Overbezorgde ouders verpesten met mobiele technologie de zomerkampen van hun kids

Een blogpost van Linda Duits die eerst verscheen op dieponderzoek.nl en die gaat over zomerkampen in de VS, maar die ik ook wel een stuk herken in Vlaanderen (de bezorgdheid), al wellicht en hopelijk minder extreem (de overbezorgdheid).

Zomerkampen zijn een belangrijke traditie in de VS. Meer dan elf miljoen kinderen gaan jaarlijks een paar dagen of weken weg. Ze doen er voornamelijk buitenactiviteiten zoals zwemmen en paardrijden. Een aantal kampen heeft educatieve doeleinden, andere zijn meer gericht op avontuur. Het idee is altijd dat je even weg bent van je ouders en dat je nieuwe vrienden maakt. Dat wordt nu belemmerd door ouders die hun kinderen weigeren los te laten en steeds via mobiele technologie contact met hen zoeken.

De Amerikaanse nieuwsorganisatie NPR bericht dat de meeste zomerkampen internettoegang verbieden. Slechts bij tien procent is het toegestaan mobieltjes te gebruiken. Constant contact met de ouders verhindert kids namelijk deelname aan de activiteiten en het vormen van vriendschappen. Het zijn de ouders die niet tegen deze regels kunnen. Zij geven kinderen soms twee mobieltjes mee: één om in te leveren en één om te verbergen zodat papa of mama contact kan houden. Ook worden mobieltjes verstopt in knuffels.

Jeugdonderzoeker Barry Garst zegt tegen NPR:

“We started to hear from camp directors a number of years ago that parents were the most problematic areas of a camp experience. … Not weather, not water safety, not grizzly bears. Nope, it’s parents who call daily demanding reports on their kids, who expect to hear from the camp director about every skinned knee. … The No. 1 concern is the separation that parents feel, and the difficulty in accepting a different type of communication with their child when their child is at camp.”

De digitale detox van een zomerkamp is het moeilijkst voor de ouders, kinderen wennen vrij snel. Ouders vallen kampleiders lastig met overbezorgde telefoontjes. Kampen die ouders tegemoet komen door zelf foto’s en filmpjes online te plaatsen ontkomen hier ook niet aan:

“”They’ll get that phone call: ‘Hello, camp director, I was on your website and I don’t see them. Are they OK? Were they sent to the hospital?’” [says Garst]. “They dissect every picture,” agrees Jeff Grabow, the director of Camp Echo. “It can throw a first-year parent into a spiral. Very often we’ll have children playing a game and in the background they might see their child looking up at the sky, and we’ll hear, ‘My son or daughter looks sad.’”

Die constante controle is niet goed voor de ontwikkeling van kinderen. Ze blijven afhankelijk van hun ouders, heimwee gaat niet weg en het is moeilijker voor ze om zelf problemen op te lossen. Zomerkamp was een plek waar de volwassen wereld van ouders echt gescheiden was van de kinderwereld. Wat zegt het over ouders van nu dat zij die splitsing zo dwarsbomen?

Bij elke volgende aankondiging uit Silicon Valley zie ik deze video van The Onion

Heb niks tegen mensen die geld (willen) verdienen, maar deze video is meesterlijk gemaakt in stijl en feel.

Hoeveel boeken las jij uit deze top 10?

De voorbije weken waren nogal bijzonder en gisteren kwam er terug een leuke verrassing. The Guardian publiceerde een lijst van 10 boeken die elke leerkracht zou moeten gelezen hebben en de Engelstalige versie van Jongens zijn Slimmer dan Meisjes bleek er 1 van.

Maar de lijst is sowieso interessant. Zelf heb ik zes van de onderstaande boeken gelezen, aan hoeveel kom jij?

Mooi doel voor onderwijs: toekomstbestendig leren als alternatief voor 21ste eeuwse vaardigheden

Paul Kirschner werkte de voorbije maanden hard aan een onderzoek en rapport over een vraag die in en over onderwijs vaak gesteld wordt: hoe kunnen we kinderen opleiden voor jobs die nog niet bestaan. Het rapport (download het hier) is er nu en bevat in de samenvatting een passage met een mooi concept: toekomstbestendig leren als alternatief voor 21ste eeuwse vaardigheden.

Lees even mee:

Er veel gesproken en geschreven wordt over 21e-eeuwse vaardigheden maar een analyse daarvan laat zien dat deze vaardigheden duidelijk noch eenduidig zijn, dat zij steeds veranderen zowel qua aantal als inhoud, en dat zij voor het grootste deel vaardigheden zijn die ook in de 20e en zelfs in het 19e eeuw noodzakelijk waren. Eigenlijk zijn de enige vaardigheden die echt als 21e-eeuws aangemerkt kunnen worden:

  • Informatiegeletterdheid: het kunnen zoeken, identificeren, evalueren (van de kwaliteit en betrouwbaarheid van bronnen) en effectief gebruiken van verkregen informatie en
  • Informatiemanagement: het kunnen vastleggen, beheren en delen van verkregen informatie.

Belangrijker is te spreken over toekomstbestendig leren: Het verwerven van de vaardigheden en houdingen die nodig zijn om op een stabiele, bestendige manier te blijven leren in onze snel veranderende wereld.

 

Wat gebeurt er met kinderen die lastige eters zijn?

Deze studie geeft inzichten voor alle ouders met kinderen die niet zo makkelijke eters zijn, dit zijn kinderen die sommige zaken niet willen eten en dus behoorlijk selectief kunnen zijn in wat ze wel of niet eten. Het is weliswaar een kleine studie met slechts 61 proefpersonen waarvan slechts 17 selectieve eters waren als kind, maar ze maakte wel gebruik van longitudinale data. Kinderen waarvan men checkte hoe lastig ze waren als eter toen ze nog jong waren, werden hiervoor opnieuw opgezocht als ze 23 waren.

En wat blijkt?

  • A proportion of selective eaters continue into adulthood with similar eating patterns as during childhood.
  • Participants who were selective eaters for > 6 years prior to age 11 remained selective at age 23.
  • There is evidence of onset of selective eating during adolescence or young adulthood.
  • There was no increased eating disorder psychopathology, excessive thinness, or obesity in selective eaters compared with non-selective eaters.

Dus selectief zijn als kind bij het eten wil niet per se zeggen dat ze later als volwassene selectief zijn al kan het zeker wel. Maar er is ook kans op ook vice versa: sommige van de deelnemers werden lastiger qua eten tijdens de adolescentie. Misschien het belangrijkste nieuws voor ouders: selectief etende kinderen lopen volgens dit – terug eerder kleine – onderzoek niet meer risico om later eetstoornissen te ontwikkelen.

Abstract van het onderzoek:

Objective

The aim of this study was to examine the prevalence and course of selective eating, the stability of its behavioral profile over time, and the presence of eating disorder psychopathology among selective eaters in a non-treatment seeking cohort of young adults followed longitudinally from birth to age 23.

Method

A prospective design tracking a subset of the original participants from the Stanford Infant Growth Study (n = 216) who had been followed since birth. At age 11, 120 participants had completed all assessments. The current study included a subset of the original participants who, at age 11, had completed all assessments (n = 120) and, at age 23, had current contact information available (n = 62) and agreed to participate (n = 61).

Results

Of the 61 young adults, 17 (28%) were identified as selective eaters at age 23. The selective eating-related behaviors reported during adulthood were similar to those endorsed during childhood. New onset selective eating cases were reported during adolescence or young adulthood by 35% of the selective eating sample. Participants who were selective eaters for > 6 years prior to age 11 remained selective at age 23. There was no evidence of increased eating disorder psychopathology, excessive thinness, or obesity in selective eaters compared with non-selective eaters.

Conclusions

These results suggest that a proportion of selective eaters continue from childhood into adulthood with similar eating patterns; new onset selective eating occurs in adolescence or young adulthood; and selective and non-selective eaters at age 23 do not differ with regard to weight or eating psychopathology.

Deze meta-analyse legt een kleine bom onder docentenevaluaties door studenten

Deze studie van Uttl, White en Gonzales passeerde al eerder mijn pad maar gisteren deelde Casper ze omdat het werk nu op ScienceDirect staat. Waarover gaat het? Deze nieuwe meta-analyse kijkt naar welke link er bestaat tussen hoe studenten hun docenten evalueren en hoe effectief die docenten zijn. Of nog concreter: leren studenten het meest van docenten de ze best beoordelen in docentenevaluaties? Het antwoord is overduidelijk: er is geen link:

  • Students do not learn more from professors with higher student evaluation of teaching (SET) ratings.
  • Previous meta-analyses of SET/learning correlations in multisection studies are not interprettable.
  • Re-analyses of previous meta-analyses of multisection studies indicate that SET ratings explain at most 1% of variability in measures of student learning.
  • New meta-analyses of multisection studies show that SET ratings are unrelated to student learning.

Dit wil dus niet zeggen dat je minder leert bij populaire lesgevers of vice versa, wel dat er geen verband is. In feite is dit – zoals de onderzoekers zelf aangeven in hun werk – niet helemaal onlogisch. Het is perfect in te beelden dat je een zeer fijne les krijgt, waar je weinig van oppikt. In de discussie op Twitter naar aanleiding van de tweet van Casper kwam er een mooi voorbeeld:

Waarop Casper deze relevante blogpost over Lewin en ‘pseudo-teaching’ aanbracht

Nu, zowat elke hoger onderwijs instelling bevraagt zijn studenten over hun docenten. Moet men hier nu mee stoppen? Wellicht niet, het is niet slecht om te weten hoe studenten lessen ervaren. Tegelijk pleit deze meta-analyse wel voor zeer grote voorzichtigheid met het koppelen van consequenties aan deze beoordelingen.

Disclaimer: voor wie zou denken dat ik dit onderzoek breng omdat mijn resultaten op dergelijke beoordelingen negatief zouden zijn: nope :).

Abstract van het onderzoek:

Student evaluation of teaching (SET) ratings are used to evaluate faculty’s teaching effectiveness based on a widespread belief that students learn more from highly rated professors. The key evidence cited in support of this belief are meta-analyses of multisection studies showing small-to-moderate correlations between SET ratings and student achievement (e.g., Cohen, 1980, 1981; Feldman, 1989). We re-analyzed previously published meta-analyses of the multisection studies and found that their findings were an artifact of small sample sized studies and publication bias. Whereas the small sample sized studies showed large and moderate correlation, the large sample sized studies showed no or only minimal correlation between SET ratings and learning. Our up-to-date meta-analysis of all multisection studies revealed no significant correlations between the SET ratings and learning. These findings suggest that institutions focused on student learning and career success may want to abandon SET ratings as a measure of faculty’s teaching effectiveness.

 

Niet Minecraft op school, maar je oude school op Minecraft

Deze student uit Taiwan had heimwee, heimwee naar zijn oude school. Dus… bouwde hij zijn oude school na op Minecraft. Met zeer veel oog voor detail, trouwens (ik hou echt van het zwembad). Het kostte de goede man 2 jaar en het is nog steeds niet klaar…

 

Waarom moeilijk beter is …

Mooie video via Tommy Opgenhaffen!

Leren.Hoe?Zo!

Wanneer het op leren aankomt, is moeilijk, in de juiste omstandigheden, vaak beter dan (te) makkelijk. Dit werd door Dr. Robert Bjork omschreven als “desirable difficulties”. In dit fragment legt hij uit wat hij precies bedoelt met dit concept en waarom ‘gewenste moeilijkheden’ ervoor kunnen zorgen dat je aan het eind van de rit meer geleerd zult hebben.

View original post 16 woorden meer

Lectuur op zaterdag: illuminati, fuzzies, edutoerisme en meer.

De weekendbijlage bij deze blog:

Tot slot, misschien hebben we niet meer programmeurs nodig en moeten we op school niet leren programmeren, maar wel meer ‘Fuzzies’: