Even over onderwijseconomisch onderzoek

Het voorbije weekend merkte ik op sociale media dat sommige mensen verbaasd reageerden op een uitspraak van professor Wouter Duyck in de Zevende Dag op Eén dat één leesniveau stijgen op 7 jaar gepaard gaat met meer dan 6000 dollar hoger loon op later leeftijd.

Dit soort onderzoek duikt vaker op en terwijl je bedenkingen kan hebben bij het economisch redeneren binnen het onderzoek, toont het wel het belang van onderwijs aan voor ook de economie. Is het economische dan het enige belangrijke? Nee, natuurlijk niet. Er is nog veel meer, maar het wegzetten is ook niet slim, zo zijn er ook correlaties tussen inkomen en gezondheid, hoe lang mensen leven, enz.

De voorbije jaren is er een hele tak ontstaan van economisch onderzoek naar onderwijs. Een van de bekendste economen die zich met het onderwijsdebat heeft gemoeid is James Heckman. Ik las veel van dergelijke onderzoeken en vaak boeiend, maar ik moet Christian Bokhove wel gelijk geven als het bij sommige papers – voor alle duidelijkheid, niet bij niet deze – wel soms wat begint te lijken op een ‘fishing trip’, waarbij in enorme databanken naar mogelijke correlaties gezocht wordt die altijd wel te vinden zijn, maar niet noodzakelijk inzicht geven of echt wel relevant zijn.

Anderzijds: voor een nieuw wetenschappelijk werk dat ik aan het schrijven ben de voorbije dagen zeer veel niet-economisch onderzoek doorgenomen en die opmerking kan ook gelden voor ander onderzoek, waarbij ik wel moet toegeven dat ik me soms in de krochten van de wetenschap (lees predatory journals) bevond.

Wiskunde in de kleuterklas: ook de spontane aandacht voor hoeveelheden speelt mee

Kleutergewijs

Seppe wordt vijf jaar en trakteert op zelfgebakken koekjes. Nadat alle kleuters een koekje hebben gekregen, piept Lena stiekem in de doos en roept ze: “Juf! Er zijn nog drie koekjes over, mag ik nog eentje?”

Geweldig toch, hoe Lena spontaan opmerkt dat er nog exact drie koekjes over zijn. Maar welke rol speelt deze “spontane aandacht voor hoeveelheden” in de rekenontwikkeling van kleuters? Daar heb ik de voorbije jaren aan het Centrum voor Instructiepsychologie en -Technologie (KU Leuven) onderzoek naar gedaan. Wat blijkt? Kinderen die op jonge leeftijd meer spontaan hun aandacht focussen op hoeveelheden in alledaagse situaties, worden betere rekenaars in de lagere school.

Spontane aandacht voor hoeveelheden: wat is het en waarom is het belangrijk?

Bij wiskunde in de kleuterklas denken we onmiddellijk aan tel- en rekenactiviteiten waarbij de leerkracht wiskunde aanbrengt op een speelse, maar expliciete manier, zoals samen tellen hoeveel kleuters er in de kring…

View original post 895 woorden meer

Tips voor academici: hoe schrijf je voor het brede publiek? (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

In de meest recente editie van Political Communication verscheen een kort stuk [betaalmuur] van Edward Burmila met tips voor politicologen die graag voor een breder publiek willen schrijven. Uiteraard zijn die adviezen ook relevant voor andere academici die hun inzichten willen delen met meer mensen dan hun collega’s. Allereerst het waarom: gelezen worden is prettig. Je hebt impact en je kennis doet ertoe.

1. Oefen
Bloggen is een ouderwetse term aan het worden, maar academici doen er goed aan een bij te houden. Een blog helpt met ervaring opdoen met een niet-academische manier van schrijven: snel, bondig en toegankelijk. Het helpt daarbij als je een idee hebt van je denkbeeldige publiek (hier bij Diep is dat: iemand werkzaam met jongeren of in de media, met een academische opleiding). Bouw een routine op (bijvoorbeeld elke dag) en verwacht niet te veel: een blog is een middel, geen doel op zichzelf.

2. Ga uitdagingen te lijf
Er is een groot verschil tussen schrijven voor peer-reviewed journals en het bredere publiek. Je hebt veel minder tijd, wat je schrijft moet aandacht trekken en je publiek wil niet veel moeite doen om je te begrijpen, en het redactionele proces ziet er anders uit. Deadlines verschillen sterk – mijn eigen advies is daarbij dat je er zo vroeg mogelijk bij moet zijn. Opiniepagina’s plannen vaak meerdere weken vooruit, al is er altijd ruimte voor een hyper-actueel stuk. Burmila schrijft:

“This is where blogging proves its worth. I’ve hardly generated Earth-shattering insights via blogging, but after a decade of regularly updating it with about 500 words per day I have reached a point as a writer at which I can produce a quality first draft of an opinion/commentary piece around 800 words in under an hour (unless substantial research is required). This is not a business in which dragging one’s feet is a good idea. There are plenty of writers out there, and if you cannot work quickly it is likely that one of them will scoop your idea.”

Het is vaak beter om een stuk eerst te pitchen, in plaats van al helemaal te schrijven. Onthoud: ook die pitch moet bondig en aantrekkelijk zijn.

3. Breng variatie aan
Begin met regelmatig schrijven voor je eigen voldoening. Oefen met pitches en vraag deskundigen uit de media om advies. Denk niet dat je alles al kan:

“One certainty, though, is that trying to get into a popular magazine can be every bit as humbling as submitting to American Political Science Review(APSR). The writing styles are very different, and you’re likely to find out that you’re not as good a writer as you think at first. But this is a skill worth pursuing for faculty in an era in which our worth is regularly called into question.”

4. Lees geen comments
Het maakt niet uit voor welke titel je schrijft: lees de reacties eronder niet. Burmila zegt daarover (en ik ben dat met hem eens):

“They will range from bizarre to threatening to inane. Even if your writing is brilliant, it is still the Internet.”

Diep verzorgt al jaren workshops populair schrijven voor academici aan, op maat gemaakt. Neem contact op voor meer info. 

Enkele internationale stemmen over Klaskit

In maart 2018 komt de Engelstalige versie van Klaskit uit en de voorbije maanden hebben verschillende internationale experts het boek gelezen op vraag van mijn Britse uitgever. Het voorwoord van Daniel Willingham kan ik nog niet met jullie delen – spijtig genoeg -, maar deze wil ik jullie niet onthouden:

Dylan Wiliam, Emeritus Professor of Educational Assessment, UCL (yep, zie hier)

“The last few years have seen a number of excellent books about how recent research, particularly from psychology, can be used to improve teaching, but Pedro De Bruyckere’s The Ingredients for Great Teaching is one of the best of the crop.  In a highly readable and engaging style, he sifts through recent educational research, and helps the reader figure out which research studies can be relied on, which need to be taken with a grain of salt, and which need to be ignored completely. Anyone involved in teaching will gain a tremendous amount by reading this book. Highly recommended.”

Eric Kalenze:

If you’re seeking to improve your knowledge of education research but unsure where to start, you won’t find a better gateway book than this. Its insights are scholarly enough to inspire future study, yet practical enough to be applied in first period tomorrow.

Nick Rose

Pedro de Bruyckere helped to reveal the lack of evidence behind many intuitively appealing ideas within teaching in his previous book. In Ingredients for Great Teaching he takes the next logical step – pointing teachers towards the more reliable evidence about teaching and learning they can use in the classroom. This excellent and accessible book represents an important contribution to one of the major foundations of professionalism in teaching; expertly describing the evidence-informed, scientific insights that teachers can use to make deliberate choices for the benefit of their pupils and students.

 

Lectuur op zaterdag: opinies na PIRLS, Lost Einsteins en breincelmythes

De weekendbijlage bij deze blog:

Vooral mannen zijn slachtoffer van doxing (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Doxing (of doxxing) betekent het online zetten van iemands privégegevens. Het is een eng idee dat iemand je telefoonnummer of adresgegevens publiceert, zodat kwaadwillenden je ook offline lastig kunnen vallen of identiteitsfraude kunnen plegen. In een recente studie [volledige toegang] is kwantitatief onderzocht wie slachtoffer van doxing worden en wie de daders zijn. De onderzoekers hopen met hun lopende onderzoek bij te dragen aan tools die slachtoffers beschermen.

NB: het betreft een paper dat in november op een conferentie is gepresenteerd en dus nog niet peer-reviewed is.

De onderzoekers verzamelden 1.737.887 posts van de sites pastebin.com, 4chan.org en 8ch.net, sites waarop regelmatig gedoxt wordt. Ze schreven software die hielp herkennen welke bestanden dox-bestanden betroffen, dat waren er in totaal 5.530. Daarvan werden er 464 met de hand gecodeerd.

Kenmerken van slachtoffers

  • De leeftijd ligt tussen de 10 en 74 jaar, met een gemiddelde leeftijd van 21,7;
  • Het zijn vooral mannen: 82,2%;
  • Bijna tweederde woont in de VS;
  • De gegevens die meestal openbaar gemaakt worden zijn de geboortedatum, de echte naam en NAW-gegevens. Daarnaast werd vaak informatie ingesloten over familieleden.
  • Minder vaak worden ook schoolnaam, gebruikersnaam, internetprovider, IP-adres, wachtwoorden, uiterlijke kenmerken, BSN-nummer, creditcardinformatie of andere financiele gegevens bekend gemaakt.

De slachtofferkenmerken zouden te maken kunnen hebben met de selectie van sites.

Motivaties van daders

In ongeveer een vijfde van de gevallen kon afgeleid worden waarom een persoon gedoxt werd. ‘Rechtvaardigheid’ werd daarbij het meest genoemd (14,7% van doxes waarbij een motivatie was gegeven). Het ging dan bijvoorbeeld om mensen die anderen hadden gescamd. Daarnaast kwam wraak het meeste voor (11,2%): omdat iemand een partner had ‘gestolen’ of omdat iemand een aandachtshoer was geweest. Veel minder vaak werd politiek genoemd (1,1%), bijvoorbeeld het ousten van leden van de Ku Klux Klan.

Beter geen business as usual… (over #pirls en wat te doen)

Deze opinie verscheen eerder op de website van Knack.

Het is leuk als er goed nieuws is over ons Vlaams onderwijs, maar deze week is er vooral slecht nieuws te rapen. Uit het PIRLS-onderzoek blijkt dat de Vlaamse leerlingen het meest achteruit gingen voor begrijpend lezen in West-Europa. Concreet betekent dit dat de 10-jarigen van vandaag veel slechter informatie uit teksten kunnen halen dan hun leeftijdsgenoten 10 jaar geleden. In tijden van kenniseconomie en informatie-overaanbod is dit erg, en dan heb ik het nog niet over tijden van fakenews.

PIRLS toont het probleem, maar dergelijk onderzoek toont niet direct mogelijke oorzaken. Toch laat het onderzoek toe enkele belangrijke redenen uit te sluiten. Op Twitter werd al snel de link gelegd met migratie, maar ook kinderen die bij wijze van spreken nog nooit een migrant van dichtbij zagen, gaan achteruit. Mocht je denken dat het aan alle mogelijke vormen van ICT en sociale media zou liggen, sorry, maar de meerderheid van de landen gaan vooruit in het onderzoek en neem van mij aan: die kinderen gebruiken vaak net nog meer technologie dan onze kinderen. Het onderzoek toont ook dat kinderen minder goed presteren bij minder ervaren leerkrachten – iets wat we al langer wisten – maar: ook bij de meer ervaren leerkrachten gaan de prestaties achteruit. Er is ook goed nieuws: de kloof door sociale achtergrond is eindelijk veel kleiner geworden. Spijtig genoeg lijkt het door een collectieve achteruitgang.

Zijn er dan geen aanwijzingen voor mogelijke oorzaken. Enkele zaken vallen inderdaad op. De instructietijd die aan lezen besteed wordt, is in Vlaanderen opvallend laag. En ook: onze kinderen én onze ouders lezen opvallend minder vaak graag. Ook opvallend: in bijna elk onderzoek zie je een positief effect van professionalisering. Dit onderzoek bevestigt dat Vlaamse leerkrachten te weinig professionaliseren, maar nog meer opvallend: professionalisering zou hier eerder een negatief effect hebben. Maar opgelet: dit onderzoek meet veel, maar natuurlijk niet alles. Internationaal wordt bijvoorbeeld ook een link gelegd tussen goed begrijpend lezen en hoeveel teksten leerlingen ook voor andere vakken te verwerken krijgen. Iemand als een E.D. Hirsch legt de daling van het Franse onderwijs bijvoorbeeld bij de mindere focus op kennis, kennis die je nodig hebt om teksten te kunnen begrijpen. En eerlijk: ik vrees dat ik nog wel een tijdje door kan gaan met mogelijke oorzaken.

Ondertussen merk ik dat verschillende agenda’s bovengehaald worden en dan niet per se om noodvergaderingen vast te leggen. Nee, een pleidooi voor meer geld hier, een pleidooi voor masters in basisonderwijs daar, en vergeet zeker ook niet de betere begeleiding van jonge leerkrachten. Allemaal belangrijke discussies, maar eerlijk: het gevaar lonkt al snel dat we zo overgaan tot business as usual.

De onderzoekers geven terecht aan dat er geen mirakeloplossingen bestaan. Als we een dergelijke achteruitgang zien, dan betekent dit concreet dat we naar veel moeten kijken. Dan gaat het over én de eindtermen, én de leerplannen, én de pedagogische begeleiding, én de opleiding van leerkrachten. Er is nog meer: de leesbevordering kan en mag niet beperkt blijven tot de leerlingen, maar de ouders spelen hierin ook nog een cruciale rol.

Hierbij is het interessant te kijken naar landen die een opvallende verbetering getoond hebben qua begrijpend lezen. Engeland, lang een kneusje geweest in vergelijkende studies, doet het opvallend beter. Dit hoeft niet per se te verbazen. De voorbije jaren bleek al uit verschillende studies dat de kinderen in de UK opvallend meer en liever begonnen te lezen. Maar opgelet: vergelijkende pedagogiek leert ons ook dat je niet zomaar een model van uit het buitenland kan overnemen en denken dat het zal werken.

Een andere optie is om niks te doen en te wachten. Maar weet dat begrijpend lezen cruciaal is om bijvoorbeeld op 15 jaar de opdrachten te lezen van PISA, die andere vergelijking waar we goed op scoorden. Voorlopig?

Werkt actief leren? Goede vraag, maar de verkeerde!

Blogcollectief Onderzoek Onderwijs

Aantonen dat actief leren werkt is lastig. Maar een combinatie van actief leren en andere onderwijsvormen kan diep leren stimuleren. Deze blog verscheen ook als column in Didactief (december 2017). Hier een iets andere versie!

Laatst was ik spreker bij een conferentie samen met Doug Bernstein, emeritus hoogleraar aan de University of Illinois en eredoctor Psychologie aan de University of South Florida. Hij hield een boeiende keynote met de titel ‘Werkt actief leren? Goede vraag, maar de verkeerde’. Hierin trok hij een vergelijking met de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen de vraag ‘werkt de psychotherapie?’ populair was, terwijl de vraag eigenlijk had moeten luiden: welke therapieën leiden tot een klinisch betekenisvolle vooruitgang, wie voert deze uit en op welke manier, bij welke cliënten met welke problemen, en hoe duurzaam zijn de voordelen? Bernstein constateert dat er nauwelijks goed onderzoek is dat bewijst dat actief leren…

View original post 594 woorden meer

Wat moet op school allemaal aangeleerd worden, een nieuwe update

Sinds deze zomer hou ik bij wat volgens de goegemeente – of beter volgens bronnen in de media – allemaal aan bod moet komen in het onderwijs. (En ik heb melken wegens te lokaal niet opgenomen). Heb ik iets gemist, laat het me weten!

Ik neem ook bewust geen standpunt in of iets goed of slecht is. Het is gewoon een overzicht.

Vandaag vul ik aan:

Dit was de lijst tot nu toe: