Concrete vragen over de onderwijsvernieuwing

Gisteren kreeg ik al van een paar kanten de vraag om mij uit te spreken voor of tegen de onderwijshervormingvernieuwing. Zolang ik de eigenlijke teksten nog niet las, is het me echter hiervoor veel te vroeg en heb ik vooral een hoop vragen. Vragen, niet bedoeld als kritiek, maar wel gewoon nog veel dat op dit moment onduidelijk is voor me.

Dus ik hoop de komende tijd op de volgende vragen antwoorden te vinden:

  • Wie worden de leermeesters in het basisonderwijs voor Frans, Muziek en techniek, naast LO? In de persconferentie had de minister het ook over de mogelijkheid van specialiseren voor onderwijzers. Zijn zij de leermeesters? Of zijn er verschillende scenario’s mogelijk (de vergelijking met LO geeft dan weer een ander traject aan voor deze leermeesters).
  • De uitspraak in de persconferentie over talenrichtingen die in feite een uitgestelde studiekeuze zijn, roept bij mij ook meer vragen dan antwoorden op.
  • Rond de doelen zit ik ook met wat vragen:
    • Er komen naast de eindtermen minimumdoelen basisgeletterdheid voor taal, wiskunde, digitale en financiële geletterdheid die alle leerlingen moeten bereiken. Deze zijn dus niet meer enkel bedoeld als kwaliteitscontrole zoals de eindtermen bedoeld waren? Dit laatste is trouwens iets wat een beetje vergeten leek in de persconferentie met de uitspraak dat in de toekomst niet alle kinderen nog de eindtermen zullen moeten bereiken.
    • Er komen ook nog uitbreidingsdoelstellingen. die te formuleren zijn door leerplanmakers, Maar dit is niet het geval voor de uitbreidingsdoelstellingen voor taal, bleek in de persconferentie. Hierover moet het Vlaamse parlement zich uitspreken, waarom deze uitzondering?
  • Wie gaat er bepalen of een leerling gaat voor versterken, verdiepen of verkennen? Die laatste lijkt me duidelijk, maar ik kan me niet inbeelden dat scholen niet leerlingen zullen aanraden of misschien zelfs verplicht laten kiezen voor versterking, lees remediëring als een leerling niet goed presteert. Zo een scenario lijkt toch ook al in de powerpoint van de minister gesuggereerd te worden.
  • De basisopties in het tweede jaar van de eerste graad, hoe gaan die er uitzien? Is dat dat al een soort van studierichting, al dan niet gebaseerd op de matrix die erna komt?
  • Met alle mogelijke vrijheid die nu gecreëerd wordt, hoe gaan we omgaan met de potentiële wildgroei van systemen? Het aantal richtingen en studiegebieden wordt enerzijds wel beperkt, maar anderzijds kunnen scholen zeer veel zelf invullen. Een school kiezen zal misschien nog moeilijker worden (of positief geformuleerd, we krijgenrijker aanbod), maar ook veranderen van school kan misschien meer een uitdaging qua aansluiting worden?
  • Campusscholen zullen een voordeel krijgen door prioritair voor nieuw technisch materiaal in aanmerking te komen. Dit lijkt me vooral een incentive voor huidige TSO- en BSO-scholen, maar net minder nodig voor ASO-scholen waarmee in zee moet gegaan worden?

Wellicht moet ook nog veel verder uitgewerkt worden en de kans is groot dat er nog nieuwe vragen zullen opduiken. Wordt dus vervolgd.

2 gedachten over “Concrete vragen over de onderwijsvernieuwing

  1. Pingback: Concrete vragen over de onderwijsvernieuwing | ...

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s