Positie vrouwen en meisjes werden wel beter, maar… genderstereotypen stabiel sinds 1983 (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Sinds de Tweede Feministische Golf is de positie van meisjes en vrouwen in Westerse landen sterk verbeterd. Ze meer mogelijkheden gekregen, doen het zeer goed in het onderwijs en hebben toegang tot beroepen die voorheen als voorbehouden aan mannen waren. Je zou daarom verwachten dat ook stereotypen zijn veranderd. In een recent artikel [abstract] onderzoeken Amerikaanse psychologen in hoeverre dat het geval is.

Methode
Ze vergeleken data verzameld in 1983 met inzichten uit nieuw onderzoek (afgenomen in 2014) waarin ze vergelijkbare vragen stelden: de onderzoekers gebruikten 87 van de 91 items uit het eerdere onderzoek. Vier beroepen werden verwijderd die niet meer bestaan (zoals ‘telephone operator’). Vier beroepen werden naar de tijd aangepast: ‘telephone installer’ naar ‘cable installer’ bijvoorbeeld.

Respondenten moesten de waarschijnlijkheid inschatten dat een man, een vrouw of een persoon met een niet-aangegeven geslacht bepaalde karakteristieken hadden. Het ging om karaktertrekken, rolgedrag, beroepen en fysieke eigenschappen.

Noot: het artikel geeft alleen een tabel met resultaten geordend naar cluster, niet op losse items.

Resultaten
De studie uit 2014 laat zien dat genderstereotypering nog steeds sterk is: de man/vrouw-verschillen waren significant op alle individuele componenten. Dat is op zich al waardevol. De kracht van het onderzoek ligt echter in de vergelijking.

Als het gaat om karaktertrekken werden vrouwen in 2014 net als in 1983 gezien als meer gericht op de gemeenschap [communal] dan mannen, en mannen als meer pro-actief [agentic] dan vrouwen. Dit is niet gedaald sinds 1983. Wel waren er vier items waar in 2014 geen verschillen meer in waren: ‘actief’, ‘werkt goed onder druk’, ‘maakt snel beslissingen’ en ‘geeft niet snel op’.

Bij rolgedrag doet zich iets opmerkelijks voor: bij mannelijke rollen waren er geen verschillen met 1983, maar bij vrouwelijke rollen kwamen in 2014 meer stereotypen voor dan in 1983. Dit komt omdat er meer variatie zit in de beoordeling van rollen nu: in 2014 worden de financiële rollen (bijvoorbeeld ‘doet de financiën’) aan beide geslachten toegeschreven.

In 1983 werden beroepen sterk gendered gezien en in 2014 was dit nog steeds zo. Twintig van de 21 voorgelegde beroepen werden stereotiep bezien. De uitzondering in 2014 is postbezorger: dat kunnen zowel mannen als vrouwen zijn.

Ook bij het cluster fysieke eigenschappen doen zich geen veranderingen voor. In 1983 gaven respondenten verschillen aan tussen 24 van de 25 genoemde eigenschappen. Alleen ‘goedgebouwd’ scoorde toen neutraal. In 2014 werden 22 van de 25 als gendered gezien. De uitzonderingen waren ‘in goede conditie’, ‘dun’ en ‘lange benen’.

Conclusie
De auteurs dragen verschillende verklaringen aan voor het gebrek aan veranderingen. Het zou kunnen komen door cultural lag: cultuur past zich maar langzaam aan aan maatschappelijke veranderingen. Ze stellen ook dat het zou kunnen dat mensen in 1983, toen de Tweede Golf al een tijd je bezig was, al ‘betere’ opvattingen over gender hadden dan daarvoor. Ze zien meer in de verklaringen van confirmation bias en self-fullfilling prophecy:

“Given the extensive use of gender categories and the seeming utility of differentiating between women and men, people may be resistant to change their stereotypes to any significant degree. The ease with which people are able to confirm gender stereotypes by selectively finding consistent exemplars or by misremembering gender atypicality as more typical than it actually was contribute to stereotype stability and maintenance. Further, even when women are making choices inconsistent with their expected roles, backlash and status incongruity theory suggest that the women will engage in behaviors that are stereotypeconsistent in order to avoid negative evaluations” (p. 7-8, literatuurverwijzingen verwijderd).

De auteurs wijzen op essentialisme in hoe mensen denken over gender: mensen denken dat basale eigenschappen van individuen horen bij man/vrouw. De auteurs maken hier echter onvoldoende duidelijk wat zij als verschil zien tussen essentialisme en stereotypering. Al met al tonen de resultaten dat genderstereotypering diepgeworteld is in de Amerikaanse cultuur (“our culture”).

Het is interessant om dit onderzoek ook in andere landen te doen: zien we in de meer geëmancipeerde Scandinavische landen minder stereotypering? De VS is op gender-vlak in veel opzichten conservatiever dan West-Europese landen. De rol van religie daarbij is interessant.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s