Wie zegt dat onderzoek saai moet zijn? (grappige video voor Halloween)

29 10 2014

Even tussendoor om het kind in je te laten wegdromen! (via @dhoogervorst)





Apple als knecht van de platenindustrie (Linda Duits)

23 10 2014

RIP Napster

Deze bijdrage verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Afhankelijk van je positie leek het zo mooi: het internet zou consumenten en muzikanten dichterbij elkaar brengen. Technologische ontwikkelingen hebben thuisstudio’s mogelijk gemaakt en contacten in stenen winkels zijn niet meer nodig om je muziek te verkopen. De macht van de grote platenmaatschappijen kon doorbroken worden. Toch is dat niet de realiteit. In een recent artikel [abstract] analyseert David Arditi de effecten van online distributie op de hedendaagse muziekindustrie.

Distributieparadox
Distributie is voor muzikanten het grootste obstakel. Platenmaatschappijen hebben lang het monopolie hierop gehad. Productie, opslag en vervoer van muziek is duur. Daarnaast zitten er kosten aan promotie. De grote maatschappijen hebben een uitgebreid netwerk en winnen zo de slag van onafhankelijke labels. Arditi rekent voor dat het ongeveer $5 kost voor een CD om in een stenen winkel verkocht te worden.

Digitale muziek lijkt dit systeem te doorbreken: de fysieke infrastructuur is immers niet meer nodig. Maar lage distributiekosten op internet leiden tot een groot aanbod. In dit aanbod moet je opvallen: Radiohead en de Arctic Monkeys konden dat misschien, maar als Arditi nu zelf een plaat produceert, weet niemand daarvan. Deze paradox heeft ervoor gezorgd dat het aantal onafhankelijke labels niet is toegekomen, maar is gehalveerd in de periode 1996-2010.

“When consumers are confronted with access to everything on the Internet, they are forced to retreat to distribution systems that they recognize in order to find content; this is where branding and the effects of “old media” power come into play—majors can use control over “old media” (e.g. TV) to drive business to their online commodities” (p. 412).

Muziek delen
Volgens Arditi heeft de combinatie van rechtszaken van belangenbehartiger RIAA (Recording Industry Association of America) met de ontwikkeling van iTunes ervoor gezorgd dat platenmaatschappijen hun distributiemonopolie konden behouden. Het delen van muziek is al ouder dan het internet. Liefhebbers wisselden bijvoorbeeld muziek uit via cassettebandjes. Vanwege het kwaliteitsverlies maakte de RIAA zich hier niet heel druk om. Dat veranderde met peer-to-peer-sites waar muziek digitaal gedeeld werd. Op deze netwerken heeft bovendien iedere muzikant in principe gelijke toegang.

Het delen van muziek op deze manier kan gebeuren omdat mensen niet voor platen willen betalen. Het kan ook gaan om mensen die iets willen proberen voor ze het kopen; om muziek die niet langer te koop is; en om bestanden zonder copyright. In de rechtszaken heeft de RIAA alleen gesproken van de eerste soort delen. De tweede soort is voor platenmaatschappijen extra interessant: als ze weten dat een nummer veel gedownload wordt, kunnen ze radiostations inzetten om die plaat extra te promoten. De RIAA negeert overigens optie 4.

De rol van Apple
Peer-to-peer-netwerken deden platenmaatschappijen realiseren dat ze over moesten naar digitale distributie. Dit heeft vooral vorm gekregen in iTunes. iTunes 1.0 was in 2001 niet veel meer dan een Windows Media Player: software om muziek mee af te spelen. In 2003 werd de  iTunes Music Store gelanceerd, waar voor $0,99 een liedje gekocht kon worden. iTunes werd al snel de grootste aanbieder. In 2011 hadden zij een aandeel van 38,23 procent van de retail muziekmarkt. Ter vergelijking: de twee grootste concurrenten Wal-Mart en Best Buy hebben samen 17,86 procent. Het succes van Apple is niet alleen aan hen toe te schrijven: de platenindustrie speelde een grote rol.

In 2003 wilde de RIAA zich laten gelden. Ze spande rechtszaken aan tegen downloaders wegens auteursrechtbreuk. Die zaken kwamen zelden voor: gebruikers werden geïntimideerd met mogelijk hoge proceskosten en schikten daarom. Dit had een afschrikwekkend effect:

“These lawsuits have a panoptic effect on people who illegally share music because they know they are being watched, but they do not know when they are being watched. … The effect is that people weigh the costs of being sued for an inordinate amount of money against the benefit of downloading a few songs” (p. 417).

Uit angst kozen mensen er dus voor dan maar te betalen voor muziek. Het is belangrijk hier nogmaals op te merken dat er voor de komst van iTunes geen keuze was: alle online MP3-winkels werden door de RIAA aangepakt. De gelijktijdigheid van het vervolgen van individuele gebruikers en het verschijnen van iTunes was niet toevallig, maar het resultaat van gesprekken tussen de RIAA, platenmaatschappijen en Steve Jobs.

De komst van iTunes heeft een effect gehad op alle soorten downloads. De ‘dieven’ werden geïntimideerd. De mensen die wilden proeven, konden dit nu gratis bij Apple doen. Kwalijker is dat de bibliotheekfunctie wordt belemmerd en dat mensen die gratis hun muziek wilden delen nergens meer terecht kunnen.

Survival of the powerful
De muziekindustrie is geen vrije markt. Drie spelers hebben de macht, mede dankzij distributiedeals met onafhankelijke labels. Arditi hekelt het recht dat de platenmaatschappijen menen te hebben op een monopolie:

“Free market capitalism is based on the idea of the survival of the fittest in the market, until the industry leaders begin to struggle to remain on top” (p. 420).

Platenmaatschappijen negeerden andere oorzaken van hun verlies, bijvoorbeeld het feit dat mensen veel muziek al op CD hadden en die simpelweg zelf gingen overzetten op mp3. Zogeheten residual album sales waren altijd een belangrijke bron van inkomsten: in de overgang van plaat naar cassette en van cassette naar cd verdienden platenmaatschappijen geld met het verkopen van dezelfde muziek.

Arditi eindigt op een sombere noot. Hij stelt dat bestaande bedrijven altijd zullen proberen hun machtspositie te behouden wanneer zij geconfronteerd worden met meer gelijkheid. Digitale muziek haalde muren neer, maar iTunes heeft de oude distributiebarrieres weer ferm opgericht.





Tieners en tweens over genderrollen in reclame en ‘femvertising’

20 10 2014

Femvertising is een nieuwe term, maar betekent zoveel als reclame die positief is voor vrouwen. Deze tieners geven commentaar.

Gevonden via kortjes!





Zeer straffe campagne van Plan België: deze film is geschikt voor kinderen vanaf 12 jaar…

16 10 2014

(via Kids en Jongeren)





Zeer sterke reclame van het Zweedse Kinderkankerfonds

11 10 2014




Nieuwe Augmented Reality vensters gaan stap verder: interessant voor winkels, musea,… (video)

7 10 2014

De video lijkt wat schimmig, maar de toepassingen zeker naar het einde van de video zijn behoorlijk straf.

Sta er maar bij stil. Kleren passen na de uren aan het raam van de winkel om te weten of het je past qua uiterlijk? Wordt met dit mogelijk.





Presentatie van Bruno Peeters over Wikipedia, een blik op de online encyclopedie

30 09 2014




Viacom-onderzoek: televisie moet relevant zijn als ze nog een jong publiek willen bereiken

30 09 2014

We kijken op steeds veel meer manieren naar bewegende beelden. De competitie voor onze aandacht is moordend. Viacom onderzocht bij jongeren wereldwijd wat hun verwachtingen rond televisie was.

Een samenvatting:

Whether they’re 9, 19, or 29, content must be relevant to consumers, in any way they choose to consume it.

This was a key finding from TV S.M.A.R.T., a new research project by Viacom International Media Networks (VIMN) that shows how and why TV viewing is changing around the world, and how advancements in distribution are changing the ways viewers consume and engage with content.

The project’s main findings were that audiences still love TV and TV content, viewers use a “hierarchy of screens” to choose the devices they view on, and that in order to be successful, TV today must be S.M.A.R.T. (Social, Mobile, Accessible, Relevant, and Tailored).

We’re covering all of those elements in our series of posts on TV S.M.A.R.T.  Here, we’re focusing on “R” for Relevant:

More than 4 in 10 TV viewers are accessing TV content online using methods other than a TV set.

  • Laptops and desktops are most commonly used for TV viewing (24% and 20%, respectively)
  • 15% use smartphones, 7% use tablets, 4% use gaming systems

Viewers seek out the optimal viewing experience via a “hierarchy of screens.” They gravitate toward the best available screen—starting with the TV set.

  • If the TV set is in use or if the viewer wants more privacy, they’ll choose a desktop, laptop, or tablet as the next best screen
  • With the smallest screens, mobile phones are used primarily outside the home or when other devices aren’t easily accessible

Consumers want programming that is relevant to them, presented in an environment for them.

  • Super-serving our audiences is something they really appreciate
  • As examples, My Nick Jr. allows parents to create a customized channel for their preschool-age children and MTV Music, powered by Rhapsody, provides a personalized music experience through mobile
  • The incredible diversity of options can make it difficult for consumers to navigate the programming universe—so we’re making it easier for them to find content they will love




Analoog opgroeien in een digitale wereld

26 09 2014

Deze presentatie is ‘spot on’, volgens mij.





Leuke campagne rond onzekerheid op sociale media: #leukgenoeg

11 09 2014

Zelf denk ik dat onzekerheid ook al bestond voor Facebook en Instagram, maar het is wel een leuk idee en misschien een aanzet voor een klasdiscussie.








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 6.375 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: