Competitie smoort creativiteit bij vrouwen in teams

14 08 2014

Het is een onderzoek dat ik al een paar dagen open staan heb en niet goed weet wat ik er moet van denken. Recent onderzoek toonde al dat vrouwen (gemiddeld!) beter werken in teams dan mannen, maar een nieuwe studie van de universiteit van Washington voegt een belangrijke nuance toe: dit voordeel verdwijnt als er competitie tussen de verschillende teams bestaat. Dit zou goed zijn voor (terug de gemiddelde) mannen en negatief voor de (je weet het ondertussen gemiddelde) vrouwen.

Markus Baer stelt: “Intergroup competition is a double-edged sword that ultimately provides an advantage to groups and units composed predominantly or exclusively of men, while hurting the creativity of groups composed of women.” Hij vervolgt: “Women contributed less and less to the team’s creative output when the competition between teams became cutthroat, and this fall-off was most pronounced in teams composed entirely of women,” (bron)

De basis voor de uitspraken zijn enerzijds een experiment waarbij mannelijke en vrouwelijke studenten betrokken waren, anderzijds is het ook gebaseerd op observatiedata bij 50 teams van wetenschappers, ingenieurs en technici bij een gas- en oliemaatschappij.

Abstract van het onderzoek:

Building on social role theory, we extend a contingency perspective on intergroup competition proposing that having groups compete against one another is stimulating to the creativity of groups composed largely or exclusively of men but detrimental to the creativity of groups composed largely or exclusively of women. We tested this idea in two separate studies: a laboratory experiment (Study 1) and a field study (Study 2). Study 1 showed that competition had the expected positive effects on the creativity of groups composed mostly or exclusively of men and produced the predicted negative effects on the creativity of groups composed of women, even though the latter effects emerged at the high end of the competition spectrum and for sex-homogeneous groups only. Results of Study 1 also revealed that within-group collaboration mediated the joint effects of competition and sex composition on group creativity. Study 2 replicated the results of Study 1 in a field setting involving research and development teams. We discuss the implications of these findings for theory and practice.





Onderzoek naar wat nodig is om mensen op een andere plek te doen werken

1 08 2014

Er is nogal wat te doen over werken op een andere plek (zo’n paar 100 meters schijnt het). Toevallig ontdekte ik een rapport besteld door de Australische overheid over hoe je mensen echt wel een pak verder kan doen gaan werken, namelijk van een regio met weinig werk naar een regio met veel werk.

Mensen bleken hierin erg te verschillen. Een man onder de 30, single, niet geboren in Australië en die mensen kent in de nieuwe regio, bleek het profiel van de makkelijkst ‘te verhuizen’ persoon.

Belangrijk naast loon, bleek vooral een langetermijnperspectief. Bij kortlopende contracten bleek pendelen meer verkozen te worden.

De onderzoekers stellen vooral dat het vaak redenen zijn naast het loonbriefje die een rol spelen, dus meer geld is niet genoeg om te verhuizen voor werk.

Je kan het volledige rapport hier downloaden.





Passie voor je werk is niet noodzakelijk goed (onderzoek)

24 07 2014

Het is een nieuw onderzoek, maar zag gelijkaardige inzichten ook al voor mijn eigen onderzoek passeren: er zijn 2 soorten passies, een positieve en een negatieve. De Noorse Katrine Birkeland omschrijft in haar doctoraat ze als volgt:

  1. Harmonious passion: Your passion for work is under control. Harmonious passion is associated with in-role performance, well-being, creativity, flow and organizational commitment. Your job represents something enjoyable and important, but is not all-important.
  2. Obsessive passion: This kind of passion emerges when other needs, such as for social status or self-esteem, are intertwined with your job. These are people who define themselves by what they do — not who they are. Obsessive passion is often associated with burnout, work/family-life conflicts and work stress. Your job takes up an unreasonably large proportion of your life.

Je voelt het al aankomen, de eerste is prachtig op het werk, de tweede een pak minder, waarbij volgens haar onderzoek bij 1200 werknemers toch 15% eerder in de tweede groep te vinden is met 2,5 a 3 % echt problematisch ‘passioneel’.

Birkeland geeft ook 5 adviezen voor managers:

  1. Be aware that employees with harmonious passion for their job are good for the workplace.
  2. Familiarize yourself with the difference between harmonious and obsessive passion.
  3. Be sure to screen out candidates with obsessive passion when hiring managers and employees.
  4. Use the interview to identify the reasons for a candidate’s passion for the job. Does he or she have a life outside work? How does he or she explain their passion for the job?
  5. Encourage managers and colleagues to show consideration and support each other in the workplace.

Je kan het doctoraat hier downloaden.





De Cognitieve multimediatheorie uitgelegd (door Don Zuiderman)

15 07 2014

Zeer handig filmpje. Wel 1 kleine inhoudelijke bedenking: vandaag gaan we er meer vanuit dat ons werkgeheugen eerder 3-4 items aankan dan 7 en leerde ik oa van Geake (2009) dat je beter het werkgeheugen als een spamfilter ziet (herken ik het of niet).





Een publiek-wetenschappelijk gevecht over de ‘theory of disruption’

14 07 2014

Nu, hoe wetenschappelijk het gevecht uitgevochten wordt is nog maar de vraag, maar de zeer populaire theorie over disruptieve ontwikkelingen die in The Innovator’s Dilemma van Clayton M Christensen beschreven werd, kreeg een historische factcheck in The New Yorker door Jille Lepore.

Over wat gaat het precies?

disruptive innovation is an innovation that helps create a new market and value network, and eventually disrupts an existing market and value network (over a few years or decades), displacing an earlier technology. The term is used in business and technology literature to describe innovations that improve a product or service in ways that the market does not expect, typically first by designing for a different set of consumers in a new market and later by lowering prices in the existing market. (Wikipedia)

En dan moet je dus denken aan bedrijven zoals Kodak die verdwijnen door de Instagrams van deze wereld, om nog maar te zwijgen over Uber en AirBnB.

Maar… Lepore is keihard in haar analyse: “Disruptive innovation as a theory of change is meant to serve both as a chronicle of the past (this has happened) and as a model for the future (it will keep happening). The strength of a prediction made from a model depends on the quality of the historical evidence and on the reliability of the methods used to gather and interpret it. Historical analysis proceeds from certain conditions regarding proof. None of these conditions have been met.”

En Christensen is not amused en valt de onderzoekster in een zeer opvallende stijl aan.

Maar… zoals Slate vaststelt, het woord disruptie wordt nu echt wel te pas en vooral te onpas gebruikt





Infografiek: de gevaren van multitasken

14 07 2014

Gevonden via Larry Ferlazzo:





Presentatie: hoe gebruik je sociale media voor ‘academic branding’ (aka zelfpromotie voor academici)

13 07 2014




Gastrecensie: ‘It’s complicated’ van danah boyd -over het socialemedialeven van jongeren- in 10 oneliners (Dennis Hoogervorst

3 07 2014

Mijn studenten konden dit boek dit jaar ook als optie lezen voor een van mijn vakken en ik ga volledig akkoord met de recensie van Dennis Hoogervorst op Kids en Jongeren Marketing. Heb er zo weinig aan toe te voegen dat ik vroeg of ik ze hier ook met jullie mocht delen.

danah boyd (nee, geen hoofdletters) heeft begin dit jaar haar nieuwe boek It’s complicated gepubliceerd, gebaseerd op acht jaar onderzoek. De social media-expert/jongerenonderzoeker (Microsoft Research/New York University/Harvard Berkman Center) noemt het een poging om het netwerk-leven van tieners uit te leggen aan iedereen die zich zorgen maakt over hen — ouders, leerkrachten, beleidsmakers, journalisten en soms zelfs leeftijdsgenoten. Ze hoopt dat lezers hun veronderstellingen over de jeugd opzij zetten in een poging om het sociale leven van deze ‘digitale flâneurs’ echt te begrijpen.

In die opzet slaagt ze wonderwel. Ze maakt bijvoorbeeld duidelijk waarom het navigeren tussen verschillende sociale omgevingen weleens mis gaat, dat individuen verschillende grenzen hanteren, hoe het sociale proces van ‘impression management’ werkt, dat tieners zich aanpassen aan wat zij denken dat de normen van een bepaalde dienst zijn en voor welk doel Snapchat gebruikt wordt, waardoor het bijbehorende gedrag beter te herkennen/plaatsen is en we daar op een meer gepaste/effectieve manier op kunnen reageren. Fijn ook dat een aantal zaken eens door een autoriteit zwart op wit wordt gezet: technologie verandert niet alles, de context is enorm belangrijk, jongeren zijn meer ‘digital naives’ dan ‘digital natives’ en veel delen betekent niet dat privacy niet belangrijk gevonden wordt, om waar wat te noemen. Interessante materie. En zoals de titel treffend weergeeft: het is allemaal niet zo eenvoudig. Het leven in een netwerk-wereld is behoorlijk complex met de nodige uitdagingen, en alleen het begrip privacy al is voor meerdere definities vatbaar.

In acht hoofdstukken gaat het achtereenvolgens over identiteit, privacy, verslaving, gevaren, pesten, ongelijkheid, mediawijsheid en een eigen publiek, waarbij elk onderwerp rijkelijk onderbouwd wordt aan de hand van voorbeelden uit de media (denk aan de vader die kogels op zijn dochters laptop afvuurde nadat ze over hem geklaagd had op Facebook) en quotes uit de vele gesprekken die danah boyd afgelopen jaren met tieners voerde — opvallend: steevast wordt de etnische achtergrond van de respondent vermeld. Voor dit alles worden heel veel woorden gebruikt (ruim 200 pagina’s, plus een flinke bijlage met aanvullende opmerkingen, bronnen en een index), maar boeiend blijft het tot het einde. Nuance gaat vaak verloren in alle paniek in de media, hier is er alle ruimte voor. En hoewel de inhoud Amerika-georiënteerd is, geeft deze zoveel inzicht dat het eigenlijk verplicht leesvoer zou moeten zijn voor een ieder die iets met/voor jongeren doet.

De publicatie bevat veel interessante en bruikbare learnings. Tieners zien elkaar het liefst face-to-face buiten hun hun woning, maar aangezien dat vaak niet kan/mag — een beperkte mobiliteit plus weinig vrijheid en tijd om IRL af te spreken in combinatie met een angstcultuur (het NBC-programma To Catch a Predator heeft indruk gemaakt) — richten ze zich op sociale media en andere communicatiemiddelen om toch in contact te blijven met leeftijdsgenoten. Veel ouders denken dat hun kinderen bezighouden ervoor zorgt dat ze uit de problemen blijven. Tieners die online het meeste risico lopen, hebben het ook op andere plekken moeilijk, en de meeste pesters zitten met zichzelf in de knoop. Moeders maken zich zorgen om hun kroost, maar andersom blijkt dat ook het geval te zijn. Wat niet wegneemt dat tieners een plek voor zichzelf willen, en als ouders of andere volwassenen daar binnenvallen, gaan ze weer op zoek naar andere sites of apps. Een belangrijke conclusie: technologie de schuld geven van problemen of denken dat conflicten verdwijnen als technologiegebruik geminimaliseerd of bepaalde content gecensureerd wordt, is naïef.

Om een beter beeld van de inhoud te schetsen, ben ik — zoals gebruikelijk in mijn reviews — zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest sterke, kenmerkende of opvallende oneliners:

  • “What the drive-in was to teens in the 1950s and the mall in the 1980s, Facebook, texting, Twitter, instant messaging, and other social media are to teens now” (pagina 20)
  • “Many teens post information on social media that they think is funny or intended to give a particular impression to a narrow audience without considering how this same content might be read out of context” (44)
  • “While my childhood included ‘Keep Out’ bedroom signs and battles over leather miniskirts and visible bras, the rise of the internet has turned fights over privacy and exposure into headline news for an entire cohort of youth” (55)
  • “There’s a big difference between being in public and being public” (57)
  • “Rather than finding privacy by controlling access to content, many teens are instead controlling access to meaning” (76)
  • “Most teens aren’t addicted to social media; if anything, they’re addicted to each other” (80)
  • “Fear is not the solution; empathy is” (127)
  • “Because sharing is a form of currency and experiencing a cultural artifact together enables bonding, teens look for content that they think those around them will find interesting” (145)
  • “Teens see gossip, drama, and attention games all around them, and not surprisingly, they mirror what they see” (148)
  • “In a technological era defined by social media, where information flows through networks and where people curate information for their peers, who you know shapes what you know” (172)

Je kan het boek o.a. hier bestellen, maar omdat danah boyd er naar eigen zeggen geen geld aan hoeft te verdienen, staat er ook een gratis pdf online! Aanrader!





Het belang van vorm over inhoud? Het Dr. Fox Effect

30 06 2014

Soms heb je het gevoel dat iedereen al iets kende, maar jij niet. Dit had ik met het Dr. Fox effect. Het leven voor een expert kan erg zijn, het wordt nog ergers als non-experts die het beter kunnen uitleggen meer effect hebben…

Wat is het?

The Dr. Fox effect is a correlation observed between teacher expressiveness, content coverage, student evaluation and student achievement. (bron)

De naam komt van een experiment uit de jaren 70 waarbij een dokter Fox een lezing geeft voor een groep psychologen en psychiaters. De lezing wordt zeer goed gewaardeerd. Maar de inhoud slaat spijtig genoeg nergens op, is hiervoor speciaal ontworpen om net nergens over te gaan. De spreker is helemaal geen onderzoeker, maar de toen bekende acteur Michael Fox (niet te verwarren met de veel jongeren Michael J. Fox) die gevraagd werd de (ontbrekende) inhoud zeer goed te brengen.

Dit is het oorspronkelijke onderzoeksartikel:

On the basis of publications supporting the hypothesis that student ratings of educators depend largely on personality variables and not educational content, the authors programmed an actor to teach charismatically and non substantively on a topic about which he knew nothing. The authors hypothesized that given a sufficiently impressive lecture paradigm, even experienced educators participating in a new learning experience can be seduced into feeling satisfied that they have learned despite irrelevant, conflicting, and meaningless content conveyed by the lecturer. The hypothesis was supported when 55 subjects responded favorably at the significant level to an eight-item questionnaire concerning their attitudes toward the lecture. The study serves as an example to educators that their effectiveness must be evaluated beyond the satisfaction with which students view them and raises the possibility of training actors to give “legitimate” lectures as an innovative approach toward effective education. The authors conclude by emphasizing that student satisfaction with learning may represent little more than the illusion of having learned.

Het onderzoek ging in feite ruimer dan deze performance en was in feite een vergelijking tussen 6 lessen waarbij gekeken werd hoe bij gelijke inhoud, de vorm mee het welbevinden en leren bepaalde.

Dit is het abstract dat bij het vervolgonderzoek artikel hoort, bold door mij:

Students viewed one of six lectures which varied only in substantive teaching points (content) covered and seductiveness. These 207 students then rated the effectiveness of the presentation (satisfaction ratings) and completed a 26-item achievement test. Students who viewed high seduction lectures performed better on the achievement test than did students who viewed low seduction lectures. Similarly, students who viewed lectures high in content performed better on the cognitive test than did students who viewed low-content lectures. The relationship between satisfaction ratings and student achievement was not perfect. Students gave higher ratings to seductive lectures. However, ratings reflected differences in content-coverage only under low seduction conditions. The ratings were not sensitive to variations in content-coverage when lectures were highly seductive. The “Doctor Fox Effect” appears to be more than an illusion. Seductiveness affects both student ratings of instruction and achievement.

Weird Experiments geeft een pak meer uitleg én heeft de video kunnen bemachtigen:

Ook Roos Vonk schreef er een stukje over (ik zie de ironie) en legt de link met oa het bedrijfsleven.

Wat leer ik er uit?

  • Het positieve effect op leren (als er goede inhoud is natuurlijk).
  • Je kan echt grote onzin verkopen. Dit is ook wellicht een van de redenen waarom sommige goeroes en anderen die grappig nonsens verkopen zoveel invloed kunnen hebben. Het is wellicht ook een van de redenen waarom mythes zo hardnekkig in stand gehouden worden.
  • Blijf kritisch, blijf kritisch.

Nu, de suggestie dat acteurs dan maar de proffen moeten vervangen gaat volgens mij dan weer te ver.





JIM’s jaarlijkse onderzoek naar jongeren in Vlaanderen: een ondernemende generatie

20 06 2014

Weken geleden zat Herman Toch bij mij thuis enthousiast te vertellen over dit onderzoek. Kids en Jongeren maakte een korte samenvatting. De presentatie maakt al veel duidelijk:








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 6.089 andere volgers

%d bloggers like this: