8 stellingen om te praten over media in de klas of thuis (week van de mediawijsheid)

18 10 2014

Deze poster hoort bij de Week van de Mediawijsheid 21-28 nov. Je kan de poster als pdf hier downloaden.

watvindjij





De politiek was deze week een lesje mediawijsheid

17 10 2014

We zeggen het zo vaak tegen jongeren: internet vergeet niet. Los van politieke voor- of afkeur, dit is wat Theo Francken deze week ook leerde. Een bericht op Facebook van jaren geleden duikt opnieuw op en je kan er worden op afgerekend.

Het is een nieuwe werkelijkheid waar we moeten leren mee omgaan. Hoe gaan we om met een transparante wereld die niet vergeet?  Ondertussen hebben 5000 mensen van hun ‘recht op vergeten’ op Google gebruik gemaakt. Iets wat Japan ook wil invoeren, trouwens. Het is een recht waardoor Google ons al tijdje wijst op de volgens hen kwalijke gevolgen. Bij verschillende zoekopdrachten zal je lezen dat de resultaten niet compleet zijn wegens dit nieuwe ‘mensenrecht’.

Ik ben zelf een voorstander van recht op vergeten, vergeten is een belangrijk, vaak gezond proces. Tegelijkertijd besef ik 1 ding: online vergeten is een technisch gegeven. Zelfs dan blijft al dan niet iets ‘vergeven’ iets puur menselijks. Maar of bijvoorbeeld alle HR-managers die jonge sollicitanten opzoeken op Google dit al ter harte nemen, is nog maar de vraag…





Het eind van de smartphone-ijsjeskar in New York

14 10 2014


Als je al een tijdje blogt, kunnen soms verhalen opeens opnieuw opduiken. In 2012 schreef ik deze blogpost over een speciale soort ijsjestruck… om hun telefoons te bewaren die verboden zijn op de scholen in NY. Het was nodig, want metaaldetectoren controleren de leerlingen ook op telefoons.

De prijs om je telefoon een dag bij te houden was 1 dollar.

Maar nu komt er een eind aan deze booming business, want… New York is van plan de ban op telefoons op te heffen.





De geschiedenis van sociale media in 90 seconden (video, CNBC)

14 10 2014




De volledige ‘Digital Amnesia’-documentaire (VPRO)

13 10 2014

Nee, dit gaat niet over die Digitale Dementie, maar wel over hoe we omgaan met (digitaal) erfgoed.





Maakt Facebook mensen eenzaam? (onderzoek)

13 10 2014

Sociale media wordt naargelang de bron die je raadpleegt verketterd of verheerlijkt. Sommige zullen beweren (onlangs nog op radio 1) dat sociale media depressief maakt en anderen zullen de grote voordelen van netwerken roemen.

Een nieuwe meta-studie onderzocht expliciet de causale relatie tussen sociale media en eenzaamheid en probeert de vraag te beantwoorden of Facebook mensen eenzamer maakt. Hiervoor bekeken ze de verschillende onderzoeken die al eerder over deze vraag gemaakt werden en er is wel degelijk een link tussen Facebook en eenzaamheid. Dit wil zeggen dat naarmate je eenzamer voelt, de kans groot is dat je meer op Facebook zit. Maar wat oorzaak en wat gevolg is, ligt wel anders dan sommige zullen denken:

The interesting point of this study is that it both supports and corrects the original Internet paradox study (The “Internet Paradox,” done by researchers at Carnegie Mellon University), which is one of the most influential studies in Internet research. To the question of whether or not the Internet increases psychological dysfunction such as loneliness, the Internet paradox study suggested that Internet use has detrimental effects. Our study supports this in that Internet use is associated with loneliness. However, we found the previously suggested causal direction to be erroneous: lonely people spend more time on the Internet rather than Internet use making people lonely. (bron)

Het is dus niet zozeer Facebook die mensen eenzaam maakt, maar mensen die zich eenzaam voelen die sneller en vaker naar het platform zullen grijpen. Dit is vergelijkbaar met eerdere onderzoeken rond depressie en Facebook trouwens.

Een van de onderzoeken die Song et al. bekeken voor hun metastudie maakt gewag van een mogelijke vicieuze cirkel, waarbij Facebook de eenzaamheid extra versterkt waardoor de persoon nog meer naar Facebook gaat, maar de onderzoekers kunnen deze stelling op dit moment niet veralgemenen op basis van de verschillende studies. Meer onderzoek blijft dus nog zeker nodig.

Abstract van de meta-studie:

This meta-analysis explores the relationship between Facebook use and loneliness. Examination of the literature containing quantitative measurements of both Facebook use and loneliness, including close variations of the definition of loneliness, produced a sample of 18 research effects (= 8798) for review. This study asks two main questions: (1) Does using Facebook increase or decrease loneliness?; and (2) What causes what?: Does Facebook make its users lonely (or less lonely), or do lonely people (or less lonely people) use Facebook? First, researchers observed a significant overall average effect in the positive relationship between Facebook use and loneliness. Researchers also point to measurements of Facebook use as well as measurements of loneliness (and its variations) as possible moderating features or sources of variability in the relationship. Testing the relationship between Facebook use and loneliness in the context of two causal models revealed that (a) the first model outlining a path from elements of loneliness to Facebook use was not an adequate explanation of the data; whereas, (b) testing the relationship for a path in the second model from elements of Facebook use to loneliness showed results consistent with the data.





TED-talk van Glenn Greenwald: (de verrassende reden) waarom privacy belangrijk is

12 10 2014




DDMM: Nederlandse jongeren verlaten Facebook nog niet, omarmen andere sociale media wel steeds meer (Dennis Hoogervorst)

9 10 2014

Deze blogpost verscheen eerst op Kids en Jongeren.

De onderzoekers van de Amerikaanse investeringsbank Piper Jaffray hebben vandaag de 28ste editie (pdf) van het rapport Taking Stock With Teens gepubliceerd. Zelf koppen ze ‘Different is the New Cool’ boven hun persbericht, benadrukkend dat jongeren als eerste openstaan voor verandering, technologie gebruikend om op hún tijd met merken om te gaan. De media, zowel in de VS als hier in Nederland, brengen echter een andere bevinding als nieuws*: Facebook is veel minder populair onder tieners – het aantal jonge gebruikers kelderde in een half jaar van 72% naar 45%.

Dat roept natuurlijk de vraag op of dezelfde ontwikkeling ook hier gaande is. Het digitale bereiksonderzoek DDMM** maakt een dergelijke analyse mogelijk (in juli zag je op kidsenjongeren.nl al een lijstje van de grootste merkenonline). Hieronder een aanvulling, met de focus op de zes hoogst scorende ‘sociale’ merken: Facebook, Twitter, WhatsApp, YouTube, Instagram en Snapchat.

In april 2014 bereikte Facebook netto 89,9% van de Nederlandse tieners (via desktop, smartphone en/of tablet), in augustus was dat 85,3%. We zullen komende periode moeten afwachten of die (lichte) daling doorzet, want deze zou zomaar verklaard kunnen worden door de zomervakantie. Wat niet wegneemt dat de andere sociale media wél gestegen zijn in deze vijf maanden. WhatsApp en YouTube komen steeds dichterbij, maar hebben Facebook (nog) niet ingehaald.

ddmm maand

In onderstaande grafiek zie je het verloop van het bereik onder Nederlandse 13-19-jarigen van de belangrijkste sociale media, op weekniveau (uiteraard scoren de merken in een week een lager bereik dan in een maand). Binnen een week bezoeken nog altijd zeven van de tien tieners in Nederland de site of app van Facebook.

DDMM tm week 35-2014

*Dat Facebook helemaal over zou zijn, werd anderhalf jaar geleden ook al uitgebreid verkondigd, maar ondertussen waren ook tegengeluiden te horen. Waar rook is, is vuur, dus we blijven het volgen.

**DDMM (Dutch Digital Media Measurement) is een continu online bereiksonderzoek dat wordt uitgevoerd door GfK in opdracht van VINEX (de vereniging van internetexploitanten) en van PMA (de overkoepelende organisatie van media-adviesbureaus) — representatief voor de Nederlandse bevolking. Bovenstaande percentages betreffen de leeftijdsgroep 13 t/m 19 jaar. Op het moment van schrijven waren gegevens bekend t/m week 35/2014. Met dank aan Marianne voor de cijfers!

 





Nieuw rapport pleit voor technologie in kleuteronderwijs en lagere school

8 10 2014

De voorbije weken kregen we op televisie te horen dat technologie beter niet in de kleuterklas thuishoort (denk aan screenzombies). Dit nieuwe RAND-rapport bekeek de verschillende onderzoeken en bevroeg verschillende experts over het gebruik van technologie in het primair onderwijs en pleit net voor vroeg gebruik van technologie (zelfs al in de kleuteropvang) om de digitale kloof te dichten die men ziet ontstaan tussen kinderen uit gezinnen met lage inkomens en hoge inkomens.

De aanbevelingen samengevat:

  • Technology is one of many tools: When technology is used as one tool in a larger toolbox, it can provide the greatest benefits while continuing to allow for the use of other learning tools and activities when they are likely to be most effective in supporting skill growth.
  • Support school readiness in digital literacy: With increasing standards for technology use in early elementary grades, forum experts agreed that all children, particularly low-income children, could benefit from acquiring basic technology literacy skills in early childhood care (ECE) settings to ensure readiness for technology use in the classroom.
  • Help narrow the digital divide: Technology use in ECE settings has the potential to address both aspects of the digital divide: access and use. In ECE settings, children from low-income families can access technology that is not available in the home, and they can be taught to use technology in ways that are more likely to result in skill growth and learning, thereby addressing disparities in use.
  • Expand resources for providers and families: Goals for technology use in ECE settings need not focus exclusively on use among children, as there are many ways that technology can be used to support providers and families as they, in turn, support the education of young children.

Het is belangrijk op te merken dat de invalshoek van dit rapport totaal anders is dan de invalshoek van bijvoorbeeld Manfred Spitzer of Theo Compernolle. Ze kijken naar de digitale kloof, waar de neuropsychiaters naar ontwikkeling kijken.





Handleiding voor scholen om verspreiding van ongewenst beeldmateriaal te voorkomen

2 10 2014

Vond via Kennisnet.nl deze handleiding die ze samen met de VO-raad maakten waarin ze bespreken je online verspreiding van ongewenste beelden van leerlingen en personeel voorkomt.

“Scholen worden steeds meer geconfronteerd met het feit dat ongewenste en schadelijke foto’s en filmpjes van hun leerlingen via digitale kanalen verspreid worden. Voorbeelden zijn filmpjes van hoe een leerling in elkaar geslagen of gepest wordt of naaktfoto’s van leerlingen op sociaalnetwerksites. Het verspreiden van dit beeldmateriaal kan leiden tot allerlei vormen van het zogenoemde cyberpesten. Feit is dat verspreiding van digitaal beeldmateriaal grote impact heeft op de veiligheidsbeleving en het welbevinden van alle leerlingen op school en daarmee uiteindelijk ook op hun leerproces. Een sociaal veilige omgeving is immers een voorwaarde om goed te kunnen leren.”








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 6.334 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: