Vlaams onderwijs: veel moois, veel uitdagingen, enkele voorstellen

Sinds de PISA-resultaten is het onderwijsdebat weer helemaal terug. We scoren mooi in TIMSS en PISA, maar er zijn genoeg uitdagingen. De invloed van SES op de kloof tussen zwak en sterk en de daling van de sterkste leerlingen kregen de voorbije dagen meeste aandacht. Een derde uitdaging, de genderkloof voor wetenschappen en wiskunde kwam tot nu toe minder aan bod. De koepels en netten trekken ondertussen aan de alarmbel over het M-decreet. En terwijl minister Crevits en haar voorganger Smet echt proberen een inhaalslag te maken op vlak van scholenbouw, is er hier ook nog heel veel werk.

In alle bescheidenheid wil ik hier enkele mogelijke aandachtspunten meegeven die mogelijke oplossingen bevatten. Het zijn geen kant-en-klare oplossingen, maar wel elementen waar winst kan gehaald worden.

  • Kleuteronderwijs. Deze ochtend maakte minister Crevits bekend dat er een kleutercoördinator komt om alle kleuters op de schoolbanken te krijgen. We scoren qua kleuterparticipatie al heel hoog, maar die laatste honderden moeten ook bereikt worden. Dit is mooi en past in een visie zoals deze van Heckman, maar er is meer. Kleuterparticipatie is 1 ding, wat er in de kleuterklas gebeurt is ook belangrijk. Concreet bleek uit TIMSS dat ondanks onze hoge kleuterparticipatie de kinderen met een behoorlijk laag niveau in de lagere school binnenstromen. Hiervoor zie ik 2 mogelijke verklaringen:
    • Het past in een visie op onderwijs waarbij we kinderen vooral kinderen willen laten zijn. Dit is een keuze, maar elke keuze komt met consequenties. Pedagogen zoals Wilna Meijer waarschuwt niet onterecht voor een verschoolsing van het kleuterleven in bijvoorbeeld Nederland. Je kan trouwens ook via spel inhouden aanbrengen, maar dan is er ook nog…
    • De onderfinanciering van het kleuteronderwijs: als je grote groepen kleuters hebt, is het niet onlogisch dat de kinderen minder gestimuleerd worden
  • Beginnende leerkrachten. Ik wil u twee grafieken tonen:

    En koppel dit aan dit:

    Weet dat les krijgen van een minder effectieve leerkracht volgens Daniel Muijs een verschil van gemiddeld 25% minder leerwinst oplevert in vergelijking met een effectieve leerkracht en dat dit effect groter wordt bij kinderen uit zwakkere achtergronden. Dit probleem tackelen kan volgens mij de grootste effecten opleveren. Ik zag hoe sommige opperden deze ervaren leerkrachten meer te betalen om aan moeilijkere scholen of klassen les te geven. Zelf zou ik op een andere soort van incentive inzetten, namelijk het meest belangrijke in onderwijs: tijd. Laat deze leerkrachten minder les geven ter compensatie van het meer aan begeleiding en overleg dat voor deze leerlingen nodig is.
    De startende leerkrachten ondersteunen kan ook de negatieve impact die ik hierboven beschreef inperken. We kunnen startende leerkrachten niet doen verdwijnen (haha), maar we kunnen wel maken dat ze a) minder moeilijke groepen hebben b) niet massaal binnen de paar jaar stoppen en c) meer effect hebben in de klas.
  • Besparen? Koken kost geld, en veel van wat ik nu al schreef, kost geld. De matrix waar onze overheid aan werkt, moet ook als bedoeling hebben de kleinere klassen in secundair onderwijs weg te werken. Vooraleer iemand kwaad reageert dat hij of zij voor een gigaklas staat in het secundair onderwijs. Dat klopt ongetwijfeld, maar de verschillen zijn er enorm, ook door de wildgroei aan richtingen. De matrix moet ook ruimte veroorzaken, zonder echt een besparing te hoeven zijn op het onderwijsbudget.
  • Kleinere klassen. De OESO en Hattie stellen dat kleinere klassen vaak gewild zijn door ouders en leerkrachten, maar weinig leerwinst opleveren. Dit klopt, maar… klopt minder in geval van inclusief onderwijs. Een recente studie toont dat klasgrootte wel degelijk een belangrijke rol speelt als er meerdere kinderen met uitdagingen in een klas zitten. Vrij vertaald: de oproep van de scholen voor kleinere klassen bij het M-decreet lijkt me niet onterecht.
  • Lerarenopleiding. Er zijn didactische aanpakken die effect hebben op de kloof tussen zwak en sterk. Het is een invalshoek die wel haaks kan staan op visies. Concreet blijkt oa uit cognitieve psychologie (zie Hattie en Yates), onderwijsonderzoek (oa Project Follow Through) en PISA zelf dat zelfontdekkend leren voor basiskennis wel voor hoger welbevinden kan zorgen, maar de kloof tussen sterk en zwak vergroot. Directe instructie verkleint die kloof net, niet door sterk te laten zakken, wel door zwak beter te laten presteren. Let wel, dit kan ten koste gaan van het welbevinden. Maar leren gericht inzetten van didactische werkvormen én leren de impact zien van aanpak kan nog meer aandacht krijgen, imho.
  • Ik wil ook nog een nieuw woord invoeren: sustaining. In het moderniseringsplan is er veel terechte aandacht voor remediëring. Dit is goed, maar sustaining is voor iedereen belangrijk. Ik haalde dit woord bij Heckman (waar het slaat op het behouden van ondersteuning bij kinderen uit zwakkere milieus), maar wil dit woord ook betrekken op inhouden en doelen voor iedereen. Basiskennis van het basisonderwijs moet onderhouden blijven of verliest kracht. Dit wil niet zeggen dat ik pleit voor bijvoorbeeld 6 jaar spellingonderwijs, maar blijvende aandacht voor basisgeletterdheid, noem het spaced repetition.

En hoe zit het met taal? Wel, deze discussie woedde de voorbije dagen heel erg in de (sociale) media, maar ik hield me hier bewust op de vlakte. Ik weet er gewoon te weinig over en dan ben ik liever voorzichtig. Daarom wil ik zeker niet gezegd hebben dat dit alle oplossingen zijn. Het is gewoon wat ik met mijn kennis aan het debat kan toevoegen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s