Volgens Viacom hebben Belgische en Nederlandse kinderen gemiddeld toegang tot 7 schermen thuis

12 11 2014

Bij deze infografiek die ik hier vond:

“Media devices are commonplace among kids in Northern Europe, according to “My Media, My Ads,” a new study by Nickelodeon Kids and Family GPS. Kids in Belgium, Germany, Denmark, the Netherlands, Poland and Sweden have access to an average of 4.4 devices and 7.1 screens at home, and many have devices of their own for personal consumption. If parents were to put together a media plan for their kids, 54% of the commercials would be on television and the rest would be divided across computers, tablets, smartphones, and gaming consoles.”





Een reclame tegen ‘big sister’

10 11 2014

Via het onvolprezen kortjes ontdekte ik deze reclame van Goldieblox, speelgoed dat niet in de gender-val wil trappen. Maar waarbij ik me wel afvraag waarom ze zich dan enkel op meisjes richten.

De reclame is een duidelijke verwijzing naar deze beroemde Apple-reclame, maar het punt is duidelijk:





Hoe jongeren het alcoholgebruik van volwassen zien (Linda Duits)

9 11 2014

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Nix18In Nederland wordt in campagnes een onderscheid gemaakt tussen drinken voor jongeren en drinken voor volwassenen. De boodschap van Nix18 is dat jongeren – dat wil zeggen: mensen onder de 18 jaar – niet mogen drinken. Geïmpliceerd daarin is dat drinken boven de 18 jaar dus prima is. Trekken jongeren zulke grenzen zelf ook? In een recente studie [abstract] onderzochten Finse en Italiaanse onderzoekers het ‘grenswerk’ [boundary work] rond alcohol van Finse en Italiaans jongeren.

Grenswerk
Grenzen komen voort uit cultuur en context, zo stelt sociologische theorie over grenswerk van Lamont and Molnár. Ze worden sociaal onderhandeld en zijn dus niet gebonden aan individuen, maar aan groepen. Je zou daarom verwachten dat mensen uit verschillende landen andere grenzen bij alcoholgebruik trekken. Italië en Finland kennen andere drinkculturen. In Italië wordt vooral gematigd bij het eten gedronken, in Finland vooral zwaar bij gelegenheden. Italië kent meer langdurige ziektes gerelateerd aan alcohol, Finland vooral alcoholgerelateerde ongelukken en geweld. De studie richt zich op Turijn en Helsinki. De auteurs spreken daarom van ‘drinking geographies’ in plaats van drinkculturen.

Methode
De onderzoekers hielden in iedere stad vier focusgroepen, met jongeren tussen de 17 en 20 (Turijn) en 17-24 (Helsinki). In totaal zijn 51 respondenten bevraagd. De groepen waren met opzet heterogeen in termen van klasse. Ze kregen verschillende beelden van drinksituaties voorgelegd om discussie te stimuleren. Op de data is narratieve analyse toegepast, waarbij is gezocht naar patronen rond grenzen, in het bijzonder onderscheid tussen jeugdig versus volwassen drinken, en netjes versus afwijkend drinken voor volwassenen.

Resultaten
Er waren duidelijke verschillen tussen de steden. Turijnse jongeren zagen een stel dat samen wijn drinkt vooral als aperitief, voordat er gegeten wordt in een restaurant, en geschikt voor jong en oud. Een hele fles vonden ze trouwens te veel. Jongeren uit Helsinki zagen deze situatie als iets voor volwassenen en koppelden het aan winkelen, een jubileum of daten.

Een foto van een groepje mensen op een terras overdag werd door de Turijnse jongeren afgewezen: overdag drinken is niet normaal. De Finse jongeren vonden het wel normaal, maar alleen voor volwassenen bijvoorbeeld als borrel na het werk.

Een man die alleen drinkt vonden de Turijnse jongeren sneu. Ze koppelden dit beeld aan alcoholisme. Ook de jongeren uit Helsinki vonden het een zielig  beeld. Alleen drinken was in hun ogen onacceptabel, tenzij je uit Oost- of Zuid-Europa komt of een kunstenaar, docent of denker bent.

Tot slot: een foto van een man voorovergebogen naast een fles drank (‘van zijn stokje gegaan’) werd gezien als pathologisch. Voor de Italiaanse jongeren waren dronken volwassenen onbekend. Jongeren mogen wel dronken worden:

Actually, an adult who gets drunk is considered a failed person, someone not meeting social expectations, while young people who do it are not blamed, especially among higher socio-economic status interviewees. However, intoxication is not personally appreciated: many accounts refer to others’ drunkenness (p. 244).

Opmerkelijk zagen de jongeren uit Helsinki dit beeld als alleen iets voor volwassenen. Ze betrokken de foto niet op zichzelf.

Conclusie
De jongeren uit Turijn trokken grenzen tussen normaal en afwijkend drinkgedrag. Dit gaat om hoeveelheid, plaats (wijn drink je niet als je uitgaat, alleen thuis en in een restaurant), tijd (niet overdag), gezelschap (als stelletje mag het), leeftijd en type alcohol (geen digestieven). De normen van deze jongeren lijken op die van volwassenen. Volgens de onderzoekers komt dit omdat Italiaanse kinderen langzaam alcohol leren drinken, steeds met volwassenen erbij. Dronkenschap hoort bij jeugd: als je ouder wordt dien je dat niet meer te doen.

De jongeren uit Helsinki zagen jeugdig en volwassen drinken als heel anders. Zij bekeken situaties vooral of er veel of weinig gedronken wordt. Dronkenschap keerden steeds daarbij terug en werd gezien als onderdeel van zowel volwassen als jeugdig drinken, zonder dat dit betekende dat ze vergelijkingen maakten. Omdat deze jongeren wisten dat volwassenen hun drankgebruik afkeurden, werd drinken een daad van verzet tegen ouderlijke normen. In Finland bestaat een tegenstelling tussen officiële uitingen waarin drankgebruik wordt afgeraden, en informele gebruiken gericht zijn op zwaar drinken. Dit betekent volgens de onderzoekers dat er geen gedeelde normen tot stand komen.

Nederland
Het is lastig om de Nederlandse drinkcultuur af te zetten tegen deze kleine kwalitatieve studie. Ik denk dat de Nederlandse cultuur beide elementen kent. De campagne van Nix18 stelt nu “Heel Nederland is het er over eens, onder de 18 moet je gewoon niet roken en drinken. Daarom hebben we een afspraak: de afspraak van NIX.” Dit is onjuist: niet drinken onder de 18 is helemaal geen gedeelde norm in Nederland. Het is voor voorlichtingsinstanties daarom essentieel dit onderzoek in Nederland te reproduceren willen ze de juiste toon kunnen vatten in campagnes.





Waarschuwing: dit filmpje is nogal sentimenteel (Technology will never replace love)

6 11 2014

Gisteren was ik op de boekvoorstelling van Steven van Belleghem van zijn nieuwe boek “When digital becomes human” en zag er dit filmpje. Te mooi om niet te delen:





#alexfromtarget is een reclamestunt. Maar waarvoor en waarom en klopt het wel? (Linda Duits)

6 11 2014

Deze blogpost verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Alex from TargetGisteren vroeg Alex den Haan op Twitter aan me of ik #alexfromtarget kon duiden. Een foto van een jongen aan het werk bij warenhuis Target ging viraal op Twitter. Uiteraard werd dit opgepakt door internet en mainstream media waardoor het fenomeen nog zich meer verspreidde, onder het mom ‘plotselinge roem voor doodnormale jongen’. Ik antwoordde dat ik erover na moest denken en dat toeval op hetinternet niet bestaat. Dat werd bevestigd.

Fans
Het bureau Breakr claimt nu aanjager te zijn geweest van de rage. Zij zeggen dat het meisje dat de foto als eerste twitterde een van hun ‘fan girls’ was. De actie zou gecoördineerd zijn geweest: Breakr zou hebben gezorgd dat het binnen een gemeenschap van fan-meisjes gepromoot werd.

Het is onduidelijk wat voor bureau Breakr precies is. Hun website is nog in beta en stelt alleen:

At the intersection of communication and content, Breakr evolves the way you consume content with like-minded individuals.

Incompleet 
Is dit nu het hele verhaal? Het is in ieder geval zeker dat jonge meisjes het fenomeen hebben aangejaagd. The Washington Post rapporteerde dit ook meteen – zij waren blijkbaar een van de weinigen die de moeite namen om een klein beetje op onderzoek uit te gaan. Voor media geldt een dergelijk bericht als leuke content die makkelijk kliks trekt: dus waarom zouden ze zich verdiepen?

Het is niet zeker dat de meisjes dit hebben gedaan in opdracht van Target.CNN stelt dat het meisje dat de foto plaatste op haar Twitter heeft gezegd dat ze niet weet wat Breakr is. Ook Alex zelf verklaart daar dat hij geen relatie met Breakr heeft.

De lessen
Fans zijn een zeer machtige groep (maar dat wisten we natuurlijk al) die makkelijk uitgebuit wordt voor commercieel gewin. Journalisten doen te weinig om dat commercieel gewin bloot te leggen, omdat media graag meevaren op die uitbuiting.





Enkele nieuwe, opvallende internet-statistieken samengevat

5 11 2014




Wie zegt dat onderzoek saai moet zijn? (grappige video voor Halloween)

29 10 2014

Even tussendoor om het kind in je te laten wegdromen! (via @dhoogervorst)





Apple als knecht van de platenindustrie (Linda Duits)

23 10 2014

RIP Napster

Deze bijdrage verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Afhankelijk van je positie leek het zo mooi: het internet zou consumenten en muzikanten dichterbij elkaar brengen. Technologische ontwikkelingen hebben thuisstudio’s mogelijk gemaakt en contacten in stenen winkels zijn niet meer nodig om je muziek te verkopen. De macht van de grote platenmaatschappijen kon doorbroken worden. Toch is dat niet de realiteit. In een recent artikel [abstract] analyseert David Arditi de effecten van online distributie op de hedendaagse muziekindustrie.

Distributieparadox
Distributie is voor muzikanten het grootste obstakel. Platenmaatschappijen hebben lang het monopolie hierop gehad. Productie, opslag en vervoer van muziek is duur. Daarnaast zitten er kosten aan promotie. De grote maatschappijen hebben een uitgebreid netwerk en winnen zo de slag van onafhankelijke labels. Arditi rekent voor dat het ongeveer $5 kost voor een CD om in een stenen winkel verkocht te worden.

Digitale muziek lijkt dit systeem te doorbreken: de fysieke infrastructuur is immers niet meer nodig. Maar lage distributiekosten op internet leiden tot een groot aanbod. In dit aanbod moet je opvallen: Radiohead en de Arctic Monkeys konden dat misschien, maar als Arditi nu zelf een plaat produceert, weet niemand daarvan. Deze paradox heeft ervoor gezorgd dat het aantal onafhankelijke labels niet is toegekomen, maar is gehalveerd in de periode 1996-2010.

“When consumers are confronted with access to everything on the Internet, they are forced to retreat to distribution systems that they recognize in order to find content; this is where branding and the effects of “old media” power come into play—majors can use control over “old media” (e.g. TV) to drive business to their online commodities” (p. 412).

Muziek delen
Volgens Arditi heeft de combinatie van rechtszaken van belangenbehartiger RIAA (Recording Industry Association of America) met de ontwikkeling van iTunes ervoor gezorgd dat platenmaatschappijen hun distributiemonopolie konden behouden. Het delen van muziek is al ouder dan het internet. Liefhebbers wisselden bijvoorbeeld muziek uit via cassettebandjes. Vanwege het kwaliteitsverlies maakte de RIAA zich hier niet heel druk om. Dat veranderde met peer-to-peer-sites waar muziek digitaal gedeeld werd. Op deze netwerken heeft bovendien iedere muzikant in principe gelijke toegang.

Het delen van muziek op deze manier kan gebeuren omdat mensen niet voor platen willen betalen. Het kan ook gaan om mensen die iets willen proberen voor ze het kopen; om muziek die niet langer te koop is; en om bestanden zonder copyright. In de rechtszaken heeft de RIAA alleen gesproken van de eerste soort delen. De tweede soort is voor platenmaatschappijen extra interessant: als ze weten dat een nummer veel gedownload wordt, kunnen ze radiostations inzetten om die plaat extra te promoten. De RIAA negeert overigens optie 4.

De rol van Apple
Peer-to-peer-netwerken deden platenmaatschappijen realiseren dat ze over moesten naar digitale distributie. Dit heeft vooral vorm gekregen in iTunes. iTunes 1.0 was in 2001 niet veel meer dan een Windows Media Player: software om muziek mee af te spelen. In 2003 werd de  iTunes Music Store gelanceerd, waar voor $0,99 een liedje gekocht kon worden. iTunes werd al snel de grootste aanbieder. In 2011 hadden zij een aandeel van 38,23 procent van de retail muziekmarkt. Ter vergelijking: de twee grootste concurrenten Wal-Mart en Best Buy hebben samen 17,86 procent. Het succes van Apple is niet alleen aan hen toe te schrijven: de platenindustrie speelde een grote rol.

In 2003 wilde de RIAA zich laten gelden. Ze spande rechtszaken aan tegen downloaders wegens auteursrechtbreuk. Die zaken kwamen zelden voor: gebruikers werden geïntimideerd met mogelijk hoge proceskosten en schikten daarom. Dit had een afschrikwekkend effect:

“These lawsuits have a panoptic effect on people who illegally share music because they know they are being watched, but they do not know when they are being watched. … The effect is that people weigh the costs of being sued for an inordinate amount of money against the benefit of downloading a few songs” (p. 417).

Uit angst kozen mensen er dus voor dan maar te betalen voor muziek. Het is belangrijk hier nogmaals op te merken dat er voor de komst van iTunes geen keuze was: alle online MP3-winkels werden door de RIAA aangepakt. De gelijktijdigheid van het vervolgen van individuele gebruikers en het verschijnen van iTunes was niet toevallig, maar het resultaat van gesprekken tussen de RIAA, platenmaatschappijen en Steve Jobs.

De komst van iTunes heeft een effect gehad op alle soorten downloads. De ‘dieven’ werden geïntimideerd. De mensen die wilden proeven, konden dit nu gratis bij Apple doen. Kwalijker is dat de bibliotheekfunctie wordt belemmerd en dat mensen die gratis hun muziek wilden delen nergens meer terecht kunnen.

Survival of the powerful
De muziekindustrie is geen vrije markt. Drie spelers hebben de macht, mede dankzij distributiedeals met onafhankelijke labels. Arditi hekelt het recht dat de platenmaatschappijen menen te hebben op een monopolie:

“Free market capitalism is based on the idea of the survival of the fittest in the market, until the industry leaders begin to struggle to remain on top” (p. 420).

Platenmaatschappijen negeerden andere oorzaken van hun verlies, bijvoorbeeld het feit dat mensen veel muziek al op CD hadden en die simpelweg zelf gingen overzetten op mp3. Zogeheten residual album sales waren altijd een belangrijke bron van inkomsten: in de overgang van plaat naar cassette en van cassette naar cd verdienden platenmaatschappijen geld met het verkopen van dezelfde muziek.

Arditi eindigt op een sombere noot. Hij stelt dat bestaande bedrijven altijd zullen proberen hun machtspositie te behouden wanneer zij geconfronteerd worden met meer gelijkheid. Digitale muziek haalde muren neer, maar iTunes heeft de oude distributiebarrieres weer ferm opgericht.





Tieners en tweens over genderrollen in reclame en ‘femvertising’

20 10 2014

Femvertising is een nieuwe term, maar betekent zoveel als reclame die positief is voor vrouwen. Deze tieners geven commentaar.

Gevonden via kortjes!





Zeer straffe campagne van Plan België: deze film is geschikt voor kinderen vanaf 12 jaar…

16 10 2014

(via Kids en Jongeren)








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 6.670 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: