Een filmzomerkamp in Roemenië

23 07 2014

Na gisteren de zeemeerminnen, is het nu licht, geluid, camera… actie!





Persbericht Kennisnet: App-makers onzorgvuldig met privacy van kinderen

22 07 2014

Er is een nieuw rapport van Mijn Kind Online en Kennisnet over App’s voor kinderen en nu meer specifiek over privacy. Dit is het persbericht:

Volgens het rapport ‘Kapers op de kust – over het kapen van persoonsgegevens door kinderapps’ zijn ouders zich vaak nauwelijks bewust van de risico’s, maar is er wel degelijk reden tot zorg. Van de ruim 1 miljoen apps in de iTunes App Store en de Google Play Store zijn vele gericht op kinderen. In veel van die apps wordt persoonlijke informatie verzameld en gedeeld. Het gaat dan niet alleen om naam- en adresgegevens, maar ook om afbeeldingen van personen.

Veel app-ontwikkelaars blijken zich nauwelijks te houden aan de juridische regels die er zijn. Zo moeten producenten toestemming vragen voor het gebruiken van persoonsgegevens vóórdat de app informatie van een apparaat haalt of er informatie op plaatst – voorafgaand aan de installatie dus – en duidelijk aangeven met welk doel gegevens worden gevraagd en gebruikt. Aan die voorwaarde wordt niet voldaan – in de beschrijving in de downloadstores wordt zelden tot nooit over privacy gerept. Apps zijn vrijwel altijd te downloaden zonder dat de gebruiker een privacy-overeenkomst te lezen krijgt. Als er wel een link is naar de voorwaarden zijn die vaak te moeilijk voor de doelgroep. Bij sommige apps is toestemming nodig van de ouders, maar onduidelijk is wanneer en hoe ouders die toestemming moeten geven.

Mijn Kind Online testte met een speciaal programma welke datapakketjes apps als Instagram, WhatsApp en Snapchat, maar ook minder ‘verdachte’ apps als Maan Roos Vis, Okki’s gekkebekkenclub en MovieStarPlanet ná het downloaden versturen. Vier van de tien onderzochte apps bleken gegevens onversleuteld en dus onveilig te versturen. Versleuteling zorgt ervoor dat er ‘geheim taal’ verschijnt.

“Zorgelijk”, noemt Floris Kreiken, onderzoeker bij Bits of Freedom, de onderzoeksresultaten in het rapport. “Het onversleuteld versturen van gegevens is erg omdat ze onderschept kunnen worden.”

Jacob Kohnstamm, voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), vertelt in het rapport dat hij tijdens een bezoek aan Silicon Valley al constateerde dat app-ontwikkelaars vaak geen flauw benul hebben van privacy, laat staan van de Europese opvattingen over de bescherming van persoonsgegevens. Hij gelooft niet dat het kwade opzet is. “Ze hebben er gewoon nooit over nagedacht,” aldus Kohnstamm.

Het rapport ‘Kapers op de kust’ maakt deel uit van een privacy-campagne van Mijn Kind Online en Kennisnet die sinds afgelopen voorjaar met verschillende publicaties en onderzoeken de aandacht wil vestigen op de privacyrisico’s die kinderen en jongeren lopen op internet.





Het effect van jouw smartphone op vriendschap (onderzoek)

21 07 2014

Net een onderzoek op de blog geplaatst waaruit blijkt dat we Facebook vooral gebruiken om met elkaar in contact te blijven, maar wat als je dan bij elkaar bent?

Wel gewoon de telefoon in de buurt hebben tijdens bijvoorbeeld een etentje, zorgt ervoor dat zelfs als je niet kijkt, je aandacht voor de andere vermindert en de kwaliteit van het gesprek daalt.

Voor het onderzoek werden 200 vrijwilligers verdeelt over 2 soorten groepen om samen in een echt koffiehuis met elkaar over zowel triviale als belangrijke onderwerpen te babbelen. 1 groep met telefoon in de buurt, 1 zonder.

De resultaten zijn duidelijk:

“If either participant placed a mobile communication device on the table, or held it in their hand, during the course of the 10-minute conversation, the quality of the conversation was rated to be less fulfilling, compared with conversations that took place in the absence of mobile devices.
The same participants who conversed in the presence of mobile communication devices also reported experiencing lower empathetic concern, compared with participants who interacted without (the presence of) distracting digital stimuli.”

Deze resultaten bleken te blijven na controle voor leeftijd, geslacht, stemming en ook de invloed van meer serieuze of eerder triviale onderwerpen bleek niet aanwezig.

Nee, het onderzoek gaat niet over smartphones in de klas.

Abstract van het onderzoek:

This study examined the relationship between the presence of mobile devices and the quality of real-life in-person social interactions. In a naturalistic field experiment, 100 dyads were randomly assigned to discuss either a casual or meaningful topic together. A trained research assistant observed the participants unobtrusively from a distance during the course of a 10-min conversation noting whether either participant placed a mobile device on the table or held it in his or her hand. Using Hierarchical Linear Modeling, it was found that conversations in the absence of mobile communication technologies were rated as significantly superior compared with those in the presence of a mobile device, above and beyond the effects of age, gender, ethnicity, and mood. People who had conversations in the absence of mobile devices reported higher levels of empathetic concern. Participants conversing in the presence of a mobile device who also had a close relationship with each other reported lower levels of empathy compared with dyads who were less friendly with each other. Implications for the nature of social life in ubiquitous computing environments are discussed.





Is Facebook een verhaal van empathie of van narcisme? (onderzoek)

21 07 2014

Mensen worden narcistischer door Facebook of nee, ze worden net meer empathisch? Door het onderzoek van Twenge et al. weten we dat we al langer meer narcistisch zijn geworden dan Facebook bestaat, maar de vraag blijft toch.

Een nieuwe studie van Alloway et al.(2014) bij 410 volwassenen, bekeek de link tussen het bekende sociale media platform en narcisme en empathie. De onderzoekers merkten dat de verschillende toepassingen binnen Facebook belangrijk zijn. Chatten is volgens hen meer gelinkt aan inleven met de andere, terwijl de foto-functie meer narcistisch is.

Maar… de belangrijkste conclusie is dat dit in feite maar secundaire elementen zijn, de belangrijkste reden om Facebook te gebruiken is verbonden te blijven met elkaar.

Abstract van het onderzoek (free access):

The rise of social networking sites have led to changes in the nature of our social relationships, as well as how we present and perceive ourselves. The aim of the present study was to investigate the relationship among the following in adults: use of a highly popular social networking site—Facebook, empathy, and narcissism. The findings indicated that some Facebook activities, such as chatting, were linked to aspects of empathic concern, such as higher levels of Perspective Taking in males. The Photo feature in Facebook was also linked to better ability to place themselves in fictional situations. For only the females, viewing videos was associated with the extent to which they could identify with someone’s distress. The data also indicated that certain aspects of Facebook use, such as the photo feature, were linked to narcissism. However, the overall pattern of findings suggests that social media is primarily a tool for staying connected, than for self-promotion.





Daar komen de robots… om je woonkamer en je hart te veroveren (Jibo – video)

16 07 2014

Nee, de Jibo is nog niet in productie, maar het concept is wel al heel duidelijk:

En… het zou zelfs een leraar zijn (nouja).

via mashable.





Infografiek: de gevaren van multitasken

14 07 2014

Gevonden via Larry Ferlazzo:





Wearables… om je kind te tracken

13 07 2014

Via de Washington Post dit nieuwe gadget ontdekt van LG:

Behalve dat sommige direct al zullen vallen over de stereotype kleuren en dito tekeningen, is de idee op zich al stof voor discussie.

Het zijn namelijk toestelletjes die ontwikkeld werden om je kind te tracken en snel te kunnen bereiken. Als het kind niet binnen de 10 seconden antwoord, kan je dan als ouder toch al meeluisteren naar wat het kind allemaal het doen is.

LG is niet de enige die met dergelijke toestelletjes op de proppen komt, check KMS, en ook Apple verwees er naar in zijn nieuwe iOS-aankondiging (maar niet zo expliciet). En er zal zeker een markt voor zijn, quasi dagelijks komen mensen op mijn blog terecht die naar iets dergelijks op zoek zijn (als ik de zoektermen mag geloven).

Ehm, maar toch. We durven onze kinderen nu al met moeite 5 meter uit de buurt laten rondlopen, dit sluit perfect aan bij die angsten die we massaal lijken te hebben gekregen.

Je kan over privacy beginnen (terechte vraag), maar ook over het belang van vertrouwen.

Eerst vertrouwen. Natuurlijk, je vertrouwt je kind wel, maar niet de rest van de wereld? Een gezond wantrouwen én een gezond vertrouwen in de omgeving is iets cruciaal dat je moet meegeven in de opvoeding. Doe je dit met dit toestel? En ben je zeker dat je het toch niet om andere redenen regelmatig zou checken?

Over privacy. Een babykamer heeft een babyfoon en dat is logisch, je wil horen als er iets fout gaat. Maar op een bepaald ogenblik laat je die babytelefoon uit. Het kind is ouder geworden en heeft ook recht op zijn eigen gedachten en spelen. En in die tussenfase dat je het kind op zijn of haar kamer even hoort spelen, kan dit heel aandoenlijk zijn. Maar besef je al snel dat het toestel weg mag.

Of het dan moet vervangen worden door deze draagbare babyfoon? Ik betwijfel het.





Persbericht KULeuven: Ook in het digitale tijdperk lezen kinderen nog boeken

7 07 2014

Een leuk persbericht van de KULeuven nu het vakantie is:

Drie vierde van de kinderen leest graag strips, zes op tien leest graag fictie. 40% van de kinderen rekent lezen tot zijn/haar favoriete activiteit. Dit zijn slechts enkele van de vaststellingen die onderzoekers van de KU Leuven deden in een studie naar het leesgedrag, de vrijetijdsbesteding en het mediagebruik van 9-12 jarigen.

Lezen kinderen nog wel boeken nu ze omringd worden door tablets, smartphones en computers? Dat was de centrale vraag van professor Jan Van Coillie en zijn collega Mariet Raedts van KU Leuven, campus Brussel. Ze stelden de vraag aan 2000 Vlaamse kinderen tussen 9 en 12 jaar. Daarbij gingen de onderzoekers ook na hoe vaak de kinderen een boek lazen en welke plaats lezen inneemt in hun vrijetijdsbesteding. Het vorige vergelijkbare onderzoek dateert van 1993.

Vooral stripverhalen blijken populair, 75% van de kinderen leest ze graag. Bijna 60% van de kinderen is ook fan van fictie. Meisjes blijken vaker fictie te lezen dan jongens, met respectievelijk 70% en 49% veellezers. Voor strips is dat verschil er niet. Verder grijpen jongens in hun vrije tijd al snel naar een videogame, meisjes kiezen voor hun gsm.

Uit het onderzoek blijkt ook dat de vrijetijdsbesteding van Vlaamse kinderen tussen 9 en 12 jaar niet gedomineerd wordt door de nieuwe media. Buiten spelen blijft veruit de populairste activiteit: 63% van de kinderen zet dit in hun top 5. Dit wordt gevolgd door sporten (54%) en televisie kijken (52%). Jan Van Coillie: “In vergelijking met de nieuwe media moet lezen zeker niet onderdoen, enkel gamen is populairder.” 50% van de kinderen zet gamen in de top 5 van wat ze het liefste doen in hun vrije tijd, voor lezen is dit 38%, voor chatten 34% en internetten 32%. “Wel blijkt dat kinderen die intensief gebruik maken van nieuwe media minder van boeken houden en er ook minder tijd aan besteden”, aldus professor van Coillie

De onderzoekers namen ook de achtergrond van de kinderen onder de loep. 9-12 jarigen van niet-westerse origine blijken globaal niet minder graag te lezen, toch telt die groep dubbel zoveel kinderen die nooit een boek of een strip lezen. Deze kinderen kijken meer televisie en chatten vaker, ze besteden ook meer tijd aan hun gsm. Kinderen van hoog opgeleide ouders hebben een voorkeur voor stripverhalen. Deze kinderen plaatsen het lezen van boeken en strips ook hoger op hun lijstje van favoriete vrijetijdsbestedingen. Kinderen van laag opgeleide ouders besteden liever tijd aan chatten of hun gsm.

Het volledige onderzoek vindt u hier: http://www.lezen.nl/publicaties/zijn-digikids-nog-boekenbeesten





Minder rigide opvoedingsstijl wellicht goed voor kinderen

3 07 2014

Gisteren in de Standaard een stuk over hoe op de speelpleinen ‘vrij’ kunnen spelen centraal staat. Vrij spel, waarbij kinderen zelf het voortouw nemen, is belangrijk, en dan heb ik het niet enkel over waar Peter Gray herhaaldelijk voor pleit. Een nieuwe studie aan de universiteit van Boulder toont dat kinderen van ouders die naast duidelijke regels en momenten waarin kinderen samen activiteiten doen met volwassenen, ook de kinderen losse, vrije momenten laten, de kinderen zelfstandiger blijken.

De onderzoekers volgden hiervoor 70 kinderen (en hun ouders) en verdeelden de activiteiten in gestructureerd (samen met ouders) en ongestructureerd (los van ouders). De onderzoekers geven zelf aan dat hun onderzoeksresultaten voorlopig vooral correlaties zijn en werken aan een longitudinale onderzoeksopzet.

Nu, een zeer strikte opvoeding als bij de ‘tiger moms’ is sowieso niet aan te raden, het gaat eerder over een balans waarbij zowel structuur aangeboden wordt door de ouders als momenten van vrij spel, zoals… op het speelplein.

Abstract van het onderzoek:

Executive functions (EFs) in childhood predict important life outcomes. Thus, there is great interest in attempts to improve EFs early in life. Many interventions are led by trained adults, including structured training activities in the lab, and less-structured activities implemented in schools. Such programs have yielded gains in children’s externally-driven executive functioning, where they are instructed on what goal-directed actions to carry out and when. However, it is less clear how children’s experiences relate to their development of self-directed executive functioning, where they must determine on their own what goal-directed actions to carry out and when. We hypothesized that time spent in less-structured activities would give children opportunities to practice self-directed executive functioning, and lead to benefits. To investigate this possibility, we collected information from parents about their 6–7 year-old children’s daily, annual, and typical schedules. We categorized children’s activities as “structured” or “less-structured” based on categorization schemes from prior studies on child leisure time use. We assessed children’s self-directed executive functioning using a well-established verbal fluency task, in which children generate members of a category and can decide on their own when to switch from one subcategory to another. The more time that children spent in less-structured activities, the better their self-directed executive functioning. The opposite was true of structured activities, which predicted poorer self-directed executive functioning. These relationships were robust (holding across increasingly strict classifications of structured and less-structured time) and specific (time use did not predict externally-driven executive functioning). We discuss implications, caveats, and ways in which potential interpretations can be distinguished in future work, to advance an understanding of this fundamental aspect of growing up.





Gastrecensie: ‘It’s complicated’ van danah boyd -over het socialemedialeven van jongeren- in 10 oneliners (Dennis Hoogervorst

3 07 2014

Mijn studenten konden dit boek dit jaar ook als optie lezen voor een van mijn vakken en ik ga volledig akkoord met de recensie van Dennis Hoogervorst op Kids en Jongeren Marketing. Heb er zo weinig aan toe te voegen dat ik vroeg of ik ze hier ook met jullie mocht delen.

danah boyd (nee, geen hoofdletters) heeft begin dit jaar haar nieuwe boek It’s complicated gepubliceerd, gebaseerd op acht jaar onderzoek. De social media-expert/jongerenonderzoeker (Microsoft Research/New York University/Harvard Berkman Center) noemt het een poging om het netwerk-leven van tieners uit te leggen aan iedereen die zich zorgen maakt over hen — ouders, leerkrachten, beleidsmakers, journalisten en soms zelfs leeftijdsgenoten. Ze hoopt dat lezers hun veronderstellingen over de jeugd opzij zetten in een poging om het sociale leven van deze ‘digitale flâneurs’ echt te begrijpen.

In die opzet slaagt ze wonderwel. Ze maakt bijvoorbeeld duidelijk waarom het navigeren tussen verschillende sociale omgevingen weleens mis gaat, dat individuen verschillende grenzen hanteren, hoe het sociale proces van ‘impression management’ werkt, dat tieners zich aanpassen aan wat zij denken dat de normen van een bepaalde dienst zijn en voor welk doel Snapchat gebruikt wordt, waardoor het bijbehorende gedrag beter te herkennen/plaatsen is en we daar op een meer gepaste/effectieve manier op kunnen reageren. Fijn ook dat een aantal zaken eens door een autoriteit zwart op wit wordt gezet: technologie verandert niet alles, de context is enorm belangrijk, jongeren zijn meer ‘digital naives’ dan ‘digital natives’ en veel delen betekent niet dat privacy niet belangrijk gevonden wordt, om waar wat te noemen. Interessante materie. En zoals de titel treffend weergeeft: het is allemaal niet zo eenvoudig. Het leven in een netwerk-wereld is behoorlijk complex met de nodige uitdagingen, en alleen het begrip privacy al is voor meerdere definities vatbaar.

In acht hoofdstukken gaat het achtereenvolgens over identiteit, privacy, verslaving, gevaren, pesten, ongelijkheid, mediawijsheid en een eigen publiek, waarbij elk onderwerp rijkelijk onderbouwd wordt aan de hand van voorbeelden uit de media (denk aan de vader die kogels op zijn dochters laptop afvuurde nadat ze over hem geklaagd had op Facebook) en quotes uit de vele gesprekken die danah boyd afgelopen jaren met tieners voerde — opvallend: steevast wordt de etnische achtergrond van de respondent vermeld. Voor dit alles worden heel veel woorden gebruikt (ruim 200 pagina’s, plus een flinke bijlage met aanvullende opmerkingen, bronnen en een index), maar boeiend blijft het tot het einde. Nuance gaat vaak verloren in alle paniek in de media, hier is er alle ruimte voor. En hoewel de inhoud Amerika-georiënteerd is, geeft deze zoveel inzicht dat het eigenlijk verplicht leesvoer zou moeten zijn voor een ieder die iets met/voor jongeren doet.

De publicatie bevat veel interessante en bruikbare learnings. Tieners zien elkaar het liefst face-to-face buiten hun hun woning, maar aangezien dat vaak niet kan/mag — een beperkte mobiliteit plus weinig vrijheid en tijd om IRL af te spreken in combinatie met een angstcultuur (het NBC-programma To Catch a Predator heeft indruk gemaakt) — richten ze zich op sociale media en andere communicatiemiddelen om toch in contact te blijven met leeftijdsgenoten. Veel ouders denken dat hun kinderen bezighouden ervoor zorgt dat ze uit de problemen blijven. Tieners die online het meeste risico lopen, hebben het ook op andere plekken moeilijk, en de meeste pesters zitten met zichzelf in de knoop. Moeders maken zich zorgen om hun kroost, maar andersom blijkt dat ook het geval te zijn. Wat niet wegneemt dat tieners een plek voor zichzelf willen, en als ouders of andere volwassenen daar binnenvallen, gaan ze weer op zoek naar andere sites of apps. Een belangrijke conclusie: technologie de schuld geven van problemen of denken dat conflicten verdwijnen als technologiegebruik geminimaliseerd of bepaalde content gecensureerd wordt, is naïef.

Om een beter beeld van de inhoud te schetsen, ben ik — zoals gebruikelijk in mijn reviews — zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest sterke, kenmerkende of opvallende oneliners:

  • “What the drive-in was to teens in the 1950s and the mall in the 1980s, Facebook, texting, Twitter, instant messaging, and other social media are to teens now” (pagina 20)
  • “Many teens post information on social media that they think is funny or intended to give a particular impression to a narrow audience without considering how this same content might be read out of context” (44)
  • “While my childhood included ‘Keep Out’ bedroom signs and battles over leather miniskirts and visible bras, the rise of the internet has turned fights over privacy and exposure into headline news for an entire cohort of youth” (55)
  • “There’s a big difference between being in public and being public” (57)
  • “Rather than finding privacy by controlling access to content, many teens are instead controlling access to meaning” (76)
  • “Most teens aren’t addicted to social media; if anything, they’re addicted to each other” (80)
  • “Fear is not the solution; empathy is” (127)
  • “Because sharing is a form of currency and experiencing a cultural artifact together enables bonding, teens look for content that they think those around them will find interesting” (145)
  • “Teens see gossip, drama, and attention games all around them, and not surprisingly, they mirror what they see” (148)
  • “In a technological era defined by social media, where information flows through networks and where people curate information for their peers, who you know shapes what you know” (172)

Je kan het boek o.a. hier bestellen, maar omdat danah boyd er naar eigen zeggen geen geld aan hoeft te verdienen, staat er ook een gratis pdf online! Aanrader!








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 5.940 andere volgers

%d bloggers like this: