Zwijgspiraal niet doorbroken door sociale media (Linda Duits)

20 09 2014

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

SpiraalAls mensen een mening hebben waarvan ze denken dat hij anders is dan de meeste mensen, zijn ze onzeker over die mening. Ze houden daarom goed de meningen van anderen in de gaten. Uit angst voor isolatie zullen ze hun afwijkende mening voor zich houden. Als de eigen mening overeenkomt met wat de meeste mensen vinden, hoeven ze niet bang te zijn uitgesloten te worden en uiten ze hun mening wel. Deze theorie is een klassieker uit de communicatiewetenschap die bekend staat als de zwijgspiraal.

Het concept werd bedacht door Elisabeth Noelle-Neuman in 1974, in een tijd van massamedia waarin gewone burgers weinig mogelijkheden hadden hun stem te laten horen. Tegenwoordig kunnen zij dat wel, via sociale media. Pew Internet heeft onderzocht in hoeverre mensen bereid zijn online hun mening te delen en hoe dit afhangt van wat zij denken dat anderen vinden.

Ze ondervroegen 1801 volwassen Amerikanen met een vragenlijst. Het centrale onderwerp was het NSA-schandaal dat aan het licht kwam dankzij onthullingen van Edward Snowden. Dit onderwerp is gekozen omdat uit een eerdere studie bleek dat Amerikanen hier erg verdeeld over zijn. Respondenten werden om hun mening gevraagd, hoe bereid ze zijn hierover te discussieren op plekken als werk, een etentje met vrienden, Twitter en Facebook, en in hoeverre ze dachten dat concrete anderen (hun partner, buren, twittervolgers) het eens zijn met hun mening.

De belangrijkste uitkomsten van deze studie:

  • Mensen waren minder geneigd het NSA-verhaal op sociale media te bespreken. 86 procent van de Amerikanen wilde dit persoonlijk bespreken, maar slechts 42 procent wilde dat op Facebook of Twitter doen.
  • Van de veertien procent die Snowden niet in persoon wilde bespreken, wilde slecht 0,3 procent dat wel op sociale media doen. Sociale medie bieden dus geen alternatief discussieplatform.
  • Zowel in persoonlijke als online settings waren mensen meer bereid hun mening te delen als ze dachten dat hun publiek het met hen eens was.
  • Gebruikers van Facebook- en Twitter waren minder bereid hun mening face-to-face te delen.

Pew zwijgspiraal

De onderzoekers concluderen daarom dat “social media did not provide new forums for those who might otherwise remain silent to express their opinions and debate issues”.

Dit voelt niet juist. Online zijn er bijvoorbeeld veel anonieme accounts. Anonimiteit maakt dat de verzender niet hoeft te malen om wat zijn omgeving van zijn mening vindt. Dit is helemaal niet meegenomen in de studie. Daarnaast vind ik de keuze voor het onderwerp opmerkelijk: het spionageschandaal is redelijk technisch en dat zou een reden kunnen zijn dat mensen er niet makkelijk over spreken. De onderzoekers rapporteren inderdaad dat mensen die het gevoel hadden meer kennis van het onderwerp te hebben, makkelijker erover in gesprek gingen.

Tot slot is cumulatie een belangrijke factor in de theorie over de zwijgspiraal: Noelle-Neuman stelde dat massamedia boodschappen steeds herhalen en dat het daarom voor mensen moeilijk is die boodschappen te negeren. Uit het Pew-onderzoek bleek dat dit niet op ging: slechts 58 procent had in ieder geval iets over dit onderwerp gehoord via tv, een benauwende negentien procent uit de krant en slechts drie procent iets op Twitter.

Het lijkt er dus op dat niet de zwijgspiraal is onderzocht, maar het effect van weinig van een onderwerp weten op bereidheid erover te spreken.





Video: 5 invloeden van sociale media op je brein (en een beetje commentaar)

19 09 2014

Het stuk over multitasken klopt, fantoomtrillingen ook, de dopamine en witte massa-stukken zijn iets moeilijker.

Enkele bedenkingen:

  1. Is de ‘verslaving’ aan contact of aan technologie?
  2. Te vaak wordt sociale media te veel herleid tot het tijdlijn gebeuren, maar er is ook de meer privé chatbox. Het is het verschil tussen empathie en narcisme. Beide komen voor dankzij sociale media.




Handig: Mediawijs gamen: Gaminggids voor begeleiders van kinderen en jongeren

17 09 2014

Op Mediawijs.be staat een nieuwe gids van Michel Walrave en Joris van Ouytsel over mediawijs gamen.

Over de gids:

In deze gids willen we de feiten van de mythen en de hypes onderscheiden. Je taak als ouder, leraar, jeugdwerker of andere begeleider van jongeren, zal er vooral uit bestaan om met hen op een open en positieve manier over gaming en bepaalde gebeurtenissen te praten. We geven je in deze gids dan ook enkele tips om samen met kinderen en jongeren deze ‘mediawijze’ gesprekken te voeren. We vertrekken hierbij steeds vanuit een positieve instelling, met respect voor de interesses van jongeren.

We willen je met deze gids hulpmiddelen geven om zelf aan de slag te gaan. In het eerste deel focussen we daarom op enkele praktische aspecten die je in overweging kan nemen wanneer je een game koopt. Wetenschappelijk onderzoek heeft verder uitgebreid aangetoond dat games jongeren kunnen stimuleren om te leren. Daarom bieden we een overzicht van praktische tips voor leraren, jeugdwerkers of ouders die met een game in de klas, de jeugdbeweging of thuis aan de slag willen gaan. Daarna zoomen we in op verschillende typen reclame die in games verwerkt kunnen zijn. We staan stil bij advergames en in-gameadvertising. De subtiele verschillen tussen beide reclamevormen komen aan bod evenals de doelen die bedrijven hiermee willen bereiken. We bespreken hoe men kinderen en jongeren hiervan bewust kan maken en sluiten dit deel af met concreet advies en enkele tips om hierrond gesprekken in gezins- of klasverband te voeren. Voorts focussen we op twee thema’s die regelmatig in de media aan bod komen en vaak voor ophef en stevige discussies zorgen: geweld en verslaving. Wat geweten is uit wetenschappelijk onderzoek over deze gevoelige thema’s, komt eerst aan bod. Daarna focussen we op concrete tips om met jongeren te praten over geweld dat in sommige games aan bod komt. Ook staan we stil bij welke tekens kunnen wijzen op een eventuele overmatige gamingactiviteit. Aansluitend behandelen we vormen van agressie die tussen gamers kan plaatsvinden en kunnen leiden tot cyberpesten. In het laatste deel van de gids verwijzen we naar websites en organisaties waar je terecht kan voor bijkomende informatie en advies.

Gaming is een belangrijke activiteit voor kinderen en jongeren. Het is niet louter een tijdverdrijf. Kinderen en jongeren kunnen er ook vaardigheden mee ontwikkelen en leren omgaan met andere spelers in een competitieve omgeving. De lessen die ze hieruit trekken, kunnen breder toepasbaar zijn. Daarom is het als begeleider van kinderen en jongeren belangrijk om de vinger aan de pols te houden. Door inzicht te hebben in een snel evoluerend fenomeen, in concrete kansen maar ook risico’s, kan men jongeren bijstaan om mediawijs te gamen. Deze gids wil je daarin begeleiden.

Download de gids hier.





Leuke campagne rond onzekerheid op sociale media: #leukgenoeg

11 09 2014

Zelf denk ik dat onzekerheid ook al bestond voor Facebook en Instagram, maar het is wel een leuk idee en misschien een aanzet voor een klasdiscussie.





“Kleuters met tablets worden screenzombies”, tja

9 09 2014

Gisteren zond Terzake deze reportage uit. Eerst het goede: de juf toont hoe ze de tablets in de klas kan gebruiken. Duidelijke afspraken, soms samen, soms vrij.

Maar dan het slechte. De hoofdpersoon in deze reportage was Theo Compernolle, psychiater. De man schermde met zware uitspraken zoals de volgende:

De man schermde met onderzoeken die zouden beweren dat computers meer negatief effect op jongens zouden hebben dan meisjes.

Ik zou graag al de vermelde onderzoeken zien. Sommige uitspraken herkende ik van bekende technologiewaarschuwers als Manfred Spitzer en barones Susan Greenfield. Greenfield doet vaak zware uitspraken, spijtig genoeg zonder enige basis. Spitzer is dan weer behoorlijk goed in eenzijdigheid van selectie en interpreteren van bronnen.

De commentaren op twitter waren niet mals, ook van echte onderzoekers naar technologie en kinderen zoals professor Peter Nikken:

Begrijp me niet verkeerd, er zijn wel degelijk aanbevelingen rond schermtijd bij peuters, kleuters en jonge kinderen. De Amerikaanse organisatie van pediaters geeft als advies geen schermtijd op onder de 2 jaar, maximum 2 uur per dag onder de dag en beter een paar keer een korte periode dan 1 lange periode bij jonge kinderen. Precies zoals de juf trouwens deed.

Het grootste probleem bij deze rapportage was het totaal ontbreken van enige nuance.

Ruben Baetens vatte de conclusie na de reportage goed samen:

En deze oude cartoon kwam ook weer voorbij:





Boeken beoordelen op hun omslag (Linda Duits)

9 09 2014

Wou zelf een blogpost schrijven over dit onderzoek, maar Linda was me voor. Verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

voorbeeldTo judge a book by its cover betekent dat je op uiterlijkheden afgaat in plaats van op inhoud. De uitdrukking is raar, omdat bij het kopen van een boek de kaft een essentiële rol speelt. Uitgevers weten dat en zien de omslag als een belangrijk marketinginstrument. Bij kinderboeken is dit lastig. Het zijn vaak ouders die boeken kopen voor hun kroost. Kunnen zij zich wel goed inleven in wat hun kinderen aantrekkelijk vinden? Lysette Hartman, Vanessa Okken en Thomas van Rompay van de Universiteit Twente rapporteren in het Tijdschrift voor Communicatiewetenschap [abstract] over de effecten van realisme en complexiteit in fotografiegebruik op de waardering van kinderboekomslagen door tweens en volwassenen.

Ze namen een vragenlijst af onder 93 tweens (onderverdeeld in jonge en oude tweens) en 125 volwassenen. De kinderen waren tussen de 8 en 12 jaar. Er waren drie sets kinderboeken, waarbij steeds een ‘onrealistische’ en ‘realistische’ variant is gemaakt, en een ‘complexe’ en ‘niet-complexe’ variant – zie afbeelding. De respondenten moesten op een 1-5 schaal aangeven hoe ze het boek waardeerden, hoe realistisch en hoe complex ze de cover vonden. Er was geen sprake van toedeling aan condities: de respondenten beoordeelden alle covers.

Stimulusmateriaal

Tweens hebben een voorkeur voor realistische boekomslagen. Uit eerder onderzoek bleek ook al dat tweens de voorkeur geven aan een foto boven een tekening. De onderzoekers maken hierbij een kanttekening dat genre een rol speelt. Kaften worden gebruikt om genres te herkennen en het kan zijn dat genrevoorkeur zwaarder weegt dan de aard van de omslag. De onderzoekers vonden geen bewijs dat complexiteit een rol speelt bij de waarderen.

Er was bij twee van de drie sets een significant verschil tussen de waardering van tweens en wat volwassenen denken dat tweens waarderen. Daarbij gold dat volwassenen zich beter kunnen inleven in de voorkeuren van jonge tweens dan in die van oude tweens.





Uit naam der democratie: laat Twitter Twitter, niet Facebook (Linda Duits)

6 09 2014

Twitter flock

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Vroeger was het zo dat Facebook op Twitter wilde lijken. Nu zijn er aanwijzingen dat Twitter in de voetsporen van haar gehate zusje gaat treden. Hoofd financiën  Anthony Noto sprak op een conferentie over het verbeteren van de feed, zogenaamd om deze meer relevant te maken. De manier om dat te doen is via een algoritme dat bepaalt welke tweets interessant zijn en dat die tweets bovenaan plaatst. Een soort Edgerank van Facebook dus. The Wall Street Journal schrijft:

“Twitter’s timeline is organized in reverse chronological order, a delivery system that has not changed since the product was created eight years ago and one that some early adopters consider sacred to the core Twitter experience. But this “isn’t the most relevant experience for a user,” Noto said. Timely tweets can get buried at the bottom of the feed if the user doesn’t have the app open, for example. “Putting that content in front of the person at that moment in time is a way to organize that content better.””

Uiteraard viel dit niet goed in het twitterversum. Dat heeft niet alleen te maken met angst voor verandering. In tegenstelling tot op Facebook dat draait om wederkerige relaties met grotendeels bestaande vrienden, volg je op Twitter mensen vanwege hun tweets. Wie je volgt is vaak het resultaat van een zorgvuldig samengestelde groep. Daarbij draait Twitter op actualiteit: het meest recente eerst.

Socioloog Zeynep Tufekci die gespecialiseerd is in online activisme en protest schrijft in een uitstekend stuk over de democratische waarde van het huidige Twitter. Het is cruciaal dat ook onverwachte tweets viraal kunnen gaan. Geen algoritme kan dat goed inschatten:

“Twitter brims with human judgment, and the problem with algorithmic filtering is not losing the chronology, which I admit can be clumsy at times, but it’s losing the human judgment that makes the network rewarding and sometimes unpredictable. I also recently wrote about how #Ferguson surfaced on Twitter while it remained buried, at least for me, in curated Facebook—as many others noted, Facebook was awash with the Ice Bucket Challenge instead, which invites likes and provides videos and tagging of others; just the things an algorithm would value. This isn’t a judgement of the value of the ALS challenge but a clear example of how algorithms work—and don’t work.”

Meer ‘relevante’  tweets betekenen volgens Tufekci meer celebrity-tweets, meer sport, meer evenementen, meer tweets met veel interactie. Wat er minder is zijn de tweets die er volgens jou zelf toe doen, de tweets waarom je mensen bent gaan volgen.

De achterliggende reden voor de verandering heeft te maken met advertentie-inkomsten. De baas van Twitter heeft overigens op alle onrust gereageerd door te twitteren dat er geen sprake is van een gedwongen gefilterde feed. Lees hier een analyse van wat er dan wel is gezegd.

Er was ook goed nieuws: waarschijnlijk wordt het mogelijk groepDMs te sturen.





Kijk, dit is een mooi lesje mediawijsheid en economie over Beats-koptelefoons

4 09 2014





30 aanbevelingen rond media voor kinderen, ouders, onderwijs, overheid en industrie van EUKids Online

2 09 2014

Er is een nieuw rapport van EU Kids Online en het heeft een finaal, overkoepelend karakter. Het bevat namelijk 30 concrete aanbevelingen op basis van de verschillende onderzoeken van het samenwerkingsverband. Je kan het hele rapport hier downloaden, maar dit zijn alvast de aanbevelingen opgesomd:

CHILDREN AND YOUNG PEOPLE are encouraged to:

  • Maximise the benefits that the internet affords through diverse activities that expand their digital skills to more participative and creative uses;
  • Share responsibility for online safety and welfare of others, particularly in contexts of online bullying and harassment where as bystanders or participants, they can have decisive impact;
  • Respect age limits for online services and seek advice from parents and teachers about the suitability of services and content they would like to access.
  • Develop proactive coping strategies such as deleting messages, blocking unwanted contacts and using reporting tools;
  • Seek help from a parent, trusted adult or friend if they have been bullied or encounter something problematic online;
  • Review online privacy settings on a regular basis; share personal information only with friends; and never post other’s personal information, including pictures, without consent.

PARENTS should:

  • Support children’s exploration of the internet from an early age and inform themselves about the benefits and the risks that the internet offers;
  • Focus on enhancing children’s opportunities, coping skills and resilience to potential harm;
  • Think less about risk and focus instead on engaging, fun activities and positive content;
  • Communicate regularly with children about what they may find problematic online;
  • Be clear about expectations and rules relating to online behaviour;
  • Treat media coverage concerning online risks critically.

EDUCATORS should:

  • Promote positive, safe, and effective use of technology by children in all educational contexts including homework, using public libraries, computer clubhouses, ICT workshops etc.;
  • Integrate online safety awareness and digital skills across the curriculum;
  • Ensure the benefits of digital technologies reach all children.
  • Ensure provision of ICT and digital skills development for teachers, supported by awareness raising about risks and safety for young people online;
  • Develop whole school policies regarding positive uses of technology as well as protocols to deal with instances of online bullying and harassment;
  • Form partnerships with trusted providers and sources of expertise in the delivery of internet safety education.

GOVERNMENTS should:

  • Coordinate multi-stakeholder efforts to bring about greater levels of internet safety and ensure there is meaningful youth participation in all relevant multi- stakeholder groupings;
  • Review adequate legislative provision for dealing with online harassment and abuse;
  • Ensure provision for youth protection in traditional media can also support online safety provision;
  • Continue efforts to support digital inclusion of all citizens while providing support for socially disadvantaged parents and households;
  • Promote positive online content, encouraging broadcasters, content developers and entrepreneurs to develop content tailored to the needs of different age groups

AWARENESS RAISERS AND THE MEDIA should:

  • Increase parental understanding about the risks young people face online without being alarmist or sensationalist;
  • Focus first on the many opportunities and benefits that the internet affords and only secondly the risks to be managed and harm to be avoided;
  • Represent and present young people’s perspectives about online experiences in ways that respect their rights and their privacy.
  • Ensure reporting and awareness raising is based on reliable evidence and robust research.

INDUSTRY PROVIDERS should:

  • Ensure ‘safety by default’ and enable customisable, easy-to-use safety features, accessible to those with only basic digital literacy;
  • Promote greater standardization in classification and advisory labels to guide parents;
  • Ensure age limits are real and effective using appropriate methods of age verification where possible and accompanied by sufficient safety information;
  • Implement tools so that under-18s can remove content that may be damaging to their reputation and/or personal integrity.
  • Ensure commercial content is clearly distinguishable, is age-appropriate, ethical and sensitive to local cultural values, gender and race.
  • Support independent evaluation and testing of all specified safety tools and features.
  • Develop a shared resource of standardized industry data regarding the reporting of risks.




Een idee maakt school, nu ook een Vlaamse GoPro-video van de eerste schooldag

1 09 2014

Vorige week plaatste ik deze video van een eerste schooldag van een Amerikaans meisje, blijkbaar maakte het idee school. De Vlaamse krant Het Laatste Nieuws deed exact het zelfde met een 7 -jarige leerling. De video zelf is in feite heel kort en laat weinig zien.

De reacties vorige week op twitter op de originele video waren ronduit negatief en eerlijk, ik hoop dat dit geen mode wordt.

Echt niet.

.

 








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 6.190 andere volgers

%d bloggers like this: