Een idee maakt school, nu ook een Vlaamse GoPro-video van de eerste schooldag

1 09 2014

Vorige week plaatste ik deze video van een eerste schooldag van een Amerikaans meisje, blijkbaar maakte het idee school. De Vlaamse krant Het Laatste Nieuws deed exact het zelfde met een 7 -jarige leerling. De video zelf is in feite heel kort en laat weinig zien.

De reacties vorige week op twitter op de originele video waren ronduit negatief en eerlijk, ik hoop dat dit geen mode wordt.

Echt niet.

.

 





De bel gaat… weer.

1 09 2014

Straks gaat de bel weer. Kinderen, leerkrachten, directies, ouders, allemaal gaan weer voor een jaartje leren, spelen, ontdekken.

Er is de voorbije weken al zeer veel over onderwijs gepraat. Dit zal nog een hele tijd duren.

Op 9 september komt de OESO met hun nieuwe Education at a glance, de septemberverklaring van de regering volgt iets later, de beleidsnota van de gloednieuwe minister. Nog iets later komen er de visitatierapporten over de lerarenopleidingen. En daarna, en daarna.

De komende weken zullen scholenbouw, plaatstekort, lerarentekorten, de loopbaan van leerkrachten, hervormingen van het secundair onderwijs, of was het toch basis,… een constante wisseldans met elkaar uitvechten.

Ondertussen zitten Abu, Hebe, Clement,… bij juf Sofie, Evy, Riet, meester Maarten,… Er zal over hen allemaal worden gepraat, maar zij zitten samen in een heilige plaats. Een plaats waar tijd iets trager gaat. Nee, niet omdat het zo lang duurt, maar omdat je tijd krijgt om te oefenen. Ze zitten op een plaats waar je even leerling mag zijn, en niet per se iemand van wie de ouders aan het scheiden zijn of waar het om andere redenen niet zo best mee gaat. Niet dat je niet bij de leerkracht terecht kan. Straks nog in de speeltijd. Maar wel even gewoon met vriendjes kunnen zijn, even kunnen leren. Soms gaat het niet goed, daar in die klas, op school. Pesten of de wereld die toch de heilige ruimte binnendringt. Vaak gaat het gelukkig goed, maar het is iets waar iedereen samen steeds moet aan werken, over waken.

Ik moet zelf nog even wachten. Mijn eigen lessen starten pas binnen een paar weken.

Maar weet, ik ben jaloers op wie vandaag kan beginnen, kan zelf niet wachten.

Straks gaat de bel, en voor iedereen een goed jaar toegewenst.

Praat vooral mee als er over je gepraat wordt en bescherm de tijd en de ruimte!

Pedro,

leraar en lerende.





Een belofte inlossen: besparen in onderwijs

30 08 2014

Nog voor de nieuwe naam van de huidige minister van onderwijs bekend was, schreef ik al een klein briefje met daarin een belofte. In dat stuk beloofde ik namelijk ook dat ik zou nadenken over mogelijke bezuinigingen. De voorbije maanden heb ik hier behoorlijk over gevloekt, eerlijk gezegd. Alles wat ik bedacht, bleek of niet haalbaar of kostte soms zelfs meer.

Maar belofte maakt schuld. Ik zou nu een paar voorbeelden kunnen geven waarmee je geld kan besparen in onderwijs. Sterke leerlingen door versnellen sneller door het onderwijs laten lopen onder andere waar onder andere Carl van Keirsbilck vaak voor pleit. Maar dat geld zou ik niet als besparing willen zien, want dat geld moet je dan inzetten om de leerlingen die meer moeite hebben (en waar zittenblijven vaak de aangewezen weg lijkt) net te ondersteunen maar ook om de sterke leerlingen uit te dagen. Let ook, die sterke leerlingen kunnen zwak zijn voor bepaalde vakken en vice versa. Dit is een structurele verandering, maar besparing wellicht niet. Schaalvergroting kan kosten besparen, maar zoals Geert Devos en Fons van Wieringen uitlegden op de NGVO-studiedag gaat dit maar tot zekere hoogte op. Vanaf een bepaalde grootte en zeker bij bepaalde praktijken (‘Mexicaans leger van papieren experts’) betekent schaalvergroting net een meerkost. Onderzoeken wat er zoal dubbelop bestaat in onderwijs en die dubbels wegwerken kan ook een piste zijn, maar kan politiek zeer gevoelig liggen. De rationalisering van richtingen is hier een voorbeeld, maar er zijn er nog en sommige staan ook in het regeerakkoord.

Uiteindelijk bleek de ironie dat investeren de beste besparing kan zijn. Laat me het voorbeeld nemen van scholenbouw. Iets waar al jaren op bespaard is. Hoeveel scholen die ik bezoek scoren qua verwarming, isolatie,… eufemistisch gesteld, barslecht. Dit zijn hierdoor blijvende grote kosten die door de juiste investering een pak lager zouden kunnen. We weten dat een groot verloop van leerkrachten binnen scholen de kwaliteit van het leren doet dalen, wat terug verlies betekent. Investeren in begeleiding en ondersteuning kan hier ook weer leiden tot besparen.

Probleem is dat deze 2 voorbeelden, en er zijn er nog, vooral besparingen betekenen op lange termijn. En hier knelt het schoentje. We leven vandaag in tijden van schaarste. Het doet me moeite dit woord te gebruiken terwijl we uit elfendertig soorten confituur in de winkel kunnen kiezen (waarbij perenstroop momenteel aangeraden wordt), maar de overheid heeft geld tekort. Schaarste verwijst ook bewust naar het boek van Mullanaithan en Shafir waarin de 2 onderzoekers beschrijven hoe schaarste (ook bvb in tijd door te druk) ervoor zorgt dat we vooral beslissingen op korte termijn nemen. We gaan eerder repareren, en vorige reparaties herstellen, dan kijken wat het slimste is op lange termijn.

Hoe los je dat op? Mullanaithan en Shafir stellen dat speelruimte de aangewezen methode is om tunnelvisie door schaarste te voorkomen. De stresskip in mij reageert dan onmiddellijk dat dit makkelijk praten is, als je al schaarste hebt. Toch argumenteren de twee dat bewust een stuk van je budget, een deel van je tijd, een deel van het takenpakket van je personeel open en ongebruikt te laten kostenbesparend kan zijn. In hun boek beschrijven ze een mooi voorbeeld van hoe een ziekenhuis kampte met een tekort aan operatiekwartieren. De oplossing bleek een operatiekwartier niet meer in te roosteren. Je leest het goed: iedereen kloeg dat er operatiekamers tekort waren, en de regel werd ingevoerd dat 1 van de 4 kamers niet meer gebruikt zou worden… voor geplande operaties. Het succes was zeer groot. Waarom? Omdat alle operatiekamers volgeboekt werden, konden spoedoperaties makkelijk roet in het eten gooien en de hele planning onmogelijk maken. Op het einde van de dag bleken geplande patiënten niet meer geopereerd te kunnen worden of werd het nachtwerk voor gestresseerde dokters en verpleegkundigen. Uit onderzoek van de roosters bleek ook dat de druktepiek steeds vooraan in de week voorkwam, omdat men zelf al onbewust een buffer inplande naar het einde van de week om de overgebleven patiënten te behandelen. De ironie was dat dan vaak operatiekwartier leeg stonden. De maatregel had als gevolg dat de stress daalde en de schaarste aan operatiekamers verdween.

Ik ben geen econoom, alhoewel ik wel zie hoe mensen als Krugman en De Grauwe waarschuwen voor te strikt besparen en eerder pleiten voor investeren. Dan komt al snel de boodschap dat we daarmee de volgende generaties in de schulden steken. Dat klopt en moet voorkomen worden. Maar het is cruciaal te kijken wat de grootste schuld op lange termijn veroorzaakt. Een investering bijvoorbeeld in gebouwen kan voor minder schuld in de toekomst zorgen, zeker nu de leningen zo laag staan. Maar dan moeten die gebouwen wel zo ontworpen worden dat ze en duurzaam en multifunctioneel zijn. Los nog van de brede school gedachte. Er komt wellicht ook terug een periode met minder kinderen en dan is het handig dat die gebouwen ook snel voor andere doeleinden gebruikt kunnen worden tot de volgende babyboom.

De belangrijkste investering is in speelruimte met zicht op lange termijn.





Nature onderzoekt gebruik sociale media van wetenschappers (Linda Duits)

29 08 2014

Academic twitter

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl. Linda biedt trouwens al vier jaar workshops Bloggen en Twitter voor Academici aan.

Wetenschap draait om kennisvergaring en daarvoor is kennisverspreiding noodzakelijk. Sociale media bieden daar uiteraard goede manieren voor, maar niet alle onderzoekers zijn daar even happig op. Kennisverspreiding is onderdeel van valorisatie, de term voor die universiteiten en beursverstrekkers steeds belangrijker wordt in hun beleid. Het gebruik van sociale media neemt toe. Nature onderzocht welke platforms gebruikt worden. Ze schreven tienduizenden onderzoekers aan en kregen antwoord van 3500 mensen uit 95 landen (NB: met deze manier van respondentwerving zou je nooit gepubliceerd worden in Nature!).

Waar Nature spreekt van “remarkable reach” ben ik nogal teleurgesteld. Er wordt gesproken over sociale netwerken en sites met onderzoeksprofielen. Google Scholar valt onder het laatste en telt dus mee. Iets meer dan zestig procent van de beta’s gebruikt dat: heel erg weinig als je bedenkt hoe makkelijk zoeken met Scholar is. Ook opmerkelijk vond ik het hoge aantal gebruikers van Researchgate. Ik kom dat in mijn praktijk maar weinig tegen. Wellicht is Researchgate aan een opmars bezig. Daarnaast valt op dat het gebruik van Twitter en Facebook erg laag ligt, terwijl ook deze platforms veel kansen bieden.

Op de site van Nature komen wetenschappers uitgebreid aan het woord en zijn er cijfers over de aard van het gebruik.

nature-remarkable-reach





Centrale examens zijn geen garantie voor transparantie, verhogen wel kans op miserie

21 08 2014

Het lijkt zo eenvoudig: geef iedereen het zelfde examen en zo kan je vergelijken welke school het goed doet en welke het niet zo best doet. Kristof De Witte pleit er voor vandaag in De Standaard. Het klinkt inderdaad logisch, en de man verwijst naar Duitsland en Nederland waar het goed zou verlopen.

Ik denk dat verschillende Nederlandse lezers van deze blog nu raar zullen opkijken, omdat de voorbije jaren de CITO-toetsen niet onomstreden waren, maar kom.

De Witte geeft wel toe dat je dit dan moet corrigeren voor de omstandigheden van de school (zijn er bijvoorbeeld veel kinderen uit zwakkere milieus, veel taalachterstand,…).

Hij schrijft deze opinie als reactie op het nieuwe boek van professor Roger Standaert dat gisteren voorgesteld werd. Deze laatste is een fervente tegenstander, samen met Mieke Van Hecke die morgen een duidelijke ‘nee’ liet horen bij de voorstelling.

De stelling gisteren is dat dergelijke examens een schijntransparantie opleveren waarbij je vaak niet weet in welke mate de kinderen effectief iets bijgeleerd hebben. Dan blijken leerlingen van scholen die goed scoren het opeens slecht te doen als ze verder studeren. Hoe kan dit?

Dit kan onder andere door een menselijke reactie wat we teaching to the test noemen. Als een school afgerekend kan worden op de resultaten van een test, dan gaat men alles er aan doen om dit te bereiken. Je wil niet afgaan. Ga je dan beter les geven, dat is wat men hoopt. Ga je maken dat je vooral goede testen aflegt, die kans is reëel. Ga je vals spelen? Als je ooit het boek Freakonomics hebt gelezen, dan weet je dat dit ook zeer goed mogelijk is. Hoe meer belang je gaat hechten aan de resultaten, hoe meer kans op dergelijke uitwassen lijkt het wel.

Komen er nog de andere problemen bij, namelijk wat ga je centraal toetsen en wat niet. Je kan opteren voor alles, maar de kans is groot dat de nadruk komt te liggen op de kernvakken. Muziek, tekenen,… zijn al  veel moeilijker centraal te meten. Dergelijke vakken komen dan in de verdrukking. Het is een algemene kritiek op de invloed van PISA op wereldniveau, het ontstaan van een eng, globaal curriculum toegepast op lokaal niveau. De ironie is dat de OESO, de organisatie achter PISA, die verenging helemaal niet wil.

We hebben op dit moment een systeem waarbij scholen eindtermen opgelegd krijgen en daarop gecontroleerd worden door een inspectie van de overheid. Veel mensen associëren eindtermen met de lat om al dan niet te slagen voor school, maar het zijn in feite maatstaven om de kwaliteit van een school in te schatten. Een inspectie bekijkt de hele ruime context van een school mee in hun controle en plaatsen alle verslagen openbaar, vrij toegankelijk voor iedereen. Is dit perfect, wellicht niet. Wel is het behoorlijk transparant.





Linda Duits: Lego in PR-aanval met film en documentaire

21 08 2014

Fan bouwt eigen wereld - still uit docuTot voor kort hing er een vlaag van mysterie rond Lego. De blokkenmaker stond het nooit toe dat er een documentaire werd gemaakt, ondanks de intense populariteit van Lego en de vriendelijke uitstraling van het Deense merk. Maar in 2011 verliep het patent op de steentjes. Wellicht verklaart dat waarom er in 2014 maar liefst twee officiële Lego-films zijn: The Lego Movie[IMDB] en Beyond the Brick: A Lego Brickumentary [IMDB]. Beiden focussen op de creativiteit die spelen met Lego bevordert. De fictie-film doet dat dankzij de verhaallijn: van bouwen volgens de instructie tot je fantasie laten gaan, waarbij al die vormen even awesome zijn. In de documentaire worden creativiteit en innovatie benadrukt door de vele volwassen fans in beeld te brengen. Waar The Lego Movie erg feel-good is, ligt de PR-laag er bij de Brickumentary wel heel dik bovenop. Bovendien is de toon betuttelend.

Sinds het patent is verlopen in 2011 is Lego zich nog meer gaan richten op samenwerkingsverbanden met franchises uit populaire cultuur. Het bekendst en meest succesvol is de Lego Star Wars-lijn, waarvoor Lego in 1999 een licentie verkreeg die in 2012 met tien jaar is verlengd. Er zijn ook licenties met Lord of the Rings (aangegaan in 2012), Lego Superheroes (aangegaan in 2012, met DC Comics en Marvel) en The Simpsons (aangegaan in 2014) – zie Wikipedia. Daarnaast maakt Lego games.

We zien dus een ver-merk-ing bij Lego. Nu de stenen door iedereen gemaakt mogen worden, probeert Lego met Lego in thema’s een unique selling point te behouden. Daarnaast legt het bedrijf met de films dus de nadruk op hun imago van creatief spelen. Het is nog maar de vraag of die twee wel samengaan. De themadozen bevatten veel steentjes die alleen gebruikt kunnen worden om specifiek te maken wat op de doos staat. Lego benadrukt dus de oude slogan ‘Van Lego kun je alles maken’  in de PR vanuit de twee films, maar verkoopt ondertussen steeds meer Lego waarmee je maar één ding kunt maken.





Moet je als leerkracht voorzichtig zijn met wat je over je privé-leven vertelt? Ja, maar…

19 08 2014

David Degreef solliciteerde voor een job van onderwijzer in het Brusselse stedelijke onderwijs en kreeg de job. Maar met een waarschuwing, hij zou beter zwijgen over zijn geaardheid. De directeur-generaal van het openbaar onderwijs van de stad Brussel, Charles Huygens geeft nu uitleg over die vraag: “We raden leraren steeds aan voorzichtig te zijn met uitspraken over het privéleven, of dat nu over godsdienst, politieke overtuigingen of geaardheid gaat.” In een interview voor het VRT radionieuws voegt hij hier aan toe dat leerkrachten neutraliteit moeten nastreven en wordt een link gelegd met mogelijke risico’s.

Uit mijn eigen onderzoek naar criteria die leerlingen gebruiken om een leerkracht al dan niet authentiek te ervaren blijkt dat jongeren wel degelijk dubbele gevoelens hebben bij het vrijgeven van autobiografische elementen door de leerkracht. Ze willen het wel, ze willen iets weten over de persoon die voor hen staat, maar met mate. Ze willen zien dat de persoon een mens is die meer is dan toevallig leerkracht geschiedenis, of biologie, maar willen niet dat hij of zij constant over zijn leven vertelt. Een van de respondenten beschreef hoe een leerkracht in echtscheiding lief en leed met haar klas deelde, ‘way too much information‘. Let wel, dit onderzoek gebeurde bij leerlingen van de laatste graad van het secundair onderwijs. Maar noteer dat zelfs die groep wel iets wil weten over de mens achter de professional die voor hen staat.

Het lijkt dus alsof de topman van bet Brusselse onderwijs dus een punt heeft als hij stelt dat je voorzichtig moet zijn met autobiografische uitspraken, maar ik vrees van niet. In zijn argumentatie hoor ik niet wat ik net beschrijf, maar wel schrik om mensen voor het hoofd te stoten en een drang tot neutraliteit.

Die drang tot neutraliteit doet me denken aan een eerder Franse benadering, namelijk alle elementen wegwerken om zo neutraal over te komen. Het probleem is dat je echter niet neutraal kan zijn. Het feit dat je bepaalde zaken niet toont, is op zich een waarde die je dan meegeeft. Als iemand niet mag uitkomen voor zijn of haar geaardheid, dan is dit dus op zich niet neutraal. Je kan dus nooit ‘waarden-loos’ onderwijs geven of inrichten. Wat je wel kan doen is de waarde die je nastreeft benoemen en duiden. In plaats van een verborgen curriculum onbewust mee te geven, er zelf bewust over nadenken en communiceren.

De mogelijke risico’s zijn volgens mij nog een groter probleem in de argumentatie. Ze werden in het radionieuws niet benoemd, maar zouden bepaalde kinderen of ouders aanstoot nemen aan een man die getrouwd is met een man? Kan best zijn, maar als ik kijk naar de eindtermen voor het basisonderwijs dan staat daar: De leerlingen kunnen in omgang met anderen respect en waardering opbrengen. Het is dus verdomme een plicht van het onderwijs, volgens de eindtermen om hier aan te werken.





Minerva, de universiteit uitgebeend tot op het bot (en volgens mij geen universiteit meer)

18 08 2014

Is iets nog een universiteit als er geen colleges zijn, geen lessen, in feite geen echte seminaries? Minerva is geen MOOC, maar een uitgebeende universiteit waarbij toch iedereen achter zijn laptop studeert en waar online groepjes maximum 19 studenten bevat (daarom dus geen MOOC).

Folia vat het als volgt samen:

“Het klinkt niet bijster gezellig, maar volgens de Amerikaan Ben Nelson moeten universiteiten worden gestript van alle zaken die niet direct bijdragen aan het leerproces. Hij richtte daarom het Minerva Project op: een officieel erkende universiteit gevestigd op de negende verdieping van een flat in San Francisco.

Deze maand begon Minerva de eerste groep van 33 studenten les te geven. De lessen bestaan volledig uit seminars in een virtuele leeromgeving. De studenten wonen en leren weliswaar in hetzelfde gebouw, maar zien elkaar tijdens de lessen alleen op hun eigen scherm. Daarop zien ze ook de leraar, die hen voortdurend bestookt met vragen en opdrachten.”

De man wil les geven en organiseren op basis van wetenschap, en hij heeft een punt: terwijl hoorcolleges wel efficiënt zijn voor lesgevers en organisaties, qua effectiviteit valt het dik tegen.

Een interview met de man achter het project:

Maar is dit een universiteit als er… geen onderzoek gebeurt. Nieuwe kennis wordt er niet opgebouwd. Is het dan gewoon geen school? Het is een vraag die de Atlantic in een lang stuk over Minerva ook stelt.

Ik heb ook de proffen gehad die nauwelijks konden les geven, maar die wel konden boeien door nieuwe inzichten. Het betrokken worden bij onderzoeken was als student soms hatelijk, tegelijk besef ik nu dat ik er veel van leerde.

Het is een school, het is hoger onderwijs en die erkenning zorgt dat ze studenten kan laten afstuderen. Prima, maar een universiteit zonder onderzoek, volgens mij is dat dus geen universiteit meer.





Mijn opinie vandaag in De Standaard: Een gehypothekeerde generatie

12 08 2014

Vandaag stond een opinie van mijn in De Standaard, een variant op wat ik eerder hier al schreef:

Een kleine lening, dat moet toch kunnen voor degelijk, hoger onderwijs? Het klinkt onschuldig wat André Oosterlinck voorstelt (DS 11 augustus), maar dat is het niet.

Als het nodige bedrag effectief rond de 25.000 euro zou uitkomen, zoals de ererector berekent, dan wil dat zeggen dat een jongere jarenlang meer dan 200 euro per maand zal afbetalen. En dat in de jaren waarin hij ook aan het ‘echte’ leven wil beginnen, met mogelijks de aankoop van een woning, of een eerste kind.

De banken zullen volgens Oosterlinck meegaan in zijn idee, want ze kunnen aan klantenbinding doen. De ironie hier is proefbaar – en ik die dacht dat kennis vrij maakt.

In de praktijk zal het voorstel van Oosterlinck betekenen dat een groep jongeren veel andere stappen in het leven zal moeten uitstellen. Ik wil zeker niet beweren dat we hier dan zullen verglijden naar Amerikaanse toestanden, dat in totaal een openstaande studieschuld van 1,3 biljoen heeft, maar het is simpel: trek 200 euro per maand af van het loon van een beginnende leerkracht of een sociaal assistent, en er blijft maar weinig spaarruimte over.

Maar dat is niet het enige. De vraag is ook wat we de 18-jarigen die gaan studeren willen aanleren. Meer respect voor een opleiding? Harder werken want studeren kost geld? Daar valt zeker iets voor te zeggen. Maar is het gevaar ook niet reëel dat ze de attitude zullen krijgen dat als je iets wil, je er makkelijk voor kan lenen? Zeker als je studieleningen invoert die je pas voelt nadat je – hopelijk – bent afgestudeerd.

Krediet op krediet

Naargelang van de bron zijn onze jongeren wel, dan weer niet goed in financiële kennis. De voorbije jaren verschenen alarmerende berichten over hoe bij hen economische inzichten ontbreken, maar volgens het meest recente Pisa-onderzoek scoren onze jongeren gemiddeld bij de wereldtop.

Natuurlijk zijn er ook hier mensen met financiële problemen door onverstandige budgettaire keuzes. Ook hier zijn er mensen die krediet op krediet opstapelen. Maar hoewel het openstaande bedrag aan kredieten stelselmatig toeneemt, lijken we toch vooral nog steeds een land van spaarders. Dit vaak tot ongenoegen van politici die een berg geld zien vaststaan op bankrekeningen, terwijl ze voor onze economie datzelfde geld liever zouden zien rollen. Als we al geld lenen, dan doen we het om bijvoorbeeld een huis te kopen. Deels omdat we dan niet anders kunnen, deels omdat het een solide investering is.

Maar wat is het effect als we 18-jarigen die willen gaan studeren aanmoedigen om, weliswaar sociaal, te lenen? Leren we hen zo niet het sparen af en beklagen we ons dan niet binnen vijftien jaar dat we massaal een generatie hebben opgevoed van mensen die te overvloedig lenen?

Een andere return

Let wel, je kan zeker argumenteren dat een verhoging fair is, los van de vraag of je een elite moet creëren zoals een preses eerder opperde. Moet een samenleving wel investeren in de veelverdieners van morgen? Studeren wordt dan gezien als een geldelijke investering in jezelf.

Maar dat is kort door de bocht. Behalve dat het nog maar de vraag is of verschillende richtingen in het hoger onderwijs de poorten openen naar dikbetaalde banen, is er van mensen die gestudeerd hebben sowieso een return naar de samenleving door de kennis, zorg of innovatie die ze afleveren. Onderwijs is dus ook een investering in de maatschappij. En als het gaat over de veelverdieners: is het niet zo dat in een billijke samenleving mensen die meer verdienen, meer belasting betalen?

De vraag is trouwens of jongeren, vanuit een ‘Vlaamse’ reflex, toch niet de leningen links gaan laten liggen en nog meer baantjes zullen proberen te combineren. Tijd die dan niet kan gebruikt worden voor studeren of ontspannen (dat laatste is ook broodnodig voor optimaal leren). Of dat ze gewoon minder zullen kiezen om te studeren, dat kan ook. Maar of het dan om de juiste reden is?





Hoeveel kost studeren? Een antwoord op professor Paul De Grauwe

12 08 2014

Professor De Grauwe pleit voor duidelijke cijfers binnen het debat over het inschrijvingsgeld en schermt met 5%, 600 euro, dat door het individu betaald wordt en 95% door de overheid van de totale kost van 12000 euro dat een student in het hoger onderwijs kost. Hij vindt een verhouding 50-50 veel billijker. Ik vrees echter dat hij enkele van de individuele investeringen over het hoofd ziet.

In 2011 berekende SovoArte (van mijn eigen hogeschool) hoeveel studeren kost voor een individu naast het inschrijvingsgeld waar De Grauwe enkel maar over spreekt.

De resultaten, de totale kost per jaar voor een verder studerende jongere in 2011:

  • Beurs op kot € 11.446
  • Beurs pendelen: € 7.273
  • Bijna-beurs op kot: € 11.732
  • Bijna-beurs pendelen: € 7.559
  • Niet-beurs op kot: € 11.925
  • Niet-beurs pendelen: € 7.752

Je kan de hele berekeningen hier downloaden. Je kan wel nog wat bedenkingen hebben bij de berekeningen, maar goed nieuws voor de professor, zijn 50-50 is voor verschillende studenten al realiteit.








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 6.090 andere volgers

%d bloggers like this: