Waar blijft het protest tegen Facebook? (Linda Duits)

18 04 2014

facebook-problemwithreach-01In februari schreven we hier over het probleem met Facebook en pagina’s. Facebook heeft de algoritmen van de nieuwsfeed zo ingesteld dat het aantal mensen dat een post te zien krijgt danig verkleint (zie ook onze blogpost over het probleem van Facebook en de nieuwsfeed). Bij Diep betekent dit dat onze updates meestal slechts getoond worden aan 22 mensen. Facebook doet dit zo omdat de site hoopt dat je dan posts gaat promoten en dus gaat betalen voor zichtbaarheid. Dat voelt oneerlijk: de mensen die onze Facebookpagina liken zou ik gewoon moeten kunnen bereiken via die Facebookpagina. Volgens Derek Muller, de persoon achter Veritasium, is er meer aan de hand. Facebook zou werken met nep-likes, zo schreven we in onze blogpost.

Het verslechterde bereik van pagina’s begint steeds meer op te vallen. Next Monday’s Hangover is een organisatie die feesten organiseert. Hun pagina heeft 11.836 likes (volgers), maar ze schrijven dat een recente update slechts 271 van hen heeft bereikt – ondanks interactie met de post! Next Monday’s Hangover is voor hun promotie bijna geheel afhankelijk van Facebook. Een drama dus.

Vergelijkbaar las ik op Booooooom dat zij soms maar 400 mensen bereiken van de meer dan 155.000 mensen die hen hebben geliket op Facebook. Dat is minder dan één procent! Bij Diep moeten we dus blij zijn met de zes procent bereik. Jeff van Booooooom voorspelt dat dit het einde zal zijn van Facebook. Daar heb ik mijn twijfels over, maar eerst een meer prangende vraag: waar blijft het protest? Waar blijft de 1-miljard-mensen-tegen-de-nieuwsfeed-petitie?

Om niet afhankelijk te zijn van Facebook en toch niets van de blog van Linda Duits en co te missen, is er sinds kort een wekelijkse nieuwsbrief.





Onderzoek Media Ukkie Dagen: ‘Digitale media geen structureel onderdeel van de kinderopvang’ (Dennis Hoogervorst)

16 04 2014

Deze blogpost verscheen eerst op Kids en Jongeren marketing, overgenomen met permissie!

Vier  van de tien Nederlandse kinderopvanginstellingen gebruiken geen digitale media (zoals radio, televisie, tablets of spelcomputers) bij de opvang van kinderen van 2 t/m 4 jaar. Zij doen dit of omdat zij deze media niet geschikt vinden voor kinderen (47%) of omdat zij daar de financiële middelen niet voor hebben (40%). Het merendeel van deze instellingen (80%) is ook niet van plan om digitale media in de nabije toekomst te gaan inzetten. Dat blijkt uit vandaag gepresenteerd onderzoek Media in de kinderopvang (pdf) onder 238 kinderopvanginstellingen.

Dit onderzoek, uitgevoerd in opdracht van Mediawijzer.netNederlands Jeugdinstituut en Sardes, is vandaag tijdens het symposium Ukkies, hun brein en media-opvoeding gepresenteerd. Dit symposium over de rol van digitale media bij de opvoeding van kinderen t/m 6 jaar, is gehouden in het kader van Media Ukkie Dagen die dit jaar lopen van 9 t/m 18 april.

Uit de studie komt naar voren dat zes op de tien kinderopvanginstellingen wel digitale media inzetten. Het merendeel daarvan (54%) heeft echter geen specifieke richtlijnen opgenomen in haar pedagogisch beleidsplan.  Dit percentage ligt bij voorleesboeken fors hoger: ruim 92% van de instellingen besteedt hier aandacht aan in het pedagogisch beleidsplan.

Als er in het pedagogisch beleidsplan aandacht aan digitale media wordt besteed, betreft dat vooral afspraken over de tijd die kinderen met media doorbrengen en criteria voor welke media wel of juist niet geschikt zijn voor kinderen. Bij ongeveer de helft van de pedagogische beleidsplannen hebben de ouders inspraak in hoe media door kinderen gebruikt mogen worden.

Luistermedia, zoals radio of cd-spelers zijn de meest gebruikte digitale media (94%), gevolgd door kijkmedia, zoals televisie en dvd (69%). Een derde (32%) van de locaties beschikt over interactiemedia, zoals computers, tablet of smartphone; 11% heeft speelmedia, zoals een spelcomputer of spelconsole. Eén op de vijf (18%) van de kinderopvanginstellingen geeft aan dat ze beschikken over alle typen media.

Televisie, tablets en spelcomputers worden vooral ingezet voor educatieve doeleinden, radio of cd’s daarnaast ook voor ontspanning. Van de kinderopvanginstellingen die digitale media hebben en gebruiken, geeft 68% aan dat zij geen ondersteuning nodig hebben bij het gebruik van deze media. Als er wel behoefte bestaat aan ondersteuning, betreft dat vooral aan advies over mediabeleid, de keuze van geschikte media-apparaten en mediaproducties en ondersteuning bij het inpassen van media in het dagritme.





Valt Dove definitief door de mand met uitbuiting onzekerheid vrouwen? (Linda Duits)

12 04 2014

Deze blogpost verscheen eerder op dieponderzoek.nlZag je trouwens het boek van Linda en mij, Meisjes kijken, al?

Dove verkoopt al jaren schoonheidsproducten met campagnes waarin zogeheten ‘echte schoonheid’ centraal staat. Het cosmeticamerk bewandelt daarmee een fijne lijn. Enerzijds stellen ze dat het moet gaan om ‘echte schoonheid’, anderzijds brengen ze wel antirimpelcrème aan de man vrouw. De hypocrisie daarachter is al vaak benoemd – zie deze blogpost. Het lijkt erop dat Dove het met de meest recente campagne echt te bont heeft gemaakt. In een video die duidelijk bedoeld is om viraal te laten gaan, krijgen vrouwen een ‘beauty patch’ – een pleister die uiteraard niets doet.

Vrouwen in de video biechten hun onzekerheid over hun lichaam op. Begeleidend psycholoog Ann Kearney-Cooke moedigt de vrouwen aan zoveel mogelijk te delen. De vrouwen trappen in de pleister en rapporteren verbetering. Later krijgen ze te horen dat er niets in de pleister zat. Ze zijn allemaal heel blij: ze voelen zich empowered nu ze ‘ontdekt’ hebben dat de sleutel tot schoonheid in zelfacceptatie lag. Beauty is a state of mind is de pay-off.

De beauty patch bestaat niet, maar alle andere Dove-producten wel. Het filmpje zet eerst vrouwen aan zelfreflectief te zijn en kritisch naar hun uiterlijk te kijken. Vervolgens is de boodschap dat Dove hen kan helpen hun ware schoonheid te ontdekken. En passant worden vrouwen ook nog even neergezet als domme gansjes die je alles kunt waarmaken.

Het doet me denken aan een drugsdealer die je eerst de put in praat vanwege je drugsverslaving, je laat inzien dat drugs je geen beter gevoel geven en als je huilend in zijn armen hangt om hem te bedanken voor de levensles, je een shotje heroïne verkoopt.

Boze reacties op de campagne bijvoorbeeld bij Jezebel (“most bullshit yet”), Time (“fails”) en de Huffington Post (“tricks”). De laatste onderzocht trouwens of de vrouwen geen actrices zijn, want come on!





Gedeelde selfie is meer dan een spiegelbeeld (Dennis Hoogervorst)

31 03 2014

Deze blogpost verscheen op Kids en Jongeren, overgenomen met permissie.

En nóg een mediawijsheidscampagne om jongeren te waarschuwen voor al te blote selfies. Zag je hier eerder deze maand al hoe een digitaal zelfportretje een nachtmerrie kan worden, in onderstaande advertentie wordt verbeeld hoe snel zo’n foto zich kan verspreiden. Smartphones nemen ook defunctie van de spiegel over, met als bijkomend voordeel/nadeel dat het spiegelbeeld desgewenst ook aan anderen getoond kan worden. Het betreft een uiting vanSaferNet Brasil, met het advies om wat privé moet blijven niet online te delen.

Iets om ter harte te nemen, tenzij je Heleen van Royen heet of iets teveel zelfvertrouwen hebt, want dan zie je dit juist als aanmoediging.

selfie

“The internet can’t keep a secret. Keep your privacy offline.”

[Creatie door Propeg, Brazilië; via Ads of the World]





Gepaste en ongepaste roem: hoe jongeren betekenis geven aan celebrities (Linda Duits)

18 03 2014

Deze blogpost verscheen eerder op dieponderzoek.nlZag je trouwens het boek van Linda en mij, Meisjes kijken, al?

Kim KardashianVanaf de jaren ’90 is zogeheten celebrity culture steeds belangrijker geworden. In de media horen we over allerlei beroemdheden, niet alleen de film- en muzieksterren, maar ook modellen, televisie-acteurs en de vrouwen van bekende voetballers. De opkomst van reality-tv, eveneens in de jaren ’90, hangt daarmee samen.Er werden allerlei mensen beroemd die geen groot talent hadden, maar wel op tv waren geweest. Britse communicatiewetenschappers onderzochten [abstract] hoe jongeren betekenis geven aan zulke celebrities.

Ze baseren zich op drie afzonderlijke studies waarbij in totaal honderd Britse jongeren vanuit verschillende sociale klassen en met verschillende etnische afkomst tussen de 14 en 19 jaar werden geïnterviewd. Centraal bij de analyse stonden de thema’s werk, talent en succes.

De jongeren maken een onderscheid tussen gepaste en ongepaste roem. Ze kijken dus hoe een ster beroemd is geworden. Als dat is door hard werken en talent, dan vinden ze roem gepast. Reality-sterren voldoen daar vaak niet aan. Zij worden gezien als niet-authentiek en daarmee ook als objecten zonder waarde. De respondenten namen afstand van zulke celebs. Er zijn daarbij verschillen tussen sociale klassen en tussen jongens en meisjes.

Een groot deel van het plezier in kijken naar reality-tv zit in het authenticiteitsspel: achterhalen wat echt is en wat nep. Dit onderzoek sluit daarbij aan in de zin dat ongepaste roem wordt gezien als nep want onverdiend. Desalniettemin nodigen ook celebrities met ongepaste roem (of misschien wel juist zulke celebs) uit tot sociale vergelijking en praten over jezelf: dit vind ik stom aan Paris Hilton, dit vind ik leuk, dit zou ik nooit doen, zo zou ik ook wel willen zijn. We noemen dit identiteitswerk.

Lees ook: Mediawijsheid is een instrument voor het behoud van de status-quo

CC beeld: Kalumba 2009





Sletten, nerds en de sociaal-seksuele pikorde van tieners (Linda Duits)

9 03 2014

Deze blogpost verscheen eerder op dieponderzoek.nlZag je trouwens het boek van Linda en mij, Meisjes kijken, al?

Miley schuurt ThickeDe puberteit is een periode van seksueel leren. Bij volwassen worden hoort immers ook seksueel volwassen worden. Sylvia Holla schreef haar masterscriptie over wat Nederlandse tieners leuk en lekker vinden aan seks en welk seksueel gedrag leidt tot roddel en achterklap. Haar inzichten zijn gepubliceerd [abstract] in een themanummer over seksualiteit van Sociologie.

Taal geeft richting aan onze beleving: de labels die we gebruiken geven ook aan welke seksualiteiten er mogelijk zijn. Holla betoogt dat zulke categoriseringen belangrijk zijn, maar dat je seks uiteindelijk vooral leert door het te doen. Tieners krijgen voortdurend te maken met zaken die ze vooraf niet hadden kunnen bedenken en die hun normatieve kaders op de proef stellen. Daarom is het belangrijk om etnografisch onderzoek te doen: jongeren te observeren en hun gedrag te interpreteren.

Methode
Holla hield diepte-interviews en focusgroepen met 52 tieners tussen de 13 en 16 jaar oud. De jongeren waren gemengd in schooltypen en zaten op twee scholen in provinciesteden. Daarnaast deed Holla participerende observatie op school en in jongerendiscotheek, waar ze werkte als barvrouw. De data werden verzameld in 2009-2010.

Uit het onderzoek blijkt dat taal toch heel belangrijk is. Seks is een gevoelig onderwerp en daarom spraken de respondenten het liefst over ‘anderen’:

Door het bespreken en vergelijken van de seksuele gedragingen, voorkeuren en stijlen van anderen, maakten de tieners inzichtelijk wat zij wel en niet deden of wilden doen, wel of niet wisten, wel of niet goed vonden, en waar ze wel of niet bij hoorden in seksueel opzicht (p. 300).

De toekomst
Seks is iets van nu, maar vooral ook van de toekomst. Tieners denken na over wat ze nu doen, wat ze nu al graag willen doen, wat ze nu nog niet doen en waarmee ze willen wachten. Holla laat bijvoorbeeld 14-jarige meisjes aan het woord die duidelijk vinden dat ze nog te onzeker zijn en bepaalde gevoelens nog niet hebben. Morele normatieve kaders spelen daarbij ook een rol: voor meisjes van hun leeftijd zijn sommige gedragingen (in dit geval verder gaan dan zoenen) niet geaccepteerd.

De tieners die Holla sprak hadden op vier na geen “echte seks”  gehad. Ze waren er wel mee aan het oefenen in de vorm van “dansen, het dragen van korte rokjes met laarzen, zoenen en ‘verder gaan’” (p. 302). De respondenten zagen zulke praktijken wel enigszins als seksueel, maar vooral als “aanloop op het echte werk” (p. 302). De best plek daarvoor is de disco.

Schuren 
Holla besteedt veel aandacht aan schuren, een vorm van dansen die zij het nieuwe schuifelen noemt. In de media-aandacht voor het onderzoek (bijvoorbeeld in Het Parool) lag hierop ook de focus. Jongens proberen eerst de aandacht van meisjes te trekken. Meisjes hebben in deze flirtfase een passieve rol. Dat vinden ze vervelend, omdat ze wel graag mee willen doen aan het seksuele spel op de dansvloer, maar niet meer dan subtiele avances kunnen maken om dat te bewerkstelligen. De jongens merken die blikken vaak niet op.

Eenmaal op de dansvloer staat de jongen achter het meisje en maken ze samen draaiende bewegingen. Het meisje duwt haar billen tegen het kruis van de jongen, de jongen heeft zijn handen op haar heupen. Schuren gebeurt in tweetallen, al worden meisjes soms ook van twee kanten geschuurd door twee jongens. Het grote voordeel van schuren is dat het vooral een voorzichtige manier van versieren is: de tieners hoeven elkaar niet aan te kijken en hoeven ook niet met elkaar te praten. Hierdoor blijft een hoop verlegenheid verborgen, zo stelt Holla.

Alle jongeren uit het onderzoek hadden wel eens geschuurd. Op deze manier dansen is voor hen geen aanleiding tot echte seks (het mondt hooguit uit in tongzoenen), maar het is een vorm van seksuele expressie. Het is niet nodig om een relatie te hebben met degene waarmee je schuurt, maar schuren doe je eigenlijk alleen met iemand die je leuk vindt. Zo functioneert het als een uitsluitingsmechanisme: alleen knappe, rondgevormde meisjes worden gevraagd. Meisjes zijn daarbij minder hard in hun afwijzing en schuren ook wel eens uit medelijden met een jongen, bijvoorbeeld omdat ze het zielig vinden als hij publiekelijk wordt afgewezen. De consequentie hiervan is dat er een groep meisjes is die buiten de boot valt en niet de kans krijgt op deze manier seksueel te oefenen.

Sletten om aandacht 
Hoewel de respondenten tongzoenen niet echt als seksueel zien, en het is dus makkelijk doen, zijn er verschillende seksueel-stigmatiserende consequenties voor jongens en meisjes. Jongens krijgen ‘props’, terwijl meisjes het risico lopen slet te worden genoemd. Die aanduiding is op deze leeftijd exclusief voor vrouwen. Meisjes gebruiken het woord slet veelvuldig, vooral om hun “eigen deugd en vlekkeloze seksuele status te demonstreren” (p. 307). Seksuele vrijpostigheid van andere meisjes worden snel weggezet als een vorm van pleasen:

Lisa: Weet je, sommige meisjes proberen echt alles voor een beetje aandacht. Ze denken dat het ze cool maakt ofzo. En ze lopen er echt zo mee te koop, zo van, kijk mij eens, ik ben sexy enzo (geciteerd op p. 308).

Seksuele assertiviteit in meisjes wordt dus afgewezen, terwijl het bij jongens juist een gewenste gedraging is. Daarbij vinden de respondenten dat het bij jongens natuurlijk is om zich zo te gedragen. Dit betekent dat jongens die in lichamelijke ontwikkeling achterlopen worden weggezet als nerds en worden uitgesloten van het seksuele oefenen, in ieder geval tot hun lichaam gegroeid is.

Het gaat er bij deze tieners niet in dat meisjes zich seksueel assertief zouden kunnen opstellen op basis van innerlijke drijfveren. Daarom redeneren ze dat zulk gedrag voort moet komen uit een andere, externe motivatie: zoeken goedkeuring en sociale status. Meisjes die slet worden genoemd zijn dan ook bijna allemaal niet populair. De uitzondering zit bij volwassenheid. Als een meisje gezien wordt als volwassener, dan is het wel mogelijk dat ze zich zo gedraagt vanuit een werkelijk verlangen. Meisjes die rijpere lichamen hebben en met oudere tieners omgaan, kunnen zich daarom wel seksueel actief opstellen. Zij worden juist bewonderd.

Conclusie
Holla laat zien dat seksueel oefenen onder tieners hoort bij het opgroeien. Zij reproduceren daarbij traditionele gendernormen van de man als seksuele jager en de vrouw als seksueel afwachtend. Populariteit en het lichaam spelen daar een bemiddelende rol in. Onvolwassen lichamen mogen minder; populaire meisjes mogen meer. Populaire tieners kunnen daardoor volgens Holla meer volwaardig en onbeperkt tot ontwikkeling komen. Een volwassen lichaam is daarbij een bron van macht, omdat een rijper lichaam wordt erkend als een legitieme motivator van seksueel verlangen.





De ‘trol’ als verdorven spiegelbeeld van Facebooks logica (Linda Duits)

6 03 2014

troll

Deze blogpost verscheen eerder op dieponderzoek.nl!

Met de groei van sociale media komt ook de trol steeds meer in het vizier van wetenschappers. The Fibre Culture Journal, een open access journal voor onderzoek naar digitale media, wijdde een themanummer aan de trol. We zullen hier een aantal van de artikelen daaruit bespreken. We trappen af met trollen op Facebook, onderzocht doorTero Karppi die promoveert op dit onderwerp. Het artikel is gratis toegankelijk.

Verplichte identiteit
Op het eerste gezicht erkent Facebook het bestaan van trollen niet: nergens in de help-pagina’s of andere officiële uitingen wordt gesproken over trollen. Toch gebeurt het wel. Zo is er bijvoorbeeld het RIP trollen (we schrijven daar eerder dit over) of het dubbelganger-trollen (het overnemen van de naam en foto van iemand en vervolgens die persoon een vriendenverzoek sturen). Facebook verbiedt het aannemen van een alternatieve identiteit: je online persona daar moet verplicht overeenkomen met je aardse zelf, in naam en beeld in ieder geval. Karppi stelt dat vragen naar de identiteit van een trol irrelevant is: het trollen zelf is de identiteit die tijdelijk wordt aangenomen. Hij schrijft:

While one could easily argue that in social media our identity is always managed and performed rather than represents any “real” or “actual” identity, trolls and trolling highlight just how fictitious and performative online identities can be. Trolls are the negation of the demand for authentic identity. Trolls do not have any or they make it irrelevant. In fact who are trolls is a question that cannot be answered with terrestrial identity. Anyone can become a troll by simply trolling. For the same reason, Facebook cannot and will not define trolls. Trolls are whoever (alinea 17).

De trol maakt dus duidelijk dat alle online identiteiten fictief zijn.

Gevoelens uitlokken
Volgens Karppi is Facebook vooral een affectieve gemeenschap. Alles draait er om het opwekken van gevoelsreacties: met een statusupdate hoop ik op een like of een comment. Omdat er likes worden gegeven, update ik mijn status. Het werkt dus beide kanten op. Facebook heeft hier een sterke hand in dankzij EdgeRank, het logaritme dat bepaalt wat je te zien krijgt in je nieuwsfeed. Hoewel het geheim is hoe EdgeRank precies werkt, spelen drie factoren een rol: het gewicht, de vervaltijd en de affiniteit die Facebook aan een status toeschrijft, bepalen hoe, hoe lang en waar de status bij anderen te zien is. Facebook is niet geïnteresseerd in mensen, maar in de gevoelswaarden die zij verspreiden.

De trol, die ook gericht is op het opwekken van emotie, is dus zo een verdorven spiegelbeeld van Facebook zelf.

Consequently I argue that programming the actual algorithms is the logic of Facebook and using processes that resemble algorithmic operations is the logic of trolls (alinea 31).

De trol anticipeert op interactie en lokt die uit. Vervolgens leert hij van de reacties die hij krijgt en kan hij op basis van die evaluatie zijn trolacties nog effectiever maken. Ook voor de trol zijn het gewicht, de vervaltijd en de affiniteit daarbij essentieel.

Consequenties
Voor Facebook zijn trollen vervelend omdat het verdienmodel van de site gestoeld is op ‘echte’ gebruikers. Trollen hebben niet alleen valse profielen, ze creëren ook valse interacties. Dit levert echter slechts kleine statistische afwijkingen op. Een groter probleem is dat dankzij trollen groepen misschien liever gesloten willen zijn. Dit gaat in tegen Facebooks premisse van een open participatieplatform. Facebooks strijd tegen trollen is volgens Karppi vooral een kwestie van imagomanagement naar adverteerders.

Karppi concludeert dat de trol uiteindelijk het product is van sociale media zelf. Niemand participeert meer dan de trol, niemand is zo geengageerd met de technologie. Ze buiten de functies van het platform uit. Trollen richten zich zelden op Facebook als systeem, omdat ze er zo afhankelijk van zijn. De implicatie van deze analyse, zo schrijft Karppi, is dat de algoritmische logica van Facebook ook een gedragscode is voor de trol.





Facebook fraudeert met nep-likes, pagina promoten heeft negatief effect op bereik (Linda Duits)

2 03 2014

dislike facebookDieponderzoek.nl (de blog van Linda waar deze post eerst verscheen) heeft een nieuwe nieuwsbrief. Het is nu mogelijk om wekelijks een email te krijgen met daarin de vijf meest recente blogposts die we hier publiceerden. Een mooie gelegenheid om eens te experimenteren met Facebooks mogelijkheid posts te promoten. Mijn zeven euro’s zijn inmiddels op en Facebook heeft me geïnformeerd over het bereik.

Facebook resultaten

Een enorm bereik: 2.557 extra mensen zagen onze post. Op eigen kracht waren dat er zeventig geweest (van de 358 mensen die onze pagina liken op Facebook). Het engagement dat daarbij hoort in erg klein: maar negen mensen (0,0035 procent!) hebben op de link geklikt. Het is maar de vraag of die mensen bij de groep van 2.557 horen of dat ze onze eigen likers zijn. De twee mensen die de post waardeerden met een duim omhoog behoren in ieder geval tot die laatste groep. De gepromote post zorgde voor nul aanmeldingen voor de nieuwsbrief.

Nu kan het natuurlijk zo zijn dat de post niet erg aansloeg. Maar er bekroop me ook een gevoel van wantrouwen: hoe weet ik eigenlijk dat Facebook echt mijn post voorgeschoteld heeft aan 2.557 vrienden van vrienden? Mijn zorgen daarover zijn terecht. Wetenschapsjournalist Derek Muller, de persoon achter Veritasium, legt in dit filmpje uit dat Facebooks inkomsten gebaseerd zijn op nep-likes. Fraude dus.

Niet alleen kreeg Muller nep-likes voor zijn geld, deze nieuwe likers zorgen er ook nog eens voor dat de mensen die daadwerkelijk interesse hebben in Veritasium veel minder vaak de posts te zien krijgen. Facebook verleidt je eerst te betalen door expres posts niet aan alle geabonneerden te laten zien. Vervolgens zorgt dat ervoor dat je nog minder mensen bereikt. Facebook betalen om een pagina te promoten heeft dus een negatief effect op bereik en engagement, ondanks de hoge cijfers die Facebook je voorschotelt.

Het gaat hier om pagina-likes en het is dus onduidelijk of dat ook geldt voor specifieke posts. Graag horen we ervaringen van anderen.

Abonneren op een van onze nieuwsbrieven kan hier!





Millennials & Sociale media: Smart facts over smartphones, apps & m-commerce (Joeri Van den Bergh)

27 02 2014

Wist je dat gemiddeld 60% van de GenYers een smartphone heeft? De andere 40% zegt vooral dat hun huidige telefoon het nog prima doet, dat een smartphone kopen te duur is of dat ze er eenvoudigweg geen nodig hebben. Ontdek wat GenYers doen met hun mobiele telefoon in deel 4 van de infographic reeks: Millennials & Social Media.

In welke landen wordt dagelijks het meest gesurft op het internet via een smartphone? Of welke zijn de favoriete mobiele diensten en apps van de Millennials? Een recent onderzoek door InSites Consulting bij jongeren toont aan dat Japan (92%) en China (89%) duidelijk de leidersplaatsen innemen bij het dagelijks surfen op het internet via de gsm. De meest populaire mobiele diensten hebben duidelijk te maken met gemak, contact en entertainment. 52% zou graag kleine mobiele betalingen doen via de gsm. De apps die door GenYers geïnstalleerd worden, hebben meestal betrekking op fun en games, gevolgd door apps voor weersvoorspellingen, muziek en video en navigatie.

De Australische en Japanse jongeren hebben het grootste gemiddelde aantal apps geïnstalleerd maar de Canadezen installeren het grootste aantal merk-gerelateerde apps.

slide-1-638





YouTube als verlengstuk van traditionele media: lessen uit het succes van K-pop (Linda Duits)

27 02 2014

K-pop

Deze post van Linda verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Al ver voordat er sociale media waren, bestonden er informele netwerken die populaire cultuur met elkaar deelden. Zo geven fans al veel langer tips en teksten door, maar zijn er bijvoorbeeld ook piratennetwerken die illegale DVDs verspreiden. Sociale media versnellen en intensifiëren zulke uitwisseling. Een van de meest succesvolle genres die op deze manier verspreid worden is K-pop, Koreaanse popmuziek. In een recent artikel [abstract] analyseren mediaonderzoekers Sun Jung en Doobo Shim de populariteit van K-pop in Indonesië. De tech-savvy jeugd daar heeft ervoor gezorgd dat het land de snelst groeiende sociale distributie-hub van de regio (zo niet de wereld) is geworden.

De onderzoekers baseren zich op een survey onder 100 K-pop-fans (waarvan één jongen) en e-mailinterviews met professionals uit de industrie.

K-pop en export 
K-pop-artiesten worden door de platenmaatschappijen uitgebreid getraind en klaargestoomd. Localisering (als tegenhanger van mondialisering) speelt daarbij een belangrijke rol: zo leren sommige artiesten Japans om die markt meer aan te spreken. De industrie huurt producenten van over de hele wereld in, is constant op zoek naar nieuw talent en organiseert conferenties om dit te optimaliseren. Een van de oorzaken van de grote focus op export is de piraterij op de eigen binnenlandse markt, waardoor het lastiger is daar geld te verdienen.

De K-pop-industrie zet sterk in op marketing via sociale media door afspraken aan te gaan met sociale netwerken als Facebook en YouTube. Via YouTube worden live concerten gestroomd van artiesten om zo een overzees publiek te bereiken.

Indonesië en K-pop
Indonesiërs luisteren al graag naar buitenlandse muziek. In de jaren ’60 was dat vooral Amerikaanse en Britse muziek, maar meer recentelijk zijn ook Japanse en Maleisische bandjes populair. K-pop is vanaf midden jaren 2000 ‘cool’ en ‘modern’ onder de jeugd. Dit komt vooral door het internet: Indonesiërs zoeken van de hele wereld het vaakst op K-pop op Google. K-pop is zo populair dat de eigen lokale muziekindustrie verandert: I-pop is de naam voor op K-pop gestoelde muziek, dansjes en visuele esthetiek.

Indonesië scoort hoog op het gebruik van sociale media. Het is de vierde gebruiker van Facebook en de vijfde gebruiker van Twitter. Jakarta is na Bangkok de grootste Facebook-gebruikende stad. Dit is vooral opmerkelijk omdat slechts zo’n twintig procent van de bewoners toegang heeft tot het internet. Het gaat hier om een stedelijke, jonge elite. De respondenten gebruiken vooral sociale media om naar K-pop te luisteren. Daarbij zeggen ze dat dat makkelijk, snel en goedkoop is. YouTube wordt het meest gebruikt.

Rol traditionele bedrijven
De auteurs benadrukken de rol van traditionele mediabedrijven in deze ontwikkelingen. Zij gaan allianties aan met nieuwe mediabedrijven of kopen deze simpelweg op. Sinds YouTube gekocht is door Google in 2006 is het platform steeds meer een marktplaats geworden voor Professioneel Gegenereerde Content (PGC), terwijl het nog steeds het zogenaamde gezicht is van User Generated Content.

YouTube volgt al een tijdje de regels van de oude media. Er is veel reclame en de belangen van grote bedrijven (copyright!) gaan boven de behoeften van gebruikers. Alle film- en muziekaanbieders, uit Hollywood en de rest van de wereld, hebben er hun eigen kanalen. YouTube is zo niet langer alleen een platform van distributie, het is nu ook een verdienmodel voor zulke bedrijven. Dit geldt ook voor K-pop. Zo bracht ‘Gangnam Style’ volgens Google $8 miljoen op aan inkomsten van YouTube.

De verspreiding van ‘Gangnam Style’
Psy’s management YG circuleerde de clip aanvankelijk in het eigen netwerk. YG had al een samenwerkingsverband met YouTube. De clip werd ook uitgezet binnen K-pop-fannetwerken op Facebook en Twitter. Vanuit daar ‘lekte’ de clip naar mainstream. Cruciaal daarbij waren de parodievideo’s, die soms zelf een hit werden. Hierna volgden Amerikaanse celebrities en sites als Gawker die de status van internetmeme bestendigden.

De rol van het management van Psy mag niet onderschat worden. Psy tekende in august 2012 bij de Amerikaanse talentagent Scooter Braun die ook Justin Bieber onder zijn hoede heeft. Hierdoor was hij gegarandeerd van blootstelling aan het Amerikaanse publiek. Hij trad in september 2012 op bij de MTV Video Music Awards en was daarna te zien bij onder andere The Ellen DeGeneres Show, The Today Show en Saturday Night Live. Deze optredens zorgden ervoor dat in tien weken na het uitkomen van de clip op YouTube in juli, ‘Gangnam Style’ op 1 stond in de iTunes-charts.

Lessen
De auteurs concluderen dat hedendaagse distributie via sociale media een mix is van nieuwe, grassroots-achtige tendensen vanuit de vraagzijde en oude, corporate sturing van bovenaf. Allianties tussen grote spelers én consumenten zorgen ervoor dat content razendsnel verspreid kan worden.

CC beeld: Danny Choo








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 5.615 andere volgers

%d bloggers like this: