Daar zijn de Muppies (millennial yuppies)

22 04 2014

Eerst dacht ik nog, joepie, ik ben fan van de Muppets, maar nee, Muppies zijn de Millennial versie van de Yuppies.Voor niet meer weet (verdrongen wellicht) wat een Yuppie of Yup is, Wikipedia weet raad:

young urban professional.

Een yup is een jong persoon met een goed verdienende (kantoor)baan. De yup kenmerkt zich door materialisme en streeft naar statusverhogende bezittingen zoals een auto van een gerenommeerd merk. Hij of zij leeft in de grootstedelijke (urbane) omgeving.

En nu schrijft Michelle Miller op de Huftington Post dat er nieuwe yup’s zijn onder de Millennials, en ze noemt ze Muppies.

Nu, ze heeft misschien een punt, de verstedelijking is een feit en het zijn vooral jongeren die in de stad wonen.

Waarom zijn het geen zuivere yuppies? Wel omdat er volgens Miller toch een paar belangrijke verschuivingen zijn:

  • Professional Services Organization → Start-Up: Start-ups provide the same hundred-hour work week and mind-numbing grunt work as the Investment Banking gig, but for the privilege of the “Oh, that’s awesome” you get when you say, casually, “I’m working on a start-up” and the possibility of a1billion payout if it works. Bonus: you get to design your own corporate fleece.
  • Getting a Promotion → Getting Funding: Does anyone care that you’re an MD? Nope. A $50 million valuation, though, says something to today’s people-who-matter.
  • YPO → Summit Series: Nothing says cache to a Muppie like getting an invite to Eden.
  • Davos → SXSW: Switzerland is for Après; and Texas’s existence can be justified by liberal Muppies because of this two-week mind-meld of the best-and-the-brightest. Go to some talks, listen to some music, make 500 new Facebook friends and be inspired by the reminder of your own significance amongst other cool kids with great ideas and the guts to pursue them.
  • Cash → Social Influence: Why pay for a private jet when you can convince a private jet company to give you one for free in exchange for exposing their brand to your 10,000 Instagram followers?
  • Brand Affiliation → Personal Brand: It makes no sense to latch on to someone else’s brand when social media makes it so easy to create your own. Muppies listen to enough Ted Talks to know establishing your personal brand starts when you’re 8, and is worth the navel-gazing.
  • Foreign Imports → Locally Sourced: Paying lots of money to import caviar from Russia is nauseating to a Muppie; paying lots of money for organic-raw-locally-sourced kale chips? That’s status.
  • Making Money → Changing the World: Don’t panic over this one, Just as Yuppies were great at finding ways to manipulate markets for a healthy payout, Muppies are great at finding ways to get their businesses a #ChangeTheWorld. New app for finding craft beer bars? You’re supporting local business! Throw in a 2% kickback to your favorite charity, and it’s totally world-changing. #Disruptive #Innovative #Social #Awesome.

En het lijstje lijkt herkenbaar, zeer herkenbaar. Ik ben blij dat Miller vooral aangeeft dat dit niet dé jongeren zijn, maar slechts een klein deel van de jongeren. Het zijn wel beelden die vaak op alle jongeren geplaatst worden en dat is gewoon gevaarlijk fout. Wel benieuwd of muppies, als het al aanslaat, ook een geuzenaam zal worden die trots gedragen wordt…





Valt Dove definitief door de mand met uitbuiting onzekerheid vrouwen? (Linda Duits)

12 04 2014

Deze blogpost verscheen eerder op dieponderzoek.nlZag je trouwens het boek van Linda en mij, Meisjes kijken, al?

Dove verkoopt al jaren schoonheidsproducten met campagnes waarin zogeheten ‘echte schoonheid’ centraal staat. Het cosmeticamerk bewandelt daarmee een fijne lijn. Enerzijds stellen ze dat het moet gaan om ‘echte schoonheid’, anderzijds brengen ze wel antirimpelcrème aan de man vrouw. De hypocrisie daarachter is al vaak benoemd – zie deze blogpost. Het lijkt erop dat Dove het met de meest recente campagne echt te bont heeft gemaakt. In een video die duidelijk bedoeld is om viraal te laten gaan, krijgen vrouwen een ‘beauty patch’ – een pleister die uiteraard niets doet.

Vrouwen in de video biechten hun onzekerheid over hun lichaam op. Begeleidend psycholoog Ann Kearney-Cooke moedigt de vrouwen aan zoveel mogelijk te delen. De vrouwen trappen in de pleister en rapporteren verbetering. Later krijgen ze te horen dat er niets in de pleister zat. Ze zijn allemaal heel blij: ze voelen zich empowered nu ze ‘ontdekt’ hebben dat de sleutel tot schoonheid in zelfacceptatie lag. Beauty is a state of mind is de pay-off.

De beauty patch bestaat niet, maar alle andere Dove-producten wel. Het filmpje zet eerst vrouwen aan zelfreflectief te zijn en kritisch naar hun uiterlijk te kijken. Vervolgens is de boodschap dat Dove hen kan helpen hun ware schoonheid te ontdekken. En passant worden vrouwen ook nog even neergezet als domme gansjes die je alles kunt waarmaken.

Het doet me denken aan een drugsdealer die je eerst de put in praat vanwege je drugsverslaving, je laat inzien dat drugs je geen beter gevoel geven en als je huilend in zijn armen hangt om hem te bedanken voor de levensles, je een shotje heroïne verkoopt.

Boze reacties op de campagne bijvoorbeeld bij Jezebel (“most bullshit yet”), Time (“fails”) en de Huffington Post (“tricks”). De laatste onderzocht trouwens of de vrouwen geen actrices zijn, want come on!





Waarom onderzoek naar de leefwereld van jongeren belangrijk is en blijft.

2 04 2014

Deze week werden de resultaten bekendgemaakt van de nieuwe JOP-monitor. De media focusten op een van de beelden die uit de cijfers lijkt te spreken, namelijk dat onze jongeren door de band iets minder positief naar de toekomst kijken, iets minder vertrouwen in de omgeving maar de jongeren noemen zichzelf gelukkig.

De reacties zijn er, de minister zegt dat dit ons moet geruststellen, Dirk De Wachter zegt dat we de braafheid moeten problematiseren. En dan is er de vraag die bijvoorbeeld Max Neetens stelt: waarom moeten we dit allemaal in godsnaam onderzoeken.

Ja, er verschijnen veel onderzoeken over jongeren. Vandaag leer ik bij dat jongeren worstelen met een multiculturele samenleving, alhoewel ze in feite er minder moeite mee hebben dan andere leeftijdsgroepen.

Hier merk je al een eerste probleem. Lees je hier het onderzoek? Nee, je leest hier een samenvatting van een samenvatting van de vertaling in boek van het eigenlijke onderzoek. Ik las het eigenlijke boek van de JOP-monitor en hier krijg je een zeer genuanceerd, relevant beeld van jongeren vandaag. Als lid van de stuurgroep van de JOP-monitor weet ik, dat zelfs dit maar een fractie van de inzichten zijn die de data opgeleverd hebben. De komende maanden zal nog meer uit deze onderzoeksgegevens gehaald worden. Kranten en andere media kunnen niet al deze nuances meegeven, hun taak is samenvatten en zo uitnodigen tot uitdiepen waar nodig.

Het straffe van de JOP-monitor is dat het zelfde onderzoek om de paar jaar herhaald wordt, waardoor we evoluties én constanten kunnen vaststellen in hoe jongeren leven en denken in een veranderende wereld. De onderzoekers proberen ook op alle manieren er voor te zorgen dat ze echt alle jongeren in hun steekproef te pakken krijgen.

Is dit onderzoek perfect? Nee, de JOP-monitor is bijvoorbeeld al dominant kwantitatief, men werkt met vragenlijsten waardoor je andere inzichten zal krijgen dan bijvoorbeeld bij kwalitatief onderzoek. Als goede onderzoekers beseffen en beschrijven de medewerkers van de JOP-monitor deze beperkingen.

Het belang van dit soort herhaald onderzoek dat breed probeert te kijken, is beleid te informeren, maar ook mensen die dagelijks werken met jongeren. Zelf leerde ik bijvoorbeeld in de JOP-monitor bij over hoe tieners in het secundair onderwijs kijken naar werkdruk op school en naar hun opleidingen. Leert dit onderzoek ons alles? Nee, geen enkel onderzoek. Het geeft wel inzichten en nodigt uit tot verder onderzoek.

Zelf heb ik liever beleid, zowel politiek als professioneel, dat gebaseerd is op dergelijk onderzoek, waarbij men zowel de meerwaarde als de beperkingen kent en erkent. En alhoewel ik soms bedenkingen heb bij (de ook soms te eenzijdige kwantitatieve benadering van) de PISA-resultaten, moet ik Andreas Schleicher gelijk geven als hij zegt ‘Without data, you are just another person with an opinion”.





Een OESO-focus rapport pleit over lonen voor leerkrachten

30 03 2014

De OESO lanceert regelmatig nieuwe focus-rapporten over aparte thema’s. Dit zijn hun conclusies over het loon van de leerkrachten:

  • Teachers’ salaries increased in real terms between 2000 and 2011 in virtually all OECD countries, but mostly remain below those of other tertiary-educated workers.
  • Statutory salaries for lower secondary school teachers with 15 years of experience are 35% higher than starting salaries in OECD countries.
  • Among OECD countries, education systems that pay teachers more relative to their national income per capita tend to perform slightly better in mathematics as shown by the PISA study.
  • An increasing number of countries are now targeting salary increases to attract high-level graduates in the profession, to retain the best teachers or to assign the most experienced teachers to disadvantaged schools.

Uit de blogpost die Dirk Van Damme bij dit rapport schrijft, haal ik deze grafiek:

Het loon is zeker niet het enige element dat een rol speelt in de aantrekkelijkheid van de job, denk bvb aan de work-life balance, maar het is zeker een belangrijk element om leerkrachten aan te trekken.

De OESO-conclusie: Countries have to pay their teachers well if they are to achieve excellence, justifying recent trends for increased teacher salaries. Nevertheless, pay levels still remain below those of other tertiary graduates, especially in primary education, and the current financial crisis constrains additional increases, so policy makers are using targeted salary increases to address specific policy challenges.

Onlangs blogde ik over een ander onderzoek over lonen van leerkrachten en vooral de interne diversiteit aan lonen binnen een land. Hier was de conclusie dat meer loon voor de ene leerkracht niet betere leerprestaties opleverde dan de leerkracht die minder loon krijgt.

Zelf denk ik dat loon belangrijk is in die mate dat het hoog genoeg moet zijn om, zoals Dan Pink het zegt, de discussie over loon van tafel te kunnen halen. Maar het rapport van de OESO zou als argument kunnen gebruikt worden (alhoewel ze dit niet echt zeggen) voor merit pay, en dat zou doodzonde zijn wegens een echt zombie-idea dat dus niet werkt.





Meten is misschien geen weten, maar daarom moet je niet stoppen met meten

21 03 2014

Je kan me moeilijk beschuldigen van pleitbezorger van een puur ‘meten is weten’ in onderwijs. Alhoewel ik zeer blij ben met het onderwijskundig werk van Hattie en co, weet ik dat er in onderwijs meer is dan pure cijfers. Deze blogpost van Esther-Mirjam Sent op Joop.nl onderschrijf ik dan ook als ze stelt dat we kinderen, leerkrachten en leerlingen niet mogen reduceren tot een cijfer.

Maar gooi aub het kind ook niet met het badwater weg.

De voorbije dagen was er zo veel te doen over bijvoorbeeld de toetertest in de kleuterklas. Dat is een test, geen examen, maar is wel aan het uitgroeien tot een soort toegangsexamen en daardoor een bron van stress. Dit is niet goed, maar ook fout gebruik van wat een test is.

In de Morgen reageert Patrick Lanckzweert van Belgische Federatie van Psychologen (BFP) zeer duidelijk:

“Er is een verschil tussen een examen en een screeningsinstrument. Vandaag zien we dat de Toeters door kleuterjuffen gehanteerd worden als een soort van ingangsexamen voor het eerste leerjaar. Maar daar is de test nooit voor bedoeld.”

Een dergelijke test gebruiken is géén wantrouwen in de professionaliteit van de kleuterjuf, maar kan een element zijn in de gegevensverzameling rond een kind naast de belangrijke observaties van een heel team. Dan is het niet louter meten is weten, maar meten om meer te weten.

Ondertussen lees ik op twitter al oproepen om alle CLB-testen af te schaffen en, sorry, andere onzin. Van IQ-testen weten we dat ze goede voorspellers zijn voor veel, maar absolute voorspellers zijn het niet. We weten dat bvb persoonlijkheid ook een belangrijke rol speelt. Maar dan maar IQ weggooien? Ik denk het niet.





Een ‘nieuwe’ basisschool… ‘altschool’

19 03 2014

Via @Nalden en Fastcompany ontdekte ik een nieuw Amerikaanse initiatief van een ex-werknemer van Google voor het herdenken van basisonderwijs, nl. Altschool. De naam bevalt me ergens wel, ik hou bvb van alt.country en het doet er me aan denken. Maar hoe alternatief is deze school? En hoe nieuw?

In de video van een typische dag in een dergelijke school zie je verschillende typische elementen van hedendaagse (maar ook in die van oudere, romantische) onderwijshervormers terugkomen.

Toch valt het curriculum op, bijvoorbeeld de aandacht voor vreemde talen, maar verder lijkt het echt wel een (zoveelste) variant op ideeën die teruggaan op Pestalozzi, Montessori, Dewey…:

  • Personalized Learning Plans
  • Low student-to-teacher classroom ratio
  • Real-world learning experiences
  • Focus on social and emotional development
  • Core curriculum alongside creative arts, music, foreign language, and physical education

Wat mij persoonlijk het meeste opvalt, is de idee dat de idee scalable moet zijn, wat misschien de meest openlijke vernieuwing is (alhoewel dat ook O4NT hier werk van maakt).

Nu de technologische vernieuwing waar ze op willen inzetten, is geen iPad maar… gezichtsherkenning. De hele dag wordt namelijk opgenomen zodat leerkrachten achteraf dit kunnen herbekijken en analyseren. De gezichtsherkenning zou dan moeten mogelijk maken om extra analyses te maken.





Een avondje over (en even met) Google Glass

11 03 2014

Gisteren een interessante Meetup in Gent meegemaakt met gastheer Patrick Van Renterghem van I.T. Works over Google Glass met 2 lezingen van Luc Peeters van Augnition en Litrik De Roy .

Het was voor alle duidelijkheid geen hoera-verhaal, maar beide sprekers gingen in op mogelijkheden en beperkingen.


De centrale vraag (naast privacy-issues natuurlijk) in alle gesprekken was: wie gaat dit gebruiken en waarvoor.

Op basis van de 2 lezingen en mijn eigen (korte) ervaringen, enkele gedachten.

  • Waar ik lang dacht dat een Glass in het verlengde ligt van een smartphone, bleek bij het doordenken op toepassingen dat het bijvoorbeeld eerder een draagbare kinect zou kunnen zijn. Dit klinkt misschien raar, maar het is verdomd handig om in situaties waarbij je je handen niet kan gebruiken of niets mag aanraken (bijvoorbeeld dokters in een operatiezaal), toch informatie te kunnen oproepen of een foto te maken.
  • Vandaag toonde ik ook in een lezing nog even hoe de Kinect gebruikt kan worden bij het werken met kinderen met autisme. Ook hier zie ik mogelijkheden van Google Glass. Ik zag enkele demo’s van spelletjes waarbij hoe je hoofd beweegt een spelelement is. Kan interessant zijn.
  • De echte revolutie, en de krachtigste motor voor een doorbraak bij het brede publiek is niet zozeer de bril, maar de integratie van Google Now. Slimme informatie als je ze nodig hebt, zonder moeite, altijd relevant. Voordeel van Glass boven de telefoon is dan de echte integratie.
  • Toch zie ik vooral voorlopig vooral beroepstoepassingen. Ik denk dat de sprekers gelijk hebben dat de drempel rond privacy en (al dan niet negatief) opvallen hier minder groot kan zijn. Toepassingen in de gezondheidssector, retail, logistiek,… zijn legio.
  • Mijn eigen ervaringen nog? Beeldkwaliteit zeer scherp en degelijk. Ik was echt onder de indruk van bijvoorbeeld een filmpje van de Ninja-site van de VRT. Het systeem waarbij je hoofd in feite de luidspreker is, blijkt zeer goed te werken. Bij de bril die ik ophad, vond ik de informatie behoorlijk in de weg zitten. Dit kon aangepast worden, maar wou niet te veel prutsen aan een voorlopig nog duur toestel.

En dan de vraag… wat met onderwijs. Die vraag lijkt me nog vroeg, het is quasi onmogelijk om een dergelijke bril te kopen (bel me gerust, beste Google). Er zijn wel degelijk alternatieven al op de markt, maar zoals de sprekers aangaven, zijn die qua user interface niet zo ver als Google en dit lijkt me cruciaal.

Ik zie toepassingen voor leerkrachten zoals mij bijvoorbeeld die veel moeite hebben met het onthouden van gezichten, maar gezichtsherkenning is net iets dat Google niet ziet zitten. Gesitueerd leren is zeker ook een mogelijkheid, maar om dit dan voor elke leerling te gebruiken? Het lijkt me overkill. Zoals ik al aangaf zie ik vooral toepassingen in zorg en buitengewoon onderwijs/speciaal onderwijs.





De lezing die ik vorige week gaf voor Mijn Kind Online: invloed van technologie op het denken over ‘jeugd’

20 02 2014




Pleidooien voor meer (leren van) focus

17 02 2014

Twee berichten die elkaar mooi aanvullen. Neuropsychiater Theo Compernolle heeft net een nieuw boek uit waarin hij uitgebreid uitlegt dat we niet kunnen multitasken (wat lezers van onze boeken en deze blog al langer wisten). Hij beschrijft vooral hoe smartphones (en landschapskantoren trouwens) het creatief werken onmogelijk maken. Het is in feite een pleidooi voor meer focus.

Vorige week gaf de schaduwminister van onderwijs in de UK, Tristam Hunt, een gelijkaardig pleidooi maar dan als taak voor het onderwijs. Het zou volgens hem belangrijk zijn dat kinderen in deze tijden van sociale media zich leren focussen (naast ook het belang van veerkracht trouwens). (bron)

Er is wel degelijk veel voor te zeggen en sluit aan bij het pleidooi dat Bert en ik al deden voor rust. De fout die we niet mogen maken is het zomaar in de schuld van onze kinderen of van de media schuiven. Het draait ook om verwachtingen die we van elkaar hebben. We bellen zelf en sturen zelf ook constant berichtjes zonder onszelf af te vragen of we de ander niet uit zijn of haar concentratie halen. Die moet zijn toestel maar uitschakelen? Kijk dan eens hoe snel je nog eens probeert?

Een tip die ik studenten en leerlingen zelf geef rond Facebook en andere sociale media tijdens examentijd is dat ze spreekkwartieren afspreken waarbij ze collectief online gaan om elkaars vragen en verzuchtingen te bespreken in plaats van elke impuls direct te volgen en constant online te zijn.

Vanwege het belang van focus is het daarom ook belangrijk dat een klas een hotspot én een coldspot moet zijn. Het grootste voordeel van tablets is dat je ze nu eenmaal snel kan wegstoppen (en weer tevoorschijn halen) als het nodig is.

Oja, mocht je nog denken dat je toch kan multitasken of dat dit efficiënter zou zijn, probeer even het volgende:

“U kan dat zelf makkelijk testen. Neem pen en papier, en chronometreer de volgende actie: schrijf de letters MULTITASKING, en onder elke letter de nummers 1 tot 12. Herhaal nadien dezelfde actie, maar schrijf dan afwisselend een letter en een cijfer. Welke tijd geeft de chronometer dan aan?” (bron)





Flappy Bird en de stand van beschaving (Linda Duits)

16 02 2014

photoFlappy Bird veroverde stormenderhand de wereld. In korte tijd werd het spelletje hét onderwerp van gesprek op het internet. Toen de maker aankondigde de game te verwijderen, was het internet dan ook te klein. Naast boze reacties (doodsbedreigingen en andere vuilspuiterij) verschenen er ook diepgravende analyses.

Op The Atlantic verscheen een stuk van 2847 woorden met de titel ‘The Squalid Grace of Flappy Bird: Why playing stupid games staves off existential despair’. Het handelt over de leegte van het bestaan en hoe Flappy Bird ons daarvan bewust maakt. The Daily Beast kopte ‘Addiction & Fame: How Flappy Bird is the App Store’s Grunge Moment’. De boodschap van het korte bestaan van Flappy Bird wordt gelijkgesteld aan  Kurt Cobains laatste woorden: “ it’s better to burn out than to fade away”. Elders vind je ‘4 Life Lessons Flappy Bird Will Teach You‘ en ‘Flappy Bird is the embodiment of our descent into madness’.

Wat moeten we hiervan maken? Is het bespottelijk dat er zoveel doorwrochte, diepgravende stukken worden geschreven over een simpel computerspelletje? Of staat Flappy Bird echt symbool voor de stand van onze beschaving?

Alle populaire cultuuruitingen vertellen iets over onze cultuur. Mensen geven betekenis aan culturele objecten, dus ook aan Flappy Bird. Die betekenissen kunnen de inzet worden van maatschappelijke en culturele strijd, denk maar aan de afkeer van reality-TV, de zorgen over housemuziek of het dédain voor musicals.

Misschien speelt er bij Flappy Bird nog iets anders. Het was een kortstondige hype en media zijn dol op kortstondige hypes. Er is online bovendien veel ruimte voor reflectie. De kans is groot dat je als online opiniemagazine clicks misloopt als je niet rapporteert over de dood van een rage. Hoe hoogdravender de inzet, hoe beter je stuk dienst doet als click-bait. De think pieces over Flappy Bird (verzameld op deze handige tumblr) zijn in die zin exemplarisch voor de schrijfcultuur op het internet in 2013/2014. En ook díe observatie maakt Flappy Bird dus een relevant fenomeen voor culturele analyse.

Deze post verscheen eerst op Dieponderzoek.nl.








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 5.612 andere volgers

%d bloggers like this: