Een eenvoudig middel om kinderen beter te laten presteren op een test

30 09 2014

Angst is een slechte raadgever, en stress en angst op een toets of test kan je serieus parten spelen. Ons werkgeheugen kan slechts een bepaalde hoeveelheid informatie verwerken en als deze mentale bandbreedte door zorgen verminderd wordt, dan presteer je gewoon minder.

In een nieuw onderzoek probeerde men te kijken wat het effect was van een zeer eenvoudige maatregel om dergelijke negatieve gevoelens en effecten bij leerlingen te beperken. 117 kinderen in 3 Griekse lagere scholen kregen een wiskundetest met extra stress-factoren.  Ze kregen slechts 3 minuten per vraag (getimed) en er was een prijs voor de beste leerling per klas.

De helft van de leerlingen kregen echter een minuut de tijd voor de test om de 10 wiskundeproblemen even te verkennen zonder druk. De idee achter deze eenvoudige interventie is dat zo de stress verminderd zou worden en als een soort ‘advanced organizer‘ de voorkennis geactiveerd werd. De andere leerlingen, de controlegroep, kregen gewoon een minuut extra om de eerste vraag te beantwoorden.

De leerlingen met de mogelijkheid om de vragen te bekijken scoorden gemiddeld beter dan de andere leerlingen Maar… rapporteerden niet minder stress dan de andere groep. Het is dus niet duidelijk of de aanpak werkt om stress te verminderen, maar het helpt wel met de resultaten. De onderzoekers besluiten (het spoor van angstreductie niet verlatend): “Although further studies need to be conducted to show whether the strategy generalises to other topics, such as language, or that a longer period to look ahead will have a greater impact on anxiety and performance, the strategy seems very promising in enabling students to perform up to their maximum potential.”

Abstract van het onderzoek:

The negative thoughts that anxious children experience while sitting for an exam consume working memory resources at the cost of resources for performing on the exam. In a randomized field experiment (N = 117) with primary school students, we investigated the hypothesis that stimulating students to look through the problems of a math test before they start solving them would reduce anxiety, release these anxiety-related working memory resources, and lead to higher test performance than not allowing students to look ahead in the test. The results confirmed the hypothesis, indicating that the positive effects of looking ahead applied to all students, regardless of their anxiety level (low, medium, or high). The results suggest that by looking ahead in a test, less working memory resources are consumed by intrusive thoughts, and consequently, more resources can be used for performing on the test. Theoretical and practical implications of the results are discussed. Copyright © 2014 John Wiley & Sons, Ltd.





Viacom-onderzoek: televisie moet relevant zijn als ze nog een jong publiek willen bereiken

30 09 2014

We kijken op steeds veel meer manieren naar bewegende beelden. De competitie voor onze aandacht is moordend. Viacom onderzocht bij jongeren wereldwijd wat hun verwachtingen rond televisie was.

Een samenvatting:

Whether they’re 9, 19, or 29, content must be relevant to consumers, in any way they choose to consume it.

This was a key finding from TV S.M.A.R.T., a new research project by Viacom International Media Networks (VIMN) that shows how and why TV viewing is changing around the world, and how advancements in distribution are changing the ways viewers consume and engage with content.

The project’s main findings were that audiences still love TV and TV content, viewers use a “hierarchy of screens” to choose the devices they view on, and that in order to be successful, TV today must be S.M.A.R.T. (Social, Mobile, Accessible, Relevant, and Tailored).

We’re covering all of those elements in our series of posts on TV S.M.A.R.T.  Here, we’re focusing on “R” for Relevant:

More than 4 in 10 TV viewers are accessing TV content online using methods other than a TV set.

  • Laptops and desktops are most commonly used for TV viewing (24% and 20%, respectively)
  • 15% use smartphones, 7% use tablets, 4% use gaming systems

Viewers seek out the optimal viewing experience via a “hierarchy of screens.” They gravitate toward the best available screen—starting with the TV set.

  • If the TV set is in use or if the viewer wants more privacy, they’ll choose a desktop, laptop, or tablet as the next best screen
  • With the smallest screens, mobile phones are used primarily outside the home or when other devices aren’t easily accessible

Consumers want programming that is relevant to them, presented in an environment for them.

  • Super-serving our audiences is something they really appreciate
  • As examples, My Nick Jr. allows parents to create a customized channel for their preschool-age children and MTV Music, powered by Rhapsody, provides a personalized music experience through mobile
  • The incredible diversity of options can make it difficult for consumers to navigate the programming universe—so we’re making it easier for them to find content they will love




Een film die ik wil zien: The Honest Liar (over James Randi) (trailer)

30 09 2014

Ik zag hem ooit, jaren geleden, een zeer sterke lezing geven in aula E van de Gentse Blandijnberg.

Volgende week is er een premiere in Nederland.





10 tips om internet voor je te ‘depersonaliseren’

29 09 2014

Alle online informatie wordt steeds meer gepersonaliseerd, maar hierdoor leef je ook steeds meer in een bubbel. Mediawijs.be, het kenniscentrum mediawijsheid, ontwikkelde een poster met 10 tips om je filter bubble te doorprikken en op die manier anoniemer te surfen. Download dan hier de poster in hoge resolutie of klik op de afbeelding hieronder om de tips te lezen.





Mooie rapvideo van jonge rapper MattyB voor zijn zusje met Down-syndroom (en haar pesters)

29 09 2014





PISA in focus over wie er meest kans heeft op zittenblijven

29 09 2014

Een nieuwe PISA in Focus, ehm, focust op zittenblijven en de link met de achtergrond van het kind. Zittenblijven is minder onschuldig dan het lijkt, bleek nog vorige week uit een nieuw onderzoek. Zittenblijven in de lagere school blijkt gelinkt aan 60% meer kans op het niet afronden van secundair onderwijs. Het zou dus best een middel zijn dat met de nodige zorg en voorzichtigheid gebruikt wordt en alternatieve aanpakken zijn aangewezen.

PISA zelf rapporteert:

  • One in eight students across OECD countries has repeated a grade at least once before the age of 15.
  • Many countries reduced the rate of grade repetition between 2003 and 2012.
  • One in five disadvantaged 15-year-olds has repeated a grade. Even among students with similar academic performance, the likelihood of repeating a grade is one-and-a-half times greater for disadvantaged students than for advantaged students.

De ongelijkheid door achtergrond in zittenblijven, ook met kinderen die gelijke cognitieve kenmerken vertonen, is volgens de OESO een duidelijk probleem:

zittenblijven

Het valt ook op dat bijvoorbeeld het meer effectieve versnellen, het overslaan van een jaar, vaak veel minder voorkomt in de OESO-landen:

zittenblijven1

De conclusie volgens PISA:

Grade repetition may not only be ineffective in helping low-achieving students overcome their difficulties at school, but may also reinforce socio-economic inequities. Providing extra teaching time for students who fall behind, adapting teaching to their needs so that they can catch up with their peers, and targeting these efforts where they are most needed is a much better way of supporting students with learning difficulties or behavioural problems.





Voor Vlaamse kranten is cyberpesten vooral een e-safety-thema (Linda Duits)

28 09 2014

Je wil iets schrijven over een nieuwe Vlaamse studie, is Linda Duits op dieponderzoek.nl je toch wel voor:

vlaamse_week_tegen_pestenMedia schrijven graag over media, en het liefst schrijven ze dan over kwalijke kanten van media. Uit een studie bleek bijvoorbeeld dat 64 procent van de berichten over kinderen en internet (uit veertien landen) ging over online risico’s en slechts achttien procent over online kansen. Cyberpesten krijgt daarom veel aandacht in de pers. Die berichtgeving is niet zonder effect: beleidsmakers baseren zich erop, ouders maken zich er zorgen door en er is een mogelijkheid van copycat-gedrag. Communicatiewetenschappers Anne Vermeulen en Heidi Vandebosch onderzochten [abstract] hoe Vlaamse kranten over cyberpesten verslag doen.

Methode
Ze voerden een kwantitatieve inhoudsanalyse uit van artikelen uit zes Vlaamse dagbladen: De Standaard en De Morgen (die gezien worden als ‘kwaliteitskranten’) en Het Nieuwsblad, Het Laatste Nieuws, Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg (beschouwd als ‘populaire’ kranten). Er werd gezocht naar ‘cyber’/‘digitaal’/‘online’/‘virtueel’/‘internet’/‘gsm’/‘elektronisch’/‘mobiel’ + ‘pesten’ in de periode 1999-2011. Artikelen werden met de hand nagelopen op relevantie en duplicaten werden verwijderd. Uiteindelijk bevatte de steekproef 447 krantenartikelen. De artikelen zijn handmatig gecodeerd.

Resultaten
De ‘populaire’ kranten schrijven meer over cyberpesten dan de ‘kwaliteitskranten’, maar de laatste schrijven langere stukken. Er wordt vooral over pesten onder jongeren gerapporteerd. Het woord ‘cyberpesten’ wordt voor het eerst gebruikt in oktober 2001. Daarvoor waren er ook al wel berichten over het fenomeen. Er ligt een piek in 2006 toen een grootschalig onderzoek naar cyberpesten onder Vlaamse jongeren werd gepubliceerd. Daarna hield de aandacht aan. Binnen de jaren is er sprake van golven: bij de start van het nieuwe schooljaar verschijnen er steevast artikelen over cyberpesten, net als in februari en maart tijdens de ‘Vlaamse week tegen pesten’ en ‘ Safer Internet Day’.

Inhoud van de artikelen:
Acties, interventies of beleid focusten: 33 procent
Onderzoek: 23,6 procent
Specifieke cases: 15,9 procent
Overig: 27,5 procent

Bij overig gaat het bijvoorbeeld algemene artikelen met uitleg over het fenomeen of aankondiging televisieprogramma. Bij onderzoek valt op dat de meeste berichten (32 van de 43) een nationale focus hadden. Ook de cases zijn vooral Belgisch, naast 7 artikelen over Amerikaanse gevallen. Opvallend is dat er vaak een connectie wordt gemaakt met zelfmoord, hoewel het aantal jongeren dat daadwerkelijk zelfmoord pleegt omwille van cyberpesten relatief klein is (de onderzoekers noemen hier geen cijfers). ‘Populaire’ kranten schrijven minder over onderzoek en meer over cases.

In de berichtgeving is technologische verandering te merken. In meer dan zestig procent van de artikelen worden applicaties genoemd waarop gepest wordt. Pesten per telefoon komt voor het laatst voor in 2006; pesten via YouTube juist sinds 2006. Pesten via sms, e-mail, blogs en fora keren steeds terug.

Conclusie
De auteurs stellen dat nieuws over cyberpesten voorspelbaar is. Onder invloed van technologische ontwikkelingen neemt het steeds nieuwe gedaantes aan. Bovendien heeft cyberpesten een plek gevonden bij een groot aantal organisaties die ‘media events’ creëren om de aandacht vast te houden. Volgens de onderzoekers verklaart dat waarom de afname aan media-aandacht die kenmerkend is voor issue cycles (nog) niet is opgetreden. Het is volgens de auteurs het technologische aspect dat de nieuwswaardigheid van dit topic blijkt te bepalen. Cyberpesten wordt geframed als een e-safety-probleem en niet zozeer als een voortzetting van wat er al op het schoolplein gebeurde. Dit sluit aan bij theorie over morele panieken, waarin gesteld wordt dat deze panieken zich vooral voortdoen bij de introductie van nieuwe media.

Het (te) snelle verband dat tussen zelfmoord en cyberpesten wordt gelegd is gevaarlijk vanwege mogelijke copycat-impact, stellen de auteurs. Ook maken zij zich zorgen of ouders en andere partijen wel de juiste preventiemaatregelen voorgeschoteld krijgen omdat de adviezen van deskundige uit diverse organisaties komen. Het maakt daarbij uit welke krant je leest, omdat ‘kwaliteitskranten’ en ‘populaire’ kranten anders verslag doen.





Een filosofische discussie in een interactieve video rond de vraag: bestaat de kerstman?

28 09 2014

Vond deze via Larry Ferlazzo:





Lectuur op zaterdag: dokters, leerkrachten, Google en Emma Watson

27 09 2014

De weekendbijlage bij deze blog:

Nee, deze speech van Emma Watson bezorgde haar geen bedreigingen, maar is wel meer dan de moeite waard:





Video: hoe gaat Google om met inclusie en vooroordelen op de werkvloer

27 09 2014

Concrete tips:

  • Gather facts. It’s hard to know you’re improving if you’re not measuring. We collect data on things like gender representation in our doodles and at our conferences.
  • Create a structure for making decisions. Define clear criteria to evaluate the merits of each option, and use them consistently. Using the same standards to evaluate all options can reduce bias. This is why we usestructured interviews in hiring, applying the same selection and evaluation methods for all.
  • Be mindful of subtle cues. Who’s included and who’s excluded? In 2013, Googlers pointed out that of the dozens of conference rooms named after famous scientists, only a few were female. Was this our vision for the future? No. So we changed Ferdinand von Zeppelin to Florence Nightingale—along with many others—to create more balanced representation. Seemingly small changes can have big effects.
  • Foster awareness. Hold yourself—and your colleagues—accountable. We’re encouraging Googlers to call out bias. For example, we share a “bias busting checklist” at performance reviews, encouraging managers to examine their own biases and call out those of others.







Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 6.239 andere volgers

%d bloggers like this: