De Engelse versie van ons mytheboek, Urban Myths about Learning and Education nu te koop

23 03 2015

“Jongens zijn slimmer dan meisjes”, het boet dat Casper en ik in 2013 schreven werd al meer dan 5000 keer verkocht en nu is er ook een Engelstalige versie, Urban Myths about Learning and Education. Paul Kirschner kwam er als auteur bij want in plaats van het boek simpelweg te vertalen, hebben we het hele boek zowat herschreven. Nee, dit wil niet zeggen dat het eerste boek fout was. Wel hebben we een pak meer onderzoek toegevoegd die de voorbije 2 jaar verscheen of die nog een extra licht op het lemma kan werpen. In totaal groeide het boek met zowat 20000 woorden.

2 mythes sneuvelden in de herwerking, niet wegens fout, wel omdat ze minder relevant leken voor een internationaal publiek, 2 nieuwe mythes werden toegevoegd, waaronder eentje rond een een uitspraak van een welbepaalde, bekende sir in het onderwijs.

Het boek is nu wereldwijd te koop, en dus ook in Nederland en België verkrijgbaar.





Interessant verkennend onderzoek: hoe beïnvloedt technologie het ‘zelf’ van de student?

29 03 2015

De vragen zijn voorlopig interessanter en duidelijker dan de antwoorden, spijtig genoeg, maar interessante vragen, dat zeker!





De nieuwe Griekse minister van onderwijs over de ravage die de crisis heeft veroorzaakt in educatie

28 03 2015

Eerder deze week bracht ik 3 korte documentaires over de gevolgen van de economische crisis op het Griekse onderwijs. Dit interview met de nieuwe Griekse minister van onderwijs sluit hier bij aan:





Maken scholen kinderen vaker bijziend?

28 03 2015

Het is een alarmerende vraag van Richard Hobday. Bijziendheid is de voorbije 30 jaar wereldwij enorm toegenomen bij kinderen die het leerplichtonderwijs verlaten. Vooral in de Azië zoals Hong Kong, Singapore,… is het aantal met 80 à 90% van de leerlingen die bijziend afstuderen schrikbarend hoog.

Maar de reden waarom is niet helemaal duidelijk. Ondanks 150 jaar onderzoek is er nog steeds weinig inzicht in de oorzaken, volgens Hobday. Maar hij vermoedt dat een belangrijk evolutie in jaren 60 van vorige eeuw mee een verklaring kan zijn. Tot dan was de idee dat gebrek aan daglicht bijziendheid kan veroorzaken en daarom zorgde men er voor dat er veel grote ramen waren in scholen. In de jaren zestig veranderde echter het denken en vermoedde men dat bijziendheid eerder een aangeboren afwijking was. De aandacht voor daglicht op school werd hierdoor volgens Hobday minder.

Hobday beargumenteert nu dat de oude theorie wel degelijk ook een mogelijke verklaring kan zijn in zijn onderzoekspaper. Voor alle duidelijkheid: het is vooralsnog een theorie (en er bestaan ook tal van andere verklaringen) en daarom pleit hij voor dringend meer onderzoek  naar de rol van daglicht op school.

Abstract van het artikel:

A century ago, it was widely believed that high levels of daylight in classrooms could prevent myopia, and as such, education departments built schools with large windows to try to stop children becoming short-sighted. This practice continued until the 1960s, from which time myopia was believed to be an inherited condition. In the years that followed, less emphasis was placed on preventing myopia. It has since become more common, reaching epidemic levels in east Asia. Recent research strongly suggests that the amount of light children get as they grow determines whether they will develop short sight; however, evidence that daylight in classrooms prevents myopia is lacking. Given the rapid increase in prevalence among school children worldwide, this should be investigated.





Lectuur op zaterdag: sommige critici hadden gelijk, andere niet.

28 03 2015

De weekendbijlage bij deze blog:

Tot slot: Waarom je die nieuwe, ongelooflijke medische studie uit de krant niet moet geloven. Dit is het artikel waar deze grafiek uit komt:





Het tijdperk van mobiel is het tijdperk van samen. (Linda Duits)

27 03 2015

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Demonstranten zitten op de DamJarenlang werd jongeren verweten dat ze geen idealen hebben. De babyboomers waren immers de protestgeneratie en niemand doet ze dat na. Jongeren van nu zouden de internetgeneratie zijn: verknocht aan hun mobiele telefoon, niet bereid tot meer dan het liken van een goed doel op Facebook. De bezetting (of beter: bevrijding) van het Maagdenhuis toont een heel ander beeld van de hedendaagse student. De studenten die daar zitten zijn politiek bewust, maar geloven niet in bestaande partijen. Ze denken vrij en ze organiseren zich.

Sinds de jaren ’90 is de universiteit veranderd. Inspraak werd afgepakt, een competitief beurssysteem werd ingevoerd, studentenaantallen stegen en er ontstond een publish or perish-cultuur. Medewerkers lieten dit over zich heen komen. Er werd onderling veel geklaagd en er verscheen menig opinieartikel in de krant, maar van verzet was geen sprake. Het waren de studenten die uiteindelijk actie ondernamen, die vonden dat er genoeg gepraat was en dat er druk uitgeoefend moest worden.

Anders dan de docenten zijn deze studenten niet geknecht, ondanks het leenstelsel. In het Maagdenhuis vinden dagelijks lezingen plaats, van kleine en grote namen. De studenten laten zich vervoeren door theorieën over verandering. Daarbij hebben ze een sterke hang naar gemeenschap. Het Maagdenhuis is nu een centrale ontmoetingsplek. De studenten willen volwaardig onderdeel zijn van de academische gemeenschap en daarbij hoort een plek om samen te komen.Voor jongerenonderzoekers moet die zucht naar offline samenkomen niet nieuw zijn. Onder studenten viel al langer op dat ze graag samen buitenshuis studeren (vandaar de enorme behoefte aan studieplekken) en dat ze contacturen erg waarderen.

Een volwaardig onderdeel zijn betekent serieus genomen worden en meebeslissen. Dat is dan ook de voornaamste inzet van het protest: een meer democratische universiteit. Ze laten zich niet ringeloren door oppervlakkige ideeën over burgerschap, maar denken voor zichzelf. Als docent kan je daar niets anders dan trots op zijn. Als jongerenonderzoeker dringt de vraag zich op in hoeverre deze groep een voorhoede is van wat gaat komen.

Een voorspelling wil ik daar wel over doen: het belang van fysiek samenkomen zal steeds meer prominenter worden. We zien dit bijvoorbeeld ook bij fans. Zij waren de early adaptors van het internet en vormden daar nieuwe gemeenschap. Nu draait alles om bij elkaar zijn op fysieke plekken, op fanconventies of om live in het Vondelpark de finale van Wie Is De Mol te kijken. Het tijdperk van mobiel is het tijdperk van samen.

Beeld: zitten op Dam tijdens de protestmars van 13 maart 2015. (c) Linda Duits





De 2 belangrijkste online platformen gaan voor 360° video’s: Facebook en Youtube

27 03 2015

Van Google en dochter YouTube wisten we het al een tijdje dat ze ook 360° video’s op hun platform willen toelaten, maar nu heeft Facebook ook bekend gemaakt dat hun videospeler op de sociale mediasite dergelijke video’s moet mogelijk maken.

In 360 graden video’s kun je als kijker zelf bepalen waar je kijkt omdat de volledige omgeving (vandaar 360°) gefilmd wordt.

Dat Facebook voor dergelijke video’s gaat, is niet omdat YouTube het doet en is niet per se om onze tijdlijnen boeiender te maken. Als Facebook wil dat hun virtual reality headset, de Oculus Rift, een beetje een succes wordt, heb je beeldmateriaal nodig voor die bril.

Wel vraag ik me af wie de nodige content, de nodige filmpjes zal maken. Meer nog dan de vraag of de brillen een succes worden, is dan ook de vraag of 360 graden camera’s een voorwerp voor de massa zullen worden.

 





Persbericht Mediawijzer: onderzoek Iene Miene Media, ouders in spagaat door toename mediagebruik

26 03 2015

Er zijn nieuwe cijfers over het mediagebruik van de jongste kinderen, mediawijzer.net rapporteert:

Ouders komen steeds vaker in een spagaat door de toename van het mediagebruik van hun kinderen. Aan de ene kant staan ze hun kinderen steeds vaker en langer toe om met tablets en computers te spelen, zelfs tot in de slaapkamer. Aan de andere kant zijn ouders er ook van overtuigd dat media geen ‘must’ voor hun kinderen zijn en vinden ze dat kinderen beter iets anders kunnen doen dan met media bezig te zijn. Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek Iene Miene Media van het Nederlands Jeugdinstituut in opdracht van Mediawijzer.net onder ruim 1000 ouders van kinderen van 0 t/m 8 jaar. Mediawijzer.net roept ouders tijdens de Media Ukkie Dagen op om bewust te kiezen voor zowel kwaliteit van media als voor voldoende ‘offline’ speeltijd.

CIJFERS MEDIAGEBRUIK JONGE KINDEREN

  • Jonge kinderen besteden steeds meer tijd aan schermmedia als tablets en smartphones. Zo besteden kinderen van 1-4 jaar dagelijks tweeëneenhalf keer zo veel tijd (34 minuten) aan een tablet dan in 2012 (12 minuten).
  • Kinderen van 5-8 jaar maken met 15 minuten per dag tweeëneenhalf keer zo lang gebruik van een smartphone dan in 2012 (6 minuten).
  • De televisie neemt anno 2015 in de wereld van jonge kinderen nog steeds de meest prominente plaats in (1-4 jaar: 46 minuten per dag, 5-8 jaar: 53 minuten per dag).
  • 51% vindt dat ‘gewoon speelgoed’ beter is voor kinderen (slechts 6% is het hier niet mee eens) en 48% van de ouders vindt dat kinderen beter iets anders kunnen doen dan media gebruiken (slechts 8% is het hier niet mee eens).

De top-3 vragen waar ouders mee zitten in de mediaopvoeding zijn:

  1. Hoe garandeer ik de veiligheid van mijn kind online?
  2. Hoe kan ik bepalen of een website, app of spelletje goed is voor mijn kind?
  3. Wat is voor mijn kind een normale tijd om per dag gebruiken te maken van digitale media?

MEDIA IN DE SLAAPKAMER

Uit het onderzoek blijkt verder dat media steeds verder doordringen in de slaapkamers van jonge kinderen. De televisie (12%), de tablet (6%) en de spelcomputer (6%) zijn met een opmars bezig in vergelijking met afgelopen jaren. ‘Gewone’ kinderboekjes zijn nog altijd dominant aanwezig in de slaapkamer (87% heeft minstens een boekje op de slaapkamer). De toename van smart-media lijkt vooral toe te schrijven aan de groep jonge kinderen van 1-4 jaar.

Onderzoeker prof. dr. Peter Nikken van het NJI zegt hierover: “Veel ouders maken zelf regelmatig gebruik van schermen: op het werk, thuis en onderweg. Kinderen krijgen daardoor een belangrijk voorbeeld over hoe belangrijk media zijn. Voor hen is het dus steeds gewoner dat ze zelf ook media gebruiken op allerlei momenten van de dag en op allerlei plekken. Het is goed om ouders erop te wijzen dat zij voor een goede balans van activiteiten moeten zorgen: naast media moet er ook voldoende tijd zijn voor slapen, vrij spelen en met elkaar praten en lachen.”

OUDERS IN SPAGAAT: KIEZEN VOOR KWALITEIT

Mary Berkhout van Mediawijzer.net wijst ouders op tegenstelling uit het onderzoek. Berkhout: “De toename van media in de wereld van jonge kinderen kun je goed begeleiden door bewust te kiezen voor kwaliteit van media. Dat betekent voldoende balans in het mediagebruik en kiezen voor kwalitatief goede content als games, apps en YouTube-filmpjes.” Bovendien zijn schermmedia niet zonder meer voor de allerjongsten geschikt. Berkhout: “De laatste wetenschappelijke inzichten duiden erop dat schermgebruik door kinderen onder 2 jaar meestal niet bijdraagt aan hun ontwikkeling. Een blokkendoos is hiervoor veel waardevoller.”

» Download Hoofdresultaten – Onderzoeksverslag Iene Miene Media 2015

MEDIA VOOR UKKIES: KIEZEN OPVOEDERS VOOR KWALITEIT?

MUD Media Ukkie DagenHet onderzoek Iene Miene Media, dat is uitgevoerd door het Nederlands Jeugdinstituut in opdracht van Mediawijzer.net, is vandaag tijdens de aftrap van de Media Ukkie Dagen gepubliceerd. Deze jaarlijkse campagne ondersteunt opvoeders en professionals bij de mediaopvoeding van kinderen van 0 t/m 6 jaar.

Tijdens de Media Ukkie Dagen organiseren bibliotheken, Centra voor Jeugd & Gezin en vele partners van Mediawijzer.net activiteiten voor ouders en opvoeders rondom mediaopvoeding. Centraal staat de vraag hoe opvoeders een bewuste keuze maken voor kwaliteit van media. De Media Ukkie Dagen 2015 vinden plaats van 26 maart t/m 2 april. Ga voor meer informatie naar www.mediaukkies.nl.





Mooie oefening die elke school kan inspireren: wat van traditie, wat van innovatie?

26 03 2015

In de klas zijn leraren allemaal eclectisch. Ze maken een eigen mengvorm van nieuwe en oude elementen uit onderwijs. Het zorgt er voor dat bijvoorbeeld Margeret Brown in 2012 weinig verschil kon merken in de resultaten van traditioneel en progressief onderwijs in de UK.

Maar op vlak van visie ligt het vaak al een stuk anders, op het meso en macro niveau van onderwijs.

Joe Kirby werkt op Michaela, een school die Evidence Based wil werken en op zijn blog geeft hij een mooi overzicht wat de school van traditie meeneemt en wat van innovatie:

De afwegingen voor keuzes binnen traditie en innovatie zijn dan gebaseerd op onderwijsonderzoek (zie het belang van Evidence Based in deze school). De oefening op zich: wat van het traditionele, wat van innovatie, lijkt me een goed idee om als school mee aan de slag te gaan. Het is een andere benadering van visie-ontwikkeling. De kans is reëel dat je op andere lijstjes uitkomt dan dit van Joe Kirky, zelfs als je zelf ook zou uitgaan van onderzoek. Maar het maken van dergelijke afwegingen, het denkproces is op zich al waardevol.

 





Zeer interessant van Klokhuis: hoe zorgen winkels er voor dat we meer kopen?

26 03 2015

Alhoewel er wel wat vragen te stellen zijn bij neuromarketing (en wat er in het begin van de uitzending zit), toont deze video aan leerlingen wat er allemaal achter de werkelijkheid zit.

(gevonden via Kids en Jongeren marketing)





Spelbetrokkenheid bij peuters en kleuters verhogen: hoe doet de juf dat?

25 03 2015

Pedro:

Kleutergewijs.be draait momenteel duidelijk op volle toeren met zeer regelmatig boeiende blogposts voor het kleuteronderwijs. Zoals ook weer deze!

Originally posted on Kleutergewijs:

Emma loopt haar eerste dag stage in de peuterklas; ze kijkt vluchtig de klas rond. Waar ben ik nodig? Emma is overal en nergens in de klas; ze loopt – neen ze rent – van de ene hoek naar de andere en terug. Ze wil alle kleuters tezelfdertijd van de nodige aandacht voorzien… Maar is dat haalbaar? En meer nog: is dat noodzakelijk?

Neem plaats of laat ze met rust

Uit het onderzoek van Singer en Tajik (2014) omtrent de invloed van het gedrag van een pedagogisch medewerker op de spelbetrokkenheid van peuters in kinderdagverblijven en peuterspeelzalen blijkt dat een hogere spelbetrokkenheid wordt vastgesteld in twee situaties. Zo blijkt dat peuters beter betrokken zijn bij de spelactiviteiten wanneer de pedagogisch medewerker rustig, gedurende langere tijd, bij de kinderen plaats neemt (1), en wanneer enkele kinderen samen spelen op enige afstand en zonder directe bemoeienis van de pedagogisch medewerker (2). Te veel rondlopen daarentegen maakt dat de kinderen zelf ook beweeglijker zijn, en…

View original 326 woorden meer








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 7.152 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: