10 tips voor Twittergebruik op conferenties (Linda Duits)

1 10 2014

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Live tweeting from stageWetenschappelijke conferenties zijn duur en met dalende budgetten van universiteiten wordt het wetenschappers moeilijker gemaakt om internationale collega’s te ontmoeten. Dat is jammer, omdat nieuw werk meestal eerst op conferenties wordt gepresenteerd. Twitter is een uitstekende manier om conferenties vanaf je werkplek te volgen.

Afgelopen weekend was ik op de conferentie van het Fan Studies Network waar veel getwitterd werd – zie #FSN2014. Fan-onderzoekers zijn vaak net als hun onderzoeksobject tech-adapters en de meeste bezoekers hadden dan ook een twitteraccount, waardoor de hashtag veel gebruikt werd. Het succes van zo’n hashtag valt en staat natuurlijk bij het gebruik. Ik vond in PLoS Computional Biology een artikel van gezondheidwetenschappers Sean Ekins en Ethan O. Perlstein met tien aanbevelingen – voorgesteld als regels – om dit te bewerkstelligen. Ik neem ze hier integraal over. Ze gelden ook voor niet-wetenschappelijke conferenties.

1: Short Conference Hashtag
As soon as the meeting is announced, conference organizers should claim a short (6–8 characters) descriptive # that includes the year.

2: Promote the Hashtag
Highlight the hashtag in all conference materials online, in print, on name badges, and on Twitter if possible.

3: Encourage Tweeting
Encourage live tweeting at the conference. Session chairs can facilitate this and relay questions from the twitterosphere.

4: Conference Twitter Etiquette
Keep questions short and on the science, avoid grandstanding, encourage responsible tweeting, and avoid harassment or snarkiness.

5: Conference Tweet Layout
List speaker name, affiliation and conference hashtag in the first tweet; surname or initials and meeting hashtag are sufficient thereafter.

6: Keep Conference Discussion Flowing
Summarize presentations concisely, use hashtags for keywords, and use “@ reply” to engage individuals who can add to the discussion.

7: Differentiate Your Opinions from the Speaker’s
Separate your own comments/viewpoints on the speaker or science being described in a presentation from the speaker’s own words.

8: Bring Questions up from Outside
Check for and raise questions from those outside the conference, returning the speaker responses to positively enforce participation.

9: Meet Other Live Tweeters Face to Face
Organize tweetups so that conference attendees can meet in person and consolidate relationships and collaborations.

10: Emphasize Impact of Live Tweeting
Ensure that positive effects of tweeting at conferences, such as discoveries, publications, or collaborations, are highlighted.





Presentatie van Bruno Peeters over Wikipedia, een blik op de online encyclopedie

30 09 2014




10 tips om internet voor je te ‘depersonaliseren’

29 09 2014

Alle online informatie wordt steeds meer gepersonaliseerd, maar hierdoor leef je ook steeds meer in een bubbel. Mediawijs.be, het kenniscentrum mediawijsheid, ontwikkelde een poster met 10 tips om je filter bubble te doorprikken en op die manier anoniemer te surfen. Download dan hier de poster in hoge resolutie of klik op de afbeelding hieronder om de tips te lezen.





Voor Vlaamse kranten is cyberpesten vooral een e-safety-thema (Linda Duits)

28 09 2014

Je wil iets schrijven over een nieuwe Vlaamse studie, is Linda Duits op dieponderzoek.nl je toch wel voor:

vlaamse_week_tegen_pestenMedia schrijven graag over media, en het liefst schrijven ze dan over kwalijke kanten van media. Uit een studie bleek bijvoorbeeld dat 64 procent van de berichten over kinderen en internet (uit veertien landen) ging over online risico’s en slechts achttien procent over online kansen. Cyberpesten krijgt daarom veel aandacht in de pers. Die berichtgeving is niet zonder effect: beleidsmakers baseren zich erop, ouders maken zich er zorgen door en er is een mogelijkheid van copycat-gedrag. Communicatiewetenschappers Anne Vermeulen en Heidi Vandebosch onderzochten [abstract] hoe Vlaamse kranten over cyberpesten verslag doen.

Methode
Ze voerden een kwantitatieve inhoudsanalyse uit van artikelen uit zes Vlaamse dagbladen: De Standaard en De Morgen (die gezien worden als ‘kwaliteitskranten’) en Het Nieuwsblad, Het Laatste Nieuws, Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg (beschouwd als ‘populaire’ kranten). Er werd gezocht naar ‘cyber’/‘digitaal’/‘online’/‘virtueel’/‘internet’/‘gsm’/‘elektronisch’/‘mobiel’ + ‘pesten’ in de periode 1999-2011. Artikelen werden met de hand nagelopen op relevantie en duplicaten werden verwijderd. Uiteindelijk bevatte de steekproef 447 krantenartikelen. De artikelen zijn handmatig gecodeerd.

Resultaten
De ‘populaire’ kranten schrijven meer over cyberpesten dan de ‘kwaliteitskranten’, maar de laatste schrijven langere stukken. Er wordt vooral over pesten onder jongeren gerapporteerd. Het woord ‘cyberpesten’ wordt voor het eerst gebruikt in oktober 2001. Daarvoor waren er ook al wel berichten over het fenomeen. Er ligt een piek in 2006 toen een grootschalig onderzoek naar cyberpesten onder Vlaamse jongeren werd gepubliceerd. Daarna hield de aandacht aan. Binnen de jaren is er sprake van golven: bij de start van het nieuwe schooljaar verschijnen er steevast artikelen over cyberpesten, net als in februari en maart tijdens de ‘Vlaamse week tegen pesten’ en ‘ Safer Internet Day’.

Inhoud van de artikelen:
Acties, interventies of beleid focusten: 33 procent
Onderzoek: 23,6 procent
Specifieke cases: 15,9 procent
Overig: 27,5 procent

Bij overig gaat het bijvoorbeeld algemene artikelen met uitleg over het fenomeen of aankondiging televisieprogramma. Bij onderzoek valt op dat de meeste berichten (32 van de 43) een nationale focus hadden. Ook de cases zijn vooral Belgisch, naast 7 artikelen over Amerikaanse gevallen. Opvallend is dat er vaak een connectie wordt gemaakt met zelfmoord, hoewel het aantal jongeren dat daadwerkelijk zelfmoord pleegt omwille van cyberpesten relatief klein is (de onderzoekers noemen hier geen cijfers). ‘Populaire’ kranten schrijven minder over onderzoek en meer over cases.

In de berichtgeving is technologische verandering te merken. In meer dan zestig procent van de artikelen worden applicaties genoemd waarop gepest wordt. Pesten per telefoon komt voor het laatst voor in 2006; pesten via YouTube juist sinds 2006. Pesten via sms, e-mail, blogs en fora keren steeds terug.

Conclusie
De auteurs stellen dat nieuws over cyberpesten voorspelbaar is. Onder invloed van technologische ontwikkelingen neemt het steeds nieuwe gedaantes aan. Bovendien heeft cyberpesten een plek gevonden bij een groot aantal organisaties die ‘media events’ creëren om de aandacht vast te houden. Volgens de onderzoekers verklaart dat waarom de afname aan media-aandacht die kenmerkend is voor issue cycles (nog) niet is opgetreden. Het is volgens de auteurs het technologische aspect dat de nieuwswaardigheid van dit topic blijkt te bepalen. Cyberpesten wordt geframed als een e-safety-probleem en niet zozeer als een voortzetting van wat er al op het schoolplein gebeurde. Dit sluit aan bij theorie over morele panieken, waarin gesteld wordt dat deze panieken zich vooral voortdoen bij de introductie van nieuwe media.

Het (te) snelle verband dat tussen zelfmoord en cyberpesten wordt gelegd is gevaarlijk vanwege mogelijke copycat-impact, stellen de auteurs. Ook maken zij zich zorgen of ouders en andere partijen wel de juiste preventiemaatregelen voorgeschoteld krijgen omdat de adviezen van deskundige uit diverse organisaties komen. Het maakt daarbij uit welke krant je leest, omdat ‘kwaliteitskranten’ en ‘populaire’ kranten anders verslag doen.





Google Glass gebruiken in het verkeer? Toch maar niet (onderzoek)

26 09 2014

We weten al langer dat bellen en zeker sms-en in het verkeer gevaarlijk is. Zelfs handsfree bellen zorgt er voor dat je minder oplet. Het is misschien voor sommigen ondertussen afgezaagd, maar multitasken kunnen we nu eenmaal niet.

Maar hoe zit het met Google Glass, de slimme bril van de zoekgigant? Wat is het effect van het dragen van die bril in het verkeer. Nieuw onderzoek bekeek dit en ook hier zie je duidelijk dat het toestel kan afleiden (als je bijvoorbeeld er een bericht mee ontvangt of verstuurt).

Het enige verschil dat de onderzoekers konden vaststellen ten opzichte van als de proefpersonen een smartphone gebruikten in de simulator, was dat na bijvoorbeeld een plots manoeuvre ze met de bril sneller terug controle over hun voertuig hadden dan als ze een smartphone gebruikten.

Maar dus toch maar beter niet gebruiken in het verkeer…

Het onderzoek is nog niet verschenen, maar ik baseerde me op het persbericht over het onderzoek.

 





Wat als Romeo en Julia mobiele telefoons hadden gehad? (Linda Duits)

25 09 2014

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Romeo Juliet 1996Romeo en Julia leefden in een maatschappij van groepen. Hoe was het hen vergaan als ze nu hadden geleefd, na de triple revolution: de opkomst van sociale netwerken, het alomtegenwoordige internet en de altijd toegankelijke mobiele telefoon? Die vraag stellen socioloog Barry Wellman en politicoloog Lee Rainie zich in een recent artikel [abstract]. Wij leven volgens hen in een tijd van genetwerkte individualiteit. We kunnen elkaar bereiken los van waar we zijn, terwijl we tegelijkertijd in communicatie ons steeds bewust zijn van waar we zijn – denk maar aan dé vraag die mensen stellen als ze iemand mobiel bellen: waar ben je?

De mobiele telefoon levert kansen en beperkingen op. Wellman en Rainie sommen de sociale affordances op. (Affordance is lastig te vertalen naar het Nederlands: het lelijke ‘verschaffing’ komt in de buurt.)

1. Ze konden hem overal mee naartoe nemen

Romeo en Julia hadden zich zo kunnen onttrekken aan surveillance van hun familie. Tegelijkertijd waren ze ook op te sporen geweest dankzij locatiediensten en misschien aanwijzingen die ze op sociale netwerken achterlieten.

2. Ze waren altijd beschikbaar geweest

Romeo’s vader had hem naar huis kunnen sommeren. Of misschien had Julia Romeo wel de hele tijd needy berichtjes gestuurd waardoor hij op haar afknapte.

3. Ze hadden elkaar privé kunnen aanroepen

Bij een vaste lijn weet het hele gezin dat de telefoon gaat. Mobiele communicatie kan tussen individuen. Zo zijn er mensen die hun (geheime) geliefde een aparte mobiel geven zodat niemand weet dat er gecommuniceerd wordt.

4. Het was makkelijker geweest in elkaars huis te komen

De mobiele telefoon maakt de muren van huizen van gezinnen dunner: tieners kunnen constant contact met elkaar hebben.

5. Ze konden meer voor- en nabespreken

Hoewel er veel geklaagd wordt dat tieners niet opkijken van hun mobieltjes, gebruiken ze die telefoons om elkaar fysiek op te zoeken. Bovendien kunnen ze uitgebreid voor- en napraten over hun ontmoetingen.

Voorbode van een revolutie

Het artikel is op punten een beetje flauw – ik schuif dat maar op de leeftijd van de auteurs. Er zijn ook nog veel meer gevolgen te verzinnen: Romeo die eindeloos selfies plaatst of met andere meisjes flirt op Instagram; trollacties op Twitter van de Capulets naar de Montagues op Twitter; of ruzie over wel of niet ook Facebook verkering nemen.

Desalniettemin laten de auteurs zien hoe in korte tijd grenzen zijn doorbroken waardoor individuen meer vrijheid hebben gekregen. De auteurs concluderen dat het verhaal van Romeo & Julia een voorbode is van de socialenetwerkrevolutie. Romeo & Julia leefden in een tijd van vastomlijnde groepen. Hun verhaal is echter een verhaal van individuen die elkaar buiten die lijnen willen opzoeken. Als Romeo & Julia mobiele telefoons hadden gehad, was hun liefde meer probleemloos verlopen. ” If only Romeo and Juliet had had mobile phones, they might have lived happily ever after”  besluiten de auteurs.





Leuke grafiek: de evolutie van je Facebookgebruik voor en tijdens je relatie

24 09 2014

Via de blog van Facebook deze grafiek ontdekt, Facebook weet veel over je liefdesleven, zo zien ze een relatie ontstaan:

Het aantal posts daalt dan wel, ze worden een pak positiever:

 





40 manieren op je powerpoint-slides te verknoeien (infografiek)

22 09 2014

Ik vind Death by Powerpoint nog steeds leuker, maar deze tips zijn ook handig (bron).





Zwijgspiraal niet doorbroken door sociale media (Linda Duits)

20 09 2014

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

SpiraalAls mensen een mening hebben waarvan ze denken dat hij anders is dan de meeste mensen, zijn ze onzeker over die mening. Ze houden daarom goed de meningen van anderen in de gaten. Uit angst voor isolatie zullen ze hun afwijkende mening voor zich houden. Als de eigen mening overeenkomt met wat de meeste mensen vinden, hoeven ze niet bang te zijn uitgesloten te worden en uiten ze hun mening wel. Deze theorie is een klassieker uit de communicatiewetenschap die bekend staat als de zwijgspiraal.

Het concept werd bedacht door Elisabeth Noelle-Neuman in 1974, in een tijd van massamedia waarin gewone burgers weinig mogelijkheden hadden hun stem te laten horen. Tegenwoordig kunnen zij dat wel, via sociale media. Pew Internet heeft onderzocht in hoeverre mensen bereid zijn online hun mening te delen en hoe dit afhangt van wat zij denken dat anderen vinden.

Ze ondervroegen 1801 volwassen Amerikanen met een vragenlijst. Het centrale onderwerp was het NSA-schandaal dat aan het licht kwam dankzij onthullingen van Edward Snowden. Dit onderwerp is gekozen omdat uit een eerdere studie bleek dat Amerikanen hier erg verdeeld over zijn. Respondenten werden om hun mening gevraagd, hoe bereid ze zijn hierover te discussieren op plekken als werk, een etentje met vrienden, Twitter en Facebook, en in hoeverre ze dachten dat concrete anderen (hun partner, buren, twittervolgers) het eens zijn met hun mening.

De belangrijkste uitkomsten van deze studie:

  • Mensen waren minder geneigd het NSA-verhaal op sociale media te bespreken. 86 procent van de Amerikanen wilde dit persoonlijk bespreken, maar slechts 42 procent wilde dat op Facebook of Twitter doen.
  • Van de veertien procent die Snowden niet in persoon wilde bespreken, wilde slecht 0,3 procent dat wel op sociale media doen. Sociale medie bieden dus geen alternatief discussieplatform.
  • Zowel in persoonlijke als online settings waren mensen meer bereid hun mening te delen als ze dachten dat hun publiek het met hen eens was.
  • Gebruikers van Facebook- en Twitter waren minder bereid hun mening face-to-face te delen.

Pew zwijgspiraal

De onderzoekers concluderen daarom dat “social media did not provide new forums for those who might otherwise remain silent to express their opinions and debate issues”.

Dit voelt niet juist. Online zijn er bijvoorbeeld veel anonieme accounts. Anonimiteit maakt dat de verzender niet hoeft te malen om wat zijn omgeving van zijn mening vindt. Dit is helemaal niet meegenomen in de studie. Daarnaast vind ik de keuze voor het onderwerp opmerkelijk: het spionageschandaal is redelijk technisch en dat zou een reden kunnen zijn dat mensen er niet makkelijk over spreken. De onderzoekers rapporteren inderdaad dat mensen die het gevoel hadden meer kennis van het onderwerp te hebben, makkelijker erover in gesprek gingen.

Tot slot is cumulatie een belangrijke factor in de theorie over de zwijgspiraal: Noelle-Neuman stelde dat massamedia boodschappen steeds herhalen en dat het daarom voor mensen moeilijk is die boodschappen te negeren. Uit het Pew-onderzoek bleek dat dit niet op ging: slechts 58 procent had in ieder geval iets over dit onderwerp gehoord via tv, een benauwende negentien procent uit de krant en slechts drie procent iets op Twitter.

Het lijkt er dus op dat niet de zwijgspiraal is onderzocht, maar het effect van weinig van een onderwerp weten op bereidheid erover te spreken.





Video: 5 invloeden van sociale media op je brein (en een beetje commentaar)

19 09 2014

Het stuk over multitasken klopt, fantoomtrillingen ook, de dopamine en witte massa-stukken zijn iets moeilijker.

Enkele bedenkingen:

  1. Is de ‘verslaving’ aan contact of aan technologie?
  2. Te vaak wordt sociale media te veel herleid tot het tijdlijn gebeuren, maar er is ook de meer privé chatbox. Het is het verschil tussen empathie en narcisme. Beide komen voor dankzij sociale media.







Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 6.240 andere volgers

%d bloggers like this: