Hoe evolueren de kennis en vaardigheden van de werkende bevolking tegen 2022

PIAAC is het minder bekende volwassen broertje van PISA waarbij de geletterdheid van de werkende bevolking gemeten wordt door de OESO. Waarbij trouwens opvalt dat sommige van de grote namen van PISA behoorlijk slecht scoren op PIAAC, denk aan onder andere Singapore of Korea. Japan, Finland, Nederland, maar ook Vlaanderen scoren wel wereldtop (mag ook eens gezegd worden).

De OESO heeft nu in een nieuw tussentijds rapport de mogelijke evoluties proberen te vatten. Die evoluties kunnen komen door onder andere vergrijzing:

  • By 2022, the average proficiency in literacy of the 16-65 year-old population should have increased slightly in most of the countries that took part in the first cycle of the Programme for the International Assessment of Adult Competencies (PIAAC).
  • This positive trend will be fuelled by the arrival of young, better-educated cohorts and the simultaneous exit of the oldest cohorts, whose skills are generally weaker.

 

Macho’s, hipsters, womanizers en schotelvodden : vaders doen ertoe.

Kleutergewijs

Homo Sapiens, de mannelijke versie

Kans op schoolsucces wordt vaak afgewogen aan SES-indicatoren, meer bepaald het opleidingsniveau van moeder.  Vaders hebben hierin een weinig aanwezige rol, blijkbaar.  Jammer.  Maar net als moeders zijn er allerlei vadertypes die speelplaatsen dwarsen.  Herken je ze, de mannelijke versie van de homo sapiens,  een tweevoetige primatensoort uit de familie Hominidae (als ik Wikipedia mag geloven) ?

  • Vake heeft vanochtend zijn dochter aangekleed!
    Wat een kleurencombinatie in de kledij?! Hij heeft zijn dochter zelf laten kiezen, dat is duidelijk.  En dat paardenstaartje staat echt euh … raar.
  • Bakfietsvaders …
    Moedig toch, met zo 2 koters vooraan op de fiets door weer en wind.
  • De “ik-heb-geen-tijd”-pa.
    De kleuters steeds in lichte looppas naar de schoolpoort. Tssss !
  • Een werkloze paps die liever een “ik-heb-geen-tijd”-pa zou zijn.
  • “Ik-neem-mijn-tijd-en-blijf-gezellig-kletsen-aan-de-poort-want-ik-heb-de-late-shift”-vader.
    Na mijn onthaal staan ze er nog hé! Anders zal ik ze eens een koffietje brengen 😉 .

Toch…

View original post 381 woorden meer

Lectuur op zaterdag: de ergste soort van hack, waardeloze tests, en hoeveel kost gratis thuisbezorgd?

De weekendbijlage bij deze blog:

Tot slot, hoeveel kost gratis thuisbezorgen echt? Lees het hier of bekijk deze video:

Nieuw goed doel voor de boekenactie: Auxilia

De boekenactie loopt nog steeds en Habbekrats kreeg net de storting, dus er is een nieuw goed doel: Auxilia.

Meer uitleg over deze VZW:

Auxilia vzw is een organisatie van vrijwillige lesgevers. We staan klaar voor kinderen, jongeren en volwassenen die extra hulp zoeken om iets te leren en die te maken hebben met kansarmoede. Doorheen de jaren evolueerden we naar een organisatie die actief is op haast alle vlakken waar we het bestaande onderwijs kunnen aanvullen.

Het speciale aan Auxilia is dat onze vrijwilligers meestal les aan huis geven, maar soms ook in scholen. Door onze persoonlijke benadering bereiken we soms mensen die anders nooit hulp zouden krijgen. Niet elke bijles leidt per se naar diploma’s of getuigschriften. De lessen kunnen ook iemand uit een sociaal isolement halen, zelfverzekerder en assertiever maken, of iemand een hoger gevoel van eigenwaarde geven. Kortom: wij bevorderen het welzijn van onze leerlingen en willen hen vooral sterker in het leven helpen staan.

 

Nieuw van Kennisnet: monitor Jeugd en Media. Wat is relevant voor onderwijs?

Vandaag verschijnt om 8u30 de nieuwe monitor over jeugd en media in Nederland van Kennisnet. Ik kon het rapport al inkijken. Dit is de samenvatting waarbij ik in het vet enkele relevante elementen aanduid:

    • De enquête onder 10- t/m 18-jarigen bevestigt het beeld dat de Monitor Jeugd en Media 2015 ook al liet zien: kinderen en jongeren vormen geen homogene generatie. Je kunt eigenlijk niet spreken over de jeugd als het gaat om mediagebruik. Er zijn grote verschillen in het doel waarvoor ze digitale media inzetten.
    • Uit de vragenlijst blijkt dat leerlingen digitale veelgebruikers zijn en dat ze vertrouwen hebben in hun eigen digitale kunnen. School speelt echter nauwelijks een rol in het bijbrengen van digitale kennis en vaardigheden. Jongeren doen die competenties naar eigen zeggen op in hun vrije tijd en worden daarbij geholpen door hun ouders.
    • De respondenten weerspreken het beeld dat er sprake is van een digitale generatie. Natuurlijk: voor kinderen en jongeren is digitale technologie de normaalste zaak van de wereld. Maar technologie biedt niet voor alles soelaas, niet bij de informatieverwerking tenminste. Informatie zoeken ze het liefst via internet, niet via de bibliotheek. Maar als het gaat om het maken van aantekeningen en het lezen van lange teksten en boeken bestaat er een duidelijke voorkeur voor papier. Je zou ze ‘gemengde’ gebruikers kunnen noemen.
    • Leerlingen tellen de zegeningen van internet. Zo zegt meer dan de helft van de leerlingen beter in Engels te zijn geworden dankzij internet. Twee derde zegt dankzij internet meer te leren dan dat hun ouders vroeger deden.
    • Uit de praktische toets blijkt dat veel leerlingen moeite hebben op internet te zoeken en informatie op waarde te schatten.
    • Vmbo-leerlingen presteren het minst. Ze verzamelen feitelijke informatie, maar bij het uitvoeren van een zoekopdracht doen ze nauwelijks een beroep op andere deelcompetenties, namelijk beoordelen, verwerken en presenteren van informatie. Dat gaat ze erg moeilijk af. Deze 3 deelvaardigheden zijn echter essentieel bij het werk dat ze doen voor school, hun vervolgopleiding en hun latere baan.
    • Leerlingen uit het vmbo letten vaker dan leerlingen uit de andere onderwijsniveaus op de relevantie van de informatie voor het beantwoorden van de toetsvraag. Bij het beoordelen van informatie vertrouwen ze vaker op hun eigen inzicht/gevoel.
    • Havo/vwo-leerlingen letten bij het beoordelen van informatie vaker dan leerlingen van de andere niveaus op of informatie op meerdere websites voorkomt, of de bron betrouwbaar is en wat de uiterlijke kenmerken van de website zijn.
    • Opvallend is dat po-leerlingen het vaakst aangeven niet te weten waar ze op moeten letten bij het beoordelen van informatie op internet.
    • De resultaten suggereren dat de zoekstrategieën van leerlingen onderverdeeld zijn in het zoeken met sleutelwoorden en het zoeken met zinnen/vragen. Leerlingen lijken een van deze zoek- strategieën dominant te gebruiken tijdens het zoekproces. Daarbij zoeken vmbo- en po-leerlingen vaker met een zin/vraag en havo/ vwo-leerlingen vaker met een sleutelwoord.
    • Dat er verschillen zijn tussen havo- en vwo-leerlingen en vmbo-leerlingen is inherent aan het verschil in cognitieve vermogens. Maar het grote verschil in digitale informatievaardigheden tussen leerlingen op de verschillende niveaus valt wel erg op.

Brussel, een beetje commentaar

Twee keer rellen op een paar dagen tijd in Brussel. Twee verschillende oorzaken, maar gelijke miserie, schade en verontwaardiging. En dan wordt al vrij snel de link gelegd met onderwijs wat onder andere prof. Wouter Duyck tot deze reactie bracht:

Nu, de oorzaak van rellen toeschuiven in een richting – de politie, het onderwijs, de leefomstandigheden of ook de jongeren zelf – is de boel altijd verengen. Voor je het weet, oppert iemand dat het door vloggers komt. Maar… dat het onderwijs in Brussel voor grote uitdagingen staat, valt ook niet te ontkennen. Het scholenrapport van De Morgen van eerder dit jaar toonde al dat leerlingen in Brussel gemiddeld minder leren en de JOP-monitor toonde dat het welbevinden op Brusselse scholen lager is dan buiten Brussel, al merkten de onderzoekers ook op dat dit welbevinden niet door de school bepaald wordt, maar dat scholen dit welbevinden erven van buitenaf. Lees: ze maken het niet erger, maar kunnen het ook niet beter maken.

Let wel: net zoals dé Brusselse jongere niet bestaat, maar een divers lappendeken is, zo bestaat ook niet echt hét Brusselse onderwijs. Sommige spreken van een enorme versnippering van Vlaamse en Franstalige scholen en daar zit wat in. Maar behalve deze tweedeling – mét als we PISA mogen geloven toch enorme verschillen tot gevolg – is er ook een grote diversiteit binnen de tweedeling.

De voorbije maanden had ik het geluk verschillende directeurs en leerkrachten die in Brussel les geven te spreken. En ook in die gesprekken merkte ik enorme verschillen. Ik ontmoette zeer gedreven mensen, maar hoorde ook bij sommige de wanhoop. Er wordt vandaag al op veel plaatsen heel mooi werk verricht en ik ken ondersteuners die de benen uit hun sloffen lopen om leerkrachten met raad en daad bij te staan. Zeggen dat er uitdagingen zijn, is geen afbreuk aan het fantastisch werk dat zij leveren.

Deze ochtend hoorde ik op Radio 1 een directeur een subtiel onderscheid maken tussen leerkrachten die in Brussel wonen en de leerkrachten die er niet wonen. Er zijn nu eenmaal veel forenzen die les geven in Brussel en dat zal nog lang zo blijven. De lerarenopleidingen in Brussel hebben onder andere door de aanslagen sterk geleden in inschrijvingscijfers. En dat is erg, want dat er leerkrachten nodig zijn, is meer dan duidelijk. Terwijl er in 2014 nog berichten waren dat er geen tekort meer bestondtrokken vorig jaar verschillende parlementsleden in de commissie onderwijs aan de alarmbel.

Maar die forenzende leerkrachten hebben ongewild nog een ander gevolg. Ze kunnen er voor zorgen dat er meer verloop is van onderwijzend personeel omdat ze vaker overwegen dichter bij huis te gaan werken zoals Dimo Kavadias hier aangeeft. En een groot verloop van leerkrachten kan negatief zijn voor het leren van leerlingen.

Ik vrees dat er enkel oplossingen bestaan op lange termijn voor de uitdagingen in het Brusselse onderwijs omdat voor complexe problemen er zelden eenvoudige oplossingen bestaan. Er is vrij recent meer aandacht voor grootstedelijke context in de lerarenopleiding, maar ik denk dat we onder andere ook meer leerkrachten nodig hebben die uit Brussel zelf komen. In afwachting kunnen we de mensen die er nu al werken vooral zo goed mogelijk verder ondersteunen.