Persbericht NRO: Goed onderwijs vraagt om meer afstemming en verbinding tussen betrokkenen

Een persbericht en nieuw rapport van het NRO:

Er bestaan veel verschillende opvattingen over onderwijskwaliteit onder betrokkenen – van overheid, schoolbesturen en schoolleiders tot leraren en ouders. Dat is de kracht van ons onderwijsbestel. Om die variëteit meer recht te doen en tegelijk een zekere mate van overeenstemming te bereiken over wat onderwijskwaliteit zou moeten zijn, pleiten onderzoekers voor meer verbinding en afstemming tussen betrokkenen. Zij noemen dat alignment.

Alignment in het primair onderwijs vindt plaats op drie verschillende niveaus: op beleidsniveau (de overheid, Inspectie, PO-raad et cetera), op bestuursniveau (schoolbestuur, schoolleider, educatieve uitgeverijen, OR) en op lesniveau (leraren, de schoolleider, de klas, ouders). Dat staat in het rapport Autonomie in onafhankelijkheid dat drie eerdere onderzoeken samenbrengt van het NRO-onderzoeksproject Ongemak van Autonomie: Sturen van onderwijskwaliteit in het primair onderwijs.

Professionele gemeenschappen

Elk van die niveaus is relevant voor het realiseren van goed onderwijs. Binnen die niveaus bestaan er al netwerken die in relatie tot elkaar staan. De onderzoekers gaan echter verder in hun aanbeveling: “De professionele gemeenschappen die wij bepleiten zijn niet alleen een versterking van de capaciteit binnen het eigen niveau of binnen de eigen kring. Maar ze gaan ook nadrukkelijk om de koppeling tussen die verschillende niveaus en kringen.”

Figuur 1: Alignment van krachten (partijen) rond onderwijskwaliteit. Het midden, ‘onderwijskwaliteit’ moet open blijven en gevuld worden met ideeën uit de gesprekken tussen partijen. Het is expliciet niet de bedoeling dat enkele partijen (bijvoorbeeld de overheid of Onderwijsinspectie) de overhand krijgen en het midden ‘innemen’.
Figuur 1: Alignment van krachten (partijen) rond onderwijskwaliteit. Het midden, ‘onderwijskwaliteit’ moet open blijven en gevuld worden met ideeën uit de gesprekken tussen partijen. Het is expliciet niet de bedoeling dat enkele partijen (bijvoorbeeld de overheid of Onderwijsinspectie) de overhand krijgen en het midden ‘innemen’.

 

Gedeelde ideeën

Alignment kan op allerlei manieren plaatsvinden: door bepaalde gespreksvormen te organiseren, gedeelde ideeën of beelden te ontwikkelen, contacten te leggen et cetera.

Om die verbinding en afstemming te bereiken moeten de verschillende partijen dus met elkaar in contact komen en in gesprek gaan. Het is alleen de vraag wie daarvoor het initiatief moet nemen. Daarvoor wordt er al snel gewezen naar de overheid.

Handelingsvrijheid

Uit het deelonderzoek naar de sturing van onderwijskwaliteit bleek al dat de invulling die de overheid geeft aan onderwijskwaliteit dominant is. En dat er sprake is van een zekere mate van ‘systeemconformisme’; het onderwijsveld vindt het ook wel prettig als er heldere eisen zijn waaraan ze moeten voldoen, die geven houvast.

Daarnaast spelen educatieve uitgeverijen hierin een belangrijke rol, met hun kant-en-klare methoden die het onderwijsveld maar al te graag gebruikt. Er is zo weinig ruimte voor de invloed van anderen. Binnen het bestaande systeem hebben scholen en leraren echter meer handelingsvrijheid dan ze denken. En sommigen benutten die ook; maar dat zijn uitzonderingen.

Eigenaarschap

Het resultaat is dat onderwijskwaliteit nu sterk is gereduceerd tot een afrekenbare ‘beleidstarget’. Dat leidt niet tot eigenaarschap, maar tot een gevoel van directieve aansturing. “Toch zouden alle betrokkenen zich mede-eigenaar moeten voelen van het gesprek over onderwijskwaliteit, en het initiatief kunnen nemen tot dat gesprek”, zegt onderzoeker Martijn van der Steen. Ook leraren, die zich tot nu toe maar beperkt mengen in de discussie, zoals bleek uit het deelonderzoek naar professioneel vermogen. “Binnen de school is het bijvoorbeeld goed om periodiek met elkaar te praten over onderwijskwaliteit. Dat kan vanuit de schoolleiding komen, maar net zo goed vanuit de leraren.”

“Dit vraagt om investering in professioneel kapitaal in het onderwijsveld zelf: het benutten van de beschikbare ruimte om zelf, binnen scholengemeenschappen, tot eigen opvattingen over onderwijskwaliteit te komen en daarbij horende strategieën om dat in de praktijk te brengen”, aldus de onderzoekers in het rapport.

Dit onderzoek werd gefinancierd door de ProBO (voorheen BOPO), de beleidsgerichte programmaraad van het NRO.

Meer informatie:

  • Bekijk het integratierapport (online pdf) van het NRO-onderzoeksproject ‘Ongemak van Autonomie: Sturen van onderwijskwaliteit in het primair onderwijs’.
  • Meer informatie is in te winnen via Ilsa de Jong: jong@nsob.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s