Nieuwe studie bevestigt nog maar eens: papier beter voor leren dan scherm

Het is een vraag die ik nog steeds vaak krijg: wat is nu best voor leren, papier of scherm? Al merk ik dat meer en meer mensen lijken te weten dat papier beter is. Deze studie bevestigt dit, terwijl de studenten toch liever digitaal lezen.

De essentie samengevat door de onderzoekers Singer & Alexander:

  • Students overwhelming preferred to read digitally.
  • Reading was significantly faster online than in print.
  • Students judged their comprehension as better online than in print.
  • Paradoxically, overall comprehension was better for print versus digital reading.
  • The medium didn’t matter for general questions (like understanding the main idea of the text).
  • But when it came to specific questions, comprehension was significantly better when participants read printed texts.

Abstract van het onderzoek:

This study explored differences that might exist in comprehension when students read digital and print texts. Ninety undergraduates read both digital and print versions of newspaper articles and book excerpts on topics of childhood ailments. Prior to reading texts in counterbalanced order, topic knowledge was assessed and students were asked to state medium preferences. After reading, students were asked to judge under which medium they comprehended best. Results demonstrated a clear preference for digital texts, and students typically predicted better comprehension when reading digitally. However, performance was not consistent with students’ preferences and outcome predictions. While there were no differences across mediums when students identified the main idea of the text, students recalled key points linked to the main idea and other relevant information better when engaged with print. No differences in reading outcomes or calibration were found for newspaper or book excerpts.

Onderweg Graag Offline

Blogcollectief Onderzoek Onderwijs

Regelmatig schrijf ik stukken over dat men niet kan multitasken en wat, als men wel probeert dit toch te doen, de gevolgen hiervan kunnen zijn. Meestal gaat het over leren en hoe multitasken tot slechter leren leidt, maar deze keer niet. Bij dezen, dus, mijn excuses hiervoor maar ik vond/vind dit veel te belangrijk om niets te zeggen omdat het volgende ‘incident’ zou een schoolgaand kind kunnen zijn.

Ik werd getriggerd om deze korte blog te schrijven door twee dingen. Enerzijds las ik een bericht in de krant dat het aantal auto-ongelukken en zelfs het aantal doden in het verkeer na jaren van daling weer aan het toenemen is. Anderzijds las ik een interessant artikel  over hoe autobestuurders afgeleid worden door hun smartphones.

Eerst het krantenartikel dat op 12 oktober jl. in Trouw stond. Volgens het artikel, is er in de afgelopen 4 jaar sprake van een 27% toename van…

View original post 435 woorden meer

De 10 slechtste onderwijslanden voor meisjes

Via de BBC ontdekte ik dit triest lijstje van landen waar meisjes het minst kans krijgen voor degelijk onderwijs:

  1. South Sudan: the world’s newest country has faced much violence and war, with the destruction of schools and families forced from their homes. Almost three-quarters of girls do not even make it to primary school
  2. Central African Republic: one teacher for every 80 pupils
  3. Niger: only 17% of women between the ages of 15 and 24 are literate
  4. Afghanistan: wide gender gap, with boys more likely to be in school than girls
  5. Chad: many social and economic barriers to girls and women getting education
  6. Mali: only 38% of girls finish primary school
  7. Guinea: the average time in education among women over the age of 25 is less than one year
  8. Burkina Faso: only 1% of girls complete secondary school
  9. Liberia: almost two-thirds of primary-age pupils out of school
  10. Ethiopia: two in five girls are married before the age of 18

De lijst werd opgesteld door de VN op basis van de de volgende criteria:

  • the proportion of girls without a primary school place
  • the proportion of girls without a secondary school place
  • the proportion of girls completing primary school
  • the proportion of girls completing secondary school
  • the average number of years girls attend school
  • female illiteracy rates
  • teacher training levels
  • the teacher-pupil ratio
  • public spending on education

En Syrië? Wel, voor sommige landen zoals Syrië was er te weinig data voorhanden.

Een andere benadering van de seksuele praktijken van jongeren: van risico naar avontuur (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Als jongeren zich online met seks en seksualiteit bezighouden, wordt dat bijna altijd gezien als risicogedrag. Bij sexting ligt de focus bijvoorbeeld op reputatieschade, pesten, afpersing, kinderporno, dwang en zelfs zelfmoord. Vanuit feministische hoek is hier kritiek op: genderstudiesonderzoekers vragen aandacht voor het plezier dat jongeren aan online seksuele praktijken beleven en de positieve invloed die online seksuele zelfverkenning kan hebben. Zulk onderzoek wil vooral jongeren zelf aan het woord laten. Dat is ook de insteek van antropoloog Marijke Naezer, die jarenlang onderzoek deed met Nederlandse jongeren van 12 tot 18 jaar. In een recent artikel [open access] stelt ze dat beter is om de online seksuele praktijken van jongeren te benaderen als avonturen.

Naezer baseert zich op zowel etnografisch veldwerk in het oosten van het land en online, als een survey onder 679 jongeren. De steekproef daarvan is niet representatief en bevat meer LHBT-jongeren dan de populatie.

Valse dichotomie tussen veilig en onveilig 
In onderzoek met jongeren naar seksualiteit wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen veilige en onveilige praktijken. Naezer stelt dat die dichotomie niet houdbaar is. Zo wijst ze erop dat studies zich vaak richten op stranger danger online en contacten met familie en bekenden uitsluiten als veilig, terwijl het werkelijk risico juist bij die laatste groepen ligt. De dichtomie stigmatiseert bovendien bepaalde groepen mensen (denk aan hiv en homomannen) en wekt de valse indruk dat er zoiets bestaat als veilige seks: elke seksuele handeling brengt bepaalde risico’s met zich mee. De nadruk op gevaar resulteert erin dat jongeren weerhouden worden bepaalde online activiteiten te ondernemen. Daarmee beperkt het de seksuele vrijheid van jongeren. Bovendien wordt als het dan toch gebeurt en misgaat, de schuld bij jongeren zelf gelegd – denk aan sexting. De schaamte die daarbij komt kijken kan slachtoffers ervan weerhouden hulp te zoeken.

Een avontuur is een ervaring zonder zekere uitkomst. Naezer betoogt dat haar avontuur-benadering drie voordelen heeft.

1. Een onderscheid maken tussen risico en uitkomst
Niet alle risicovolle situaties eindigen negatief. De jongeren die Naezer onderzocht wisselden sexy beeldmateriaal uit, hadden seksuele gesprekken en bekeken seksueel expliciet materiaal. Daar zaten ook positieve ‘uitkomsten’ aan: verveling tegengaan, complimenten krijgen, flirten met potentiële partners, intimiteit ervaren, opgewonden raken, iets leren over seks én weten hoe je hulp vraagt indien er wel problemen ontstaan. Er zijn ook praktijken die veilig zijn maar onplezierig, bijvoorbeeld omdat jongeren het saai vinden.

Een exclusieve nadruk op onplezierige uitkomsten doet geen recht aan de ervaring van jongeren, ook in kwantitatieve zin. Ze vroeg haar respondenten hun laatste ervaring met sexting te evalueren. 46 procent zei dat het (heel erg) leuk was, 43 procent noemde het neutraal/normaal. Slechts tien procent vond het (erg) onplezierig. Over iets seksueels doen voor de webcam (wat 77 respondenten hadden gedaan): 47 procent (heel erg) leuk, 35 procent normaal/neutraal en 18 procent (erg) onplezierig. Als het ging om porno kijken vonden haar respondenten dat opwindend (58%), grappig (25%), goed om te weten waar porno over gaat (17%), informatief (13%), leuk om met vrienden over te praten (9%). 19 procent kruiste ‘onplezierig’ aan. Seksuele avonturen kunnen dus niet alleen onprettige, maar ook prettige uitkomsten hebben, of beide.

2. Risico’s ook als mogelijk constructief zien 
Iets doen dat risicovol is – kajakken of rafting – kan heel empowerend werken, een gevoel van controle geven, positief en plezierig zijn. Sekspositieve genderstudiesonderzoekers hebben laten zien dat ook op het gebied van seksualiteit gevaar niet tegengesteld is aan plezier, maar juist in nabije verhouding ermee staat.

Naezer sprak bijvoorbeeld met meisjes over Chatlokaal een Chatroulette. De verwachting (het ‘risico’) daar naakte mannen te treffen was onderdeel van de lol die ze aan die sites hadden, precies omdat ze niet wisten wat die mannen gingen doen. Als die mannen masturbeerden, seksuele vragen stelden of seksuele verzoeken deden, leidde dat tot enorme hilariteit onder de meisjes.

3. De subjectieve en dynamische aard van risico’s zien
Wat voor de één een acceptabele, alledaagse praktijk is, is voor een ander super ongemakkelijk. Hoe iemand risico ziet, is afhankelijk van iemands persoonlijke inschatting, wat weer afhangt van iemands sociale normen, en van iemands positie in de maatschappij. Risico’s moeten ook in hun context beoordeeld worden. Kortom, risico’s zijn subjectief en dynamisch.

Volwassenen vinden sexting al snel dom: gewoon niet doen is hun devies aan jonge mensen. Sommige jongeren zelf vonden dat het prima kon, bijvoorbeeld omdat ze een relatie hadden en elkaar vertrouwen. Sociale positie en machtsstructuren hebben invloed op de inschatting die jongeren maken. Zo speelde bij homojongens mee dat er minder risico op slutshaming was, maar wel een risico van homofoob pesten mocht een foto toch uitgelekt worden.

Een voor volwassenen wellicht onverwacht risico is betrapt worden tijdens online seksuele activiteiten, bijvoorbeeld bij het porno kijken. Dat andere mensen (ouders, vrienden) weten hoe je je seksueel voelt kan een ongewenste uitkomst zijn, zowel als het gaat om het object van begeerte als om vrienden. Het risico dat je bekend komt te staan als hoer of homo of sociale uitsluiting kan voor jongeren belangrijker zijn dan het ‘risico’ een naakte man aan te treffen via een chatsite.

Implicaties
Marijke Naezer stelt een totaal ander perspectief voor dan wat we dagelijks horen in de media en van opvoeders. Ze benadert jongeren niet als passieve slachtoffers die ‘blootgesteld’ worden aan seksuele risico’s, maar als actoren die actief de kansen en uitdagingen van sociale media te lijf gaan. De drie aspecten van haar avontuur-benadering betekenen dat we een ander gesprek moeten hebben over jongeren en online seks. We moeten vooral met jongeren praten in plaats over ze, en we moeten daarbij aandacht hebben voor de complexiteiten, de verscheidenheid en de tegenstellingen die horen bij de online seksuele praktijken van jongeren.

Klaskit – boekbespreking

Tja, ik zou liegen als ik niet zou toegeven dat ik zeer blij ben met deze recensie. Dank!

Jörgen van Remoortere

Onderzoeker een pedagoog Pedro De Bruyckere brengt in dit boek de onderwijswetenschap je klaslokaal en school binnen.
Daarbij schrijft Pedro zoals hij spreekt. Als je al eens een ‘talk’ van hem hebt gehoord of bijgewoond dan hoor je hem spreken terwijl je dit boek leest: toegankelijk, vermakelijk en toch serieus.

Na het lezen van Klaskit – tools voor topleraren, besef ik me terdege welk complex vak wij uitoefenen als leerkrachten. Waar we mee te maken hebben is een diverse groep individuen die we iets willen bijbrengen. De factoren die daarbij allemaal een rol spelen zijn legio. Als een iets-ervaren docent vind ik het al lastig om daar iedere keer weer een optimale mix in zien te vinden. Laat staan dat je als beginnend docent dit boek leest. Ik kan me dan zomaar voorstellen dat je niet weet waar te beginnen. Mijn tip: begin met één ding, waar jij op dit moment…

View original post 447 woorden meer

Modernisering SO: ook Katholiek Onderwijs Vlaanderen stelt nu dat 1 september 2018 onmogelijk is geworden

Het is een rode draad geweest in de berichtgeving over de onderwijsactualiteit, ook op deze blog: de modernisering van het secundair onderwijs en de link met de eindtermendiscussie. Er is tot vandaag geen akkoord over zelfs maar de uitgangspunten van de nieuwe eindtermen, waardoor de kans dat er nieuwe eindtermen zullen zijn op 1 september 2018 onmogelijk is geworden, laat staan dat er leerplannen of handboeken zouden zijn op basis van die eindtermen of dat de scholen er op voorbereid zouden zijn.

De voorbije maanden maakten eerst de topvrouw van het GO Raymonda Verdyck dit duidelijk, gevolgd door oa het OVSG en onlangs de VLOR. Enkel de koepel van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen hield de boot nog af, maar vandaag brengt de Morgen dat ook zij nu aangeven dat het onmogelijk wordt.

De voorbije weken sprak ik verschillende schooldirecteurs die gelijkaardige dingen stelden als de directies die in De Morgen aan bod komen. De onzekerheid op de werkvloer is groot. Hoe kun je met nieuwe vakken starten die geen eindtermen hebben, terwijl misschien andere vakken verminderen of verdwijnen die wel nog in de oude eindtermen staan.

De reactie van de minister zet nu de deur op een kier:

Crevits zegt nu dat ze voor eind oktober alle onderwijsverstrekkers wil uitnodigen om over de startdatum te praten. “Het is de grootste hervorming van de voorbije 20 jaar en het is in het belang van leerlingen, leraren en schoolteams dat er kwaliteitsvol van start kan worden gegaan. Ik begrijp de zorgen van het onderwijsveld, al zijn er scholen die volgend schooljaar graag willen beginnen. Sowieso gebeurt de invoering heel geleidelijk, startend in het eerste jaar van het secundair onderwijs.”

Maar mag ik even verder denken? De kans dat de modernisering start op 1 september 2019 of 2020 wordt ook met de dag kleiner. Waarom? Alle partijen zijn momenteel al helemaal in verkiezingsmodus. Een belangrijk dossier als de eindtermen nog helemaal laten landen wordt dan moeilijker. Tegelijkertijd zullen er partijen zijn die denken dat ze misschien de volgende minister van onderwijs kunnen leveren en dat ze dan die modernisering al dan niet kunnen bijsturen naar hun visie. Voor hen is het dan wellicht handiger dat die nog modernisering nog niet begonnen is…

Tegelijk is het – denk ik – ook voor de huidige regeringsploeg duidelijk aan het worden dat een slechte start van de modernisering dodelijker kan zijn dan uitstel.

Hoe ga je dropouts tegen: 4 aanpakken met wetenschappelijke onderbouwing

Het What Works Clearinghouse maakte een rapport over het tegengaan van dropouts in onderwijs. WWC staat bekend om hun volgen sommigen te strenge selectie van evidence-based aanpakken. Dus wat door de filter raakt, is dubbel interessant:

  • Sterke Evidentie:
    • Engage students by offering curricula and programs that connect schoolwork with college and career success and that improve students’ capacity to manage challenges in and out of school. (lees hier meer)
  • Matige Evidentie:
    • Provide intensive, individualized support to students who have fallen off track and face significant challenges to success. (lees hier meer)
    • For schools with many at-risk students, create small, personalized communities to facilitate monitoring and support. (lees hier meer)
  • Beperkte Evidentie:
    • Monitor the progress of all students, and proactively intervene when students show early signs of attendance, behavior, or academic problems. (lees meer hier)

Lectuur op zaterdag: wiskunde en tekenfilms, myth busting wel een goed idee, AI en doodzonden

De weekendbijlage bij deze blog: