Dit is de winnaar van de jongeren vlog-wedstrijd over Gender stereotypen: Gender Roles 2.0

31 08 2014

Sensoa en Mediaraven riepen eerder dit jaar jongeren via een wedstrijd op om tevloggen tegen stereotypen die de ronde doen over klassieke man/vrouw verhoudingen of holebi’s. Een vlog is een ‘video-blog’, een populaire manier bij jongeren om hun mening te geven via een filmpje op YouTube. Tom De Cock (MNM) maakte op 30 augustus de winnaars bekend.

En dit is de absolute winnaar: Flippo Life (Anton Olbrechts) met Gender Roles 2.0.

Er zijn nog winnaars, die kan je hier bekijken!





MSN Messenger gaat nu echt sterven

31 08 2014

Tiens, Messenger was toch al lang stopgezet, sinds 2012? Ja en nee. Microsoft heeft de voorbije jaren mensen naar Skype doen overschakelen, maar in China bleef Messenger, de ondertussen 15 jaar oude tool, nog steeds gebruikt worden.

Ah, Messenger, ooit zo veel gebruikt, zo populair. Even populair bij jongeren als Facebook, Snapchat, Whatsapp, in de jaren die er na kwamen.

Maar nu gaat volgens de BBC op 31 oktober 2012 2014 definitief de stekker er uit ook voor de Chinezen. En ja, je mag je nu even oud voelen.





Een belofte inlossen: besparen in onderwijs

30 08 2014

Nog voor de nieuwe naam van de huidige minister van onderwijs bekend was, schreef ik al een klein briefje met daarin een belofte. In dat stuk beloofde ik namelijk ook dat ik zou nadenken over mogelijke bezuinigingen. De voorbije maanden heb ik hier behoorlijk over gevloekt, eerlijk gezegd. Alles wat ik bedacht, bleek of niet haalbaar of kostte soms zelfs meer.

Maar belofte maakt schuld. Ik zou nu een paar voorbeelden kunnen geven waarmee je geld kan besparen in onderwijs. Sterke leerlingen door versnellen sneller door het onderwijs laten lopen onder andere waar onder andere Carl van Keirsbilck vaak voor pleit. Maar dat geld zou ik niet als besparing willen zien, want dat geld moet je dan inzetten om de leerlingen die meer moeite hebben (en waar zittenblijven vaak de aangewezen weg lijkt) net te ondersteunen maar ook om de sterke leerlingen uit te dagen. Let ook, die sterke leerlingen kunnen zwak zijn voor bepaalde vakken en vice versa. Dit is een structurele verandering, maar besparing wellicht niet. Schaalvergroting kan kosten besparen, maar zoals Geert Devos en Fons van Wieringen uitlegden op de NGVO-studiedag gaat dit maar tot zekere hoogte op. Vanaf een bepaalde grootte en zeker bij bepaalde praktijken (‘Mexicaans leger van papieren experts’) betekent schaalvergroting net een meerkost. Onderzoeken wat er zoal dubbelop bestaat in onderwijs en die dubbels wegwerken kan ook een piste zijn, maar kan politiek zeer gevoelig liggen. De rationalisering van richtingen is hier een voorbeeld, maar er zijn er nog en sommige staan ook in het regeerakkoord.

Uiteindelijk bleek de ironie dat investeren de beste besparing kan zijn. Laat me het voorbeeld nemen van scholenbouw. Iets waar al jaren op bespaard is. Hoeveel scholen die ik bezoek scoren qua verwarming, isolatie,… eufemistisch gesteld, barslecht. Dit zijn hierdoor blijvende grote kosten die door de juiste investering een pak lager zouden kunnen. We weten dat een groot verloop van leerkrachten binnen scholen de kwaliteit van het leren doet dalen, wat terug verlies betekent. Investeren in begeleiding en ondersteuning kan hier ook weer leiden tot besparen.

Probleem is dat deze 2 voorbeelden, en er zijn er nog, vooral besparingen betekenen op lange termijn. En hier knelt het schoentje. We leven vandaag in tijden van schaarste. Het doet me moeite dit woord te gebruiken terwijl we uit elfendertig soorten confituur in de winkel kunnen kiezen (waarbij perenstroop momenteel aangeraden wordt), maar de overheid heeft geld tekort. Schaarste verwijst ook bewust naar het boek van Mullanaithan en Shafir waarin de 2 onderzoekers beschrijven hoe schaarste (ook bvb in tijd door te druk) ervoor zorgt dat we vooral beslissingen op korte termijn nemen. We gaan eerder repareren, en vorige reparaties herstellen, dan kijken wat het slimste is op lange termijn.

Hoe los je dat op? Mullanaithan en Shafir stellen dat speelruimte de aangewezen methode is om tunnelvisie door schaarste te voorkomen. De stresskip in mij reageert dan onmiddellijk dat dit makkelijk praten is, als je al schaarste hebt. Toch argumenteren de twee dat bewust een stuk van je budget, een deel van je tijd, een deel van het takenpakket van je personeel open en ongebruikt te laten kostenbesparend kan zijn. In hun boek beschrijven ze een mooi voorbeeld van hoe een ziekenhuis kampte met een tekort aan operatiekwartieren. De oplossing bleek een operatiekwartier niet meer in te roosteren. Je leest het goed: iedereen kloeg dat er operatiekamers tekort waren, en de regel werd ingevoerd dat 1 van de 4 kamers niet meer gebruikt zou worden… voor geplande operaties. Het succes was zeer groot. Waarom? Omdat alle operatiekamers volgeboekt werden, konden spoedoperaties makkelijk roet in het eten gooien en de hele planning onmogelijk maken. Op het einde van de dag bleken geplande patiënten niet meer geopereerd te kunnen worden of werd het nachtwerk voor gestresseerde dokters en verpleegkundigen. Uit onderzoek van de roosters bleek ook dat de druktepiek steeds vooraan in de week voorkwam, omdat men zelf al onbewust een buffer inplande naar het einde van de week om de overgebleven patiënten te behandelen. De ironie was dat dan vaak operatiekwartier leeg stonden. De maatregel had als gevolg dat de stress daalde en de schaarste aan operatiekamers verdween.

Ik ben geen econoom, alhoewel ik wel zie hoe mensen als Krugman en De Grauwe waarschuwen voor te strikt besparen en eerder pleiten voor investeren. Dan komt al snel de boodschap dat we daarmee de volgende generaties in de schulden steken. Dat klopt en moet voorkomen worden. Maar het is cruciaal te kijken wat de grootste schuld op lange termijn veroorzaakt. Een investering bijvoorbeeld in gebouwen kan voor minder schuld in de toekomst zorgen, zeker nu de leningen zo laag staan. Maar dan moeten die gebouwen wel zo ontworpen worden dat ze en duurzaam en multifunctioneel zijn. Los nog van de brede school gedachte. Er komt wellicht ook terug een periode met minder kinderen en dan is het handig dat die gebouwen ook snel voor andere doeleinden gebruikt kunnen worden tot de volgende babyboom.

De belangrijkste investering is in speelruimte met zicht op lange termijn.





Lectuur op zaterdag: privacy, wetenschap, Finland en relirock

30 08 2014

De weekendbijlage bij deze blog:





PISA in Focus: wanneer is competitie tussen scholen goed en wanneer slecht?

30 08 2014

Een nieuwe PISA in Focus bekijkt competitie tussen scholen, competitie meer specifiek om leerlingen aan te trekken.

Wat valt op?

  • In most school systems, over 50% of 15-year-olds students attend schools that compete with another school to attract students from the same residential area.
  • Across countries and economies, performance is unrelated to whether or not schools have to compete for students.
  • When choosing a school for their children, parents look at a range of criteria; for disadvantaged parents, cost-related factors often weigh as much as, if not more than, the factors related to the quality of instruction.
  • School systems with low levels of competition among schools often have high levels of social inclusion, meaning that students from diverse social backgrounds attend  the same schools. In contrast, in systems where parents can choose schools, and schools compete for enrollment, schools are often more socially segregated.

Die sociale inclusie en competitie is een belangrijk thema en verschilt sterk naar regio als je dit overzicht bekijkt:

school competition PISA12

 

Veel heeft ook te maken met de redenen die mensen gebruiken om voor een school te kiezen en hoe die verschillen naargelang de sociale achtergrond:

schoolcriteria PISA12

De conclusie van de OESO?

The bottom line: School competition can involve costs and benefits that may not be equally distributed across students. Some of the intended benefits of competition – greater innovation in education and a better match between students’ needs and interests and what schools offer – are not necessarily related to student achievement, and must be weighed against the possible cost in equity and social inclusion.





Het puberbrein en risico’s? Een beetje te kort door de bocht! (onderzoek)

29 08 2014

Het is een bekende stelling in menig boek over de breinontwikkeling bij pubers en tieners: de (latere) ontwikkeling van de prefrontrale cortex zorgt er voor dat impulsen minder goed onderdrukt worden en dit is de verklaring waarom tieners meer risico’s nemen. Ondertussen Youtube vol met filmpjes die deze stelling kunnen staven.

Via een column van Daniel Willingham deze nieuwe paper ontdekt die stelt dat dit verhaal toch wel meer nuance nodig heeft.

In feite zijn er 4 bedenkingen te maken (hier speel ik deels leentjebuur bij Willingham):

  1. Het klopt dat tieners vaak meer risicogedrag tonen zoals gevaarlijk rijden, comazuipen, enz. Maar het zijn niet enkel tieners die dit gedrag tonen. En de auteur van de paper, Sercomb geeft aan  dat “Even the most risk-prone adolescents are not taking risks most of the time.” Losgeslagen tieners met nog niet functionerende hersenen, de meerderheid is gewoon zelfs braaf (check ook hier).
  2. Je mag niet de fout maken om alle gedrag en alle veranderingen in gedrag zomaar linken aan neurobiologie (gisteren trouwens nog enkel goede tweets hierover zien passeren van @neuroskeptic, check hier), maar tieners verschillen van volwassenen en kinderen ook op andere manieren. In vergelijking met jonge kinderen mogen ze een pak meer: autorijden, drinken, enz. Tegelijk hebben ze minder bezit en verantwoordelijkheden dan volwassenen. Ze hebben in feite minder te verliezen dan volwassenen.
  3. Misschien heeft het nemen van risico’s tijdens de jeugdjaren wel een biologische functie waarbij het helpt om je zo losser te maken van je familie. Je neemt als ware de vrijheid om iets te doen dat je ouders niet zouden goedkeuren.
  4. Maar misschien het belangrijkste probleem is dat het bekijken van risico’s, neurologie en wetenschap rond het nemen van beslissingen 3 verschillende zaken zijn die niet noodzakelijk over het zelfde praten. Een breinonderzoeker bekijkt wat er in het brein gebeurt, maar kijkt zelden of nooit in zijn of haar onderzoek naar het sociale gedrag. Onderzoekers naar beslissingen heeft het eerder over abstracte concepten als geheugen en werkgeheugen maar niet over de neuronen in een brein. En wat is ‘risico’? Snel rijden is voor de buitenstaander een risico, maar voor de tiener misschien een manier om status te verwerven bij zijn leeftijdsgenoten.

Abstract van het onderzoek (open access):

Over the last decade, the propensity for young people to take risks has been a particular focus of neuroscientific inquiries into human development. Taking population-level data about teenagers’ involvement in drinking, smoking, dangerous driving and unprotected sex as indicative, a consensus has developed about the association between risk-taking and the temporal misalignment in the development of reward-seeking and executive regions of the brain.

There are epistemological difficulties in this theory. Risk, the brain, and adolescence are different kinds of objects, and bringing them into the same frame for analysis is not unproblematic. In particular, risk is inextricably contextual and value-driven. The assessment of adolescent behaviour and decision-making as ‘sub-optimal’, and the implication that the developmental schedule of the teenage brain is dysfunctional, is also reassessed in terms of evolutionary development of the individual, the family and the human community. The paper proposes a view of adolescent development as adaptive, and a focus on young people’s capacities in the profile of the needs of the community as a whole.

 





Nature onderzoekt gebruik sociale media van wetenschappers (Linda Duits)

29 08 2014

Academic twitter

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl. Linda biedt trouwens al vier jaar workshops Bloggen en Twitter voor Academici aan.

Wetenschap draait om kennisvergaring en daarvoor is kennisverspreiding noodzakelijk. Sociale media bieden daar uiteraard goede manieren voor, maar niet alle onderzoekers zijn daar even happig op. Kennisverspreiding is onderdeel van valorisatie, de term voor die universiteiten en beursverstrekkers steeds belangrijker wordt in hun beleid. Het gebruik van sociale media neemt toe. Nature onderzocht welke platforms gebruikt worden. Ze schreven tienduizenden onderzoekers aan en kregen antwoord van 3500 mensen uit 95 landen (NB: met deze manier van respondentwerving zou je nooit gepubliceerd worden in Nature!).

Waar Nature spreekt van “remarkable reach” ben ik nogal teleurgesteld. Er wordt gesproken over sociale netwerken en sites met onderzoeksprofielen. Google Scholar valt onder het laatste en telt dus mee. Iets meer dan zestig procent van de beta’s gebruikt dat: heel erg weinig als je bedenkt hoe makkelijk zoeken met Scholar is. Ook opmerkelijk vond ik het hoge aantal gebruikers van Researchgate. Ik kom dat in mijn praktijk maar weinig tegen. Wellicht is Researchgate aan een opmars bezig. Daarnaast valt op dat het gebruik van Twitter en Facebook erg laag ligt, terwijl ook deze platforms veel kansen bieden.

Op de site van Nature komen wetenschappers uitgebreid aan het woord en zijn er cijfers over de aard van het gebruik.

nature-remarkable-reach





Een centraal eindexamen voor het basisonderwijs?

28 08 2014

Pedro:

Wat ik belangrijk vind in dit stuk van Kris Van den Branden hoe de orïenteringsfuntie en spiegelfunctie van een centrale toets (waar ik ook persoonlijke bedenkingen bij heb) elkaar kunnen tegenwerken:

Het gebruik van het eindexamen als hét doorslaggevende argument om te beslissen over de doorstroom van een individuele leerling naar het secundair onderwijs druist volledig in tegen het gebruik van datzelfde eindexamen om de eigen onderwijskwaliteit te verbeteren. Want wie doorstroombeslissingen laat afhangen van dat ene eindexamen, breekt de bredere evaluatiecultuur van het eigen schoolteam af, en richt de blik te eenzijdig op de leerling (en wat die wel of niet kan) en niet op het eigen onderwijs.

Originally posted on Duurzaam Onderwijs:

De nieuwe Vlaamse regering wil dat alle leerlingen aan het einde van het basisonderwijs een algemene eindtoets afleggen. Dat zou basisscholen de kans geven om de kwaliteit van hun onderwijs in te schatten en te bepalen waar ze moeten bijsturen. Tegelijk gaan er ook stemmen op om het eindexamen een centrale plaats te geven in de oriëntering van leerlingen. In de krant De Standaard woedt een debat over deze toets, met als rode draad de vraag: wie wordt hier eigenlijk beter van? De basisscholen? De secundaire scholen? De leerling?

We mogen niet vergeten dat deze eindtoets eigenlijk al lang bestaat en operationeel is. Bijna alle Vlaamse basisscholen laten hun leerlingen immers deelnemen aan de interdiocesane proeven (katholiek onderwijs) of de OVSG-toetsen (gemeenschaps- en gemeentelijk onderwijs) aan het einde van het zesde leerjaar. Het doel van deze proeven is precies hetzelfde als dat van het geplande eindexamen: de scholen een spiegel…

View original 654 woorden meer





“Leiden grotere besturen tot betere scholen?”

28 08 2014

Op 13 juni organiseerde het NGVO een studiedag met als titel’Leiden grotere besturen tot betere scholen’ in Brussel. Ik blogde toen dit er al over en maakte via tweets en storify deze samenvatting. Een van de spreker die dag was Professor Geert Devos over de bestuurlijke schaalvergroting.

Ik kreeg net de eerste nieuwsbrief van Bellon. BELLON is de onderzoeksgroep binnen de vakgroep Onderwijskunde van de UGent onder leiding van Professor Geert Devos die het beleid in onderwijs en het leiderschap in scholen analyseert. Op hun gloednieuwe website staat nu de visietekst die Geert Devos op deze studiedag uitsprak. Hij beschrijft voor- en nadelen en brengt nuance. Je zal niet kunnen concluderen of schaalvergroting per een goed of een slecht idee is maar doet wel concrete aanbevelingen. Deze conclusies mogen van mijn part boven het bed hangen van zowat alle geledingen van onderwijsbeleid.

De discussie omtrent de schaalvergroting van schoolbesturen is momenteel in Vlaanderen zeer actueel. Daarom is het goed om eens stil te staan bij de mogelijke voor- en nadelen van een dergelijke schaalvergroting. Hoe moeten we de verhouding van schoolbesturen zien tegenover de huidige scholengemeenschappen?
Welke lessen kunnen we trekken uit wat we reeds weten omtrent gedeeld leiderschap in grote schoolorganisaties? Wat zijn belangrijke aandachtspunten bij het streven naar grotere besturen? Op deze vragen wordt in de tekst ‘Bestuurlijke schaalvergroting: opportuniteit of bureaucratische valkuil?’ nader ingegaan. 
U vindt de tekst ‘Bestuurlijke schaalvergroting: opportuniteit of bureaucratische valkuil?’ hier.




Daar komen de robots… een infografiek van MIT

28 08 2014

Ik vond de infografiek hier.








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 6.094 andere volgers

%d bloggers like this: