Gedragsproblemen bij kinderen door scheiding vooral bij gezinnen met hoger inkomen (onderzoek)

12 09 2014

Dat scheiden een invloed kan hebben op het gedrag van kinderen is geen nieuws. Nieuw (Amerikaans) onderzoek bij bijna 4000 kinderen tussen 3 en 12 gepubliceerd in Child Development voegt enkele aparte dimensies toe. De onderzoekers stelden namelijk vast dat het ontstaan van negatief gedrag bij kinderen door het uiteengaan van hun ouders gelinkt is aan het inkomen van die ouders. Het zou vooral voorkomen bij gezinnen met hogere inkomens. Ook de leeftijd van de kinderen zou een rol spelen, waarbij jonge kinderen, jonger dan 5 meer kans op gedragsproblemen vertonen.

Verder zouden de gedragsproblemen terug afnemen als er terug een partner in het gezin komt, maar terug enkel in gezinnen met hoger inkomens en vooral bij kinderen die ouder zijn dan 6. Dit positief effect zou er terug niet of nauwelijks zijn bij gezinnen met lagere inkomens.

Rebecca M. Ryan, die het onderzoek leidde, stelt “Our findings suggest that family changes affect children’s behavior in higher-income families more than children’s behavior in lower-income families—for better and for worse.”

De onderzoekers vermoeden dat hun vaststelling deels kan verklaard worden door de financiële gevolgen van de scheiding. De financiële situatie van gezinnen uit de hogere inkomensgroep verandert veel ingrijpender door de scheiding dan bij gezinnen uit de laagste inkomensgroep.

De vraag is of deze vaststellingen veralgemeenbaar zijn. De kloof tussen arm en rijk is in de VS een pak groter. De link tussen financiële situatie en echtscheiding is anderzijds hier ook niet onbekend.

Abstract van het onderzoek:

This study investigated conditions under which family structure matters most for child well-being. Using data from the Children of the National Longitudinal Survey of Youth (n = 3,936), a national sample of U.S. families, it was estimated how changes in family structure related to changes in children’s behavior between age 3 and 12 separately by household income level to determine whether associations depended on families’ resources. Early changes in family structure, particularly from a two-biological-parent to single-parent family, predicted increases in behavior problems more than later changes, and movements into single and stepparent families mattered more for children of higher versus lower income parents. Results suggest that for children of higher income parents, moving into a stepfamily may improve, not undermine, behavior.





Cyberpesten neemt toe met ouder worden + aanbevelingen

11 09 2014

Een nieuw Amerikaans onderzoek rond cyberpesten bij 1180 kinderen voor en na de overgang naar voortgezet onderwijs dat gepubliceerd werd in School Psychology Quarterly geeft enkele interessante inzichten.

De belangrijkste vaststellingen:

  • Students who are bullied fall into four subgroups: frequent victim (11 percent), occasional traditional victim (29 percent), occasional cyber and traditional victim (10 percent), and infrequent victim (50 percent). (Traditional means verbal, physical and relational, but not cyber.)
  • Students who bully fall into three categories: frequent perpetrator (5 percent), occasional verbal/relational perpetrator (26 percent), and infrequent perpetrator (69 percent).
  • Bullying victimization and perpetration decreased over time, however there was an increase from fifth to sixth grade, which corresponds with the transition from elementary to middle school at the schools the researchers studied.
  • Over all, girls were more likely to experience verbal/relational and cyber victimization than boys, and boys were more likely to be physically victimized.
  • Students for whom English is a second language were not bullied more often than native English speakers. This runs counter to previous studies that found students for whom English is a second language were more likely to be victimized.

Er zijn ook aanbevelingen:

  • Considering the oldest students were more likely to engage in bullying, and bullying perpetration increased after students transitioned into middle school, school personnel should focus their intervention resources on students in sixth and eighth grades.Interventions should teach social-emotional learning skills to students and appropriate ways to navigate new peer groups and social hierarchies.
  • Considering the gender differences for those that bully, different interventions may be warranted for boys and girls. Interventions for girls may focus on relationship issues and appropriate use of social media, while interventions for boys may address physical bullying.
  • It is important for teachers and parents to talk to students about cyber safety and to supervise internet and mobile device use to help prevent cyber victimization. It is also important for adults to take reports of verbal/relational bullying and cyberbullying seriously and to intervene in all cases.

Abstract van het onderzoek:

Involvement in bullying and victimization has been mostly studied using cross-sectional data from 1 time point. As such, much of our understanding of bullying and victimization has not captured the dynamic experiences of youth over time. To examine the change of latent statuses in bullying and victimization, we applied latent transition analysis examining self-reported bullying involvement from 1,180 students in 5th through 9th grades across 3 time points. We identified unobserved heterogeneous subgroups (i.e., latent statuses) and investigated how students transition between the unobserved subgroups over time. For victimization, 4 latent statuses were identified: frequent victim (11.23%), occasional traditional victim (28.86%), occasional cyber and traditional victim (10.34%), and infrequent victim (49.57%). For bullying behavior, 3 latent statuses were identified: frequent perpetrator (5.12%), occasional verbal/relational perpetrator (26.04%), and infrequent perpetrator (68.84%). The characteristics of the transitions were examined. The multiple-group effects of gender, grade, and first language learned on transitions across statuses were also investigated. The infrequent victim and infrequent perpetrator groups were the most stable, and the frequent victim and frequent perpetrator groups were the least stable. These findings suggest instability in perpetration and victimization over time, as well as significant changes, especially during school transition years. Findings suggest that school-based interventions need to address the heterogeneity in perpetrator and victim experiences in adolescence.





Sport voor de lessen beginnen helpt tegen symptomen van ADHD

10 09 2014

Het is voor wie ooit de Classroom Experiment zag, niet echt nieuw. Voor leren is het gezond om de dag met een kwartiertje bewegen te beginnen. Nieuw onderzoek aan de universiteiten van Michigan en Vermont suggereert nu dat bij jonge kinderen enkele aerobic oefeningen voor de lesdag start symptomen van ADHD (zoals minder goed opletten) kunnen verminderen.

Gedurende een periode van 12 weken, werden 200 jonge kinderen van de kleuterklas dat de eerste leerjaren random toegewezen aan een sportles of een activiteit met minder beweging. Beide aanpakken hadden een positief effect, maar de beweging een pak meer.

Men heeft nog geen idee waarom en hoeveel beweging effectief is, maar met Dylan William indachtig, het is voor iedereen sowieso geen slecht idee.

Abstract van het artikel:

The goal of this study was to compare the effects of before school physical activity (PA) and sedentary classroom-based (SC) interventions on the symptoms, behavior, moodiness, and peer functioning of young children (M age = 6.83) at risk for attention-deficit/hyperactivity disorder (ADHD-risk; n = 94) and typically developing children (TD; n = 108). Children were randomly assigned to either PA or SC and participated in the assigned intervention 31 min per day, each school day, over the course of 12 weeks. Parent and teacher ratings of ADHD symptoms (inattention, hyperactivity/impulsivity), oppositional behavior, moodiness, behavior toward peers, and reputation with peers, were used as dependent variables. Primary analyses indicate that the PA intervention was more effective than the SC intervention at reducing inattention and moodiness in the home context. Less conservative follow-up analyses within ADHD status and intervention groups suggest that a PA intervention may reduce impairment associated with ADHD-risk in both home and school domains; interpretive caution is warranted, however, given the liberal approach to these analyses. Unexpectedly, these findings also indicate the potential utility of a before school SC intervention as a tool for managing ADHD symptoms. Inclusion of a no treatment control group in future studies will enable further understanding of PA as an alternative management strategy for ADHD symptoms.





Onderzoek naar alcohol bij tieners vindt link met agressie, niet met depressie

15 08 2014

Een onderzoek bij Finse tieners ziet een duidelijke link tussen veel alcohol-consumptie en agressief gedrag, maar vond geen link tussen veel drinken en gevoelens van depressie of angst. Hiervoor onderzocht men meer dan 4000 Finse tieners tussen 13 en 18. Het komt er op neer dat de kans groot is dat tieners die agressief gedrag vertonen vaker ook veel drinken. Tieners die zich niet goed in hun vel voelen of angstig vertonen dat drinkgedrag niet.

Deze richting van onderzoek is relevant, omdat het doet vermoeden dat depressieve gevoelens dus bij tieners niet zozeer aanzet tot drinken.

Andere linken (tussen correlaties) die men in het onderzoek vond met verhoogde alcoholopname waren aandachtsproblemen, vroege eerste menstruatie (menarche) bij meisjes en echtscheiding bij ouders.

Opvallend bleek agressief gedrag in dit onderzoek meer voor te komen bij meisjes dan bij jongens.

Abstract van het onderzoek:

Alcohol use is common among adolescents, but its association with behavioural and emotional problems is not well understood. This study aimed to investigate how self-reported psychosocial problems were associated with the use of alcohol in a community sample consisting of 4074 Finnish adolescents aged 13–18 years. Aggressive behaviour associated with alcohol use and a high level of alcohol consumption, while internalizing problems did not associate with alcohol use. Having problems in social relationships associated with abstinence and lower alcohol consumption. Tobacco smoking, early menarche and attention problems also associated with alcohol use.

 





Handige gids over problematisch gebruik van social media en games

6 06 2014

Om direct wat duidelijkheid te scheppen eerst dit overzicht om problematisch gebruik te situeren:

Dus: het gaat over de 5% van jongeren (en volwassenen bedacht ik zelf bij het lezen) die enige problemen krijgen door gebruik van technologie. Een belangrijke boodschap van het rapport is dan ook dat dit niet de grote massa is. De auteurs stellen:

Problematisch internetgedrag gaat hand in hand met psychologische en sociale problemen. Kennis vanuit de gokverslaving biedt inzicht in wat een applicatie risicovol maakt. Maar dan nog is de vraag wat oorzaak is en wat gevolg: is een jongen eenzaam omdat hij dag en nacht gamet, of gamet hij dag en nacht omdat hij eenzaam is?

We schreven een bijdrage voor Kennisnet 4W over het problematisch en verslavend gebruik van social media en games waarin de meest recente inzichten op dit gebied op een rij gezet worden. U vindt de hele publicatie via de volgende link en kunt de PDF hier downloaden.

 





Signglasses, Google Glass als oplossing voor kinderen met gehoorproblemen

28 05 2014




Armoede vergroot kansen op gepest worden

21 05 2014

Het is een van die onderzoeken waar ik iets te dicht de gevolgen van gekend heb, maar een nieuwe review-studie toont dat kinderen uit armoede meer kans lopen om gepest te worden of een pester te worden die ook gepest wordt.

28 studies werden in de systematische review weerhouden en elk onderzoek toonde een link tussen pesten (zowel slachtoffer, slachtoffer/pester als pester zonder slachtoffer te zijn). Hierbij was een lage SES duidelijk gelinkt aan de eerste 2, maar SES bleek een flauwe voorspeller voor andere pesten (zonder zelf slachtoffer te zijn).

Abstract van het onderzoek:

We examined whether socioeconomic status (SES) could be used to identify which schools or children are at greatest risk of bullying, which can adversely affect children’s health and life.

We conducted a review of published literature on school bullying and SES. We identified 28 studies that reported an association between roles in school bullying (victim, bully, and bully-victim) and measures of SES. Random effects models showed SES was weakly related to bullying roles. Adjusting for publication bias, victims (odds ratio [OR] = 1.40; 95% confidence interval [CI] = 1.24, 1.58) and bully-victims (OR = 1.54; 95% CI = 1.36, 1.74) were more likely to come from low socioeconomic households. Bullies (OR = 0.98; 95% CI = 0.97, 0.99) and victims (OR = 0.95; 95% CI = 0.94, 0.97) were slightly less likely to come from high socioeconomic backgrounds.

SES provides little guidance for targeted intervention, and all schools and children, not just those with more socioeconomic deprivation, should be targeted to reduce the adverse effects of bullying.


Read More: http://ajph.aphapublications.org/doi/abs/10.2105/AJPH.2014.301960





Pesten kan levenslange gezondheidsproblemen als effect hebben

20 05 2014

Dat gepest worden een levenslang effect kan hebben, weten we al uit eerdere onderzoeken. Een nieuwe studie die gebruikt maakte van longitudinale data van Great Smoky Mountains Study waarin 1420 mensen gedurende 20 jaar gevolgd werden van in de kindertijd tot aan de leeftijd van jongvolwassene.

Er werd zowel gekeken naar slachtoffers van pesten, als naar pesters als naar kinderen die zowel pestten als gepest werden, waarbij het niveau van het C-reactive proteïne gemeten werd. Deze proteïne is gelinkt aan een kleine ontsteking die gevolgen kan hebben voor onder andere hartaandoeningen.

Wat blijkt:

  • wie zowel slachtoffer als pester was, bleek geen significante kansen te hebben op effecten op lange termijn
  • kinderen die enkel gepest werden, liepen significant meer kans op problemen op latere leeftijd.
  • opvallend genoeg bleken de ‘pure’ pesters zelfs significant minder kans op problemen op latere leeftijd (hadden een merkelijk lager niveau van de proteïne dan niet-pesters).

De foute conclusie van deze studie zou dan kunnen zijn dat pesten gezond is, veel belangrijker zijn de mogelijk blijvende gevolgen voor slachtoffers van pestgedrag.

Abstract van het onderzoek:

Bullying is a common childhood experience that affects children at all income levels and racial/ethnic groups. Being a bully victim has long-term adverse consequences on physical and mental health and financial functioning, but bullies themselves display few ill effects. Here, we show that victims suffer from greater increases in low-grade systemic inflammation from childhood to young adulthood than are seen in others. In contrast, bullies showed lower increases in inflammation into adulthood compared with those uninvolved in bullying. Elevated systemic low-grade inflammation is a mechanism by which this common childhood social adversity may get under the skin to affect adult health functioning, even many years later.





Nieuw WHO-rapport over gezondheid tieners wereldwijd: depressie belangrijke doodsoorzaak!

14 05 2014

We besteden heel veel energie in veilig rijden en veilig vrijen, 2 van de 3 belangrijkste doodoorzaken voor tieners tussen 10 en 19, maar niet genoeg aan die andere doodsoorzaak: zelfmoord. Dit is de conclusie van het nieuwe rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie op basis van cijfers uit 109 landen:

“Globally, depression is the number 1 cause of illness and disability in this age group, and suicide ranks number 3 among causes of death. Some studies show that half of all people who develop mental disorders have their first symptoms by the age of 14. If adolescents with mental health problems get the care they need, this can prevent deaths and avoid suffering throughout life.”

Verder blijkt een tekort aan beweging echt een belangrijk aandachtspunt, goed nieuws is dat ongezond gedrag als bijvoorbeeld roken wereldwijd verder afneemt.

Je kan het hele rapport hier downloaden!





Leerlingen schrik aanjagen voor examens zorgt voor slechtere resultaten

23 04 2014

Een nieuwe studie bekeek wat het effect is op leren en motivatie van wat de onderzoekers ‘scare-tactics’ noemen, leerkrachten die hun leerlingen (onbewust) schrik aanjagen voor het toetsmoment en de mogelijke gevolgen als je niet slaagt. Hiervoor onderzocht men 347 15-jarigen op 2 scholen, waarvan 174 jongens.

Leerlingen die stelden dat ze zich bedreigd voelden door boodschappen van leerkrachten die regelmatig focusten op (mogelijke) mislukken, voelden zich niet onlogisch minder gemotiveerd.

Maar ook boodschappen als “If you fail the exam, you will never be able to get a good job or go to college. You need to work hard in order to avoid failure,” bleken tot mindere resultaten te leiden. Een boodschap die een pak beter werkte, bleek “The exam is really important as most jobs that pay well require that you pass and if you want to go to college you will also need to pass the exam.”

Beide boodschappen lijken ogenschijnlijk op elkaar, maar het essentiële verschil is dat de tweede inzet op mogelijk succes en mogelijkheden.

Abstract van het onderzoek:

Prior to high-stakes exams, teachers use persuasive messages that highlight to students the possible consequences of failure. Such messages are known as fear appeals. This study examined whether fear appeals relate to self- and non-self-determined motivation and academic performance. Data were collected in 3 waves. Self-report data pertaining to perceived fear appeals were collected in the first wave, self-report data pertaining to self-determined motivation were collected in the second wave, and exam scores were collected in the third wave. An increased frequency of fear appeals and the appraisal of fear appeals as threatening predicted lower self-determined motivation but were largely unrelated to non-self-determined motivation. An increased frequency of fear appeals and the appraisal of fear appeals as threatening predicted lower examination performance that was partly mediated by lower self-determined motivation. These findings support a position derived from self-worth theory that the negative consequences of fear appeals arise from their focus on avoiding failure rather than their focus on extrinsic consequences. We suggest that teachers and instructors need to be aware how seemingly motivational statements can unwittingly promote lower self-determined motivation.








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 6.239 andere volgers

%d bloggers like this: