die zin dat als men naar effectieve creativiteit kijkt, de overeenkomst bij identieke tweeling opeens slechts .26 wordt volgens dit onderzoek.

Hoe kan dit verklaard worden? Deels omdat veel oudere onderzoeken vooral zelfrapportage gebruiken, wat echter niet het geval is bij het nieuwe onderzoek over creatieve jobs. Maar BPS-Digest suggereert iets dat ik wel kan volgen als verklaring: het is vooral de persoonlijkheid die erfelijk is, waarbij je bijvoorbeeld meer open staat voor nieuwe indrukken, niet zozeer of je er ook goed in bent.

Wat doe je als je niet aanvaard wordt voor Oxford?

Je kan treuren, je kan roepen, of je kan er kunst van maken:

Over schermtijd en tieners: het Goldilocks-effect

Er zou volgens onderzoekers een soort van Goldilocks-effect zijn bij de schermtijd van 15-jarigen. Net zoals in het verhaal de porridge niet te heet en niet te koud mocht zijn, is er een soort van sweet spot waarbij een zekere hoeveelheid schermtijd net voor meer welbevinden zorgt, vooraleer het welbevinden afneemt.

En wat zijn dat de sweet spots bij Britse 15-jarigen? Tijdens de week:

  • Playing video games: One hour 40 minutes
  • Using a smartphone: One hour 57 minutes
  • Watching TV and films: Three hours 41 minutes
  • Using computers: Four hours 17 minutes

Eenmaal je boven  deze tijd gaat, neemt het welbevinden af. In het weekend verhoogt dit.

Wel een belangrijke bemerking: dit onderzoek heeft een zeer grote steekproef, maar maakte wel gebruik van zelfrapportering.

Abstract van het onderzoek:

Although the time adolescents spend with digital technologies has sparked widespread concerns that their use might be negatively associated with mental well-being, these potential deleterious influences have not been rigorously studied. Using a preregistered plan for analyzing data collected from a representative sample of English adolescents (n = 120,115), we obtained evidence that the links between digital-screen time and mental well-being are described by quadratic functions. Further, our results showed that these links vary as a function of when digital technologies are used (i.e., weekday vs. weekend), suggesting that a full understanding of the impact of these recreational activities will require examining their functionality among other daily pursuits. Overall, the evidence indicated that moderate use of digital technology is not intrinsically harmful and may be advantageous in a connected world. The findings inform recommendations for limiting adolescents’ technology use and provide a template for conducting rigorous investigations into the relations between digital technology and children’s and adolescents’ health.

Misschien is 1 september 2019 toch een beter idee?

De kogel is door de kerk, de onderwijshervorming is een feit en de datum van ingaan werd op de persconferentie nog bevestigd door minister Crevits: 1 september 2018. Politiek is dit heel goed te begrijpen, los van verkiezingsdata toont het daadkracht, enz.

Maar toch zijn er ook twee argumenten om het een jaar trager te doen die ik wil meegeven als food for thought, niet meer, niet minder:

  • Een van de meest opvallende uitspraken tijdens de persconferentie was dat de eindtermen slechts een update zouden krijgen. Dit lijkt me nogal haaks te staan op de hele bevraging en campagne. In de tweede helft van het vorige jaar heeft het parlement de discussie over de uitgangspunten van de nieuwe eindtermen naar zich toe getrokken en dit kost natuurlijk tijd. Ik hoorde links en rechts nu wel dat het kabinet de eindtermen weer meer naar zich toegetrokken heeft, wellicht om sneller te kunnen gaan. Misschien is de uitspraak over ‘update’ wel in die zin te begrijpen. Persoonlijk zou ik het nog meer jammer vinden dat de eindtermen niet ingrijpend aangepast worden dan de teleurstelling die je nu bij veel mensen ziet rond de onderwijshervorming. Zoals ik al vaker schreef: ik denk dat deze meer impact hebben dan structuurveranderingen. De minister gaf trouwens ook aan dat de eindtermen pas klaar moeten zijn voor het eerste jaar, ik vermoed dat ze eerste graad bedoelde. Maar met het belang van leerlijnen indachtig, hoop ik dat de grote lijnen voor de zes jaar er ook van in het begin zullen zijn. En dan heb ik nog niets gezegd over de eindtermen in het basisonderwijs?
  • Scholen zullen moeten kiezen in hoever ze gaan in de onderwijshervorming (ik schrijf bewust scholen, maar het kunnen ook andere krachten zijn.) Het is natuurlijk altijd zo dat door de enorme vrijheid die scholen krijgen dat ze zelf kunnen kiezen om later te beginnen met andere benaderingen dan vandaag. Maar: als je weinig tijd hebt om alles voor te bereiden als school (terug, koepels kunnen vaak verder zitten), dan zal je misschien eerder geneigd zijn om zo weinig mogelijk te veranderen, zeker nu de incentives voor verandering zeer beperkt lijken. Een tip dus voor de voorstanders van vergaande hervormingen, pleit voor tijd.

Er zijn natuurlijk ook redenen te bedenken, naast politieke, om wel snel te gaan. Het betekent bijvoorbeeld hopelijk een jaar eerder betere ondersteuning voor de B-stroom. Ik hoop zo ook dat de drieslag verdiepen, verkennen, versterken effectief een verbetering van het eerste jaar van de eerste graad zal betekenen, maar terug: de ontwikkeling van de tools om leerkrachten in basis- en secundair onderwijs om kinderen hier goed in bij te staan vergt de nodige tijd.