Lectuur op zaterdag: Leeftijd als mindset en andere kwaliteiten

25 10 2014

De weekendbijlage bij deze blog:

Tot slot zag ik gisteren deze afbeelding in een lezing:





Persbericht UGent: UGent ontwikkelt game voor meer reclamewijsheid

24 10 2014

Kreeg net deze via mail binnen:

Vandaag vindt in Living Tomorrow (Vilvoorde) het kick-off event van het project AdLit plaats. AdLit verenigt vier universiteiten (UGent, KU Leuven, UA en VUB) en heel wat stakeholders die samen onderzoeken hoe ze de reclamewijsheid van minderjarigen kunnen verhogen. Daarvoor worden educatieve pakketten en een game gemaakt, zijn sensibiliseringscampagnes gepland en worden reclamecues ontwikkeld waardoor kinderen en jongeren reclame sneller kunnen herkennen. AdLit formuleert ook aanbevelingen voor beleid en zelfregulering.

Van academische kennis tot (serious) game voor en door jongeren

AdLit werd enkele maanden geleden in het leven geroepen als vierjarig IWT-project. Tijdens het kick-off event worden de eerste onderzoeksresultaten en de concrete doelstellingen van dit project nader toegelicht voor de verschillende stakeholders en partners uit de onderwijs- en reclamewereld. In enkele interactieve world cafés wordt gedebatteerd over allerlei stellingen en inzichten rond reclamewijsheid. Tot slot presenteert het Center for Persuasive Communication (CEPEC) van de Universiteit Gent er haar gameproject. Daarin worden de bestaande inzichten binnen het academisch onderzoek rond reclamewijsheid vertaald naar jongeren en het brede publiek aan de hand van een serious game. Een serious game wil spelers spelenderwijs iets aanleren. De kunst is echter om een goede balans te vinden tussen het leer– en het ‘fun’aspect. Daarom wordt het concept samen met jongeren ontwikkeld. Zij krijgen zeggenschap over het spelverloop en de grafische elementen. Dit 2-jarig project ging in september 2014 van start en gaat uit van de Universiteit Gent. Het game zal in het voorjaar van 2015 online beschikbaar zijn en gelanceerd worden via sociale media.

Reclame: alomtegenwoordig en steeds moeilijker herkenbaar

Met de oproep van kinder- en jeugdpsychiater Peter Adriaensens tot het boycotten van tablets en smartphones voor kinderen en het succes van het nieuwe sociale netwerk Ello, de reclamevrije concurrent van Facebook, is media- en reclamewijsheid weer een ‘hot topic’ geworden. En dit is maar goed ook.  Kinderen en jongeren worden dagelijks overspoeld met reclame, via verschillende media en in verschillende vormen. Reclame is dan ook overal aanwezig en is zelfs steeds moeilijker te herkennen: de smokey eye tutorial van L’Oréal op Youtube? Reclame. Die coole game waarin je de mini M&M’s moet zien te verzamelen? Reclame. Of de Coca-Cola Light blikjes in Lady Gaga’s kapsel in de clip van Telephone? Je raadt het al … reclame.

Op zich is dit zeker niet negatief want reclameboodschappen kunnen kinderen en jongeren helpen om geïnformeerde keuzes te maken. Hiervoor moeten ze echter over de capaciteit en mogelijkheid beschikken om de reclameboodschappen te herkennen en de intentie van de reclamemakers te begrijpen. Met andere woorden: om kritisch met reclame om te kunnen gaan, moeten kinderen en jongeren voldoende reclamewijs zijn. Onderzoek wijst er echter op dat deze reclamewijsheid meestal zeer laag is voor de nieuwe reclamevormen. Kenmerkend voor deze nieuwe vormen is namelijk dat ze de reclameboodschap integreren in populaire media-inhoud, waardoor het vaak moeilijk is om het onderscheid te maken tussen reclame en media, bv. product placement, advergames, … Hierdoor verwerken minderjarigen de reclameboodschappen niet op een kritische manier, wat kan leiden tot onbewuste beïnvloeding met mogelijke negatieve effecten als gevolg, zoals toenemend materialisme, een verlaagd zelfbeeld,… Hoog tijd dus om na te gaan hoe we kinderen en jongeren kunnen leren omgaan met reclame, zodat ze opgroeien tot kritische, geïnformeerde consumenten die zelf bewuste keuzes kunnen maken.

Nog even wachten dus.





Opvoeding: sterke controle op tieners niet goed voor ontwikkeling vriendschappen en autonomie

24 10 2014

Het onderzoek heeft misschien een hoog ‘no shit, Sherlock’ gehalte, maar het is een nagel waar niet genoeg op kan geklopt worden. Uit een nieuw, longitudinaal onderzoek bij 184 tieners gevolgd tussen 13 en 21 en van diverse afkomst (zowel etnisch als qua SES) blijkt dat ouders die meer psychologische controle uitvoeren de kans verhogen dat hun tieners makkelijker bezwijken onder bijvoorbeeld peer pressure. Binnen vriendschappen is het belangrijk dat je kan aangeven wat kan en wat niet. Dit is een belangrijke vorm van autonomie, maar deze kan dus onder druk komen te staan.

De ironie is dus dat je zo als ouder er kan voor zorgen dat je kind minder opstaat tegen dingen in zijn vriendengroep die je net wil vermijden.

De sociale controle op 13 jaar werd nog gemerkt in het gedrag van de kinderen 10 jaar later. Zo konden ook de de romantische verhoudingen onder de druk op jonge leeftijd lijden.

Een mogelijk puntje van kritiek op het onderzoek is dat men voor de psychologische druk enkel keken naar de perceptie van de kinderen en het ook niet helemaal duidelijk is of er echt per se een causaal verband moet zijn in de richting die de onderzoekers vermoeden. Het kan ook zijn dat bepaalde eigenschappen van het kind dergelijke druk veroorzaken. Dit laatste wordt ook door de onderzoekers erkend.

Abstract van het onderzoek:

A developmental cascade model of autonomy and relatedness in the progression from parent to friend to romantic relationships across ages 13, 18, and 21 was examined among 184 adolescents (53% female, 58% Caucasian, 29% African American) recruited from a public middle school in Virginia. Parental psychological control at age 13 undermined the development of autonomy and relatedness, predicting relative decreases in autonomy and relatedness with friends between ages 13 and 18 and lower levels of autonomy and relatedness with partners at age 18. These cascade effects extended into adult friendships and romantic relationships, with autonomy and relatedness with romantic partners at age 18 being a strong predictor of autonomy and relatedness with both friends and partners at age 21.

 





Straf: een vertaalapp voor doventaal (video)

24 10 2014

Voor alle duidelijkheid, er zijn net als er veel talen zijn, veel verschillende doventalen. Deze UNI-app kan je dus niet zomaar hier gebruiken.  Maar mooi is het wel. Het lijkt me ook een voorbeeld waarbij wearables een meerwaarde kunnen betekenen.

 





Een reeks cartoons over wetenschapslessen

24 10 2014

Elke maand verzamelt Larry Cuban onderwijscartoons. Deze maand gaan ze over wetenschapslessen.

3e36b097166ec44716e8e878e787db4e

 

loopholes

 

b3513032c589e9587f50313483112402

 

BioCartoon4

 

Rocket Science: The online course.

 

Bekijk de rest hier.





Weet niet of dit de toekomst is van hoe we met computers zullen werken, maar het is zeer cool!

23 10 2014




Pearson report on effective pedagogy in primary schools

23 10 2014

Pedro:

Er is al een tijdje ook een Engelstalige zusterblog en ik probeer te vermijden dat de 2 blogs een kopie zijn van elkaar. Op de Engelstalige blog ligt de nadruk iets meer op onderzoek, mythes en onderwijs. Zo stond er onlangs nog <a href="http://theeconomyofmeaning.com/2014/10/21/digital-native-fallacy-teachers-still-know-better-when-it-comes-to-using-technology-new-study/"dit nieuwe onderzoek over de mythe van de digital native. Dit rapport van Pearson gaat over wat er al dan niet werkt in het basisonderwijs.

Originally posted on From experience to meaning...:

A new report on effective pedagogy (interesting that they use this word instead of education) by Iram Siraj and Brenda Taggart with a foreword by Dylan William.

I want to share the key finds, the full report can be downloaded here.

Organisation

Teachers in excellent schools were rated particularly highly on their organisational skills. Their resources were prepared ahead of time, well managed during lessons and particularly fit for purpose and tailored to the individual needs of their pupils. They made productive use of instructional time by maintaining good pace and ensuring that every second of their lessons counted. Pupils in these classes had the highest ratings of self-reliance.Year 5 classrooms in schools identified as poor had significantly lower ratings than the other groups on the organisation and suitability (fit for purpose) of teacher resources, the productiveness of instructional time, the clarity of the teacher’s expectations, the management of classroom routines…

View original 984 woorden meer





Apple als knecht van de platenindustrie (Linda Duits)

23 10 2014

RIP Napster

Deze bijdrage verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Afhankelijk van je positie leek het zo mooi: het internet zou consumenten en muzikanten dichterbij elkaar brengen. Technologische ontwikkelingen hebben thuisstudio’s mogelijk gemaakt en contacten in stenen winkels zijn niet meer nodig om je muziek te verkopen. De macht van de grote platenmaatschappijen kon doorbroken worden. Toch is dat niet de realiteit. In een recent artikel [abstract] analyseert David Arditi de effecten van online distributie op de hedendaagse muziekindustrie.

Distributieparadox
Distributie is voor muzikanten het grootste obstakel. Platenmaatschappijen hebben lang het monopolie hierop gehad. Productie, opslag en vervoer van muziek is duur. Daarnaast zitten er kosten aan promotie. De grote maatschappijen hebben een uitgebreid netwerk en winnen zo de slag van onafhankelijke labels. Arditi rekent voor dat het ongeveer $5 kost voor een CD om in een stenen winkel verkocht te worden.

Digitale muziek lijkt dit systeem te doorbreken: de fysieke infrastructuur is immers niet meer nodig. Maar lage distributiekosten op internet leiden tot een groot aanbod. In dit aanbod moet je opvallen: Radiohead en de Arctic Monkeys konden dat misschien, maar als Arditi nu zelf een plaat produceert, weet niemand daarvan. Deze paradox heeft ervoor gezorgd dat het aantal onafhankelijke labels niet is toegekomen, maar is gehalveerd in de periode 1996-2010.

“When consumers are confronted with access to everything on the Internet, they are forced to retreat to distribution systems that they recognize in order to find content; this is where branding and the effects of “old media” power come into play—majors can use control over “old media” (e.g. TV) to drive business to their online commodities” (p. 412).

Muziek delen
Volgens Arditi heeft de combinatie van rechtszaken van belangenbehartiger RIAA (Recording Industry Association of America) met de ontwikkeling van iTunes ervoor gezorgd dat platenmaatschappijen hun distributiemonopolie konden behouden. Het delen van muziek is al ouder dan het internet. Liefhebbers wisselden bijvoorbeeld muziek uit via cassettebandjes. Vanwege het kwaliteitsverlies maakte de RIAA zich hier niet heel druk om. Dat veranderde met peer-to-peer-sites waar muziek digitaal gedeeld werd. Op deze netwerken heeft bovendien iedere muzikant in principe gelijke toegang.

Het delen van muziek op deze manier kan gebeuren omdat mensen niet voor platen willen betalen. Het kan ook gaan om mensen die iets willen proberen voor ze het kopen; om muziek die niet langer te koop is; en om bestanden zonder copyright. In de rechtszaken heeft de RIAA alleen gesproken van de eerste soort delen. De tweede soort is voor platenmaatschappijen extra interessant: als ze weten dat een nummer veel gedownload wordt, kunnen ze radiostations inzetten om die plaat extra te promoten. De RIAA negeert overigens optie 4.

De rol van Apple
Peer-to-peer-netwerken deden platenmaatschappijen realiseren dat ze over moesten naar digitale distributie. Dit heeft vooral vorm gekregen in iTunes. iTunes 1.0 was in 2001 niet veel meer dan een Windows Media Player: software om muziek mee af te spelen. In 2003 werd de  iTunes Music Store gelanceerd, waar voor $0,99 een liedje gekocht kon worden. iTunes werd al snel de grootste aanbieder. In 2011 hadden zij een aandeel van 38,23 procent van de retail muziekmarkt. Ter vergelijking: de twee grootste concurrenten Wal-Mart en Best Buy hebben samen 17,86 procent. Het succes van Apple is niet alleen aan hen toe te schrijven: de platenindustrie speelde een grote rol.

In 2003 wilde de RIAA zich laten gelden. Ze spande rechtszaken aan tegen downloaders wegens auteursrechtbreuk. Die zaken kwamen zelden voor: gebruikers werden geïntimideerd met mogelijk hoge proceskosten en schikten daarom. Dit had een afschrikwekkend effect:

“These lawsuits have a panoptic effect on people who illegally share music because they know they are being watched, but they do not know when they are being watched. … The effect is that people weigh the costs of being sued for an inordinate amount of money against the benefit of downloading a few songs” (p. 417).

Uit angst kozen mensen er dus voor dan maar te betalen voor muziek. Het is belangrijk hier nogmaals op te merken dat er voor de komst van iTunes geen keuze was: alle online MP3-winkels werden door de RIAA aangepakt. De gelijktijdigheid van het vervolgen van individuele gebruikers en het verschijnen van iTunes was niet toevallig, maar het resultaat van gesprekken tussen de RIAA, platenmaatschappijen en Steve Jobs.

De komst van iTunes heeft een effect gehad op alle soorten downloads. De ‘dieven’ werden geïntimideerd. De mensen die wilden proeven, konden dit nu gratis bij Apple doen. Kwalijker is dat de bibliotheekfunctie wordt belemmerd en dat mensen die gratis hun muziek wilden delen nergens meer terecht kunnen.

Survival of the powerful
De muziekindustrie is geen vrije markt. Drie spelers hebben de macht, mede dankzij distributiedeals met onafhankelijke labels. Arditi hekelt het recht dat de platenmaatschappijen menen te hebben op een monopolie:

“Free market capitalism is based on the idea of the survival of the fittest in the market, until the industry leaders begin to struggle to remain on top” (p. 420).

Platenmaatschappijen negeerden andere oorzaken van hun verlies, bijvoorbeeld het feit dat mensen veel muziek al op CD hadden en die simpelweg zelf gingen overzetten op mp3. Zogeheten residual album sales waren altijd een belangrijke bron van inkomsten: in de overgang van plaat naar cassette en van cassette naar cd verdienden platenmaatschappijen geld met het verkopen van dezelfde muziek.

Arditi eindigt op een sombere noot. Hij stelt dat bestaande bedrijven altijd zullen proberen hun machtspositie te behouden wanneer zij geconfronteerd worden met meer gelijkheid. Digitale muziek haalde muren neer, maar iTunes heeft de oude distributiebarrieres weer ferm opgericht.





Even over het muurtje kijken naar een zeer groene school in Bali (video)

23 10 2014




Google lanceert ‘inbox’

23 10 2014

Google lanceert een nieuwe app, Inbox. De boodschap is simpel: we verdrinken in e-mail en daar wil inbox iets aan doen.

Maar wat doet inbox voor je? Wel, deze combinatie van gmail, Google+ en voor Google Now leest de mail voor jou en zorgt er voor dat je weet wat je moet weten zonder de ballast. Wacht even, Inbox leest je mails? Alhoewel, dat doet Gmail toch ook al…

Voor de mensen met ervaring met Google Now, die weten dat dit betekent dat je bijvoorbeeld herinnerd wordt aan je vliegtuigtickets, dat boeken die je kocht onderweg zijn, verjaardagsfeestjes,…

Andere optie is om mails te snoozen (even als bij een wekker uitzetten om later te reageren). Het is ook mogelijk om reminders in te stellen.

Tenminste… als je toegang krijgt tot Inbox want voorlopig is het invite only…

Yep, de typische Google-aanpak is terug.








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 6.352 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: