IPSOS-onderzoek: Belgische jongeren meest pessimistisch over de toekomst

16 04 2014

We hadden enkele weken geleden de publicatie van de JOP-monitor, en alhoewel sommigen vinden dat dergelijke onderzoeken overbodig zijn, is er sinds gisteren ook een nieuw onderzoek naar jongeren van IPSOS waarbij gekeken werd naar het optimisme bij jongeren in 20 landen wereldwijd. En wat blijkt? De Belgische jongeren zijn het meest pessimistisch over de toekomst:

Nee, deze jongeren denken niet dat ze het beter zullen hebben dat hun ouders:

In vorige onderzoeken, bvb het IVOX-Trendwolves-onderzoek of de JOP-monitor, komt dit pessimisme of angst voor de toekomst ook terug, maar met een belangrijk element dat in dit onderzoek lijkt te ontbreken: het onderscheid tussen persoonlijk en globaal optimisme. Uit de andere onderzoeken blijkt namelijk dat men denkt dat dé jongere het niet goed zal hebben, maar dat ze nog steeds relatief optimistisch zijn over de eigen, persoonlijke toekomst.

In oa het Kairos-rapport van vorig jaar zie je ook de grote verschillen tussen de Westerse wereld en de rest van de aardbol.

 





Onderzoek Media Ukkie Dagen: ‘Digitale media geen structureel onderdeel van de kinderopvang’ (Dennis Hoogervorst)

16 04 2014

Deze blogpost verscheen eerst op Kids en Jongeren marketing, overgenomen met permissie!

Vier  van de tien Nederlandse kinderopvanginstellingen gebruiken geen digitale media (zoals radio, televisie, tablets of spelcomputers) bij de opvang van kinderen van 2 t/m 4 jaar. Zij doen dit of omdat zij deze media niet geschikt vinden voor kinderen (47%) of omdat zij daar de financiële middelen niet voor hebben (40%). Het merendeel van deze instellingen (80%) is ook niet van plan om digitale media in de nabije toekomst te gaan inzetten. Dat blijkt uit vandaag gepresenteerd onderzoek Media in de kinderopvang (pdf) onder 238 kinderopvanginstellingen.

Dit onderzoek, uitgevoerd in opdracht van Mediawijzer.netNederlands Jeugdinstituut en Sardes, is vandaag tijdens het symposium Ukkies, hun brein en media-opvoeding gepresenteerd. Dit symposium over de rol van digitale media bij de opvoeding van kinderen t/m 6 jaar, is gehouden in het kader van Media Ukkie Dagen die dit jaar lopen van 9 t/m 18 april.

Uit de studie komt naar voren dat zes op de tien kinderopvanginstellingen wel digitale media inzetten. Het merendeel daarvan (54%) heeft echter geen specifieke richtlijnen opgenomen in haar pedagogisch beleidsplan.  Dit percentage ligt bij voorleesboeken fors hoger: ruim 92% van de instellingen besteedt hier aandacht aan in het pedagogisch beleidsplan.

Als er in het pedagogisch beleidsplan aandacht aan digitale media wordt besteed, betreft dat vooral afspraken over de tijd die kinderen met media doorbrengen en criteria voor welke media wel of juist niet geschikt zijn voor kinderen. Bij ongeveer de helft van de pedagogische beleidsplannen hebben de ouders inspraak in hoe media door kinderen gebruikt mogen worden.

Luistermedia, zoals radio of cd-spelers zijn de meest gebruikte digitale media (94%), gevolgd door kijkmedia, zoals televisie en dvd (69%). Een derde (32%) van de locaties beschikt over interactiemedia, zoals computers, tablet of smartphone; 11% heeft speelmedia, zoals een spelcomputer of spelconsole. Eén op de vijf (18%) van de kinderopvanginstellingen geeft aan dat ze beschikken over alle typen media.

Televisie, tablets en spelcomputers worden vooral ingezet voor educatieve doeleinden, radio of cd’s daarnaast ook voor ontspanning. Van de kinderopvanginstellingen die digitale media hebben en gebruiken, geeft 68% aan dat zij geen ondersteuning nodig hebben bij het gebruik van deze media. Als er wel behoefte bestaat aan ondersteuning, betreft dat vooral aan advies over mediabeleid, de keuze van geschikte media-apparaten en mediaproducties en ondersteuning bij het inpassen van media in het dagritme.





Lectuur op dinsdag: ode aan de leraar, een periodieke tabel van kinderspel, een virtueel bureau en meer

15 04 2014

Na de weekendbijlage, een nieuw lijstje:

En tot slot: kunnen we virtuele realiteit gebruiken in het kantoor van de toekomst? In deze video krijg je opeens bekende 2D-schermen die opduiken in een 3D wereld:

 





Lectuur op zaterdag: Hoe stop je een peuter in bed in 100 eenvoudige stappen en meer

12 04 2014

De weekendbijlage is er weer:

Tot slot, de eenzaamheid van Hopper nog meer uitvergroot door een kleine toevoeging:





10 manieren om beter te slapen (video)

10 04 2014

En als bonus 7 verrassende feiten over slapen en dromen van Richard Wiseman (de man heeft een boek te verkopen, maar doet dat nogal fijn).





Lectuur op dinsdag: slimme steden, slim meten, slim delen, maar…

8 04 2014

Na de weekendbijlage een reeks met tabs die echt al lang openstonden en die allemaal vooral kanttekeningen bevatten:

Je kan de klas missen, maar deze brief maakt misschien veel goed?





Lectuur op zaterdag: links-rechts brein, juffen en de Nederlandse grondwet

5 04 2014

De weekendbijlage van deze blog:

En dan is er dit bord dat viraal ging in de VS, dit is het verhaal achter het bord:





Persbericht NWO: Ontwikkeling van visuele waarneming gaat door tot in de puberteit

3 04 2014

Via @jellejolles dit persbericht toch nog ontdekt:

Wat kan een kind zien als het geboren wordt? We weten dat dit nog niet zoveel is: het ziet nog niet zo scherp en kan vormen nog niet zo goed van elkaar onderscheiden. Carlijn van den Boomen heeft de ontwikkeling van visuele waarneming gedurende de kindertijd in kaart gebracht, en de invloed hiervan op het zien van gezichten en emoties onderzocht.

In haar promotieonderzoek toont Van den Boomen aan dat de ontwikkeling van het zicht nog doorgaat tot in de vroege puberteit. Dit geldt onder andere voor het verwerken van details en globale vormen van afbeeldingen. Deze langlopende ontwikkeling kan invloed hebben op het zien van gezichten, omdat de basale informatie gebruikt wordt voor complexere processen als emotieherkenning. Baby’s blijken zowel details als globale vormen van een gezicht te gebruiken om emoties te herkennen: veel meer informatie dan oudere kinderen die alleen details gebruiken, en volwassenen die alleen globale vormen gebruiken. Ook de vaardigheid om delen van een vorm samen te voegen en vormen van elkaar te onderscheiden gaat pas aan het begin van de puberteit net zo goed en efficiënt als bij volwassenen.

Wat dit voor invloed heeft op het zien van gezichten moet bij kinderen nog onderzocht worden. Wel is na het huidige onderzoekduidelijk dat dit onderscheidingsproces bij volwassenen belangrijk is voor het zien van gezichten. Ten slotte is onderzocht wat de ontwikkeling van visuele waarneming kan beïnvloeden. Narcose kan via de boodschapperstof GABA visus kortdurend beïnvloeden, al zijn de effecten na een dag verdwenen.

Dit onderzoek is mogelijk gemaakt met een Vici-financiering uit de Vernieuwingsimpuls van NWO.





Presentatie: Bevindingen over de vrije tijd, schoolbeleving en sociale steun bij jongeren (JOP)

3 04 2014

Je kan meer presentaties over de JOP-monitor hier bekijken/downloaden.





JOP-monitor: hoe ervaren Vlaamse leerlingen studiedruk? En hoe tevreden zijn ze over hun opleiding?

1 04 2014

Gisteren werden de resultaten van de nieuwe JOP-monitor bekendgemaakt. Terwijl de kranten vooral focusten op de ‘verbraving’ van de Vlaamse jongeren, vond ik zelf enkele interessante gegevens rond onderwijs in de nieuwe publicatie.

Er is bijvoorbeeld aandacht voor hoe de jongeren in Vlaanderen en Brussel studiedruk? Volgens de JOP-monitor heeft tussen de 10.5% en 21% van de jongeren in Vlaamse secundaire scholen het moeilijk heeft met zijn of haar studie of hoeveelheid leerstof. Voor de scholieren uit Brusselse, Antwerpse en Gentse scholen liggen deze percentages tussen 9.8 en 18.8%. De gemiddelde scores op de totale scores rond studiedruk liggen voor beide steekproeven dicht bij elkaar: 35.12 op 100 in Vlaanderen en 35.73 op 100 voor de grootsteden. De conclusie volgens de onderzoekers is dan ook dat over het algemeen jongeren uit het secundair onderwijs dus eerder weinig studiedruk ondervinden.

Verder blijken jongeren te aanvaarden dat er ook minder interessante vakken deel uitmaken van hun opleiding. Enerzijds zien we namelijk dat jongeren zowel in Vlaanderen als in de grootsteden een vrij hoge tevredenheid met hun opleiding tonen. Maar waar  bijna driekwart van de leerlingen (respectievelijk 73.3 en 71.0%) tevreden is over de eigen opleiding, geeft minder dan de helft van de jongeren (39.0 en 43.9%) aan in de meeste van zijn/haar vakken geïnteresseerd te zijn.

Zeer relevant hierbij vind ik de vaststelling hoe dit varieert naar de onderwijsvormen:

“De post-hoc tests (Tamhane’s T2) wijzen uit dat voor de Vlaamse secundaire scholen jongeren uit aso/kso significant meer interesse vertonen in hun leerinhoud dan tso- en (d)bso-leerlingen. Het verschil tussen tso- en (d)bso-leerlingen blijkt niet significant te zijn. Voor jongeren die schoollopen in Brussel, Gent of Antwerpen geldt dat leerlingen uit het (d) bso een significant lagere interesse hebben in hun opleiding dan jongeren die les volgen in het aso/kso en het tso. Tegelijk stellen we vast dat de standaarddeviaties stijgen met de on- derwijsvorm. Dit houdt in dat binnen het (d)bso een aantal leerlingen even veel geïnteresseerd is in zijn opleiding als jongeren uit het aso, maar tegelijk ook een aantal jongeren dat minder geïnteresseerd is. Deze spanning stelt leerkrachten voor een moeilijke uitdaging.”

De komende dagen zal ik nog enkele inzichten uit de JOP-monitor aan bod laten komen. Het boek is sowieso een must voor iedere professional die met jongeren bezig is!








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 5.588 andere volgers

%d bloggers like this: