Bloggers zijn beter dan journalisten (Linda Duits)

31 10 2014

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Bloggen is de besteVroeger, toen ik nog ‘gewoon’ wetenschapper was, vertelden mensen me vaak geheimen. Zaken die op de werkvloer speelden, fout gedrag van leidinggevenden, misstanden in de sector. Nu doen ze dat ook nog wel eens, maar dan zeggen ze erbij ‘dit mag niet bekend gemaakt’. Ik lach dan altijd en probeer ze geruststellen door te grappen dat ik blogger ben, en geen journalist. De taak van een journalist is nieuws maken. Bloggers worden daar niet door gehinderd. Een ‘dit is off the record‘ is bij mij niet nodig. Ik vind bloggers beter dan journalisten.

Jorunalisten zien dat uiteraard anders. Zij kijken vaak neer op bloggers. Voormalig tech journalist turned blogger Emma Snider schreef daarom een blogpost over haar overstap. Veel zaken zijn hetzelfde: schrijven, uitzoeken, redigeren, interviewen, netwerken. Ze bespreekt vier belangrijke verschillen.

1. Journalistiek gaat over onthullen, bloggen gaat over helpen
Journalisten willen ‘de waarheid’ boven tafel brengen. Hoewel bloggers ook waarheid willen schrijven, willen ze voornamelijk behulpzaam zijn en anderen helpen – om iets beter te doen bijvoorbeeld, of om meer kennis bij te brengen.

2. Journalistiek is een stadsfiets, bloggen een racefiets
Journalistiek kent drie versnellingen, terwijl bloggen er wel tien heeft. Journalisten kunnen meer tijd nemen voor hun stuk. Dat doen bloggers ook wel eens, maar bloggen kent veel meer variatie. Bloggers schrijven niet maar één soort bericht, maar maken lijstjes, infographics, tips etc, en kennen meer diversiteit in het soort deadline.

3. Bloggers geven perspectieven
Journalisten beschrijven wat er gebeurt, terwijl bloggers ook mogen schrijven hoe iets zou moeten of kunnen zijn. Experts worden bijvoorbeeld niet alleen geïnterviewd om een expertmening weer te geven, maar vooral ook – zie punt 1 – zodat de lezer er iets van kan leren en de wereld beter kan worden.

4. Een blogger hoeft zichzelf niet uit de tekst te schrijven
Journalistiek streeft naar objectiviteit en daarom hoort de mening van de journalist niet te weerklinken in een nieuwsbericht. Voor bloggers is het juist goed om berichten persoonlijk te maken: wat vinden ze zelf van het fenomeen? Dit draagt juist bij aan de geloofwaardigheid.

De grenzen tussen journalistiek en bloggen vervagen (denk aan de stukken op De Correspondent). Ook Snider merkt dat op, en ze vindt dat goed. Ze besluit:

“From my perspective, the perceived canyon between journalism and blogging is really more like a three-foot gap you can hop across. If the lines between journalism and blogging are blurring, I think it’s with good reason.”

Update: programmamaker en charmante überjournalist Botte Jellema schreef een lezenswaardige reactie op dit stuk.





Het “We love reading”-project in Jordanië (video)

31 10 2014





Heerlijk: Kevin Bacon legt de jaren 80 uit aan Millennials

31 10 2014





Onderwijs en de stad: Hoe les geven in de stad?

30 10 2014

Dit is het vierde en laatste deel van mijn reeks over onderwijs en de stad. Gisteren had ik het al over hoe je leerkrachten kan aantrekken en vooral houden en bleek een van de grote uitdagingen de diversiteit te zijn. Brussel is een van de rijkste steden ter wereld, maar gisteren bleek nog uit een Unicef-rapport dat 1 op 3 kinderen in Brussel in armoede opgroeien. In onze eerste aflevering bleek al hoe divers ook bijvoorbeeld de thuistaal kan zijn in de steden in vergelijking met het platteland.

Maar hoe geef je dan les in de stad?

Volgens mij (gebaseerd op de literatuurverwijzingen in de tekst) zijn volgende punten zeer belangrijk:

  • begrijp je leerlingen en ken hun achtergrond. De beginsituatie inschatten is sowieso steeds belangrijk, maar de beginsituatie van leerlingen in een stedelijke context kunnen vaak extra ver afstaan van de leefwereld van de leerkracht. Hier interesse intonen en vooral ook proberen te begrijpen is een belangrijk vertrekpunt. (bron) Check ook Iedereenleerkracht.be met een aansluitend antwoord op de vraag hoe anderstalige leerlingen betrekken in de les. Men spreekt ook van een “intercultureel sensitieve leraar die zich rekenschap geeft van maatschappelijke en sociale kwesties die impact kunnen hebben” en bijhorende werkvormen: “cultureel responsieve klasactiviteiten zijn instructional scaffolding, begeleide en informele groepsdiscussies, observatie van het sociale en leergedrag van leerlingen in alle klassituaties, zelfevaluatie van de leerlingen en interactief onderwijzen.” (bron)
  • Notie hebben van ‘Taalontwikkelend leren’ of ‘taalgericht vakonderwijs’

  • Klasmanagement is belangrijk, zeker ook in de stedelijke context, maar net hiervoor is kennis van de beginsituatie cruciaal. Het besef dat bepaalde (disciplinaire) ingrepen net statusverhogend kunnen werken, noopt andere aanpakken die bijvoorbeeld minder publiek zijn te hanteren. (bron)
    Een video van TV-Klasse over lesgeven in Molenbeek en klasmanagement:

    Check ook dit artikel met 8 aanbevelingen.

Dit is maar een kleine aanzet, net zoals deze hele reeks. Het is vooral belangrijk dat én meer kennis opgebouwd wordt én dat deze tot bij de leerkrachten komt (zoals we gisteren al aangaven in opleiding én in ondersteuning).

Tegelijkertijd bestaat het gevaar dat het in de verf zetten van de verschillen, net de onzekerheid (om niet het woord angst te gebruiken) voor lesgeven in de stad nog meer zal versterken. In de basis is er trouwens heel veel gemeen. Het gaat over kinderen in een klaslokaal die willen bijleren van een leraar. Het is belangrijk te beseffen dat het welbevinden volgens de JOP-monitor in de stad gemiddeld iets lager ligt dan buiten de stad, maar dat deze gemiddeld nog steeds hoog scoort. Meer nog, scholen erven het welbevinden van buiten de school.





3 korte docu’s over leren ondernemen, deel 2: Me & MyCity in Finland

30 10 2014




Wie zegt dat onderzoek saai moet zijn? (grappige video voor Halloween)

29 10 2014

Even tussendoor om het kind in je te laten wegdromen! (via @dhoogervorst)





Onderwijs en de stad: Hoe leraren aantrekken (en vooral houden)?

29 10 2014

Dit is het derde deel in een vierdelige reeks over onderwijs en de stad. Vandaag een prangend probleem waar veel scholen in steden mee worstelen: hoe leerkrachten aantrekken en houden.

Minister Crevits stelt het duidelijk op haar blog:

“De Vlaamse onderwijsraad heeft becijferd dat tegen 2022 een tekort dreigt van 16.900 leerkrachten. De regionale verschillen daarbij zijn groot – in grote steden is de nood hoger dan op het platteland – en het hangt ook af van het vak dat de leerkracht in kwestie geeft.”

Een stad als Brussel vecht niet alleen tegen een tekort aan leerkrachten maar ook tegen een grote turn-over onder het onderwijzend personeel. Uit dit rapport van BSI leerde ik dat langs Nederlandstalige kant verlaat 54% van de leerkrachten in het lager onderwijs en 62% in het middelbaar onderwijs hun job binnen de vijf eerste jaren. Vorige week verduidelijkte Joost Vaesen op een denkdag van de VLOR wel dat deze leraren niet noodzakelijk verloren zijn voor het onderwijs. De meerderheid zou blijven les geven, maar dan wel buiten Brussel. Een zelfde verhaal hoorde ik enkele jaren geleden op een sessie tijdens de VELOV-studiedag over het lerarentekort in Antwerpen.

De voorbije jaren zijn er in het buitenland al initiatieven geweest om zogenaamde sterke profielen te motiveren om voor ze carrière beginnen te maken in de wereld buiten het onderwijs, eerst enkele jaren les te laten geven in moeilijkere, stedelijke scholen. Programma’s als Teach for America, het Britse Teach First  kennen ondertussen ook navolging in ons land. De vraag is echter of dit een structurele oplossing is. Dergelijke programma’s zorgen er voor dat er wel gemotiveerde mensen voor de klas komen, maar dit zijn dan wel quasi per definitie startende docenten (met vaak een beperkte opleiding) die 2 jaar later weer weg zullen zijn. Negatief gesproken is het net een installeren van een grote turn-over. Je kan wel hopen dat er van deze groep leerkrachten in het onderwijs zullen blijven, maar zeker is dit niet. De effecten van een grote turn-over op het leren zijn aangetoond negatief. Ik wil hiermee niet dergelijke projecten zomaar afschrijven. Ze kunnen misschien mee helpen het imago van leraren en onderwijs te versterken. Tegelijkertijd is het geen structurele oplossing. Daarvoor zullen we wellicht ergens anders moeten kijken.

Een recent Nederlandse promotieonderzoek van Lisa Gaikhorst maakt duidelijk waarom jonge leerkrachten sneller afhaken en de redenen blijken sterk verwant met het doelpubliek.

Het klinkt niet onlogisch dat de uitdagingen voor nieuwe leerkrachten op scholen met een publiek met een moeilijkere achtergrond groot zijn. Trouwens, vaak niet enkel voor beginnende leraren. Verschillen in taalkennis en achtergrond blijken hier de belangrijkste moeilijkheden voor de startende leraren.  Verder ervaren beginnende leraren dat ze vaak te weinig tijd krijgen om er te zijn voor leerlingen die mogelijk voor het onderwijs verloren zullen gaan. Ten slotte is er ook de vaak moeilijke relatie met ouders die soms de taal niet machtig zijn.

Maar ook beginnende leerkrachten op meer elitescholen die je ook vaak vindt in de stad hebben het niet onder de markt. Hier zorgen de vaak hoogopgeleide ouders ook voor kopbrekens en is differentiatie naar cognitieve vermogens in de klas ook vaak een uitdaging voor een beginnende leraar.

Deze moeilijkheden lijken niet typisch voor enkel stedelijk onderwijs, maar lijken hier toch vaker en in meer uitgesproken vorm voor te komen.

Gaikhorst pleit in haar promotie-onderzoek voor zowel een gedegen voorbereiding van toekomstige leerkrachten op de (groot)stedelijke context, maar ook voor blijvende ondersteuning via coaches en buddy’s tijdens de eerste beroepsjaren in de stad. Ze merkt ook op dat een ondersteunende sfeer op school hierin belangrijk is.

Ondertussen hebben verschillende lerarenopleidingen al aandacht voor de uitdagingen die Gaikhorst beschrijft, zoals onder andere blijkt het uit recente boek van Wouters et al. Laat Leraren Schitteren. Toch denk ik zelf dat leerlaren in spe leren omgaan met onder andere diversiteit niet genoeg zal zijn. Die diversiteit is ook dringend nodig in het lerarenkorps zelf. Vaak lijkt het publiek in de lerarenopleiding vooral een blanke middenklasse van net buiten de stad. Ik vertel zelf mijn studenten dat de klas waar ze zelf ooit les volgden ondertussen veelal niet meer bestaat.

Het inbedden van de lerarenopleiding in het stadsleven zelf, en het aantrekken van een diverser publiek die voor het beroep van leerkracht kiest, is en blijft een belangrijke opdracht. Bij de voorstellen die nu voorliggen om de lerarenopleiding te hervormen of innoveren is het interessant om liefst op voorhand te onderzoeken wat de effecten van bijvoorbeeld een (voorlopig?) niet-bindende toegangsproef zouden kunnen zijn op de diversiteit van instroom. Maar ook is het belangrijk om te kijken hoe je leerkrachten in de stad kan houden met hun gezin. Ik sprak met enkele schooldirecteurs in Brussel en was verbaasd hoeveel van hun personeel naar de stad pendelden omdat ze zelf niet in Brussel woonden. Onlangs bleek dat dit ook in Londen het geval was, en dat daar het inkomen van de partner heel belangrijk bleek. Ze moesten ook een plaatsje kunnen betalen. Soms wordt er geopperd om extra bonussen te geven aan leerkrachten die in de stad werken. Een soort van woonbonus lijkt in bepaalde situaties dus zeker een optie. Maar op basis van oa het eerder vermelde promotie-onderzoek zou ik zelf vooral met tijd betalen, bijvoorbeeld iets minder lessen moeten geven om zo meer aandacht te kunnen geven aan leerlingen die het nodig hebben en meer tijd voor professionalisering/ondersteuning.

Ondertussen blijft er 1 zekerheid: we zullen de komende jaren veel, zeer veel leerkrachten nodig hebben in de stad.

UPDATE: Piet Vervaecke postte op twitter deze link naar een relevante blogpost rond het zelfde thema.





PEW-onderzoek: Wie wordt er hoe en waar online lastiggevallen en wat doen ze eraan? (Linda Duits)

29 10 2014

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

trollOnline lastiggevallen worden krijgt volop aandacht. Van cyberpesten tot trollen tot Gamergate, conventionele media rapporteren uitgebreid over schofterig gedrag op het internet. Pew Internet ondervroeg 2.849 volwassen internetgebruikers uit de VS naar hun ervaringen. De resultaten laten zien dat het merendeel van de internetters nooit online is lastig gevallen. Tegengesteld aan wat je zou verwachten op basis van klachten in de media van vrouwen blijkt het internet ook niet veel enger voor vrouwen dan voor mannen.

Wat en waar?
Veertig procent van de internetgebruikers is wel eens online lastiggevallen. Wat gebeurt er?

  • 27% is wel eens uitgescholden (been called offensive names)
  • 22% is wel eens opzettelijk vernederd
  • 8% is fysiek bedreigd
  • 8% is gestalkt
  • 6% is seksueel geïntimideerd

Dit vindt het meeste plaats op sociale media. Twee derde van de respondenten zei dat het laatste incident op een sociaal netwerk was. Daarop volgt de reacties op een website (22%). Opvallend is dat evenveel mensen persoonlijk in email worden lastig gevallen als in een online game-omgeving: 16 procent.

Wie?
Jongeren en vrouwen hebben meer kans online lastiggevallen te worden. Het is daarbij opvallend dat vernedering en fysieke bedreiging meer voorkomen onder mannen dan onder vrouwen. De laatste groep is eerder slachtoffer van stalking en seksueel getinte opmerkingen – zie onderstaande grafiek. Mensen wiens levens verweven zijn met internet (zoals mensen die in de media werken) zijn ook vaker slachtoffer.

Man vs vrouw

Wat doen ze eraan? 
Zestig procent van de respondenten geeft aan het meest recente incident genegeerd te hebben. De rest ondernam actie, uitgesplitst:

  • 47% confronteerde de belager
  • 44% ontvriende of blokkeerde de belager
  • 22% gaf de belager aan bij de website of online dienst
  • 18% besprak het probleem online om zo steun te krijgen van anderen
  • 13% veranderde hun gebruikersnaam of verwijderde het profiel
  • 10% verliet het forum
  • 5% deed aangifte

Is het erg?
Zowel voor de mensen die het negeerden als de mensen die stappen ondernamen geldt dat ze daar tevreden mee waren. Mensen die niet vaak online worden lastiggevallen reageren er het heftigste op. De respondenten bleken er ook niet erg van van slag te raken. De helft van de mensen was er een klein beetje of helemaal niet door verontrust. Veertien procent vond het ‘extremely upsetting’. Vrouwen vinden het eerder erg dan mannen.

Uiteindelijk zijn er niet veel genderverschillen in hoe verwelkomend een specifieke internetomgeving is. Online games zijn een mannenwereld, maar op sociale netwerken zijn vrouwen meer welkom – zie grafiek.

Welkome omgevingen

Het volledig onderzoeksrapport [PDF] staat hier





3 korte docu’s over leren ondernemen, deel 1: Peru en het agri-businessplan

29 10 2014




Presentatie: Eric Schmidt vat samen hoe Google werkt (oa personeelsbeleid)

28 10 2014

Vond deze presentatie op de vroege ochtend hier, via @marcoderksen en het is een echte aanrader voor iedereen in de bedrijfswereld, maar ik vermoed dat bijvoorbeeld hogescholen en universiteiten de eerste zijn om ook hier iets van op te steken. De kritische geest in me fluistert dan weer dat het makkelijk praten is voor een groot succesvol bedrij hoe het moet en dat winsten uit het verleden geen garantie zijn voor de toekomst, maar bekijk en wees geïnspireerd:








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 6.375 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: