De gevolgen van hersenschudding en andere trauma’s bij tieners: hogere kans op oa pesten en zelfmoord?

16 04 2014

Een apart onderzoek werd gepubliceerd op Plos One. Gabriela Ilie en haar collega-auteurs onderzochten data van de 2011 Ontario Student Drug Use and Health Survey waarin ook voor het eerst vragen werden opgenomen of de jongere al dan niet ooit een hersentrauma opgelopen heeft.

De onderzoekers stellen vast op basis van deze data dat een jongere die bijvoorbeeld ooit een hersenschudding opliep significant meer kans loopt om een zelfmoordpoging te ondernemen, gepest te worden, zelf te pesten of hulp gezocht hebben bij een jongerentelefoon voor angst, depressie of beide.

Moet je je nu zorgen maken als je ooit zelf of je kinderen ooit een hersenschudding hebben opgelopen? Significant meer kans wil nog niet zeggen dat er massaal kans is. Bij zelfmoordpoging is het wel een verdriedubbeling van 2% naar net geen 6% in de populatie. Een ander gegeven is dat de onderzoekers wel degelijk voor veel mogelijke invloeden controleren, maar niet kunnen weten wat de situatie van de hersenaandoening ooit was. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de jongere zelf al meer gevaarlijk gedrag vertoonde dat leidde tot bijvoorbeeld de hersenschudding en dat ditzelfde gedrag ook mee verantwoordelijk is voor bijvoorbeeld het pestgedrag.

Belangrijkste oproep in dit onderzoek is vooral om nog meer in te zetten op de preventie van hersentrauma’s.

Abstract van het onderzoek:

Objective

Our knowledge on the adverse correlates of traumatic brain injuries (TBI), including non-hospitalized cases, among adolescents is limited to case studies. We report lifetime TBI and adverse mental health and conduct behaviours associated with TBI among adolescents from a population-based sample in Ontario.

Method and Findings

Data were derived from 4,685 surveys administered to adolescents in grades 7 through 12 as part of the 2011 population-based cross-sectional Ontario Student Drug Use and Health Survey (OSDUHS). Lifetime TBI was defined as head injury that resulted in being unconscious for at least 5 minutes or being retained in the hospital for at least one night, and was reported by 19.5% (95%CI:17.3,21.9) of students. When holding constant sex, grade, and complex sample design, students with TBI had significantly greater odds of reporting elevated psychological distress (AOR = 1.52), attempting suicide (AOR = 3.39), seeking counselling through a crisis help-line (AOR = 2.10), and being prescribed medication for anxiety, depression, or both (AOR = 2.45). Moreover, students with TBI had higher odds of being victimized through bullying at school (AOR = 1.70), being cyber-bullied (AOR = 2.05), and being threatened with a weapon at school (AOR = 2.90), compared with students who did not report TBI. Students with TBI also had higher odds of victimizing others and engaging in numerous violent as well as nonviolent conduct behaviours.

Conclusions

Significant associations between TBI and adverse internalizing and externalizing behaviours were found in this large population-based study of adolescents. Those who reported lifetime TBI were at a high risk for experiencing mental and physical health harms in the past year than peers who never had a head injury. Primary physicians should be vigilant and screen for potential mental heath and behavioural harms in adolescent patients with TBI. Efforts to prevent TBI during adolescence and intervene at an early stage may reduce injuries and comorbid problems in this age group.





Stijgende populariteit doet kans op gepest worden stijgen bij jongeren

7 04 2014

Het klinkt enigszins onlogisch dat de kansen op pesten stijgen, naarmate je populairder wordt op school, maar toch is dit volgens een nieuwe studie van Robert Faris en Diana Felmlee wel degelijk het geval. Eenmaal je zo populair bent dat je bij de 5% meest populaire leerlingen van je school bent, dan verdwijnen de kansen op pesten als sneeuw voor de zon, maar zolang je (nog) niet zo populair bent, verhoogt de kans op pesten.

Begrijp me niet verkeerd, ook kinderen die niet klimmen op de populariteitsladder op school kunnen gepest worden, maar het valt op hoe stijgen een strijd kan zijn.

Abstract van het onderzoek dat je hier kan downloaden:

We point to group processes of status conflict and norm enforcement as fundamental elements in the development of school-based victimization. Socially vulnerable youth are frequently harassed for violating norms, but the logic of status competition implies they are not the only victims: to the extent that aggression is instrumental for social climbing, increases in status should increase risk—at least until the pinnacle of the hierarchy is reached. Victimization causes serious harm, and, we argue, at the margin these consequences will be magnified by status. We test these ideas using longitudinal network data on friendship and victimization from 19 schools. For most students, status increases the risk of victimization. However, youth at the uppermost extremes of the school hierarchy—students in the top 5 percent of centrality and those with cross-gender friendships where such friendships are rare—sit just above the fray, unlikely to fall victim to their peers. As expected, females and physically or socially vulnerable youth are victimized at particularly high rates. Victims experience psychological distress and social marginalization, and these adverse effects are magnified by status. For most students, gains in status increase the likelihood of victimization and the severity of its consequences.





Waarom onderzoek naar de leefwereld van jongeren belangrijk is en blijft.

2 04 2014

Deze week werden de resultaten bekendgemaakt van de nieuwe JOP-monitor. De media focusten op een van de beelden die uit de cijfers lijkt te spreken, namelijk dat onze jongeren door de band iets minder positief naar de toekomst kijken, iets minder vertrouwen in de omgeving maar de jongeren noemen zichzelf gelukkig.

De reacties zijn er, de minister zegt dat dit ons moet geruststellen, Dirk De Wachter zegt dat we de braafheid moeten problematiseren. En dan is er de vraag die bijvoorbeeld Max Neetens stelt: waarom moeten we dit allemaal in godsnaam onderzoeken.

Ja, er verschijnen veel onderzoeken over jongeren. Vandaag leer ik bij dat jongeren worstelen met een multiculturele samenleving, alhoewel ze in feite er minder moeite mee hebben dan andere leeftijdsgroepen.

Hier merk je al een eerste probleem. Lees je hier het onderzoek? Nee, je leest hier een samenvatting van een samenvatting van de vertaling in boek van het eigenlijke onderzoek. Ik las het eigenlijke boek van de JOP-monitor en hier krijg je een zeer genuanceerd, relevant beeld van jongeren vandaag. Als lid van de stuurgroep van de JOP-monitor weet ik, dat zelfs dit maar een fractie van de inzichten zijn die de data opgeleverd hebben. De komende maanden zal nog meer uit deze onderzoeksgegevens gehaald worden. Kranten en andere media kunnen niet al deze nuances meegeven, hun taak is samenvatten en zo uitnodigen tot uitdiepen waar nodig.

Het straffe van de JOP-monitor is dat het zelfde onderzoek om de paar jaar herhaald wordt, waardoor we evoluties én constanten kunnen vaststellen in hoe jongeren leven en denken in een veranderende wereld. De onderzoekers proberen ook op alle manieren er voor te zorgen dat ze echt alle jongeren in hun steekproef te pakken krijgen.

Is dit onderzoek perfect? Nee, de JOP-monitor is bijvoorbeeld al dominant kwantitatief, men werkt met vragenlijsten waardoor je andere inzichten zal krijgen dan bijvoorbeeld bij kwalitatief onderzoek. Als goede onderzoekers beseffen en beschrijven de medewerkers van de JOP-monitor deze beperkingen.

Het belang van dit soort herhaald onderzoek dat breed probeert te kijken, is beleid te informeren, maar ook mensen die dagelijks werken met jongeren. Zelf leerde ik bijvoorbeeld in de JOP-monitor bij over hoe tieners in het secundair onderwijs kijken naar werkdruk op school en naar hun opleidingen. Leert dit onderzoek ons alles? Nee, geen enkel onderzoek. Het geeft wel inzichten en nodigt uit tot verder onderzoek.

Zelf heb ik liever beleid, zowel politiek als professioneel, dat gebaseerd is op dergelijk onderzoek, waarbij men zowel de meerwaarde als de beperkingen kent en erkent. En alhoewel ik soms bedenkingen heb bij (de ook soms te eenzijdige kwantitatieve benadering van) de PISA-resultaten, moet ik Andreas Schleicher gelijk geven als hij zegt ‘Without data, you are just another person with an opinion”.





NWO-persbericht: Jongere drinkt minder na veranderen stereotype beeld over drinken

2 04 2014

Een persbericht van het NWO met grote relevantie in tijden van 100 dagen…

Het stereotype beeld dat jongeren hebben van leeftijdsgenoten die drinken of niet drinken kan beïnvloed worden. Door informatie over drinknormen van leeftijdsgenoten of over het imago van drinkers te verstrekken kunnen jongeren er andere beelden over drinkers op nahouden. Dat is vervolgens van invloed op hun drinkgedrag. Dit toont NWO-onderzoeker Hanneke Teunissen aan in haar promotieonderzoek. Ze promoveert op 11 april aan de Radboud Universiteit.

Leeftijdsgenoten spelen een belangrijke rol bij het alcoholgebruik van jongeren. Het stereotype beeld dat jongeren hebben van leeftijdsgenoten die drinken of niet drinken (drinkerprototypes) is van invloed op het drinkgedrag van jongeren. Tot op heden was het echter nog onduidelijk of drinkerprototypes te veranderen zijn en of dit effect heeft op het drinkgedrag van jongeren. NWO-onderzoeker Hanneke Teunissen toont in haar promotieonderzoek aan dat drinkerprototypes wel degelijk kunnen veranderen. Dit kan bijvoorbeeld door aan jongeren bekend te maken hoeveel en hoe vaak leeftijdsgenoten drinken en of zij alcoholgebruik goedkeuren (de drinknormen). Ook kan informatie over het imago van drinkers verstrekt worden. Het veranderen van het beeld van drinkers blijkt effect te hebben op het daadwerkelijke drinkgedrag van jongeren. Jongeren die positieve informatie over het imago van drinkers ontvingen dronken meer dan jongeren die negatieve informatie ontvingen. Het onderzoeksresultaat biedt daarom mogelijke aanknopingspunten voor preventie- en interventieprogramma’s. Teunissen heeft het onderzoek verricht onder met name jongens in de leeftijd van 14 tot 21 jaar.

Populariteit speelt rol bij niet drinken

De resultaten van het onderzoek van Hanneke Teunissen tonen tevens aan dat wanneer leeftijdsgenoten aangeven te drinken, jongeren ook meer bereid zijn te drinken, ongeacht de populariteit van de leeftijdsgenoten. Wanneer leeftijdsgenoten echter aangeven niet te drinken, zijn jongeren ook minder bereid te drinken, maar alleen als deze leeftijdsgenoten populair zijn.





‘Ook ik ben Harvard’, opvallende actie voor erkennen van meer kleur op de universiteit

24 03 2014

Er was de voorbije week discussie rond een nieuwe video die Antwerpen promootte (met Happy tegenreactie) Er was ook nog een andere, meer heftige discussie, in Nederland dan. Ook de universiteit van Harvard ligt in een nieuwe campagne onder vuur: I, Too, Am Harvard

“A photo campaign highlighting the faces and voices of black students at Harvard College. Our voices often go unheard on this campus, our experiences are devalued, our presence is questioned– this project is our way of speaking back, of claiming this campus, of standing up to say: We are here. This place is ours. We, TOO, are Harvard. The #itooamharvard photo campaign is inspired by I, Too, Am Harvard, a play based on interviews with members of the black community exploring and affirming our diverse experiences as black students at Harvard College. The original play premieres on Friday March 7th, 2014 at 7 PM in Lowell Lecture Hall on the campus of Harvard College. facebook.com/itooamharvard @iTooAmHarvard #itooamharvard”





Presentatie: Sociale media in zorg en begeleiding (Davy Nijs)

23 03 2014




Woord van de dag: ‘playscapes’

20 03 2014

Ik heb vandaag een nieuw woord geleerd: ‘playscape’

Dit is de playscape van de universiteit van Cincinnati:

Wat is een playscape (ook wel natural playground genoemd)?

“an intentionally designed, dynamic, vegetation-rich play environment that nurtures young children’s affinity for nature. Unlike traditional urban playgrounds, they can promote more learning, physical development and social skills.”

Deze definitie haal ik uit een nieuw wetenschappelijk artikel over het fenomeen (dat in feite vooral zegt dat het fenomeen in meer en meer landen opduikt).





Persbericht: Wedstrijd ‘Weetewa… Ge zijt mijn stereotype niet’ zet jongeren aan tot vloggen

17 03 2014

Kreeg de vraag of deze actie van Sensoa en Mediaraven mee wil verspreiden… met plezier!

Sensoa en Mediaraven dagen vanaf 13 maart 2014 alle Vlaamse en Brusselse jongeren (14-21j) uit om te vloggen tegen stereotypen die de ronde doen over  klassieke man/vrouw verhoudingen of holebi’s. Een vlog is een ‘video-blog’, een populaire manier bij jongeren om hun mening te geven via een filmpje op YouTube.  

De wedstrijd moet jongeren doen nadenken over stereotypen en wil zo homohaat aanpakken. Homohaat is vaak een gevolg van een rigide visie op wat ‘mannelijkheid en vrouwelijkheid’ is en hoe mannen en vrouwen zich horen te gedragen. Daarnaast wil de wedstrijd jongeren aan het vloggen brengen en hen stimuleren om hun stem te laten horen. De organisatoren geloven dat de stem van jongeren veel meer kan betekenen dan om het even welke professionele campagne. 

Online coaching en bootcamp

“Het komt er onder andere op neer om  zowel inhoudelijk sterk te vloggen  als  om zo veel mogelijk likes te verzamelen,” vertelt Wouter De Meester van Mediaraven, “De 20 finalisten krijgen online coaching en mogen mee op bootcamp om hun vlogtechniek en kennis van het onderwerp te verbeteren onder begeleiding van binnen- en buitenlandse experten.”

Na afloop van dat traject wikt en weegt een jury van jongeren en professionele televisiemensen  de vlogs en kiest er de beste uit. 

Winnende filmpjes uitgezonden op OP12

OP12 zendt in september de beste vlogs uit op televisie. De winnaar krijgt daarbovenop ook nog een GoPro-camera cadeau én een geldprijs van 100 euro. En mag bovendien een filmpje opnemen met Vlaanderens populairste vlogger Zaka. 

Ook jongeren uit Nederland en +21-jarigen kunnen winnen in de ‘buitencategorie’. En er zijn ook prijzen weggelegd voor de beste inhoud en de beste techniek.

Weetewa-lespakket op komst

De wedstrijd past in een breder traject. De organisatoren willen de stem van de jongeren ook na de wedstrijd laten horen en bouwen een Weetewa -lespakket rond fragmenten uit de vlogs. Dit lespakket zal leraren en andere begeleiders van jongeren een waardevol instrument in handen geven om met hun groep het thema gender en homohaat te bespreken.

Meer informatie vind je op de wedstrijdblog: www.weetewa.be

Deze wedstrijd is een initiatief van Sensoa en Mediaraven, met steun van de Vlaamse Minister van Jeugd Pascal Smet, RoSa vzw en de VRT (OP12).





Ouders samenbrengen via school kan ook negatieve effecten hebben (onderzoek)

17 03 2014

Via @JelleJolles dit onderzoek gevonden waaruit blijkt dat als de ouders van leerlingen regelmatig (informeel) contact hebben met elkaar dit zowel positief als negatief effecten kan hebben. De sociale achtergrond speelt namelijk hier een belangrijke rol. Opgelet, het is terug een correlatie, geen causaliteit!

Kom je uit een situatie met een betere sociaal-economische status, dan is het sociale netwerk van je ouders voor je resultaten als leerling positief. Bij jongeren die eerder uit een moeilijkere economische situatie komen, blijkt het effect eerder negatief en kan het de sociale ongelijkheid net bevestigen.

Hiervoor gebruikten de onderzoekers van het WZB Berlin Social Science Center de data van zowat 10,000 adolescenten en hun ouders die verzameld werden in de US National Longitudinal Study of Adolescent Health (Add Health).

Belangrijk is hoeveel kinderen van een school in relatieve armoede leven. Op scholen met een armoedegraad van meer dan 30%, zullen kinderen van ouders met een goed informeel sociaal netwerk 5% minder kans hebben om te slagen in vergelijking met kinderen van ouders die weinig contact hebben met andere ouders. Op scholen met een armoedegraad kleiner dan 10% daarentegen blijkt het net te helpen, eenmaal boven de 10% zou het effect kantelen volgens de onderzoekers.

Het is een ietwat bevreemdend onderzoek waarbij de onderzoekers zelf aangeven dat het onethisch zou zijn om informele contacten tussen ouders van kinderen met een lage SES te verhinderen of te verbieden. Tegelijk pleiten ze vooral om vooral iets aan de context te doen waardoor mensen in armoede leven. De resultaten zijn wel iets om in het achterhoofd te houden bij huidige discussies rond brede scholen. Niet om deze te counteren, wel om mogelijke negatieve effecten van samenbrengen van ouders te beseffen en vooral die effecten te helpen voorkomen.

Abstract van het onderzoek:

This article examines how network closure among parents affects adolescents’ educational attainment. First, we introduce a distinction between informal closure and school-based closure. Second, we investigate whether and how the effect of informal and school-based parental network closure varies across social contexts. Findings from the National Longitudinal Study of Adolescent Health (Add Health) and multilevel models show that parental network closure modestly impacts educational outcomes. Moreover, educational benefits of informal closure in parent networks are contingent on social context. Closure only benefits educational attainment in low-poverty schools. In high-poverty schools, informal closure in parent networks lowers educational attainment. The social closure generated in informal connections among parents thereby contributes to the encapsulation of disadvantage in areas of concentrated poverty, which is not the case for school-based closure.





Sterke invalshoek: hoe ‘wearables’ zoals Glass en vooral co. verschil maken voor mensen met een beperking

12 03 2014

Deze presentatie sluit mooi aan bij wat ik zelf maandagavond ervaarde.








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 5.591 andere volgers

%d bloggers like this: