Star Wars in je onderwijs: macht en lightsabers (Linda Duits)

Verdorie, nu schreef Linda op Dieponderzoek.nl ook al dit stuk over bruikbare lesideeën!

We schreven al eerder over NuSkool.com, een handige database voor docenten die graag populaire cultuur in hun onderwijs gebruiken. Star Wars is een dankbare bron voor bijna alle vakken. Zo kun je voor lessen maatschappijleer aan de hand van de Old Republic en de Empire uitleggen hoe moeilijk het is een rijk te besturen.

NuSkool schrijft:

“Power is the answer to the question: “What can a government do?” In the Old Republic, the answer to this question was “Almost nothing.” In the Empire, the answer was “Almost everything, including blowing up a planet.”

Authority is the answer to the question: “Why does a government exist?” In the Old Republic, there were tons of answers to this question, including tradition, the legitimization of royalty, religion, and defense against the Dark Side. In the Empire, the only answer was the wrath of their evil agenda and the imposing force of Darth Vader.”

De scifi-technologie is natuurlijk handig bij natuurkunde. Is het mogelijk een lightsaber te maken?

“From a more practical stand-point, several kilo-watts of power would be required to create the type of laser that can cut through metal doors and arms. A laser with this sort of power would require a very large unit to supply the necessary power as well as a cooling system to ensure that the user’s hand doesn’t melt off during battle.”

Het lesplan is steeds gratis, je hoeft alleen te registreren.

De kloof die maar niet weggaat: kwali vs kwanti in sociale wetenschap (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Kwantitatief onderzoek gaat over tellen en verklaren, kwalitatief onderzoek gaat over betekenis en begrijpen. In de sociale wetenschappen worden beide methodologieën gebruikt, maar zelden door dezelfde onderzoekers. In sommige disciplines is er een uitgesproken voorkeur voor het één (antropologie maakt zelden gebruik van kwantitatief onderzoek), andere kennen beiden. Met name in de sociologie is dit het geval. Vincent Traag en Thomas Franssen, sociologen van de Universiteit Leiden, brachten mooi in kaart hoe de kloof tussen kwali en kwanti nog steeds voortzet in sociologie.

Het onderwerp van onderzoek en de methode hangen samen:

“The universe of quantitative sociology consists of terms like “survey”, “data” and “scale” but also of “socioeconomic status”, “women”, “men” and “career”. The universe of qualitative sociology consists of terms such as “discourse”, “practice” and “meaning” but also of “power”, “identity” and “masculinity”.”

Dat ziet er als volgt uit:

termen en kloof

De onderzoekers stellen dat het opmerkelijk is dat bepaalde onderwerpen hoofdzakelijk met een specifieke benadering worden onderzocht. Het zou interessant zijn om te zien wat het oplevert als werkloosheid nu eens kwalitatief en identiteit nu eens kwantitatief werden onderzocht, schrijven ze. Er is ook overlap. Religie en gender worden zowel kwalitatief als kwantitatief bestudeerd, als onderdeel van identiteit en als verklarende variabele respectievelijk.

Gelukkig publiceren grote journals als American Sociological Review en American Journal of Sociology beide perspectieven. De auteurs vinden het vooral belangrijk dat de twee benaderingen elkaar blijven uitdagen.

“We should not be blind to the challenges posed by the other perspective, but accept that the other perspective can supplement and nuance our conclusions, rather than invalidate them.”

Het is maar de vraag in hoeverre dat gebeurt. We weten niet of kwantitatieve onderzoekers ook kwalitatieve artikelen lezen en vice versa. Binnen communicatiewetenschap leven de twee kampen bijvoorbeeld in grote afzondering en wordt er onderling nauwelijks naar elkaar verwezen. Misschien is het een leuk vervolgonderzoek voor de Leidse sociologen om te kijken in hoeverre sociologen dat doen.

Bekijk ook onze lijst met termen uit kwalitatief onderzoek.

Over thuistaal en Nederlands

Kleutergewijs

Het aantal leerlingen dat thuis een andere taal spreekt dan op school, neemt nog steeds toe. Het zijn er nu bijna 17 procent in het Vlaamse basisonderwijs, zelfs tot vier op tien in een grootstad zoals Antwerpen. Nog te vaak lopen leerkrachten aan tegen het taalprobleem dat deze leerlingen in de klas ervaren. Hét wondermiddel bestaat niet, maar deze blogpost wil enkele tips meegeven op basis van pas afgerond Vlaams onderzoek en een artikel dat heel recent verscheen in het tijdschrift Young Children.

Veel scholen hebben een strikt alleen-Nederlands-beleid. Op het gebruik van andere talen wordt vaak afwijzend gereageerd. Kinderen worden berispt bij het gebruik van hun moedertaal op school in de hoop dat ze alleen nog Nederlands zouden spreken en oefenen.

Moedertaal op school?

Onderzoekers van de KU Leuven, de Ugent en de VUB voerden vier jaar lang onderzoek naar manieren om meertaligheid ten goede te gebruiken in de…

View original post 481 woorden meer

Nieuw OESO-rapport over zwak presteerders in onderwijs: wie zijn ze en hoe kunnen we ze helpen?

Er is een eerste van twee nieuwe OESO-rapporten rond onderwijs deze week gepubliceerd (vrijdag komt het nieuwe TALIS-rapport).

Dit is de samenvattende presentatie:

Wat mij zelf opvalt is

  • hoeveel dingen die we al weten vooral bevestigd worden,
  • hoe het over correlaties gaan (bijvoorbeeld concludeer niet op basis van de presentatie dat je zwakkere leerlingen meer huiswerk moet geven).

Wat zijn de aanbevelingen volgens de OESO? Dat zijn onder andere:

  • Identify low performers and design a tailored policy strategy;
  • Reduce inequalities in access to early education;
  • Provide remedial support as early as possible;
  • Encourage the involvement of parents and local communities;
  • Provide targeted support to disadvantaged schools or families;
  • Offer special programmes for immigrant, minority-language and rural students;
  • Assist single parent families and tackle gender stereotypes;
  • Reduce inequalities in access to early childhood education and limit the use of student sorting;
  • Inspire students…

 

 

Horizon report 2016

Leuk, hoef ik zelf niet te bloggen over het nieuwe Horizon rapport. Wilfred Rubens maakte wel de relevante opmerking op twitter dat het overzicht in deze post toont hoe de voorspellingen zo toch vaak nattevingerwerk lijken.

Mobiliteit&OpenOnderwijs

nmc_itunesu.HRHiEd161Ook dit jaar weer een Horizon report, uitgave van het New Media Consortium en EDUCAUSE Learning Initiative . De lancering van de 2016-editie mocht ik live meemaken tijdens de ELI-conferentie in San Antonio (Texas).

Hieronder een overzicht van de trends door de jaren heen. Het volgende filmpje vat het rapport samen: 2016 Horizon Report. De blogs van het Horizon Report van de voorgaande jaren: 2012en 2013 en 2014 en 2015.

Tijds

horizon

2013 2014 2015 2016
Nu-1 jaar Tablet Computing Flipped Classroom Bring Your Own Device (BYOD) Bring Your Own Device (BYOD)
Nu-1 jaar MOOC Learning Analytics Flipped Classroom Learning Analytics and Adaptive Learning
2-3 jr Game based Learning 3D Printing Makerspaces
(bijv fablabs)
Augmented and Virtual Reality
2-3 jr Big Data & Learning Analytics Games en Gamification Waerable Technology Makerspaces
         
4-5 jr 3D printing Qualified Self (*) Adaptive Learning Technologies Affective…

View original post 422 woorden meer

Waarom later starten met school niet noodzakelijk helpt

Het is een discussie die regelmatig terugkomt: waarom beginnen we niet later met de middelbare school omdat het slaapritme van pubers verandert. Klinkt logisch, maar dit nieuwe onderzoek met scholen in NY toont een belangrijke nuance door het effect van de latere schooltijd op een langere tijd te bekijken.

Wat blijkt? Na een tijdje verandert het slaappatroon terug en gaan de leerlingen nog later gaan slapen, waardoor ze uiteindelijk terug even kort slapen als voor het veranderen van de starttijd en hebben de leerlingen terug een slaaptekort.

Abstract van het onderzoek:

Study Objectives: To establish whether sleep, health, mood, behavior, and academics improved after a 45-minute delay in high school start time, and whether changes persisted longitudinally.

Methods: We collected data from school records and student self-report across a number of domains at baseline (May 2012) and at two follow-up time points (November 2012 and May 2013), at a public high school in upstate New York. Students enrolled during academic years (AY) 2011–2012 and 2012–2013 completed the Pittsburgh Sleep Quality Index; the DASS-21; the “Owl-Lark” Scale; the Daytime Sleepiness Index; and a brief self-report of health. Reports from school records regarding attendance, tardiness, disciplinary violations, and academic performance were collected for AY 2010–2011 through 2013–2014.

Results: Students delayed but did not extend their sleep period; we found lasting improvements in tardiness and disciplinary violations after the start-time delay, but no changes to other variables. At the first follow-up, students reported 20 minutes longer sleep, driven by later rise times and stable bed times. At the second follow-up, students maintained later rise times but delayed bedtimes, returning total sleep to baseline levels. A delay in rise time, paralleling the delay in the start time that occurred, resulted in less tardiness and decreased disciplinary incidents, but larger improvements to sleep patterns may be necessary to affect health, attendance, sleepiness, and academic performance.

Conclusions: Later start times improved tardiness and disciplinary issues at this school district. A delay in start time may be a necessary but not sufficient means to increase sleep time and may depend on preexisting individual differences.