Moeten kinderen binnenkort niet meer liegen over hun leeftijd op internet?

20 08 2014

Je mag pas vanaf 13 jaar op Facebook. En juist, veel jonge tieners houden zich hier op geen enkele manier aan. Weinigen weten dat de zelfde leeftijdsbeperking ook geldt voor YouTube of andere Google-diensten als Gmail. Daar zou nu verandering in kunnen komen, Google zou volgens The Atlantic de leeftijdsgrens willen verlagen.

Achter de leeftijdsbeperking zit Amerikaanse wetgeving, en deze vereist voor kinderen onder de 13 dat er ouderlijk gezag betrokken wordt in het verhaal als men data over de kinderen wil opslaan.

Google zou volgens sommige bronnen effectief aan een dashboard voor ouders werken.

Nu voor alle duidelijkheid, zoals The Wire besluit: het zijn voorlopig enkel maar geruchten.

Nu, het zou vooral toch maar een soort van regulariseren zin van de huidige situatie, hoeveel kinderen hebben een Android-toestel? Zelf ben ik benieuwd naar een dergelijk dashboard en vooral wat Facebook in zo’n geval gaat doen?





Experiment toont Facebook’s filter bubbel: je ziet slechts een fractie van de posts van je vrienden

19 08 2014

Tim Herrera van de Washington Post wou controleren welke posts hij al dan niet te zien kreeg van zijn vrienden op Facebook. Hij heeft iets meer dan 400 ‘friends’ op het sociale netwerk. Maar misschien is het jou ook al opgevallen, veel van die info van je vrienden krijg je niet te zien. En ook opvallend, veel van de berichten die je wel te zien krijgt, zijn al oud (maar kregen een reactie of een like).

Dit is het resultaat:

Wat me ook opvalt: de berichten van pagina’s zijn een pak meer in aantal dan die van vrienden, zowel in productie als in zien.

Facebook probeert te raden welke informatie je echt nodig hebt en verbergt de rest. Of die rest echt onbelangrijk is, wie zal het zeggen. Of wat je ziet belangrijk is? Wat denk je zelf?

Lees hier het volledige verhaal van Tim.

 





Gastblog Linda Duits: Nederlandse politici twitteren beter dan Britse politici

17 08 2014

Deze post, Nederlandse politici twitteren beter dan Britse politici, verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Twitterende politiciNederlanders twitteren wat af. Dat is niet zo maar een loze zin: wat voor meetmethode je ook gebruikt (per hoofd van de bevolking, absoluut, penetratie): Nederland eindigt steevast in de top 10. Hoewel twittergebruik aanzienlijk verschilt tussen landen, is er nauwelijks vergelijkend onderzoek. Todd Graham richt zich op het twittergedrag van polici. Samen met Dan Jackson en Marcel Broersma onderzocht [abstract] hij verschillen tussen Nederland en Groot-Brittannië tijdens de verkiezingen van 2010.

Eerder rapporteerden we hier over de resultaten van alleen Groot-Brittannië uit dit project. In deze blogpost bespreken we vooral de verschillen tussen de twee landen.

Graham onderzocht alle twitterende kandidaten voor de parlementsverkiezingen. In Groot-Brittannië waren dat er 416, in Nederland 206. De Britten produceerden in de twee weken voor de verkiezingen 26.282 tweets, de Nederlanders 28.045. Tweets werden onderworpen aan een handmatige inhoudsanalyse waarbij type, functie, onderwerp en interactie werden gecodeerd.

Resultaten
Uit de analyse komt een opvallend patroon naar voren: in beide landen zit er een hoge piek in het twittergebruik op dag 8 – zie figuur 1. Dit was in beide landen een dag van televisiedebat. Daarnaast zijn er pieken in de twee dagen voor de verkiezingen.  Die laatste twee dagen zijn voor Nederland zelfs goed voor bijna een kwart van alle tweets.

Figure 1

Een tweede inzicht is dat Nederlandse politici meer met de interactie aangaan dan Britse. Bijna de helft (47%) van de tweets van Nederlandse politici heeft een mention, tegenover 32 procent bij de Britten. De Britse politici zenden meer volgens het oude massamedia-idee. Met wie er gesproken was verschilde ook tussen de landen, zie tabel 4.

Table 4

Tot slot bleek dat Nederlandse politici meer hun politieke standpunten verkondigden dan Britse (15,2% tegenover 7,3%). Dit verschil komt omdat Nederlandse journalisten en burgers daadwerkelijk politici daarom vragen op Twitter. Britten brachten hun standpunten meer als “one-way campaign sound bites” (p. 11). Bij de inhoud viel ook op dat Britten vaker hun achterban mobiliseren via Twitter (3% versus 0,3%). Nederlandse politici zijn meer persoonlijk (9% vs 4%).

Conclusies

  • Nederlandse politici hebben Twitter veel meer omarmd dan hun Britse tegenhangers. Volgens de onderzoekers heeft dit te maken met een langere geschiedenis van sociale netwerken. In 2006 ging Wouter Bos op Hyves en veel politici volgden. Daarnaast zitten er meer Nederlanders op Twitter dan Britten (ze halen daarbij cijfers van Comscore uit 2011 aan: 22% vs 13%).
  • Er is geen bewijs dat politieke kleur van partijen ertoe doet. Wel werd duidelijk dat controle van bovenaf uitmaakt: de strakgeleide Conservatives en de PVV zien streng toe op hoe politici uit de partij gebruik maken van sociale media.
  • Er is sprake van een wederkerige relatie tussen de politieke twittersfeer en conventionele media, zoals duidelijk wordt uit de piek bij de televisiedebatten.
  • Het aantal volgers heeft geen negatief effect op mogelijkheden tot interactie, zoals eerder wel gedacht werd. Ze noemen als voorbeeld Femke Halsema (in 2010 nog politica), die veel volgers heeft maar ook veel met mensen in dialoog is. De onderzoekers merken op dat uit ander onderzoek blijkt dat veel interactie ook leidt tot meer volgers.
  • Britse politici gebruiken Twitter meer voor partij-ingegeven aanvallen naar de tegenstander. Nederlandse politici zetten het netwerk meer in voor publiek debat. Volgens de onderzoekers komt dit door de verschillende politieke systemen: Groot-Brittannië is een meerderheidssysteem en Nederland een meerpartijensysteem met consensus. Hierbij is ook de mediaomgeving relevant: in Groot-Brittannië jaagt de pers op schandaaltjes en gebruikt daarvoor regelmatig tweets. Het is dan ook niet gek dat Britse politici wat meer terughoudend zijn.
  • Politici klagen vaak dat conventionele nieuwsmedia zich vooral richten op partijaffaires en te weinig op de inhoud. De onderzoekers stellen dat de hoeveelheid beleidsinhoudelijke tweets erg laag is, terwijl er veel over de partij getwitterd wordt. Politici doen dus zelf waar zij de media van beschuldigen.




Vijftig tinten zwart, de Snijtafel over Zwarte Piet

15 08 2014

Misschien beter niet bekijken in het bijzijn van kinderen…





Commentaar: Een nieuwe vorm van terreur

12 08 2014

Een kind van 7 zegt in de camera dat hij de ongelovigen in Europa wil doden. Beelden van een ander kind met een afgehakt hoofd in de handen. Je wil de beelden niet zien, maar het is moeilijk. Ze komen binnen via de krant, maar vooral komen ze binnen via sociale media. Het is een nieuwe, zeer effectieve vorm van terrorisme.

9/11, de aanslagen in Spanje, Londen,… dit is terrorisme van de klassiek massamedia met een snuifje sociale media. Het zijn verschrikkelijke beelden die via de CNN’s van deze wereld onze huiskamer binnenkwamen. Vorige week, toen de VS ISIS of IS begon te beschieten, heb ik nog even de nieuwszender opgezet om na ongelooflijk veel reclame enkele korte quotes te zien, die ik al op twitter kon lezen.

Tegelijkertijd was er een hashtag op twitter #messagefromisistous. De beelden die je daar zag waren in 1 woord verschrikkelijk, en effectief. Ik voelde me bang. Heel bang.

Wat is terrorisme? Volgens Wikipedia zijn er heel veel definities.

Kijken we naar wat het doel is van terrorisme is dat vrij duidelijk:

Het doel is politieke veranderingen af te dwingen door middel van gewelddadige acties die het maatschappelijk leven ontwrichten. Deze kunnen bestaan uit het zaaien van angst – soms met zeer gewelddadige acties – om zo politieke stabiliteit te ondergraven. Doelen kunnen onder andere zijn:

  • onafhankelijkheid van een volk op zijn grondgebied binnen een staat;
  • verzet tegen bestaande maatschappelijke en/of politieke en/of religieuze structuren;
  • handhaving van de macht van een bepaalde organisatie of ondergrondse beweging binnen een staat.

Dat ik bang werd, was de bedoeling. Daarom zijn de beelden die via sociale media verstuurd worden ook wel degelijk terrorisme. IS is een van de eerste terreurorganisaties die dit slim door hebben en effectief gebruiken. Door Twitter en Facebook komen hun berichten en beelden onze huiskamers en slaapkamers binnen. Ze beheersen onze slimme telefoons. We zijn zo onder de indruk… dat we de beelden zelf verder delen en ergens ironisch genoeg de terreur mee effectief maken.

Negeren is wellicht geen optie, maar we zullen wel moeten leren omgaan met deze vorm van terrorisme 2.0.





Soms moet zelfs een wetenschapstijdschrift werken aan mediawijsheid: zijn kinderen sociopaten?

9 08 2014

Zelfs het oudste tijdschrift over wetenschap kan soms wat meer mediawijsheid gebruiken. The Onion is een behoorlijke fantastische parodiesite waarbij verzonnen nieuwsberichten vaak commentaar geven op de actualiteit. Een beetje zoals De Rechtzetting en De Speld hier doen. Het wordt pas pijnlijk als zo een bericht als echt nieuws overgenomen wordt. Het is misschien minder erg als dat in een commentaarstuk gebeurd. Het is erger als een betrouwbaar tijdschrift als Science News dit doet en zelfs ander, bestaand onderzoek er aan koppelt en zo opeens het verzonnen verhaal dat kinderen onder de 10 sociopaten zijn een eigen leven gaat leiden.

Het artikel is ondertussen verwijderd, maar internet vergeet nooit.

(gevonden via Gawker)





Computerprogramma kan kwaliteit van Wikipedia-toevoegingen checken

8 08 2014

Er is wat te doen vandaag en gisteren rond aanpassingen van bepaalde wikipedia-pagina’s door politici, dit programma kan wellicht helpen. Er is net een nieuw artikel gepubliceerd in het International Journal of Information Quality over een nieuw stuk software dat werd ontwikkeld om de kwaliteit van pagina’s op de online encyclopedie in te schatten.

Nu, begrijp me niet verkeerd. Wikipedia scoort qua betrouwbaarheid vaak goed, waarbij vaak verwezen wordt naar een onderzoek van bijna 10 jaar geleden dat in Nature gepubliceerd werd waaruit bleek dat Wikipedia even betrouwbaar was op dat moment als de norm van de Brittanica.

Toch is het niet onlogisch dat dergelijke software onderzocht wordt. Zeker nu die betrouwbaarheid een stuk onder druk komt te staan, zie ook dit artikel in MIT Technology Review.

P.S.: gisteren viel me op dat er rond pedagogen en onderwijskundigen in de Nederlandse versie van Wikipedia nog weinig te vinden is. De Block, Heene, Depaepe,… misschien een gemis dat het waard is aangevuld te worden?

Abstract van het onderzoek:

As the largest free user-generated knowledge repository, data quality of Wikipedia has attracted great attention these years. Automatic assessment of Wikipedia article’s data quality is a pressing concern. We observe that every Wikipedia quality class exhibits its specific characteristic along different first-class quality dimensions including accuracy, completeness, consistency and minimality. We propose to extract quality dimension values from article’s content and editing history using dynamic Bayesian network (DBN) and information extraction techniques. Next, we employ multivariate Gaussian distributions to model quality dimension distributions for each quality class, and combine multiple trained classifiers to predict an article’s quality class, which can distinguish different quality classes effectively and robustly. Experiments demonstrate that our approach generates a good performance.





Documentaire van Pool: Digitalife, over de digitalisering van ons leven

5 08 2014

Vond deze documentaire via @dhoogervorst en ik vind ze eerlijk gezegd heel erg fijn.

De zoektocht in de film zet vooral aan tot denken en discussies over in welke mate dit effectieve toekomstscenario’s zijn en in welke mate we deze al dan niet willen. Ze zijn soms hoopvol, soms ontnuchterend en soms beide tegelijk.

Een kleine seconde dacht ik dat het verhaal van de dochter een beetje erbij gehaald werd, maar haar interventies en de technische hickups zijn net de broodnodige relativering en cruciaal om de factor mens in het verhaal te begrijpen.





Gamen (maar met mate) is positief voor kinderen en jongeren (onderzoek)

5 08 2014

Een onderzoek bij 5000 kinderen en jongeren geeft aan dat zij die wel degelijk af en toe gamen, maar niet meer dan een uurtje per dag beter ‘aangepast’ (‘adjusted’) opgroeien dan kinderen die meer dan een drie uur per dag gamen of dan kinderen… die helemaal niet gamen. De onderzoekers van de universiteit van Oxford merkten geen effect (positief, noch negatief) van het spelen van games tussen 1 en 3u per dag.

Maar… het effect is klein én het onderzoek is correlationeel en er zijn nog wel wat bedenkingen te maken. Onderzoeker Przybylski stelt: “These results support recent laboratory-based experiments that have identified the downsides to playing electronic games. However, high levels of video game-playing appear to be only weakly linked to children’s behavioural problems in the real world. Likewise, the small, positive effects we observed for low levels of play on electronic games do not support the idea that video games on their own can help children develop in an increasingly digital world.”

Dus gamen alleen helpt kinderen ook niet voor beter omgaan met technologie.

Abstract van het onderzoek:

BACKGROUND AND OBJECTIVES: The rise of electronic games has driven both concerns and hopes regarding their potential to influence young people. Existing research identifies a series of isolated positive and negative effects, yet no research to date has examined the balance of these potential effects in a representative sample of children and adolescents. The objective of this study was to explore how time spent playing electronic games accounts for significant variation in positive and negative psychosocial adjustment using a representative cohort of children aged 10 to 15 years.

METHODS: A large sample of children and adolescents aged 10 to 15 years completed assessments of psychosocial adjustment and reported typical daily hours spent playing electronic games. Relations between different levels of engagement and indicators of positive and negative psychosocial adjustment were examined, controlling for participant age and gender and weighted for population representativeness.

RESULTS: Low levels (<1 hour daily) as well as high levels (>3 hours daily) of game engagement was linked to key indicators of psychosocial adjustment. Low engagement was associated with higher life satisfaction and prosocial behavior and lower externalizing and internalizing problems, whereas the opposite was found for high levels of play. No effects were observed for moderate play levels when compared with non-players.

CONCLUSIONS: The links between different levels of electronic game engagement and psychosocial adjustment were small (<1.6% of variance) yet statistically significant. Games consistently but not robustly associated with children’s adjustment in both positive and negative ways, findings that inform policy-making as well as future avenues for research in the area.





Woorden van de dag “replication bullies,” “false positive police,” en “data detectives.”

2 08 2014

Er is oorlog in de wereld van sociaal psychologen. Niet om een nieuwe Stapel-rel, wel omdat een journal een speciaal issue heeft gewijd aan replicatie van bekende eerder onderzoeken. Dit is in feite prima, replicatie wil zeggen dat een onderzoek opnieuw gedaan wordt om te kijken of het de zelfde resultaten oplevert. Als dit het geval is: mooi, meer zekerheid. Als dit echter niet het geval is: ook mooi, maar minder goed nieuws voor de eerste onderzoekers.

In feite is dat laatste niet noodzakelijk zo, want dan is het interessant om te kijken waarom er andere resultaten zijn uitgekomen.

Fair is dan wel dat de oorspronkelijke onderzoekers betrokken worden en kans krijgen om te reageren. Hier is het bij Social Psychology echter fout gelopen. Lees het relaas hier in een uitgebreid verslag op Slate en leer 3 nieuwe concepten: “replication bullies,” “false positive police,” en “data detectives.”

Het is een soort van tegenbeweging tegen de ‘controleurs’ van de wetenschap. Eerlijk, ik vind de woorden ongepast (alhoewel sommige bewoordingen rond de replicatieartikels niet echt je dat zijn). Nee, het is net goed dat er meer aandacht komt voor replicatie-onderzoek.

Oja, misschien is het idee van Steven Pinker (via wie ik het artikel in Slate ontdekte) wel te overdreven. Hij roept journalisten namelijk op om enkel nog over metastudies te rapporteren en geeft als tip mee: als een onderzoek sexy klinkt, is het vaak gewoon fout.








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 6.043 andere volgers

%d bloggers like this: