Grafiek van de dag: wat mensen denken als ze “almost certainly”, “probably”, etc horen (en de bron!)

Deze grafiek doet al een dag de ronde op twitter:

Nu, ik kan het dan wel niet laten om even te zoeken waarop dit gebaseerd is. Het eerste dat ik vond was dat de grafiek prijzen heeft gewonnen voor visualisatie van data. En dan heb ik zelf prijs: Het experiment gebeurde oorspronkelijk bij 23 NATO-officieren, maar werd onlangs gerepliceerd.

Wiskunde buiten!

Kleutergewijs

Rekenen, sorteren, ordenen, meten, vormen, patronen en andere ontdekkingen in de buitenlucht. Mooi weer, dus tijd om buiten te spelen. Het klaslokaal mag al eens leeg blijven. Buitenspel biedt heel wat speel- en ontdekmogelijkheden, ook op vlak van wiskunde. Wie weet nodigt de buitenspeelomgeving in en om jouw school wel uit tot wiskundig spel? Kijk eens met een wiskundebril naar buiten en zie en creëer ontdekmogelijkheden.

Pimp de buitenspeelomgeving

Waarom zou de buitenspeelomgeving niet even divers en rijk kunnen zijn als de binnenspeelomgeving? Om genoeg speel- en ontdekmogelijkheden te bieden is het belangrijk dat kinderen toegang hebben tot allerlei vind- en gerecycleerde materialen: stukken boomstam, stenen, fietsbanden, zand, water, keitjes, takken, schelpen, bakjes en mandjes, planken en vele andere sensorische materialen. Zorg voor potjes, manden, buizen, schepjes, een kruiwagen, maatbekers, lepels… om het handelen met de materialen te stimuleren. Plaats oude tafeltjes en of kastjes buiten om werkruimte te creëren…

View original post 329 woorden meer

Sluikreclame op vlogs flink in het vizier van het Commissariaat voor de Media (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Er gelden strenge regels voor de manier waarop er reclame gemaakt mag worden in de media, maar YouTube is nog steeds een onontgonnen terrein. Dat heeft vloggers in staat gesteld veel geld te verdienen met het aanprijzen van spullen op een manier die op televisie nooit zou mogen. Omdat deze vloggers zich richten op jongeren (en soms kinderen) zijn de zorgen daarover extra groot. Het Commissariaat voor de Media heeft onderzoek gedaan om vast te stellen hoe groot de omvang van sluikreclame is. De conclusie:

“In bijna 90% van de vlogs en clips zijn duidelijk een of meerdere merken of producten te zien. In meer dan 60% van die gevallen komen merken en producten niet terloops aan bod, maar krijgen ze nadrukkelijk de aandacht. Die aandacht is vaak (zeer) positief. Bij meer dan 75% van de video’s waarin merken en/of producten aan bod komen, is onduidelijk of het al dan niet om betaalde aandacht gaat.”

Het Commissariaat heeft nog niet de bevoegdheid hier tegen op te treden zoals het dat wel kan bij radio en televisie. Europese wetgeving is in de maak, maar dat duurt lang. Daarom wordt er nu ingezet op zelfregulering. Het orgaan gaat in gesprek met vloggers, online content creators en multichannel networks (bedrijven die online makers helpen met hun bereik begroten en sponsoren binnenhalen). Ze zullen dus, bij gebrek aan wetgeving, een beroep doen op makers om zich beter te gedragen. Daarnaast willen ze om de tafel met koepelorganisaties op het gebied van opvoeding en mediawijsheid, wat er op wijst dat de verantwoordelijkheid ook bij de gebruiker wordt gelegd. Mediawijsheid wordt vaker ingezet als manier om gebruikers te ‘wapenen’ tegen schadelijke effecten van media, zonder dat makers aan banden worden gelegd.

Niet alle vlogs
Nieuwsuur besteedde aandacht aan het onderzoek van het Commissariaat en er verschenen berichten van de NOS. Hierop reageerden vloggers op Twitter dat de gevonden negentig procent hen erg hoog in de oren klonk. Het is daarom belangrijk goed te kijken naar de gehanteerde steekproef. Eerst zijn op basis van aantallen abonnees de twintig populairste Nederlandstalige kanalen van vloggers en online influencers vastgesteld. Van deze zijn vervolgens per kanaal aselect vijf video’s geselecteerd. Deze steekproef van honderd video’s in totaal is vervolgens geanalyseerd.

Dat betekent dat de uitspraken alleen gelden voor de populairste kanalen. Zij die veel abonnees hebben, gebruiken hun bereik om geld te verdienen met sluikreclame. Dat is een weinig verrassend inzicht. Het gebrek aan wetgeving laat alle ruimte en hoe meer abonnees je hebt, hoe groter de kans dat je onder contract komt bij een bureau. De uitspraken gelden niet voor andere vlogs. Bezorgde ouders doen er daarom goed aan gewoon eens wat vlogs te bekijken van het kanaal dat hun kroost graag kijkt.

Het is niet pedagogiek versus wetenschap

Enkele jaren geleden kwam Gert Biesta spreken op onze hogeschool. Boeiende lezing waarin hij zijn bekende uitgangspunten verduidelijkte. Achteraf volgde wel een klein gesprek en mailwisseling want ik schrok ervan hoe hij zich afzette tegen Evidence Based Education. Of beter: hoe hij zich afzette tegen een karikatuur van EBE die ik niet herkende, ook niet als zelf pedagoog zijnde.

Ja, ik merk zelf ook wel dat cijfers vaak misbruikt worden, maar zelden door wetenschappers zelf. Zo vond ik het persoonlijk heel erg dat er een boekje met enkel de grafiekjes van Hattie uitkwam, omdat de meerwaarde van zijn werk vooral zat in de tekst naast de grafiekjes. Zinnen als ‘huiswerk werkt niet’ of ‘kleinere klassen maken geen verschil’ zijn een vereenvoudiging die even weinig zeggen en even fout kunnen zijn als een dooddoener als ‘het kind staat centraal’.

Oh, geschrokken van die laatste? Ik kan die zin namelijk al vervangen door een vraag: staat het kind centraal of moet de toekomstige volwassene centraal staan? En kijkende naar de drie-indeling van Biesta, kun je je verder afvragen of enkel het kind centraal moet staan. En als het niet enkel het kind is dat centraal moet staan, staat het kind dan nog wel centraal? En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.

Er woedt al een tijdje een verwante discussie over zelfontdekkend leren versus instructie en de voorbije 2 weken leverde dit het nodige vuurwerk op in de Nederlandse commissie onderwijs tussen oa Paul Kirschner en Luc Stevens. Onder andere deze passage maakt dit duidelijk:

Stevens, een van de geestelijk vaders van Onderwijs 2032, liet zich niet zo snel uit het veld slaan. Hoe wordt de kennis waar Kirschner over spreekt, verworven, vroeg hij de Kamerleden? Kleine kinderen leren moeiteloos hun moedertaal. Van dat vermogen kun je op school ook gebruik maken. Niet dus, oordeelde Kirschner, hier worden biologisch, evolutionair ontstaan primair en secundair leren met elkaar verward. Leren op school is secundair en echt iets anders.

Is dit een tegenstelling tussen pedagogiek en wetenschap? Ik mag hopen van niet. Dan zou pedagogiek geen wetenschap zijn, eerst en vooral. Wel is het een tegenstelling tussen verschillende wetenschappen, cognitieve psychologie versus iets dat meer pedagogisch geïnspireerd is.

Stevens heeft ook een punt als hij dit zegt:

Onderwijs is ook opvoeden tot maatschappelijke verantwoordelijkheid, aldus Stevens. Het onderwijs heeft ook ‘een pedagogische opdracht. Die is bij alle vakken aan de orde.’ Moeten we het dan niet eens hebben over pedagogische kerndoelen voor 2032?

Behalve de boeiende vraag in welke mate die doelen voor 2032 veel zullen verschillen met deze van 2012 of eerder, is onderwijs volgens mij inderdaad meer dan kennis- of vaardighedenoverdracht.

Hoe valt dit allemaal te rijmen? Voor mezelf staan drie vragen in onderwijs centraal: hoe, wat en waarom. Het meer technische ‘hoe’ kreeg de voorbije jaren veel input van onderwijskunde en psychologie. Het wat en waarom is het domein van visie, je kan het zelfs ideologie noemen, of beter nog de studie van ideologieën. Ideologie is dan voor mij geen scheldwoord, maar gewoon…

…een geheel van ideeën over de mens, menselijke relaties en de inrichting van de maatschappij, dat leeft binnen een maatschappelijke groep, met name een politieke partij, een denkstroming of een sociale klasse.

Onderwijskundigen en cognitief psychologen focussen misschien wel op het hoe, maar geven ook input over het wat en waarom. Concreet: als er de vraag naar meer creativiteit is, dan zullen verschillende cognitief psychologen zeggen dat kennis (wat) nodig is om creativiteit aan te leren (waarom). Maar ook een puur theoretische pedagogiek – in de mate dat die al zou bestaan – zegt vaak niet enkel iets over het wat en waarom, vaak zeggen ze heel over het ‘hoe’. Er is onder andere een hele strekking van Rousseau-geïnspireerde denkers die een pak vertellen over hoe onderwijs zou moeten vorm gegeven worden. En verschillende van die antwoorden op het ‘hoe’ zouden mijn inziens ondertussen op zijn minst best wat genuanceerd worden door voortschrijdend inzicht. Fijn toch dat we al wat verder geraakt zijn dan de tijd van Locke en Rousseau? De uitspraak dat zelfontdekkend leren voor basiskennis de ongelijkheid tussen leerlingen met verschillende achtergronden kan vergroten wordt door verschillende onderzoeken uit verschillende onderzoeksdomeinen bevestigd en is iets waarmee we best in bepaalde pedagogische visies rekening houden. Dit is net zoals er in zowel onderwijskunde en psychologie ooit het idee van leerstijlen ontstond en deze nu ook beter ten grave gedragen worden door voortschrijdend inzicht.

Wetenschap is ook discussie en discussies tussen verschillende onderzoeksdomeinen zijn vaak moeilijk. Maar daarom niet minder nodig.

Lectuur op zaterdag: veerkracht, causaliteit, neuro en alternative facts

De weekendbijlage bij deze blog:

En tot slot nog deze brief van een zevenjarige die zogezegd van zijn school de opdracht kreeg meer te gamen

Leraren opleiden doe je samen

Wat Kris hier zegt? +1! (en oja, ik herinner me nog de tijd dat ik zelf in de lerarenopleiding zat mét oefenschool, een ware luxe!).

DUURZAAM ONDERWIJS

We hebben sterke lerarenopleidingen nodig. Daarover is iedereen het eens. Maar daarvoor heb je sterke banden nodig tussen alle betrokken partners. Op conferenties over onderwijs komt er vaak een moment waarop het gaat over dingen die niet zo goed lopen (“onze leraren spelen nog te weinig in op culturele en sociale diversiteit” of “er wordt te weinig gedifferentieerd”), en dan is er altijd wel iemand die de arm in de lucht steekt en zegt: “de lerarenopleiding moet daarvoor zorgen”. Meestal gaat er dan een zucht van instemming door de zaal. Als lerarenopleider bekruipt me dan steeds een onbehaaglijk gevoel: het lijkt dan even alsof lerarenopleidingen instituten zijn die los van onderwijs werken, maar wel alle problemen van onderwijs eigenhandig moeten, en kunnen, oplossen. Dat kan natuurlijk niet.

Leraren opleiden is een gezamenlijk, volgehouden, doorgedreven project. Alle betrokken partijen (overheid, koepels, stagescholen, lerarenopleidingen, studenten en onderwijsondersteuners) moeten samen aan het zeel…

View original post 534 woorden meer