Burgerschap leren door Star Wars te spelen (Linda Duits)

16 09 2014

Dit stuk verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

star-wars-the-old-republic-bannerVorige week verscheen er in de Volkskrant een opiniestuk over het belang van filosofie in het onderwijs. Filosoof Martin Slagter wees op het belang van de ontwikkeling van het vermogen tot moreel oordelen en kritisch denken. Het is niet waarschijnlijk dat scholen gehoor gaan geven aan Slagter. Hij heeft de wind tegen – zoals hij zelf al schrijft is het hedendaags onderwijs gericht op concrete vaardigheden in plaats van Bildung – en curricula zitten al overvol. Gelukkig is er goed nieuws voor Slagter, uit een hoek die hij vast niet verwacht. Uit een recent onderzoek [abstract] van twee Amerikaanse religiewetenschappers blijkt dat Star Wars: The Old Republic spelers laat worstelen met de politieke filosofieën uit de Verlichting.

De Star Wars-films hebben een sterke morele ondertoon. George Lucas wilde dat kijkers dankzij zijn films zouden gaan nadenken over goed versus kwaad. Star Wars: The Old Republic [site, wikipedia] is onderdeel van het grotere Star Wars-universum. Het is een MMORPG, een massively multiplayer online role-playing game. De onderzoekers zetten twee vragenlijsten met open en gesloten vragen uit op de site. Vragenlijst 1 had 256 respondenten; vragenlijst 2 369.

Spelers moeten eerst een keuze maken of ze aan de kant van The Empire of van The Republic spelen, of dat ze neutraal willen blijven in het conflict tussen deze twee. Wat ze ook kiezen, spelers moeten altijd in de debat met de twee groepen en hun tegengestelde politieke ideologieën. Dat betekent dat ze de basis van politieke filosofie leren kennen en moeten toepassen. Ze komen zo in aanraking met vertakkingen van totalitarisme en republicanisme, en dus met de intellectuele erfenis van Hobbes (de kant van The Empire) en Rousseau en Kant (de kant van The Republic).

De analyse van de vragenlijsten laat zien dat spelers daadwerkelijk elementen van de Verlichtingsfilosofen herkennen. Zo schrijft een respondent:

“The Republic is a Capitalist Republican Democracy … It picks its leaders through popular voting, but is also swayed heavily by third parties with desires of money. The Empire, on the other hand, is a Fascist Dictatorship, with elements of Oligarchy and Magocracy. Its leaders are picked for personal power, although they all answer to a single person [the Emperor]” (p. 265-266).

De spelers geven aan dat ze echt zijn gaan nadenken over politieke consequenties dankzij het spel. Spelers zien in dat voor de verschillende staatsvormen verschillende zaken belangrijk zijn, zie onderstaande tabel.

Tabel 1

Conclusie

Star Wars: The Old Republic is geen zogeheten serious game: een spel speciaal ontwikkeld om te leren. Desalniettemin laten de politieke elementen waar het spel om draait zien hoe computergames uitnodigen na te denken over burgerschapskwesties. Spelers komen in aanraking met verschillende politieke filosofieën en passen deze soms zelfs toe op de huidige politieke situatie. Het is belangrijk om op te merken dat dit niet zomaar iets is dat spelers door de strot geduwd wordt: maar liefst 83 procent van de respondenten gaf aan dat de politiek van het spel bijdraagt aan het plezier van het spel.





Waarom Apple Watch het wel wordt, en Google Glass niet (Linda Duits)

12 09 2014

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Deze week kondigde Apple aan met een smart watch te komen, de Apple Watch. Veel techtrendvoorspellers denken dat wearables de toekomst zijn: draagbare slimme technologie. Wearables zijn nog sterk in ontwikkeling en daardoor nog te gimmicky. De uitdaging is om het ook echt draagbaar te maken in de zin dat mensen het willen aantrekken. De onaantrekkelijkheid van Google Glass is een van de redenen waarom de slimme bril niet is aangeslagen bij het publiek en waarom dat ook niet zal gebeuren. Er zijn nog meer redenen:

  1. Mensen haten brillen. Zonnebrillen zijn cool, de rest alleen soms. Een bril houd je bovendien weg bij je coole zonnebril.
  2. Je kunt hem niet makkelijk wegstoppen/ het is te zichtbaar.
  3. Iets voor je gezicht terwijl je loopt is gevaarlijk: denk aan sms’en in de auto.

Eerder schreef Pedro de Bruyckere hier al dat Glass waarschijnlijk wel in specifieke beroepen gebruikt zal worden, zoals in de medische sector waarbij het essentieel is dat je je handen vrij hebt.

De nadelen van Glass zien we niet terug bij het slimme horloge. Erop kijken is veel minder opzichtig dan op je telefoon kijken. In de populaire cultuur is de smartwatch bovendien al in de jaren ’80 positief verbeeld: pick me up Kit! 





Boeken beoordelen op hun omslag (Linda Duits)

9 09 2014

Wou zelf een blogpost schrijven over dit onderzoek, maar Linda was me voor. Verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

voorbeeldTo judge a book by its cover betekent dat je op uiterlijkheden afgaat in plaats van op inhoud. De uitdrukking is raar, omdat bij het kopen van een boek de kaft een essentiële rol speelt. Uitgevers weten dat en zien de omslag als een belangrijk marketinginstrument. Bij kinderboeken is dit lastig. Het zijn vaak ouders die boeken kopen voor hun kroost. Kunnen zij zich wel goed inleven in wat hun kinderen aantrekkelijk vinden? Lysette Hartman, Vanessa Okken en Thomas van Rompay van de Universiteit Twente rapporteren in het Tijdschrift voor Communicatiewetenschap [abstract] over de effecten van realisme en complexiteit in fotografiegebruik op de waardering van kinderboekomslagen door tweens en volwassenen.

Ze namen een vragenlijst af onder 93 tweens (onderverdeeld in jonge en oude tweens) en 125 volwassenen. De kinderen waren tussen de 8 en 12 jaar. Er waren drie sets kinderboeken, waarbij steeds een ‘onrealistische’ en ‘realistische’ variant is gemaakt, en een ‘complexe’ en ‘niet-complexe’ variant – zie afbeelding. De respondenten moesten op een 1-5 schaal aangeven hoe ze het boek waardeerden, hoe realistisch en hoe complex ze de cover vonden. Er was geen sprake van toedeling aan condities: de respondenten beoordeelden alle covers.

Stimulusmateriaal

Tweens hebben een voorkeur voor realistische boekomslagen. Uit eerder onderzoek bleek ook al dat tweens de voorkeur geven aan een foto boven een tekening. De onderzoekers maken hierbij een kanttekening dat genre een rol speelt. Kaften worden gebruikt om genres te herkennen en het kan zijn dat genrevoorkeur zwaarder weegt dan de aard van de omslag. De onderzoekers vonden geen bewijs dat complexiteit een rol speelt bij de waarderen.

Er was bij twee van de drie sets een significant verschil tussen de waardering van tweens en wat volwassenen denken dat tweens waarderen. Daarbij gold dat volwassenen zich beter kunnen inleven in de voorkeuren van jonge tweens dan in die van oude tweens.





Uit naam der democratie: laat Twitter Twitter, niet Facebook (Linda Duits)

6 09 2014

Twitter flock

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Vroeger was het zo dat Facebook op Twitter wilde lijken. Nu zijn er aanwijzingen dat Twitter in de voetsporen van haar gehate zusje gaat treden. Hoofd financiën  Anthony Noto sprak op een conferentie over het verbeteren van de feed, zogenaamd om deze meer relevant te maken. De manier om dat te doen is via een algoritme dat bepaalt welke tweets interessant zijn en dat die tweets bovenaan plaatst. Een soort Edgerank van Facebook dus. The Wall Street Journal schrijft:

“Twitter’s timeline is organized in reverse chronological order, a delivery system that has not changed since the product was created eight years ago and one that some early adopters consider sacred to the core Twitter experience. But this “isn’t the most relevant experience for a user,” Noto said. Timely tweets can get buried at the bottom of the feed if the user doesn’t have the app open, for example. “Putting that content in front of the person at that moment in time is a way to organize that content better.””

Uiteraard viel dit niet goed in het twitterversum. Dat heeft niet alleen te maken met angst voor verandering. In tegenstelling tot op Facebook dat draait om wederkerige relaties met grotendeels bestaande vrienden, volg je op Twitter mensen vanwege hun tweets. Wie je volgt is vaak het resultaat van een zorgvuldig samengestelde groep. Daarbij draait Twitter op actualiteit: het meest recente eerst.

Socioloog Zeynep Tufekci die gespecialiseerd is in online activisme en protest schrijft in een uitstekend stuk over de democratische waarde van het huidige Twitter. Het is cruciaal dat ook onverwachte tweets viraal kunnen gaan. Geen algoritme kan dat goed inschatten:

“Twitter brims with human judgment, and the problem with algorithmic filtering is not losing the chronology, which I admit can be clumsy at times, but it’s losing the human judgment that makes the network rewarding and sometimes unpredictable. I also recently wrote about how #Ferguson surfaced on Twitter while it remained buried, at least for me, in curated Facebook—as many others noted, Facebook was awash with the Ice Bucket Challenge instead, which invites likes and provides videos and tagging of others; just the things an algorithm would value. This isn’t a judgement of the value of the ALS challenge but a clear example of how algorithms work—and don’t work.”

Meer ‘relevante’  tweets betekenen volgens Tufekci meer celebrity-tweets, meer sport, meer evenementen, meer tweets met veel interactie. Wat er minder is zijn de tweets die er volgens jou zelf toe doen, de tweets waarom je mensen bent gaan volgen.

De achterliggende reden voor de verandering heeft te maken met advertentie-inkomsten. De baas van Twitter heeft overigens op alle onrust gereageerd door te twitteren dat er geen sprake is van een gedwongen gefilterde feed. Lees hier een analyse van wat er dan wel is gezegd.

Er was ook goed nieuws: waarschijnlijk wordt het mogelijk groepDMs te sturen.





Nature onderzoekt gebruik sociale media van wetenschappers (Linda Duits)

29 08 2014

Academic twitter

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl. Linda biedt trouwens al vier jaar workshops Bloggen en Twitter voor Academici aan.

Wetenschap draait om kennisvergaring en daarvoor is kennisverspreiding noodzakelijk. Sociale media bieden daar uiteraard goede manieren voor, maar niet alle onderzoekers zijn daar even happig op. Kennisverspreiding is onderdeel van valorisatie, de term voor die universiteiten en beursverstrekkers steeds belangrijker wordt in hun beleid. Het gebruik van sociale media neemt toe. Nature onderzocht welke platforms gebruikt worden. Ze schreven tienduizenden onderzoekers aan en kregen antwoord van 3500 mensen uit 95 landen (NB: met deze manier van respondentwerving zou je nooit gepubliceerd worden in Nature!).

Waar Nature spreekt van “remarkable reach” ben ik nogal teleurgesteld. Er wordt gesproken over sociale netwerken en sites met onderzoeksprofielen. Google Scholar valt onder het laatste en telt dus mee. Iets meer dan zestig procent van de beta’s gebruikt dat: heel erg weinig als je bedenkt hoe makkelijk zoeken met Scholar is. Ook opmerkelijk vond ik het hoge aantal gebruikers van Researchgate. Ik kom dat in mijn praktijk maar weinig tegen. Wellicht is Researchgate aan een opmars bezig. Daarnaast valt op dat het gebruik van Twitter en Facebook erg laag ligt, terwijl ook deze platforms veel kansen bieden.

Op de site van Nature komen wetenschappers uitgebreid aan het woord en zijn er cijfers over de aard van het gebruik.

nature-remarkable-reach





Religieuze mensen denken eerder pornoverslaafd te zijn (Linda Duits)

26 08 2014

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Porno en religieDe laatste jaren hoor je steeds meer over pornoverslaving: mensen zouden excessief kijken en daardoor gedragsproblemen gaan vertonen, vergelijkbaar met mensen die drugs gebruiken en daar schade van ondervinden. Wetenschappers plaatsen vraagtekens bij het bestaan van pornoverslaving en de ‘aandoening’ is dan ook niet opgenomen in het onlangs herziene diagnostiekhandboek DSM. Dat neemt niet weg dat er mensen zijn die vinden dat deze verslaving wel bestaat. Er zijn mensen die hun eigen pornogebruik problematiseren en vinden dat zij dwangmatig kijken en/of verslaafd zijn.

Niet kijken, toch verslaafd
Uit eerder onderzoek is bekend dat mensen die zichzelf pornoverslaafd vinden meer neurotisch zijn en minder zelfbeheersing hebben. Er zijn ook aanwijzingen dat religie een rol speelt. In drie recente studies [abstract] onderzoeken Amerikaanse psychologen dat laatste verband dieper. Welke rol spelen morele afkeuring van pornografie en religieuze overtuiging in de beleving van gedachte pornoverslaving [perceived porn addiction]?

In het algemeen zijn religieuze mensen minder vaak verslaafd aan middelen en gokken. Daarnaast accepteren religieuze mensen pornografie minder dan niet-religieuze mensen en zeggen zij minder porno te kijken. Op basis hiervan zou je verwachten dat er maar weinig religieuze mensen van zichzelf vinden dat ze pornoverslaafd zijn. Toch zijn het vaak religieuze mensen die kampen met pornoverslaving. Hoe zit dat?

Methode
In dit artikel wordt verslag gedaan van drie studies waarin mensen een online vragenlijst moesten invullen. Aan studie 1 deden 725 bachelorstudenten psychologie mee van verschillende religieuze achtergrond, waaronder ongeveer een derde niet-religieus. Het gaat om respondenten die aangaven de aflopen zes maanden bewust porno te hebben gekeken. Studie 2 was een herhaling van studie 1 met 321 studenten van een religieuze universiteit. In studie 3 werd gekeken naar een steekproef van 434 uit de algemene Amerikaanse populatie volwassenen.

Resultaten
Uit studie 1 blijkt dat religiositeit een goede voorspeller is van gedachte pornoverslaving, ook als er gecontroleerd wordt voor pornogebruik. De relatie tussen religie en gedachte pornoverslaving wordt gemedieerd door morele afwijzing. Dit betekent dat religieuze overtuiging voorspelt of iemand porno moreel afwijst, en die afwijzing voorspelt vervolgens goed of iemand denkt dat hij pornoverslaafd is. In studie 2 werden deze resultaten opnieuw gevonden. Ook in studie 3 werd dit gevonden. Hier werd de invloed van morele afwijzing anders berekend.

In studie 3 werd ook gekeken naar neuroticiteit (zich veel zorgen maken), zelfbeheersing, sociaal wenselijkheid en dagelijks gebruik van porno als mogelijke covariaten. Uit deze analyse blijkt dat er vier voorspellers zijn van gedachte pornoverslaving: daadwerkelijk gebruik, gebrek aan zelfbeheersing, religiositeit en morele afkeer.

Conclusie
De onderzoekers stellen dat er dus een verband is tussen religieus zijn en denken dat je pornoverslaafd bent, een verband dat overeind blijft ook als je controleert voor daadwerkelijk gebruik. Volgens hen loopt dit verband via morele afkeur. Religieuze mensen ervaren vaak diepe schuldgevoelens bij grensoverschrijdende gedragingen. In sommige religieuze kringen wordt pornografie gezien als schending van religieuze waarden. Dat gedrag wordt dan vervolgens ‘verklaard’ als een geestesziekte – een pathologie:

“Feelings of addiction could be seen as the religious individual’s pathological interpretation of a behavior deemed a transgression or a desecration of sexual purity” (p. 10).

Gezond verwarren met moreel juist
In wetenschappelijke en maatschappelijke discussies over pornoverslaving komt moraal snel om de hoek kijken. Het psychologische idee van ‘gezonde seks’ is dan ook doordrenkt van overwegingen over ‘moreel juiste seks’. Masturberen, meerdere partners en fetisjen worden dan afgewezen als ongezond omdat ze afwijken van het ideaal van seks binnen een huwelijk gericht op voortplanting. Het is logisch dat mensen die porno afkeuren maar het toch kijken daar negatieve gevoelens over hebben. Hun gedrag is voor hun al een transgressie en het label ‘verslaving’ past daar mooi bij.

Bij het lezen van dit onderzoek moest ik denken aan vroege onderzoeken naar homoseksualiteit. Richard von Krafft-Ebing schreef eind negentiende eeuw de Psychopathia Sexualis. Hij vond homoseksualiteit een psychopathie. Zijn homoseksuele patiënten en onderzoekssubjecten legden hem uit dat niet de homoseksualiteit, maar de reactie van de omgeving op die homoseksualiteit zorgde voor psychische problemen. Vergelijkbaar zou je hier kunnen stellen dat niet het pornokijkgedrag zorgt voor problemen, maar de (angst voor) reacties van medegelovigen brengt stress, wanhoop, schaamte en isolatie met zich.

Lees ook: Onderzoek: pornoverslaving bestaat niet

UPDATE: Op Twitter wees Samuel Gerrets me op onderstaande bijbeltekst, die wellicht inzicht biedt in hoe dit mechanisme werkt:

“Wat ik doe, doorzie ik niet, want ik doe niet wat ik wil, ik doe juist wat ik haat. Maar wanneer mijn daden in strijd zijn met mijn wil, dan erken ik dat de wet goed is. Dan ben ik het niet die handelt, maar de zonde die in mij heerst. Immers, ik besef dat in mij, in mijn eigen natuur, het goede niet aanwezig is. Ik wíl het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik” (Romeinen 7:15-19).





Linda Duits: Lego in PR-aanval met film en documentaire

21 08 2014

Fan bouwt eigen wereld - still uit docuTot voor kort hing er een vlaag van mysterie rond Lego. De blokkenmaker stond het nooit toe dat er een documentaire werd gemaakt, ondanks de intense populariteit van Lego en de vriendelijke uitstraling van het Deense merk. Maar in 2011 verliep het patent op de steentjes. Wellicht verklaart dat waarom er in 2014 maar liefst twee officiële Lego-films zijn: The Lego Movie[IMDB] en Beyond the Brick: A Lego Brickumentary [IMDB]. Beiden focussen op de creativiteit die spelen met Lego bevordert. De fictie-film doet dat dankzij de verhaallijn: van bouwen volgens de instructie tot je fantasie laten gaan, waarbij al die vormen even awesome zijn. In de documentaire worden creativiteit en innovatie benadrukt door de vele volwassen fans in beeld te brengen. Waar The Lego Movie erg feel-good is, ligt de PR-laag er bij de Brickumentary wel heel dik bovenop. Bovendien is de toon betuttelend.

Sinds het patent is verlopen in 2011 is Lego zich nog meer gaan richten op samenwerkingsverbanden met franchises uit populaire cultuur. Het bekendst en meest succesvol is de Lego Star Wars-lijn, waarvoor Lego in 1999 een licentie verkreeg die in 2012 met tien jaar is verlengd. Er zijn ook licenties met Lord of the Rings (aangegaan in 2012), Lego Superheroes (aangegaan in 2012, met DC Comics en Marvel) en The Simpsons (aangegaan in 2014) – zie Wikipedia. Daarnaast maakt Lego games.

We zien dus een ver-merk-ing bij Lego. Nu de stenen door iedereen gemaakt mogen worden, probeert Lego met Lego in thema’s een unique selling point te behouden. Daarnaast legt het bedrijf met de films dus de nadruk op hun imago van creatief spelen. Het is nog maar de vraag of die twee wel samengaan. De themadozen bevatten veel steentjes die alleen gebruikt kunnen worden om specifiek te maken wat op de doos staat. Lego benadrukt dus de oude slogan ‘Van Lego kun je alles maken’  in de PR vanuit de twee films, maar verkoopt ondertussen steeds meer Lego waarmee je maar één ding kunt maken.





Gastblog Linda Duits: Nederlandse politici twitteren beter dan Britse politici

17 08 2014

Deze post, Nederlandse politici twitteren beter dan Britse politici, verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Twitterende politiciNederlanders twitteren wat af. Dat is niet zo maar een loze zin: wat voor meetmethode je ook gebruikt (per hoofd van de bevolking, absoluut, penetratie): Nederland eindigt steevast in de top 10. Hoewel twittergebruik aanzienlijk verschilt tussen landen, is er nauwelijks vergelijkend onderzoek. Todd Graham richt zich op het twittergedrag van polici. Samen met Dan Jackson en Marcel Broersma onderzocht [abstract] hij verschillen tussen Nederland en Groot-Brittannië tijdens de verkiezingen van 2010.

Eerder rapporteerden we hier over de resultaten van alleen Groot-Brittannië uit dit project. In deze blogpost bespreken we vooral de verschillen tussen de twee landen.

Graham onderzocht alle twitterende kandidaten voor de parlementsverkiezingen. In Groot-Brittannië waren dat er 416, in Nederland 206. De Britten produceerden in de twee weken voor de verkiezingen 26.282 tweets, de Nederlanders 28.045. Tweets werden onderworpen aan een handmatige inhoudsanalyse waarbij type, functie, onderwerp en interactie werden gecodeerd.

Resultaten
Uit de analyse komt een opvallend patroon naar voren: in beide landen zit er een hoge piek in het twittergebruik op dag 8 – zie figuur 1. Dit was in beide landen een dag van televisiedebat. Daarnaast zijn er pieken in de twee dagen voor de verkiezingen.  Die laatste twee dagen zijn voor Nederland zelfs goed voor bijna een kwart van alle tweets.

Figure 1

Een tweede inzicht is dat Nederlandse politici meer met de interactie aangaan dan Britse. Bijna de helft (47%) van de tweets van Nederlandse politici heeft een mention, tegenover 32 procent bij de Britten. De Britse politici zenden meer volgens het oude massamedia-idee. Met wie er gesproken was verschilde ook tussen de landen, zie tabel 4.

Table 4

Tot slot bleek dat Nederlandse politici meer hun politieke standpunten verkondigden dan Britse (15,2% tegenover 7,3%). Dit verschil komt omdat Nederlandse journalisten en burgers daadwerkelijk politici daarom vragen op Twitter. Britten brachten hun standpunten meer als “one-way campaign sound bites” (p. 11). Bij de inhoud viel ook op dat Britten vaker hun achterban mobiliseren via Twitter (3% versus 0,3%). Nederlandse politici zijn meer persoonlijk (9% vs 4%).

Conclusies

  • Nederlandse politici hebben Twitter veel meer omarmd dan hun Britse tegenhangers. Volgens de onderzoekers heeft dit te maken met een langere geschiedenis van sociale netwerken. In 2006 ging Wouter Bos op Hyves en veel politici volgden. Daarnaast zitten er meer Nederlanders op Twitter dan Britten (ze halen daarbij cijfers van Comscore uit 2011 aan: 22% vs 13%).
  • Er is geen bewijs dat politieke kleur van partijen ertoe doet. Wel werd duidelijk dat controle van bovenaf uitmaakt: de strakgeleide Conservatives en de PVV zien streng toe op hoe politici uit de partij gebruik maken van sociale media.
  • Er is sprake van een wederkerige relatie tussen de politieke twittersfeer en conventionele media, zoals duidelijk wordt uit de piek bij de televisiedebatten.
  • Het aantal volgers heeft geen negatief effect op mogelijkheden tot interactie, zoals eerder wel gedacht werd. Ze noemen als voorbeeld Femke Halsema (in 2010 nog politica), die veel volgers heeft maar ook veel met mensen in dialoog is. De onderzoekers merken op dat uit ander onderzoek blijkt dat veel interactie ook leidt tot meer volgers.
  • Britse politici gebruiken Twitter meer voor partij-ingegeven aanvallen naar de tegenstander. Nederlandse politici zetten het netwerk meer in voor publiek debat. Volgens de onderzoekers komt dit door de verschillende politieke systemen: Groot-Brittannië is een meerderheidssysteem en Nederland een meerpartijensysteem met consensus. Hierbij is ook de mediaomgeving relevant: in Groot-Brittannië jaagt de pers op schandaaltjes en gebruikt daarvoor regelmatig tweets. Het is dan ook niet gek dat Britse politici wat meer terughoudend zijn.
  • Politici klagen vaak dat conventionele nieuwsmedia zich vooral richten op partijaffaires en te weinig op de inhoud. De onderzoekers stellen dat de hoeveelheid beleidsinhoudelijke tweets erg laag is, terwijl er veel over de partij getwitterd wordt. Politici doen dus zelf waar zij de media van beschuldigen.




Gastrecensie: ‘It’s complicated’ van danah boyd -over het socialemedialeven van jongeren- in 10 oneliners (Dennis Hoogervorst

3 07 2014

Mijn studenten konden dit boek dit jaar ook als optie lezen voor een van mijn vakken en ik ga volledig akkoord met de recensie van Dennis Hoogervorst op Kids en Jongeren Marketing. Heb er zo weinig aan toe te voegen dat ik vroeg of ik ze hier ook met jullie mocht delen.

danah boyd (nee, geen hoofdletters) heeft begin dit jaar haar nieuwe boek It’s complicated gepubliceerd, gebaseerd op acht jaar onderzoek. De social media-expert/jongerenonderzoeker (Microsoft Research/New York University/Harvard Berkman Center) noemt het een poging om het netwerk-leven van tieners uit te leggen aan iedereen die zich zorgen maakt over hen — ouders, leerkrachten, beleidsmakers, journalisten en soms zelfs leeftijdsgenoten. Ze hoopt dat lezers hun veronderstellingen over de jeugd opzij zetten in een poging om het sociale leven van deze ‘digitale flâneurs’ echt te begrijpen.

In die opzet slaagt ze wonderwel. Ze maakt bijvoorbeeld duidelijk waarom het navigeren tussen verschillende sociale omgevingen weleens mis gaat, dat individuen verschillende grenzen hanteren, hoe het sociale proces van ‘impression management’ werkt, dat tieners zich aanpassen aan wat zij denken dat de normen van een bepaalde dienst zijn en voor welk doel Snapchat gebruikt wordt, waardoor het bijbehorende gedrag beter te herkennen/plaatsen is en we daar op een meer gepaste/effectieve manier op kunnen reageren. Fijn ook dat een aantal zaken eens door een autoriteit zwart op wit wordt gezet: technologie verandert niet alles, de context is enorm belangrijk, jongeren zijn meer ‘digital naives’ dan ‘digital natives’ en veel delen betekent niet dat privacy niet belangrijk gevonden wordt, om waar wat te noemen. Interessante materie. En zoals de titel treffend weergeeft: het is allemaal niet zo eenvoudig. Het leven in een netwerk-wereld is behoorlijk complex met de nodige uitdagingen, en alleen het begrip privacy al is voor meerdere definities vatbaar.

In acht hoofdstukken gaat het achtereenvolgens over identiteit, privacy, verslaving, gevaren, pesten, ongelijkheid, mediawijsheid en een eigen publiek, waarbij elk onderwerp rijkelijk onderbouwd wordt aan de hand van voorbeelden uit de media (denk aan de vader die kogels op zijn dochters laptop afvuurde nadat ze over hem geklaagd had op Facebook) en quotes uit de vele gesprekken die danah boyd afgelopen jaren met tieners voerde — opvallend: steevast wordt de etnische achtergrond van de respondent vermeld. Voor dit alles worden heel veel woorden gebruikt (ruim 200 pagina’s, plus een flinke bijlage met aanvullende opmerkingen, bronnen en een index), maar boeiend blijft het tot het einde. Nuance gaat vaak verloren in alle paniek in de media, hier is er alle ruimte voor. En hoewel de inhoud Amerika-georiënteerd is, geeft deze zoveel inzicht dat het eigenlijk verplicht leesvoer zou moeten zijn voor een ieder die iets met/voor jongeren doet.

De publicatie bevat veel interessante en bruikbare learnings. Tieners zien elkaar het liefst face-to-face buiten hun hun woning, maar aangezien dat vaak niet kan/mag — een beperkte mobiliteit plus weinig vrijheid en tijd om IRL af te spreken in combinatie met een angstcultuur (het NBC-programma To Catch a Predator heeft indruk gemaakt) — richten ze zich op sociale media en andere communicatiemiddelen om toch in contact te blijven met leeftijdsgenoten. Veel ouders denken dat hun kinderen bezighouden ervoor zorgt dat ze uit de problemen blijven. Tieners die online het meeste risico lopen, hebben het ook op andere plekken moeilijk, en de meeste pesters zitten met zichzelf in de knoop. Moeders maken zich zorgen om hun kroost, maar andersom blijkt dat ook het geval te zijn. Wat niet wegneemt dat tieners een plek voor zichzelf willen, en als ouders of andere volwassenen daar binnenvallen, gaan ze weer op zoek naar andere sites of apps. Een belangrijke conclusie: technologie de schuld geven van problemen of denken dat conflicten verdwijnen als technologiegebruik geminimaliseerd of bepaalde content gecensureerd wordt, is naïef.

Om een beter beeld van de inhoud te schetsen, ben ik — zoals gebruikelijk in mijn reviews — zo vrij om het boek samen te vatten in de vorm van de tien meest sterke, kenmerkende of opvallende oneliners:

  • “What the drive-in was to teens in the 1950s and the mall in the 1980s, Facebook, texting, Twitter, instant messaging, and other social media are to teens now” (pagina 20)
  • “Many teens post information on social media that they think is funny or intended to give a particular impression to a narrow audience without considering how this same content might be read out of context” (44)
  • “While my childhood included ‘Keep Out’ bedroom signs and battles over leather miniskirts and visible bras, the rise of the internet has turned fights over privacy and exposure into headline news for an entire cohort of youth” (55)
  • “There’s a big difference between being in public and being public” (57)
  • “Rather than finding privacy by controlling access to content, many teens are instead controlling access to meaning” (76)
  • “Most teens aren’t addicted to social media; if anything, they’re addicted to each other” (80)
  • “Fear is not the solution; empathy is” (127)
  • “Because sharing is a form of currency and experiencing a cultural artifact together enables bonding, teens look for content that they think those around them will find interesting” (145)
  • “Teens see gossip, drama, and attention games all around them, and not surprisingly, they mirror what they see” (148)
  • “In a technological era defined by social media, where information flows through networks and where people curate information for their peers, who you know shapes what you know” (172)

Je kan het boek o.a. hier bestellen, maar omdat danah boyd er naar eigen zeggen geen geld aan hoeft te verdienen, staat er ook een gratis pdf online! Aanrader!





Seksuele strategieën van allochtone jongeren (Linda Duits)

20 06 2014

Levenslijn van Turks meisje van 21

Deze blogpost verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

In maatschappelijke discussies over jongeren en seksualiteit gaat het vaak over witte middenklasse jongeren. Er wordt dan makkelijk vergeten dat Nederland multicultureel is. Zo kan het gebeuren dat de debatten over buiktruitjes en hoofddoeken niet met elkaar in verband gebracht worden, terwijl beiden deel uitmaken van Nederlandse meisjescultuur (het onderwerp van mijn proefschrift). Jongeren uit etnische minderheden worden vaak gezien als ‘seksueel anders’ dan autochtone jongeren: zo zouden Moslimjongens seksueel promiscue zijn en Moslimmeisjes seksueel onderdrukt. In een recent gepubliceerde studie [abstract] onderzoekt Marianne Cense (onderzoeker bij Rutgers WPF) hoe allochtone jongeren hun seksualiteit beleven binnen de Nederlandse context.

Er werden 46 interviews gehouden met jongeren tussen de 12 en 22 jaar van Antilliaanse, Marokkaanse, Surinaamse en Turkse afkomst. Om vertrouwen te stimuleren werden de interviews afgenomen door drie vrouwen van Surinaamse en Marokkaanse afkomst. De respondenten werd onder andere gevraagd een tijdlijn van hun leven te tekenen.

Ervaringen

Voor de respondenten zijn de eerste zoen en de eerste keer vaginale penetratie de enige seksuele gebeurtenissen die ze markeerden op hun tijdslijn. De eerste zoen is doorgaans een positieve ervaring. De eerste keer seks voor meisjes niet altijd. Hier speelt vooral verliefd zijn en controle over de timing en setting een rol. Voor jongens is de eerste keer vaker positief. Ook hier is liefde een factor. Het valt op dat bij het evalueren van deze ervaringen seksueel plezier nauwelijks een rol speelt en de aandacht vooral ligt bij de emotionele band.

Vertogen

Cense stelt dat zes manieren van denken terugkeerden in de gesprekken. Deze vertogen worden soms aan elkaar gekoppeld of samen gebruikt.

Heteronormativiteit

Homoseksualiteit werd gezien als niet normaal en niet natuurlijk. De respondenten maakten een dichotome scheiding tussen mannen en vrouwen, waarbij mannen gezien worden als actief en vrouwen als passief. Daaruit vloeit het idee voort dat mannen zich niet willen binden in een relatie en dat vrouwen die seksueel actief zijn afgekeurd worden.

Maagdelijkheid

Islamitische en Christelijke respondenten vonden dat seks in het huwelijk hoort. Hierbij viel op dat zowel jongens als meisjes daarbij strenger waren voor meisjes. Vrouwen moeten hun zedelijkheid bewaren en geen teleurstelling zijn voor hun omgeving.

Ruilhandel

Antilliaanse en Surinaamse respondenten zagen seks ook als transactioneel: met seks kan je iets gedaan krijgen. De jongens willen graag status en geld behalen zodat meisjes hen een betere catch vinden; de meisjes wilden een man met een baan en een toekomst.

Volwassenheid

Voor sommige respondenten is seks iets om te bewaren tot volwassenheid, nadat je je school hebt afgemaakt. Seks en relaties kunnen de aandacht afleiden van je opleiding. Pas als iemand voldoende geld verdient om zelfstandig te zijn, is het tijd voor liefde. Zowel jongens als meisjes hanteerden dit vertoog.

Risico

Seks kan leiden tot ellende: zwangerschap, vreemdgaan, reputatieschade of gedwongen moeten trouwen. De risico’s worden gezien door jongens en meisjes, maar gelden vooral voor de meisjes omdat zij degenen zijn die met de zwangerschap zitten.

Seksuele rechten

De seksuele voorlichting in Nederland is erg ingestoken op rechten: jongeren hebben het recht om seks te hebben zonder druk. Dit weerklinkt bij sommige jongeren die moraliteit en druk van de omgeving afwijzen ten behoeve van zelf mogen en kunnen kiezen.

Strategieën

Volgens Cense is de dominante gedachte in Nederland dat jongeren los moeten komen van hun ouders. Voor jongeren uit de onderzochte groepen zou juist gelden dat zij meer gebonden zijn aan de eigen gemeenschap en dat loyaliteit aan de familie belangrijk is (tegen deze tegenstelling is uiteraard veel in te brengen, LD). Vooral Marokkaanse meisjes in het onderzoek worstelden hiermee. Zij hanteren vier manieren van omgaan met deze tegenstelling, die overigens ook zijn gevonden in onderzoek onder jonge Christelijke homo’s.

Conformeren

Om hun ouders niet te kwetsen of omdat ze niet zonder hun ouders kunnen schikken sommige respondenten zich naar de ouderlijke regels.

Breken

Het tegenovergestelde gebeurt ook: als iemand zich niet kan of wil schikken, dan is breken soms de enige oplossing. Zelfstandig gaan wonen is daar dan de consequentie van.

Geheim leven leiden

Het kan natuurlijk ook stiekem. Deze meisjes bestaan dan in twee parallelle werelden met twee identiteiten. Deze strategie gaat gepaard met schuldgevoel, angst en berouw.

Integreren van vertogen

Tot slot zijn er respondenten die de bovengenoemde vertogen combineren en die combinatie strategisch inzetten. Wel het volwassenheidsvertoog, maar ook het seksuele rechten-vertoog. Zo proberen ze verschillende groepen tevreden te houden.

Conclusie

Deze jongeren balanceren diverse verlangens. Het verlangen naar vrijheid is niet zomaar dominant. Het gaat niet zomaar om losmaken van het juk van strenge ouders, maar om meer subtiele strategieën. Hoewel Cense dit niet benoemt in haar conclusie gelden deze vertogen en strategieën natuurlijk ook voor autochtone jongeren. Met deze studie blijven de tegenstellingen tussen seksueel normaal (wit Nederland) en seksueel anders (allochtone jongeren) in stand en dat is jammer.








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 6.160 andere volgers

%d bloggers like this: