Engelse versie van mytheboek, Urban Myths about Learning and Education nu te koop

“Jongens zijn slimmer dan meisjes”, het boek dat Casper en ik in 2013 schreven werd al meer dan 5000 keer verkocht en nu is er ook een Engelstalige versie, Urban Myths about Learning and Education. Paul Kirschner kwam er als auteur bij want in plaats van het boek simpelweg te vertalen, hebben we het hele boek zowat herschreven. Nee, dit wil niet zeggen dat het eerste boek fout was. Wel hebben we een pak meer onderzoek toegevoegd die de voorbije 2 jaar verscheen of die nog een extra licht op het lemma kan werpen. In totaal groeide het boek met zowat 20000 woorden.

2 mythes sneuvelden in de herwerking, niet wegens fout, wel omdat ze minder relevant leken voor een internationaal publiek, 2 nieuwe mythes werden toegevoegd, waaronder eentje rond een een uitspraak van een welbepaalde, bekende sir in het onderwijs.

Het boek is nu wereldwijd te koop, en dus ook in Nederland en België verkrijgbaar.

2 manieren om je leerlingen en studenten betere notities te laten maken

In dit onderzoek experimenteerden Dung Bui en Mark McDaniel met het mogelijks verbeteren van hoe leerlingen notities nemen. In een les met 144 studenten over automechanica werden er random 3 groepen gemaakt:

  • 1 groep kreeg een structuurblad van de les
  • 1 groep kreeg schema’s van de stukken van de wagen waarover de les zou gaan met daarop de belangrijkste punten benoemd
  • 1 groep kreeg als controlegroep… een wit blad.

Na dit deel van de les moesten alle studenten hun papieren afgeven en werden ze gedurende een half uur afgeleid met een woordtest (die niks ter zake deed) en vervolgens werden de studenten op de al dan niet nieuw verworven kennis van automechanica getest. Eerst door “free recall”, schrijf alles op wat je nog van het eerste lesdeel weet, vervolgens door een reeks van vragen en ten slotte een tekstanalyse test (om te kijken hoe goed ze structuur en informatie uit een tekst kunnen halen).

Zeer opvallende resultaten:

  • los van hoe sterk een student was, bleken alle studenten met structuurblad beter te scoren op de ‘free recall’.
  • Sterke studenten met structuurblad deden het beter op de vragen, echter zwakkere studenten hadden hier geen voordeel bij.
  • Sterke én zwakke studenten hadden wel duidelijk voordeel van de schema’s.

Dit experiment werd gedaan bij een technisch vak, waardoor we niet met zekerheid kunnen zeggen of dit voor andere vakken een gelijkaardig effect kan hebben.

Abstract van het onderzoek:

The current study examined the effects of providing learning aids during a lecture on later test performance, and its relationship to structure-building ability. Before taking notes on an audio lecture, participants were either given a skeletal outline, an illustrative diagram, or no learning aid at all. After the lecture, participants were given a free recall test and a short-answer test that probed understanding of target concepts (requiring explanation). For low-ability structure builders, outlines improved free recall but not short-answer performance compared to the no-aid control condition. By contrast, providing high-ability structure builders with outlines improved free recall and short-answer performance (relative to the control). An illustrative diagram improved free recall and short-answer performance compared to the control condition, regardless of structure-building ability. Thus, these aids are generally useful for improving learning while listening to a lecture. Implications for the more specific enhancement patterns for low-ability structure builders are discussed.

 

Hoe kun je als ouder je kind motiveren tijdens de examens?

Pedro:

De video wordt opgehangen aan deze tips, maar zit vol met kleinere aandachtspunten.
Tip 1: Leef mee met je kind (en controleer niet de hele tijd) (of ook toon interesse maar overdrijf niet).
Tip 2: Koop geen cadeaus
Tip 3: Blijf zelf rustig

Originally posted on Leren.Hoe?Zo!:

Met de examens opnieuw vlak voor de deur, deel ik graag dit filmpje van Klasse waarin ouders heel wat do’s en don’ts meekrijgen om hun zoon en/of dochterlief te steunen en te motiveren tijdens de examenperiode.

View original

Drones zijn niet autonoom, net als straaljagers (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

In Star Wars hebben robots agency. C3PO en R2D2 doen wel wat hen wordt opgedragen, maar ze hebben ook een eigen wil. Ze zijn geantropomorfiseerd: we kennen ze menselijke kwaliteiten toe. In het universum van Star Wars is dat heel normaal. Klonen en droids opereren er autonoom. In de Terminator-franchise worden we gewaarschuwd voor technologie die zelfbewust wordt. Ook daarin zijn de machines zelfstandig handelend. Mensen zijn niet meer nodig.

Apparaten en robots in onze tijd zijn dat niet. Toch worden drones op eenzelfde manier voorgesteld. We maken een onderscheid tussen de drone en de mens die hem bedient. Zo hoeft die mens geen verantwoordelijkheid te nemen voor wat hij de drone laat doen. In het ergste geval, bij het Amerikaanse leger, is dat mensen vermoorden.

Socioloog Nathan Jurgenson hekelt de scheiding tussen echt en virtueel. Hij noemt dit digitaal dualisme: cyberspace wordt voorgesteld als een fundamenteel andere wereld dan de ‘echte’. Hij bekritiseert dit idee, omdat volgens hem het web geworteld is in bestaande lichamen, ruimtes en politiek. Vergelijkbaar schrijft hij nu over drones. Met drones maken we een verdere scheiding tussen het digitale en het vleselijke, waarbij we makkelijk kunnen doen alsof de drone niet bestuurd wordt, alsof de ‘acties’ van de drone niet de verantwoordelijkheid zijn van menselijke beleidsmakers.

“Too stuck in the idea that agentic intentionality is frozen in time and space, we often anthropomorphize the drone simply because the pilot’s physical body isn’t inside of it. We sometimes hear reports that a drone fired missiles in a way that we don’t describe a fighter jet firing its own missiles. The drone and fighter pilots are equally near the trigger and equally “near” that which is being shot. Indeed, the many hours of intimate video surveillance that the drone pilots watch might bring them even closer to the battlefield than the fighter pilots who scream past at Mach-whatever. This everyday drone fiction–the “autonomous” and “unmanned” deceits–are obscurant of the reality for those at either end of the drone’s sights.” (bron)

De drone en de straaljager lijken meer op elkaar dan dat ze verschillend zijn. Ze hebben beiden een bestuurder. Jurgenson legt het nader uit aan de hand van de Curiosity, de rover op Mars. Daarover werd zelfs gezegd dat hij selfies nam. Bij de Curiosity is dat allemaal leuk en aardig, maar de drones op aarde doen toch echt andere dingen. Het is daarom beter om niet langer te spreken over ‘onbemande’ drones, maar duidelijk te maken dat mensen erachter zitten en aansprakelijk zijn en blijven.

Lectuur op zaterdag: het analoge kantoor van de toekomst, generatie TED en creepy speelgoed van Google

De weekendbijlage bij deze blog:

Waarom tv-series maar geen kunst worden: het probleem van eindes (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

We leven in de derde Gouden Eeuw van televisie: series van nu zijn van ongekend hoge kwaliteit. Ze vertellen iets over de tijd waarin we leven en hoe we ons daartoe verhouden (zie dit stuk over dystopie en nostalgie in series). Televisieseries kunnen zich nu meten met films en kunnen meer dan ooit beschouwd worden als een vorm van kunst. Goede schrijvers, goede acteurs, hoge budgetten en veel verdiepingsmogelijkheden zijn daar debet aan.

Toch legt het genre van televisie nog steeds een grote beperking aan het kunstgehalte van series. Het grote probleem zit in hoe een serie te eindigen? Series kunnen zomaar stopgezet worden bij tegenvallende kijkcijfers en dan is het verhaal misschien nog niet af. October Road is daar een voorbeeld van: de makers schreven voor de fans daarom een losse seriefinale die alleen op DVD beschikbaar was. Series kunnen ook succesvoller zijn verwacht en vragen om meer seizoenen. Een verhaal wordt dan uitgerekt – wat natuurlijk niet altijd ten goede komt aan de serie.

In The American Reader schreef tech-journalist David Auerbach een typologie van series op basis van hun vertelstructuur. Auerbach heeft geen achtergrond in mediawetenschap, maar zijn analyse is inzichtelijk. Ik neem zijn indeling hierover, aangevuld met voorbeelden die voor Nederlandse kijkers herkenbaar zijn.

The Steady-State Model

Het traditionele model laat een stabiele staat zien. Er is een uitgangspunt, maar iedere aflevering staat op zichzelf en kan begrepen worden zonder dat je de vorige aflevering gemist hebt. Een voorbeeld is The A-Team: de premisse wordt verteld in de openingstune en iedere aflevering gebeurt er iets. Het team wordt constant opgejaagd, maar daarin zit nauwelijks ontwikkeling. Zo kunnen er eindeloos veel afleveringen gemaakt worden.

Auerbach rekent soaps hier ook onder, al is dat niet helemaal juist. Bij soaps kan je wel een aantal afleveringen missen (je bent zo weer bij), maar er zit wel een opbouw in het verhaal dat zich verder strekt dan het niveau van de afzonderlijke aflevering.

The Expansionary Model

Dit model bouwt zichzelf uit. Er komen steeds meer verhaallijnen en meer karakters, waardoor het verhaal uitdijt. Making it up as you go along. Het meest vervelende voorbeeld is Lost. De schrijvers leken zelf wel verdwaald in het verhaal. Er kwam geen einde aan en toen er een einde was, sloot dat niet aan op de vele lijnen die waren uitgezet. Ook Twin Peaks is hier een voorbeeld van. Voor makers David Lynch en Mark Frost was het veel belangrijker een bepaalde sfeer neer te zetten, in plaats de moordenaar van Laura Palmer te ontmaskeren.

Het probleem met zulke series is dat ze per seizoen steeds naar een hoogtepunt streven en ieder seizoen wordt dat hoogtepunt epischer. Auerbach noemt als voorbeeld Buffy The Vampire Slayer: de  inzet werd steeds hoger waardoor de serie als geheel doelloos werd. True Blood leed aan diezelfde kwaal. Auerbach vindt dit artistiek leeg:

“As long as there is no imagined or projected end to a work, then any aspect of that work devoted only to advancing toward that end is artistically worthless, since it is intrinsically in bad faith. There are sometimes worthwhile side effects, such as a satire of the very aimlessness of the work, but the life of the continuity plotter is not a happy one. Even a declared end to a title is a Pyrrhic victory, since none of the continuity established to that point was created with the idea that an end would ever come.”

The Big Crunch

Sommige series hebben bij het begin wel al een idee over de beslissende finale. Er worden aanwijzingen gegeven die aan het einde allemaal zouden moeten optellen. Dat betekent niet dat het einde van te voren vaststaat, maar wel dat er duidelijke richtingen voor dat einde zijn. Battlestar Galactica en Breaking Bad zijn hier voorbeelden van.

Het lastige aan dit model is dat het verhaal erg wordt uitgerekt als de eerste seizoenen succesvol zijn. Omroepen willen dan immers dat de serie lang blijft lopen. De makers weten dan niet precies wanneer het einde zal zijn en dat heeft consequenties voor wat ze kunnen en mogen vertellen. Ook dit leidt tot creatieve armoede, oftewel tot “arty and impressionistic set pieces, … , lashbacks, dream sequences, and redundant exposition. And quotes from Dante”.

Auerbach hekelt de makers van zulke series. Hij stelt dat ze zich in dit model filmregisseurs wanen die onterecht menen zonder inmenging van de omroepen hun kunst te kunnen maken.

Mythologie

Auerbach vat het geheel samen in een schemaatje. Mythos verwijst naar de algemene verhaallijnen, de oorsprong van de serie zogezegd.

auerbach_chart_31-620x181

Nieuw model?

Auerbach schreef zijn artikel in 2013. Er ontbreekt een model dat we misschien vaker gaan zien. American Horror Story en True Detective werken met op zichzelf staande seizoenen. Ieder seizoen vertelt één verhaal, waarbij het einde van het seizoen dus aan het begin voor de makers al vaststaat. In het volgend seizoen wordt een nieuw verhaal verteld. Bij American Horror Story zijn de acteurs en thematiek grotendeels hetzelfde over de seizoenen heen. Dit model staat zowel verdieping als een werkelijk einde toe.

In de derde Gouden Eeuw van televisie draait alles om nieuwe vormen van verhalen vertellen. Televisie is daarvoor geschikt omdat karakters veel beter uitgebouwd kunnen worden. Hoe meer seizoenen, hoe gelaagder de karakters worden. Het grote nadeel van televisie is de afhankelijkheid en onvoorspelbaarheid van kijkcijfers. Het is bijzonder treurig dat deze blijven functioneren als een rem op de esthetische mogelijkheden van het door velen zo verfoeide medium.

Lees ook: Ketchup en het uitblijven van orgasmes: finales van televisieseries

Weg met de zwart-wittelevisie

Pedro:

Dit stuk van Kris moet iedereen gewoon lezen:
” Duurzaam leren wordt bevorderd door het slimme ineenschuiven van theorie en toepassing, van kennis en vaardigheden, van directe instructie en inductief leren, en dat zowel binnen één les als over verschillende lessen heen. Veel leerkrachten weten dat intuïtief en passen het principe ook al jarenlang toe. Ze geven een streep theorie en doordesemen die directe instructie met sprekende voorbeelden van concrete toepassingen, ze geven hun leerlingen meteen na de directe instructie de kans om de aangereikte (vaak theoretische) informatie toe te passen en tot leven te zien komen in een concrete casus, en gebruiken die oefening dan meteen om de theorie verder uit te diepen. Ze geven leerlingen praktische oefeningen die theoretische vragen uitlokken. Puzzelstukken worden in mekaar geschoven en maken samen een rijker beeld. Dat is niet “en-en”, dat is “in-in”. Dat is geen serieschakeling, dat is synergie. Expliciete instructie over taal ingebed in een functionele taaltaak; een voorbeeld uit het leven van de leerlingen gegrepen in een theoretische uitleg; een klassikale bespreking in de afronding van een uitdagend groepswerk; een theoretische uitleg van een leerkracht dat een duo tijdens een praktische oefening weer uit het slop helpt; een huiswerk dat vraagt om een concrete levensechte toepassing die tijdens het volgende contactmoment theoretisch wordt geïnterpreteerd. Toepassingen maken theorie begrijpelijker én zinvoller; toepassingen maken duidelijk waarom theorie ertoe doet; toepassingen maken duidelijk hoe de theoretische aannames werken en in mekaar klikken. En theorie maakt duidelijk wat er achter de concrete toepassing zit; theorie helpt leerlingen om de transfer van de ene toepassing naar de andere te ‘zien’. Als toepassing en theorie zo goed in mekaar klikken dat ze mekaar verrijken, dan is de kans groot dat er bij leerlingen ook een klik ontstaat. “

Originally posted on Duurzaam Onderwijs:

De 16-jarige Alice mocht vorige week op tv in gesprek gaan met minister van onderwijs Hilde Crevits. Aanleiding was een blogbericht dat Alice schreef (zie de link onderaan dit bericht). Daarin vroeg ze zich luidop af of alle energie die ze stak in het studeren voor toetsen en examens wel iets opleverde. Veel kennis die ze in haar hoofd propte, was ze meteen na de toets alweer vergeten, en haar eigen honger naar kennis en diepere inzichten werd niet gestild in de nochtans uitdagende studierichting (Latijn-Moderne Talen) waarin ze zit. Op tv vroeg Alice zich af of er niet wat meer ruimte in het curriculum moet komen voor de toepassing van al die theoretische kennis. Ze sloeg de nagel op de kop, en Crevits kon haar alleen maar gelijk geven.

We hebben aan het eind van de vorige eeuw veel zwart-witdiscussies gevoerd over onderwijs. Kennis of vaardigheden? Directe instructie of…

View original 376 woorden meer