Lectuur op zaterdag: de toekomst van #fakenews, de mond gesnoerd en 60000 generaties (en meer)

De weekendbijlage bij deze blog:

Ten slotte 2 oproepen:

Merk je de ironie op bij deze krantenadvertentie?

In de Vlaamse kranten staat vandaag een zelfde grote pagina met tips tegen Fake News. Mooi toch. Maar er zijn een paar dingen die het nogal ironisch maken.

Merk je ze op?

Het is een advertentie die er vooral niet uitziet… als een advertentie. Er staat ook geen boodschap bij dat het een commercieel bericht is. En de afzender? Ik merkte op Twitter dat zelfs getrainde ogen het niet direct door hebben. Tip: check de linkerbovenhoek…

Korte video vat belangrijk inzicht rond ongelijkheid en taal samen

De info in de video is niet echt nieuw, ik bracht deze al bijna vijf jaar geleden hier, maar het blijft de moeite om te herhalen:

Living labs zijn vooral hype en (nog) weinig effectief (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Living labs zijn hot. Gemeenten, bedrijven en kennisinstellingen plakken dit label op allerlei initiatieven rond complexe maatschappelijke vraagstukken, zoals sociale ongelijkheid, luchtvervuiling en veiligheid. Het Rathenau Instituut deed onderzoek naar het verschijnsel in Nederland om te bepalen in hoeverre, en op welke manier, ze deze beloftes kunnen waarmaken. In het kort gezegd: dat gaat nog niet goed. Een analyse van ruim negentig initiatieven laat zien dat er nauwelijks sprake is van cocreatie met burgers of eindgebruikers, en dat de kennis die opgedaan wordt moeilijk overdraagbaar of breed toepasbaar is.

De stad als lab
Steden worden steeds meer gezien als innovatieplatforms en -proeftuinen. Living labs passen daarbij. Ook de typische deelnemers van living labs zijn stedelijk: hoogopgeleide burgers, creatieve ondernemers en universiteiten. Een living lab is te definiëren als:

“zowel een fysieke locatie als een gezamenlijke aanpak, waarin verschillende partijen experimenteren, cocreëren en testen in een levensechte omgeving, afgebakend door geografische en institutionele grenzen” (definitie van Schliwa en McCormick, p. 8).

Niet alles wat zich living lab noemt, voldoet aan deze definitie. Daarom onderscheiden de onderzoekers vier verschillende types: open wetenschappelijke onderzoeksfaciliteiten (gericht op kennisvalorisatie); fieldlabs van de maakindustrie (gericht op concurrentiepositie); commerciële stedelijke testfaciliteiten (gericht op innovatie); en daadwerkelijke living labs (gericht op transitiebeleid). Deze types verschillen in de mate van cocreatie en in aard van de ruimte: dat kan een echt lab zijn, een straat maar ook een natuurgebied.

Bestaande living labs
Een scan van de onderzochte initiatieven die zich als living lab presenteren laat zien dat die zich inderdaad vooral in steden bevinden, al zijn er ook initiatieven daarbuiten. Overheden doen in twee derde van de gevallen mee. Een kwart van de initiatieven heeft geen kennisinstelling als partner. Bedrijven zit er goed in: alleen in 1 op de 5 gevallen niet. De thema’s die centraal staan zijn bijvoorbeeld hernieuwbare energie, de circulaire economie, zorg, stadsvernieuwing en het versterken van de concurrentiekracht van het bedrijfsleven. Een paar voorbeelden van projecten, die allen in het rapport gedetailleerd worden besproken:

Open wetenschappelijke onderzoeksfaciliteiten:

  • Dutch Optics Centre van TNO en de TU Delft;
  • PhenoLab van Wageningen UR.

Fieldlabs van de maakindustrie:

  • Aqua Dock/RDM Campus van Hogeschool Rotterdam, Havenbedrijf Rotterdam en gemeente Rotterdam;
  • de Duurzaamheidsfabriek in Dordrecht.

Commerciële stedelijke testfaciliteiten:

  • Flo (‘het eerste persoonlijke fietsverkeerslicht ter wereld’) in Utrecht;
  • Innofest, een initiatief van acht festivals.

Living labs:

  • HvA Fieldlabs van de Hogeschool van Amsterdam;
  • Circulair Buiksloterham van 22 partijen in Amsterdam.

Effectiviteit als transitie-instrument
Het gaat dus om specifiek lokale initiatieven, die zich niet zomaar laten vertalen naar andere contexten. Er is niet altijd een bredere toepasbaarheid. Voor zo’n vertaalslag zijn extra inspanningen nodig. Zo’n gecoördineerde meerjarenaanpak moet iemand op zich nemen, maar niet alle partijen hebben belang bij locatie-overstijgende doelen. De onderzoekers schrijven:

“Stadbewoners en lokale bestuurders die deelnemen in een living lab zijn wellicht vooral geïnteresseerd in het vinden van een praktische oplossing die werkt in hun stad. Voor bedrijven kan het wel aantrekkelijk zijn om te investeren in schaalbaarheid, omdat ze daarmee oplossingen kunnen ontwikkelen die ook elders verkocht kunnen worden. Kennisinstellingen kunnen vanuit een wetenschappelijk interesse ook belang hebben bij het werken aan overdraagbare kennis.

Daarnaast speelt het bekende fenomeen dat maatschappelijke uitdagingen vragen om echt vernieuwende oplossingen, maar dat deze oplossingen vaak ontwrichtend en ondermijnend zijn
voor gevestigde belangen en partijen. Bij living labs moeten daarom ook partijen worden betrokken die de gevestigde orde willen of durven uitdagen. Als transitie-instrument moeten living labs dus juist ook worden benut voor het experimenteren met ‘disruptieve’ innovaties” (p. 36).

De onderzoekers besluiten met punten die nodig zijn om living labs effectief in te zetten voor maatschappelijke doelen en transities:

  • Experimenten moeten op elkaar voortbouwen en van elkaar leren. Daarvoor is een ‘multilevel’-aanpak nodig waarbij naast lokale overheden ook provincies, de rijksoverheid en/of de Europese Commissie betrokken zijn;
  • Living labs moeten openstaan voor oplossingen, ook als die ontwrichtend of ondermijnend zijn voor gevestigde belangen en partijen;
  • Er zijn specifieke richtlijnen nodig voor goede laboratoriumpraktijken om de maatschappelijke acceptatie te bevorderen en burgerrechten te beschermen.

Hoe loste deze 15-jarige de Rubik Kubus op in iets meer dan 5 seconden? (maar er is meer)

Behalve een handige video om eventueel ooit mensen op een feestje te verbluffen, zegt deze video in feite ook heel veel over het ontstaan van kennis, het staan op de schouders van giganten en het belang van oefenen én kennis. Er zit zelfs een interessante vergelijking tussen de efficiëntie van computeralgoritmes en (goedgetrainde en minder goedgetrainde) mensen in.

Nieuwe studie bevestigt nog maar eens: papier beter voor leren dan scherm

Het is een vraag die ik nog steeds vaak krijg: wat is nu best voor leren, papier of scherm? Al merk ik dat meer en meer mensen lijken te weten dat papier beter is. Deze studie bevestigt dit, terwijl de studenten toch liever digitaal lezen.

De essentie samengevat door de onderzoekers Singer & Alexander:

  • Students overwhelming preferred to read digitally.
  • Reading was significantly faster online than in print.
  • Students judged their comprehension as better online than in print.
  • Paradoxically, overall comprehension was better for print versus digital reading.
  • The medium didn’t matter for general questions (like understanding the main idea of the text).
  • But when it came to specific questions, comprehension was significantly better when participants read printed texts.

Abstract van het onderzoek:

This study explored differences that might exist in comprehension when students read digital and print texts. Ninety undergraduates read both digital and print versions of newspaper articles and book excerpts on topics of childhood ailments. Prior to reading texts in counterbalanced order, topic knowledge was assessed and students were asked to state medium preferences. After reading, students were asked to judge under which medium they comprehended best. Results demonstrated a clear preference for digital texts, and students typically predicted better comprehension when reading digitally. However, performance was not consistent with students’ preferences and outcome predictions. While there were no differences across mediums when students identified the main idea of the text, students recalled key points linked to the main idea and other relevant information better when engaged with print. No differences in reading outcomes or calibration were found for newspaper or book excerpts.

Onderweg Graag Offline

Blogcollectief Onderzoek Onderwijs

Regelmatig schrijf ik stukken over dat men niet kan multitasken en wat, als men wel probeert dit toch te doen, de gevolgen hiervan kunnen zijn. Meestal gaat het over leren en hoe multitasken tot slechter leren leidt, maar deze keer niet. Bij dezen, dus, mijn excuses hiervoor maar ik vond/vind dit veel te belangrijk om niets te zeggen omdat het volgende ‘incident’ zou een schoolgaand kind kunnen zijn.

Ik werd getriggerd om deze korte blog te schrijven door twee dingen. Enerzijds las ik een bericht in de krant dat het aantal auto-ongelukken en zelfs het aantal doden in het verkeer na jaren van daling weer aan het toenemen is. Anderzijds las ik een interessant artikel  over hoe autobestuurders afgeleid worden door hun smartphones.

Eerst het krantenartikel dat op 12 oktober jl. in Trouw stond. Volgens het artikel, is er in de afgelopen 4 jaar sprake van een 27% toename van…

View original post 435 woorden meer

De 10 slechtste onderwijslanden voor meisjes

Via de BBC ontdekte ik dit triest lijstje van landen waar meisjes het minst kans krijgen voor degelijk onderwijs:

  1. South Sudan: the world’s newest country has faced much violence and war, with the destruction of schools and families forced from their homes. Almost three-quarters of girls do not even make it to primary school
  2. Central African Republic: one teacher for every 80 pupils
  3. Niger: only 17% of women between the ages of 15 and 24 are literate
  4. Afghanistan: wide gender gap, with boys more likely to be in school than girls
  5. Chad: many social and economic barriers to girls and women getting education
  6. Mali: only 38% of girls finish primary school
  7. Guinea: the average time in education among women over the age of 25 is less than one year
  8. Burkina Faso: only 1% of girls complete secondary school
  9. Liberia: almost two-thirds of primary-age pupils out of school
  10. Ethiopia: two in five girls are married before the age of 18

De lijst werd opgesteld door de VN op basis van de de volgende criteria:

  • the proportion of girls without a primary school place
  • the proportion of girls without a secondary school place
  • the proportion of girls completing primary school
  • the proportion of girls completing secondary school
  • the average number of years girls attend school
  • female illiteracy rates
  • teacher training levels
  • the teacher-pupil ratio
  • public spending on education

En Syrië? Wel, voor sommige landen zoals Syrië was er te weinig data voorhanden.