De Monitor over kleuteronderwijs, ontrafelen van een complexe discussie #demonitor

Gisteren had de Monitor, een programma op de Nederlandse televisie, het over methodes in het kleuteronderwijs.

Het programma stelt de vraag of de prestatiedruk bij kinderen in de kleuterklas niet te hoog is. Een pertinente vraag, maar het programma vergleed al snel naar naar de vraag of methodes al dan niet thuishoren in de kleuterschool.

Ik wil graag in deze blogpost het probleem een stuk ontrafelen.

  • De eerste en belangrijkste vraag is hoe schools kleuteronderwijs al dan niet moet zijn. Het is een discussie die zich in de verschillende namen toont die we doorheen de tijd aan onderwijs aan peuters en kleuters gegeven hebben, van peutertuin tot kleuterschool. Wilna Meijer beschreef in haar boek uit 2012, Onderwijs weer weten waarom, hoe volgens haar het secundair en hoger onderwijs steeds verder ontschoolt, terwijl het kleuteronderwijs steeds meer verschoolst.
  • Maar waar komt die verschoolsing vandaan, is een tweede element. Hier moeten we onder andere kijken naar een nobelprijswinnaar (nouja, de tegenhanger voor economie), Heckman. Hij is onder andere beroemd voor zijn Heckman Curve:

    Het is de reden waarom er nu zoveel aandacht is voor vroegschoolse educatie (ook niet zo onomstreden in Nederland), alhoewel dit zich vaak niet vertaalt in kleinere groepen net voor de leerlingen die het meer nodig hebben of beter voor de kinderen voor wie het meer effect heeft. Schreef zelf vorig jaar dit rapport over Heckman met een pak nuances.
  • Heckman verwijst in zijn werk naar onder andere breinonderzoek. Dit kwam gisteren in De Monitor ook aan bod in een voor mij meer pijnlijk stuk. Een fysiotherapeute stelde dat vroeg dingen in het kind pompen geen zin heeft omdat kinderen op jonge leeftijd toch nog veel vergeten. Klinkt logisch en herkenbaar voor wie kinderen heeft: veel van wat ze meemaakten voor 3-4 jaar vergeten ze. Maar het is een pak complexer dan dat. Als de redenering van de dame zou kloppen, dan zou een kind bijvoorbeeld geen taal leren voor die leeftijd. En dat laatste is net een belangrijk issue, omdat een van de zaken die we weten uit onderzoek is het enorme verschil in taalaanbod (en taal leren) bij jonge kinderen als basis voor grote ongelijkheid. Dit proberen te counteren kan een school niet alleen, maar kan onderwijs een cruciale rol in spelen door systematisch de woordenschat te verrijken van een kind. En dan kan een methode dus een belangrijke rol spelen.
  • De effectiviteit van methodes was de vraag die minst aan bod kwam in de uitzending, volgens mij spijtig genoeg. Zijn kinderen die in een school zitten die een methode volgt beter af of niet. In de uitzending werd vooral gefocust op het welbevinden – niet onbelangrijk – en werd een sterk causaal verband gesuggereerd met stress bij kinderen die volgens de verschillende deelnemers aan de uitzending de voorbije jaren is toegenomen. Cijfers over dit causaal verband zouden handig kunnen zijn. Ik wil het niet ontkennen, maar zie alvast minstens 1 andere verklaring: stress in de samenleving is de voorbije jaren enorm toegenomen en kinderen nemen dit al op jonge leeftijd over van hun ouders. Maar de vraag of die stress al dan niet de moeite waard zou zijn: leren de kinderen nu meer of minder, is een vraag die ook een antwoord verdient. Stel je voor dat er geen meerwaarde is? Het programma liet een ontwikkelingspsycholoog aan het woord die het over leesrijpheid had om aan te geven dat het geen zin heeft, maar terug: it’s a bit more complicated than that. Zo worden methodes herleidt tot voorbereiden op leren lezen.

Even naar adem happen en je vertellen als disclaimer dat ik bij geen enkele methode betrokken ben en in deze post vooral de complexiteit wil duiden. En die is er, daarom:

  • Waarom testen? In de uitzending werd ook ingegaan op het waarom van testen en het heel jong kinderen in een keurslijf stoppen. Terug een terechte kanttekening. Hier werd testen – en misschien niet helemaal onterecht – in de hoek geduwd van een afrekencultuur in onderwijs waarbij alles bewezen moet worden en een verantwoordingscultuur. Maar het volgen van de ontwikkeling van een kind en het vergelijken met een norm kan ook een andere functie hebben. Zo kunnen kleuterleiders en – leidsters bijvoorbeeld ontdekken of een kind die erg afwijkt van de norm geen onderliggend probleem heeft. Als je kind bijvoorbeeld veel meer moeite heeft met fijne motoriek, of met uitspraak, of met… dan de vork waar gemiddelde kinderen tussen vallen, kan (ik schrijf doelbewust kan) dit betekenen dat er misschien een (ontwikkelings)probleem aanwezig is. Los van discussies over al dan niet overrapportering van bepaalde leerstoornissen heeft dit zijn waarde.

En wat denk ik nu zelf over al dan niet methodes in het onderwijs? Het is een discussie waar landen kunnen in verschillen. Nederland zit op een golf tegen handboeken en methodes, in de UK zie je net de andere beweging. Ik zelf ben niet tegen methodes als deze tenminste een basis in evidentie hebben en op kwaliteit gecontroleerd zijn waarna leerkrachten deze als inspiratie en basis kunnen gebruiken om er bijvoorbeeld zich zo van te vergewissen dat ze geen hiaten laten in wat ze doen met hun leerlingen. Maar tegelijk mogen leerkrachten geen slaaf worden van een methode, want one size fits all bestaat niet, en de methode makers kennen de kinderen van jouw klas nu eenmaal niet. Leerkrachten noch methodes zijn onfeilbaar, maar ze kunnen elkaar eventueel helpen. Oja, dat betekent trouwens meer werk voor de leerkrachten als deze het goed willen doen, en zo komen we terug bij vragen over werkdruk en investeren, een vraag die bij de Monitor aan deze uitzending voorafging.

2 gedachten over “De Monitor over kleuteronderwijs, ontrafelen van een complexe discussie #demonitor

  1. Prima reactie Pedro. De kwaliteit van de methode en de wijze van hanteren zou het onderwerp moeten zijn. Ik ben – als methode schrijver op gebied van bewegingsonderwijs – benaderd door uitgeverijen om het deel beweging toe te voegen aan hun kleutermethode. Met name de tijdsdruk en het opportunisme (criteria: op tijd en binnen format) waren opvallend. Er wordt gesteld dat de werkvloer wordt geraadpleegd. Naar mijn ervaring is die raadpleging flinterdun. M.i. moet een methode over meerdere jaren ontwikkeld worden en op tientallen scholen worden uitgeprobeerd. Nu worden vernieuwde versies al aangekondigd als de vorige nog maar net op de markt is….. Het vult de zakken van de uitgeverijen ten koste van onze kinderen. Kennelijk een effectieve marketing strategie. @geldergym @allesinbeweging

  2. Pingback: Rollenspel in rekenhoeken werk(t) | X, Y of Einstein?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s