Persbericht UGent: UGent ontwikkelt game voor meer reclamewijsheid

24 10 2014

Kreeg net deze via mail binnen:

Vandaag vindt in Living Tomorrow (Vilvoorde) het kick-off event van het project AdLit plaats. AdLit verenigt vier universiteiten (UGent, KU Leuven, UA en VUB) en heel wat stakeholders die samen onderzoeken hoe ze de reclamewijsheid van minderjarigen kunnen verhogen. Daarvoor worden educatieve pakketten en een game gemaakt, zijn sensibiliseringscampagnes gepland en worden reclamecues ontwikkeld waardoor kinderen en jongeren reclame sneller kunnen herkennen. AdLit formuleert ook aanbevelingen voor beleid en zelfregulering.

Van academische kennis tot (serious) game voor en door jongeren

AdLit werd enkele maanden geleden in het leven geroepen als vierjarig IWT-project. Tijdens het kick-off event worden de eerste onderzoeksresultaten en de concrete doelstellingen van dit project nader toegelicht voor de verschillende stakeholders en partners uit de onderwijs- en reclamewereld. In enkele interactieve world cafés wordt gedebatteerd over allerlei stellingen en inzichten rond reclamewijsheid. Tot slot presenteert het Center for Persuasive Communication (CEPEC) van de Universiteit Gent er haar gameproject. Daarin worden de bestaande inzichten binnen het academisch onderzoek rond reclamewijsheid vertaald naar jongeren en het brede publiek aan de hand van een serious game. Een serious game wil spelers spelenderwijs iets aanleren. De kunst is echter om een goede balans te vinden tussen het leer– en het ‘fun’aspect. Daarom wordt het concept samen met jongeren ontwikkeld. Zij krijgen zeggenschap over het spelverloop en de grafische elementen. Dit 2-jarig project ging in september 2014 van start en gaat uit van de Universiteit Gent. Het game zal in het voorjaar van 2015 online beschikbaar zijn en gelanceerd worden via sociale media.

Reclame: alomtegenwoordig en steeds moeilijker herkenbaar

Met de oproep van kinder- en jeugdpsychiater Peter Adriaensens tot het boycotten van tablets en smartphones voor kinderen en het succes van het nieuwe sociale netwerk Ello, de reclamevrije concurrent van Facebook, is media- en reclamewijsheid weer een ‘hot topic’ geworden. En dit is maar goed ook.  Kinderen en jongeren worden dagelijks overspoeld met reclame, via verschillende media en in verschillende vormen. Reclame is dan ook overal aanwezig en is zelfs steeds moeilijker te herkennen: de smokey eye tutorial van L’Oréal op Youtube? Reclame. Die coole game waarin je de mini M&M’s moet zien te verzamelen? Reclame. Of de Coca-Cola Light blikjes in Lady Gaga’s kapsel in de clip van Telephone? Je raadt het al … reclame.

Op zich is dit zeker niet negatief want reclameboodschappen kunnen kinderen en jongeren helpen om geïnformeerde keuzes te maken. Hiervoor moeten ze echter over de capaciteit en mogelijkheid beschikken om de reclameboodschappen te herkennen en de intentie van de reclamemakers te begrijpen. Met andere woorden: om kritisch met reclame om te kunnen gaan, moeten kinderen en jongeren voldoende reclamewijs zijn. Onderzoek wijst er echter op dat deze reclamewijsheid meestal zeer laag is voor de nieuwe reclamevormen. Kenmerkend voor deze nieuwe vormen is namelijk dat ze de reclameboodschap integreren in populaire media-inhoud, waardoor het vaak moeilijk is om het onderscheid te maken tussen reclame en media, bv. product placement, advergames, … Hierdoor verwerken minderjarigen de reclameboodschappen niet op een kritische manier, wat kan leiden tot onbewuste beïnvloeding met mogelijke negatieve effecten als gevolg, zoals toenemend materialisme, een verlaagd zelfbeeld,… Hoog tijd dus om na te gaan hoe we kinderen en jongeren kunnen leren omgaan met reclame, zodat ze opgroeien tot kritische, geïnformeerde consumenten die zelf bewuste keuzes kunnen maken.

Nog even wachten dus.





Straf: een vertaalapp voor doventaal (video)

24 10 2014

Voor alle duidelijkheid, er zijn net als er veel talen zijn, veel verschillende doventalen. Deze UNI-app kan je dus niet zomaar hier gebruiken.  Maar mooi is het wel. Het lijkt me ook een voorbeeld waarbij wearables een meerwaarde kunnen betekenen.

 





Een reeks cartoons over wetenschapslessen

24 10 2014

Elke maand verzamelt Larry Cuban onderwijscartoons. Deze maand gaan ze over wetenschapslessen.

3e36b097166ec44716e8e878e787db4e

 

loopholes

 

b3513032c589e9587f50313483112402

 

BioCartoon4

 

Rocket Science: The online course.

 

Bekijk de rest hier.





Even over het muurtje kijken naar een zeer groene school in Bali (video)

23 10 2014




Leuke presentatie over het gebruik van blogs in de klas

22 10 2014




Even over het muurtje kijken naar een Indiase school die voor het leven wil voorbereiden (video)

22 10 2014




Persbericht SERV: Negen op tien gemotiveerd, maar drie op tien gestresseerd in onderwijssector

21 10 2014

Via @KoenStassen ontdekte ik dit pas verschenen persbericht van de SERV over werken in het onderwijs. Te relevant om hier niet te delen, lijkt me:

In de onderwijssector heeft iets meer dan de helft (55,1%) van alle medewerkers (leerkrachten, directie, ondersteunend personeel) een werkbare job. Dat is vergelijkbaar met het Vlaams gemiddelde (54,6%). Terwijl de situatie in Vlaanderen tussen 2004 en 2013 licht verbetert, zien we in de onderwijssector dat de werkbaarheidsgraad sedert 2007 in dalende lijn gaat. Dat heeft vooral te maken met een toenemende werkstress in de sector. Dat blijkt uit de resultaten van de werkbaarheidsenquête 2013 van de Stichting Innovatie & Arbeid.

Werkbaarheidsgraad in dalende lijn
Met een werkbaarheidsgraad van 59,7% kwam de onderwijssector in 2007 zeer dicht in de buurt van de 60%-werkbaarheidsgraad die de sociale partners en de Vlaamse regering in het Pact 2020 als streefdoel vooropgesteld hebben. Sindsdien gaat het werkbaarheidspeil evenwel in dalende lijn en in 2013 wordt slechts een werkbaarheidsgraad van 55,1% opgetekend. De werkbaarheidsgraad geeft aan welk aandeel van de jobs voldoet aan vier voorwaarden:

  • de job biedt voldoende leermogelijkheden,
  • de job is goed te combineren met het privéleven,
  • de job geeft geen aanleiding tot problematische werkstress,
  • de job is motiverend.

Tabel 1    Werkbaar werk onderwijssector, 2004-2013 (% van werknemers)

 

2004 2007 2010 2013
werkstress 32,4 31,4 34,5 35,4
motivatieproblemen 10,6 8,7 6,7 10,5
onvoldoende leermogelijkheden 8,4 7,2 5,9 6,7
problemen werk-privé-balans 14,9 15,0 16,4 17,5
werbaar werk 57,2 59,7 57,8 55,1

 

 
De negatieve werkbaarheidstrend kan vooral op het conto van de werkstressproblematiek geschreven worden. Tussen 2007 en 2013 nam het aandeel stresserende jobs toe van 31,4% tot 35,4%.  Het werkstresscijfer ligt hoger dan het Vlaams gemiddelde (29,3%). Dat komt vooral doordat veel personeelsleden in de sector niet enkel met kwantitatieve taakeisen (werkvolume, werktempo, deadlines) maar ook met contactuele taakeisen (zoals omgang met leerlingen en ouders) geconfronteerd worden. In de sector wordt bij 28,4% een hoge werkdruk opgetekend (vergelijkbaar met het Vlaams gemiddelde van 29%) en is bij 30,1% sprake van emotioneel belastend werk (veel hoger dan het Vlaams gemiddelde van 20%).

Hoewel de cijfers voor de werk-privé-balans niet significant verschillen lijkt het toch niet in de goede richting te evolueren. In 2004 was bij 14,9% de balans uit evenwicht en in 2013 is dat inmiddels bij 17,5% het geval. Die cijfers liggen telkens hoger dan het Vlaams gemiddelde (resp. 11,8 en 10,8%). Dat kan er op wijzen dat heel wat personeelsleden na de lesuren nog werk voor de boeg hebben of moeten recupereren van de (emotionele) belasting waarmee ze geconfronteerd werden.
Een zeer grote meerderheid heeft een job die voldoende leerkansen biedt en 9 op 10 is in de sector gemotiveerd aan de slag maar ook hier gaat in 2013 een knipperlicht aan. Tussen 2010 en 2013 zien we immers dat het aandeel dat met motivatieproblemen kampt, significant toeneemt van 6,7% tot 10,5%.

Enkele andere interessante gegevens over werk en werkbaar werk in de onderwijssector:

  • Voltijdse personeelsleden presteren gemiddeld 40,9 uur per week; deeltijdse werknemers (die minimum 60% werken) presteren gemiddeld 30,6 uur per week (respectievelijk 41,6 uur en 31 uur gemiddeld in Vlaanderen).
  • 30,1% heeft een emotioneel belastende job (versus gemiddeld 20% in Vlaanderen).
  • 63,5% denkt in staat te zijn om de huidige job voort te zetten tot het pensioen; Als het werk zou aangepast worden stijgt dit cijfer tot 97,2% (respectievelijk 64,7% en 94,5% in Vlaanderen).
  • In de afgelopen 12 maand was 9,4% sporadisch (soms) en 1,5% regelmatig (vaak, altijd) het slachtoffer van pestgedrag. (respectievelijk 8,1% en 1,5% in Vlaanderen)




Voor wie nog twijfelde, nieuwe studie bevestigt belang van mentale rust en reflectie voor leren

21 10 2014

De resultaten van dit onderzoek verbazen mensen met een beetje gezond verstand wellicht allerminst en liggen in de lijn van vorige onderzoeken, maar voor wie nog zou twijfelen:  mentale rust en reflectie zijn belangrijk elementen voor leren. Let wel, het onderzoek toont wel nieuwe inzichten rond wat er precies in de hersenen gebeurt, maar bevestigt dus wat we weten uit oa de cognitieve psychologie.

Belangrijkste inzichten:

  • Hoe we nieuwe informatie verwerken wordt zwaar bepaald door wat we al weten (belang van voorkennis dus)
  • Tijdens rustperiode komen bestaande herinneringen spontaan terug in onze geest en worden daardoor versterkt, maar dit gebeurt meestal willekeurig.
  • Als je echter bepaalde voorkennis (nodig voor leren) ‘reactiveert’, of beter gezegd terug oproept tijdens de mentale rustperiode (wat we reflecteren kunnen noemen), dan zorgt dit beter voor het leren van de nieuwe verdiepende inhoud daarna.

Abstract van het onderzoek:

Although a number of studies have highlighted the importance of offline processes for memory, how these mechanisms influence future learning remains unknown. Participants with established memories for a set ofinitial face–object associations were scanned during passive rest and during encoding of new related and unrelated pairs of objects. Spontaneous reactivation of established memories and enhanced hippocampal–neocortical functional connectivity during rest was related to better subsequent learning, specifically ofrelated content. Moreover, the degree of functional coupling during rest was predictive of neural engagement during the new learning experience itself. These results suggest that through rest-phasereactivation and hippocampal–neocortical interactions, existing memories may come to facilitate encodingduring subsequent related episodes.





Even over het muurtje kijken naar een Zwitserse privé-school (video)

21 10 2014

Zo ziet het leven er uit op een dure privé-school in Zwitserland.





Waarom je best voorzichtig bent als het woord neuro valt in onderwijs (grafiek)

21 10 2014

Deze grafiek komt uit een must see afbeelding van Dorothy Bishop die je hier kan bekijken op mijn andere blog.

Dorothy Bishop is niet niemand als professor Developmental Neuropsychology (naast thriller auteur) en zeer toegankelijke blogger.

Hoe accuraat de grafiek is, weet ik niet, maar het maakt haar punt wel meer dan duidelijk: wees meer dan voorzichtig als je ‘brain-based’ hoort in onderwijs.

Zeg dat een echte prof neurologie het gezegd heeft.

NeuroDeeveeBee








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 6.350 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: