Een gesprek met John Hattie over #onderwijs

Vandaag kreeg ik de kans om samen met een klein groepje van Vlaamse onderwijsmensen een uurtje met John Hattie van gedachten te wisselen, dit in het kader van de Leren Zichtbaar Maken-conferentie. Het gesprek mocht doorgaan op één voorwaarde: dat het John was en niet meneer of professor Hattie. Wat gebeurde. Ik ga niet alle thema’s bespreken die aan bod kwamen, ik licht er 2 grote en 1 kleintje uit.

Een van de meer uitgebreide gespreksthema’s ging niet toevallig over het m-decreet en inclusief onderwijs. De man sprak zich niet uit voor of tegen inclusie, het heeft een beperkt leereffect maar hier is het leereffect een andere discussie dan de vraag pro of contra inclusief onderwijs.

Wel gaf hij aan welke maatregelen je met beperkte middelen best wel en best niet neemt.

Waar zet je best op in?

  • samenwerking, samenwerking en nog eens samenwerking: waarbij het essentieel is dat leerkrachten die hulp zoeken bij hun vragen het halen en de andere het risico lopen af te haken. Dat afhalen is dan los van de kwaliteit van de leerkracht. Meer nog, verder in het gesprek kwam aan bod dat net de meest ervaren, vaak ook betere leerkrachten, minder geneigd zijn om hulp te vragen bij de nieuwe uitdaging die inclusief onderwijs zeker is volgens Hattie.
  • Ondersteuning, en dat zal verbazen, is er best net voor de leerkrachten en niet voor de kinderen. Hij stelde het provocerend: als je weinig middelen hebt: verbied de psychologen en andere experts om kinderen in de klas te zien, maar zorg er voor dat ze er zijn voor de leraar. Meer nog: zorg er voor dat elke school zo een ‘resource teacher’ heeft.

Waarom dit laatste zo is, wordt duidelijk als hij aangeeft waar je best absoluut niet op inzet:

  • “teaching aids”, waarmee hij slecht vertaald op hulpleerkrachten doelde (niet te verwarren met gon-begeleiders of kinderverzorgsters in de kleuterklas). Uit onderzoek blijkt dat dergelijk hulpleerkrachten in feite het leereffect zelfs kunnen doen dalen. De verklaring hiervoor is dat ze enerzijds er voor kunnen zorgen dat de klasleerkracht net minder aandacht besteedt aan het kind dat extra aandacht nodig heeft en anderzijds omdat de “teaching aids” vaak te lief zijn en de leerlingen helpen in plaats van hen uit te dagen het zelf te doen (en te leren). Hij beseft dat deze uitspraak niet onomstreden kan zijn omdat in de praktijk iedereen (leerlingen, ouders én leraren) dergelijke teaching aids heel erg graag hebben, maar voor hem staat het leren centraal: dus liever je geld inzetten op het ondersteunen van de leerkrachten.

Een ander thema dat uitgebreid aan bod kwam was de vorming van leerkrachten. Iedereen aan tafel kende het lage leereffect van al dan niet een lerarenopleiding gevolgd te hebben. Hij lachte dat inderdaad op basis van dit cijfer in veel landen overwegen de lerarenopleiding af te schaffen (waarbij bleek dat dit vaak gaat over de academische lerarenopleiding). Nochtans was dat niet zijn bedoeling. Hij is momenteel zelf betrokken bij de aanpak van de lerarenopleiding en in Nieuw-Zeeland en hij heeft een duidelijke visie:

  • Als opleiding moet je de impact van je opleiding meten: meer specifiek leren de kinderen effectief als ze les krijgen van je pas afgestudeerde leraren. Is dit niet het geval? Doe er iets aan.
  • In zijn benadering moeten eerst leerkrachten het leerproces van kinderen leren diagnosticeren. Leerkrachten moeten kunnen inschatten waar leerlingen in hun leerproces staan. Vervolgens worden een beperkt aantal werkvormen (hij zei een vijftal) intensief aangeleerd waaronder onder andere directe instructie. Hiermee gaan ze aan de slag.
  • Merk op, zei hij glimlachend, in eerste instantie is er geen aandacht voor klasmanagement of vakdidactiek. Die thema’s komen later, eventueel in-service. noch de instellingen, noch de studenten staan voor deze aanpak te springen, maar volgens Hattie kan het enkel zo dat de focus van beginnende leerkrachten op de essentie kan liggen: leren.

Het was de eerste keer dat ik de man ontmoette en nog voor het eigenlijke gesprek begon stelde ik al de vraag die ik al een tijdje voor hem had. In zijn eerste boek Visible Learning uit 2009 kregen leerstijlen nog een relatief hoge score boven de .40, in alle volgende boeken was dit cijfer gekrompen tot een zeer laag cijfer (wat in de lijn van de verwachtingen ligt omdat leerstijlen nu eenmaal een hardnekkige, onbewezen mythe zijn). Hij moest lachen toen ik de vraag stelde. Hij heeft de score inderdaad aangepast na behoorlijk wat kritiek omdat hij de kwaliteit van de gebruikte onderzoeken niet in rekening had gebracht. Zeker bij leerstijlen bleek dit een meer dan terechte commentaar. Hij merkte op dat een van de gebruikte onderzoeken zelfs een (niet eens goede) scriptie van een student bleek te zijn die doodleuk door de promotor was ingediend als artikel zonder naamsvermelding van de echte auteur dan nog. Na alles te hebben herbekeken en herberekend werd de score teruggebracht.

Tot slot was er ook een persoonlijk grappig moment toen hij me vroeg om het exemplaar van Urban Myths about Learning and Education te tekenen dat ik voor hem had meegebracht. Ik merkte op dat dit voor mij de omgekeerde wereld leek.

5 gedachten over “Een gesprek met John Hattie over #onderwijs

  1. Pingback: Ondersteuning voor leerkracht werkt beter dan o...

  2. Pingback: Een gesprek met John Hattie over #onderwijs | Manuela Bazen-Steenkamp

  3. Pingback: Hattie-bashing en het CPB-rapport | X, Y of Einstein?

  4. Pingback: Hattie-bashing en het CPB-rapport | Blogcollectief Onderzoek Onderwijs

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s