De moeilijke link tussen motivatie en leren

De spreekwoorden zijn duidelijk: “Wat baten kaars en bril als de uil niet zien wil”, of in het Engels “You can lead a horse to water, but you can’t make it drink.” Beide zegswijzen komen er zowat op neer: zonder motivatie zal er niks gebeuren of geleerd worden.

Al vaker zag ik verbaasd mensen opkijken, bij mijn uitspraak dat betrokkenheid en welbevinden niet gelijk staan aan leren, zie ook dit lijstje dat ik eerder postte. Maar ik vrees dat ik het nog erger moet maken. Terwijl de spreekwoorden suggereren dat motivatie eerst moet komen en dan leren volgt, toont onderzoek dat het best ook wel eens andersom zou kunnen zijn.

Deze post van Carl Hendrick bracht me het voorbije weekend het onderzoek in herinnering van onder andere Daniel Muijs en David Reynolds (2011). Deze laatsten toonden in hun review dat iets bijleren een positiever effect heeft op het zelfconcept dan vice versa (alhoewel Christian Bockhove terecht opmerkt dat zelfconcept geen synoniem is voor motivatie).

Het is verrassend als je hoort dat Chinese kinderen – met een strenger onderwijssysteem – meer intrinsiek gemotiveerd zijn dan Amerikaanse kinderen (al heeft dat ook te maken met een cultuur waarin bijvoorbeeld kennis belangrijker ingeschat wordt).

Het wordt allemaal minder verrassend als je good ol’ Vygotsky erbij haalt. Succeservaringen door leren, door vooruit te gaan, dat is herkenbaar. Maar waar je dit in eerste instantie extrensiek zou noemen, is er blijkbaar ook een intrinsiek effect.

Ondertussen is het denken over motivatie de eenvoudige tegenstelling intrinsiek en extrensiek al ruim overstegen. Vandaag maakt de zelfdeterminatietheorie (ZDT) furore, waarbij drie elementen vaak naar voor geschoven worden: verbondenheid, competentie en autonomie, waarbij dat laatste niet gelijk staat aan vrijheid. Onder competentie gaat echter veel schuil van wat ik net allemaal beschreef.

Wil dit nu allemaal zeggen dat je kinderen eerst iets moet leren om hen te motiveren en dat we het motiverend lesbegin maar moeten schrappen? Nee, helemaal niet. Het betekent wel dat niets meer demotiverend werkt dan niet leren en dat doen leren de essentie is om blijvend te motiveren. Maar tegelijk zul je nog steeds de aandacht van je leerlingen moeten te pakken krijgen, onder andere door verrassing, verbondenheid (zie ZDT), aansluiten bij interesses (dat is: waar kan) en waar nodig ook in eerste instantie extrinsieke motivatie.

3 gedachten over “De moeilijke link tussen motivatie en leren

  1. Dit is op The Sausage Machine herblogden reageerde:
    Vat ik goed samen met: het gaat om de goede mix tussen extrinsiek en intrinsiek motiveren. ‘Motivatie’ is een kernwoord dat me telkens opnieuw aantrekt. Gister hoorde ik het Bessel Kok nog als eerste noemen in zijn omschrijving van goed leiderschap (Radio 1, Touché): motivatie creëren, inspireren, de missie goed definiëren, met veel humor en zelfkritiek … Hij had het over leiderschap in al zijn vormen. Waaruit ik afleid: ook de leerrelatie.

  2. De afgelopen weken heb ik het gezegde over het paard en het drinken ook een paar keer gebruikt, evenals ‘van het een, komt het ander’ en ‘toeval moet je ook een kans geven’. Het toeval is dat de WRR met het rapport “Weten is nog geen doen” een mooie aanvulling geeft op het motivatiedebat en de zelfdeterminatietheorie. De training van executieve functies en zelfregulatie wordt hierin gekoppeld aan een andere onderzoekslijn (OECD, Kautz et al, 2014) met het effect op ‘externalizing behavior’ blijkens het langlopende Perry Preschool Programme.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s